Buitenland. uauara tsirnoaum. TXT De Oppervoorzanger van de Joodsche gemeente te Königsberg is overleden. Met hem is heengegaan „een vorst onder Israël” op het gebied van ónze wetenschap en kunst. Eduard Birnbaum, één van de meest beteekenende geleerden en verzamelaars op het gebied van de Synagogale liturgie, werd 12 Maart 1855 in Krakau geboren. Reeds als zestienjarige jongeling fungeerde hij aan het Rabbijnenseminarium te Breslau als voorzanger. In 1872 werd hij benoemd tot tweede voorzanger en leeraar te Magdeburg; in 1874 tot Oppervoorzanger in Beuthen. Waarna hij in 1879 als opvolger van Weintraub tot Oppervoorzanger van Königsberg werd benoemd. Het vorig jaar vierde hij onder groote belangstelling z’n veertig-jarig ambtsjubileum. Maar... er is méér van hem te zeggen. Méér nog dan dat hij was een edel en goed mensch, die vele jongemenschen met raad en daad heeft bijgestaan. Ver boven z’n werk als geleerde, die aan het nageslacht den Weg heeft gewezen naar de prachtkunst der Joodsche muziek — z’n vele werken zullen een Birnbaum-museum kunnen vullen — gaat uit zijn Zionistisch voelen. De zoon van „Malke, de waardin” uit het ghetto van Krakau, nam mee vandaar de ware gouwewas Zion, die hem bracht naar hen, die voor de zelfbewustwording van ons volk zooveel hebben gedaan. En z’n Zionisme kon hij uitleven in de meesterlijke voordracht van z’n voortreffelijke gazonoes. Een geliefde is voor altijd heengegaan Het bezoek van den Engelschen Opperrabbijn aan de Kolonie. Aan den vooravond van zijn vertrek naar de Engelsche Koloniën op 6 October a.s., zal de Opperrabbijn van Engeland, Dr. Hertz, een afscheid-diner worden aangeboden. Een groot aantal vooraanstaande personen uit het politieke en Joodsche leven van het Britsche Rijk zal hierbij aanzitten, o. m. Lord Reading en Lady Reading, alle vertegenwoordigers der Britsche koloniën te Londen en zeer waarschijnlijk ook de gouverneur van Queensland, Sir Matthew Nathan. , Palestina. Het eerste nummer van een Hebreeuwsch Medisch tijdschrift met den naam van Hazefirah is te Jeruzalem verschenen. De jongste Sjabbos Nachamoe in Erets Jisroeil. De particuliere correspondente van de „N. R. C.” te Jeruzalem vertelt: L.l. Zaterdag was het Shabbat Nachamoe (vertroosting). Deze Shabbat volgt op den 9en dag in de Joodsche maand Ab, die een vastendag is ter herinnering aan de verwoesting van Jeruzalem en den tempel door de Chaldeërs (580 v. Cr.) en door de Romeinen (70 n. Chr.). Zoolang de Joden overal als vreemdelingen aangezien en behandeld werden en hun het recht tot burgerschap ontzegd werd, was het natuurlijk, dat de 9de dag van Ab, een dag van rouw en droefheid was. Maar zelfs toen verloren zij het vertrouwen in de hulp van God en in de uiteindelijke overwinning van recht en waarheid nooit en den eersten Shabbat na dezen dag noemde men den Shabbat der Vertroosting, omdat de vertroostende konde in Jesaja (kap. 40) beginnende met de woorden Nahmoe, nahmoe (troost U, troost U) dien dag in de synagoge werd voorgelezen. Sir Herbert had zijn wensch te kennen gegeven dien dag de godsdienstoefening bij te wonen. Reeds dagen tevoren had men de synagoge schoongemaakt en versierd met tapijten, menourahs (luchters) en gouden en zilveren voorwerpen. De huizen in de buurt waren met Zionistische en Engelsche vlaggen versierd, twee fraaie eere poorten waren opgericht, voor de synagoge was een eerepoort met het opschrift: Gezegend, die komt in naam van God. De lange, smalle weg naar de grootste synagoge, de Choerwat, Rabbi Jehoeda ha Chasid, in het hartje der oude stad, was met tapijten belegd, aan weerszijden waarvan de Maccabim (Joodsche jongelingsvereeniging) in de Zionistische kleuren gekleed en de padvinders post hadden gevat. Een 400 ó 500 genoodigden waren aanwezig. Zoovele verschillende rabbijnen in hunne schilderachtige gewaden ziet men niet dikwijls bijeen, ze waren, op een enkele uitzondering na, allen opgekomen om aan deze gedenkwaardige plechtigheid deel te nemen. Twee toespraken werden gehouden, gewagend van de ellende van het Joodsche volk in het verleden en van de hoop op een gelukkige toekomst. Zeven personen werden opgeroepen om de zegening over de wetsrollen uit te spreken: 6 eerwaardige rabbijnen en als laatste persoon ook Sir Herbert Samuel. Hij kuste de wetsrol en sprak hierna den zegen erover uit. Het is de gewoonte, dat iederen Sabbat na de wetsrol ’n gedeelte uit de profeten wordt voorgelezen; in alle andere landen geschiedt dit uit de boeken, in Palestina echter van de perkamenten rol zelf; hieruit las Sir Herbert ook een gedeelte voor. Toen hij met verheffing van stem en met veel gevoel de woorden uitsprak: Erbarm u over Zion want zij is het huis van ons leven, kwam de gemeente diep onder den indruk van dit oogenblik. Gedurende mijn verblijf in Palestina heb ik reeds vele merkwaardige en groote momenten, groot bovenal voor de geschiedenis van het Joodsche volk, meegemaakt, maar dit oogenblik, Erets Israël, als zoon van zijn volk, den zegen uitsprak over wat zoovelen als het Heiligste beschouwen. De zeer formeele plechtigheden als de begroeting der vertegenwoordigers van de verschillende gemeenten door Sir Herbert en de giften, die hij voor de armen der verschillende gemeenten ter hand stelde, vermochten het opgelaaide enthousiasme der velen in de synagoge en daaromheen niet te beteugelen. Onder het geestdriftig gezang van het Hatikwah en de juichkreten der vele belangstellenden, die voor de synagoge hadden postgevat, om den zoo spoedig populair geworden gouverneur te begroeten en die hem met groote familiariteit en zonder plichtplej gingen. Hedad (hoera) Samuel! toeriepen, aanI vaardde hij op het heerst van den warmen dag, [ te voet, langzaam den langen weg naar zijn wo! ning op den Olijfberg. De „Frankf. Isr.” schrijft omtrent het bezoek van Sir Herbert Samuel: Bij het binnentreden in de Synagoge werd de Hooge Commissaris, terwijl alle aanwezigen oprezen, door Rabbijn Frug begroet met de gebruikelijke lofzegging: „Geloofd zij Hij, die van Zijn eer aan zijn vereerders heeft medegedeeld.” Onder de talrijke aanwezigen bevonden zich ook: Jabotinsky en Ben Jehuda. Geweldige indruk maakte het toen Sir Herbert Samuel de Haftora begon, die nog steeg bij zijn voordracht der woorden: „Op zijn troon zal nooit een vreemde zetelen, enz.” Heel Jeruzalem was op de been en begroette den Hoogen Commissaris en zijn gevolg bij het verlaten der Synagoge, met luid gejubel. Bij de Jaffapoort stond een Eerewacht van Indische militairen opgesteld. Opperrabbijn Löw opnieuw vervolgd. V. D. meldt uit Weenen: Tegen den S-zegediner Opperrabbijn Löw zijn groote betoogingen gehouden. De menigte wilde het huis binnendringen en eischte opnieuw de inhechtenisneming van den opperrabbijn. Er vielen schoten. Militairen herstelden de orde. Palestina. Van de 900 Chaluzim, die den laatsten tijd in Palestina aankwamen, hebben eenige honderden bezigheid gevonden in verschillende takken van landbouw en bij de bebossching, ondernomen door de afdeeling Landbouw en Kolonisatie van de Zionistische commissie. Velen van hen werken bij den aanleg der nieuwe wegen NazaretHaifa en Tiberias-Semach. Een groot aantal vond arbeid te Dilb, 19 K.M. van Jeruzalem, waar 1800 dunain land (een dunam is 30 M2.) door het Joodsch Nationaal Fonds is aangekocht op aanraden van den heer Ettinger, den directeur van het J. N. F. Men wil den oer-ouden terrassenbouw op de hellingen der heuvelen weer doen herleven voor aanplantingen, die in het klimaat van Palestina gedijen zullen en men stelt zich voor, van daar de ontkiemende olijf-, amandel- en perzikboomen over te brengen naar andere gedeelten van Palestina. Een kleine groep van 50 personen werkt te Kalandriah, op 9 mijlen van Jeruzalem, waar men een boomschool en proefstation wil maken. Op een heuvel bij het meer van Tiberias treft men voorbereidingen voor de ontvangst van een groot aantal pioniers. De bebossching van den Karmel zal ook velen werk verschaffen. Een nieuw besluit maakt het de Duitsche families, die vroeger te Haifa gewoond hebben, maar gedurende den oorlog uitgewezen werden, mogelijk naar Haifa terug te keeren. Hun eigendom zal hun teruggegeven worden, met uitzondering der huizen, die de regeering zelf noodig heeft. Nieuwe postzegels met Engelsche, He— breeuwsche en Arabische opschriften zullen uitgegeven worden. Het gemeentebestuur schijnt ook wat actiever te gaan worden, het kondigt tenminste aan, dat de straten verbreed en geplaveid zullen worden. Iedereen, die hier woont en den ellendigen toestand der straten kent, zal deze mededeeling met bijzondere vreugde begroeten. „N. R. C.” --- Wetenschappen. Bij beschikking van den Minister van Onderlijs enz., is met ingang van 1 September a.s, ,an den heer D. M. Levy, assistent bij de Patho3gische Anatomie aan de Rijks-universiteit te ironingen, op zijn verzoek eervol ontslag vereend. --- ZIONISME. Concordia in discordia! Het gebrek aan eenheid bij een volk is een der grootste tragediën van zulk een gemeenschap. Alleen de eenheid en de eendracht in een gemeenschap, het onderling hulpbetoon bij een volksgroep, die bezield is met een sterk saamhorigheidsgevoel kan het onmogelijke, mogelijk, het zuiver denkbare tot een ware werkelijkheid maken. De wedergeboorte of de tweedegeboorte van het Joodsche volk eischt groote offers van ieder Joodsch individu, het Joodsche idividu moet dit stadium der ontwikkeling bereikt hebben, wil hij in staat zijn, zijn geheele persoonlijkheid, zijn „Ik” op het altaar der gemeenschap ten offer te brengen. De Liefde tot de gemeenschap moet een algeheele vrijwillige toewijding zijn, en geen gedwongen, afgeperst offer. Want het eigen belang is het belang der gemeenschap en het belang der gemeenschap (een zedelijke gemeenschap) is het complex der belangen aller individuen. Het bestaan van verschillende partijen binnen het Jodendom geeft nog geen recht te beweren, dat inplaats van eenheid er verdeeldheid in het Jodendom heerscht. In plaats van eendracht zijn secten, groepen en partijen. Want de idee van het nationalisme is de idee der eenheid — aller leden der gemeenschap. Maar „eenheid” veronderstelt verscheidenheid van belangen, de eenheid is de opheffing der verscheidenheid, het is de harmonie, de overeenstemming van het verschillende, en tegenover elkaar gestelde, de eenheid in de gemeenschap is eene harmonie vol wanklanken: het is de uitwendige verdeeldheid, maar innerlijke harmonie. De partijgroepeering in de Joodsche gemeenschap is geen kenmerk van verdeeldheid maar een teeken van normaliteit, dat elke groep naast het gemeenschappelijke einddoel, n.1. dé vrijheid van het volk in staat is haar geestelijke verscheidenheid ten volle te ontplooien. De „burgerlijke” Zionisten verwijten de Joodsche volks-socialisten, dat hun partij-politiek — dat Palestina een bestaansrecht zal hebben, doch hier in de Diaspora vervroegd en ook schalijk is. De Joodsche volkssocialisten zullen op dit verwijt slechts kunnen antwoorden: „Wij vervroegen onze partij-politiek in de Diaspora, omdat wij reeds thans een invloed willen uitoefenen op den opbouw van Palestina om iederen partijstrijd in Palestina te vermijden. Het zwaartepunt van het verschil tusschen de burgerlijke Zionisten en de Joodsche volkssocialisten ligt daarin, dat de burgerlijke zijn „nationaal” in den zin der eenheid van ’t gansche Jodendom, in den geest van haar geschiedenis en toen Sir Herbert te midden der eerwaardige, geleerde gezichten, die zich over de wetsrol heenbogen, in mooi, vloeiend Hebreeuwsch, de taal der toekomst van het Joodsche volk, van zijne overtuiging blijk gaf, was een buitengewoon merkwaardig oogenblik. Sedert vele eeuwen, was dit weer de eerste maal dat de hoogste waardigheidsbekleeder in historische cultuur, de Joodsche volks-socialisten in den geest van het „economische nationalisme” ziet. Naar de opvatting dér burgerlijke Zionisten zal of moet het economische leven in Palestina niet iets speciaals zijn, de logica komt hierop neer, dat de Joden niet als pioniers van het economische leven en het sociale vraagstuk kunnen optreden. Deze schijnbare „logica” bewijst juist het gebrek aan het ware nationalisme bij de burgerlijke Zionisten; hun nationalisme is slechts een imitatie, een nabootsing, zij streven naar iets, om alleen met de anderen gelijk gesteld te worden. Deze burgerlijke Zionisten zijn een reïncarnatie van het Joodsche geslacht. Vóór koning Saul waren er die bij Samuel aandrongen: „Geeft ons een Koning,” niet omdat het koningschap hun innerlijk verlangen was, maar omdat de Philistijnen ook een koning hadden. Deze imitatie heeft later de verscheuring tusschen Jehuda en Israël ten gevolge gehad. De economie van Palestina moet nationaal zijn, d. w. z. men móet met den aard van den Joodschen arbeider rekening houden, want dit is het element dat geroepen en bestemd is Palestina productief te maken. Een „kapitalistisch Palestina” zal op een fiasco moeten uitloopen, omdat de Joodsche arbeider geen automaat, geen aanhangsel van het werktuig kan zijn. Alleen een sociaal Palestina in den geest der prophéten zal kunnen zegevieren. Ik wil hopen, dat de Joodsche bourgeois niet slechts zijn eigen belang koestert, en dat hij blijft meenen dat zijn taktiek het behoud van het bestaande, de juiste is. Zal de geest van dezen tijd hem leeren begrijpen, dat het oude reeds bankroet is? Het streven moet gericht zijn op een Joodsch Palestina, dat als voorbeeld zal kunnen dienen voor alle volken der aarde. BEN DEBORA. (Chaweir „Ben Debora” ’s einddoel is een Joodsch-Palestina. In dat opzicht zijn wij wer kelijk Chaweiriem, vooral daar waar hij sprc van het Joodsch Palestina der Oude Pr van Israël. Of de weg waarheen „Ben Debora” ons «<. Ons Land wil brengen, wél de juiste is, z"Re< wij in het midden laten. Red.) Een geschenk van de Hollandsche Maatscfj— - van Wetenschappen te Haarlem vor Universiteitsbibliotheek te Jeruzalem „De Hollandsche Maatschappij van W , schappen te Haarlem” zond aan het Bondsbestuur van den N. Z. B. hare gezamenlijke uitgazen voor de Universiteitsbibliotheek te Jeruzaem. Deze bestaan uit de volledige seriën der benoemde „Archives Neerlandaises des Sciences ïxactes et Naturelles” en uit de uitgave der Werken van Huygens. De boeken zijn dezer da?en naar Palestina gestuurd. (Wij ontvingen dit bericht van Prof. Dr. L. S. Drnstein, voorzitter van den Nederlandschen Zionistenbond. Waarvoor wij den hoogleeraar lankbaar zijn, omdat wij daardoor in de gelegenheid zijn te wijzen op het feit, dat het Joodsche Volk van een dpr eerste Nedertandsche weenschappelijke instituten middelen krijgt bij de sprichting van ons nationaal tehuis. Zóó begint nen thans ook in die kringen onze zaak te waarieeren. Voor de Nederlandsche Joden zal dit eit wederom een aansporing zijn, om met uiter;te krachten den Palestina-arbeid te steunen, (ed.) Mizrachle. Te Rotterdam is een aldeeling opgericht van le Nederlandsche Mizrachie. --- Stadsnieuws. A.s. Sabbath predikt de heer Rabbijn L. H. Sarlouis ter Groote Synagoge. joodsche Kinderen. Het Comité: Algemeene Amsterdamsche Actie voor het Uitgehongerde Joodsche Kind uit het Buitenland ziet zich weer genoodzaakt, om een dringende opwekking tot de Joodsche bevolking van Nederland te doen, om Joodsche Kinderen bij families onder te brengen. Hoewel wij weten, dat elk liefdewerk op den duur^steeds moeilijker wordt, weten wij toch, dat de Joden van Nederland als een man dit werk van volksredding en van echte barmhartigheid zullen schragen. Men zende geld hiertoe aan den heer H. B. Nijkerk, Westeinde 8, Amsterdam, of nog liever, men neme, indien men er ook maar eenigszins toe in staat is, zulk een kind in huis en men geve hiervan schriftelijk bericht aan den secretaris van het Comité: Mr. Izak Prins, Sarphatistraat 52, Amsterdam. De WelEerw heer Opperrabijn de N. I. Hoofdsynagoge alhier zal Tpn mil? rot? ter groote Synagoge een halachische voordracht houden over het na volgende onderwerp: >\’T NU «p T N-iöjm rwan nt m m Nar a*y tra jmnjD -Sa’rotr nunaa dsn ~i "ion pi nshj? rrau nbm N’Daat mira -ijj Nnajm ratran ’o'wm'Nnajm rutpan rbn rrs noV mbttm1 mb mui? 'bn amen -Naam. roemn j*bn am nam ■t"bn i"S nam 'bm na* a"nbn trmi tt"bn rrs 3"m Ned. Israël. Ziekenhuis. Naar wij vernemen is tot chef der interne kliniek aan het N. I. Ziekenhuis alhier benoemd Dr. D. van den Bergh, bekend arts te dezer stede. Deze benoeming is te beschouwen als de eerste belangrijke stap op den weg naar de reorganisatie van het Ziekenhuis tot een zeer moderne inrichting. We kunnen hieraan toevoegen, dat binnen korten tijd het aantal beschikbare bedden met 40 zal worden vermeerderd, wanneer het gesticht voor krankzinnigen op de Nieuwe Keizersgracht geheel ontruimd zal zijn. Mej. A. Goitdeket, alhier, is benoemd tot leerares in het Fransch aan de Vrije School voor Middel-, Hooger- en Handelsonderwijs te Rotterdam. KERKERAAD. Reglementswijzigingen. Wij ontvingen in druk de reeds vroeger aangekondigde voorstellen van: a. de heeren Aridré Hertzberger en Mr. J. E. Hillesum om wettelijk vast te stellen: „Het beheer en de inrichting der Hoofdsynagoge zijn op traditioneel-godsdienstigen grondslag gevestigd” en een verklaring van candidaat-raadsleden te verlangen dat zij als raadsleden niet zullen ondernemen in strijd met dien grondslag; b. van de heeren Mr. J. E. Hillesum, A. Soep Bz. en M. Bolle Jr. tot invoering van het vragenrecht voor de leden van den Kerkeraad; c. van de heeren M. Bolle Jr., Tob. Groen, J. Arons, I. Brouwer en Mr. A. B. Gomperts, tot afschaffing van het districten-stelsel voor de verkiezing van leden van den Kerkeraad. Zoowel in den Raad als daarbuiten — merken zij in hun al te sobere toelichting o. a. op — waren velen besliste tegenstanders van het districten-stelsel; in de eerste plaats omdat dit stelsel niet voldoet aan de eischen van recht en billijkheid, in de tweede plaats omdat zeker van de zijde van de gemeente geen verschil dient gemaakt tusschen de bewoners der verschillende stadsgedeelten.” Verder is verschenen het rapport der Commissie, in wier handen was gesteld het voorstel van den heer Tob. Groen, om in het Reglement de bepaling op te nemen, dat een commissie, die een voorstel tot reglementswijziging heeft te onderzoeken, haar rapport binnen drie maanden aan den Kerkeraad heeft uit te brengen. Op met redenea omkleed voorstel der comm., kan de kerkeraad dezen termijn verlengen. De Commissie betoogt uitvoerig dat aanneming van dit voorstel het gevolg zou kunnen hebben dat een ingediend voorstel zelfs niet in behandeling zal kunnen komen. Ze ontraadt daarom de aanvaarding van het voorstel-Groen en stelt zelfstandig de navolgende aanvulling voor in het Reglement van Orde voor de vergaderingen van den Kerkeraad: „De Commissies bedoeld bij art. 107 van het Reglement brengen hun verslag binnen zes maanden aan den Kerkeraad uit. „Achten zij bij het verstrijken van dien termijn verlenging ervan noodig, dan gaan zij daartoe over, doch geven gelijktijdig onder opgaaf van redenen, kennis aan den Kerkeraad yan den tijd "'aarmpde de termijn door haar is verlengd.” EDUARD FRANKFORT JTJ Donderdag j.1. overleed alhier de bekende kunstschilder Eduard Frankfort. Ook deze begaafde man is niet meer. Ook hij is van ons gegaan is ontrukt aan zijne hem zoo dierbare familie’ aan ons volk, aan zijn kunstvrienden, aan de maatschappij!... Hij was nog zoo jong. En we hadden hem, den Joodschen kunstenaar, nog zoo gaarne behouden, voor onze Joodsche kunst, voor ons volk, dat hij liefhad met de innigheid en waarachtigheid van de Joodsche kunstenaarsziel, zooals uit zijn kunstwerken zoo duidelijk bleek. De overledene werd 21 Juni 1864 te Meppel geboren uit een respectabel godvruchtig gezin. Hij was een leerling van Prof. Alebée aan de Academie voor Beeldende Kunsten alhier en ex-pensionnaire van H.H. M.M. de Koning en de Koningin. Korten tijd studeerde hij ook aan de Academie voor schilders te Antwerpen. Na volbrachte studiën vestigde hij zich te Amsterdam als kunstschilder. De eerste schilderijen van zijn hand waren typen en voorstellingen uit het Joodsche leven. Wij noemen o.a. het Ochtendgebed, het Geloof, Talmoedstudie, Talmoed-Midrasj. Later schilderde hij interieurs. Van 1905-1906 reisde hij in Zuid-Afrika, waar „menschen en landschappen de voorwerpen zijner studiën vormden, en vaak de onderwerpen van zijn schil. derstukken waren.” Bekend is zijn fraai uitgevoerd schilderij van Mevr. de Boer—van Rijk als Kniertje in „Op Hoop van Zegen”, aanwezig in het Stedelijk Museum alhier. Voorts vindt men mooie schilderstukken van hem te Middelburg op het Stadhuis en in het Museum aldaar. In de jongste dagen werd op de tentoonstelling te Brighton en later te Londen geëxposeerd een zeer geroemd schilderstuk van Frankfort, voorstellende „de Joodsche echtscheiding”. lingen in Arti et Amicitiae. In 1903 verwierf hij I n daar de Koninklijk gouden medaille. Te Arnhem I s behaalde hij bij de „4-jaarlijksche” de zilveren Z medaille. Onderscheidingen verwierf hij te Parijs, u Brussel, St. Louis, Barcelona, tweemaal te Arn- g hem en te Buenos-Ayres. Uit het fonds Willink g en Collem werd hij door Arti bekroond. Hij 1 ti was ook penningmeester en stemgerechtigd lid d van Arti. Bewijzen te over, dat de overledene een I k schilder van naam en beteekenis is geweest, I r wiens plotseling verscheiden een leemte achter- I laat binnen en buiten de hem dierbare omgeving. I f * * * Ij. Op de begraafplaats te Muiderberg is de be- I r treurde kunstschilder Zondag ter aarde besteld. I Hieromtrent schrijft het „Handelsblad’ dat zich I J een groot aantal kunstbroeders aan de groeve I s verzamelde, om den ontslapen makker een laat- I f sten groet te brengen. 1 Daar waren o.a. bestuursleden van „Arti et ( Amicitiae”, de heeren A. Hesselink, voorzitter, 1 A. F. Reicher, secretaris, K. van Leeuwen, twee- ’ de secretaris, de voorzitter der kunstzalen, de I heer W Witsen, de vice-voorzitter van „St. Lu- I < cas”, de heer Krabbé, voorts de schilders Hobbe Smith, Jan Sluyters, Gorter, Van der Tonge, David Schulman en de beeldhouwer Smout. In het reinigingshuis herdacht de Moré, de heer G. d e L a n g e, den jongen echtgenoot en vader, die vier kinderen nalaat. Frankfort was een groot schilder, met veel talenten, maar die desondanks nooit heeft vergeten tot welken stam hij hoorde en uit welke familie hij was gesproten. Hij was een waarachtige Jood, degelijk, I deugdzaam en bescheiden. De herinnering aan I hem als mensch zal nog veel jaren leven, zijn kunst zal nog na eeuwen spreken. Op de groeve legde de heer A. Hesselink een krans van „Arti et Amicitiae” neder. Hij wijdde daarna hartelijke woorden aan de nagedachtenis van den overledene. Hij was een nobel en ernstig mensch, een gevoelig en eerlijk kunstenaar. Hij was een braaf en goed vriend en een groot kunstenaar. Met groote toewijding I heeft Frankfort de belangen van Arti behartigd. De vice-voorzitter van „St. Lucas”, de heer I Krabbé, herdacht den overledene, die reeds van de kinderjaren af een trouw en oprecht vriend voor hem is geweest. Een familielid dankte voor.de bewezen eer. | Allen keerden huiswaarts in het besef, dat een , begaafd, braaf en edel mensch uit ons midden ’ was verdwenen. 3"D"D j De Vereeniging tot Steun van het Neder- I ; landsch-Israëlietisch Seminarium ontving door tusschenkomst van den heer M. E. de Metz, t leeraar bij de Ned. Isr. Gemeente Almelo van ; de heeren Herm. Hedeman en Jacq. Hedeman i aldaar ieder ƒ 100.— en van den heer A. d. F. f m in verschillende afdeelin- aldaar ieder ƒ 100.— en van den heer A. d. P. te Amsterdam ƒ 50.—. In verschillende afdeelin- i gen wordt een opgewekte propaganda gevoerd, 1 waarvan de resultaten in de eerstvolgende jaarvergadering merkbaar zullen zijn. < Door Parnassim der Port. Israël. Gemeente te Amsterdam zijn benoemd de heeren R. J. Ro- ] drigues Pereira als Hatan Torah en J. v. J. del Canho als Hatan Beresieth. Mr. lzak Prins gehuldigd. De secretaris van het Comité van algemeene Amsterdamsche Actie voor het uitgehongerde Joodsche kind in het buitenland, de heer Mr. lzak Prins, is begiftigd met de Duitsche Roode Kruis-medaille 3e klasse. De firma H. B. de Beer verzoekt ons opname van het volgende: • „Naar aanleiding der mededeeling voorkomende onder de rubriek Zionisme in het „Centraal blad” van 20 dezer, dat Sir Herbert Samuel den druivenoogst, die eenige dagen geleden begon, met zijne tegenwoordigheid vereerde in de grootste Joodsche Kolonie Rischon le Zion, beroemd om hare wijnen, die ook naar Nederalnd hun weg vinden, zij herinnerd, dat de wijnen, uitsluitend komende van Rischon le Zion, alleen verkocht worden‘door de firma H. B. de Beer, Amsterdam, die voor Nederland en Belgie den alleen-verkoop heeft der wijnen van de Societe Coöperative Vigneronne des Grandes Caves de Rischon le Zion te Rischon le Rischon le Zion . --- Advertentie __ irNUb4urNL>KiM mëDcDEdLINQEN. PI ATËLIER B. v. MANTGEM H ijl AMSTERDAM HOFlH --- Uit de Provinciën. Geneesk. Gesticht „het Apeldoornsche Bosch.” Tot 4e geneesheer aan het Centr. Isr. Krankzinnigengesticht te Apeldoorn is benoemd de heer D. Schrijver, arts, assistent aan het Krankzinnigengesticht te Franeker. Naar wij vernemen is onze vroegere landgenoot Mr. Isidore Hen thans op den terugreis uit Ned.-Indië naar Nederland. De heer H. de Vries, te Haarlem, is benoemd tot voorzanger, leeraar, enz., bij de Israël, gemeente te Borculo. GRONINGEN. De gemeenteraad benoemde tot leerares in de handwerken aan de Hoogere Burgerschool voor Meisjes Mej. E. Abrahams te ’s-Gravenhage. WINTERSWIJK. Woensdag den 28en dezer, was het een prettige dag voor de kinderen onzer school. Onder geleide van den eerw. heer D. Schielaar, onderwijzer der school, en van den heer M. S. Kan, lid der Schoolcommissie, maakten zij een reisje naar Arnhem en omstreken. Begunstigd door prachtig weer hadden de scholieren ruimschoots gelegenheid te genieten van het natuurschoon om en bij de Rijnstad. Een boottocht naar het Huis ter Aa en de Westerbouwen, waar naar hartelust van schommel, wip en andere speeltuigen gebruik werd werd gemaakt, volmaakte de pret. Zeer voldaan en in vroolijke stemming keerden zij dan ook huiswaarts. Een woord van dank aan allen die de kinderen dit genot lieten smaken, ook aan het Kerkbestuur voor zijne medewerking, alsook aan Mevr. Oudkerk van Amsterdam, die haar sympathie voor het kind liet blijken. Een aangename herinnering zal den kinderen bijblijven, wat zeker zal aansporen tot getrouw schoolbezoek en wat de liefde voor de Joodsche school zal verhoogen. Wederom heeft onze Synagoge een geschenk ontvangen. Het echtpaar H. Menco-Stern, dat dezer dagen z’n zilveren bruiloft vierde, bedacht ons bedehuis met de aanbieding van een heerlijk en tevens practisch cadeau, voor de synagogebezoekers van groot nut. Het bestaat uit een steenen fontein voor waterleiding ingericht. Voor de schenkers een ware voldoening, daar het in een lang bestaande behoefte voorziet. Moge zij een lange reeks van jaren onder de meest gelukkige levensomstandigheden het geschenk aanschouwen en nog zeer dikwijls mogen er voor hen aanleiding bestaan om onze gemeente op dergelijke wijze te bedenken. MIDDELBURG. Zondag, 15 dezer, bracht de Opperrabbijn, de weleerw. heer A. van Loen, onze gemeente en die te Vlissingen zijn jaar- !- lijksch bezoek tot het inspecteer.en der gods- dienstscholen, het opnieuw authorisatie verleenen - aan de Sjougatiem en het bespreken van gee meentebelangen. Bij den ’s avonds gehouden - dienst ter Synagoge vergastte z. weleerw. ons op - eene predikatie, welke op alle aanwe;, zigen een diepen indruk maakte en meerderen de - verzuchting deed slaken: „Mocht de gevierde redenaar ons vaker van zijne talenten kunnen doen genieten!” k Als wij gadeslaan, hoe de Opperrabbijn ondanks het klimmen zijner jaren met jeugdige e zeggingskracht en op buitengewoon boeiende wijze zijne denkbeelden bij zijn gehoor ingang - tracht te doen vinden, als wij zien, dat bij het 1 vele, dat z. eerw. in den zeer korten tijd, dien hij ’ in ons midden doorbrengt, verricht en met nog i jeugdige ijver, dan stijgt in ons op een hartebede tot den Almachtige, dat wij den weleerw. heer - Van Loen in onverzwakte kracht nog vele jaren j tot ons mogen zien terugkeeren. Een nieuwe Oppervoorzanger te Utrecht. Zondag is de heer B. Wallach uit Zürich get kozen tot Oppervoorzanger van de Joodsche geï meente te Utrecht. (Wij gelooven, dat wij Utrecht geluk mogen wenschen met haar keuze. Want in dit verband herinneren wij ons het woord van 'een president van de Joodsche gemeente van Groningen, wijlen den heer H. J. van Hasselt Sr., dat ,,’n gazan ) bij ’n proefdienst en ’n gasen und so weiter met : de mooiste monsters voor den dag komen.” Maar wij hebben den heer Wallach in „der Schweiz” hooren „ooren”, toen hij geen proefdienst deed, en bovendien in Zürich herhaaldelijk vernomen, welk een buitengewone reputatie de heer Wallach als voorzanger heeft. Hij is boi vendien zeer bedreven in de Heilige Geschrifi ten, en wordt in Zürich een knap man op het i gebied van het Joodsche weten genoemd. Wij hoi pen met den heer Wallach de ip Zürich gemaakte t kennismaking in het „Tulpenland” te hernieuwen en wenschen, dat hij er veel toe zal kunnen bijdragen dat de Utrechtsche Joodsche gemeente 1 in bloei toeneemt. Red.) UTRECHT. Bij de Zondag j.1. gehouden stemming voor de vacante betrekking van Oppervoorzanger bij de Joodsche gemeente alhier, is met meerderheid van 63 stemmen gekozen de heer D. Wallach uit Zürich. De nieuwe functionaris zal waarschijnlijk voor de a.s. hooge feesten zijn ambt aanvaarden. ROTTERDAM. Oranje boven! De bewoners der Helmerstraat willen als van ouds lekowed den verjaardag van H. M. de Koningin hun straat versieren en illumineeren en Sien dag gezellig doorbrengen. Reeds heeft zich een commissie gevormd om gelden in te zamelen voor dit doel, bestaande uit de heeren: J. L. Waterman, I. Kolthof, J. Snoek, B. Philipsen, A. Blazer, M. Kookernoot, A. de Haan en B. Bobbe. --- Examina. Te Den Haag slaagden voor het examen handelswetenschappen M. O. voor de schoolacte de heer H. Slagter te Bussum. Voor Hoogduitsch M. O. akte A: Mej. W. M. C. AAorel te Rotterdam. Te Utrecht slaagde voor diploma A Staatsexamen de heer D. Sanders. Geslaagd voor het Staatsexamen toelating aan de Universiteit te Utrecht, de heer I. L. Hamburg. ---