EUROPEANEN MAKEN ZICH IN INDIA GEMAKKELIJK KWAAD »>IK zal blij zijn als je er bij dit eerste bezoek aan India zonder infectieziekte afkomt”, had mijn dokter voor mijn vertrek tegen me gezegd. »Ik ben nooit ziek”, had ik overmoedig geantwoord. „Juist daarom”, *choot hij terug, „bevattelijke mensen zijn voorzichtiger dan jij het ooit borden zult.” Hij kreeg gelijk. Twee weken voor mijn beraamde thuisr*is kwam ik in New Delhi plotseling plat te liggen met hoge koorts. Pnze ambassade bezorgde mij gelukkig een goede dokter; want in India neb je er van allerlei soort. De dokter die ik aan mijn bed kreeg had in Engeland gestudeerd; bovendien was hij, zoals ik later aan zijn briefpapier (en aan zijn honorarium) merkte, eender lijfartsen van Nehroe. In elk geval was hij ’n kraan. Op de eerste blik, nog voor hij zijn sthetoscoop uit zijn zijzak gehaald had, stelde hij longonsteking vast. Hij gaf ’nij pillen die na mijn terugkeer in Europa onbekend bleken te zijn,, en na een etmaal was ilc al koortsvrij. Hij ried mij aan één vliegtuig eerder Ie vertrekken dan ik van planwas geweest en zodoende kreeg ik dadelijk ecn dag of acht de tijd, niet alleen om de economische en politieke vraagstukken te overdenken, die al reizend aan mij voorbij waren geraasd, niaar ook om mij te bezinnen op alles wat mij in India had verbaasd, verrukt en soms teleurgesteld. Noor een Europeaan is het heel gemakkelijk om je in India voortdurend kwaad ‘e tnaken. Daarom is er geen beter en tegelijk slechter bron van inlichtingen voor de nieuweling in India dan een aantal Europeanen die samen zitten te borrelen, en al whiskey drinkend de .waarheid’ over India opdissen. Niet dat je dan geen vermakelijke verhalen hoort, vooral over de manier waarop sommige kleine en Srotere ambtenaren proberen er wat bij te verdienen. Maar tegenover elke corrup-Ue-anecdote kon .ik, hardop of in gedachten, er een stellen van groter kaliber die uit Europa of Amerika afkomstig was. Als de corruptie dan platgepraat is, komt de Indische „luiheid” aan de beurt. Een Europeaan die India en zijn geschiedenis door en door kent zei tegen mij: ..Nergens in al hun heilige hoeken vind je een zinnetje als in onze Bijbel: „In het *Weet uws aanschijns zult ge uw brood verdienen,” Hij was zelf een ijverig mens, on zijn woorden schramden met een scherp randje van verontwaardiging. Maar tvaarom moet ons westers werk-dynamisme als een wet voor de hele mensheid Zelden? Ik benijdde de Indiërs soms om de zielerust waarmee ze urenlang op hun hurken konden zitten. DOOR A. DEN DOOLAARD --- Kernfysica ik koortsvrij was ging ik, in eén heken gewikkeld, op het grasveld voor het huis ineen luie stoel liggen om te Jezen. De eerste dag vrat ik me op van ®rgernis. over het deel van mijn reisprogramma dat ik had gemist, maar een berangwekkend schouwspel vlakbij bracht hhj tot betere gedachten. Zes arbeiders van de gemeente Delhi waren vlakbij h.szig een duiker te maken onder een rijweg door. Bezig is echter een te groot woord. Ze kwamen om halt negen aanzetten, zonken ineen kringetje op hun hurken en kletsten tot bij half elf. Dan grepen ze plotseling hun schoppen en begonnen in snel tempo te graven, want el*e dag, precies om half elf, kwam er fhh inspecteur aanfietsen, die vijf minuten lang tegen een lantaarn leunend het gadesloeg zonder af te stappen, en «an weer langzaam wegfietste. Zodra hij verdwenen was gaarden de noeste wer*hrs papier en twijgjes bij elkaar, tovereen keteltje te voorschijn en gingen thee zetten. Inde loop van de middag herhaalde zich hetzelfde spel. Zes goede ?rbeiders onder een voorman hadden het sele karwei in twee dagen kunnen klaren, ■‘-’eze zes kregen in acht werkdagen een Steppel van vier meter lengte voor elkaar. Zo zon Ik door kunnen gaan, artikelen lahg; maar welke goede zaak zou ik daarhi«e dienen? Geen enkele. En bovendien heeft elke boekhouding een kreditkant. had duizenden km. gevlogen met Inuian Airlines. Elk vliegtuig vertrok op de en wat vliegveiligheid betreft staat heze maatschappij internationaal zeer hoog aangeschreven. Het Tata-concern J?et zijn 120.000 arbeiders, die staal, tex-J'el en honderd andere produkten maken, tot ver buiten India beroemd, ook om *Ün sociale instelling: 80 procent van het kapitaal van anderhalf miljard (in gul“ens) is in handen van filantropische instellingen. En op de internationale conferentie voor kernfysica te Genève (1955) “teek, speciaal tot verbazing der Amerikanen die van hun regering geen mond •bochten opendoen, dat Indische atoomgeleerden op het gebied van kernfusie het t'erst gevorderd waren van alle landen. daarnaast missen de Indiërs het naboot-sjhgsgenie der Japanners. De Indische lucifers staatsmonopolie zijnde slechtste van heel de wereld; de verbrandde kop fait gegarandeerd af en het houtje gloeit ''-Onder mankeren. Toen ik voor een kenhis in. een huishoudwinkel een Primus *ocht (Indische imitatie) bleek pas van het zesde en laatste exemplaar dat de winkelier in arrenmoede voor mij uitpakte, de pompte werken; de andere vijf waren defect van de fabriek gekomen. --- Geen cent uit Nederland En toch is het onrechtvaardig indien ik, afkomstig uiteen hemelstreek waar de industrie anderhalve eeuw oud is, de maatstaf van technische perfectie ga aanleggen ineen land, waar de halve bevolking net uit het stenen tijdperk gestapt is, waar nog tientallen miljoenen houten ploegen worden gebruikt, en dat tot voor kort als koloniaal wingewest werd uitgebuit enkel terwille van zijn katoen, thee en jute. Want wie dat doet, schaart zich met minachting voor de geest, aan de zijde der technisch volmaakte barbaren die nu de hemel willen bestormen voor ze iets van de werkelijke noden en behoefte der aarde hebben begrepen. Een ander volk is een machtige boom, waarvan de wortels anders groeien dan de onze; ze doordrongen een andere aarde en het loof ademt ineen andere lucht. Dat is de eerste en voornaamste reden, waarom de kritiek van de Atlantische, rationele mens op het doen en laten der bevolking van India zo onvruchtbaar en nutteloos blijft, terwijl deze kritiek trouwens voor het overgrote deel zich zelf veroordeelt door zijn volslagen harteloosheid. Bovendien is deze kritiek niet half zo raak als sommige redevoeringen van Nehroe en diens vice-president, R Dakrishnan. Maarde vader, die zijn kinderen beknort, ontzegt dat recht aan zijn buurman. Zo is de mens, en dat wordt te dikwijls vergeten door de kritikasters. Het schort ons niet aan geld en technisch inzicht, maar wel aan liefde. De ,Help-India-Club” gaat het derde Indische vijfjarenlan nu bijstaan met leningen van bijna 2,5 miljard dollar. Dat geld wordt niet geleend uit schaamte, omdat wij in het westen onze buik dagelijks vol hebben, niet uit mededogen met de vele tientallen miljoenen wier aards bestaan één lange hongertocht is, maar allereerst uit eigen baat j:n politieke angst. Angst, dat India, het op een na volkrijkste land op aarde, anders wel eens communistisch zou kunnen worden. En toch schaamde ik me, dat bij die 2,5 miljard geen cent uit mijn vaderland was. Toen ik India verliet, zei ik met zwaar hart het land vaarwel, dat wellicht de moeilijkste economische problemen op aarde heeft. Omtrent de oplosbaarheid waag ik me niet aan voorspellingen, want daarvoor ruikt ’t me inde wereldpolitiek te branderig. Wie voorts de profeet wil spelen over het armste land ter wereld, terwijl hij tussen Delhi en Karachi op tienduizend meter hoogte, bijna in het luchtledige dus, een KLM-biefstuk van de haas met malse doperwtjes zit op te smikkelen, mist volkomen de zin voor het ridicule. Een cognacje toe, meneer? Graag, als ik er een stukje kaas bij kan krijgen. Natuurlijk meneer. Enzovoorts, tot je op Schiphol de vliegtuigtrap afdaalt enkel maar door het gewicht van je volle buik te volgen. Daarom vroeg ik me, terwijl de DC—B in werkelijk razende vaart westwaarts stoof (eer je in kon dutten, stond de luchttaxi alweer kerosine te zuipen op een volgende zandvlakte) iets anders af: wat heeft India je nu bijna een kwart jaar gegeven? Heb je er lekker gegeten? Neen, dat niet bepaald. De Indische keuken is tamelijk fantasieloos, de pseudo-Europese is „made in England” en dus waardeloos, en mijn enige verrukkelijke maal genoot ik ineen Het „oude gezicht” van India Moderne Indiase vrouw --- Westen: geen gebrek aan geld, wel aan liefde achterbuurt van Calcutta bij een Chinees, waar prof. Versluys, UNESCO-expert voor het Verre Oosten, mij had uitgenodigd. En toch wist ik mij een voller en rijker en sterker mens ook ik voelde me na de longonsteking dun en slap als een 'opgerolde vaatdoek, en al was mijn portefeuille plat als een Indische gerstekoek, een chapatti. Maar waarom dan dat nieuwe gevoel, vroeg ik mij af, terwijl ik in de stratosfeer staarde, van tussen de sterren thuis te zijn? Omdat ik in India op een nieuwe en indringende manier de oude les der wijzen geleerd had, dat de tijdelijke en zichtbare wereld gedragen wordt door ’n eeuwige, onzichtbare geest. Schrik niet, waarde lezer, die mij drie maanden hebt vergezeld ik wens tot slot van de lange reis niet te verdwalen inde labyrinthen van de vergelijkende godsdienstwetenschap en onderdruk dus elke uiteenzetting over de Hindoe-religie, die anders dan het Christendom, tegelijk filosofie en mystiek is. Maar tussen Bahrein en Cairo, slapeloos en overwaaks, dacht ik: Daarginds vlamt Aldebaran nog als een fakkel inde nacht; maar hoven de Ganges gaat nu de zon op, en hg duizenden dalen de gelovigen de trappen en badplaatsen af en dompelen zich in het heilige water, hjj het goud van de zonsopgang voegen ze het goud van hun offerande, de slingers goudsbloemen. F.n daar, op een vlondertje apart, zit die oude grijze man weer, die mij in aarzelend Engels één regel vertaalde uit het boek dat hij aan bet water voorlas de Bhagavad-Gita. de „Zang van God”; „lVeet dan dat enkel Ik besta, en dat op één atoom van M(j het ganse universum steunt". Maar meteen dacht ik: pas nu op, en verval niet in gedweep met Yogis want de westerling die dat doet bedriegt enkel met geleend soelaas zijn eigen stervensangst En India is meer dan de blik van wijze ogen die je aanstaren vanuit het oneindige; het is ook de verwijtende blik van kinderen die gedoemd zijn tot hongerlijden en niet begrijpen waarom. --- Nog een wonder „Ik heb juist de weersverwachting van Schiphol binnen”, zei de gezagvoerdèr té* ■gen me toen ik ’s nachts inde oookpJft kwam. „Noordewind kracht vier, 2 boven nul, zicht 12 mijl.” Geen mist dus, maar wel snerpende kou, en ik had geen winterjas bij me, vanzelf. Maar die werd me nog in het pasgelande vliegtuig aangereikt door em steward. „Dat is geen service meer, maar toveren!”, zei ik dankbaar. Onder aan de trap stond de levende oplossing van het raadsel: mijn vriend Han Luymes, technisch directeur van de KLM, en naast hem mijn vrouw; en inde afhalersruimte wachtte samen met mijn kinderen, de hoofdredacteur van deze bladen, die ons met de minimum-snelheid waartoe zijn zuidelijke temperament hem blijkbaar noopt (120 km per uur) naar huis reed. Eenmaal thuis zei ik tegen mijn vrouw: „Hier zijn mijn jas en mijn broek en mijn schoenen. Ik zeif kom overeen paar dagen wel.” Want alleen mijn lichaam was nog thuis; de rest zwierf nog ergens in India. De longspecialist schreef me een maand luilakken voor, en ik keek rond me heen, en verbaasde me. Niemand zat hier op zijn hurken, want iedereen bezat minstens twee stoelen: een eetstoel en een j luie. Alles glom, want over alles heeu lag het vet der welvaart ineen ranzig laagje dat meteen de geest verstikte. Alles was even keurig gekamd en bijgehakt, en daardoor stomvervelend. Wanneer ik in New Delhi op het grasveldje buiten mijn tijdelijk tehuis zat te typen, verveelde ik me nooit. Eerst kwamen, aangekondigd door luid gezang van devote liederen, de twéé kerels die met heilig water van de Ganges leurden. Dan sloop er een boef binnen die me gouden ringen probeerde te verkopen. Ze waren natuurlijk èn gegapt èn doublé, maar zijn welsprekendheid blonk als echt goud. Daarna dook er een slangenbezweerder op met een tot fluit verbouwde kalebas, gevolgd door ’n pienter joch met drie afgerichte apen. Over de bedelaars tussendoor zwijg ik maar. Ik miste ze, en verlangde terug naar India, waar het mensenleven nog ’n wonder is, tussen de barsheid vaneen beurtelings verzengde en verzopen aarde en de furie vaneen blakende hemel. --- 1100 kilometer per kano DEN HAAG, juli. Twee korporaals vaa* de Britse luchtmactat zün in Willemstad aan land gegaan, na in veertien dagen tijds een kanotocht vaneen dikke elfhonderd kilometelr gemaakt te hebben. Ze bleven Meirmeö nog drie dagen onlder de tijd, die hun voorganger, een selrgeant van de Britse luohtmacht, in zelfde afstand met zijn kano af te leggen. De korporaal, Daviid Roberts em Dawiiid Green., beiden. 23 jaian oud, bsgonraetn hun lanige-afetandisioc'hlt in Chur in Ziwlitsenliand. De laatste urnen. waren het moe ilij kist voor de Bnigelseni, dde in. zwaar weetr vemzeaM waren geraakt. De kiamotocht v.omm,t een onderdeel van hert oefenprogramma, van inde bandsrepubffiefc Duitsland! gestationeerde onderdelen van de Britse luohitmachft. --- VOL GOEDE BEDOELINGEN „Wereldhervormers” kwamen naar Wenen „Het moet maar eens uit zijn!” (Van onze redacteur in Wenen) WENEN, juli. Van 9 tot 15 juli werd in Wenen het internationaal congres gehouden van de .Wereldbond van wereidfederalisten”. De bond heeft zijn hoofdkwartier in Den Haag en de leden streven het zéér prijzenswaardig doei na, ’n einde te maken aan iedere oorlog, de nationale legers naar huis te sturen en de hele wereld te verenigen in één grote vredelievende statenbond. Het is een prachtig doel. Maar aangezien de landen van het communistische oostblok zich van deze bond afzijdig houden, dreigen de leden wel eens één kleine moeilijkheid over het hoofd te zien, nl„ dat de oorlogsdreiging juist uit die landen komt, die niets voelen voor een wereldfederatie van vrije volkeren en van vrije mensen. In Wenen hebben we uit hoofde ons beroep al vele internationale congressen moeten bijwonen. Maar of we nu luisterden naar de openingredevoeringen van congresserende kappers, parlementsleden, juristen, muziekpaedagogen, hotelportiers, taxichauffeurs, goochelaars of journalisten, reeds vernamen we, dat juist dat congres bijzonder belangrijk was voor de wereldvrede en voor de goede verstandhouding onder de volkeren en steeds werd het ideaal voor ogen gesteld, dat de hele wereld één grote familie van volkeren moest worden. --- HOGE BEZIELING Nu waren de deelnemers aan het congres van de wereldfederalisten werkelijk bezield van de meest idealistische en allerbeste bedoelingen. Onder de deelnemers zagen we hooggeleerde professoren, negers, Indiërs en Japannezen; een vader en moeder met twee kleine kinderen van 10 en 12 jaar en verder een haast angstwekkend groot aantal van die lieve oude dames. Veel inleidingen waren uitstekend, andere vooral goed bedoeld. Inde discussies toonden veel deelnemers van geen toeten of blazen af te weten van al die politieke haken en ogen, die de wereldproblemen zo ontzettend moeilijk maken. Een meneer uit India, die gekleed was in een gele doek, op blote voeten rondliep, van wie niemand wist, hoe hij naar Wenen was gekomen en wat nog moeilijker is— hoe hij uit Wenen weg moet komen, sprak uitvoerig over de broederschap van alle mensen. En een lieve oude dame loste onder frenetisch applaus alle wereldproblemen op door te zeggen: „Het moet nu maar eens uit zijn met al die narigheid inde wereld!” We vernamen op het congres, dat politiek een „vieze” boel is, waarmede men eigenlijk niets te maken wilde hebben. Waarop men uiteraard de vraag zou kunnen stellen, waarom men zich dan zo intensief bezig houdt met problemen, die zonder de grote politiek nooit tot een oplossing kunnen komen. --- „WEG MET DE ZONDE!" Eigenlijk werd de oplossing van alle wereldproblemen daarin gezocht, dat men de zonde wenst af te schaffen. Inderdaad hebben de wereldhervormers volkomen geljjk! De hele wereld zou één zijn en een paradijs van vrede en naastenliefde, indien alle mensen volmaakt waren. Maar het is nu eenmaal een feit, dat de mensen sinds de erfzonde geneigd zijn tot het kwaad, dat zelfs de rechtvaardige vele malen per dag zondigt en dat men dus ook terdege rekening moet houden met dit kwaad inde politiek, die toch niets anders is dan de kunst van het bereikbare. Het is ontstellend te vernemen hoeveel mensen, ook al hebben ze een briljant verstand, toch nog altijd ergens „op de maan wonen”. Door veel waarnemers werd na afloop dan ook de vraag gesteld, wat voor nut zo’n congres nu eigenlijk heeft.... --- Rondje varen als met een motorjacht WIJ VIELEN letterlijk in de Westeinderplas De Vertol-107 helicopter: uitkomst bij verkeerschaos (Van onze luchtvaartmedewerker) De zeilers op de Westeinderplas, die daar rustig hun geliefde sport beoefenden, hebben vreemd opgekeken, toen er plotseling een grote Amerikaanse helicopter boven hun hoofd verscheen. Het merkwaardige was namelijk dat dit toestel steeds lager kwam en tenslotte tot hun grote verbazing zacht in het water neerviel en als een motorjacht een rondje voer. Toen trokken de twee grote driebladige rotors het toestel weer omhoog en weldra was het verdwenen, even snel en onverwacht als het gekomen was. Deze waterlanding maakte deel uit vaneen demonstratie met een nieuwe Amerikaanse helicopter, de Vertol-107. Dit toestel was op Schiphol om aan geïnteresseerde Nederlanders te laten zien wat men ermee doen kan Wij hebben een demonstratievlucht mogen meemaken en het was inderdaad een merkwaardige ervaring. Het wateroppervlak kwam steeds dichter bij ons en bijna ongemerkt veranderde de cabine van onze hefschroever in die vaneen plezierjacht, zó dicht onder de ramen dobberden de golfjes van de Westeinder, waarvan het oppervlak dooreen zachte bries en door de beide rotors van onze Vertol flink in beweging werd gebracht. Het prototype, dat men olns op Schiphol liet zien, was eigenlijk etetn twee-inéén toestel. De, Vleirtol-107 kan namelijk gelevérd wonden als bu(rgervliegtuig en als militair toestel. De inrichting valn de cabine verschilt im beide gevallen] nogal veel. Daarom heeft men halvelrwege eeftt sch/ot aan gebracht en de voorste helft ingericht als e«(n gerieflijke cabine voor negen passagiers, terwijl de achterste helft de militaire versie vobrstelt. noteerd. New York Airways, een, maatschappij die alleen, met helicopters vliegt, 'krijgt er volgend jaar 10. H*et Amerikaanse leger bestelde 28 toestellen v.an een iets grotere uitvoering, welke zij Chinook noemt. De Cana'deze lueh'tmacht bestelde er twee; de Japanse Kawasafci Aircraft Co beeft er tien gekocht en gaat het toestel bovendien zelf in licentie bouwen. De Zweedse marine heeft onlangs een bestelling geplaatst, voor 20 van deze Vertois. In 1938 vloog bet nu op Schiphol gedemonstreerde toestel voor toet eerst en men heeft er sindsdien al van alles mee gedaan, Imvlieger BifiKL Coffee, die ooik in Nederland, de demonstraties verzorgt, kan, eir zo langzamerhandl mee lezen en schrijven. Op het ogenblik is men bij Vertol, welk© fabriek een dochteronderneming van de bekende Boeing Compa■ny is, bezig met de serieprodnktie van 'het vliegtuig, want men heeft er al verscheidene bestellingen, voor ge-Het toestel belooft dus inderdaad wed een succes te worden. --- VLIEGT ALTIJD Het grote succes van, de Verto.l-107 is in hoofdzaak te danken aan de geheel nieuwe conceptie van dit toestel. Hoewel hei er van buiten tamelijk gewoon uitziet, 'heeft het een aantal eigenschappen die het met kop en schouders bo• ven andere hefschroevers doet uitsteken. De achterste rotor staat een stuk hoger dan de voorste; hij is geplaatst op een soort kielvlak. In dit kiel vlak zijn o.a. de twee schroef turbines geplaatst, die de rotoren aamdrdjwen. Het ie een volledig 'gekoppeld systeem, dat wil zeggen dat elk van de beide motoren in, staat is om allebei de rotors aan te drijven. Het toestel kan dus rustig op één, motor vliegen. Daar komt nog bij, dat de Vertol-107 volledig is ingericht voor instrument en biiindvliegen. Met dót toestel kan men dus altijd' de lucht ingaan, terwijl verreweg de meeste helicopter* echte mooi-weer vliegers zijn. Een voorgenomen vlucht behoeft dan ook zo goed, ais nooit vanwege het weer te worden uitgestelki en dat is een groot voordeel. Tenslotte is deze helicopter een stuk zuiniger en zijnde vliegkosten' belangrijk lager dan van andere typen. Ook dit speelt een belangrijke rol. De yertol-K)7 stijgt hier op uit de Budsorvrivter, midden in New-York, Maar op de Westeinderpias in Nederland ging het even goed» --- BETEKENIS VOOR NEDERLAND Wat is nu de betekenis vaneen dergelij,ke helicopter voor Nederland? Kan men ineen klein land mot een goed ontwikkeld venkeersnet op de grond met een dergelijfc toestel iets beginnen? Hierover ‘hoorden wij enige interessante 'bijzonderheden, van de heer B. A. M. Sehreiner,, die niet alleen, de commerciële belangen van Vertol in. Nederland behartigt, maar tevens directeur as van een vliegbedrijf (Sctoreiner-Aero Contractors) is, dat met hefschroevers opereert. Toen, de KLM alleen nog maar bij mooi weer vloog, zo zei de heer Sehreiner, was het voor een zakenman niet aantrekkelijk om per vliegtuig te reizen. Tenslotte wilde hij er zeker van zijn, dat zijn reis doorging en bij een vliegtuig was men dat nooit. Ma'ar nu men, zo goed als altijd vliegt, weer of geen weer, nu denkt diezelfde zakenman er eenvoudig niet meer over om. voor een enigszins lange reis een ander vervoermiddel te nemen dan het vliegtuig. : Zo zal het ook giaan nu de Vertol zich presenteert. Omdat dit toestel altijd . vliegt, zal metn er ook vele! eerder toe komen om ermee te gaan vliegen. Mei name vocxr Nederland komt dit toestel precies op tijd, want wat zien wij op een mooie zomerdag? Alle wegem zittein stampvol met auto's en er is bijna geen doorkomen aian. Hoevelen zullen er op zo’n moment naar verlangen om er rustig met een hclioopter ovenheen te wippen! Er is een voortdurende wedloop tussen de toename van het aantal auto's en de uitbreiding van het wegennet, waarbij dit laatste steeds achterblijft. Welnu, waarom dan geen hefschroefvliegtuigen in geschakeld voor diegenen, die er beslist gauw willen zijn! De Vertol-107 is daarvoor bepaald ideaal te noemen. Als deze vofltedóg voor passagiersvervoer is im gericht, gaan er 25 passagiers in, die in gemakkeldjfce fauteuil® zitten, precies als ineen vliegtuig met vleugels. De cabine is bovendien rustig; er is bijna geen lawaai en er zijn zo goed als geen. trillingen die het vliegen inde Vertol onaangenaam zouden, kunnen maken. Omdat de bedrijfskosten, het bovendien mogeilijik maken een redelijk tarief in rekening te brengen, zullen er zeker heel waf mensen worden, gevonden, die vaneen diergelijke gelegenheid tof snel. gerieflijk vervoer, gebruik zulten willen maken. De heer Schriener koestert zelf nog altijd plannen in, die richting. Een, van zijn ideeën is een helioopter-verbinding tussen Den Haag en het industriegebied rondom Botterdam, waarvoor met name enkele oliemaatschappijen' principiële belangstelling schijnen te hebben. Verder iis het vervoer van, toeristen van Amsterdam naar de Wadden-Eilandeo een aantrekkelijk object voor de zomermaanden. Deze zomer gaat de heer Schrei – nier al1 met .gewone* vfliiegtuiigen tussen Schiphol eni Texel vliegen, maar waarom zou dat inde toekomst niet met Vertel® kommen.? Zelfs in, een kteim land als Nederland zijn er nog vele ongekende mogelijkheden voor de luchtvaart en een toestel als dei Vertol 107 kan mem daarbij goed gebruiken. Toen wijlen Allbert Plasman, kt 1816 de oprichting van de KliM ter hand nam aèi hij. dat het „slechts een kwestie van organisatie” was. Wetau, dat zeffite menen wij met betrekking tot beiKcop'lterdnemsten evenzeer te kunnen, bewe» Wk Ctf iheit alitemiaai roeier komst Bal de ■ toekomst moeten teren. --- Advertentie (Advertentie?) Pluim Voor Deze Motor mi MINDER GELUID Wk r i VERMOGEN I BRANDSTOF Ulik dB nieuwe, machtige SACHS | memhraan-motor! ---