PARIJSCHE BOULEVARDS-EVOLUTIE Van een „eigen milieu” zijn zij thans tot een „passage” geworden. Sedert achttiende-eeuwsche glorie voortdurende metamorfose. Intensief Leven. (Bizondere correspondentie.) Parijs. October. Precies een eeuw geleden schreef Heine ia de „Augsburger Zeitung”, wier Parijsche correspondent hij was: „Als Onze-lieve-Heer zich inden hemel verveelt, zet hij het Venster open en kijkt neer op de Boulevards.” Uit vogelvlucht gezien is in die honderd jaar misschien niet zoo véél veranderd, maar van beneden af is de verandering ongelooflijk, en dat beaamt de definitie, dat de Boulevard louter leven en beweging is. Een gemeenteraadslid maakte °nlangs den prefect van de Seine opmerkzaam op de snelle wijziging en verbastering, die het wereldvermaarde perspectief iusschen Madeleine en Porte St. Denis de laatste jaren ondergaat. Waar vroeger in onafgebroken vlucht onopzichtige, sobere fagades zich aaneenrijden, alle gelijk in verdeeling en hoogte, daar wordt de harmonie tegenwoordig al meer verstoord door lompe hiastodonten-van-bouwwerken, die met hun zware massa’s en bizarre geledingen uit het j ader vallen. Hier heeft een bank een heee rij Pransche burgerhuizen verdrongen °or haar oriëntaliseerenden reuzenbouw, aar is op de plaats van het elegante Paon de Hanovre, architectonisch juweel j., nfs Van es htaliens, het logge, gele °k van de Berlitz-school gekomen. Op een anderen }in i talen ha f k Jaa§t het Ford-Huis met meepn' odn?en en glasvlakken ten hemel; teceel JCP de ”Matin”. die zijn ongelijke perjs n bloedroode verf heeft vereend, VenT den boulevard een bioscoopkolos met '"Hc^u0028 monotonie opgerezen. re et bedoelde raadslid kreeg nul op zijn labest- En inderdaad, het Seinebestuur koort WUSt en boulevard aan de bouwbou s der „vernieuwers” over; speciale biet Voorscbriften zijn en worden daarvoor bóórt’? want volgens den prefect varcj tot het karakter van den Bouleleven”dat hij zich als »haard van intensief tijd vo°rtdurend verandert en dat elke tCr zÜn stempel op drukt, bon- s> sage §ew°rden „esprit du Bouv/et., ~werd gekweekt en gekoesterd, c°0 bij zakenstraat, bankenstraat, biosbiilip traat’ Ja meer een passage, dan een baarkó Eeciame en omzet zijn troef, en op . !-J passen de nieuwe blufconstructies tögp le boeken ook veel beter dan de ingebianf1 eztchten der oude huizen, der char-Va„ e.’ halfdonkere café’s van de dagen 1 olim ;e nemen, al sou het er in het oog der traditionnalisten onder lijden. Of men het nu bejammert of niet: dat is blijkbaar ook de opvatting van den prefect uit 1833. Als de Boulevard zichzelf verslijt, tant pis; maar zijn natuurlijke evolutie geweld aan te doen, lijkt onzinnig. (Nadruk verboden). --- What's In a Name? Veel te veel politieke Verwikkeling, zegt minister. Hij Sprak Uit Ervaring. Een medewerker te Brussel schrijft ons: De Belgische oud-minister Carton en de stad Doornik nemen het op tegen Shakespeare. De groote William heeft: mooi I dooreen van zijn helden de vraag laten stellen: Wat steekt er ineen naam!, hij geeft daarmee alleen maar blijk van een volkomen poëtische onverschilligheid voor de ware moeilijkheden van het dageli;ksche leven in ’t algemeen, van het politieke leven in het bijzonder. Wat er ineen naam steekt? Alle mogelijke verwarring. In België bestaat er een schandelijke verwaarloozing van de voornamen, zoodanig zelfs dat er dikwijls een veel te gemeenzaam gebruik van den eigennaam het gevolg van is. Men had hier een minister Henri Carton en een ander minister Henry Carton (de Wiart). Denkt gij dat iemand het onderscheid maakte? Er werd gesproken over minister Carton. En daarmee uit. Stelt u voor tot welke verwarring dat aanleiding moest geven. Minister Henri Carton kon geen goeden maatregel nemen of hij moest de populariteit deelen met graaf Henry Carton (de Wiart). Graaf Henry Carton (de Wiart) kon geen kiezers misnoegen of de kiezers van minister Henri Carton waren misnoegd. Oud-minister Henri Carton kreeg van deze dubbele verantwoordelijkheid genoeg. Hij vroeg en verkreeg, dat hem bij koninklijk besluit“hnachtiging werd verleend om aan zijn naam toe te voegen „de Tournai” wat er op wijzen moest dat hij de Carton uit Doornik was. Wat steekt er ineen naam? vroeg Shakespeare uit de hoogte. Wat er steekt in den naam Carton de Tournai ? zoo raapt de stad Doornik den handschoen op. Inden naam Carton de Tournai steekt. niet minder dan een verkrachting van de heiligste rechten der geschiedenis van de stad. Als er op aarde e;n Carton de Tournai geduld wordt; krijgt de onderstelling, dat Doornik ooit feodaal afhankelijk is geweest, een zweem van gegrondheid. Derhalve heeft de gemeenteraad een , motie aangenomen om op intrekking van ; het koninklijk besluit aan te dringen: oud- j minister Carton’s naam moet opnieuw wor- ; den beroofd van het toevoegsel, dat voor de geschiedenis der vrije stad Doornik | smadelijk zou kunnen worden. Wat steekt er ineen naam? lachte Sha- j k-speare. Veel tè veel politieke very/ikke- I ling! antwoordde oud-minister Carton en hij vermeerderde den zijnen.. Wat steekt er in een naam ? vroeg Shakespeare lichtzinnig, j De toekomstige schande der stad! antwoordde de gemeenteraad van Doornik. Op j dit oogenblik zit de regeering gekweld met j de vraag van Shakespeare. En of zij den j naam van oud-minister Carton opnieuw in behandeling .moet nemen?.... (Nadruk verboden). --- STRAPERLO-STORM! Nederland— het Monaco van het Noorden. Wat de practijk t. a. v. de behendigheid heeft bewezen. Het Geluksballetje. (Bizondere correspondentie.) Amsterdam, October. Er is schier geen plekje meer in ons vaderland, waar geen gelegenheid wordt gegeven het edele Straperlo-, Spiralo- of Ramadjo-spel onder het mom van behendigheid te beoefenen. En waar de gelegenheid ontbreekt, daar zijn plannen in voorbereiding om in deze „behoefte” te voorzien door de oprichting vaneen sociëteit of club Er is zelfs een nieuwe industrie uit geboren : het vervaardigen van Straperlo-tafels. Hoezeer wij in deze tijden van depressie iedere werkverruiming ook toejuichen, toch meenen wijden Straperlo-storm, die over ons land waart en onvermijdelijk slachtoffers zal maken, thans een „halt” te moeten toeroepen. Het zal ongeveer 25 jaar geleden zijn, dat inde hoofdstad evenals thans de speelholen als het ware uit den grond verrezen. Hét begon met de oprichting vaneen „Académie de Billard”, waar bekende billardprofessoren elkaar bekampten op het. groene laken ten aanschouwe van honderden bezoekers die gelegenheid kregen ineen soort totalisator te wedden op hun favorie- | ten. leder spelletje duurde nog geen vijf minuten, zoodat er heel wat omging. Daarnaast kwamen grootere en kleinere speelclubs; de naam „club de bienfaisance” zal menig Amsterdammer nog wel bijgebleven zijn. En ineen artikel, getiteld „Amsterdam-Monte Carlo”, v/ijdden v/ij, aandacht aan dit verschijnsel. Toen begonnen de invallen van politic en justitie, waarop de Académies, de weldadigheidsclubs en hoe zij meer mochten heeten, als sneeuw voor de zon verdwenen. De wet op de verboden hazardspelen gaf politie en justitie ruimschoots gelegenheid op te treden tegen dit euvel. In het geheele land. Wat toen alleen tot de hoofdstad beperkt bleef, ziet men thans in ons geheele land. Overal rijzen de „sociëteiten” uit den grond, waar gelegenheid wordt gegeven tot het behendigheidsspel „Straperlo”, „Spiralo” of „Ramadjo”, welke spelen niets anders zijn dan eenigszins geraffineerde roulettes, waarbij de behendigheid alleen hierin- zit, dat men het juiste nummer weet te raden, dat het geluksballetje zal aanwijzen. Wij danken de invoering van het Straperlospel in ons land eigenlijk aan de gebeurtenissen in Duitschland. Te Kleef exploiteerde een oud-croupier een kleine speelzaal, waar de Straperlo werd beoefend. Daar heette het nog gewoon roulette, wat het ook inderdaad is. Om de bekende redenen werd den exploitant als zijnde niet-Ariër zijn vergunning ontnomen en hij vluchtte naar Nederland., waar hij in kennis kwam met een Nederlander, die op het illustre denkbeeld kwam, pogingen aan te wenden Scheveningen met dit spel gelukkig te maken. De grootste behendigheid van dezen behendigheidsspel-ondernemer was wel, dat hij er in slaagde de autoriteiten te overtuigen van het feit, dat „Straperlo” zooals het spel hier gedoopt werd, ook inderdaad behendigheid was. Niemand minder dan professor Schuh gaf als zijn meening te kennen, dat men hier met behendigheid te maken had, althans, dat met behendigheid en berekening de kansen voorat' bepaald konden worden. ! Het zou dus geen hazard- of toevalsn-1 zijn en daarom vallen buiten de wet op het verbod van hazardspelen. Toegerust met deze verklaring begon de exploitatie te Scheveningen. En men weet met welk ee., succes? Niet alleen, dat goklustige vreemdelingen en Nederlanders zich naar Scheveningen begaven en de badplaats een seizoen bezorgden zooals deze sinds menschenheugenis niet heeft gekend, ook de Hagenaars lieten zich niet onbetuigd en beoefenden met entrain het edele Straperïo. Noordwijk, Zandvoort en Laren volgden het goede voorbeeld en noteerden dezelfde resultaten. In Zandvoort had de heer Tuschinski het oude, vervallen Kurhaus met zijn tooverstaf aangeraakt en in twee luttele weken dezen bouwval getransformeerd tot een deftig „Casino” van buitenlandsche allure. De Amsterdammers, die Vergeten waren, dat er nog zoo iets als Zandvoort aan de Zee bestond en die het bestaan van het reeds lang gesloten Kurhaus niet eens meer vermoeden, kwamen nu lederen avond maar hun badplaats niet om van de zee te genieten, maar om ift het schitterende, behagelijke Tuschinski-interieur zich in Monte-Carlo te wanen, te luisteren naar de muziek èn naar de voor hen nog schoonere klanken van de rikketikkende schijven, die de vingervlugge croupiers uitbetalen of naar zich toe harken, het geroep van „a vos jeux”, „rien ne va plus”. Zijn „Straperïo” en zijn broertje ~Spiralo” en „Romadjo” nu behendigheid of hazard? De vraag zal nog officieel opgelost moeten worden als aanstonds proefprocessen naar aanleiding van te Scheveningen en te Haarlem opgernaakte processen-verbaal worden gevoerd. Intusschen zijnde geleerden het er niet over eens. De ondernemers houden stokstijf vol, dat men zijn kans kan berekenen, wat een voordeel geacht wordt tegenover de gewone roulette, zooals deze te Monte' Carlo en elders wordt gebruikt. Men weet hoo de Straperïo werkt. Niet de croupier draait de schijf, zooals bij de roulette, doch de rouletteschijf wordt electrisch steeds in draaiende beweging gehouden, draait met een constante snelheid. Waar men bij de gewone roulette 36 nummers heeft benevens de „0” (zéro), daar is de „Straperlo”- schijf ingedeeld in 24 nummers met de zéro. De witte knikker loopt niet langs, doch boven de schijf en beweegt zich langs een vaste baan, om ten slotte te belanden ineen der genummerde vakken van de schijf. Waar bij de roulette de nummers door eikaar staan, daar volgen zij bij de „Straperïo” elkaar geregeld op, en zijn zij per drie stuks tegelijk rood of zwart gekleurd. De redeneering, beaamd door prof. Schuil, is nu als volgt: waar de knikker steeds dezelfde baan volgt en deze steeds in gelijken tijd zal doorloopen, waar tevens de. genummerde schijf met een constante snelheid draait, daar zal de knikker steeds denzelfden tijd gebruiken om de baan af te leggen. Let dus goed op, wanneer de croupier den hefboom omlaag tikt om den knikker te laten vertrekken. Neem een vast Punt en kijk welk nummer van de schijf op het oogenblik van vertrek dit punt passeert. Neem vervolgens het nummer waar de knikker is terechtgekomen en bereken het verschil. Wanneer dan aan? onds biJ de tweede ronde de knik-]vee;r , wor