TELEGRAMMEN. Munchen, 22 Maart. De Koning van Beieren heeft Keizer Wilhelm per telegraaf in hartelijke bewoordingen met zijn verjaardag geluk gewenscht. Lonilon, 22 Maart. Graaf de Jamac, Fransch gezant alhier is heden avond overleden. De Prins van Wales is heden avond vertrokken naai- Parijs. --- BINNENLAND. ’s GRAVENHAGE, 23 Maart. RESIDENTIENIEUWS. In Berljjnsche hofkringen spréékt men volgens de Wes. Zei t. vaneen verloving tusschen Prins Alexander der Nederlanden en de oudste dochter van Prins Frederik Karei, Prinses Marie. De strijd over het restitutiestelsel duurt inde pers nog steeds voort. Terwijl de conservatieve en ultramontaansche bladen de nieuwe vinding van de «Standaard”, voor welk blad zij voor eenige maanden nog slechts enkele woorden overhadden, om het hardst toejuichen, wordt van liberale zijde bij herhaling niet alleen het gevaarlijke, maar ook het onpractische en onlogische van het nieuwe onderwijsprogram aangetoond. Overtuigend is naar onze meening in verschillende organen betoogd, dat zelfs de grondslag, waarop de nieuwe eisch der clericalen wordt gebaseerd, volkomen valsch is. Niet met phrases, maar met feiten en voorbeelden is in het licht gesteld, tot welke ongerijmdheden men komt, indien men zich met de «Standaard” plaatst op het standpunt, dat de burgers, die den staat of der gemeente door het oprichten van bijzondere scholen kosten uitsparen, recht hebben op restitutie voor het volle bedrag. En wat antwoordt nu daarop het antirevolutionaire hoofdorgaan? Tracht zij aan te toonen, dat haar systeem kan worden doorgevoerd zonder de grootste ongerijmdheden in het leven te roepen? Tracht zij het bewijs te leveren, dat op elk gebied haar nieuwe rechtstheorie in praktijk kan worden gebracht zonder tot verwarring en verbrokkeling aanleiding te geven ? Volstrekt niet. In haar heden verschenen nummer stemt zij toe, dat op elk ander gebied haar theorie niet opgaat; zij stemt toe, dat een burger, die op eigen kosten een pomp of een straatweg aanlegt en daardoor de gemeente kosten uitspaart, geen recht op restitutie laat gelden maar, voegt zij de liberalen toe, begrijpt gij dan niet, dat gij uw eigen scholen in minachting brengt door ze met pompen en straatwegen te vergelijken? «Staat het met de school, zooals het met een stadsslachthuis staat? Heeft de school geen hooger adel, geen fijner bewerktuiging, is ze aan geen hoogere en dus andere wetten te onderwerpen dan een gasfabriek of een Liemur-inrichting ? Geldt wat van de si '.stoebehooren tot waterverversching, vrije comin unicatie en afvoer van vuilnis geldt, daarom ook van de school?” Alsof dat hier de kwestie was! Alsof door iemand beweerd is, dat scholen en pompen in alle opzichten als res ejusdem generis moeten worden beschouwd! Neen «de Standaard” weet beter. Er is niet beweerd, dat een pomp van even «fijne bewerktuiging” is als de school, maar wel dat dezelfde motieven, waarom «de Standaard” haar recht van restitutie voor de bijzondere scholen vindiceert, eveneens en met hetzelfde recht kunnen worden aangevoerd door de eigenaars van particuliere pompen, waardoor de gemeente de kosten van gemeentepompen uitspaart. Niet op de «fijne bewerktuiging” der school, maar op de uitsparing van kosten aan de gemeenten heeft «de Standaard” haar eisch gebaseerd. Om aan te toonen, dat de eigenaars van pompen geen recht kunnen doen gelden, zal zij eerst moeten aantoonen, dat het eenige motief, «de uitsparing van kosten”, daar ontbreekt. Kan zij dat niet, dan heeft zij inde oogen van ieder onbevooroordeelde thans reeds haar proces verloren. »De Standaard” deelt med,e, dat van radicale zijde zeer wordt geijverd voor het behoud der theologische faculteit aan de Rijks Hoogfrscholen. Zij acht het nn zoo goed als zeker, dat die faculteit blijven zaL De hertog van Tetuau, benoemd tot gezant van Spanje te Weenen, heeft heden de residentie verlaten, nadat Z. Exc. gistenen de brieven welke hem uit zijn betrekking van Spaansch gezant alhier temgroepen, den Minister van Buïtenlandsche Zaken had ter hand gesteld. De heeren De Pinto, De Charro en Eyssell hebben den Raad voorgesteld, van het Rijk een .subsidie te vragen ten behoeve der Hoogere Burgerschool. Men weet, dat van al de gemeentelijke instellingen van dien aard de school te ’sGravenhage de éenige is, waaraan dat subsidie totnogtoe niet werd verleend. Onze geachte stadgenoot dr. Koppeschaar, leeraar aan de Hoogere Burgerschool, heeft zich op uitnoodiging van Burgemeester en Wethouders belast met een analyse van het duinwater. Een uitvoerig verslag van zijn onderzoek, dat naar men ons verzekert de gunstigste resultaten heeft opgeleverd, werd heden den Gemeenteraad aangeboden. Dr. Koppeschaar stelt zich voor, inden loop van den aanstaanden zomer na eenigszins aanhordende warmte en droogte zijn onderzoek te herhalen. Inde heden gehouden zitting ven den Gemeenteraad is ingekomen een voorstel om aan de heereh De Sonnaville en De Wijs een vrij uitgestrekt terrein aan de landzijde van het Badhuis op grondrente uitte geven. Die heeren hebben namelijk het plan opgevat om op de scheiding der gronden, gelegen vóór het Badhuis en het Hotel Gami, een galerij op te richten, bestemd voor winkels. Daarboven zouden appartementen worden gebouwd, om die aan badgasten te verhuren. Onder de voorwaart-en, waarop wordt voorgesteld den grond voor dezen bazarbouw beschikbaar te stellen, is o. a. de bepaling opgenomen, dat het geheel in Mei 1877 moet voltooid zijn. Burgemeester en Wethouders hebben den Gemeenteraad voorgesteld, het getal der hulponderwijzers 2de klasse bij de openbare scholen met éen te vermeerderen. Die vermeerdering is het gevolg van het toegenomen aantal leerlingen op de armenschool inde Tullinghstraat. De Gemeenteraad verbond aan zijn besluit van 23 Februari jl. tot verlaging van den gasprijs de bepaling, dat geen nieuwe verbruikers zullen worden toegelaten, zoolang niet de tweede fabriek in werking is. In het belang van hen, die de aanstaande kermis met tenten of kramen zullen bezoeken, heeft het college van dagelijksch bestuur thans voorgesteld, op die lieden de genoemde bepaling niet toe te passen. Een gelijk voorstel werd gedaan ten aanzien van de zóodanigen, in wier perceelen door de werklieden der gemeentelijke fabriek gasleidingen werden aangebracht vóór het besluit van 23 Februari. Inde heden gehouden zitting van den Gemeenteraad is dr. D. L. Van Wely, ter vervanging van den op zijn verzoek eervol ontslagen gemeente-verloskundige, dr. Van Praag Heymans, als zoodanig benoemd. Aan het gymnasium hier ter stede worden gevraagd leeraren inde Fransche, Engelsche en Hoogduitsche taal-en letterkunde, ieder op een jaarwedde van fl2OO. Naar ons wordt meegedeeld, is het aantal sollicitanten nog niet zeer greot, en dat verwondert ons niet, want al- is het aantal uren, dat in ieder van die talen les moet worden gegeven, gering, ook het tractement is naar verhouding laag. Zou het, mogen wij vragen, niet in het belang zijn dezer inrichting, dat minstens twee van bedoelde betrekkingen gecombineerd werden? Wij weten wel, dat ook thans inde oproeping van B. en W. het solliciteeren naar het leeraarschap voor twee talen door éen persoon niet wordt uitgesloten en zijn wij goed ingelicht, dan komt ook werkelijk onder de sollicitanten iemand voor, die voor twee talen in aanmerking wenscht te komen maar zou het niet wenschelijk zijn, dat althans de mogelijkheid van combinatie duidelijker inde oproeping werd uitgedrukt? Uit het verslag van den staat en de verrichtingen van het Museum van modéme kunst alhier, over het vorige jaar, blijkt dat de belangstelling van het publiek zeer was verflauwd. Tegenover dit gebrek aan belangstelling bij particulieren staat evenwel het verblijdend feit, dat opnieuw eender leden van ons Vorstelijk Huis een blijk van belangstelling inde kunst heeft gegeven, daar het Z. K. H. den Prins van Oranje heeft behaagd het donateurschap der Vereeniging te aanvaarden. Alhoewel het aantal leden was afgenomèn, kon de toestand der geldmiddelen toch niet bepaald ongunstig worden genoemd. Een hernieuwde poging om het subsidie der gemeente te zien brengen op de som van f 1000’sjaars, had schipbreuk geleden; doch vanwege het gemeentebestuur was op een andere wijze getoond , dat de uitbreiding van het Museum haar niet geheel onverschillig is. Op voorstel der commissie van beheer der aanstaande tentoonstelling zal namelijk in ’t vervolg de waarde der totnogtoe door het Gemeentebestuur ter beschikking gestelde gouden medailles, alsmede het batig slot van de opbrengst der tentoonstelling worden aangewend tot den aankoop van éen of meer schilderijen, die aan het Museum zullen worden afgestaan. Inden loop van het jaar ’74 is het Museum uitgebreid door den aankoop van «Bozen en papavers” door mej. G. J. Van de Sande Bakïiuyzen, en «Schiegenoegen,” door A. Waldorp. Het aantal bezoekers beliep omstreeks 2000. Het verslag wordt besloten met een dringend beroep op de belangstelling en ondersteuning der ingezetenen, ’t Is te hopen, dat dit beroep thans weerklank moge vinden en het volgend verslag niet weder kan aanvangen met een droeve klacht over vermindering van de publieke belangstelling. Vele leden van «Oefening kweekt kennis” herinneren zich waarschijnlijk nog wel »vriend Victor”, die reeds voor twee jaren aan mr. Jacobson, werkend lid van dat Genootschap, 1 inden vorm van aanteekeningen een zoo uit| stekende stof voor een lezing verschafte. Welnu, vriend Victor, die nog steeds in ons nationaal tooneel evenveel belang stelt, is gisteren opnieuw in Diligentia geïntroduceerd. Ditmaal betroffen de aanteekeningen, die door den heer Jacobson tot een lezing waren omgewerkt, bijna uitsluitend Multatuli’s Vorstenschool en de opvoering van dat drama. Eerst werd ons een overzicht gegeven van den inhoud van dat kunstwerk, waarmede Victor en wij durven gerust zeggen ook de heer Jacobson, want de vrienden schijnen althans op kunstgebied zeer te sympathiseeren zich zeer ingenomen betoonde. Wel wees hij op enkele gebreken, wel erkende hij, dat het als drama geen goed afgerond geheel vormde, maar toch was z, i, de vorm zoo voortreffelijk, de rijkdom van verheven ideeën zoo groot , de karakterteekening van de hoo.fdpersoon in het drama zoo goed gelukt, dat hg het een kunstwerk van zuiver gehalte meende te mogen noenjen. Op tal van schoone passages in het dezer dagen zooveel besproken stuk vestigde de heer Jacobson de aandacht zijner hoorders, terwijl hg tevens de voor het groote publiek mi? duidelijke intrige uiteenzette. Met kracht kwam ijj op tegen de ook door letterkundigen van naam gesperde bewering dat Vorstenschool voor 'hst tooneel niet geschikt zou zijn. De macht der feiten had reeds die bewering gelogenstraft, maar 'de ppreker toonde tevens de onjuistheid van het door ,dje letterkundigen ingenomeiï standpunt aan. Alleen kunnen deze schepping t o o n e e lschepping veroordeelen, die aan een drama den eisch stellen dat de intrige ook door den minst ontwikkelde terstond wordt begrepen en tot jn de* détails op de planken wordt afgesponnen. Dat is in Vorstenscbool niet het geval. Multatuli heeft gehoor gegeven aan de les van Scribe, dat de auteur I het publiek tegel ij kertijd tot vertrouwde en tot ' dupe moet maken, want hij heeft aan de hoofdpersonen reeds aan het slot vanhet eerste bedrijf eenige woorden inden mond gelegd, die veel te denken overlaten, maar toch den seherpzinnigea hoorder of lezer den sleutel geven voor de oplossing van de intrige die volgt, maar --en dit is ongetwijfeld een fout hij heeft daarbij op het bevattingsvermogen van het publiek te veel vertrouwd en op de slotscène van de eerste acte, die voor de ontwikkeling van het stak en voor het begrijpen der intrige van zoo overwegend gewicht is, niet genoeg nadruk gelegd, zoodat zij inden gedachtengang van de meesten een te flauwen indruk achterlaat. Uitvoerig stond de redenaar stil bij de karakterteekening van den Koning en de Koningin. Terwijl hij de edele figuur van Louise volkomen recht deed wedervaren, was hij daarentegen met de teekeningvan Koning George minder ingenomen. Ook hij noemde het een fout dat de Koning in het begin van het tweede bedrijf eerst wordt voorgesteld als een botterik, als een onnoozele en daarna reeds in hetzelfde bedrijf het bewijs geeft vaneen geestkracht en een gevoel, waarover men verbaasd staat. Het motief, door den auteur in zijn voordracht te Delft tot verontschuldiging van die fout aangevoerd, kon hem niet bevredigen. Indien, zeide hij, Multatuli, om welke reden dan ook, het karakter van den Koning niet wilde voltooien, zooals hij het begonnen was, waarom dan niet liever het begin van het bedrijf nog gewijzigd dan daaraan een slot toegevoegd, dat, naar hij zelf gevoelde, met het begin niet in overeenstemming was? , Na de pauze sprak de heer Jacobson over de opvoering van het drama en den invloed, dien die opvoering op ons nationaal tooneel zal kunnen uitoefenen. Aan de meeste acteurs, die een hoofdrol op zich namen, werd hulde gebracht. Het spél van de heeren Haspels, zoowel dat van den heer D. Haspels, die de rol van Koning George zoo meesterlijk weergeeft, als dat van den heer J. Haspels, die als Van Huisde den fijnbeschaafden doch geslepen diplomaat vertolkt had spreker het best voldaan. Ook de heeren Le Gras, Van Nieuwland en Van Zuylen 4- de laatste voor zijn spel als Herman wérden met lof vermeld. De actrices kwamen er minder goed af. Noch de Koningin-moeder, noch de eeredame vain de Koningin hadden zich boven het middelmatige weten te verheffen. Beter voldeed Elize Baart als Hanna de naaister. In haar ziet de heer Jacobson een veelbelovende dilettante, die nu reeds vrij goede rederijkersallures heeft, doch nog weinig tooneelroutine. En dan eindelijk Mina Krüseman? Bij de beoordeeling van haar spel stelde de spreker op den voorgrond de hoogst moeilijke taak, die zij op haar schouders nam, en den dank, dien alle kunstvrienden haar; verschuldigd zijn, dat zij ten minste de opvoering mogelijk heeft gemaakt. Z.i. is er in haar spel veel te laken, maar ook veel te prijzen. Zij mist een klankvolle stem en fijne modulatie, zij mist ook blijkbaar de physisehe kracht, die noodig is voor hoog tragische momenten, maar zij maakt veel goed door haar beschaafde manieren, welgekozen standen en natuurlijke, ongedwongen manier van spreken. Niet inde Vorstenschool maar ineen flink geschreven conversatiestuk zoo was de conclusie zou zij bij voortgezette studie een schitterende ster kunnen worden. Vooral daarom verheugde de heer Jacobson zich met zijn vriend Victor inde opvoering van dit kunstwerk, omdat zij zich daarvan ook voor het vervolg iets goeds beloofden voor ons tooneel. Thans was gebleken, dat er ook met een betrekkelijk middelmatig gezelschap nog wel iets goeds is te leveren, mits het stuk slechts goed worde ingestudeerd en gerepeteerd met medewerking en onder leiding van den auteur zelf. Tot heden was dat in Nederland geen gewoonte. Twéé a drie repetities werden meestal voldoende geacht en de auteur ternauwernood bij die repetities toegelaten. Het voorbeeld, thans met Vorstenschool gegeven, verdient navolging. De auteur moet aan de acteurs zijn wenken geven, zijn opvatting meedeelen, en wederkeerig moeten zij op elkaar inwerken. De acteurs moeten gewend worden aan preventieve critiek vóór de openbare opvoering, en de auteurs onder de repetities hun stuk naai- de behoeften van het tooneel wijzigen en aanvullen. Zoo geschiedt het in Frankrijk en Engeland bij de voorbereiding van ieder stuk van eenige beteekenis zoo zal het ook in Nederland moeten geschieden voordat het beschaafd publiek in het nationaal tooneel bevrediging van kunstzin zal zoeken. Door kerkvoogden der Ned. Herv. gemeente alhier, is tot organist benoemd J. A. H. Van Hartrop, thans in die betrekking te Oegstgeest. De politie heeft zich inde laatste dagen eindelijk en gelukkig het lot van de honden, waar die als trekdieren gebruikt, neen misbruikt worden, ernstig aangetrokken. Een zeer groot aantal geleiders , men spreekt van ongeveer 209, toch heeft zij bekeurd, omdat de last voor de beesten te zwaar was. Hartelijk hopen wij, dat op dezen weg zal worden voortgegaan en wij hier niet te doen hebben met een tijdelijke stipte handhaving der wet. Er moet een einde komen aan de dagelijks toenemende onmenschelijke behandeling der beesten. Blijkèns officiëele kennisgeving za] de kermis alhier beginnen Maandag 10 Mei e. k. en eindigen Dinsdqg 18 Meid. a. v. ' Wiî varnnmnn nov: [Inn.] ;_;.AÏ:‚;LL_ ‘ zijde, dat er: alle gròncl is!5 om te värwacht_eu‚ ’ dat de aanleg van de spoorweg van Leiden naar ' Woerden weldra verzekerd zal_ zijn. _ 1 ——-—————___ 1 Aan een particulieren briefvan een ' officier, in garnizoen teKotta—Radja, dd. 5Febr. [ 1875, ontleenen wij ‚het volgende: __ ‚. ' . -- \ ».... Ik dacht dat de berichten van den! \ correspondent van de »Java-Bode“ overdreven ; waren, maar' ditmaal heeft ‘hij niem dan de ; treurige waarheid gesehreven. -Er is 'op' eén, onbegrijpelijke wijze geageerd bij gelegenheid“ \. van den aanval op Longbattah, ‘die ons als een\. »overwinning” werd getelegraphe'ei‘den "wáar-‘ – voor men kolonel Pel het. konimanideurskrjuis ‚ schonk. . \ Het 10e bataljon, majoor Vander Meer, ige‘ leid door kolonel Pel, mareheerde,vahde miner-“ zijde op Longbattah en geluk’_ne het‘de‘mi'sjgigit te veroveren. In plaats van d1t_belangrijke punt te behouden, rukte men v&ârder .ldoor 1îm'är Lâm-4 permej en den "andy e ge egen .ei 0 e missigit dad%alîjk we:? te bezetten. nfi Bij ‚den morsch naar Lampermej__ werd de ambulance nie}; edegenomen‚ maar by de reserve… (kolonel Pel) aätergela„ten‚ {net dat gevolg' dat bij den rampzaligon terugtocht de gâWonden door' officieren en minderen moesten gedragen W.og ‘ n. Op dien terugtocht; die.veolvm een in ' t had, verloor het bataljon 40 dooden-en gewone den. Volgens het verhaal van ooggetuíg'ân _' maakten sommige gewonden _ zooals de e luitenant—kwartiermeester M. —— zichzelf. van kant, om niet levend in ’svvijands handen‘te _vellen. Er was een oogenblik, dat majoor Ya_h de: Meer zelf het bataijonsvaandel moest verdedigen} toen ‚dg voor- en achterhoede het hoofd had te bieden kan 9?» _stouten aanval de_s vijands met de klewang, "De ‚doode soldaten [-Hèt' _men in âle modderpoel liggtìü‘î' die nog;-;l A ‘Vier . . 4 \ gt:ä:ìdfê: b;talïmx‚ _majoor; Romswinckel, geleid ! door overste ‚Wiegand >»..s eheí van den. “stut" Wij vernemen van goed ingelichte zijde, dat er alle grond is om te verwachten, dat de aanleg van de spoorweg van Leiden naar Woerden weldra verzekerd zal zijn. marcheerde langs Atjeh, om in zuidoostelijke richting Longbattah te bereiken. Op zekere hoogte gekomen, hoort men in Longbattah het «Wilhelmus” blazen. Dit was het signaal voor het bataljon, dat men te Longbattah oproept om gezamenlijk verder te ageeren. Overste Wiegand begrijpt het evenwel anders; denkende dat majoor v.d. Meer wil aanduiden dat het doel van den tocht bereikt is, geeft hij last om naar Kotta-Radja terug te marcheeren, zonder zich eerst met de kolonne v.d. M. te vereenigen. Majoor Eomswinekel, die zich niet goed kon voorstellen dat de missigit Longbattah zoo gemakkelijk genomen was, daar men bijna niet had hooren schieten, raadde den overste nog aan om den weg te volgen, dien de kolonne Vander Heyden den 24n Januari 1874 genomen had, maarte vergeefs. Niemand benijdt kolonel Pel het kommandeurskruis der Willemsorde, maar men vindt het vreemd, dat hem dit geschonken wordt op een telegram, zonder eerst de rapporten behoorlijk af te wachten. Had kolonel Pel dienzelfden dag de missigit niet laten hernemen door majoor Van Zij 11 de Jong met een batterij berg-ar.ri'erie en een detachement van 50 man infanterie, van de geheele overwinning zou niets overgebleven zijn dan de gewonden en het telegram.....” Inde Zaterdag den 3n April te \. s+erdr-n te houden vergadering van de eenigiug voor Statistiek in Nederk ïd zullende volgende vraagpunten van actueel belang beha'-leid worden: o. De wenschelijkheid vaneen uitgewerkte Sl. istiek der Wisselkoersen te Amsterdam en te Botterdam, met aanwijzing van de vermoedelijke oorzaken, die tot daling of rijzing aanleiding gegeven hebben. 20. Over het goede van het moderne Socialisme (de Katheder-Socialisten) en de gevaren, aan die richting verbonden: a. voor een te uitgebreide staatszorg, b. voor miskenning van individueele rechten en verplichtingen, en voor een ook staathuishoudkundig verkee materialistische richting. (Ook met het oog het nieuwe Tijdschrift: «Vragen des Tijds”.) 30. Over den meest wenschelijken vorm om te verkrijgen, dat al de kinderen op hun 10de jaar kunnen lezen en schrijven. 40. Welke voorwaarden moeten vervuld worden, alvorens de tegenzin tegen algemeenen dienstplicht in Nederland zal kunnen overwonnen worden? 50. Over het verband tusschen het Koloniaal stelse’ en de ondersteurmg bij natuurrampen door bijzondere liefdadigheid of door uitgaven van Staatswege. Gouda, 21 Maart. De technische directeur der Stearine-kaarsenfabriek alhier is niet, zooals dezer dagen werd bericht, aan de Stearine-kaarsenfabriek «Apollo” te Schiedam geplaatst, maar is nog steeds in zijn betrekking. Het onjuiste bericht is waarschijnlijk daardoor ontstaan, dat een voormalig geëmployeerde aan het bureel der Stearine-kaarsenfabriek «Gouda” sinds eenigen tijd aan de fabriek te Schiedam werkza n is. Utrecht, 22 Maart. De eens zoo beroemde paardenmarkt op Palmzondag aan De Bildt telde eergisteren nog geen twintig paarden. Op de paardenmarkt, gisteren alhier gehouden, waren 971 paarden aangebracht. Er was veel handel zoowel voor het binnen- als buitenland. Spanpaarden werden voor f2603 verkocht. * Maastricht, 22 Maart. De arrondiscements-rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in zake het duel, gehouden op 25 Nov. jl., en den ln luit. jhr. B. v. T. veroordeeld tot 15 dagen cellulaire gevangenisstraf, terwijl de getuigen, de heeren v. E., bn. d. A. v. 8., M v. K. en D. tot een boete van f 50 of subsidiair 3 dagen gevangenisstraf zijn veroordeeld. Naar wij vernemen, zullen zij zich tot Z. M. den Koning wenden met het verzoek om gratie. * Deventer, 23 Maart. Nabij deze stad is hedenmorgen door den spoortrein overreden de heer 8., wonende te Diepenveen. --- Rechtswezen. Voordracht voor rechter inde sements-rechtbank te Amsterdam mrs: jhr.&W.AI»- Kemper en E. Boas, rechters-plaatsvervangeIS yj der sterdam, en jhr. J. C. J. ridder Van Rappard’ arrondiss.-rechtbank te Assen. --- Maatschappij tot bevordering der bouwkunst. Woensdag den 17n Maart 11. werd een vergadering' gehouden van de Afdeeling ’sHage der Maatschappij tot bevordering der bouwkunst. Nadat drie nieuwe leden waren aangenomen, en ingekomen voorstellen tot wijziging van het reglement waren besproken, werd door den secretaris een rapport voorgelezen, dat ingekomen was vaneen commissie (bestaande uit de heeren ,1. .1. Delia, G. Brouwer en W. C. T. Bresler), benoemd tot beantwoording van de 2e der gestelde vra 'mn’ luidende: Is het wenschelijk, dat de landsregeering in elke gemeente vaneen genoegzaam aantal zielen "eén ambachtsschoolsticht en onderhoudt, of moet de oprichting en instandhouding van deze hoogst nuttige werkmansscholen aan de particuliere belangstelling en liefdadigheid worden overgelaten? Zou het wenschelijk zijn, dat de Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst haar werkkring uitbreidde, door te trachten het onderwijs inde bouwkunst meer rechtstreeks te bevorderen? De conclusie van de beschouwingen der Commissie komt hoofdzakelijk hierop neder: 10. dat, hoewel de oprichting van ambachtsscholen zeer moet worden aanbevolen er toch ernstige pogingen aangewend moeten worden om ook langs andere wegen bekwame werklieden te verkrijgen; 20. dat de oprichting en instandhouding van ambachtsscholen aan de particr'iere belangstelling en liefdad:gheid moet worden overgelaten en 30. dat het wenschelijk zou zijn, dat de Maatschappij tot bevordering dér Bouwkunst de haar ten dienste staande middelen aanwendde,' om ook' op 'iet gebied van onderwijs werkzaam te zijn. De heer Vogel gaf zijn aangekondigde beschouwing over het onlangs verschenen boekwerk van den ’ er H. C. A. L. Koek, med. dr. te Utrecht, getiteld nmetrie of bevallige proportiën.” Spr. meende voor een oogenblik ter zijde te moe*en stellen ol' dr. Fock gelijk had met alle autoriteiten, die over dat punt het woprd hadden gevoerd, te bescheidden dat zij óf niet de ware definitie van symmetrie be'-repen, óf haar slecht hadderi toegepast. Die definitie luidde, bij monde van Aristoteles als volgt: symmetrie is »de eenvoudige en daardoor in het oog vallende on(?er,;nge maatverhouding der verschillende deelen vaneen vr irwerp, d:e door betrekkelijk kleine getallen kunnen uitgedrukt worden of, wat hetzelfde zegt, wanneer die dee en dooreen betrekkebjk grooten deeler kunnen gedeeld worden.” De vraag geldt alleen of de middelen, die dr. Fockons aan de hand gnaii om bevallige proportie inde bouwkunst te verkrijgen, nut kunnen sticlf ,i. Bovenstaande definitie nu wordt dcor den schrijve ■ i de volgende wijze verklaard. Wanneer bijv. een lijn . i 130 centimeter in drie dee’en verdeed is, waarvan hóï bovenste 30, het middelste 10, het onderste 60 cudimeter lang is, noemde men die lijn symmetrisch verdeeld; wanneer intusschen die dee'en lang zouden zijn 22, 29 en 79 centimeter, dan was zij niet symmetrisch verdeeld. In het – srste geval hebben die getallen een grooten gemeenen dee'er, welke hier is het getal 10, on die aanduidt dat de verhouding door de kleine getallen 3,4 en 6 kan uiigedrukt worden. In het laatste geval hebben die getal'en geen anderen gemeenen deeler dan de kleine eenheid, en de ver- is alleen uitte drukken door de groote getallen 22, 29, 79. hangezièn nu de?e getallen raoejen voorstellen de afmetingen van lichamen in hoogte, ijreedfe en (engte, zoo komt het er maar pp .pap, aaii tp tpopep,1 jyelk nut men dparyan kan trekken, omdat het' nóg niet zoo duidelijk blijkt, dat bijv, van twee gebomyen of bouw? eenheden, waarvan het eene tot hoogte en breedte de verhoudingsgetallen 3 en 4. of 21 en 28 had (vyat bijna hetzelfde is als 22 en 29) schooner zou zijn hij een lengte van 42 dan bij die van 79. Men hooreden schrijver in »de beroemdste werken van menschelijke kunst.” De ark van Noach was s—lB en 3. Hierbij werd gewezen op het opmerkelijk verschijnsel, dat die verjuist dezelfde was als die, die men bij 6èll Wfldfeïf ahfltreft. Welke overeenkomst is, gr pi tusSchén een platte j ark en een juist hoogopgericlité figuur? De schrijver vervolgt nu met een aantal beschreven maten van Israelietische bouwwerken vanaf de Ark des Verbonds tot den tempel van Salomo en geeft daarvan alleriei proportiën, als 5—3—3; 20—10—1; I—l—l-- -3 enz. i verband bestaat er nu tusschen deze verhoudir i. wanneer toch e.ndigen de kleine verhoudingsge; 'en, wat noemt de schrijve.- klein of groot? 1 ierna volgen de veihoudingen van meer bekende stichtingen, als de Egyptische pi-amide vrn Gizeh, waarvan de rechte hoogte, schu’ i ie laag'e en breedte tot elkander in reden staan als 4—5 en 6, en van de Egy it’sche obelisken, w:: arvan de bovenbreedte, onderbreedte en hoogte zich tot elkander verhouden als 10—16 en 160. Is deze laatste proportie nu zco eenvoudig, en welke overeenkomst bestaat er tusschen een piramide en een obelisk? De heer Vogel zag hierir dat de schrijver iets geheel anders bewees dan hj we -icht meende en eenvoudig aantoont, dat onze schoonhe i. .vet met de proportie wordt afgeleid van den kunstvorm van elk voorwerp op zichzelf en niet door get,1 i vooraf te bepalen is, en aar gezien er nu niet de minste eenheid van geest is tusschen de piramide inde woestijn en de obelisk voor den tempel, omdat ze beide ten afzonderlijke b'- stemmmg hadden en dos ook verschillende karakters moesten dragen, daarom was de proportie zoo veranderlijk. Bovendien, een kunstwet te ontleenen aan de Egyptische piramide, die eenvoudig: een w'sk.instige figeer is en alleen door haar reuzengestalte aller verwondering wekt, is in strijd met de kennis van den bouwkunstenaar. Een kunstgewrocht is het dan, als het lichaam is samengesteld, bijv. uiteen voet, een midden en een hoofd.. Door zichtbare tegenwerking van steunen, en dragen of van. kracht en last, van opvoeren en bekronen, ontstaat dan eerst inden architectonischen vorm een inwendig leven, waardoor de stereometrische of lichamelijke levenloosheid tot een soort van zelfstandig organisme wordt herleid. Dr. Fock vervolgt verder over de Grieksche kunst en geeft de bekende orden van Vignola, die hij ons als een «commando” wil oph rgen, daarvan tot voorbeeld. Elk bouwkunstenaar nu weet, dat die meening geheel onjuist is; niets is meer in strijd met die doodende wet van Vignola dan de Grieksche gezuilde tempels zelf, waarvan er geen twee dezelfde zijn. Vignola gaf zijn orden alleen in dat tijdperk der renaissancekunst, toen een Michel Angelo den troon der wereldberoemde kunstenaars had beklommen en door zijn machtig talent zich geheel en al boven elke wet inde kunst verhief. Zijn leerlingen echter, aan wie de vrijheid niet was toevertrouwd, geraakten daardoor op een dwaalspoor en sloegen tot bandeloosheid inde kunst over. De vitruviaansche academie verzette zich daartegen, en Vignola, een harer ijverigste jonge leden, gaf zijn ordekaart in ’t licht om de kunstenaars tot de orde te roepen. Alleswas daarop in maten afgemeten en de pi oportie van alle kunstvormen vast bepaald. Zeker was het Vignola destijds eer te vergeven dat hij zijn verdwaalde tijdgenooten zulk een doode wet trachtte op te dringen, dan nu aan dr. Fock. In ieder geval is de eerste voorwaarde voor den kunstenaar dat hij aan geen vaste wet bij wijze eener formule gehouden zij, doch in alle vrijheid zijn kunst beoefent en regelt naar geheel andere eischen dan die eener symmetrie, door dr. Fock verkondigd. Spreker trad nu ineen uiteenzetting der Grieksche kunst en hare hooge waarde op het gebied der schoonheid, omdat elke kunstvorm werd ontworpen naar de plaats, de bestemming, de constructie, het licht en de kleur met volkomen kennis der perspectivische en optische werking inde open natuur en het geheel de uitdrukking moest zijn van het toenmalig maatschappelijk en zedelijk leven vaneen volk. De “kracht van den kunstenaar ligt juist inde bestudeering van al die eischen, die in telkens afwisselende vormen zich ook telkens anders zullen verhouden. Hoe meer nu dr. Fock nadert tot de samengestelde kunstwerken, hoe zwakker en onbestemder zijn verhoudingscijfers worden. Bij den Griekschen tempel, die uit betrekkelijk weinig eenheden bestond, waren ze nog talrijk; inden Germaanschen tempel verflauwen ze meer en meer. Zijn pogingen om den roem der Gothische kathedralen te bewijzen uit zijn symmetrische formules, zijn dan ook niet veel meer dan krachtelooze pogingen, die in het renaissance-tijdperk geheel verdwijnen. Wanneer nu dr. Fock meent, niet noodig te hebben »de architectuur in haar geheelen omvang, inde perfectie te kennen en bestudeerd te hebben” om uitspraak te doen over het recht van twee kunstenaars, waarvan de een Vignola’s voetsporen drukt en de ander zijn eigen kunstweg vrij bewandelt, dan dwaalt hij zeker. Voor dat oordeel is er juist veel kennis noodig. Tegenover het. beweren van dr. Fock dat men nam. inde bouw-, zang- en dichtkunst steeds moet werken naar een vaste maat, stelt de spreker het volgende: Nooit kan er een proportie of Vaste maat worden aangegeven, in welke kunst ook. Verander ineen gebouw het profil, de kleur en het licht, en ge hebt reeds een andere proportie verkregen bij dezelfde hoofdmaten. Nooit zal een letterkundige voordracht of een poëtische schepping in iemands gemoed doordringen, als zij zuiver op de maat of kleurloos wordt voorgedragen en nooit zal een lied iemand treffen, als het gezongen wordt met onberispelijk maatgevoel’. Bouwkunst wordt dan kunde; poëzie rijmelarij en het lied een deuntje zonder meer. Met het boek van dr. Fock inde hand wordt ër opnieuw bewezen, hoe moeilijk het is over bouwkunst te spreken of te schrijven, laat staan iets zelf uitte voeren zonder dat men de leidende beginselen dier schoone kunst kent. En toch geschiedt dat inden regel. Wat moet men bijv. zeggen, wanneer men ziet dat nog dezer d ren een onzer intelligentste organen met zulk een ode en diepe verachting een architectonisch project I> -egent, dat in iéder geval aanspraak heefc om met I- ,:heidenheid te worden ontvangen en beoordeeld Is het reeds werd gedaan dooreen beschaafd collf. e, mannen der wetenschap, staande aan het hoofd eener staatsinstelling van hooger onderwijs. Of weten : die buiten de uitvoering onzer kunst staan, het in den regel beter dan wij ? Zou men dan werkelijk moeten aannemen dat uitsluitend de architecten in Nederland zelden of ooit predispositie hebben, wanneer zij óf toevallig, óf uit voorliefde de bouwkunst kiezen om daarin hun kunsttalent te ontwikkelen; immers hoé hoogst zeldzaam wordt aan het werk vaneen architect een welkomstgroet gebracht. Weet men dan niet, dat zelfs het grootste genie, als hij zijn eerste schepping inde wereld brengt (en dan toch heeft hij al lang gestudeerd) dat met overtuiging doet, ofschoon hij jaren daarna zelf den staf breekt over zijn eigen werk en dit telkens opnieuw doet na eiken arbeid? Is er dan geen studie noodig of staat dan toch nog altijd zulk een ontwikkeld genie, zoowel bij den aanvang als later, gelijk of la- er dan het door ervaring niet gerijpt talent van dén leek of kunstliefhebber? Een zoodanige redeneering zou men kunnen afleiden uit het leadirg-artikel der »N. R. Courant” van 13 Maart jl. Aan het oordeel vaneen architect wordt niet meer recht (dat is natuurlijk inden zin van bevoegdheid) gegeven dan aan dat der andere leden der oudheidkuntT-m commissie of in ’t algemeen personen, niet uitvoerders oo architectonisch terrein. Arme corypheeën in ons hes etend kunstvak, tegenover zulk een aantal erkende mannen op elk ander gebied van den menschelijken werkkring in Nederland ! Ind en werkelijk zulk een bevoegdheid zou moeten worden toege'.end aan de niet-u.'tvoerende machten tegenover de mtzoevende in het college der oudheidkundige commissie in Nederland, in zake onze hedendaagsche bouwkunst, dan, arme bouwkunst der 19e eeuw! Juist de architecten moeten en kunnen ook zeker het best waken dat onze kunst inde a'leveerste plaats beantwoordt aan de eischen die, in gceden zin, de tijdgeest stelt, omdat zij tege'jk met hun archaeologische studiën toch nog altijd voor individuen of lichamen yap onze maatschappij de woningen moeten inrichten en bouwen met de beschikbare materialen en werkkrachten van onzen tijd. Dat is de eisch die, als programma, nu en altijd voor den architect heeft voorop gestaan en waarmede zijn natuur en opvoeding was saamgeweven. De leeken loopen zeker het meest' gevaar, zich te laten leiden door hun liefhebberijen, omdat bovengenoemde uitvoering niet hun werkkring is en zij daardoor meer kans loopen om hoofdzakelijk verzamelaars van antiquiteiten te, wórden, waarvan dë prikkel, we zien het dagelijks om ons heen, steeds toeneemt. Hun woningen worden musea, staande geheel buiten verband met de wereld daaromheen. Daarom zijn juist die leden eener oudheidkundige commissie, die als zoodanig de ij verigsten zijn en het meeste nut stichten, het minst geschikt om over nieuwe bouwwerken te oord eelen. Spreker bewees deze stelling uiteen aantal voorbeelden, die de geschiedenis van het verleden ons geeft; zij besliste soms over den bloei onzer kunst in hare grootste tijdperken. In ieder geval was hij het eens met het oordeel dat zijd vrifend Yosmaer, lid der commissie van oudhóQpn, gaf in »Het Yadórlaijd” yan \ Maart jf., jqen Hij óver” dé critici’ van' Multatulil! ‘VórktenschbÓi het volgende ijeerschreèf: »Ik heb mij vaak vervyonderd qvey de genpikkejijkhejd, waarmede pérsongy, die niet meerden leeken iij de kunst «ij m-pen Oordeel gereed hadden oyer de mogelijkheid ypn een opvoering ten tooneele. Sommigen wisten al vooruit, dat het stuk geheel ongeschikt was voor het tooneel; gebrek aan handeling, te lange gesprekken, te veel betoog enz., enz. Br waren zelfs critici, schrijvers soms van zeer veel theorie of geschiedenis, maan dje nog nooit getoond hadden bekwaam te zijn, tien regels te scheppen van iets dat naar kunst gelijkt, die deze meening her? genoegen' yerkoi^djgdefj. M. H., ik wenschte hier alleen regels te vera in lijnen. Verder voègt de heer Vosmaer er nog bij: »Het is grappig om te zien, hoe zulke stuul neeii die zelf geen eindje zouden kunnen lasschen en a| woordenboek moeten opzoeken wat lij of loef is, eIl!, staan te bewijzen dat de lading slecht gestuwd e’ j De spreker uitte ten slotte den wensch dat, zoo' jall in het belang onzer kunst wilde medewerken, ' J jr zou optreden met motieven en zijn naam, zOO®5 Fock (dit ter zijner eere) dat deed. w,ordt Indien dan een critiek in kiesche vormen Ct"- gesteld, niet inden beleedigenden toon der »N- 'pi dan zij mén ook verzekerd een bescheiden a"‘",het te zullen ontvangen. Niemand onzer architecten» oor sluiten voor de opinie van het publiek; hij nll( altijd wel trachten op te vangen om daarDfdieV te doen. Hij teekent alleen protest aan tegen di .jjp leeken of kunstliefhebbers, die zich op onkiese 0f de bevoegdheid geven, om boven den kuns“j oyer boven het publiek een vonnis uitte sprek hun werk. y die Tot opheldering van deze belangrijke voordrac met onverdeelde aandacht werd gevolgd werd® ’ den spreker verschillende afbeeldingen ter besen gesteld. Vaa,i» De heer Rosé behandelde ten slotte de vraag,” (ot(|e is de moeilijkheid gelegen vaneen ontwerp. schoone bouwkunst behoort? Na u’tvoerige wingen kwam spr. tot de conclusie dat demoelJptee« inde bouwkunst vooral daarop nederkomt, <>m \ va'1 reeks van eenheden, die ieder de subiectieve je het aangename bezitten, een collectieve eenheid .jj brengen, die een bepaald bedoelde objectieve ' jer heeft verkregen; en voorts dat de strenge toeP?sLt ni*1 verhoudingen, naar vaste wetten, inde bouwku is vol te houden. , .-„«.o def8Ajit,'> bekend onder den naam van »De Rodd® p nu een oude jonge dochter van 70 jal'el!' o"' van dat zij de kinderschoenen uittrok, e® gebonden en zedeloos leven leidde, kek* door dronkenschap, werd in November de gevangenis ontslagen, waarin zij schillende diefstallen, tezamen genomen, doorbracht. Dezer dagen is zjj, door den pn daartoe aangezet, weder schuldig geblek® diefstal vaneen wollen en een katoenen halsdoek en bevindt zich alzoo in voo* (Je arrest. Zij zal nu op haar hooge jaren v0 zesde maal zich voor den rechter moet"11 antwoorden en waarschijnlijk haar nieuW® treding der strafwet met eenige jareg Ér’ genis moeten boeten, Zaterdag heeft inde Boterstraat te op een kamer een twist plaats gehad tus5 ~ zekeren M. en zijn huisvrouw, van wie M scheiden leeft, welke twist zoo hoog Ü®P’ j,»t hij haar met een mes een lichte wond in,o0i' 1 aangezicht heeft toegebracht. De man i® de politie aangehouden. – 00"^ De kerkeraad der vacante Hervormde GeUl te H. ging 11. Zondag een dominé hoof®11' jjgt ook, deze eenvoudige mannen geraakte11, ..„j spoor bijster, koohten een kalf enkwame11 allen dronken des avonds tehuis. . d* Dat de landbouwers, als hun schapen 'ft, weide jongen werpen, zooals dikwijls g®b go, op hun hoede moeten zijn voor de gulzige is hier dezer dagen opnieuw gebleken. nl. de aandacht van den landbouwer J. Z*?!8» teKnijpe, dat een rnenigte raven heen en '' vlogen onr een zjjner schapen. Al aanstonds * e bijzonders vermoedende, loopt hij er naj3’rei> en vindt de geraamten van twee pasg®b. ei> lammeren, van welke de raven het vlees® de ingewanden reeds bijna hadden versl°n --- Familiebericht Huwelijken, Geboorten en Sterfgevallell' BURGERLIJKE STAND VAN ’S GRAVENHA^’ 23 Maart. . Bevallen: G. M. Melhado, geb. De Lm* * Belinfante, geb. Santcroos, z, —C, V, ton»'1:' 2 'n'M*' ohen>d- —A. M. Lorjé, geb. B®U|d' d, C, A. rinerry, geb. v. Drongelen, z. J. M. '?• \ J. hutzen, geb. Van Rooy, d. M. Bijmans, geb. Gond'*^, W. v. Breemén, geb. Jansen, z. M. H. Wassen»1 geb. Knemulder, z. —H. J. Platteèl, geb. Floors, z. j. Overleden: C. Olymans, wedr. v. J. C. Kroese,» y J A. Krapels, z. sm.—C. J. Zaalberg, jm. 20 j. W. Blom z. IJ j, .1. Freignem, geb. Koster, 24 j. *f, Smits, wedr. van A. M. Vermeulen, thans echtgl V!6* Ijk Meefout, 60 j. —J. p. Kohier, wedy. van V. v.'d.Bfvé' 54 j. A. C Spoor, d- '1 jj. —J.A.v. dj Berg, jrn. 4 J. Groen.d. ?nS. —'.l. Aiv.d. m, fi uit de haarlemsche, nieuwe rotterdamsghe COURANT EN HET HANDELSBLAD, blaart. GEHUWD. G. Broens en L. Kobes. – Sinderen. BEVALLEN. Jjj- R- M. Gratama, geb. Ribbius, d. – Haarlem. *°- A. C. Van Barneveld, geb. Van Riemsdijk, d. – . Dedemsvaart. ]•*• H. G. J. Soeters, geb. Wansleven, d. z. – Budel. :?• F- Hurmans, geb. Hoekveld, z. – Dresden. A. B. S. Colenbrander, geb. Stoesak, d. – Zutfen. nt A. Schepers, geb. Scheuër, z. – Grouw. A. M. Botman, geb. Van Thiel, d. – Enkhuizen. A. M. Tijsen, geb. Blom, d. – Loenen a/d. Vecht. ,u- G. P. Heyl, geb. Mense, z. – Iloogeveen. **• C. v.d. Horst, geb. Gerritsen, d. – Weesp. £*• A. Blokhuis, geb. Kreulen, d. – Zutfen. o,- G. A. C. Vening Meinesz, geb. Den Tex, d. – Amsterd. 9} A. Van Ploeg, geb. Stokvis, z. – Rotterdam. 99 '|G Van Nieuwenhuizen, geb. Geluk, z. – Prinsland. H. Van Linden van den Heuvell, geb. Visser, z. – . „0 Vlaardingen. ;*• A. M. v.d. Linden, geb. Muysson, d.d. – Rotterd. S,aart. OVERLEDEN. J- F- W. Glaser, M. G. 62 j. – Eiland Rozenburg. V A. Willinge Kijmmell, geb. Homan, wede. 81 j. – . Peize. *■ J- E. Tegelaar Werff, geb. Cromhout, wede. 43 j. – Rrummen. D- De Jong. M. G. 67 j. – IJselmonde. ]"■ J. Loots, geb. Bakker, wede. 75 j. – Haarlem. M. Van de Waal, geb. Docters, 61 j. – Schijndel. !“• A. Ter Plegt, geb. Duytshoff, 51 j. – Warmenhuizen. jA A. B. Wijsman, geb. Brosse, 37 j. – Amsterdam. .!!• C. J. Buteux, geb. Van Heemstra, 34 j. – Middelburg. Iq’ G. M. Doyer, V. 62 j. – Zwolle. „G D. A. Degering, M. 36 j. – Kampen. f'- E. De Gres, geb. De Roy, wede. ... j. -’s Bosch. „JJ- G A. Koning, wedr. 84 j. – Tessel. $ f‘. Bakker, M. G. 60 j. – Groote I.indt. E- M. Heijkamp, geb. v.d. Hargh, 74 j. – Rotterd. „]■ S. Hartz, d. 8} j. – Amsterdam, o]- A. Knook, geb. De Vogel, 47 j. – Dordrecht, f,- G Schatborn, z. 21 m. – Rotterdam, oo *G Eap, wedr. 74 j. – Nieuw Helvoet. ,?“• G C. Van Essen, M. G. 77 j. – Amsterdam. 'G G. C. De Meijer, geb. Aardenhout, 77 j. – Rotterdam. ---