MARKTPRIJZEN DER VISCHSOORTEN, ENZ. Maassluis, 7 September. Volle haring tot ƒ 27.50 Yle haring „ „ 18.— Haringmansvisch „ „ 28.25 Vlaardingen, 4 September. Volle haring tot f 26.75 Kuitzieke haring „ „ 23. Yle haring „ „ 18.50 Haringmansvisch „ „ 28. Kustharing: volle f 25.50 „ „ 26.60 Overnachte „ 23.50 „ „ 24.75 Yle „ „ 16.60 Botterdam, 9 September. Zoutevisch 1/1 ton prima f 41. a f —.— h „ leng 20. „ „ —.— Traan, Bobben en Groenl. p. Heet.,, 36. „ „ —.— „ Berg. Lev.-, bruine p. ton. „ 37. „ „ —.— „ •> » blanke „ „ 49. „ „ 51. Haringen. Prima Holl f 26.—a f —.— Origineel „ 23.50,,,,—. Superieur „ 28,50,,,,—. . . Kust „ 22.—,,,,—. ansjovis, 1876 er ....... ..per anker „ 18.— „„ 187öer » „ „ 21. „ „ —.—’ 18?4er „ » „ 17. „ „ —.— Kralingen, 4 tot 9 Sept. Zaim (groote) f 140 tot f 2.20 per \ kilo. , (St. Jacobs) „ lm2o , » 1.60 „ ± „ Ammerstol, 8 September. Zalm (groote) .. f 1.50 a f 1.75 per | kilo. » (kleine) » 1.20 « u 1.40 n 1 « Egmond a/Zee, 8 September. Tongen ƒ 0.10 a f 0.45 per stuk. Eog... „ 0.20 » „ 0.60 „ „ Scharren » 5.50 » n B. « mand. Bergen, (Noorwegen) 28 Augustus. Vetharing, KK f 16.67 a / 20. K „ 14.67 „ « 16.67 Mx „ 10.13 „ » 12. Cx „ 6.67 „ s 8.53 Levertraan, gew. Medicin « 44. gewone blanke u 41.33 bruinblanke n 41.33 bruine » 30.67 Bondvisch Holl. Soort, fijne » 5.20 « u gewone .. « 4.93 Bremer u » 4.53 Ital. ii ii 4.40 Klipvisch f 4.80 a » 4.93 --- BIJZONDERE VISSCHERIJ- EN SCHEEPVAARTBERICHTEN. Vlaardingen, 5 September. Van de haringvisscherij kwamen binnen: 1. Johanna, st. J, v.d. Windt, met 280 ton haring; 1. Maartje, st. W. Schouten Cz., met 84 ton haring. Maassluis, 8 September. De volgende kotterschepen kwamen van de haringvisscherij in deze week alhier binnen: Nella, schipper B. Eijke, met 126 ton haring en 15 ton visch; Proefneming, schipper J. de Kromme, met 204 ton haring; den Elshout, schipper J. Schep, met 126 ton en Industrie, schipper C. Versteeg Jr., met 182 ton haring en 24 ton visch. Eerstgenoemd schip was van de eerste, en de drie overige schepen van de tweede reis. Ter haringvisscherij vertrokken wederom de schepen: Margaretha Chrisiina, Nella en Proefneming. Scheveningen, 8 September. Deze week zijn hier aangekomen 9 haringschuiten welke besomden /’ 1800 tot f 8200. De pekelharing werd hier verkocht bij inschrijving tegen ruim f25 per ton. De steurharing van f25 tot f39 per duizend. De vischa*huiten, slechts 5, zijn deze week in zee geweest en Donderdag avond 7 Sept. al aangekomen, en hebben besomd deze week van ƒ 80 tot ƒ 130. Tongen niet groot 40 cent per stuk. Eog van 70 tot 80 cent per stuk. Scharren f 8 per mand. Andere visch niet gevangen. Botterdam, 9 September. Even als voorgaande week had de aanvoer ook dezer dagen niets te beduiden, de vißschers die als tusschen de buien door, inde voorweek nog eens waren uitgezeild, keerden al spoedig bijna onverrichter zake terug. De markt ontving dan ook slechts een paar honderd stuks rog, en een weinig klein soort van scholletjes. Voor den rog werden hooge prijzen besteed; bij afslag toch brachten deze van 70 tot 80 ets. per stuk op. Van Amsterdam of het Nieuwediep hadden geene aanvoeren plaats, evenzoo was het aan de Scheveningsche markt, waar mede in het geheel geene toezendingen plaats hadden. Van deze schrale aan voeren wisten de bothandelaren goed te profiteeren; zij bedongen flinke prijzen voor groot en klein soort van hun artikel; het tegendeel heeft ook wel eens plaats. Schiedam, 8 Sept. Bij ongunstige weersgesteldheid verwondert het ons niet dat de laatste veertien dagen geen ruime toevoer van visch plaats had. Inde voorgaande week hadden we hoegenaamd niets ter markt, want de vangst van ééne Maasschokker was zoo gering dat het haast niets te beteekenen had. Hooge prijzen werden toen besteed. Deze week gaf eenige verandering daar er op Vrijdag enkele mooie partijtjes visch ten verkoop werden geboden, bestaande uit tong, schol, steur, bot en spiering. Van alles een zuinige hoeveelheid. Aangezien de qualiteit bij frisch weer puik was, en de kooplust gretig, konden we ons met flinke prijsbesteding verheugen. Ammerstol, 8 September. Aan den afslag alhier zijn aangebracht van 2 tot en met 8 September, 6 stuks zalmen. Egmond a/Zee, 9 September. Door het buiig weer heeft men in deze week niet op de kust kunnen visschen. Tien schuiten zijn er op de buitenlek geweest waarvan hier negen terugkwamen met f 70 tot f 220 besomming in 2 a 4 etmaal. Bergen (Noorwegen), 22 Aug. Een flinke noordenwind bracht ons inde afgeloopen week een geheele vloot haringladingen en ruimen aanvoer van rondvisch en klipvisch. Daar de FetfAan'ny-visscherij echter nergens in groote mate uitgeoefend wordt en de berichten over de Schotsche vangst ongunstig blijven, zoo blijven de haringprijzen redelijk vast, in weerwil van de lage noteeringen op de Oostzee-markten. Vooral groote soorten waren zeer intrek en deze bedongen soms nog hoogeren prijs dan verleden week. De qualiteit van den haring die aan de markt was, was zeer verschillend en de prijzen voor visch van dezelfde grootte dus ook afwisselend. De omzet in Levertraan bepaalde zich hoofdzakelijk tot bruine waar tegen onveranderde prijzen. In Vischkuit ging hoegenaamd niets om. Rondvisch werd veel gevraagd tegen vaste en stijgende prijzen. Ook in Klipvisch was veel handel. De stemming voor dat artikel blijft vast. Van Stokvisch, afkomstig van de najaarsvisscherij , is nagenoeg niets meer aanwezig --- Familiebericht BURGERLIJKE STAND. MAASSLUIS. OmsiiiEODWi: Arie Grimmelijkhuizen, Wed. oud 61 jaren en Engeliena Weenink, jd. oud 32 jaren. Geboben : 31 Augustus. Maggeltje, D. van J. van der Stelt en E. van der Brugge. 2 September. Barbera, D. van C. B. de Jong en A. van den Heuvel. Cornelia Maria, D. van J. van den Bosch en C. van Schie. 3. Willem, Z. van H. Booister en A. Oudshoorn. —■ Isaac, Z. van D. Vroombout en A. Posthumus. Gijsbert, Z. van L. Spaans en J. M. de Jager. 6. Arij, Z. van J. de Jong en L. Boosten. 7. Adriana Maria, D. van P. Paalvast en J. van Zanten. OvEBLEDEN: 2 September. Johannes van der Burg, oud 8 maanden. 3. Arie van der Meer, oud 37 jaren. Elisabeth Brouwer, oud 9 weken. 7. Jan Arie de Loopen, oud 3 maanden. --- VERSPREIDE BERICHTEN. Het Hoofdbestuur der schippersvereeniging „Schuttevaêr” heeft zich tot den Minister van Binnenl. Zaken gewend met het verzoek, om te willen tegemoet komen aan de klachten, die bij haar inkomen over het voeren van Beinlichten, zoowel door zeilende als ten anker liggende schepen, ter voorkoming van aanvaring. De zeilende schepen voeren een licht in top, dat het vrije gezicht Op vleugel of wimpel en door het valsche schijnlicht het vrije uitzicht belemmert; de ten anker liggende schepen hebben ook een licht iu top, dat dikwijls voor een kustlicht wordt aangezien en dan aanleiding geeft tot verwarring. Het hoofdbestuur geeft daarom in overweging zeilende schepen een licht te doen vertoonen op een voor hen doelmatige en voor andere schepen zichtbare plaats; ten anker liggende schepen een licht te doen vertoonen aan alle zijden zichtbaar op het achtereinde van het schip en niet hooger dan 2 a 3 meter boven het dek, uitgezonderd schepen met hooge bovenlasten, en vaartuigjes en vaartuigen in de binnenwateren der provinciën (geen stroomende rivieren zijnde), aan den wal met twee touwen vastgemeerd liggende , vrij te stellen om licht te vertoonen, uitgezonderd op die plaatsen, waar ’s nachts eendruk stoomvaartverkeer bestaat. Verder wenscht genoemd hoofdbestuur, dat, daar nu op het zuideinde van Schokland en op het einde der kribben van het Keteldiep mistklokken zijn geplaatst en de nabijheid van deze beide punten voor de schipperij zeer gevaarlijk kan worden, omdat zij lichtelijk door het luiden der beide klokken inde war kan raken, de klok op Schokland worde weggelaten en op den Ketel een klok geplaatst die dubbel aanslaat. Wordt de klok op den Ketel geluid, dan is het niet moeielijk Schokland aan te doen. Te Zoutkamp is eene boot omgeslagen waarmede eenige kinderen naar de school vervoerd werden. De kinderen werden gered, doch de schipper verdronk. Volgens de Times, zou de Nederlandsche Begeering het uitvoeren der werken tot het stichten van eene zeehaven voor Batavia opgedragen hebben aan de Engelsche firma le Eevre & Comp., de laagste der inschrijvers voor het werk. Volgens den laatsten waarnemingsdag teekent het boezemwater der prov. Friesland sedert de vorige week, gemiddeld een hoogeren stand aan van 9| centimeter. Volgens opgave van het Bureau Veritas zijn inde maand Juli verongelukt 45 zeilschepen, als: van Engeland 11, Amerika 5, Frankrijk 4, Duitschland 3, Noorwegen 3, Nederland 3, Spanje 2, Italië 2, Griekenland 1, Busland 1, Zweden 1 en 9 waarvan de natie onbekend is; hieronder zijn 4 schepen, waarvan men zonder bericht is. In dezelfde maand verongelukten 7 stoomschepen, als: van Engeland 3, Duitschland 1, Amerika 1, Spanje 1 en Noorwegen 1. De N. R. Ct. bevatte deze week omtrent het lichten der zee het volgend ingezonden stuk van den heer Jan Leis. „Naar aanleiding van het inden laatsten tijd zooveel besproken „lichten der zee” laat ik hieronder volgen een extract uit mijn dagboek, gehouden aan boord vaneen naar Soerabaija bestemd zeilschip. 30 Aug. 1869. Heden te 12 uur waren wij op 12° 11’ Z. B. en 113° 48’ O. L. Wij maakten op den achtermiddagen platvoetwachten naar gissing totaal 14 mijl en bevonden ons derhalve des avonds te 7 uur op 11° 20’ Z. B. daar wij steeds N. t. O. hadden gestuurd. Juist waren wij gereed met schaften toen de kapiteiu, die reeds aan dek was, door de kerkskap riep: „Mijnheer, daar komt het witte water.” Ik had over dit verschijnsel veel hooren spreken door den kapitein en den stuurman, doch zijzelven hadden het zoo zelden gezien, dat ik niet had durven hopen het juist op deze reis waar te nemen. Aan dek gekomen zag ik dat het water verkleurd was, evenals of het met melk vermengd ware. Langzamerhand werd het witter, totdat het na verloop van tien minuten juist was alsof wijdoor melk voeren, terwijl het schuim op de koppen der golven niet meer te onderscheiden was. De lucht was betrokken en scheen in tegenstelling van het onmetelijke melkwitte vlak der ons omringende zee nog dubbel zoo donker. Aan dek was het licht en kon men zonder moeite lezen. Ik liet met de boegpomp een puts met zeewater vullen en ofschoon dit niet zoo wit van kleur zag als de zee, bemerkte ik toch, dat het krioelde van kleine lichtende lichaampjes, die zich snel bewogen. Vermoedende dat door het pompen vele dier lichaampjes zich aan den binnenwand van zuigbuis en pomp hadden vastgehecht wilde ik op het achterdek een puts water opslaan, toen onß van het voorschip werd toegeroepen wat haast te maken, daar men op een afstand duidelijk de scheiding van het witte water konde zien. Voor wij dan ook den tijd hadden het water op te slaan, waren wijde scheiding gepasseerd en vertoonde de zee zich aanmerkelijk donkerder van kleur. In het water dat toen nog werd opgeslagen, bevonden zich nog duizenden lichtgevende voorwerpjes. Achteruit ziende, deed zich de scheiding als een rechte lijn van het Westen naar het Oosten voor. Het schip liep 8 mijl en daar wij | uur lang door het witte water waren gezeild, was dit 4 Engelsche mijlen breed. De Iste stuurman die 26 jaar lang op Indië had gevaren en reeds ontelbare malen in en uit de Bali- en Sundastraten was gegaan, had dit verschijnsel slechts eenmaal ontmoet en wel op ongeveer 15° Z. Br. p, m. bezuiden Christmaseiland. De kapitein heeft het driemalen gezien, doch steeds op deze breedte. De thermometer wordt weder op een nieuwe wijze practisch toegepast. Eenige leden van de meterologische maatschappij van Schotland hebben in het vorig jaar opgemerkt, dat de haring gaarne in koud water zwemt. Hij komt niet aan de oppervlakte voor het water tot beneden 12J) graad is afgekoeld. Dank zij deze ontdekking, kunnen nu de visschers met behulp van den thermometer weten hoe diep zij hunne netten moeten werpen. De ondervinding, reeds dit jaar opgedaan, bevestigt de theorie op schitterende wijze. De haring kwam niet boven vóór 28 Aug., den dag waarop de thermometer gr. toekende. Met 13£, ja zelfs met 13 graden, was geen haring te zien. De haring-temperatuur werd eerst op een diepte van 30 a 40 meter gevonden, waar het brengen van ’t net aan groote bezwaren onderworpen was. Men kan den haring vergelijken met de trekvogels, alleen met dit onderscheid, dat de eerste het voor haar begeerlijke klimaat inde verschillende diepte, dus wat gemakkelijker, vindt. --- VARIA. Het volgende voorval had onlangs te Parijs ineen der Hallen plaats. Aan t paviljoen voor versche visch vervoegde zich des morgens, omstreeks half negen, een heer, die verlangde een verschen kreeft te koopen. Men liet hem versoheidene van die dieren zien en hij koos er een van de grootste soort uit, waarvoor een prijs van veertien franken gevraagd werd. «Drommels,” antwoordde de heer, «dat is nog al duur, kan ik er zeker van zijn dat hij versch is?” »Of hij versch is?” zeide de koopvrouw, eene bevallige achttienjarige vischverkoopster in ’t bezit vaneen schoonen Griekschen neus, «hij is springlevend ! ’ en om haar gezegde te bevestigen pakte zij den kreeft bij het midden op en hield hem inde hoogte. De kreeft scheen met die aanraking niet gediend te zijn, hij begon te spartelen en kreeg met een zijner nijpers den schoonen neus van de aardige vischverkoopster te pakken en bleef dien vasthouden met die eigenaardige vasthoudenheid, welke kreeften, wanneer zij niet tevreden zijn, kenmerkt. Ineen oogenblik was de geheele vischafdeeling in rep en roer, het vischvrouwtje schreeuwde van pijn en schrik, men haastte zich den kreeft te dooden, maarde nijpers lieten niet los en men was genoodzaakt ze af te snijden. Het vischverkoopstertje is echter voor altijd geschonden, want zoo zegt het spreekwoord: „wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht,” en het zal voor haar wel geen troost zijn, dat de heer, die den kreeft wilde koopen en zich uit de voeten gemaakt had, vijftig centimes ter ver goeding had achtergelaten. Daardoor toch krijgt het meisje haar schoonen Griekschen neus niet terug. Een familie te Deventer kreeg dezer dagen het bezoek vaneen «neef” uit Duitschland, met wien zij voor het eerst in kennis kwam. Hij werd met de moeste hartelijkheid ontvangen en inden huiselijken kring opgenomen; men deed alle moeite. om hem het verblijf te Deventer zoo aangenaam mogelijk te maken. Toen hij echter ten slotte geld ter leen vroeg, kreeg men achterdocht en bij nader onderzoek bleek nu, dat men te doen had met een gevaarlijken oplichter. De ware Duitsche neef had Duitschland geen oogenblik verlaten. De Omaha Herald bevat het verhaal van eene Amerikaansohe spoorweggebeurtenis, onlangs op de lijn naar San Francisco voorgevallen. Te Ogalalla kwam omstreeks twee uur na middernacht een passagier op den trein, die zich onmiddellijk inden slaap waggon te bed begaf, gekleed en al; alleen ontdeed hij zich van zijn schoenen. Hij was in de duisternis op den trein gesprongen, nadat deze het station reeds verlaten had en gedroeg zich als iemand die vervolgd wordt. Inderdaad was dit het geval. De haastige passagier was een valsche speler van beroep, die te Ogalalla van eenige veehandelaren ongeveer 10,000 dollars had gewonnen, met welk bedrag hij zocht te ontkomen. De veehandelaars eohter, vast besloten alles aan te wenden om hun geld terug te krijgen, seinden naar Alkali, het volgende station, aan eenige hunner vrienden, die bij het aankomen van den trein aldaar dadelijk een onderzoek instelden. Zij doorsnuffelden de wagens en vonden hun vriend quasi slapende ineen bed, ongeveer in hel midden van de Pullman-slaapwaggon. Nu ontstond een strijd. De speler weigerde het bed en den waggon te verlaten. De vrienden der bedrogenen waren niet weg te slaan, zij moesten den man hebben en vestigden zijn aandacht beleefdelijk op een muilezel, die aan den weg stond, met een strop op den zadel. Het signaal tot vertrekken werd gegeven en nog was de man er niet uit. Bevolverschoten werden gelost, gordijnen afgescheurd, verschrikte passagiers vlogen de waggons uit, vrouwen gilden, door de raampjes zochten de menschen een uitkomst, een onbeschrijfelijke verwarring heerschte. De maan scheen helder en de passagiers in nachtgewaad maakten een uitmuntend effect op de prairie. Eindelijk was de speler gegrepen en uit den trein gesleurd. De passagiers hernamen hunne ligplaatsen inden waggon, die met een aantal kogels was doorboord. Een dame beweerde, dat ze in het been was geschoten, maar bij onderzoek bleek dat ze hinder had vaneen speld, die tusschen het been en de kous was verdwaald. 1 Hoe het met den valschen speler afliep wordt niet gemeld. Men zag hem echter, gebonden op den muilezel met den strop, den weg op naar Ogalalla rijden. ---