Frankrijk Buitenland. 1’ a r ij s , Siu Maart. (Bart. eorr.) De aanstaande ontsnapping van den Hertog van Orleans. — Punten van overeenkomst tusschen den Hertog van Orleans en Napoleon III. — Twee vertelsels over het geslacht Orleans. Indien ik goed ben ingelicht, zal de jonge Her- ' tog van Orleans weldra Zijn gevangenis te Clairvaux, en Frankrijk meteen, verlaten hebben. De heer Constans, weder op het kussen gezeten, zou van plan zijn zich te ontdoen van dezen lastigen gevangene en ziehier wat hij er op gevonden heeft. De Hertog van Orleans zou vriendelijk verzocht worden wel te willen ontsnappen. Op die wijze zou niemand iets te zeggen hebben. Aan de eene kant zou de zoon des Graven van Parijs, zonder Zijn begenadiging gevraagd te hebben, zijne vrijheid herkrijgen en zeker, het vooruitzicht twee jaar te moeten doorbrengen tusschen 4 muren in een doodvervelende gevangenis laat niet na aan de familie Orleans en Haar vrienden onrust te baren. Aan de andere zijde zouden de radicalen den heer Carnot niet kunnen verwijten den jongen pretendent begenadigd te hebben en zoo sou aan beide zijden de eer ongeschonden blijven. Blijft nog over of de Vorst-gevangene er in zal toestemmen te ontvluchten. Unaernanaeungen zijn geoprna cu wurueu vuuiegezet. Ik bega misschien een onbescheidenheid door u nu reeds dit alles te vertellen, maar, wat wilt ge? onbescheidenheid is voor een Parijschen dagbladschrijver maar een pekelzonde. Het is merkwaardig genoeg dat de man, die in 1846 zoo veel bijbracht aan de ontvluchting van Louis Napoleon uit Ham, gestorven is op den dag zelf waarop de achter-kleinzoon van Koning Lodewjjk Philips te Clairvaux werd opgesloten. Er bestaat een legende volgens welke een metselaar, Badinguet geheeten, zijn kiel en zijn werktnigen aandentoekomstigen Keizer zou geleend hebben en dank zij deze vermomming zou de Prins de waakzaamheid van zijn bewaarders hebben kunnen verschalken. De waarheid is, dat er nooit een metselaar geweest is, met name Badinguet. Badinguet is da naam van den held uit een roman van Paul da Koek, zeer gelezen toen ter tijd, en die, men weet niet hoe, de bijnaam werd van den toekomstigen Keizer. Ilij, die rlen Prins-pretcndent te Ham ter zijde stond, heette Charles Thorel. Hij was een klein koopmannetje en de vriend van Thelin, den kamerdienaar des Prinsen. Don 23n Mei 1846 vroeg deze 1. Ti 1 Aar, Erntei-r.fiftü dag zijn cabriolet af te staan. Louis Napoleon van zijn kant had alle maatregelen genomen om te ontvluchten, in overeenstemming met den heer Conneau, zijn geneesheer. Op die wijze, met afgesehoren knevels, het gezicht en de handen bruin gemaakt, een blauwen kiel en een vuile oude broek aan, een langharige zwarte pruik en een smerige pet op, klompen aan de voeten en een steenen pijpje in den mond, met een plank over den schouder, gelukte het Louis Napoleon uit het fort Ham te ontkomen, terwijl zijn dienaar Thelin de aandacht der wachters op iets anders vestigde. Toen hij de laatste afsluiting doorgekomen was, ging Thelin de cabriolet van Charles Thorel halen en dc Prins, steeds de plank dragende, liep den grooten weg naar Saint-CJucnlin op, waar | hij werd ingehaald door den heer Thorel en d; | cabriolet. Louis Napoleon stapte in het rijtuig, j schudde het stof af dat hem bedekte en nam de j [teugels en de zweep in handen om zich voor t: £ doen als een koetsier. De cabriolet kwam zonder ongeval over de grenzen J . J J. V ,1 tl en te Valencicnncs aan, waar ae viucaieimg up ueu trein naar Brussel plaats nam. De heer Thorel, het handelaartje uit Ham, is kort geleden te Itouaan gestorven, na onder het Keizerrijk allerlei eerebaantjes te hebben bekleed en van Napoleon vele bewijzen van erkentelijkheid te hebben ontvangen. De maatregelen, te nemen voor de ontvluchting des Hertogen van Orleans, zullen zij dezelfde zijn die Prins Louis Napoleon indertijd genomen heeft: De toekomst zal het uitmaken, alsook of er andere punten van aanraking zijn tusschen de lotgevallen van Napoleon III en die van den jongen Hertog van Orleans. Zes jaar na zijn ontsnapping uit Ham deed Prins Louis Napoleon zijn Staatsgreep, maar vier-en-twintig jaar later gingen jlij en Zijn dynastie te gronde te Sédan. Indien de jonge afstammeling van ' Lddewijk Philips werkelijk als pretende^h^erla’ngt' op té treden, zal hij wel doen te bedenken dat de geschiedenis zich zelf dikwijls herhaalt^ A||j{gm_zijn ontsnapping en zijn Staatsgreep gelukken, mag lüj Wel passen op een Sédan! Het toeval deed mij nog gisteren een deeltje lezen, geschreven door mevrouw Evans ta Londen en brieven bevattende, wslke de hertog van Welhngton gedurende een reeks jaren aan zijn moeder heeft geschreven. De hertog was nog zeer helder van geest, toen Lodewijk Napoleon zijn Staatsgreep deed tot groote ergernis van Wellington. De woede van den overwinnaar van Waterloo kende geen grenzen, toen do Keizer de goederen der Orleansen verbeurd verklaarde. //Welk een domheid”, schrijft de oude soldaat, //heel de wereld zal tegen Napoleon zijn. Men zal de Orleansen niet beklagen, omdat men niet van hen houdt en omdat het weinig belangwekkends ! slachtoffers zijn, maar die eigenmachtige daad zal ip.Jpr tefpn de horst stuiten”. Ik vraag mij af wat de hertog van Wellington wel gedacht zou hebben vau de houding der Prinsen van Orleans, toen zij, na de nederlagen van 18 70—71, vroegen hun verbeurd verklaarde bezittingen in Er&nkrijk terug te ontvangen. Het Valt niet tegen te spreken, dat het oogenblik door hen gekozen niet zeer gelukkig was. Men heeft niet opgehouden hun die onstaatkundige daad te verwijten en zij zelf zullen genoeg berouw over haar gehad hebben. *■ s $ Deze brief loopt nu toch eenmaal over de Qrleausen. Zie hier om te eindigen twee onuitgegeven vertelsels over het zelfde onderwerp. Toen ds jonge Hertog nog school ging op het college Stanislas te Parijs, was het Zijn grootste genoegen Zijn kameraden, die hun lessen niet goed geleerd hadden, voor te zeggen. Onder een aardrijkskundige les vraagt de meester aan een leerling waar de bronnen van de Amazonenrivier zijn. De leerling stottert de een of andere dommigheid, terwijl zijn huurman, de jonge Hertog van Orleans, zijn bést doet hem al fluisterende op weg te helpen naar de bronnen van dia rivier. De onderwijzer, die dit in de gaten kreeg, beknorde den jongen Hertog en zaideHem: //Als Gij nu zoo knap zijt, beantwoord dan zelf mijn vraag maar eens. Daarop antwoordde de Hertog zeer gevat: //Mijnheer, dat kan ik niet; alleen Frsnkijk ken ix goed. IN U UPli IWCCUü vciuaai. Men heeft de Orleansen dikwjjls hun burger! ijk* heid verweten, maar ieder lid van dit geslacht is eigenlijk zeer gevoelig op het punt van vormen. ,1/0 de wijk Philips zelf hield zich bezig met allerlei vraagstukken van voorrang en etiquettsn. De eerste keer, na de Restauratie, dat Hij zich met Zijne Gemalin naar Lodewijk XVIII begaf, opende men de dubbele deur en kondigde aan Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Hertogin van Orléans (Maria Amalia was eene dochter van Koning Eerdinand I van Napels). Vervolgens deed men een van de deuren dicht en riep af Zijne Doorluchtige Hoogheid den Hertog van Orleans. Deze gestrengheid van etiquette hinderde denPrins. Lodewijk XVIII was onvermurfbaar en geheel Zijn Regeering lang liet Hij hetzelfde cérémonisel uit voeren. Toen Karei X den troon besteeg, was de eerste gunst, die de Hertog van Orleans Hem vroeg, do opheffing van de formaliteit met de deur. De Koning stond Hem dat goedgunstig toe en maakte Hem een Koninklijke Hoogheid, terwijl Hij lachende opmerkte: //Gij vormt een te eensgezinde familie om niet in hetzelfde huis als Uw vrouw te wonen”. s s. --- LEGER en VLOOT. JJe Juilenanr-Koionei uronner, mieuunm. mj ua 2e divisie infanterie, heeft om redenen van gezondheid pensioen aangevraagd. * Te Leiden werd gisteren voor het front der troepen op de gebruikelijke wijze de bronzen medaille voor twaalfjarigen trouwen dienst uitgereikt aan den muzikant van het stafkorps van het 4e regiment C. J. Smit. De luit.-kolonel E. G. C. Bloem hechtte de medaille den muzikant op de borst. * '* De commissie, belast met het afnemen van ! i het eindexamen voor de machinist-leerlingen 2e ki. van het oudste studiejaar, zal bestaan uit den luit. | t/z. le kl. J. H. Strootman, eerste officier aan boord : van Zr. Ms. wachtschip te Hellevoetsluis, den officiermachinist le kl. F. A. Over de- Linden en den luit. t/z. 2e kl. jhr. H. M. De Koek. Het examen heeft plaats op 10 en 11 April a. s. Terstond daarna vangt voor de geslaagden de uitsluitend praotische cursus aan boord van het voormalige jacht Leeuw aan. Deze cursus is beslissend ten opzichte van de rangnommers, die aan de tot machinist-leerling le kl, bevorderde leerlingen zullen worden toegekend. --- Binnenlandsch Nieuws. * AMSTERDAM, 24 Maart. Een zeer belangrijke nota is verschenen van het raadslid dr. Berns in verhand met de aanhangige voordracht tot concessie voor het leveren van electriciteit in deze gemeente, — een voordracht welke in de vorige zitting, zelfs toen de Raad over de algemeene beschouwingen haen en tot een paar artikelen van de voorwaarden genaderd was, wijselijk werd aangehouden, uit onzekerheid wat van gemeentewege het raadzaamst was in een zaak, zoo nieuw, maar tevens zoo bei ngrijk, als da electrisohe verlichting. Dr. Berns schrijft uit Ereiburg in Braiagau. Herwaarts reizende had hij een zeor toevallige ontmoeting, waarvan hij de resultaten in zijn Nota vervat, gewichtig genoeg om althans dit gedeelte er van over te nemen: //Mijn reisgenoot, die te Bingerbrück ingestegen was — dus schrijft dr. Berns — had door zijn intelligent voorkomen mijne belangstelling gewekt. Aangezien de quaestie der electrisohe verlichting ten onzent mij bezig hield, stelde ik hem te Mainz, onder den invloed van de eleotrische verlichting aan het station, de Biet al te onbescheiden vraag: TXT .1 III „L 4- !« Annn n+flfl olootwCpVlft tl VV oom. gy Wcli.iUU.il iu douo oiau ui& verlichting heeft?” Achter den eigenaardigen glimlach van mijn medereiziger, die intusschen een bevestigend antwoord gaf, en mij Darmstadt als zijn woonplaats noemde, zat meer. Zulks bleek mij, na de voortzetting van ons gesprek, toen hij zich aan mij voorstelde als Geheimer Hofrath Professor dr. Kittler, electrotechniker aan het Polytechnicum aldaar. Het is met zijn volle toestemming, dat ik U het volgende ga mededeelen. Men kan zich ten allen tijde op hem beroepen., //Ten eerste is de electrotechniek nu reeds zóóver gevorderd; men is tevens zoover in de kennis en de beoordeeling van alle tot heden toegepaste stolsels met de complicaties, waartoe deze kunnen leiden , dat aan elk Stedelijk Bestuur met volle gerustheid kan worden aangeraden om tot eigen exploitatie over te gaan, ja dat elke Gemeente zulks tegenover haar burgers verplicht is, door den aanmerkelijk geringeren prijs, waarvoor de Gemeente aan haar inwoners electrisch licht kan verschaffen, dan zulks van eenige maatschappij denkbaar is. //Ten tweede is het een feit, dat, behalve in Berlijn, in geen andere stad van Duitschland concessie gegeven is of worden zal aan eenige maatschappij voor electrisohe verlichting, omdat de stedelijke besturen, allengs opmerkzaam geworden op het groote belang, voor de burgerij er in gelegen als de, stad zelve exploiteert, zich reeds nu allerwege in de • ï i. • „7 y-.74o 4 7elatuigs-exp.mens tot de tweede afdeeling der Krijgsschool en den intendance-oursus zullen 14 April a. s. te dezer stede een aanvang nemen. De commissie ten overstaan waarvan die examens zullen worden afgenemen, is samengesteld als volgt: Voorzitter: de luitenant-generaal Van der Star, chef van den generalen staf; leden: de luitenantkolonel Eland, directeur der tweede afdeeling van de Krijgsschool; de luitenant-kolonel Scheitus, der artillerie i dr. Pareau, leeraar bij den intendancecnrsus; cte kapitein Van Buursn, der NormaalSchietschool, zoomede de kapitein van den generalea staf van het Nederl.-Indische leger Beeger en de kapitein van den generalen staf van het leger hier te lande Van Eybergen, beiden leeraars aan gemelde Krijgsschool. Laatstgenoemde kapitein zal tevens de betrekking van secretaris der commissie waarnemen. Aan de examens wordt deelgenomen: voor toelating tot de tweede afdeeling der Krijgsschool voor 14 officieren der infanterie, 1 dor cavalerie en 2 der artillerie van het leger hier te lande; — voor toelating tot den intendancs-cursus: door 1 luitenantkwaytiermeester van het Nederlanosche en door 2 luitenant-kwartiermeesters van het Indische leger. Het aantal opengestelde plaatsen bedraagt: bij de tweede afdeeling der Krijgsschool: 10 voor de officieren van het leger hier te laude en 6 voor da officieren van het leger in Nederlandsch-Indio; — bij den intendance-cursus: 3 voor de officieren van eerst- en 3 voor de officieren van laatstgenoemd leger. * * Onder aanwijzing van den ln luit.-adjudant A. L. Hesta, van het 4e regt. vest.-arte alhier, zulten op last van den Minister van Oorlog bij de constructie-werkplaatsen te Delft 2 meettafels met graadbogen en vizierlinialen vervaardigd worden, bestemd voor de afstandmeting voor de evenwijdige batterij van het fort //Erfprins’ te Den Helder. De le luitenant T. M. Roest van Limburg wordt met 1 Mei overgeplaatst van de batterijen van het 2e regiment veld-artillerie te Leiden bp die te dezer stede. ^ /* 'De Vereeniging voor Handel et Nijverheid alhier was gister-avond in de kleine zaal der Vereeniging (Willemstraat) bijeengekomen tot het kiezen van een nieuw Bestuur. Er waren 35 leden tegenwoordig. Bij eerste stemming werden gekozen, met het achter hun namen uitgedrukt stemmenaantal, da heeren L. G. P. van Bijsterveld (23), H. Pander (24), Tarr n. /on\ ATT C^r^va\rPi Ta. "Vos [17), W. Hanau (18) en J. C. P. Hoogeveen (18). \ Da vijf eerstgskozen heeren waren niet aanwezig, ■oodat hun van hun benoeming kennis zal worden gegeven. De heeren Hanau en Hoogeveeu bedankten. Er waren dus nog vier plaatsen te vervullen, j waarvoor dadelijk de meerderheid verkregen de hesren F. C. J. A. Nogarede (31), B. G. Stempels (24) en J. Z. Hoek (20). De earstbenoemde was afwezig, de heer Stempels nam de op hem uitgebrachte keuze in beraad en de heer Iloek aanvaardde haar. Daarop moest eene nieuwe vrije stemming plaats hebben tusschen de-heeren J. Kok Jz. met 12 en C. H. L. Susan met 10 stemmen. Beiden verlangden evenwel niet in aanmerking te komen, waarop het Bestuur de goedkeuring der vergadering verwierf op het voorstel om aan ’t nieuwe Bestuur zijn aanvulling met een negende lid over te laten. Er zijn dus in het nieuwe Bestuur gekozen: zes leden die zich nog moeten verklaren, een lid dat beraad heeft gevraagd, een lid dat de benoeming heeft aangenomen, terwyl éen zetel nog vervuld mnpfi wnrrlp-T). moei wurucju. De voorzitter, de heer Knuyver, richtte een afscheidswoord tot de vergadering, waarbij, hij de beste wenschen voor den bloei der Vereeniging uitsprak en hoopte dat zij nog vele jaren ten nutte der belangen, welke zij zich nu reeds sinds vijftien jaren had aangetrokken, zou mogen werkzaam blijven. Het Bestuur zou, tot de leden teruggekeerd, met denzelfden lust en ijver daartoe bezield blijven, en spreker deed dit opzettelijk uitkomen om do leden, die wegens de bestuursverwisseling hel voornemen hadden te kennen gegeven om voor ’t lidmaatschap te bedanken, aau te sporen op hun besluit terug te komen. De heer W. Hanau geloofde de tolk der vergadering te zijn, wanneer hij het afgetreden Bestuur dank en hulde bracht voor al hetgeen dit met onverdroten ijver voor de Vereeniging had gedaan. Hierna werd de vergadering jcsloten. i "AT 74- onurlu V,wv\n warTlPmiitl iq flfl Itif.» ■ IN ÜtlrE VVJJ Uiü | geschreven leening voor de exploitatie dsr terreinen j jB het //Hotel Witte brug” geheel volteekend sa zal nog iu de volgende maand een begin wor- | Ion gemaakt met de verbouwing en uitbreiding vau 1 iet hotel. * De heer J.J. Biesing, Molenstraat alhier, expo- £ seerfc een schilderij van Betsy Repelius: //Acrobaat.” | Ds Tijd bevat hst volgend manifest: Het Bestuur van den Provincialen Bond van R. K. Kiesvereenigingen in Zuid- en Noord-Holland, krachtens de machtiging, ontvangen door het besluit van de algemeene vergadering van den Bond op 13 Februari 1889, luidende: //I)e bond machtigt zijn Bestuur om alle gepaste en geoorloofde middelen te bezigen, ten einde te verhinderen, dat het stelsel van den verplichten persoonlijken dienst door onze wetgeving worde bekrachtigd” ; overwegende, dat de Provinciale Bond van R. K. Kiesvereenigingen in Zuid- en Noord-Holland zich in zijne vergadering van den 14n Februari 1888 krachtig heeft uitgesproken voor de opname in het program der R. K. staatspartij van; behoud der plaatsvervanging ; overwegende, dat in zijne vergadering van 2S Februari daaropvolgende de Bond voornoemd zich slechts onder luid protest, en ten einde de eensgezindheid onder de Katholieken niet te verbreken, voor dien keer heeft nedergelegd bij de interpretatie van art. Y van het program van actie, beperking van de kosten en lasten der defensie, volgens welke interpretatie in die woorden wel degelijk het beginsel van: vrijlating der plaatsvervanging, zou zijn gesloten ; overwegende, dat de verdedigbaarheid des lauds het zware offer van de invoering van den persoonlijken dienstplicht volstrekt niet eischt, verklaart; zijn volle adhaesie te schenken aan het manifest van de voorzitters der Noord-Brabantsche kiesvereenigingen, gedateerd 13 Maart 1890, en besluit: zich vcortaan krachtig te verzetten tegen de keuze van leden voor de Tweede Kamer der Stateu-Generaal, die zouden verklaren, een wetsontwerp dat het beginsel huldigt vau den vsrplichtcn persoonlijken dienst te zullen steunen. Het Bestuur van den Bond; Mr. B. M. BAHLMANN, Rotterdam, Voor». T. B. C. TEN HAGEN, ’s-Gravenhage. W. A. BEUKERS, Schiedam. P. J. RAAY MAKERS, Nieuwer-Amstcl. J. P. M. EYGENRAA.M, p.p. Amsterdam. H. W. KOUWENHOVEN, p.p. Beverwijk. A. OP DE LAAK, Noordwijk, Secretaris. Door den Minister van Binnenlandsche Zaken ia een circulaire gericht aan de Commissarissen des Konings in de verschillende provinciën, houdende verzoek aan de Durgemeesxers, wegens net; belang dat de Nederïandsche handel heeft hij het behoud van den uitvoer naar het buitenland, er op te wijzen, dat het van groot gewicht is, dat, voor zoover dit in hun macht staat, zij zoo nauwkeurig mogelijk toezien, dat worde voldaan aan de voorwaarden, door de buitenlandacbe autoriteiten voor den invoer van vee en vleesch waren uit Nederland gesteld. Bepaaldelijk ten opzichte van den uifcvoe? naar Duitschland, is het wenschelijk, dat de burgemeesters, voor zooveel doenlijk, zich overtuigen vau de herkomst der uit te voeren varkens en van het varkensvleescb, en van den omvang en den aard dor handelszaak van dengene, die een. bewijs vau oorsprong vraagt, en dat zij zoo mogelijk maatregelen nemen, dat het certificaat van oorsprong ook werkelijk gebruikt worde voor die waren, waarvoor het is afgegeven, en dat daarvan geen misbruik worde gemaakt. Thans wordt weer gemeld dat het bericht, als zou ds. Heldring te Middelburg bedankt hebben voor de benoeming tot directeur van de gestichten voor lijders aan vallende ziekte, voorbarig is. * Uit Zevenhuizen meldt men ons, dat een begin is gemaakt met hot uitbakenen van den spoorweg Amsterdam—Leiden—Rotterdam. Met ingang van 1 April is de heer J. Romer te Tilburg aangesteld tot adjunet-ingenieur bij do Hollandsche Spoorwegmaatschappij, mat standplaats Amsterdam. De heer J. Schaepkens, te Maastricht, is door den Minister van Onderwijs enz. in Frankrijk benoemd tot //Officier d’Académie.” * De Duitsekers te Amsterdam hebben een adres j gericht aan prins v. Bismarck, waarin zij, nu hij is afgetreden, hem hulde brengen voor alles wat hij tijdens zijn 20jarig Ministerschap voor Pruisen en j Duitschland heeft gedaan. --- POSTERIJEN en TELEGRAPHIE. Bij de Nederïandsche Bell-telepkoonmaatscbappij schijnt, volgens de Stoompost, het voornemen te bestaan, met goedkeuring van de Regeering telephoonnetten in te richten te Baarn en te Hilversum, en intercommunale telephoonverhindingen tot stand te brengen tusschen Amsterdam, Hilversum, Baarn, Utrecht en Arnhem, zoodat de vijf laatstgenoemde plaatsen ook in telephonische gemeenschap zullen worden gebracht met de reeds voor den openbaren dienst geopende telephoonverbindingen Amsterdam — Zaandam — Haarlem —’s Gravenkage — Rotterdam—Dordrecht. Ook de voltooiing van eene intercommunicale telepkoonlijn tusschen Rotterdam, en Schiedam, zoomede tusschen Haarlem en Zand voort, kan spoedig worden tegemoet gezien. Onlangs werd bericht dat de heer Collette, inspecteur, chef van het technisch beheer der Rijkstelegraaf, vergezeld van den heer Van Eek, directeur vau het Rijkstelegraaf kantoor te Amsterdam, naar Londen zouden vertrekken, om met de gemachtigden der Engelsche Regeering iu overleg te treden nopens het ovememen door Nederland van de helft der kabels tusschen Zandvoort en de Engelsche kust, m, a, w. om Nederland in het medebezit van de Anglo-Nederlandsche telegraafkabels te brengen. Ds bovengenoemde Nederïandsche en da Engel- sche gemachtigden hebben thans — naar de Sloompost verneemt — de grondslagen vastgestold, waarop hunne Regeeringen kunnen onderhandelen om het gewenschte doel te bereiken. Komt Nederland in het medebezit van de kabels, dan zal onze Regeering met de Engelsche hebben te zorgen voor het onderhoud en de eventueele vernieuwing of vermeerdering van de kabels; maar zal tevens de helft der ontvangst van de kabelseinkosten in de Nederïandsche schatkist vloeien. De Gemeenteraad van Krimpen a/d. IJssel heeft besloten zich te verbinden tot de naleving der voorwaarden, waarop volgens de bepalingen van het Koninklijk besluit van 1886 een Rijkstelepkoonkantoor kan worden gevestigd, en den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid te verzoeken, d : maatregelen 1c nemen, die noodig zijn, om deze gemeente weldra in het bezit te stellen van een telephonische gemeenschap met Krimpen a/d. Lek. Volgens bericht van genoemden Minister, zou da gemeente in de kosten voor don aanleg der verbindingslijn niets behoeven bij te dragen. ---