NEDERLAND. Op den 2den Juli) is prinses Marianne, met een gevolg van 12 personen, te Amsterdam aangekomen en heeft zich onmiddelijk op de gereed liggende stoomboot Willem I, kapitein J. H. Savert, ingescheept, om de voorgenomen reis naar het Heilige Land te aanvaarden. Ten 8 ure vertrok het vaartuig onder het lossen der gebruikelijke saluutschoten. Intusschen is het schip op den 3den, wegens harden wind, de haven van Texel weder binnengeloopen. Oen sden, het weder bedaard zijnde , heeft het vaartuig weder zee gekozen. Volgens berigten , heeft de Willem 1 den Oden daaraanvolgende ter reede van Havre de Grace bet anker laten vallen en den lOden de reis weder voortgezet, naar Bordeaux koers stellende. Naar men verneemt zou de prinses voornemens zijn ook Lissabon, Gibraltar, Sicilië en Malta aan te doen. De reis zou niet langer dan vijf maanden duren. In het gevolg bevinden zich eene hofdame, de predikant van Senden , een geneesheer en een secretaris. Kort voor het vertrek der prinses , heeft men begonnen eene pachthoeve voor H. K. H. te bouwen , inde nabijheid van haar buitenverblijf te Voorburg. Daaraan werd de eerste steen gelegd door prinses Charlotte (dochter van prinses Marianne), welke op dien dag juist haar achttiende verjaardag vierde. Die dag was voor de inwoners rail Voorburg een feestdag, welke met muzijk, illuminatie en vuurwerk eindigde. De koningin-weduwe heeft te ’s Gravenhage doen aanbesteden het bouwen van eene kapel op het buitenverblijf Bosc/lust, op den Bezuidenhoutschen weg aldaar, zijnde dit buitengoed gesticht door wijlen den graaf van den Bosch. Men verneemt, ten aanzien van het droogmaken van het Harlemmer-meer, dat de boezeinstand van Rijnland , gedurende de maand Junij , de doorgaande werking der drie groote werktuigen voor de ontlasting van het water inden nu afgesloten polder heeft veroorloofd. Op den 31 sten Mei is de waterspiegel van het gemelde meer, aan de Oude-Wetering , gepeild op honderd en tien nederlandsche duimen onder A P. ;—op den 3ü»ten Junij was het peil, ter zeltder plaatse, honderd acht en dertig nederlandsche duimen onder A.P.; weshalve men, gedurende de maand Junij, in dertig dagen , acht en twintig nederlandsche duimen heeft gewonnen , of nagenoeg een duim in het etmaal. Op den 30sten Junij stond het mtervvater aan de Oude-Wetering tachtig duimen beneden Rijnlands boezem. Bij de hooge regering zijn concessiën aangevraagd door de heeren Mr. H. C. Carslen , Mr. W. Goedkoop , Mr. A. P. Grevelink te Assen en de heeren Quinlus en Diephuis te Groningen, voor het graven vaneen kanaal van Assen naar de stad Groningen en tevens een hulp-kanaal van Dwingelo naar Steen wyk. . Op last van den minister van binnenlandsche zaken, is de heer llcrrand, hoofd-inspecteur bij den waterstaat, naar Zwolle vertrokken, om met de aldaar bestaande speciale commissie uit de staten voor de kanalisatie inde provincie Overijssel, die belangrijke zaak te onderzoeken , vooral met betrekking tot de veranderingen, welke aan de rivieren Vecht en Kegge, ten gevolge der ontworpen kanalisatie zullen moeten gegeven worden. Vanwege het ministerie van binnenlandsche zaken is aan de HH. jbr. mr. A. W. van Holthe tot Echten ,te Assen , mr. J. Heemskerk Az. en J. Ralff en Cu. te Amsterdam , aanbod gedaan der concessie voor eendoor hen ontworpen kanaal in Drenthe. Ook aan den heer A. van Runen , vertegenwoordigende de Hullandsche – Engelsche maatschappij , schijnt hetzelfde vooruitzigt gegeven te zijn , voor deszelf's ontworpen knunal vanuit de grachten van Koevorden , door de Nootd- en Zuiderberger Veenen, over den Twist naar Meppen aan de Eems , in Hanover. Door den minister van oorlog is bepaald, dat manschappen, die hunnen diensttijd bij het leger hebben volbragt, met het gewone paspoort, ook een certificaat van goed gedrag krijgen, indien zij (het verdienen. Dezen alleen zullen later weder worden in dienst genomen, hetzij als vrijwilligers, hetzij als plaatsvervangers. De Staats-Courant heeft medegedeeld den staat van de opbrengst der middelen inde eerste zes maanden van 1819, tegenover de opbrengst van de eerste zes maanden van 1818. Daaruit blijkt, dat de directe belastingen hebben opgebragf, in 1849 ƒ8,399,442.49, in 1848 ƒ 8,052,291.41 *, meerder in 1849 dan 1848 f 347,151.08 ; dit meerdere vloeit grootendeels voort uit de 8 en 10 pCts. op het personeel en palentregt, thans onder de opbrengst wordende begrepen, volgens de wet van 29 Julij 1848 (Staatsblad no. 32); in- en uitgaande regten, scheepvaart-regten, vuur-, ton- en bakengeld, in 1849 J 2,356,369.21 in 1818 f 2,022,711.28, meerder in 1819 dan in 1818 f 333,657.93| ; accijnsen, in 1819 ƒ9,237,081, in 1818 f 8,858,788.0/2, meerder in 1819 dan in 1848 ƒ 378,292.92| ; registratie, zegel-, successie-regt, enz-, in 1849/4,367,876.98, in 1848 / 5,578,997.33, minder in 1849 dan in 1848 / 1,211,120.35; regt van waarborg op gouden en zilveren werken, in 1849 ƒ 72,091.97|, in 1818 /63,358.675, meerder in 1819 dan in 1848/8,736.30; posterijen, in 1849 ƒ in 1848 ƒ 702,795.77, minder in 1819 dan in 1818 / 31,937.9i|; loterijen, in 1819 ƒ 135,640,'in 1818 ƒ 13(3,717, minder in 1849 dan in 1848 ƒ 1,077.00j[. Totaal minder in 1849 dan in 1848/ 179,297.05|. Door den gouverneur van Zuid-Holland is, tot voorkoming van het begraven van schijndooden, het volgende bepaald: Om tot de vereischte volkomene zekerheid van den dood te geraken, zal het doelmaiig zijn, dat de lijken van aan de cholera overledene lijders aanvankelijk worden nedergelegd op stroo of op eene matras ineen daartoe inde nabijheid van de begraafplaats in te rigten locaal, onder behoorlijk toezigt van iemand, die dezelve, bij tusschenpozing, b. v. van eenige uren, zal behooren te bezoeken, en die, bij het bespeuren van eenen schijndoode, onverwijld de middelen, welke in dat locaal moeten voorhanden zijn, tot verdere opwekking der terugkeerende levensgeesten zal moeten aanwenden ; terwijl voorts, in dat geval, ten spoedigste een geneeskundige zal moeten worden ontboden, ten einde hetgeen verder noodig mogt zijn te beproeven ; zullende overigens geene ter aarde bestelling vaneen dier lijken mogen plaats hebben, dan op eene schriftelijke verklaring van den geneeskundige, dat er geen twijfel meer bestaat omtrent den wezenlijken dood, en na een verblijf van 3 a 4 dagen in het bedoeld locaal, ten ware er duidelijke kenteekenen van ontbinding bespeurd werden; terwijl, zoo lang dezen niet waargenomen zijn, de geneeskundige verzocht zal worden, om ten minste eenmaal daags zulke lijken te bazoeken. Bijaldien een tot voorzegd pinde geschikt locaal niet voorhanden mogt zijn, zoo veel mogelijk ia de nabijheid der begraafplaats, zou daartoe eene kleine schuur of loots kunnen worden opgerigt. Op den 27sten Junij werd te Amsterdam de gewone jaarlijksche vergadering van den raad der Nederlandsche llandel-Maatschappij gehouden en den 30sten daaraanvolgende gesloten. Rij de openings-rede van den voorzitter dier inrigting, werd voornamelijk gewezen op de volgende bijzonderheden: Gedurende het jaar 1818, werden, onder anderen de volgende producten aan de consignatie der maatschappij, met 168 schepen aangevoerd als: 759,110 balen koffij, 298,012 kann. enkranj. suiker, 10,275 kisten indigo, 12,189 kisten Java-thee, 89,268 schuitjes tin, en inde vijf eerste maanden van 1849, met 95 bodems, 417,862 balen koffij, 175,056 kann. en kranj. suikerj 4,920 kisten indigo, 8,730 kisten Java-thee, en 68,491 schuitjes tin. Door de maatschappij werd in 1848 verkocht voor ruim ƒ 17,500,000 aan koffij, ƒ 15,500,000 aan suiker, ƒ 3,300,000 aan Indigo, ƒ 2,300,000 aan tin:/ 1,200,000 aan Specerijen, terwijl het totaal bedrag der verkoopen ruim / 41,000,000 bedroeg. I)e uitzendingen der maatschappij in 1848 bedroegen, niet inbegrip der goederen ten dienste van het indische bestuur, eene gezamenlijke waarde van ruim ƒ 5,150,600. Eene gezamenlijke ruimte van 65,726 uitleverende lasten werd in 1848 bevracht. Aan relour-vrachten werd in 1848 een ge* 2aWenlijk bedrag van ruim f 10,800,000 voldaan en aan uitdachten f 121,000, terwijl aan assurantie-preiniën voor ruim * 700,000 betaald werd. Ingevolge de door de maatschappij gedane bestellingen , derden haar in 1818, geleverd 362,699 pik. ruwe katoenen, 3f7 kisten in kleuren geverfde dito, 590 kisten gedrukte dito, 1,011 kisten Adrianopel roode dito, 316 kisten blaauw geverfde dito, 665 pik. Adrinopel roode garens, en 235,809 stuks koftij-zakken. De. directie heeft overigens bekend gemaakt, dat door den |'aad is besloten tot de uitkeering vaneen dividend, over net boekjaar 1848, ten bedrage van ƒ 45 over elk aandeel, groot ƒ 1009 en staande op naam. lnde nieuwe serie van bet Tijdschrift van het genootschap voor leeraren aan de Nederlandsche gymnasiën, onder (|en titel van: Miscellanea Phito/ogica et .Peedagogica , dezer dagen bij den Boekhandelaar J. G. Broese te Utrecht Uitgegeven , vindt men onder vele andere bijzonderheden otn•rent onze gymnasiën, een stemt van de Nadert. Eaiijnsche scholen en gymnasiën op den eersten November 1818, Waaraan eenige berigten zijn toegeVoegd tot verklaring of aanvulling. Daaruit blijkt dat het getal scholen , leeraren en leerlingen in Nederland destijds'beliep als volgt: Provinciën Scholen. Leeraren, Leerlingen. Groningen >4 15 1 i 6 Vriesland 9 19 107 Drenthe 2 8 60 Overijssel 727 186 Gelderland 14 35 231 Utrecht 211 * 109 Noord-HolJand 5 20 179 Zuid-llolland 9 44 358 Zeeland 3 9 41 Noord-Braband 13 31 297 Limburg 222 210 70 241 1888 Onder deze 70 scholen zijn er 4 nominaal, Stavoren, Hindelopen , Doetinchein en Wageningen. Volgens eene °pgave, door genoemd genootschap in 1838 gedaan, telde Wen toen 157 leeraren en 1314 leerlingen op 68 scholen, onder welke begrepen waren de sedert vernietigde inrigtingen voor hooger onderwijs te IJ Is t, Mo Hum en Workum , maar niet die te Winschoten , Veendam, Stavoren, Maastricht en Roeimond. Zeker kan men dus niet zeggen, dat inde laatste 10 jaren in Nederland weinig gedaan is , ter bevordering of uitbreiding van het onderwijs aan de gymnasiën, noch ook, dat over het geheel het aantal leerlingen van hunnen minderen bloei getuigt. Slechts één ding wekt bevreemding , dat, volgens voormeld Tijdschrift, op 145 docenten voor de oude talen en daarmede verwante wetenschappen nog 32 den bij de Wet gevorderden graad missen, nog 22 om die reden tijdelijk zijn aangesfeld, en daaronder 16 in Noord-Braband alleen. Paus Pias IX heeft de katholieken in Nederland met een eigenhandig geschreven brief bedankt, voorde door hen betuigde deelneming inde beproevingen, waaraan de Stoel van Petrus ten doel staat. Van de werf van den heer J. Smit, van het Slikkerveer , is van stapel geloopen , het barkschip Watergeus, groot circa 509 Java-lasten, hetwelk gevoerd zal worden door kapt. W. H. Kramer en bestemd is voor de vaart op Oost-Indië. Dit schip is gebouwd voor rekening der ’s Gravenhaagsche Scheepsreederïj ; en van de werf het Wapen van Amsterdam, inde groote Wittenburgerstraat te Amsterdam, het barkschip Aldebarun , hetwelk gevoerd zal worden door kapt C. B. Meyboom. Op de werf de Boot, van den scheepsbouwmeester F. F. Groen, te Amsterdam, werd de kiel gelegd voor een koopvaardij-barkschip, hetwelk genaamd zal worden Gelderland, groot circa 310 Java lasten en bestemd voor de vaart op Oost-lndien en zulks voor rekening eener reederij, onder directie van den heer G. W. van Burneveldt K>oy; en te Maassluis, op de werf van den scheepsbouwmeester E. van der Hoog, die vaneen driemastschoener, berekend op 209 J«m-lasten, genaamd Prinses Charlolla, voor rekening eener reederij onder directie van den heer J. C. van der Le/y,en gevoerd zullende worden door kapitein L. C. E. van der Brugh. Te Delfzijl heerscht, wegens de blokkade der Duitsche havens bij voortduring veel bedrijvigheid; inde haven liggen nog altijd veel schepen, die een schoon gezigt opleveren en een groot aantal bezoekers lokken. Thans liggen er, naar men verneemt, wel 60 a 70 vreemde schepen op stroom, die te groot zijn, om de haven binnen te loopen. Den 28sten Junij kwam het schip Hendrik-Jau, kapt. P. Wap, te Rotterdam voor de stad. De kapitein gaf ten half elf ure aan 9 matroozen verlof om aan wal te gaan; zij begaven zich dan ook met een sloeproeijer in eene boot derwaarts. Dit vaartuigje lek zijnde, zonk onverwachts, ten gevolge waarvan 5 der zich daarin bevindende matrozen verdronken. Zondag den 15den Jnllj des voormiddags ten half elf ure heeft men te Schiedam onder de godsdienstoefening een e kleine beweging aan de kerkkroonen inde Groote en ook aan die inde Gasthuiskerk waargenomen; ook heeft men, op dien zelfden tijd,-eene ligte aardschudding opgemerkt te Maassluis , alwaar de kroonen naar gissing 3 ned. palmen uit het middelpunt gebragt werden. -- Den 15den Julij heeft er te Leidschendam een zonderling voorval plaats gehad, en dat, hadde men geene volkomene zekerheid van het feit, schier on geloofeiij k, ten minste overdreven zou kunnen voorkomen. Er heeft eene plegtige begrafenis plaats gehad, met al hetgeen bij dergelijke treurige gelegenheden gebruikelijk is ; ééne zaak echter ontbrak en daarom kon het ook minder eigenaardig eene lijkstatie heeten, het ontbrekende was .... het lijk! Men had zich vergenoegd met de kist ter aarde te bestellen, en den overledene tehuis gelaten. Alleswas behoorlijk afgedaan, en aan het sterfhuis was het, als altijd bij dergeljjke omstandigheden, naar en treurig. Maar het toéval wilde dat een kind des overledenen bij de vaderlijke iegerstede kwam en toen inde onschuldige eenvoud der jeugd zeide: vader slaapt nog ƒ En inderdaad , het bleek maar al te zeer, dat men, door welke aanleiding dan ook, het lijk had vergeten te kisten, en alleen het houten qmhulsel ter stille rustplaats gebragt. Zoodra was niet die onbegrijpelijke begrafeniswijze ontdekt, ot de feil werd hersteld, en, naar men verneemt, moeten er zelfs {j001. [let plaatselijk bestuur, maatregelen genomen zijn, tegen diegene wien men, te regt of ten onregt, in die zonderlinge nalatigheid het grootste aandeel gaf. ---