Het a.s. Pan-Amerikaansche Congres te Lima Nieuwe Wereld sluit zich aaneen Roosevelt’s streven naar solidariteit (Vaneen bijzonderen correspondent). De Pan-Amerikaansche Conferentie, die op 9 December en volgende dagen inde hoofdrad van Peru, Lima, zal gehouden worden, en waaraan vertegenwoordigers van alle Amerikaansche republieken deelnemen, belooft een gebeurtenis van bijzondere beteekenis te zullen zijn. Het voorgaande, te Buenos-Aires gehouden congres werd gekenschetst door de practische verwezenlijking van Roosevelt’s „good neighbour policy”, de politiek van goede nabuurschap, die de moderne vorm van de oude, niet van imperialistische bedoelingen ontbloote, Monroe-leer is. De 21 republieken die te Buenos-Aires vertegenwoordigd waren, verbonden zich elkaar te raadplegen over gemeenschappelijk te nemen maatregelen, indien de vrede in gevaar komen mocht, en erkenden aldus dat er een wezenlijke Amerikaansche solidariteit bestaat. Ofschoon de Vereenigde Staten zich er bewust van zijn, dat zij inde eerste plaats voor de onafhankelijkheid van alle republieken der Nieuwe Wereld zullen hebben te waken, beteekent dat niet, dat zij zich het recht van zeggenschap inde aangelegenheden der onafhankelijke Latijnsche republieken aanmatigen. De te Buenos Aires gesloten overeenkomst werd in alle Amerikaansche republieken, zonder een enkele uitzondering, met ingenomenheid gegroet. Allerwege gaf men er zich rekenschap van dat samenwerking van de naties, die Amerika bevolken, voor ieder van haar niet anders dan gelukkige resultaten zou kunnen hebben. Het was geen vrees voor bedreigingen uit het buitenland, die de Amerikaansche solidariteit smeedde, maar wel het toen nog vrij vage gevoel, dat de staten van Amerika, als het inde Oude Wereld zou misloopen, niet alleen éénzelfde politieke gedragslijn zouden hebben te volgen, maar ook bereid en gereed moesten zijnde fakkel der beschaving, die Europa ontsnappen kon, hoog te heffen en verder te dragen. Inde beide afgeloopen jaren is de toestand in Europa er allerminst op verbeterd. De Amerikanen, waarvan de groote meerderheid zich tot voor betrekkelijk korten tijd om wat er inde wereld buiten hun eigen continent voorviel, weinig bekommerde, zijn van de betreurenswaardige gebeurtenissen, waarvan de Oude Wereld het tooneel was, niet onkundig gebleven. Zij zijn tot de slotsom gekomen, dat in Europa nog slechts de wet van de kracht geldt, en dat het eenige internationale lichaam, de Volkenbond, welks taak het zou geweest zijn den vrede en het recht te handhaven, iederen invloed verloren heeft. Het gevolg is geweest, dat de Zuid-Amerikaansche republieken zich óf uit den Bond teruggetrokken hebben, óf wel met den Bond als actieven politieken factor niet meer rekenen, al hebben zij hun lidmaatschap er ook nog niet aan gegeven. Tegelijkertijd heeft inde Nieuwe Wereld de idee post gevat, dat Amerika zich, meer en meer, „los van Europa” zal hebben te ontwikkelen, en dat de geschillen die zich tusschen Amerikaansche staten zouden kunnen voordoen, door Amerikanen zullen moeten gearbitreerd worden en bijgelegd. Zoo kon inden afgeloopen zomer de Chaco-vrede tot stand komen. Zoowel Paraguay als Bolivia aanvaardden de arbitrale uitspraak van Argentinië, Peru, Brazilië, Chili, Uruguay en de Vereenigde Staten. Men zal zich herinneren, dat de bemoeiingen van den Volkenbond indertijd niet tot het gehoopte resultaat leidden. De regeering der Vereenigde Staten heeft het daarnaast niet aan vaak met goeden uitslag bekroonde pogingen doen ontbreken de handelsbetrekkingen, die de republiek der „stars and stripes” met Latynsch-Amerika onderhoudt, op gezonde leest te schoeien en zooveel mogelijk uitte breiden. Nieuwe handelsverdragen werden door de V. S. met Salvador, Costa-Rica, Guatemala, Nicaragua, Honduras, Columbia, Brazilië, Cuba en Ecuador gesloten; al deze verdragen brachten, volgens de formule van Cordell Huil, niet alleen den Vereenigden Staten voordeel, maar ook, en in niet mindere mate, den voor het meerendeel kleinen republiekjes, die zich nieuwe export-mogelijkheden geopend zagen. Door de soms scherpe oppositie der Noord-Amerikaansche protectionistische milieux heeft Cordell Huil zich niet van de wijs laten brengen De ~good neighbour policy” strekt zich zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden uit. Enkele maanden geleden heeft Roosevelt in ’t openbaar verklaard, dat de V. S. niet onverschillig zouden blijven als Canada dooreen buitenlandschen vijand aangevallen mocht worden en deze verklaring wordt thans gevolgd dooreen handelsverdrag, dat inde bestaande omstandigheden méér dan louter economische beteekenis heeft. Tegelijkertijd is het opvallend op hoe verzoenende wijze de regeering te Washington ten aanzien van die van Mexico optreedt; niet te ontkennen is dat de Mexicaansche regeering, die de petroleum-bedrijven in dat land genationaliseerd heeft, de financieele belangen van groote groepen Noord-Amerikaansche burgers op de meest ernstige wijze heeft benadeeld. Roosevelt is van oordeel dat vóór alles de Amerikaansche solidariteit gehandhaafd dient, te blijven en niet mag worden opgeofferd aan geschillen, waarbij ten slotte alleen dollars betrokken zijn. Het is Roosevelt’s politiek alle twisten, die zich op Amerikaansch grondgebied mochten voordoen, langs vreedzamen weg bij te leggen. Zoo kan een Amerikaansch blok van enafhankelijke, maar solidair denkende en handelende staten geboren worden. Deze politiek draagt, ondanks de critiek, die er van vele zijden op uitgeoefend is, reeds rijke vrucht. In Lima zal ongetwijfeld, duidelijker nog dan te Buenos Aires, blijken, dat men in Amerika allerwege tot het inzicht gekomen is, dat de Nieuwe Wereld ~a continent by itself” geworden is, een vasteland, waarschijnlijk eenmaal bestemd de rol te spelen die Europa zich ontglippen laat, een werelddeel, waarvan alle staten en volken dezelfde belangen en dezelfde zorgen hebben. Dit is de algemeene zin van de vele redevoeringen en persartikelen, die in deze dagen aan de Conferentie van Lima gewijd worden. Terwijl president Roosevelt uiting gaf aan zijn overtuiging, dat het volstrekt noodzakelijk is, dat de Vereenigde Staten sterk genoeg zijn om geen enkelen aanval van buitenaf te behoeven te vreezen, verklaarde staatssecretaris Haroid Ickes, bij gelegenheid van het te Cuba gehouden congres van Amerikaansche gemeentebesturen, dat het de eerste plicht van de naties der Nieuwe Wereld was op het continent vrede en veiligheid te doen heerschen. Op denzelfden dag zeide onder-staatssecretaris Berle, die ook te Lima aanwezig zal zijn, dat de overeenkomsten van Buenos Aires, met het oog op den huldigen toestand inde Oude Wereld, onvoldoende zouden kunnen blijken en dat de republieken van Amerika wellicht geroepen konden zijn nieuwe schreden te doen op het pad, dat naar vrijheid en veiligheid voor allen leidt. Meer en meer wil Amerika een democratisch blok worden, een hechte veste tegen den invloed van dein Europa en Azië steeds meer terrein veroverende dictaturen. --- HULP AAN JOODSCHE VLUCHTELINGEN Concreet plan voor de Int. Jewish Colonisation Society De International Jewish Colonisation Society deelt ons mede, dat als gevolg van besprekingen, gevoerd door den heer Lewis J. Ruskin, uit Chieago, met een Amerikaansche groep en met leiders uit Engelsche gouvernementeeie en iinancieele kringen, de heer Ruskin was uitgenoodigd met het bestuur dezer stichting te ’s-Gravenhage overleg te plegen. De heer Ruskin heeft als zijn standpunt uiteengezet, dat elk plan, wil het succes hebben, er vanuit moet gaan, dat Palestina beschouwd most worden als het permanente nationale tehuis en het geestelijke centrum van het Joodsche volk en dat de vestiging van Joden in andere deelen van de wereld moet aansluiten bij voortdurende pogingen voor den ophouw van het nationale tehuis. Het bestuur der stichting heeft zich met deze zienswijze vereenigd. Nadat eenige verschillen van ondergeschikten aard waren opgelost, is een volledig concreet plan gemaakt voor het werk van de International Jewish Colonisation Society, dat in elk land onmiddellijk zal aanvangen Het aanvaarde plan is het grootste, dat coit eerder is besproken en omvat een organisatie in staat tot de financiering, ontwikkeling en opbouw van onontgonnen gebieden. --- Herdenking terugkeer der Oranjes Plechtigheden te Scheveningen Te Scheveningen heeft men Woensdag het feit op plechtige wijze herdacht, dat 125 jaar geleden Prins Willem van Oranje na een 19- jarige afwezigheid uit Engeland in ons land is teruggekeerd. Bij de gedenknaald aan den Zeeweg, nabij den vuurtoren, werden des middags drie kransen gelegd, n.l. door het Haagsche comité voor volksfeesten, de Stichting Scheveningen tot viering van nationale en Oranjegedenkdagen en door de vereeniging „De Princevlag”. Toen Prins Willem op Scheveningen landde, werd hij het eerst ontvangen inde pastorie van ds. Petrus Faassen de Heer, inde Keizerstraat no. 58, waar de Prins na de koude zeereis eenige ververschingen heeft gebruikt. Ter herdenking van dit feit is Woensdag in dit gebouw dat thans aan de Chr. Jongemannen Vereeniging behoort een gedenksteen onthuld. Nadat alle genoodigden zich van den Zeeweg naar het gebouw van de voormalige pastorie hadden begeven, heeft burgemeester De Monchy den gedenksteen onthuld. In dit gebouw waren eenige afstammelingen van ds. Faassen de Hee: aanwezig. Na de rede van den burgemeester begaf het gezelschap zich naar buiten, om den gedenksteen te onthullen. Met een „Leve Oranje, leve Koningin Wil helmina, leve Scheveningen”, trok de burgemeester het doek, dat den steen bedekte, weg De voor het huis verzamelde menigte hief daarna het Wilhelmus aan. De steen, welke ds Scheveningsche architect W. Ch. Kuyper ontworpen heeft, draagt het opschrift: De Prins van Oranje werd na de landing op 30 November 1813 in dit huis ontvangen. Na de plechtigheid geschiedde in het gebouw van de Chr. Jongemannen Vereeniging de overdracht van den steen aan deze vereeniging. --- AUTO TE WATER De zes inzittenden konden gered worden Woensdagmiddag reed een luxe-auto uit Zuid-Holland, komend uit de richting Den Helder, in het Noordhollandsch Kanaal nabij de Hooge Zijpersluis. De zes inzittenden raakten te water, doch konden door de gebroeders Hartog op het droge worden gebracht. In café Kooiman te Hooge Zijpersluis werden zij van droge kleeren voorzien. Een kraanwagen van de garage Nijs heeft den auto gelicht. --- Advertentie Eindelijk een cigaaret die versch is en versch blijft! Inderdaad Skippy is versen! skippy smaakt zooals alleen een kersversche cigaret kan smaken: ongelooflijk goed pittig en toch zoo zacht! Skippy heeft niet alleen bij de fabricage alle zorg ondervonden, die aan een goede cigaret besteed moet worden, maar is ook zoo behandeld, dat ze versch blijft: ze as verpakt in extra sterk staniol. Steek maar eens een Skippy op! Dan zult U zeggen: „Inderdaad, dat is versche tabak, dat is de cigaret waar ik op ge____ wacht heb" 20 voor 15 cent. ...maar SKIPPY smaakt duurder! --- Waar de winterkost groeit DE KOOLSTREEK VAN DEN LANGENDIJK Wereldcrisis brak hier het economisch weerstandsvermogen Export bijna onmogelijk geworden Langzamerhand glijden we langs de mooie dagen van de herfst den winter in, het barre, ruige jaargetijde, waarin we wat ruiger met ons zelf omspringen dan inden zomer. We halen de wolletjes voor den dag uit groote kisten om er ons behoedzaam in te hullen en ons te beschermen tegen de kou. We hebben gevochten met de kachel om haar weer op haar oude plaats te krijgen en evenals alle jaren daarvoor was de kachelpijp weer wat gegroeid en de schoorsteen weer wat gekrompen, zoodat we er toch den smid bij hebben moeten halen, om het oproerige stookgerief tot rede te brengen. Maar wat baten ons wolletjes en kachels, als we ons zelf van binnen niet verwarmen? En daarom! stamppot! Stamppot is eender schoonste uitvindingen, die ooit gedaan zijn. Het is wolletje en kachel tegelijk en daarbij zal iedereen moeten toegeven, dat het heel wat genoeglijker is een groote hoeveelheid stamppot t-e verslinden dan een dik gebreid wollen vest aan te trekken. Het is zelfs wat prettiger dan het bijvullen van de kachel en daarbij warm gaan zitten worden. Het heeft daarbij iets genoeglijks primitiefs, want het herinnert aan een beer inde wildernis, die zichzelf goed in het vet zet om den winterslaap te kunnen doorkomen, het eenige, wat een beer voor heeft op een mensch. Het voornaamste ingrediënt van stamppot is kool, en als we het woord kool hooren, denken we onmiddellijk aan de tuinderij van Noord-Holland en voornamelijk aan den Langendijk, dat eigenaardig agglomeraat van dorpen, waar de lintbebouwing al bekend was, voor het woord en het begrip waren uitgevonden en waar de grens tusschen twee dorpen alleen te zien is aan de borden van de KNAC en den ANWB, die op bepaalde afstanden zijn geplaatst. Er ligt een heel lange dijk, die langzamerhand aan weerskanten is bebouwd en zoo ontstonden de kilometerlange dorpen, waar men van tijd tot tijd tusschen twee huizen door uitkijkt over het wijde, vruchtbare land, waar de kool groeit in bovenmatigen rijkdom en waar de grondstoffen voor onzen stamppot vandaan komen. Zoo oud als dit land is, moet ook de verbouw van kool zijn. Hoe ver we ook terug gaan inde historie, altijd ontmoeten we hier dit product in zoo rijke hoeveelheid, dat het bewondering afdwingt. Bekend is, hoe de graaf van Leicester, die ons land in 1585 kwam helpen tegen de Spanjaarden, verwonderd was over de vele groenteschuiten, die door de Sint Pancrasservaart van deze streek naar Alkmaar gingen. En zoo is het altijd gebleven: wie hier kwam, was verwonderd over den grooten rijkdom van den bodem, zichtbaar inde mooie en groote hoeveelheid der producten. Een rijkdom, die welvaart bracht aan de bewoners, omdat de heele wereld deze producten kon gebruiken. Totdat in 1930 door de moeilijkheden van den uitvoer deze welvaart met een slag vernietigd werd en hier een armoede kwam, zooals men ze zich nog nauwelijks kan voorstellen. De heer S. de Pjoer, veilingleider van de veiling Broek op Langendijk, met wien wij een onderhoud hadden over den toestand in deze streek, vertelde er een en ander van. Het land hier is zeer rijk geweest. Er waren wel slechte jaren zooals van 1880 tot 1890, maarde toestand was niet zoo somber als thans. Tot 1930 ging alles goed; de landprijZen bedroegen ƒ 4000 a ƒ5OOO per Ha., maarde tuinderij kon deze prijzen opbrengen. Daarna echter is de prijs van het land met 60 pCt. gedaald, de opbrengst van de tuinderij ging achteruit, itoodat de rente van de hypotheken en de andere vaste lasten niet meer konden worden opgebracht. In 1931 heeft de provincie credieten verstrekt; in 1932 de regeering, maar deze zijn thans ook bevroren. In 1933 kwam de steun aan de tuinderij en de vergoeding van de vastgestelde minimumprijzen bij het doordraaien der groenten. De steun werkt zeer goed, maar men hoort hier dezelfde klachten als men verneemt bij de steunverleening aan de werldoozen. De meest directe levensbehoeften kunnen de tuinders koopen van de minimumprijzen die zij krijgen uitbetaald, maar er is geen geld over voor kleeren, schoenen en zeker niet voor het betalen der vaste lasten. Als zij later den aanvullenden steun ontvangen, die gebaseerd is op de richtprijzen, gaat deze veelal weg aan het voldoen der verplichtingen. Er blijft niets van over en het economische weerstandsvermogen is thans volkomen verdwenen. Hoewel de tuinders vaak weten, dat hun bedrijf de lasten niet kan opbrengen, willen zij het niet verkoopen. Hun werk zit hun in het bloed. Hun voorouders deden het sinds eeuwen en zij willen geen afstand doen van hun bedrijf, dat hun de vrijheid geeft, welke zij niet willen missen. Inden loop der jaxen werd hoe langer hoe meer land in gebruik genomen voor de tuinderij, en voor de producten was altijd afzetmogelijkheid, want zij behooren tot de beste der wereld, in 1930 werden 12.000 wagons kool uitgevoerd en kort daarop kwamen de moeilijkheden met den export. Duitschland nam minder op, Amerika niets meer, Engeland al heel weinig en deze nijvere hard werkende streek werd met een slag tot armoede gebracht; het beste product van de heele wereld kon op de wereldmarkt geen afzet meer vinden. De kool wordt vroeg in het voorjaar, ongeveer einde Maart, gezaaid op een plantingbaan, waar de jonge planten opgroeien. Inde eerste helft van Juni volgt dan het koolplanten, waar heel het gezin aan te pas komt en waar zelfs de scholen vrij voor krijgen. In lange rijen wordt de kool geplant op zeer typische manier. Voorop gaat iemand, die eerst een kuiltje maakt inden grond, achter zich grijpt, waar hem een plantje wordt aangegeven, het inden grond zet en de aarde aanstampt. Zoo gaat het voort van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, een zwaar en vermoeiend werk. Half Juli heeft men reeds vroege kool, maarde zgn. bewaarschool is hier het voornaamste product, dat eind October, begin November geoogst kan worden. De kool wordt met een scherp mes van den struik gesneden, in schuiten geladen en naar de boeten vervoerd, waar hij, ontdaan van de buitenste bladeren, wordt opgestapeld. De heele winter is de Langendijker in zijn schuur, waar iedere kool geregeld wordt nagezien. De temperatuur moet daar op juiste hoogte worden gehouden. Is het te warm, dan wordt de kool los; is het te koud, dat vriest hij bok, d.w.z. het hart bevriest en bij ontdooien gaat hy onmiddellijk rotten. Het bokken is van buiten af niet te zien en daarom worden op de veilingen voortdurend steekproeven genomen om den naam van het product niet door minderwaardige exemplaren te laten bederven. Het bewaren van de kool op deze wijze is eenig op de geheele wereld. Wel zijn er van alle kanten menschen naar deze streek gekomen om de kunst af ie kijken, maar zy hebben het nooit kunnen leeren. Hier zyn een traditie en een vaardigheid, in eeuwen tijds gegroeid, zoodat de tuinders bij wijze van spreken • in zyn vingertoppen voelt, wat er met de kool gebeuren moet. Vooral in Duitschland heeft men geprobeerd deze methode na ie volgen, maar het is niet gelukt; de eenige wijze van bewaren, die men daar toepast is het inkuilen, op zichzelf zeer verdienstelijk, maar er zijn tal van bezwaren aan verbonden Kool warmt van binnen uit; het is, zooals we reeds zeiden, wolletje en kachel tegelijk. Maar evenmin als men de kachel opport op een voelen wimerdag, evenmin gaat men zich dan ;e buiten aan zwaren kost. Guur weer moet het zijn en vriezen moet het. wil de Langend ijker :ijn koo' kunnen verkoopen Hij heeft er een kernachtig gezegde voor gevonden en ver elt: Het weer is de koopman. En vorst, liefst wat fel, is hem nog liever dan guur weer. Want de natuur heeft nog een enkel listigheidje, waarmee ze haar vriend den Langendijker bevoordeelt boven zijn vakgenoo.en in het buitenland. Als het vriest kan men den kuil, waarin de kool wordt bewaard, niet open maken en daarom moet de buitenlander dan in Nederland komen koopen, waar de tuinders door hun bijzondere wijze van bewaren, den geheelen winter over hun product kunnen beschikken. Als de marktprijzen goed zijn, laadt hij zijn .schuit vol en brengt hij de kool naar de veiling. Van hier vindt deze haar weg door het gansche land en, voorzoover het nog mogelijk is, naar het buitenland. En een groot deel komt terecht inde zuurkoolfabriek. Maar deze weg van de kool is te ver om er zoo maai ineens alles van te vertellen. --- Gevaarlijke situatie in Rotterdam Gedèelte der Hoogstraat wegens werking ineen muur afgezet In verband met het feit, dat er werking is geconstateerd inden zijmuur van pand 221 aan de Hoogstraat, waarin het ledermagazijn van de firma Rijnveld is gevestigd, is de bouwpolitie ertoe overgegaan, een gedeelte van de Hoogstraat overeen lengte van ongeveer vijftien meter af te zetten. Ongeveer vier maanden geleden is er gelood en toen is reeds vastgesteld, dat de zijmuur van dit pand, dat op den hoek van de Halvemaansteeg staat, eenigszins naar buiten hing. Toen men vandaag nogmaals een looding verrichtte, bleek, dat de bult inden muur weer eenige centimeters grooter was geworden en in verband met het feit, dat er dus doorloopend werking was, achtte men het niet raadzaam om de situatie zoo te laten. Teneinde de winkeliers in dezen vrij drukken tijd niet te zeer te dupeeren, is de afsluiting zoo beperkt mogelijk gehouden. Van de Hoofdsteeg uit kan men wel rechtsaf de Hoogstraat op inde richting Oostplein, linksaf is dit evenwel niet meer mogelijk. Vanochtend zal men een aanvang maken met het stutten vaneen zwakke plek, en vermoedelijk zal het voetgangersverkeer weer worden vrijgegeven. Het rijverkeer blijft evenwel omgelegd. Het pand zelf, waarin beneden de winkel is gevestigd en waarboven de magazijnen zijn gelegen, is op order van de bouwpolitie gesloten en ontruimd. --- BRAND TE EGMOND AAN DEN HOEF Hotel inde asch gelegd Inden nacht van Woensdag op Donderdag te ongeveer twee uur is brand uitgebroken in het hotel café „De Drie Egmonden” van den heer Modderman te Egmond aan den Hoef. Het vuur greep zeer snel om zich heen, maar doordat de heer des huizes nogal doof is, merkte hij van het gevaar, dat hem en zijn zoontje bedreigde, niets. Het acht-jarig kind werd echter door het gerucht wakker, en waarschuwde zijn vader. De vrouw des huizes vertoefde juist in het ziekenhuis, waaruit zij den volgenden dag terug zou keeren. Daar de trap reeds brandde, konden de bewoners niet meer naar beneden. De heer Modderman vluchtte met zijn zoontje, dat hij in een deken had gewikkeld, naar het balcon, waar hij om hulp riep. De heer Kareis, die het hulpgeroep hoorde, haalde een ladder en slaagde erin beiden te redden. De inmiddels gewaarschuwde plaatselijke brandweer vatte het blusschingswerk aan en slaagde erin, in één uur tijds het vuur te bedwingen en het naast het hotel gelegen huis van den heer Mannes, dat groot gevaar liep, te behouden. De Alkmaar.sche brandweer behoefde geen dienst te doen. Den avond tevoren was in het hotel een zanguitvoering geweest, waarbij een orkest medewerking verleende. Vermoed wordt, dat eerï brandende sigaret op het tooneel de oorzaak van den brand is geweest; de muziekinstrumenten van de band gingen verloren. Het geld, dat in huiswas, werd onbeschadigd terug gevonden. De schade het hotel brandde geheel uit wordt door verzekering gedekt. --- DE KONINGIN NAAR DEN HAAG Van officieele zijde meldt men ons, dat H. M. de Koningin heden inden loop van den dag te ’s Gravenhage zal terugkeeren en het paleis in het Noordeinde voor het winterverblijf zal betrekken. --- JULIANA-HUIS TE PARIJS Van officieele zijde bericht men ons. dat H. K. H. Prinses Juliana zich Vrijdag by de plechtigheid van de officieele ingebruikneming van het Nederlandsche paviljoen inde Cité-Universitaire te Parijs, het Juliana-huis, zal doen vertegenwoordigen door Haar dienstdoende grootmeester E. H. Juckema van Burmania baron Rengers van Warmenhuizen. --- De Sch. 102 wordt gerepareerd De motorlogger Sch. 102, welke eenigen tijd geleden op het Noorder havenhoofd van Scheveningen was gestrand en onlangs door de N.V. Reederij v.h. Frank Vrolijk, de oorspronkelijke eigenaresse, is teruggekocht, zal, naar thans besloten is, worden gerepareerd door de Scheveningsche sleephelling. Het schip wordt weer geheel inden ouden toestand gebracht. Met het herstelwerk is men bereids begonnen. --- Advertentie yVZt)»d- --- Advertentie Verkoudheid en Keelpijn gf morden krachtig bestreden door VALDA PASTILLES het sterk ontiseptische geneesmiddel. Zorg steeds een doos bij de hand te hebben. Vraog naar de JÊj ECHTE VALDA Hollandsche doozen --- Ditmaal was de Prins wel aanwezig Hofjacht op het vogeleiland De Beer te Hoek van Holland Op liet vogeleiland De Beer te Hoek van Holland is vandaag de jaarlijksche hofjacht gehouden. Deze jacht herinnert aan de gebeurtenis, nu juist een jaar geleden, toen hetzelfde gezelschap tevergeefs wachtte op de komst van den Prins, wien toen op weg naar Hoek van Holland het auto-ongeval nabij Muiden overkwam. Vanmorgen omstreeks negen uur arriveerde de Prins in zijn twoseater aan de Berghaven te Hoek van Holland, waar de genoodigden van H. M. de Koningin voor deze jacht reeds aanwezig waren. De opperjagermeester baron Schimmelpenninck van der Oye ontving daar de gasten, waarna het uit acht personen bestaande gezelschap naar de overzijde van den Waterweg voer. Indien de weersomstandigheden het toelaten zal de jacht den geheelen dag worden voortgezet. --- Weer twee autobussen tegen den Staat Haagschepresident wijst hun vorderingen evenwel af Zaterdag j.l. waren aan den president van de Haagsche rechtbank wederom twee korte gedingen voorgelegd, aanhangig gemaakt door wilde autobusdiensten tegen den Staat der Nederlanden. Het waren de NV. Nederlandsche Unie en Schouten’s automobielcentrale, die een dienst onderhielden tusschen Amsterdam en de Nederlandsch-Belgische grens. De Spoorwegen hadden verbod van deze diensten gevraagd bij den president van de Amsterdamsche rechtbank en dit verbod ook gekregen. Hierop breidden de beide diensten hun bedrijf uit en reden van Amsterdam naar België. Dit wilde in werkelijkheid zeggen, dat zij het Nederlandsche douane-kantoor te Zundert passeerden, doorreden tot aan het douanekantoor te Wuestwezel en dan omkeerden om weer naar Nederlandsch gebied te gaan. Zij stelden zich op het standpunt dat ze op deze manier „een ander traject” reden, waardoor het verbod van den Amsterdamschen president niet gold. Toen de politie niettemin hun diensten belette, dagvaardden zij der. Staat in kort geding. De president van de Haagsche rechtbank wees evenwel hun vorderingen af, o.m. overwegende dat het zijn taak niet is een interpretatie te geven van de strekking van de vonnissen van zijn ambtgenoot te Amsterdam. Bovendien nam één der ondernemingen onderweg passagiers op, zoodat vaneen rechtstreeksohen dienst Amsterdam—Belgische grens hier geen sprake was. Voor dé busondernemingen is opgetreden mr. J. Nolen te Amsterdam, voor den Staat der Nederlanden mr. D. J. Veegens te ’s-Graver.- hage. --- Wilde busdiensten stopgezet Vonnis van de Amsterdamsche rechtbank De president der arrondissementsrechtbank te Amsterdam, mr. A. J. van Royen, heeft wederom uitspraak gedaan in eenige korte gedingen tusschen wilde-busdiensten, waarvan door de Spoorwegen en de Gooische Tram stopzetting werd gevraagd. Verboden werden de N.V. Amsterdamsche Autoverhuur Centrale in oprichting (directeur Oorbeek), rijdende tusschen Amsterdam en Alkmaar, de dienst Amsterdam—Hilversum, die onderhouden wordt door H. G. Uiterdijk, de dienst Amsterdam—Hilversum, onderhouden door Stoop, de dienst Amsterdam—Utrecht, eveneens onderhouden door Stoop te den Haag. Ten opzichte van gedaagden Uiterdijk en Stoop hadden de verdedigers aangevoerd, dat deze beide gedaagden niet binnen het arrondissement wonen, zoodat de president niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De president echter verklaarde zich in beide gevallen bevoegd omdat het gevraagde verbod zal gelden in dit arrondissement. De president heeft dus de geldende jurisprudentie in dit opzicht gevolgd. --- FOKKER T. 5 LUCHTKRUISERS Overgedragen aan de militaire luchtvaart Woensdag heeft de militaire luchtvaart een tweetal Fokker T 5 twee-motorige luchtkruisers van de Fokkerfabrieken overgenomen, De fabrieksvliegers Meinecke en Leegstra hebben de beide toestellen voorgevlogen. Voor de militaire luchtvaart hebben ka pi te in-vlieger Zegers en luitenant-vlieger Scherpenzeel ze agevlogen, waarna de toestellen werden overgedragen, ---