TELEGRAMMEN DE OORLOG OP DEN BALKAN De gezanten-conferentie. LONDEN, 28 April. De gezanten zijn bedennamiddag om 3.30 uur bijeengekomen. PARIJS, 2S April. Uit Berlijn verneemt de Temps, dat aan den Duitschen gezant te Londen opgedragen is, de gezantenconferentie er mede van in kennis te stellen, dat Duitschland en Italië niet geneigd schijnen deel te nemen aan een gewapend optreden tegen Montenegro. LONDEN, 28 April. Naar Reuter verneemt, hebben de Russische en Oostenrijksche gezanten tezamen de bijeenkomst verlaten en hebben zij alvorens afscheid te nemen een langdurig onderhoud met elkander gevoerd. De bijeenkomst is tot Dinsdagmiddag te 3.30 uur verdaagd. Vanwege het ministerie van buitenlandsche zaken wordt, hoewel onder groot voorbehoud, verklaard dat er op het oogenblik geen reden tot pessimisme is. --- Het Albaneesche Vraagstuk. PARIJS, 28 April. Minister Pichon heeft hedenmorgen de gezanten van Oostenrijk, Rusland en Duitschland ontvangen, en ontving hedennamiddag Ismail Keanal Bey, hoofd der voorloopige Albaneesche regeering. PARIJS, 28 April. In politieke kringen is men de meeuing toegedaan, dat indien de gezantenconferentie te Londen niet heden nog besluit om tegen Montenegro op te treden, Oostenrijk waarschijnlijk Antivari, Dulcigno en St. Giovanni di Medua zal bezetten, en dat het in dit geval er zeker van is, door Duitschland ondersteund te worden. --- Skoetari. PARIJS, 28 April. Naai'-uit Weenen aan de Temps wordt gemeld, heeft de Russisch© gezant aan graaf Berchtold een nieuwe mondelinge nota medegedeeld, waarin hij deed weten, dat Rusland bereid is zich bij de mogendheden te scharen, om Montenegro er toe te bewegen, Skoetari te ontruimen, op voorwaarde, dat indien de Koning van Montenegro daarin toestemt, men het met hem eens moet zien te worden over de schadevergoedingen die hem zullen worden toegekend. PARIJS, 28 April. Pc Temps verneemt uit Weenen, dat BercMold deed weten, dat indien de quaestie van schadevergoeding in grondbezit aan Montenegro zou worden opgeworpen, Oostenrijk zijn toezegging in zake Djakowa zou intrekken. --- Koning Nikita en Essad Pasja. PARIJS, 28 April. Ismail Kemal heeft aan een vertegenwoordiger van de Ternps verklaard, dat indien de berichten omtrent de overeenkomst gesloten tusschen den Honing van Montenegro en Essad Pasja juist zijn, deze daad van verraad en waanzin zou zijn, recht ingaande tegen de belangen en de internationale afspraken, daar Europa op dit oogenblik aan het tot stand komen arbeidt van de Albaneesche nationaliteit. Ismail gaf de verzekering, dat de Albaneesche bevolkingen Essad niet zal volgen, wiens troepen hem zelfs niet trouw zullen blijven. Ten slotte protesteerde Ismail uit naam van net voorloopig bewind tegen dezen aanslag. --- DE DUITSCHE RIJKSDAG. BERLIJN, 28 April. De Rijksdag nam hij derde lezing de begroeting van oorlog aan; tegen stemden de sociaal-democraten en de Polen. De zitting werd daarop tot 27 Mei a.s. verdaagd. --- KEIZER WILHELM TE KARLSRUHE. BERLIJN, 28 April. Eenige dagen geleiden is bij het Berlijnsche hoofd commissariaat van politie uit het buitenland een anonieme waarschuwing ontvangen tegen een, naar gezegd werd, op den Keizer, gedurende diens verblijf te Karlsruhe voorgepolitie te Berlijn stelde fniSn?; n^lten te Karlsruhe met deze inlichtingen m kennis; zonder dat ter bevoegder plaatse aan het medegedeelde verder eenige betoekenis werd toegekend Het feit, dat de Keizer van Hohkönigsburg naar Karlsruhe niet per trein, doch per automobiel gekomen is, is aan het uitnemende weder toe te schrijven. --- DE „IMPERATOR". CUXHAVEN, 28 April. De Keizer heeft een telegram aan den directeur-generaal allin zijn leedwezen te kennen gegeven, at de tijdindeeling voor de eerstvolgende Jhaa.nd hem helaas niet toelaat aan den nwijdingstocht van de „imperator” deel te Bff(I'nen'P6 Keizer hoopt later op het groot-B ® i ••een t°oht mede te kunnen maken, nes n/l',vwl8laan’de bedrijfsstoring der machitegS^ttelegram een de, bij zulwone kinderziekt^Chlnfi;inrichtingeD’ ”gC' voortreffelijke WPrf’ W?!ker herstel aan de •poedig zal gelukken. Vu!kaan” Z€ker de kioonpiins sprak ineen telegram aan Ballin zijn leedwezen uit over het uitstellen van den proeftocht, alsmede de hoop dat dit uitstel slechts van korten duur moge zijn. --- DE SAMENZWERING IN PORTUGAL. LISSABON, 28 April. Vijf samenzweerders zijn te Queluk in hechtenis genomen op het oogenblik dat zij trachtten inde artillerrie-kazerne binnen te dringen. De kapiteinter-zee Cerejo is in arrest gesteld, beschuldigd een aanslag te hebben beproefd, die evenwel mislukte inde kazernes van het 2e en 16e regiment infanterie. Op 183 bommen is beslag gelegd, die gevonden werden in het gebouw van den radicalen bond. --- DE TOESTAND IN MEXICO. WASHINGTON, 28 April. Er is wrijving ontstaan tusschen de Huerta- en de Diazr partijen, die thans twee gewapende kampen vormen. Huerta heeft zich bij zijn infanterie gevoegd voor het nationaal paleis in Mexico-City. Diaz is met een groote afdeeling artillerie gekampeerd op zijn landgoed op 30 mijl van de hoofdstad. De Minister van oorlog is in het feitelijk bezit van de citadel, waar de rest der artillerie is ingekwartierd. REIMS, 28 April. De luitenant-vliegenier Brocard is heden met 2 passagiers tot een hoogte van 2300 meters gestegen. (Voor later ontvangen telegrammen zie men onder Laatste Berichten). --- BUITENLAND DE OORLOG OP DEN BALKAN De Troon van Albanië. De Servische regeering, aldus wordt uit de Oostenrijksche hoofdatad geseind, heelt door den voormaligen leider van het Jong-Turksclie comité, Ejoeb Sabri, die na zijn gevangenneming in Monastir oniniddeiiijk weer op vrije voeten gesteld werd, relaties laten aanknoopen met de beide Turksclie legeraanvoerders in Albanië, generaal Djavid Pasja en generaal Essad Pasja, om beiden te winnen voor het oprichten vaneen Aibaneesch vorstendom, onder suzereiniteit van den sultan. De onderhandelingen met Djavid Pasja mislukten op het laatste oogenblik door de persoonlijke eischen, die deze stelde. De onderhandelingen met Essad Pasja in Skoetari werden door de Montenegrijnsche regeering geleid. Aan Essad Pasja werd de troon van Albanië beloofd, die in zijn familie Toptani in Noord-Albanië erfelijk zou worden. Skoetari en een ger deelte van het vilajet Berat zouden dan aan Montenegro en Griekenland komen. Het overige Albanië zou autonoom verklaard worden en onder do fictieve suzereiniteit van den sultan zich aansluiten bij den Balkanbond. Essad Pasja ging op deze voorstellen in, en trok met zijn troepen naar het gebied van zijn familie Toptani in Tirana, waaruit zich onmiddeliijk de Servische troepen, ter sterkte van 6000 man, naar Durazzo terugtrokken. In Tirana wenden daarna door de Servische autoriteiten familieleden van Essad Pasja tot gouverneurs benoemd. Van Servisch-Montenegrijnsche en Pan-Slavistische zijde streeft men er naar in Albanië door het opwekken van de eerzucht der rijke adellijke families een burgeroorlog uitte lokken en daarmede een anarchie in het leven te roepen, om hierdoor het oprichten van het levensvatbaar Albanië te verhinderen, en aldus het Oostenrijksche staatsbelang te dwarsboomen. De houding der generaals Djavid Pasja en Essad Pasja is voortdurend dubbelzinnig en afwachtend. --- Montenegro en Donau-monarchie. Uit Rome wordt geseind, dat men in toonaangevende kringen aldaar overtuigd is, dat het gelukken zal, Oostenrijk terug te houden vaneen afzonderlijk optreden tegen Montenegro, en dat Koning Nikita overgehaald zal worden door verdere concessies, tot het ontruimen van Skoetari. Een Petersburgsche autoriteit, die nauwe relaties heeft tot den Koning van Montenegro, moet met -een speciale zending naar Cettinje onderweg zijn. Uit Weenen wordt gemeld, dat een zeer goed ingelicht Oostenrijksch staatsman tot den correspondent van het „Berliner Tageblatt” gezegd heeft, persoonlijk niet te gelooven, dat het komen zal tot een opmarsch van Oostenrijk-Hongarije in Montenegro, daar Koning Nikita op het laatste oogenblik zal bijdraaien, wanneer hij ziet dat Oostenrijk-Hongarije er ernst van maakt. En wanneer hij niet vrijwillig toegeeft, dan zal dit toch geschieden na een sterken druk van Petersburg. Want de Russische diplomatie zal Oostenrijk het succes niet gunnen, de Montenegrijnen bedwongen te hebben. HET OPIUMGEBRUIK IN FRANKRIJK. In verband met de onthullingen over het onder de officieren der Fransché marine heerschend opiumgebruik, heeft de Minister van marine aan den maritiemen prefect van Toulon opgedragen, ten spoedigste een rapport voor hem op te stellen en maatregelen te treffen ter beteugeling van het opiumkwaad. Door den Minister van justitie is een commissie benoemd, die strenge strafrechterlijke bepalingen tegen de eigenaars van geheime opiumkitten en opiumsmokkelaars zal uitwerken. Overigens gelooft men, dat de bestaande wetten voldoende wapens tegen het kwaad zullen zijn. Ook houdt zich het ministerie van binnenlandsche zaken met deze aangelegenheid bezig en zijn thans scherpere politiemaatregelen inde oorlogshavens van Frankrijk in voorbereiding. --- DE CHINEESCHE MOGENDHEDEN-LEENING. De inzichten omtrent de leening zijn naar een telegram uit Sjanghai meldt, aldaar zeer verdeeld. In handelskringen waar men Joeantsjikai. ondersteunt, omdat hij de beste verwachtingen opwekt op een veilige regeering, is men met de onderteekening der leening zeer ingenomen. De Koeomintang-partij (de anti-Joeantsjikai-partij) is woedend, omdat zij dei onderteekening wilde verhinderen. Haar leiders verklaren, dat iedereen ten Zuiden van de Yantse de leening verwerpen en zoolang strijden zal, totdat .loeantsjikai zal zijn af getreden. Uit Peking meldt een telegram, dat de verbolgenheid der revolutionnairen tegen de leening, hierin tot uitdrukking gekomen is, dat dr. Soeujatsen aan de consuls formeel heeft medegedeeld, dat het aangaan der leening zonder de deelname der nationale vergadering een breuk tusschen het zuiden en het Noorden zal brengen. Deze bedreiging is niet zonder beteekenis, daar men reden heeft te veronderstellen, dat de revolutionnairen zekere voorbereidende militaire maatregelen genomen hebben. Ijsbergen. Volgens berichten te Queenstown ontvangen, heeft het stoomschip Virginian, die naar Liverpool komt, acht groote ijsbergen gezien en is t dooreen ijsveld gevaren, bijna op dezelfde plaats waar de Titanic verging. De ijsbergen drijven naar het zuiden over de route der trans-atlantische stoomschepen en beletten de vaart, vooral wegens een tegelijkertijd heerscbende mist. --- KAMEROVERZICHT TWEEDE HAMER KUSTVERDEDIGING. Het trof ongelukkig, dal juist op dezen heeten namiddag (in verband met het nietvergaderen op a.s. Donderdag en Vrijdag) moest worden vergaderd. De Regeering liet er zich niet door uit het veld slaan; met frisschen moed beantwoordden de hoeren Coiijn en de. Marees van Swinderen hunne bestrijders. In do Kamer was de hoogo temperatuur en hot ongewon© vaneen vergadering op Maandagmiddag merkbaar: er waren meer leeg© dan bezette banken, maarde tribunes waren vol en inde loges zag men verschillende diplomaten en hoog© militairen hun belangstelling inde quaestie der Kustversterking t oenen. i Minister Colijn had er prijs op gesteld, om zijn rede jl. Vrijdagnamiddag te beginnen om haar terstond daarna te beëindigen wellicht om het zich aamneiden van nieuwe sprekers te voorkomen. De rede van den Minister van Oorlog was ais altijd goed van bouw en behalve op enkele technische onderdeelen ook voor don leek goed te volgen, met veel nadruk, soms te veei, op alle min of meer gewichtige punten, met een korreltje ironie hier en daar en uitra-politiek aan het slot. De rede was verdeeld inde volgende onderueelen: het verloop en de besnoeiing van het wetsontwerp; de beteekenis van de Kustverdediging voor de landsverdediging in ’t algemeen; de keuze van de werken die ’t eerst voor uitvoering in aanmerking komen; do inrichting van die werken (koepelforten of open batterijen met duikafluiten); het kaliber van het zware geschut en de amendementen, met een „toepasselijk woord” ten besluite. Ineen uitvoerig betoog trachtte de Minister het verwijt te ontzenuwen, dat de Regeering zou zijn teruggekrabbekl; daar was niets van aan, alleen was op den Helder een 4 millioen bespaard en was de marine-versterking er uitgelicht met het oog op de Staatscommissie voor de landsverdediging. Interessanter was het betoog, dat het noodig was het geheele land te verdedigen en dat dit mogelijk was geworden door het grooter contingent; door nu Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden en den Helder behoorlijk te versterken, noodzaakte men een vijand op open kust te landen, hetgeen zou mislukken; de forten zouden dus geen magneten zijn, maar een groote veiligheid opleveren voor onze geheele kust. Dat Viissingen en daarna den Helder op de«i voorgrond stond, was een gevolg van het feit, dat die punten het verst af lagen en dus eventueel het moeilijkst door het landleger waren te steunen. Wat Vlissingen speciaal betrof, Neuzen en Ellewoutsdijk lagen 17% KM. van Vlissingen en een versterking van die verouderde forten kon dus Vlissingen niet redden. Vermelding verdient hierbij, dat de Minister zich in dit gedeelte van zijn rede ontpopte als een voorstander van klein materieel voor de verdediging van de kust, mits dit kleine materieel gesteund werd door uitvalspoorten. De bedreiging met Dre&dnoughts maakt weinig indruk op den Min.: probeerde één Dreadnought ’t op te nemen tegen het fort te Vlissingen, hij zou spoedig inden grond geboord zijn. Tot de amendementen komende, zette de heer Colijn uiteen, dat het amendement-Eland beoogt in Vlissingen niets te doen; dat staat dus, evenals het amendement-Thomson, dat wel de 12 millioen wilde geven maar géén fort bij Vlissingen, antipodisch tegenover wat de Regeering wil. Het amendement-Eland was den Minister bovendien te goedkoop: 7 millioen, terwijl de heer Eland vroeger zelf het dubbele noedig oordeelde voor kustverdediging behalve Vlissingen, een herinnering, die hilariteit wekte, doch waarop de Amhemsche afgevaardigde het antwoord wel niet zal schuldig blijven. Het amendement-Thomson noemde de heer Colijn een kleurige zeepbel, men kon er met bewondering naar staren, maar innerlijken inhoud bad het niet en daarom onaannemelijk, evenals het amendement-Eland. De heer Troelstra werd daarna in het zonnetje gezet: hij wilde een „leger van verweer’; welnu, wat beoogde een fort andere dan verweer? De argumentatie, dat Nederland geen klein land was (nl. wanneer men de kolonies er bij velt) hadden wijden Minister gaarne geschonken; bij de verdediging vaneen fort voor Vlissingen deed dit al heel weinig ter zake en het wekte vanzelf den schijn, alsof de Minister eigenlijk bedoelde, dat Nederland wel ter dege had mee te doen aan den bewapeningswedloop der groote mogendheden. ien slotte werd de Linkerzijde aangevat het loopt naar Juni! Het deed den Minister zeer leed, dat hij bij een zoo bij uitstek nationale zaak niet den steun van de vrijzinnigen had kunnen verkrijgen, hoewel gelukkig daartegenover stond, dat het gemis aan steun Links hem Rechts ruimschoots vergoed was geworden. Ter Linkerzijde waren er steeds ook bij Linksche regieringen groepen inde oppositie geweest. Rechts... ja, Rechts bestond ook wei eens persoonlijke tegenzin, maar daar stond men hooger: daar wist men persoonlijken tegenzin te overwinneu in het lands- (lees coalitie) belang. De Minister geraakte bij zijn bestrijding der Linkerzijde zoo aardig op dreef, dat de Premier, die een deel der debatten bijwoonde, er danig schik in kreeg en de sociaaldemocraten, met ’s heeren Hugenholtz. rauwe stem boven alles uit, er geheel onthutst van werden. De Minister van buitenlandsche zaken, de heer de Ma rees van Swinderen, kwam er op zijn eigenaardige wijze nog iets aan toevoegen. Struikelend over zijn welsprekendheid en hier en daar zeer komisch zette hij het duo Troelstra-Van den Berch van Heemstede (bien étormés de se trouver ensemble) geducht in het zonnetje. Maar er was ook een ernstige kant aan de zaak; de heer Troelstra had een gevaarlijke rede gehouden, maar dit was pour le besoin de sa cause; de cause van den heer van den Berch van Heemstede was echter ook onze cause en daarom was hij lichtvaardig geweest. De Minister had het ontwerp van wet niet meegeteekend; dit reeds was een bewijs dat geen enkele internationale beteekenis aan dit voorstel was toe te kennen. Ook bij deze debatten ware de heer van Swinderen liever zwijgend toeschouwer gebleven; maar er waste veel gezegd, dat een onzuiver oordeel zou kunnen doen vestigen, reden waarom de Minister een enkel woordje meende te moeten zeggen. Alle ontwerpen van deze Regeering waren vreemd gebleven aan eenige vreemde inmenging. Nóch aan de Schelde, nóch aan Antwerpen was door de Regeering bij bet overwegen van dit ontwerp gedacht; het fort zou geen enkele wijziging inde situatie brengen. De taak van het fort bij Vlissingen zou zijnde taak, tot dusver aan Neuzen en Ellewoutsdijk opgedragen... Zou kunnen zijn, fluisterde de heer Cohjn zijn ambtgenoot diplomatiek in en deze nam deze lezing grif over. Ziedaar een groot verschil. Minister Colijn had juist doen uitkomen, dat Vlissingen noodig was voor de landsverdediging, niet voor de Schelde-vers peering, ai ware er natuurlijk een positie denkbaar, dat ook de versperring van de Schelde in 't geding kon komen. Uit de verspreking van den Minister van Buitenlandsche Zaken zou meu kunnen concludeeren, dat er w7el ter dege aan de Schelde-quaestie was gedacht bij de indiening van dit gedeelte van het wetsvoorstel. Intusschen verzekerde de Minister nogmaals, dat er geen enkele pressie was uitgeoefend, door niemand en op geeneriei wijze en de Kabinetten, die zich voor deze quaestie interesseeren, waren dan ook alle overtuigd de Minister kon dit ten stelligste verzekeren dat dit voorstel was ingediend uitsluitend op motieven van nationaal belang; de draden van onze buitenlandsche politiek aldus klonk het gewichtig waren in Den Haag nooit uit handen gegeven, zoo verzekerde de Minister en een applausje beloonde hem voor deze voor velen niet overbodige verzekering. Vooral liet Belgische Kabinet en deszelfs eminente ambtgenoot van den Minister de Marees kreeg, met een blik naar baron Fallon, den Belgischen gezant, die ineen der loges gezeten was, een zwierige pluim, wijl het er tegen gewaakt had, dat het schrijven vaneen zeker dilettant (hiermee was vermoedelijk de bekende Roland de Marès van de „ïndépendance” bedoeld) niet te hoog was aangeslagen. Kalm en bezadigd had Zijne Excellentie steeds deze zaak beschouwd; reactionnair was het voorstel in geen enkel opzicht, evenmin als de gewapende neutraliteit nieuw was. Trouwens hoe kon iets nieuws tegelijk reactionnair zijn, vroeg de Minister snedig aan den leider der socialisten, om daarna te besluiten met een lofzang op leger en vloot, op welke hij vertrouwde inden nood, in welk geval de droomdenkbeelden van het socialisme ons land inden steek zouden laten. Men sprak nu wel van weggeworpen miilioenen, maar wat zou de heer Troelstra er van zeggen, wanneer te eeniger tijd belastingbiljetten en oproepingen voor de nationale militie (het eerste klonk hier eenigszins misplaatst) ineen vreemde taal zouden zijn gesteld en het uit zou zijn met ons vrije Nederland ? Deze peroratie maakte inden soeiaüstischen hoek zooveel indruk, dat het korte repliekje van den zacht sprekenden heer van den Berch er geheel door verloren ging. Hetgeen jammer was, daar wij gaarne gehoord hadden, wat deze Katholieke afgevaardigde op den scherpen aanval van den Minister antwoordde. 1) Morgen nog eenige replieken en dan de stemmingen over amendementen en wetsontwerp. De uitslag zal geen verrassing zijn. DECEMBRIUS. 1) Uit het „Kort Verslag” blijkt, dat de heer Van den Berch allerminst overtuigd was. Hij achtte ’t, schoon ons recht om het fort te bouwen vaststaat, raadzamer, thans niet tot den bouw van het fort over te gaan en ai was ’t z.i. den Moriaan gewasschen er langer over te spreken, toch waarschuwde hij er Dog eens tegen. --- UIT DE PERS De A.-R. part ij vergaderingen. Hoe weinig beteekenis te hechten valt aan beslissingen van de Deputatenvergaderingen blijkt het best uit de volgende regelen, die voorkomen ineen Standaard-driestar over de jongste vergadering te Utrecht: „Er spreekt zooveel uit, zoo mannen van jaren reeds, midden uit hun werk loepen, ver uit Groningen en uit Staatsvlaanderem zich opmaken, om naar Utrecht te reizen, zich de vermoeienis en de vele kosten hiervan getroosten, en dan van ’s morgens tot ’s middags zich verliezen inde groote menigte, om te luisteren naar wat gedebatteerd wordt. Alleen aan reis- en verblijfkosten komt zulk een Deputatenvergadering ten minste op een vijftienduizend gulden te staan; en zelfs heeft men ons wel eens gevraagd, of het niet doelmatiger ware thuis te blijven, en deze som gelds voor de verkiezingen beschikbaar te stellen. Maar wie dit vroeg of nog vraagt, verstaat het geheim niet van wat ~I’ame de la foule” vraagt om wakker te worden. Geen siembusgeld kan beter dam juist aan zulk een Deputatenvergadering besteed worden. Zelfs een tweede Deputatenr vergadering vlak vóór de stembus kon wonderen doen. Juist daarom wordt ze steeds zoo laat mogelijk gehouden. Al dit vergaderen in Januari en Februari is tafelen gaan, als het gerecht nog niet gaar is.” --- BINNENLAND Officieele Berichten Bij resolutie van den Minister van Koloniën is Ch. L. Nolten ter beschikking gesteld van den Gouv.-Generaal van Ned.-Indië, om te worden benoemd tot adspirant-mgenieur bij den waterstaat en 's lands burgerlijke openbare werken daar te lande, en B. Btrasters, om te worden aangesteld tot tijdelijk assistentconservator bij het zoölogisch museum en laboratorium te Buitenzorg. In St.-Ct. no. 99 is opgenomen een staat van nalatenschappen berustende bij de weeskamers te Batavia, Semarang, Padang en Makasser. —Staatsblad no. 131 bevat het K. B. van 16 April 1913, tot bekendmaking in het Staatsblad van het op 18 November 1911 tusschen Nederland en België gesloten verdrag, betreffende aanwijzing van het station Esschen ais overgangsstation. Staatsblad no. 132 bevat het K. B. van 16 April 1913, tot bekendmaking in het Staatsblad van het op 5 Juli 1912 te Londen gesloten internationaal radiotelegraafverdrag, met daarbij behoorend slotprotocol. De gewone audiënties van de Ministers van Financiën en Oorlog zullen deze week niet plaats hebben. --- TWEEDE KAMERVERKIEZINGEN. Het electoraal actoord van Rechts. Door de coalitie ia bepaald, dat voor de zetels die, thans in het bezit van links, vroeger sedert 1888 door rechts zijn bezet geweest, een candidaat zal worden gesteld van die partij, welke in het bezit van dien zetel geweest is. Ooßterhout. Bij de R. K. kiesvereeniging zijn als candidaten ingediend de heeren jhr= S. B. D. van den Berch van Heemstede (aftredend R. K.) en Alb. van der Kallen, redacteur van het Dagblad van Noord-Brabant te Breda. De laatste heeft bericht gezonden, dat hij niet in aanmerking wenscht te komen. Ommen. Met algemeene stemmen besloot de R.-K. centrale kiesvereeniging aan de lokale kiesverenigingen voor te stellen den candidaat der Christelijk-Historischen, dr. J. Th. de Visser, krachtig te steunen. Bovendien werd nog de volgende motie, door het bestuur voorgesteld, met algemeene stemmen aangenomen: „De R.-K. Centrale kiesvereeniging in het kiesdistrict Ommen, instemmende met het op 24 April tusschen de drie rechtsche partijen gesloten accoord, besluit in beginsel de candïdatuur van dr. J. Th. de Visser krachtig te steunen.” B red a. Bij de R. K. kiesvereeniging is als eenige candidaat ingediend bet aftredend R. K. lid de heer W. H. Bogaardt. Zevenbergen. De R. K. kiesvereeniging heeft officieel candidaat gesteld den heer A. C A. van Vuuren (aftredend R. K.) Appingedam. De aisirictsvereeniging van Christelijk-Historische kiesvereenigingen beeft met algemeene stemmen candidaat gesteld mr. Th.- van der Hoop van S toch teren te Si och teren. (C.-Histj D r u t en. In strijd met de geruchten, ook inde Katholieke pers verspreid, kan de N. R. Ct. melden, dat de heer Kronenburg, burgemeester van Driel, zijn candidatuur handhaaft Aftredend is de heer Duijnstee. Si 11 ar d. De R.-K. Kiesver. te Schinnen koos als voroloopige candidaten de heeren J. BeckerS (aftr.) met 17 stemmen en J. Gijzeis, burgemeester van Sittard, met 24 stemmen. --- EEN OPEN BRIEF. De heer ds. A. G. H. van ITcogenhuyze te Amsterdam, schrijft in het Hbld. een open brief, als afscheid uit de partij, aan dr. J. Th. de Visser, voorzatter der' Christeiijk-Historische Unie. liet volgende is er aan ontleend: Wellicht zal het u en den leden van het hoofdbestuur aangenaam zijn, als op deze wijze ongewenschte elementen zich verwijdenen; wat mij betreft, het doet mij meer leed dan ik zeggen kan, moreel gezet te worden buiten uwe partij, die wegens hare beginselen mijne volle sympathie heeft. Zedelijk gedwongen ben ik nu voor uwe partij te bedanken, waar zij wederom met de vijanden van bet Protestantisme en van onze kerk in bondgenootschap optnekt en zich buigt onder het juk van die beide machten, die uwe partij gebruiken willen als lijfeigen nen om den bouw te helpen voltooien van het kasteel, waarvan voor heiden, ieder naar zijn eigen begrip, nu „de Meiboom in den kap'’ staat Ik had gehoopt en verwacht, dat uw protestantsch en hervormd hart u er toe zou hebben aangezet om het volle gewicht van uw persoon, door God met zoovele gaven toegerust, getuige do prachtige positie, die u hier in Amsterdam, als predikant van de hoofdstad eenmaal hebt gehad, in de schaal te werpen om uw© partij te overreden, getrouw aan haar beginsel, tegen ongeloof en bijgeloof, tegen stofvergoding en separatisme den strijd aan te hinden, alleen sterk in ’s Heeren kracht Dat heeft niet zoo mogen zijn. U hebt deze anti-christelijke, anti-naticnale, anti-hervormde coalitie helpen bestendigen. U hebt eerst in uw hoofdbestuur bet accooixl mede goedgekeurd, dat ook daar toch dusdanige bestrijding heeft gevönden, dat ds. G. H. Wagenaar en mr. J. Brunt voor het lidmaatschap van het hoofdbestuur uwer Unie daarom hebben bedankt, en n hebt toen op de Unie-vergadering van den 24en dat accoord verdedigd en doen aannemen. En wat zal dit „Christelijk” aoeoord nu uitwerken? Dit, dat in ons heele land, over de gansche linie, — en is dat niet meer dan ontzettend'? — Christenen tegenover Christenen zullen staan, dat er Christenen zu en zijn, in verschillende openbare vergaderingen is het leeds gebeurd, die item m den naam van waarheid en eerlijkheid moeten bestrijden datgene, wat als „Christelijk” wordt aangediend, maar wat het stempel draagt van onwaarachtigheid. Daar is de Christelijk-Sociale Partij van mr, Van de Laar, die staat op positieve, zuiver Christelijke, beginselen. Daar is de Bond van Protestantsche kiezers, wiens beginselverklaring aan duidelijkheid niets te wenschen ©verlaat. Daar is het concepi-manifest aan het Hervormde Nederland, geconcipieerd door dr. Slotemaker de Bruine en dr. var der Flier, dat straks al of niet geamendeerd door 'een talloos aantal Hervormde predikanten, uwe vroegere collega's, de wenelc zal worden ingezonden. Allemaal uitingen van de ontevredenheid die «c over de „Chris telijke'’ coaliiie-politiek in den lande b© staat. Nu lullen alom in vergaderingen onder aanroeping van ’a Heeren naam Christenen de „christelijke ’ coalitie-politiek verdedigen en Christenen de „christelijke” coalitie-politiek bestrijden. Een schouwspel groot van ontroering en van droefheid voll Ben strijd staat gereed te ontbranden aooais zelden is gevoerd geworden. En daarvan ligt de schuld niet bij ons, die opkomen tegen al dat onchristelijk leugenachtig gedoe van de zoogenaamde Christelijke politiek, maar bij u en de uwen die het beginsel aan het succes hebt opgeofferd, bij u die niet hebt pal gestaan voor waarheid en recht, voor het Protestantisme en de Vaderlandsche Kerk, gelijk u dat vroeger hebt gedaan, janen geleden, toen u in Ommen de protestantsche candidaat waart. --- WEERKUNDIGE WAARNEMINGEN. Y erwackting. Avondweerbericht v h. Kon. Ned. Meteor, Instituut te De Bildt (8.30 nm.). Zwakke tot matigen Zuidoostelijken tot Zuidelijken wind. Veranderlijke bewolking, vrij veel zonneschijn. Droog, behoudens onweer, warm. ---