Vereeniging tot behartiging der stoomvaart-belangen in Nederland. MEDEDEELINGEN. ERSLAG vau de veertigste vergadering, gehouden (leu 14 Febr. 1900, ’s nam. 1.30 uur, te Rotterdam in het „Poolsche Koffiehuis”. 'Vervolg op de A.-Editie van 17 Juli) De Voorzitter stelt nu aan de orde e afdeeling : Handelingen vau het Bestuur. Verzoekschrift aan H. M. de Koningin m niet goed te keuren de verordening er gemeente Eindhoven op het heffen an havengeld. Voorstel 240. Den 12 September ontving het lesluur een schrijven van den heer . d. Schuijt te Rotterdam,bevattende de nededeeling dat de gemeente Eindhoven en besluit had genomen om II M te erzoeken op het Eindhovendsche kan al en recht te mogen heffen van 20 en 5 cents. Hij verzocht het Bestnur lij de regeering te Mandringen deze loogere heffing niet goed te keuren. Eenige dagen daarna kwam een gelijk ■erzoek in van den heer Hendriks te 7eghe! Op grond de behandeling van leze zaak niet tot de tegenwoordige lergadering kon uitgesteld worden, leeft het Bestuur gebruik gemaakt van le hem bij de Statuten verleende macht im deze zaak als spoedeiechend dadelijk if te doen. Ter verduidelijking dient, dat de stad Eindhoven tot nu toe voor vaar:uigen bestemd voor die stad, behalve net havengeld aldaar, ook de sluisrelden mocht innen van ’s Bosch t/m. sluis No. 8, hetgeen door de afschaffing der Rijkstollen komt te vervallen. Ter voorziening in dit gemis Wordt de genoemde verhooging thans gevraagd. Op zichzelf beschouwd/kan men dit niet onbillijk vinden, ware het niet dat de gemeente Eindhoven jaren lang hooge inkomsten van de scheepvaart heeft genoten, deze ten eigen bate heeft aangewend en een zeer luttel bedrag heeft ten koste gelegd aan het kanaal. Uit den staat toegevoegd aan het verzoekschrift aan H.M. de Koningin, welk verzoekschrift is opgenomen in de mededeeling No. 81, blijkt dat de gemeente Eindhoven over het 10-tal jaren 1889—1899 totaal ontvangen heeft aan scheepvaartrechter de som van ƒ94,105,64, terwijl vooi onderhoud slechts is uitgegeven ƒ8003,75, leverende een voordeelig saldo van ƒ86,101,92. Rekent mer dit over al de jaren sinds den bouw van het kanaal, dan zijn de koster van aanleg meer dan terugbetaald, doel dit voordeel zou men de gemeenti Eindhoven gaarne gunnen, ware hei niet dat zij voor het onderhoud var het kanaal niet het noodige doet, zoodat het regelmatige verkeer herhaaldelijk door verontdieping wordt belemmerd. Er bestaat bij het Bestuur gegronde hoop, dat H M. Regeering dooi de toelichting bij ons verzoekschrif gevoegd, dm ten duidelijkste de onbil lijkheid van eene verhooging de; rechten aantoont, de aanvraag niet za toestaan. Het lid A. v. d. Schuijt Jr. zegt he Bestuur dank voor zijn spoedig en krach tig optreden, brengt hulde aan het ver dienstelijk werk om door cijfers ovei een aantal jaren zoo duidelijk dei abnormalen toestand te hebben bloot gelegd. 2. Schrijven aan den Burgemeestei van Ouder-Amstel over het opheffei van de stremming van het scheepvaart verkeer, ontstaan door het verbod on het ijs in den Amstel te breken, De leden Verschure en v. d. Schuij zonden den 15 December aan ons Be stuur bericht, dat de vaart door dei kmstel was gestremd ten gevolge ■an gelijkluidende verordeningen van le gemeenten Ouder-Amstel, Nieuver-Amstel en Uithoorn, waarbij s bepaald dat het ijs niet meer gebroken nag worden als het eene dikte van 5 :M. hei-ft bereikt. Toen in Decem>er j.1. het ijs de aangegeven dikte ïad bereikt, heeft de Burgemeester ?an Nieuwer-Amstel voor de brug e Ouderkerk een ketting doen spanien, waardoor de doorvaart geheel ■verd belet. De beide genoemde eden verzochten het Bestuur in deze aandelend op te treden Het ingeïtelde onderzoek deed zien, dat de «aak voor eene dadelijke oplossing niet vatbaar was. De verordening was behoorlijk goedgekeurd en afgekondigd, zoodat liet Bestuur adviseerde de zaak in deze wintervergadering in behandeling te brengen. In het laatst van December viel de dooi in ; toen na eenige dagen de doorvaart nog steeds door den ketting werd belemmerd, heeft het Bestuur zich gewend tot den Burgemeester om opheffing der versperring te vragen, waarop telegrafisch bericht werd ontvangen, dat de doorvaart was hersteld, waarvan aan belanghebbenden mededeeltng is gedaan. Bij de behandeling der voorstellen zal de intrekking der verordeningen worden besproken. 3 Verzoekschrift aan Z.Exc. den Minister van Binnenlandsche Zaken om niet goed te keuren de verordening der gemeente Schoonhoven op het heffen van kade- en havengeld. Voorstel No. 241. Het lid Haentjens heeft zich in het laatst der maand Jannen tot ons Bestuur gewend, met het verzoek te willen steunen zijn verzoekschrift aan den Minister van Binnènlandache Zaken om niet goed te keuren de verordening door den Raad der gemeente Schoonhoven in het leven geroepen. Het Bestuur heeft daaraan gevolg gegeven en zich bij gemotiveerd adres tot ZExc. den Minister gewend. De Secretaris leest de beide verzoekschriften voor. Het lid Haentjens licht de zaak nader toe en deelt mede, dal hij vroeger in die gemeente betaalde / 35 per jaar aan kadegeld. voor 2 jaar is dit verhoogd op ƒ 90 en zal bij de nieuwe verordening worden gebracht op ƒ 150. De aanleiding tot deze laatste verhooging vindt zijn oorsprong in het aankoopen door de gemeente Schoonhoven van den stoombootsteiger van den dienst op. den Lek. Het Gemeentebestuur maakt van deze gelegenheid gebruik om de ondernemingen, die door omstandigheden gedwongen worden aan dien steiger aan le leggen, eene hooge retributie te laten betalen en wel in deze mate, dat de gezamenlijke opbrengst der jaar-abonnementen slechts ƒ25 minder zal bedragen dan de geheele aankoopsom, liet grootste bezwaar ligt evenwel in art. 3 d«-r verordening, waarbij bejiaald wordt dat de Raad de bevoegdheid heeft ieder jaar het bedrag van het haven- en kadegeld vast te stellen, dat door de ondernemingen bij wijze van jaar-abonnement moet worden betaald, wat de deur openzet voor voordurende verhooging en willekeurige handelingen. Alvorens de verordening was goedgekeurd, heeft men bij hem aangedrongen zich te verbinden tot het betalen der reeds genoemde som van ƒ150, onder bedreiging dat wanneer hij daarmede geer genoegen nam, men dagelijks vooi iedere boot ƒ 0,50 zou vorderen. Inmiddels is dezer dagen de verordening goedgekeurd ; hij besloot daarop zijnt booten niet meer aan te doen leggen waarop tegen hem proces-verbaal ii opgemaakt. Deze toelichting geeft aanleiding tot eene nadere bespreking waarbij de handelwijze van het Gemeentebestuur aan een afkeurendt kritiek word onderworpen, terwijl mei algemeen van gevoelen is, dat dergelijkt verordeningen, waarbij aan den Raat vrij spel wordt gelaten, door hoogeri Autoriteiten niet behoorden goedge keurd te Worden. Voorts bespreek men in het algemeen of er bij de we op de openbare middelen van vervoe bepaalde voorschriften zijn gegevei bij het niet meer aandoen eener ge meente. Dit wordt in ontkennenden zii beantwoord. De leden J. Leis en L Smil Jz. betoogen, dat door het plaatsei eener advertentie daarvan kennis moe worden gegeven en op de gebruikelijk wijze mededeeling aan de Autoriteitei moet geschieden. Dit gevoelen word door andere leden ondersteund, omda men het als eene wijziging van dei aangekondigden dienst beschouwt. De voorzitter vraagt goedkeuring aai de vergadering van de bovenvermeld handelingen van het Bestuur: dez wordt bij acclamatie verleend. Alsnu worden de voorstellen aan d orde gesteld. No. 242. Voorstel van het lid firm an der Eist & Matthes. De Vereeniging wende pogingen aan 3t het verkrijgen van gasboeien in et vaarwater de G«ul, ook wel geoemd de Boontjes, in de Zuiderzee abij Harlingen. De Secretaris zegt, dat het voorstel 1 vroeger in onze vergadering is beandeld ; toen is besloten daarvan geen iierk te maken, daar kort te voren en zelfde voorstel door de Vereeniing Schuttevaer in behandeling was enomen. In de jongste vergadering ■an Schuttevaer, die door hem werd ujgewoond, is deze zaak opnieuw beïandeld ; het bleek, dat afwijzend op ien vroeger verzoekschrift was beschikt, rioewel spreker dit vaarwater in het ;eheel niet kent, kan hij mededeelen, lat uit de beraad-lagingen in de vergadering van Schuttevaer h m volkomen iet groote nut eener verlichting van lat vaarwater door gasboeien is geileken. Da Secretaris leest verder de ichriftelijke toelichting voor door den voorsteller ingezonden. De heer St. Martin zet de gevaren aan dit vaarwater verbonden nader uiteen, en verklaart aet leggen van gasboeien van groot belang voor de stoom— en zeilvaart te ichten, te meer omdat het niet mogelijk is met geleide-lichten langs de kust hier iets te bereiken. Bij omvraag wordt met algemeene stemmen aangenomen, dat de Vereeniging zich betreffende de voorgestelde zaak tot de bevoegde autoriteit zal wenden. No. 243. Voorstel van het lid Verschure. O, heffing van de verordening van de gemeente Ouder-Amstel, waarbij het breken van ijs in den Amstel is verboden. De voorzitter geeft het woord aan den heer Verschure. Deze refereert zich aan hetgeen reeds is medegedeeld bij punt 2 van de handelingen van het Bestuur. Ter nadere toelichting deelt hij mede. dat het bestaan van die verordeningen zoo goed als onbekend was, zoodat men op de sluiting niet was voorbereid; wenschelijk ware het geweest, wanneer dit te Gouda of Gou-wesluis aan de scheepvaart was bekend gemaakt, dan had men daar nog een anderen weg kunnen kiezen, nu liep men als het ware in eene fuik. Toen de sleept rein voor de brug te Ouderkerk het doorvaren was belet, werd aan den Minister van Waterstaat getelegrafeerd, waarop geen antwoord werd ontvangen ; een der belanghebbende bij de lading telegrafeerde eveneens en ontving ten antwoord, dat het niet op den wvg lag van Z.Exc. hierin te beslissen, maar dit den Commissaris der Koningin aanging. Bij deze autoriteit slaagde men al evenmin. De vraag, die hier zich voordoet, is van groot belang, omdat het geldt de bevoegdheid van het afsluiten van een vaarwater waardoor de vrije vaait tusschen twee groote koopsteden wordt opgeheven en in dit geval van bijzonder belang, wijl het vaarwater volgens den kadastralen legger een Rijksvaarwater is. De burgemeester beroept zich op het beschadigen der oevers, doch deze zijn niet in onderhoud bij de gemeente, maar bij het Heemraadschap. Dit college heeft niet het minste bezwaar tegen het openhouden det vaart met ijsbrekers. De verschillende groote stoomvaart-maatschappijen, cargadoors, binnenlandsche stoomboot-ondernemingen en sleepdiensten hebber aan de hoeren Mouthaan en Asser advocaten te Amsterdam, opgedrager een verzoekschrift aan H.M. de Koningin te ontwerpen tot het verkrijgen var eene vernietiging van de bedoeldt politieverordeningen. Spreker zegt he voorstel te hebben ingezonden met di bedoeling, dat de vergadering mogi besluiten door onze Vereeniging eet adres van adhaesie zal worden inge zonden. De Secretaris acht het nie wenschelijk om ons tot een adres vai adhaesie te bepalen, daar de zaak voo de binnenlandsche stoomvaart van t veel belang is; bovendien heeft onz Vereeniging, zooals straks reeds i medegedeeld, zich aan de zaak latei gelegen liggen, zoodat een zelfstandij adres meer op zijne plaats is en ooi beter resultaat zal opleveren. Bij de verdere besprekingen word opgemerkt, dat de vaart over Vreeswij bij ijsgang bezwaarlijk is uit te voerer Een der leden meent, dat het de burgemeesters vanjOuder- en Nieuwer Amstel niet zoo kwalijk is te nemer zij maatregelen tegen het breken va het ijs nemen, omdat het voor d Amsterdammers een geliefkoosd uit stapje op schaatsen is, waarvan d neringdoenden hunner gemeenten be langrijke voordeelen trekken. Andere beweren; dat er ter weerszijden va het slop voldoende ruimte blijft bestaa voor de schaatsenrijders. Ten aanzie van het beschadigen der wallen word opgemerkt, dat dit van geen beteekeni is, althans het Heemraadschap heef iet alleen geen bezwaren tegen het reken van het ijs ingebracht, maar dfs op vernietiging der verordeningen ingedrongen ; overigens beroept men ich op het Noordzee-kunaal, dat veel naller is en den geheelen winter wordt pengehouden. De Voorzitter brengt i omvraag het voorstel van het Beïuur om een zelfstandig verzoekschrift an H. M. de Koningin te zenden, rat met algemeene stemmen wordt oedgekeurd. •No. 244. Voorstel van het lid ’erschure te ’s Hertogenbosch. Z.Exc. den minister van W. II. en 7. te verzoeken op het einde van den westelijken oever te Zeeburg bij den ngang van het Merwede-kanaal eene oode lantaarn te doen plaat.-en. De Secretaiis leest de schriftelijke oelichting voor, die bij dit voorstel s gevoegd, waarbij de voorstelller loet uitkomen, dat het inloopen van le Keulsche vaart bij avond veel geraar oplevert om omhoog te loopen, tooral omdat het kanaal naar de Entrepotdokken juist naast het eetst;enoemde uitmondt. De Voorzitter :egt dit volkomen te kunnen beamen. Den vorigen zomer is hij met een fijner booten te Amsterdam geweest; niettegenstaande hij een ervaren loods had, is hij daar ter plaats te nauwernood aan het gevaar ontsnapt van Dmhoog te loopen. De Secretaris vraagt, of dit nieuwe licht geen gevaar van misleiding kan opleveren met andere üebten en of voor het oprichten van gevraagd licht eene goede plaats aanwezig is. Hieromtrent worden geruststellende verklaringen gegeven. De voorzitter stel evenwel voor, dat een onderzoek wordt ingesteld omtrent de meest wenschelijke plaats en het soort van licht ; eerst nadat dit is vastgesleld, omtrent de inwilliging van ons verzoek te requesteeren. De vergadering besluit conform dit voorstel.' No, 245. Voorstel van het lid Haentjens. De Vereeniging wende zich tot Z.Exc. den Minister van W. H. en N. in zake de rivierverbetering hij Malburgen en de overbrugging van den Rijn bij Arnhem. De heer Haentjens, zijn voorstel nader toelichtende, zegt, dat te Arnhem zich eene Maatschappij heeft geconstitueerd, die een groot deel van de gronden, gelegen aan de overzijde van den Rijn tegenover Arnhem, door aankoop in het bezit heeft gekregen. Zij wil deze gronden voor bouwterreinen enz. in exploitatie brengen en om deze nieuwe wijk of toekomstig stadsgedeelte gemakkelijk met Arnhem te verbinden, stelt zij zich voor eene brug, eene zoogenaamde pont a transporteur te bouwen. Bij dit plan sluit zich aan eene gedeeltelijke vergroving van den Rijn bij Malburgen, waardoor de lastige bijna rechthoekige rivierbocht daar ter plaatse zal komen te vervallen. Het gedeelte van die bocht, dat door het nieuwe rivierpand buiten gebruik zal komen, zal aan de bovenzijde met een dijk: worden afgesloten, waardoor eene prachtige haven zal verkregen worden, waaraan te Arnhem zoozeer behoefte bestaat. Het ligt niet in zijne bedoeling om de Vereeniging te verzoeken deze plannen te steunen, daar zij van geheel financieelen aard zijn, maar mochten deze plannen tot uitvoering komen,dan zouden voornamelijk het verkrijgen van eene haven en de doorgraving te Malbergen zaken zijn die de scheep- en stoomvaart bijzonder ten goede zouden komen. Bereids hebben ,. Schuttevaer” en in ondersteuning daarvan de Kamer van Koophandel te Amsterdam adressen gezonden aan den Minister in zake de rivierverbetering te Malburgen en de overbrugging van den Rijn, waarom spreker het gewenscht acht, dat ook de V.S.B N, zich over deze onderwerpen doet hooren, te meer, omdat onze Vereeniging daaraan een krachtigen stoot heeft gegeven, of liever gezegd het initiatief nam om de verbetering van het riviergedeelte bij Malburgen te bepleiten, en daarin dan ook zoodanig is geslaagd, dat bij den Waterstaat de plannen in bewerking zijn voor eene verlegging van het rivierbed, waarbij de geheele rechthoekige bocht zal worden afgesneden. Over dit onderwerp ontspint zich eene belangrijke samenspreking, die hier tot ons leedwezen niet kan worden weergegeven, omdat dit zonder de kaarten en situatieteekeningen, door den voorsteller bij de uiteenzetting van het onderwerp gebezigd, bepaald ondoenlijk is. Het resultaat der besprekingen is, dat het Bestuur wordt opgedragen den Minister van Waterstaat te verzoeken kennis te mogen, nemen van de plannen van de doorgraving bij Malburgen, daar zoowel de doorgraving zelve als de mogelijkheid van het verkrijgen van eene goede haven voor de stoomvaart van het hoogste belangmogen geacht worden. (Wordt vervolgd). ---