BINNENLAND. De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. ’sGRAVENHAGE, 6 Juli. XI. Antwerpen, 2 Juli. Aan mevrouwde P . .. geb. van Z... te ’s Hage. Deze brief, mevrouw, wordt aan u persoonlijk gericht, omdat ik niet gaarne zou zien, dat hij in handen kwam van uw echtvriend. Getrouwde mannen moeten dit stukje maar niet lezen, en ik dank den Hemel, dat ik zelf nog a prendre ben, omdat ik het stellig alleen daaraan toeschrijven mag, van u een zoo vereerende opdracht te hebben ontvangen. U vraagt mij een oordeel over de afdeeling: Tissus, Vêtements et accessoires ter tentoonstelling, over de Modes dus. Maar mevrouw: c’esttouteunehistoire! Doch ik zal mijn best doen en u vrij en openhartig mijn meening zeggen. De mannen (de getrouwde) dreigen flauw te vallen als ze het woord Mode maar hooren, want het roept hun liassen vol naaistersrekeningen voor den geest. De vrouwen worden voor ijdel, behaagziek en . . . dom uitgekreten, omdat ze dansen naar de pijpen der grilligste en onredelijkste aller godinnen. Tegen het laatste kom ik op, al zou ik er bij de mannen het ostracisme door beloopen. Noch de vrouw is dom, die zich onderwerpt aan de mode, noch de mode is onredelijk in haar vorderingen. Als ik een Duitsch professor was, beproefde ik u een wijsgeerig opstel te leveren, waaruit blijken zou dat, indien men de Mode beschouwt in hare historische beteekenis en in betrekking tot de ontwikkeling der maatschappij, alles uit de natuur der dingen zelf voortspruit, alles is gelijk het niet anders wezen kan! Mr. C. Vosmaer 1 is van oordeel, dat Mode altijd bestaan heeft bij de Romeinen onder den naam van Sa e c u 1 u m, d.i. eeuw en hij wijst dan op de mode der eeuw van Frans I, Lod. XIV, XV enz. Dit is niet geheel juist. Voor wat Vosmaer bedoelt, bezigen wij het woord S t ij 1, dat in zijn beteekenis juist het kenmerkende, namelijk: het wisselzieke der Mode mist. De Mode is van lateren tijd en dagteekent uit de Revolutie in 1789, toen bij de opheffing der standen, de kleederdracht hare symbolische beteekenis verloor. Had vroeger elke stand, elke kaste een eigenaardige uitmonstering (lijfeigenen, vrijen, poorters, geestelijken, geleerden, edelen enz.), nauwelijks hief de Nationale Vergadering het onderscheid van stand en geboorte op, verklaarde ieder tot burger of burgeres, of het onderscheid in kleeding verviel. Zoodra dus het kostuum ophield het zinnebeeld te zijn van eene afzonderlijke kaste, door geboorte of stand aangegeven, maar het symbool werd der algemeene vrijheid, gelijkheid en broederschap, trad de mode op als heerscheres. Niet meer gehouden, een bepaald en bijzonder karakter uitte drukken, maakte de Mode gebruik van haai- vrijheid om, tegemoetkomende aan eenden mensch ingeschapen zucht naar afwisseling, elk seizoen haar zinnen op iets anders te zetten. En het is werkelijk de vraag of de moderne kleederdracht in vergelijking met die der vroegere eeuwen, de hardhandige critiek verdient, waarmede gewetenlooze getrouwde mannen, haar trachten zwart te maken. Ik, voor mij, moet althans eerlijk bekennen, niet zonder, somtijds hevige, maar steeds zinverrukkende gewaarwordingen die lange rij van toonkasten, waarin de grootste “tailleurs pour dames” hun kunstwerken te pronk stellen, in oogenschouw te hebben genomen. Ik ben begonnen, mevrouw, bij het onderste lid. Inde Fransche afdeeling vindt gij door de firma’s Boudier, Dressoir, Premartin, Beber, Augs. Tretin en R. Goïon, bottines, schoentjes, muiltjes, kaplaarsjes tentoongesteld, die een jonggezellenfantasie in lichterlaaie zetten. Er waren zelfs klompjes, mevrouw, die mij deden smachten naar de gazons van Klein Trianon, naar de voetjes et tout le reste der bevallige herderinnetjes, wie ik ’t altoos vergeven zal van met haar klompjes den vuurspuwenden krater van het Schrikbewind te hebben opengedanst. Ik wil niet spreken van die satijnen, met goudloover beslikte muiltjes, die mij de verrukkelijke melodie eener wals van Labitzka toewuiven, die mij in verbeelding den arm doen slaan om de ranke leest eener in wolken van kant gehulde, als op het schuim der zee gedragen Aphrodite, want de gewone bottines, met haar puntige, hooge hakjes, zij alléén reeds riepen een zeker maatgevoel in mij wakker, dat ik begon te scandeeren, al naar ik ze in verschillend tempo over het plaveisel hoorde trippelen. Hooge, puntige hakken? Is dat dan geen wansmaak? hoor ik u vragen. Als ze scheefgeloopen zijn, mevrouw, of dooreen polderjongen worden gedragen ! Doctoren beweren echter, dat die hooge hakken honderden kwalen doen ontstaan. Ik buig mij voor hun wijsheid, maar vind de naar voren hellende lijn die zij aan het figuur der vrouw geven, fraai voor het oog. De firma Stockman te Parijs, stelt bustes voor modemagazijnen tentoon, wier vorm een hoog denkbeeld geven van de welgemaaktheid van het 1 De kunst in het daaglijksch leven. Nijhoff’s-Hage. tegenwoordige schoone geslacht. Zij zijn voor hooge en lage »lijven” ingericht en aan sommige is van achteren een beweegbare klep aangebracht, die de queue vervangt en naar believen verkleind of vergroot kan worden. Die klep mevrouw is de tournure in haar naaktheid, in haar oervorm. De tournure, hoe hard heeft ook zij het van de zijde der mannelijke alter ego’s te verantwoorden ! Alsof opvulsels in het dameskostuum iets nieuws waren. Men sla Huijgens’ Kostelick Mal maar op of leze inde Etudes contemporaines van Philarète Ghasles het hoofdstuk: »Le costume Féminin”. In Latijnsche verzen heeft men geprotesteerd : At spatiosa exis veste pusilla G h 1 o é; zelfs de Staat heeft meer dan eens verbodsbepalingen vastgesteld tegen het dragen van «ces paniers, ces canons, ces enflures”. Vergeefs 1 De vrouwen hebben geen afstand willen doen van het middel om den rok in rijke plooien te doen neergolven, en de queue, de tournure, die het kleed achter ophoudt, beantwoordt volkomen aan dit doel. Van de bustes tot de eigenlijke corsages, gevulde en niet gevulde, is maar een schx-ede. Elk land stelt er tentoon, Nederland uitgezonderd. Dat bij ons daarom alles echt zou zijn, of de dames het hulpmiddel om hare tailles binnen de grenzen der schoonheidslijn te houden, zouden kunnen derven, durf ik niet beslissen. Lieve mevrouw, ik heb mij zooeven bij de beschouwing der damesbottines niet zeer ingetogen gedragen doch dat de welgemaakte corsage eener vrouw men heeft ook mannen, die zich ineen corset steken, ’tgeen echter weinig of niets gemeens heeft met dt: dracht van maliënkolders door onze historische helden ik herhaal: dat de welgemaakte corsage eener vrouw «présente a I’esprit des idèes, mais des idéés!” gijzelf zoudt geen vrouw moeten zijn om er u over te verbazen. Welk een pracht stelt de vrouw tentoon, zelfs onder haar opperkleed ! Hoe weet zij der mannenfantasie te prikkelen, zijn argeloosheid strikken te spannen. Een zedemeester zou in uw ondertoilet, in uw lingerie een dankbare stoffe vinden voor boetpredikaties! Inde Duitsche afdeeling stelt Heinr. Hoffmann uit Berlijn, een aantal corsages tentoon, die het doel voorbijstreven. Kleurig en rijk bestikt, zijn ze zóo overladen van bloemguirlandes en kunstig borduurwerk, van fijngeplooide kanten omzetsels, dat ze de aandacht voor zich alléén in beslag nemen. En dat is toch de bedoeling niet. Het corset mag alleen verwachtingen wekken, het moet zich zelf nooit als hoofdschotel aanbieden. De Belgen begrijpen dit ten volle. Bij hen is het corsage zóo ingericht, dat het reageer end op den toeschouwer werkt. Victor Masson, mad. Ruttiens, P. Dutoict et Gie. geven modellen ter bezichtiging, teeder van kleur en zacht van tint. Dat is je ware, dacht ik, voor de vitrine van Dutoict et Cie. staande, waarin was aangekondigd, dat in 1884 reeds 33 800 stuks dezer corsages werden afgeleverd. Nog stelt G. Delbock uit Antwerpen tentoon een «Gorset hygiénique, (seul accepté par I’académie Royale de Médicine) s’élargissant et se retrécissant a volonté.” Een corset dus, waarbij onze ongeboren kinderen en kindskinderen zelfs belang hebben. Maar het wordt tijd, dat wij van de onderdeden overgaan tot het geheel. De Belgen, dat zijnde Brusselaars, hebben zich zelven overtroffen, en laten deFranschen, dat zijnde Parijzenaars, verre achter zich. Leve Vaxelaire—Glaes (Au Bon Marché), leve Hirseh en Gie., beiden van Brussel! Vooral eerstgenoemde heeft dameskostumes uitgestald, die een buitengewonen indruk maken. De kostbaarheid der stof gaat hier gepaard met een zóo sierlijk beloop van lijnen, een zóo rijke kleurenmengeling, een zóo bevallige schikking der draperieën en er spreekt zooveel karakter uit de smijdige, volle vormen, waarin de kunstenaarshand het zware damast, de glanzende zijde wist te plooien, dat het volmaakte hier bereikt schijnt. Ach, ware ik poëet, ik beproefde het moderne dameskostuum in verzen te verheerlijken, of zou ik moeten terugdeinzen voor een taak, die zelfs een Théophile Gautier voor zich te zwaar achtte? «Je voudrais écrire un poëme parisien sur la robe, avec ses plis, ses finesses de tons, ses moelleux, ses éclairages et ses reflets sur la peau; je voudrais exécuter une robe de Worth . ..en vers!” Het is een illusie gebleven, Gautier heeft de taak niet aangedurfd. Men ontzegt onze eeuw een eigen karakter, een eigen stijl, maar is het niet juist haar eigenaardigheid, dat ze de stijlen van vroegere eeuwen in bonte verscheidenheid voor ons oog doet herleven? Denk u eenige dames uit den hoogeren stand in baltoilet, geen twee, die elkander gelijken. Het toilet der eene is geïnspireerd door de 16e, dat der andere door de 17e eeuw enz. Dit geldt niet van de mannen ;, die gelijken allen op uit de inkt opgevischte sprinkhanen. Toch valt er bij de vrouwen een zekere eenheid, een zekere grondvorm niet te miskennen. Dit is het stempel der mode, wisselend met elk ministerie of seizoen maar zelfs in haar onbestendigheid luisterende naar de stemme des tijds. Ik weet niet of latere geschiedschrijvers onzen tijd zullen karakteriseeren naar de wet op de v er g u n n i n g of op die der verplichte vaccine, maar het streven der vrouw naar emancipatie zal er een blijvend stempel op drukken. Emancipatie d. w. z. gelijkstelling met den man, behalve natuurlijk in die kwaliteiten welke alleen minnen en bakers eigen zijn. Welnu, om ons tot het laatste decennium te bepalen, is die geest naar emancipatie niet zeer krachtig uitgedrukt inde Mode der dameskleeding ? Nu vind ik het mannenkostuum alles behalve schilderachtig en voor onzen tijd van «verwording” zeer onverstandig gekozen. Althans ik stel mij voor, dat de kuiten onzer zeventiendeëeuwers en ook hunne schouders, kortom geheel hun lichaamsbouw, beter vertooning zouden hebben gemaakt in pantalons collants, nauwsluitende jasjes, als onze kuiten enz. Alleen de cylinderhoed symbool der zucht om grooter te schijnen dan men is, symbool ook der ledigheid onzer vormen zou der zeventiendeëeuw evenzoo misstaan hebben (verbeeldt u Tromp en De Ruyter, Vondel en Hooft met hooge hoeden!) als hij het de onze doet. Doch dit daargelaten. Ik wilde er op wijzen, dat in het moderne dameskostuum een streven onmiskenbaar is om de mannelijke snit op zijde te komen. Inde Fransche afdeeling vooral vindt men vele, zelfs volledige dameskostumes tentoongesteld van tricot, eenvoudig bewerkt, een stof die zich als elastiek om het lichaam sluit. Dat luide afficheeren der vrouwelijke vormen vindt zelfs een man niet fraai. Het doodt zijn fantasie. Wat blijft hem nog over om te ontsluieren, te doorgronden, als de vrouw uit eigen beweging reeds alles toont, wat men voorheen het geheim harer bekoorlijkheden of het bekoorlijke harer geheimen noemde? Een Engelsche miss ik ben haar naam vergeten stelde onlangs voor, de vrouwen ineen mannenbroek te steken niet in figuurlijken zin want dit gebeurde reeds ten tijde van Xantippe neen, zij wilde eenvoudig den vrouwenrok afschaffen. Het is tot heden toe, gelukkig zoover niet gekomen, maar toch is de vrouw op weg hete w i g w ei b I i c h e in haar uiterlijk den doodsteek te geven. In «De Lantaarn,” een blad, dat gij niet verzuimen moet te lezen, kwam onlangs de volgende karakteristiek voor: «De vrouwelijke haartooi met zijn vlechten, zijn golvingen zal straks een legende zijn. Onze dames dragen heden ten dage kortgeknipt jongenshaar, heer en vesten, aan de militaire uniform ontleende wingsen op de schouders, heeren fantasiehoeden, lange koetsiersjassen, Engelsche hemden met stijve staande of liggende boorden, eng om de polsen gesloten manchetten. Dit is wansmaak, omdat het een miskenning is van het wezen der vronw, dat nooit straffeloos zijn eigen aard verloochenen kan, niet dan ten koste van zijn hoogste macht, het geheim van haar macht! Bij heidensche volken was het op straffe des doods verboden den sluier op te lichten, die het beeld der godin omhulde. Laten onze vrouwen niet wijzer willen zijn dan de priesters der oudheid en zich niet meer bloot geven, dan strikt noodig om der mannen fantasie niet te doen verdooven.” Ik zie in, mevrouw, nu ik dezen brief rustig overlees, dat ik mij zeer onvoldoende van mijn taak heb gekweten. Als u precies wil weten hoe groep 3 van het Algemeen Programma op de Tentoonstelling is vertegenwoordigd, lees dan den catalogus door. Ik erken, mij door het onderwerp te hebben laten vervoeren; het is mij te machtig geweest. Dat zijn trouwens de vrouwen mij altoos! Reeds «leur démarche les déclare déesses!” heeft een groot dichter gezegd, wiens naam mij tegelijk met dien der Engelsche miss is ontgaan. Ach, laten zij bedenken, dat zij met den «pantalon collant”, zelven zich van den troon stooten en een einde maken aan haar heerschappij! Zaterdag had inden Zoölogischen Tuin het laatste der drie feesten plaats, welke dooide Vereeniging tót wering van schoolverzuim jaarlijks gegeven worden. Het feest werd door 400 leerlingen van openbare en bijzondere scholen voor on- en minvermogenden bijgewoond. Het heerlijke weer droeg veel bij tot het genoegen der kleinen, die bij afdeelingen onder geleide door den tuin wandelden, terwijl hun door den Directeur-hortulanus op vriendelijke wijze alle noodige uitlegging gegeven werd over bloemen, planten en dieren, ïoodat dit bezoek niet alleen zeer aangenaam, maar ook nuttig voor de kinderen mag geacht worden. Van 10 tot 12 uren werd gewandeld en rondgezien, waarna allen zich inde groote tent vereenigden, waar zes lange tafels met ververschingen gereedstonden. Na het gebruik daarvan werd door de verschillende scholen gezongen, door sommige zeer fraai en zuiver, waarna de voorzitter der Vereeniging, de heer Romijn, de kinderen aansprak en wees op het genoegen, dat trouw schoolgaan hun had bezorgd en hen aanmoedigde op denzelfden weg voort te gaan, opdat zij tot nuttige en deugdzame burgers der maatschappij mochten opgroeien. Ook noodigde hij hen uit om het bestuur der maatschappij, dat hun zooveel schoons had laten zien en ook hun onderwijzers en onderwijzeressen te bedanken voor hun goedheid, een verzoek waaraan zij met een driewerf hoerah zeer luidruchtig voldeden. De ondervoorzitter, de heer v. Wattendorff, nam ook het woord, zooals bij vorige gelegenheden door de heeren v. Hogendorp, Beelaerts van Blokland en Pontier was gedaan. De overige leden van het bestuur der Vereeniging, die de feesten bijwoonden, waren de hh. v. Aken, Gevers Deynoot, Banck en Schmall, die zich allen beijverden om het doel van deze feesten te helpen bevorderen. De Vereeniging tot wering van schoolverzuim werd 10 jaar geleden opgericht en heeft veel gedaan om het schoolgaan aan te moedigen en te bevorde ren. Zij heeft geen kerkelijke richting en strekt haar bemoeiingen uit tot de scholen van allerlei aard, waarvan de hoofden der scholen hun medewerking verlangen. Deze vereeniging verdient ondersteuning, terwijl de contributie zeer laag gesteld is. Wij bevelen haar daarom aan bij alle stadgenooten wie het onderwijs ter harte gaat. Ook gedurende hetjaar 1884 mocht de »Nut”-spaarbank te Scheveningen weder in ruime mate het vertrouwen der ingezetenen genieten. Blijkens het jongste jaarverslag steeg in datjaar het totaal der inlagen tot f 32.254,35, dat is f369,76 meer dan in 1883 en bijna evenveel als de totalen van 1881 en 1882 tezamen. Het gemiddeld bedrag per inlage bleef ongeveer gelijk aan dat van 1883 (f7,73 tegen f7,71). Daarentegen wijst het bedrag der terugbetalingen over 1884 (f22.138,49) een verhooging, het aantal der terugbetalingen (492) een vermindering aan, zoodat het gemiddeld bedrag van elke terugbetaling vergeleken met 1883 steeg van f35,34 tot f 45. Dit belangrijk verschil was het gevolg van de omstandigheid dat in het afgeloopen jaar aan enkele houders van spaarbankboekjes groote bedragen werden terugbetaald. De beziitingen der bank bedroegen op 31 Dec. ’B4 f 72.958,06, het aan de inleggers verschuldigd bedrag beliep f 69.815,19% zoodat het batig slot op dien datum geklommen was tot f3.142,10 j of 4 % pCt van de totale schuld. De commissie, belast met het nazien der rekening en het opnemen der boeken, brengt aan het einde van haar rapport o. a. in herinnering, dat de algemeene toestand der bevolking in het afgeloopen jaar minder gunstig was dan in 1883, dat ineen vorig verslag de oorzaak van het hooger bedrag der inlagen zonder daaraan geëvenredigde stijging der terugbetalingen wei d loegeschreven aan de voordeeiige uitkomsten der haringvisscherij en andere takken van nijverheid, die te Scheveningen uitgeoefend worden en dat het dus geen bevreemding had mogen wekken, wanneer in 1884 weder een teruggang tot de lagere totalen van inleg van vorige jaren was waargenomen geworden. Dit laatste is echter niet gebeurd; integendeel, de resultaten hebben de verwachting vere overtroffen en bewezen, dat de lust tot sparen onder de Scheveningsche bevolking sterk toeneemt. Een aangename ervaring, niet het minst voor heeren commissarissen, die geheel belangeloos de inrichting besturen. Inde «Staatscourant” is, zooals onder de officiëele berichten in ons nommer van eergisteren is medegedeeld, een nieuw ontsmettingsregulatief verschenen, gelijk door den Min. van Binn. Zaken bij de verdediging van zijn laatste budget, ingevolge het overgelegd rapport omtrent de longziekte in het spoelingdistrict, is toegezegd. Het betreft het begraven, verbranden of op andere wijze vernietigen van aan besmettelijke ziekten gestorven of afgemaakt vee en van besmette voorwerpen, het ontsmetten van stallen en van andere gebouwen, mestvaalten, huiden, kleederen, veewagens enz. Verbrand moeten bij voorkeur worden aan miltvuur en veepest gestorven vee, en de buik- en borstingewanden van runderen, die, aan longziekte lijdende afgemaakt ot gestorven zijn, zoomede wat door die dieren is besmet en niet voor ontsmetting geschikt is. Waar slechts wei-, bouw- en moesland voor begraving beschikbaar is, zal steeds aan verbranding de voorkeur gegeven moeten worden. Overigens zijn maatregelen van afzondering en afsluiting der terreinen, waar begraven is, vastgesteld, om de overdracht der ziekte door den weidegang te voorkomen. De ontsmettingsmiddelen, die voorgeschreven zijn, bestaan uit: 1. Hitte en wel vuur, als gloeiend of vlammend vuur om vuurvaste metalen voorwerpen, te gloeien of flambeeren ; 2. stoom; 3 kokend water; 4, sublimaat (1 op 5000 deelen water) en carbolzuur, als carbolwater (I op 20 deelen water), chloorkalk (1 deel chloorkalk op 10 deelen water en ter bereiding van chloorgas), zwavelzuur en gebrande kalk, waar noodig voorafgegaan door reiniging van de te ontsmetten voorwerpen. Verder zijn bijzondere maatregelen aangegeven ter ontsmetting, met behulp der genoemde middelen, van stallen, huiden, voertuigen, kleederen, veewagens, gereedschappen en ladingstreinen van spooren tramwegen, en het onschadelijk maken van mestvaalten. Aan den districtsveearts is overgelaten om in overleg met den burgemeester vast te stellen, welke dezer middelen in elk bijzonder geval aangewend zullen moeten worden, en op welke wijze dit zal moeten geschieden, terwijl de aanwending van sublimaatwater alleen mag plaats hebben in tegenwoordigheid van den districtsveearts, of van den veearts die hem vervangt. Voor zooveel noodig zullen door den Min. van Binn. Zaken bij nadere instructie bijzondere regelen vastgesteld worden, die bij de toepassing der voorschriften van het regulatief in acht genomen moeten worden. Reeds moeten de stallen gedurende de laatste maanden in het spoelingdistrict door de hospitaalsoldaten , volgens de regelen van dit regulatief, gezuiverd en ontsmet zijn. Niet minder dan vier raadsleden van Ooststellingswerf zijn tegen Vrijdag a.s. door Gedep. Staten van Friesland opgeroepen, om, naar aanleiding van het 3e lid van artikel 26 der gemeentewet, in hun belang te worden gehoord wegens beweerde overtreding van art. 24 dier wet. Het zijnde heeren S. Posthuma Ez. (tevens wethouder) wegens levering van hout aan den aannemer van een voor rekening der gemeente gesticht schoolgebouw, W. A. Vander Sluis en J. F. Van den Bosch, beiden wegens levering aan het burgerlijk armbestuur en J. J. Schurer, wegens levering van een diner aan de commissie van toezicht op het lager onderwijs met Burg. en Weth. en de hoofden der scholen en van andere zaken aan raadscommissiën. De maand Juni had 0.34 gr. C. hooger temperatuur dan gewoonlijk, een meerdere drukking, sterker uitdamping, minder regen; daarentegen omstreeks de gemidd. helderheid en windkracht. Bijzonder warm waren de 4e—Be, 14e, 25e; zeer koud de 11e, 17e, 19e, 30e, zoodat de afwisselingen vrij veelvuldig en groot waren. Den 26en des morgens was het 13 gr. C. of omstreeks 25 gr. F. kouder dan den vorigen middag te 2 uren. De barometerstand was nog veranderlijker, daar hij ternauwernood drie dagen achtereen in denzelfden zin afweek. Evenwel waren zijn slingeringen niet groot en bleven zij tusschen 770.64 denl2en en 748.91 den 20en beperkt. Regen viel den 17en inden namiddag en avond veel, 19 mM., den 18en en 30en weinig, maar bijna onophoudelijk als stofregen. Inde geheele maand slechts 34 mM., tegen gewoonlijk 54.7. Onweders kwamen voor op alle dagen dezer maand, waarop de barometer lager dan gewoonlijk stond, vooral den 7en, Ben en 21 en, toen 102, 115, 30 berichten inkwamen; voorts nog den 6en, toen op twee plaatsen on weder bespeurd werd en den 26en toen de barometer van beneden tot boven het peil tijdelijk was gekomen en 40 berichten inkwamen als vervolg op de onweders van den 25en. (U.D.) Wonderen uit de dierenwereld. Als een groote bijzonderheid wordt gemeld, dat een geit van S. v.d. Berg op de Oude wijk (Fr.) 4 levende jongen heeft ter wereld gebracht. lets eigenaardigs doet zich voor ineen groote volière van den heer Anderegg te Rosmalen. Een jonge koekoek wordt daar door allerlei vogels van voedsel voorzien; liet meest eigenaardige is evenwel, dat de twee jonge nachtegalen en het jonge roodstaartje, die dit liefdewerk verrichten, zelf nog pas kunnen pikken en dat ook de parkieten zich over den verlatene ontfermen. Van de parkieten is hij echter minder gediend, hetzij om de minder gemakkelijke voedingswijze, hetzij omdat zij hem slechts zaad brengen, terwijl de anderen hem voorzien van pieren, meehvormen en miereneieren. --- Kunst- en Letternieuws. Mr. Joan Bohl heeft voor de benoeming tot lid der Maatschappij van Letterkunde te Leiden bedankt. Het doet ons leed, dat een onheuschheid wordt aangedaan aan het bestuur, dat toch wel niet geacht kan worden inde eerste plaats schuldig te zijn ; maar aan den anderen kant is het te begrijpen, dat mr. Bohl, de alom geprezen vertaler van Dante, die sedert een reeks van jaren als vertaler en dichter en als hoogst wetenschappelijk rechtsgeleerde bekend is, weigert een benoeming aan te nemen gelijk en op denzelfden dag, waarop anderen worden aangenomen, die of dooreen nauwelijks gelezen boekje, of alleen dooreen dissertatie zich bij enkelen bekend maakten, of wel nooit iets van zich deden hooren, dan hun naam bij een bevordering. (Portef.) Onlangs werd in het «Va d.” gewaagd van bezwaren, die het gemeentebestuur van Amsterdam zou hebben gemaakt, om de schilderijen, die zich daar ten raadhuize bevinden ter plaatsing naar het nieuwe Rijksmuseum te doen overbrengen. Het zou nl. gebleken zijn, dat bij de verwarming van de lokalen een verkeerde constructie was toegepast, waardoor gevaar voor de kostbare doeken kon ontstaan. Dit gebrek was inderdaad oorzaak, dat de schilderijen niet werden overgebracht, doch volgens het »D. v. N.” is het thans, door aangebrachte verbeteringen inde lokalen, weggenomen. Men is dus met het vervoer der schilderijen begonnen. Gisteren zijn zonder ongeval in het Rijksmuseum aangekomen het groote schutterstuk van Vander Helst, dat men totnutoe inde kamer van den gemeente-secre aris, en het schutterstuk van Frans Hals, dat men inde burgemeesterskamer aanschouwen kon. Met het in Nov. 1884 geopend museum voor kunstnijverheid te Utrecht gaat het niet naar wensch. Het aantal leden was in Mei 130. De contributies bedroegen f1095, de entrées tot op dat tijdstip slechts f 15. Het bestuur heeft daarom de hulp ingeroepen van corporatiën, vereenigingen, autoriteiten en allen «die begrijpen dat er hier te lande veel moet gedaan worden om onze kunstnijverheid vaneen wissen ondergang eenigszins te redden.” Door mevr. Kley, die geruimen tijd aan den Nieuwen Rotterdamschen Schouwburg verbonden was, is een engagement te Brussel aangenomen. Een Hollandseh pianist de «Independance” schrijft zijn naam aldus : Potjes zal op het zesde concert van Benoit te Antwerpen, gewijd aan de Russische muziek, een concert vaneen Rus spelen. , Sarah Bernhardts woning te Par ij s1 rue Fortuny, is voor 225.000 frs verkocht. Maure zal met mlle. Isaac inde Opéra-Comique optreden in «I’Etoile du Nord” en «Le Songe d’une Nuit d’Été”. Inde «Monnaie” te Brussel zal worden opgevoerd een opera «Saint-Mégrin”, tekst ontleend aan Dumas’drama «Henri III”, muziek van Paul Hillemacher. De weduwe van Victor Massé is juist een jaar na haar man gestorven. Tothiertoe denkt de directie van de Parijsche Groote Opera er niet aan «Lohengrin” op te voeren en heeft zij geen stappen gedaan, noch bij een uitgever, noch bij Cosima Wagner. Te Par ij s opende Goupil een tentoonstelling van werken van De Neuville, den inden bloei des jevens weggerukten schilder. De laatste to oneelkron ie ken van Arnold Mortier zullen bij Dentu verschijnen met een voorrede van Albert Wolff. Men zegt, dat Gounod bereid is t*e Birmingham zijn «Mors et Vita” te dirigeeren, indien het comité van het muziekfeest hem waarborgt tegen de gevolgen van het proces-Weldon. Voor het monument voor Victor Hugo is nog slechts 30.724 fr. bijeen; voor dat van Weber te Eutin slechts 6500 Mark. Possart, die zich van zijn vrouw had laten scheiden, heeft zich nu weer met haar verloofd. De hertog van Meiningen heeft benoemd tot opvolger van den kapelmeester prof. Mannstaedt, den 21-jarigen Richard Strauss (op voorstel van Bülowj, van wiens eerste symphonie wij indertijd melding maakten. De Gentsche muziekschool zal in deze maand haar 50-jarig bestaan vieren. Koningin Victoria is bezig met een bundël «Herinneringen’1, gewijd aan de nagedachtenis van den Hertog van Albany. Bij opgravingen te Luxor hebben Oostenrijksche archeologen 5 prachtige standbeelden van graniet, gevonden; 4 zijn beschadigd, 1 is geheel ongeschonden. Bj örnsterne Björnson zegt ineen der Noorweegsche bladen, dat indien er een letterkundig tractaat bestond tusschen Noortvegen en Duitschland hij vaneen der Berlijnsche schouwburgen (het «Deutsche Theater”) 60.000 Mk. zou kunnen vorderen als «droits d’auteur” voor «Die Neuvermiihlten”, waarvoor hij in Noorwegen zelf 800 kronen – kreeg, in Denemarken evenveel. Te Par ij s verscheen dezer dagen: J. Grand-Carteret, «Les moeurs et la caricature en Allernagne, en Autriche, en Suisse”. Het werk bevat op 500 blz., door 337 deels inden tekst gedrukte platen versierd, de geschiedenis der karikatuurteekening van de tijden der Hervorming af tot heden. De verschillende humoristische tijdschriften worden er uitvoerig in behandeld, terwijl de verdiensten worden aangetoond van Hendschel, Busch, Braun en anderen. De uitvoer van gedrukte boeken uit Engeland, gedurende 1884, bedroeg 128.335 cwt. geschat op 1.171.924 pd. st., tegen 153.025 evvt. geschat op 1.174.929 pd. st. in 1883. (Persnieuws). Het dezer dagen verschenen: «Naar den eindpaal eener loopbaan”, van M. T. H. Perelaer (uitgave Elzevier te Rotterdam), is de vierde en laatste afdeeling van «Een kwart eeuw tusschen de keerkringen” van dien auteur. Het vormt intusschen ook op zichzelf een geheel. Wij twijfelen niet, of zij die zich de vorige werken van den heer Perelaer aanschaften, zullen ook dit boek koopen, dat zich door dezelfde eigenschappen aanbeveelt en even keurig gedrukt de wereld werd ingezonden. --- Land- en Zeemacht Ter vervanging van den tot majoor benoemden kapitein J. C. Santhagens, is de kapitein K. A. Pfeiffer, van het 8e reg. inf. te Arnhem, benoemd tot adjudant van den generaal A. Baud, commandant der stelling Amsterdam. In verband hiermede is de kapt. B. G. Koopman, van het 4e reg. inf. te Leiden, overgeplaatst bij het 8e reg. te Arnhem. Dele luits. A. Van Doornincken K. C. Ketner van het reg. vesting-artillerie, worden respectievelijk op den 6 en den 11 dezer bij het 3e reg. vesting-artillerie gedetacheerd, om met het doen verrichten van artillerie-werkzaamheden op de forten Nieuwesieeg, Bakkerskil en dat aan den IJppelschen dijk belast te worden. De benoeming tot 2n luit. van de cadetten der Kon. Mil. Academie, die aan het onlangs gehouden offlciers-examen hebben voldaan, wordt inde helft dezer maand verwacht. Het toelatings-examen – schriftelijk gedeelte op de hoofdcurssen Kampen en Den Bosch zal dit jaar worden afgenomen op 12 Aug. en beide volgende dagen. Het aantal opengestelde plaatsen bedraagt voor de infanterie vijftig en voor de administratie in Oost-Indië zeven. Voor de militaire administratie hier te lande zullen dus geen aspiranten worden toegelaten. 8 dezer zullen van Amersfoort naar Venloo en Tilburg vertrekken twee detachementen ordonnancen ter gezamenlijke sterkte van 2 officieren 22 onderofficieren en manschappen benevens 26 paarden’ Daar de Minister van Oorlog ontwaard heeft, dat verschil van meening bestaat omtrent den graad, waaraan de muzikanten der infanterie gelijkgesteld zijn, heeft hij ter kennis van de landmacht gebracht dat de kapelmeester den graad heeft van adjudant-onderoffieier, de onderkapelmeester dien van sergeant-majoor, en de overigen den graad van sergeant. Aan den korp. B. Kremer, van het 8e reg. inf., te Doesburg, is voor het front der troepen de zilveren medaille uitgereikt voor vier-en-twintigjarigen trouwen dienst. Zr. Ms. stoomkanonneerbooten «Ever” – en «Gier”, respectievelijk onder bevel van de luit. ter zee le kl. A. P. Tadema en J. J. Kraakman, zijn gisteren van den oefeningstocht inde Zuiderzee te Amsterdam aangekomen. Het ramschip «Buffel” en de rammonitor «Matador” zijn van hun oefeningstochten op het Haringvliet te Hellevoetsluis teruggekeerd. Het schroefstoomschip «De Ruyter”, heeft Zaterdag onder leiding van den kapt.-luit. t. z. De Kanter, le officier a/b. Zr. Ms. schroefstoomschip le kl. »Atjeh” opnieuw een proeftocht gehouden. Aan den tamboer 2e kl. L. H. Spierenburg, van het korps mariniers te Amsterdam, is de bronzen medaille voor 12-jarigen eerlijken en trouwen dienst toegekend. Gedurende het 2e kwartaal van 1885 werden bij de art. instr. eomp. te Schoonhoven in dienst gesteld 29 volontairs, waaronder 8 pupillen uit Nieuw ersluis. Vertrokken zijn er 37, en daarvan 16 als korporaal. De totale sterkte bedroeg op 1 Juli 184 volontairs, waaronder 31 korporaals-titulair. De aanvragen zijn steeds talrijker dan de plaatsruimte toelaat. Waarschijnlijk zal de compagnie dan ook uitgebreid worden. Met 1 Sept. a.s. zullen van hetleger hier te lande bij dele afdeeling der Krijgsschool worden gedetacheerde de luits. van de artillerie: H. G. M. E. H. Vos, W. A. C. Whitlau, J. W. Van Visvliet, C. W. baron Van Boetzelaer, V. Noest, jhr. L. R. Ram, J. L. Van Nahuys, D. A. M. G. Plancken, jhr. R. ,1. Rutgers Van Rozenburg en P. G. A. Vander Hof; van de genie: P. A. M. Ilackstroh en J. Meier. Aan het verslag van de inspecteurs van den militairen geneeskundigen dienst van 1884, ontleenen wijde volgende opgaven: Gedurende het jaar 1884 zijn inde militaire hospitalen behandeld 26.834 personen; hiervan zijn hersteld 25.714 naar andere ziekeninrichtingen geëvacueerd, afgekeurd of met verlof gezonden 2105 en overleden 145. Het grootste aantal zieken werd behandeld te Amsterdam 2707. Breda 2511, ’s Gravenhage-2427, Utrecht 1777, ’s Bosch 1654, Leiden 1482 en Kampen 1173. In de andere garnizoenen bleef het aantal zieken beneden de 1000. Aandoeningen der luchtwegen hebben het grootste aandeel in het aantal sterfgevallen gehad; aan pneumonia tuberculosa stierven 34, aan croupeuse pneumonie 24, meningitis 12, typhus 12, peritonitis 4, febris remittens 4 en enteritis 3. Hersenlijden kwam vooral voor te Haarlem en’s Hage. Aandoeningen der luchtwegen te Breda, Amsterdam, Utrecht, Leiden, ’s Bosch en Kampen, bloedspuwingen te ’sHage, Breda en Amsterdam, tering vooral te Utrecht, den Haag, Amsterdam en Leeuwarden. Febris catarrhalis werd veel te Maastricht waargenomen, febris rbumatica te ’s Hage. ’s Bosch, Breda, Leiden, Kampen, Naarden en Leeuwarden geven tezamen 728 gevallen van intermitteerende koorts. Het percent der aangetasten tegenover de sterkte der garnizoenen was belangrijk hooger dan de laatste jaren. Bij K. B. is bepaald, dat de drie bataljons van het 7e reg. infanterie, in garnizoen te Amsterdam, inden loop van dezen zomer elk gedurende hoogstens 15 dagen, een kamp betrekken op de heide bij Laren. De Minister van Oorlog heeft daarbij tevens bepaald dat het 3e bataljon van voormeld regiment het kamp betrekt van 12 tot 21 Augustus a.s. De miliciens der lichting 1882 van dit bataljon moeten aldaar den 14en Augustue aankomen. Het 4e bataljon kampeert van 21 Augustus tot 1 September a.s. Het le bataljon betrekt de legerplaats van 12—15 September. De miliciens der lichting 1882 van dit bataljon keeren den 12 September naar Amsterdam terug. Bij K. B. is bepaald dat ook dit jaar, op het voetspoor van vroeger, oefeningen zullen plaats hebben inde Nieuwe Hollandsche waterlinie, en wel inde maanden Juli, Augustus en September a.s. in eerstgenoemde maand op het fort Giessen, het fort aan den Uppelschen dijk en het werk aan de Bakkerskil, en inde beide laatstvermelde maanden inde vesting Naarden met omgelegen versterkingen. Aan de oefeningen in deze eerstgenoemde drie verdedigingswerken wordt deelgenomen door: een bataljon van het 6e reg. inf., een detachement huzaren, een detachement vestingart., een detachement genietroepen en een detachement hospitaal-soldaten. Aan die inde vesting Naarden met omgelegen versterkingen door: een bat. van het le reg. inf., een bat. van het 5e reg. inf. 4 bat. van het 7e reg. inf. drie batterijen van het 2e reg. veldart., twee comp. van het 1 reg. vest.-art., vier comp. van het 2e reg. vest.-art., 1 comp. van het 3e reg. vest.-art., 2 comp. en een telegraafbrigade van het korps genietroepen, een detachement huzaren, een detachement van het escadron ordonnancen, een detachement trein, een detachement van het korps torpedisten en een detachement maréchaussee. Daarbij heeft de Minister van Oorlog bepaald: dat de oefeningen op de drie vorengenoemde forten gehouden worden van omstreeks 7 tot circa 10 Juli a.s. onder lei ing van den commandant van het 5e bat. 6e reg. inf. en die inde vesting Naarden van omstreeks 24 Aug. tol omstreeks 12 Sept. d. a. v., onder leiding van den generaal-majoor, commandant der nieuwe Hollandsche waterlinie. Voor de.oefeningen nabij Naarden zijn bestemd: tot adjud. van den leider, de kapt. F. J. Meijer, adjud. van den comm. der Nieuwe Hollandsche Waterlinie, tot chef van den staf, de majoor van den generalen staf A. L. W. Seyffardt; tot adjudanten van den chef van den staf, de kapt. van het 8e reg. inf. J. M. Cambell en dele luit. van het 7e reg. inf. ,1. H. Matthijssen, wordende laatstgenoemde tevens aangewezen tot comm. van het hoofdkwartier; tot chef der genie de luit.-kol. der genie J. F. H. Boonacker, aan wien de kapt. van het korps genietroepen P. Kleynhens wordt toegevoegd; tot chef der intendance de luit.-kol.-inten- ; dant H. C'. van Erp Taalman Kip; tot chef van den ; geneeskundigen dienst, de dirig. offic. van gezond h. 3e : kl. J. Baum, wordende de paardenarts der le. kl. W. 1 F. Schröder belast met den veterinairen dienst. --- INGEZONDEN STUKKEN. „DILIGEXTIA” In het gebouw «Diligentia” in het Voorhout worde® de bovenlokalen verhuurd aan het Koninklijk Instituut van ingenieurs, dat er zijn bibliotheek heeft. De benedenlokalen worden herhaaldelijk verhuurd voor bijeenkomsten en het houden van examens, zooals die vo* Marine. Dezer dagen in «Diligentia” moetende zijn, was d|| nauwelijks binnengetreden, of een buitengewoon groot® hond sprong tegen mij op en trachtte mij inde kB»' te bijten. Dit gelukte niet, doordien de hond gemuSß band was, maar met de nagels van zijn poot scheur* hij een gat in mijn jas. lemand, die in het portaal va# «Diligentia” was, zeide: Mijnheer, je komt er goed doordien de hond gemuilband is, maar voor eenijjB dagen was hij niet gemuilband, en heeft toen |i?| slechts mijn kleeren verscheurd, maar mij ook gebeten. Een knecht vaneen der leden van het Instituut va» ingenieurs, die een boek voor de bibliotheek terugbracltk werd door den hond aangevallen. De hond is het eigendom vaneen heer, die dikwijl3 in «Diligentia” logeert. Het is te verwachten, dat de Minister van Mari®8 en andere autoriteiten geen examen meer zullen lat®0 afnemen ineen lokaal, waar de examinandi, die tocb reeds niet op hun gemak zijn, gevaar loopen, doorB8® grooten hond gebeten te worden. Het is een bittere ironie te beweren, dat de examen5 publiek zijn, als men weet, dat men, die examen3 willende bijwonen, gevaar loopt, dooreen grootB®} hond te worden aangevallen. Door de onwelwillende behandeling, die men sof* in «Diligentia” ondervindt, worden verschillende sam®n’ komsten niet meer in «Diligentia” gehouden. De,j®|f komsten van de Maatschappij «Diligentia” uit verhuren van lokalen verminderen hierdoor, en loopèl groot gevaar nog meer achteruit te zullen gaan. Toen wij eenigen tijd geleden een algemeene verf‘l dering der Maatschappij voor natuurkunde «Diligent* bijwoonden, werd geklaagd over gebrek aan toezicht' doordien de secretaris-thesaurier uithoofde van on?8"* steldheid sinds jaren zijn kamer niet had verlaten, eIJ daardoor ook niet in «Diligentia” kon komen. In I>B' belang van «Diligentia” hopen wij, dat het best®®1 maatregelen zal nemen tot het houden van bet* toezicht, en het voorkomen van schandalen als * bovenstaande. ’s Graven ha ge, 3 Juli 1885. Van Kerkwijk- --- Men dempe tocht de put, voor dat het kalf verdronken is. Mijnheer de Redacteur. Bij het tegenwoordig zeer drukke tramverkeer la®?5 den nieuwen Scheveningschen weg, acht steller dez* regels het gebiedend noodzakelijk, dat de daartoe bevoegde autoriteit zorge, dat de rails van den paarde®"? tram, op de punten waar de stoom- en paarden tra»!: als het ware elkander ontmoeten, en daar waar zil naast elkander loopen, worden verlegd naar de ander8 zijde van dien weg. Wie de kosten daarvan te dragen heeft weet ik niet* indien de Haagsche Trammaatschappij, zooals ik veronderstel, niet verplicht is die kosten voor haar rekening 48 nemen, dat de gemeente die dan betale. Er mag m.i. geen oogenblik gedraald worden. H8* Gemeenteraadslid, dat inde eerste Raadszitting deZ8 zaak ter sprake brengt, verdient den dank van stadgenoot en vreemdeling. De kosten kunnen niet groot zijn en het verkeer behoeft als het ware niet gestremd te worden, h8 verleggen der rails zou ’s nachts kunnen geschiede®! te beginnen met de gevaarlijkste punten. Die punten zijn 10. bij het pompstation en 20. op de® wissel bij de villa Buitenzorg. Dit laatste punt is vooral niet buiten zorg. Bij de botsing, die onlangs plaats had zijn gelukki? geen ongelukken voorgekomen, maar, wie waarbof?® dat dit bij een herhaling weder zoo zal afloopen? Het algemeen belang eischt dringend voorziening men denke er heuseh niet te licht over en wachtt® niet tot dat het eerste ongeluk gebeurd zal zijn. Zij die mijn beschouwing overdreven mochten achtefli; raad ik aan ’s Zondagsmiddags bij een zoo druk stoof»" tramverkeer als gisteren van den paardentram gebrul te maken, en zij zullen ongetwijfeld van de gegrondheid' mijner bewering overtuigd worden. Men dempe dus de put vóór dat het kalf verdronken *• Onder dankzegging voor de mij toegestane ruimtB*' heb ik de eer mij hoogachtend te teekenen UEDw. | ’sHage, 6 Juli 1885. H. v. W.J --- Financieele berichten. In het jaarverslag der Javasche Bank wordt o. a. uitvoerig stilgestaan bij de moeilijkheden) welke de tweede helft van het vorig jaar en de hulp gerechtvaardigd die de Bank harerzijds aa# den handel heeft verleend. Wel heeft de Bank har® risico’s natuurlijk belangrijk vermeerderd, maar, daargelaten of die risico’s niet oneindig grooter zoude# geweest zijn, bijaldien zij zich met overdreven angst' vuiligheid van het betoonen van elke van gewone tra' ditiën afwijkende toegevendheid had onthouden, waaf zij meende dat de roeping der Bank het medebracht heeft zij niet geaarzeld om met onbekrompenheid te werk te gaan, in het volle besef van de groote verant'j woordelijkheid, die zij zoodoende op hare schouders laadde ingeval de zaken eene andere wending hadde# genomen dan gelukkig het geval is geweekt. Toch ge'. looft de directie aan deze bekentenis de verklaring te mogen toevoegen, dat zelfs in dat onverhoopt geval de door haar bij elk buitengewoon hulpbetoon bedongeö zekerheid de haar toevertrouwde belangen voor ernstig# schade zou bewaard hebben. In het verslag wordt er op gewezen, dat sedert 1881 de aandeelen in steeds talrijker handen komen en het aantal aandeelhouders inde laatste 4 jaar, van 1088 tot 1194 gestegen is; terwijl tegelijk hoe langer hoe kleiner gedeelte der aandeelen in Nederland gehouden wordt. In 1881 nog 6577 van de 12000, in 1885 daarentegen 6187 aandeelen in Nederland. Het hooge cijfer van disconto’s van promessen in het afgeloopen jaar mag, naar het verslag aanwijst, niet beschouwd worden als een bewijs van meerdere levendigheid inden importhandel; het tegendeel was veeleer het geval; doch gaandeweg zagen de particuliere banken zich genoodzaakt om door het redisconteeren van hare portefeuilles zich de middelen te verschaffen, waaraan zij voor het nakomen van hare geldelijke verplichtingen behoefte hadden, en zoo stegen de uitzettingen onder het hoofd disconteeren van promessen tot een inde laatste jaren nimmer meer bereikt cijfer. Het eenige wat ons te doen overbleef, zegt de directie, was om voor de buitengewone crediethulp ook buitengewone waarborgen te bedingen. Zoo werden belangrijke disconto-credieten verleend tegen inpandgeving van door eerste hypotheken op vastigheden gewaarborgde inschulden. Ook het middel van crediethypotheken bleef niet onbenut, en eindelijk stelde de onder dagteekening van 4 December 11. afgekondigde ordonnantie op het landbouwcrediet (Staatsblad van N.-I. no. 217) ons in staat om hulp te verleenen, waarvan wij ons anders zouden hebben moeten onthouden. Inden loop des jaars is de standaardrente voor drie maands papier weder op 7 pCt. gebracht. Aan den anderen kant echter meende de directie alles te moeten vermijden wat tot niéuwe agitatie misschien aanleiding zou kunnen geven, waartoe in die dagen een verhooging van ons rentetarief zeer licht had kunnen medewerken, en dank zij de eerlang verkregen zekerheid, dat, in strijd met haar aanvankelijke verwachting, voor uitvoer van zilver vooreerst geen vrees meer behoefde te worden gekoesterd, kon zij het tarief dan ook verder onveranderd laten. Bij het verslag is een bijlage gevoegd houdende antwoord op een vraag van de Directie van Financiën of het ook geraden zou zijnde openbare inschrijving op gouvernements-wissels weer te vervangen door de vroeger in practijk gebrachte verkrijgbaarstelling tegen bepaalden koers. Het antwoord raadt een terugkeer tot de vroegere methode sterk af. Inde »J av. C t.” zijn opgenomen de statuten der naamlooze vennootschap «Batoe Bahra Tabakmaatschappij”, gevestigd te Batavia, welke zich ten doel stelt de ontginning van gronden op de Oostkust van Sumatra, het beplanten dier gronden met tabak of andere cultuur, voorts den opkoop en de bereiding van tabak, zoomede den verkoop daarvan in Indië of elders. Het kapitaal bedraagt f500.000, verdeeld in 500 aandeelen, elk groot flOOO, waarvan f300.000 als eerste serie. De aandeelen zijn op naam. Als begin van haar werkzaamheden neemt de maatschappij over: 10. de concessies aan jhr. L. D. A. Junius van Hemert en jhr. B. M. F. Junius van Hemert, verleend of te verleenen door den Datoe Meharadja Sri Indra, Datoe van Limah Leras op 2500 bouws in Limah Leras, landschap Batoe Bahra; 20. de concessies aan jhr. L. D. A. Junius van Hemert, jhr. B. M. F. J. Van Hemert en L. Van Polanen Petel, verleend of te verleenen door den Datoe Sri Meharadja, hoofd van Soekoe Limah Poeloeh op 5000 bouws in Limah Poeloeh, landschap Batoe Bahra, met alle rechten en verplichtingen aan die concessies verbonden. --- Familiebericht Trouw-, Geboorte- en Doodberichten. uit de Indische bladen van 22 tot 30 Mei. GE HUWD: A. H. Van Delden met S. M. Boon, Banjoemaas. A. Kruijt met C. M. Rooker, Tondano. W. Lefeber met G. W. E. Manuel, Ponorogo. Ph. De Buyl met N. Eschauzier, Poerwosarie. ,1. J. Louwerse met M. Th. Douwes Dekker, Blitar. J. F. Versluys met H. C. Dumas, Palembang. C. Beynon met A. H. Jacobsz, Batavia. BEVALLEN: J. Van Os—Spijkman, z., Goenoeng Sitoli. G. M. v. Leeuwen—Dickelman, d., Priaman. J. J. Bakker—Berckenhoff, d., Solo. C. Boon—Van Doorn, z., Tjilatjap. Mevrouw Klusman, z., Samarang. F. G. Van Duiken—Bruijn, z., Samarang. E. Dormaar—Guthrie, z., Banjoe-biroe. Mevrouw Harthoom, z., Soerabaja. C. L. Faubel—Mossel, z., Soerabaja. M. Berkhout—Ovink, d., Soerabaja. Mevrouw Doup, z., Soerabaja. M. L. S. Veenstra—Visser, z., Batavia. C. W. Stuur—Schuit, z., Batavia. H. Van Herwerden—Otten, z., Batavia. H. Herklots, d.. Buitenzorg. L. Th. Hauri—Scheel, z., Soerabaja. M. L. Robertsen—Van Riet, d., Batavia. Mevrouw Kribben, d., Soerabaja. Mevrouw Koch—Koch, d , Simpang. Mevrouw P. Pool—Tromp, z., Balongbondo. OVERLEDEN: A. T. Schwierts, Padang. Mevrouw C. H. Heesterman—Snethlage, 21 j., Medan. J. Parrot de Puyroche, Samarang. L. F. Maurer, 12 d., Soerabaja. F. E. Van Dobben, Soerabaja. Mevrouw Soesman, Solo. Mevrouw J. Jacobs—Wusteafeld, 44 j., Batavia. J. E. Gribling, Bangkalan Siatas. Mevrouw A. M. Dessauvagie—Schaedé, Batavia. A. Hulster, 23 j., Batavia. J. Baudoin, 73 j., Soerabaja. ---