UIT DE PERS DE GRUWEL DER ECHTSCHEIDINGEN „Er is misschien geen land ter wereld, waar men gemakkelijker kan scheiden dan in ons dierbaar vaderland". De uitspraak, die wij hierboven afdrukken, is van den heer J. R. Munneke, ambtenaar van den Burgelijken Stand te Amsterdam, die in de „Telegraaf" een diepbeschamend artikel schrijft over de echtscheidingen, speciaal in Amsterdam. Op 24 Sept. zoo deelt hij mede, schreef de ambtenaar van den Burgerlijken Stand te Amsterdam in zijn register de 500ste echtscheiding in. Een record! Vijftig jaar geleden, in 1866, werden in het geheele jaar 90 echtscheidingen geboekt, vijf en twintig jaar geleden, in 1911, schreef de ambtenaar op 24 Sept. de 185e huwelijksontbinding in. Thans in 1936, op denzelfden 24en September de 500ste. 133 paren waren nog geen vijf jaren getrouwd; 139 tusschen de vijf en tien jaar; 115 tusschen de tien en vijftien jaar; 64 tusschen de vijftien en twintig jaar, 49 ten slotte waren meer dan twintig jaar in den echt verbonden geweest. Meer dan 54 pCt. van die vijfhonderd huwelijken had dus geen tien jaar geduurd. In 310 gevallen werd de echtscheiding uitgesproken op grond van overspel, gepleegd door den man; in 175 idem door de vrouw; de enkele andere gevallen waren kwaadwillige verlating en één keer gevangenisstraf van meer dan vier jaar. Tot den protestantschen godsdienst (althans op papier) behoorden 144 echtparen; in 24 gevallen waren beiden Israëliet; in vijftig gevallen beiden Roomsch-Katholiek. In zeventig gevallen behoorde zoowel de man als de vrouw tot geen kerkgenootschap, terwijl de resteerende 212 gemengde huwelijken waren (nl. in dezen zin, dat de echtgenooten tot verschillende kerkgenootschappen behoorden of één van hen tot geen). In het cijfer 212 zijn voorts begrepen 111 gevallen dat één der partijen R. K. was. In 161 gevallen of 32 pCt. van het totaal behoorden dus öf beiden, öf één der echtgenooten tot de R. K. Kerk. 208 echtparen hadden geen kinderen; 141 één kind. Bijna zeventig .pCt. had dus geen of ten hoogste één kind; 125 hadden twee of drie kinderen; slechts 26, dus vijf pCt., vier of meer. Aan de spits ging een echtpaar met negen kinderen. Het zal er waarschijnlijk niet ver vandaan zijn dat van deze vijfhonderd echtscheidingen er minstens vierhonderd tot stand zijfl gekomen door onderlinge overeenstemming. En toch is dit in onze wet uitdrukkelijk verboden (art. 263 Burgerlijk Wetboek). Sedert echter de Hooge Raad in 1883 heeft beslist dat zonder nader bewijs een feit, waarop zich de eischer tot echtscheiding beroept, ingeval van verstek voor bewezen kan worden gehouden, is er misschien geen land ter wereld, waar men gemakkelijker kan scheiden dan in ons dierbaar vaderland. Zelfs Belgen, die in hun eigen land wel door onderlinge toestemming van elkander kunnen, verplaatsen soms hun domicilie naar Nederland, omdat de procedure hier vlugger en nog gemakkelijker gaat. Want sedert 1883 is de toestand zóó: Partijen zijn het eens. A. stelt den eisch in; B. laat verstek gaan; zonder verdere formaliteiten spreekt de rechter de echtscheiding uit en de zaak is beklonken. En toch zegt. onze wet, dat echtscheiding door onderlinge toestemming verboden is. O ironie! De heer Munneke wijst dan verder op het maatschappelijk kwaad, dat zich hier openbaart. Het huwelijk, zoo schrijft hij, is de voorraadschuur, waaruit de samenleving haar beste bouwstoffen haalt. De ontzedelijking van het huwelijk zal langzaam maar zeker op allerlei andere gebieden haar schadelijken invloed doen gelden. In de voornaamste plaats natuurlijk ten opzichte der opvoeding van het kind, waarvoor een rustige, huiselijke sfeer een eerste vereischte is. Eenmaal tot het besef gekomen, dat zijn ouders het met den huwelijkstrouw niet zoo nauw namen, dat vader op zekeren dag niet meer thuiskwam, omdat hij met een ander ging trouwen of dat moeder er een vriend op nahield, zal hij zijn eigen fouten ook niet zoo heel erg vinden; het ééne houdt nauw verband met het andere. Maar een harmonieus gezinsleven met vader en moeder op hun post die door eigen voorbeeld de kinderen de beste opvoeding geven, is van onschatbare waarde voor de geheele samenleving. De devaluatie van het huwelijk zal de moreele welvaart van een volk niet ten goede komen. Tot zoover de heer Munneke: De „Geld." (r.k.) voegt hier aan toe: „Als een blad als de „Telegraaf" aan deze beschouwingen plaats verleent, dan spreekt cok daar wel uit, hoe diep de kanker der echtscheidingen is ingevreten. De wetsverkrachting, waarvan de heer Munneke spreekt, vormt een diepe schande voor ons land. Het is niet voor het eerst, dat hierop de aandacht wordt gevestigd; het was al jaren bekend, dat men uit Engeland, België, Duiischland enz. naar ons land komt, omdat men hier een huwelijk op zoo gemakkelijke wijze ontbonden kan krijgen. De rechter weet, dat hij bedrogen wordt. En ook de regeering weet, dat deze wetsontduiking volkomen in strijd is met art. 263 van het B.W. en dat zij, door in dezen toestand te berusten, de groote ramp van de echtscheiding bevordert en op die wijze de christelijke grondslagen van onze maatschappij ondermijnt. Zou dit kabinet, waarin een katholiek minister van Justitie zitting heeft, acn dezen schandelijken toestand niet eindelijk een einde kunnen maken?" NEDERLAND EN HET TOERISME Mr. M. J. van der Flier schrijft aan het „Vaderland" (lib.): „Ontegenzeggelijk heeft ons land ten aanzien van het buitenlandsche toeristenverkeer slechts voordeel te verwachten van de devaluatie. Wanneer de Staatscommissie in zake het vreemdelingenverkeer' schrijft, dat wij door onzen hoogen prijsstandaard jaarlijks 4000 Engelsche toeristen, onder wie de bekende Polytechnical Tours, missen dan bestaat er nu een kans om dezen terug te krijgen, maar niet alleen dezen ! Er dient thans gehandeld te worden. Op 25 Mei j.1. overhandigde de commissie haar rapport aan den minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Dit rapport bevat tal van belangrijke en praktische wenken, die ook zonder nieuw geld aanstonds in praktijk waren te brengen. Maar in de eerste plaats de Spoorwegen leggen het rapport naast zich neer. De Sporen bleven bij hun achtdaagsche abonnement, bij hun één-, hoogstens tweedaagsche vacantiekaarten, bij hun streven om tegen de belangen van concurrenten in hun maaksel de ATO te bevorderen, de hotels bleven op zich zelf enz., de tramdirecties deden hetzelfde, de autobusondernemers dito, dito enz. Slechts de Neninto deed een schuchtere poging tot navolging van het Zwitsersche hotelplan. A Thans is het werkseizoen voor den volgenden zomer aangebroken. Ja, het is welhaast de hoogste tijd, wil er van de winterpropaganda waarvan de stijging van het toeristenverkeer in den volgenden zomer het resultaat moet zijn, nog iets terecht komen. Ik herinner mij van vroeger, dat een deikopstukken van de Duitsche Verkeerscentrale nog in het late najaar de voornaamste buitenlandsche toeristenorganisaties placht te bezoeken en dan reeds bij zich had de volledige agenda van wat er den volgenden zomer in elk belangrijk Duitsch toeristencentrum placht te geschieden. Wil de door de commissie terecht aanbevolen coördinatie of in gewoon Nederlandsch samenwerking van toeristische organisaties en ondernemingen bijtijds tot stand komen en vruchtbaar kunnen werken, dan moeten nü de grondslagen gelegd worden. Wil men het binnen- en buitenland bewerken met films, spreekbeurten, tijdschrift- en dagbladartikelen, dan moet nü het plan de campagne worden opgesteld. Maar van dit alles blijkt, ten minste naar buiten, niets. Het op 25 Mei j.1. ingediende rapport ligt nog daar, zooals het ingediend werd. Moet dat zoo blijven? Nederland heeft nu een prachtige kansom het toeristenverkeer te stimuleeren. Moge het die kans niet voorbij laten gaan! Los van de voorgestelde maatregelen, welker doorvoering aanmerkelijke financieele offers vereischt en afgezien van voorstellen als toelating van spel en hazard — persoonlijk hecht ik aan de wederinvoering van spel en hazard bitter weinig waarde en meen, dat wij er best zonder kunnen blijven — bevat het rapport tal van uitnemende wenken van praktischen aard, voor oogenblikkelijke verwezenlijking vatbaar. Men sla de hand aan den ploeg!" --- VAN ONZE LEESTAFEL „Colijn in de caricatuur", 100 uitgezochte caricaturen met een voorwoord van dr. Colijn zelf; uitgave Bosch en Keuning, Baarn. De jongste uitgave van de Libellen-serie der Uitgeverij Bosch en Keuning te Baarn is gewijd aan onzen minister-president. Het boekje bevat 100 caricaturen, betrekking hebbende op het politieke leven van dezen staatsman, uitgezocht door een onbekenden samensteller, die zijn werk met smaak en zoo groot mogelijke objectiviteit verrichtte. De caricaturen zijn ontleend aan bladen van verschillende kleur, in chronologische volgorde geplaatst en voorzien van een verklarend onderschrift. Krijgt men aan den eenen kant een overzicht van het werk van dr. Colijn, zooals „men" het gedurende de jaren zag, aan den anderen kant geeft dit boekje ook voor den caricatuur-liefhebber veel te genieten. Merkwaardig is, te constateeren, hoe de teeken-techniek zich gedurende de laatste 25 jaar heeft ontwikkeld, maar tevens met hoe groote vrijmoedigheid men in vroeger jaren critiek oefende op het politiek beleid van regeeringspersonen. Wel schrijft dr. Colijn in zijn voorwoord: „Het is aangenaam, te constateeren, dat wij in ons goede land aan de caricatuur nog een bijna onbeperkte vrijheid kunnen laten", maar de teekenaars schijnen toch in de tegenwoordige gelaten atmosfeer hun satirischen geest geleidelijk wat aan banden te hebben gelegd. Interessant is, wat het „slachtoffer" van deze 100 teekeningen in zijn voorwoord schrijft. Dr. Colijn erkent, dat samensteller en uitgever over het geheel blijk hebben gegeven van een juist inzicht in den loop der politieke gebeurtenissen gedurende de laatste kwart eeuw. „Over het geheel", schrijft hij, „omdat men van den buitenstaander — caricaturist of verzamelaar — niet verlangen kan, dat hij met alle „dessous" ten volle bekend was. Zoo geeft een enkele caricatuur wellicht wel juist weer hoe een bepaalde situatie door den tijdgeest werd aangevoeld, zonder dat nochtans van de voorstelling kan worden getuigd, dat het gegeven beeld juist is. Maar dat is nu juist de aantrekkelijke kanc van het caricatuur'oeeld — zoo vervolgt dr. Colijn dan —, dat het niet beoogt met notarieele nauwgezetheid een bepaalden toestand of een bepaald feit in beeld te brengen, doch veeleer bedoelt aan te geven welke indrukken de buitenstaander er zich van gevormd heeft. Deswege hebben caricaturen ook historische beteekenis, wijl zij die indrukken en opvattingen vastleggen voor het nageslacht en wel in een vorm, die tot de verbeelding spreekt. Maar daarom ook moet er vergroot, moet er overdreven worden. Zonder die vergrooting of overdrijving van kenmerkende eigenschappen, trekken of vormen zou men niet van caricaturen kunnen spreken; zij ontleent juist aan die overdrijving haar beteekenis. Het doorbladeren van deze verzameling — zoo besluit de inleider — heeft mij eenige genoegelijke oogenblikken geschonken." De bijeengebrachte caricaturen zijn o.a. van bekende teekenaars als Albert Hahn, P. van der Kem, L. J. Jordaan, Funke Küpper, Louis Raemaekers, Joh. Braakensiek en B. van Vlijmen. De laatste vier pagina's worden gevuld met een serie rake snapshots van dr. Erich Salomon. Wij ontvingen ter aankondiging: Van de Uitgeverij J. M. Meulenhoff te Amsterdam: „Vlieginstructie" door D. L. Asjes, res. Ie luit. vlieger, instructeur der N.V. Nationale Luchtvaartschool, met teekeningen van ir. H. Koekebakker, verschenen als No. 6 in Meulenhoff's Luchtvaartserie. Van de Uitgeverij J. B. Wolters te Groningen „Onze Stijlfouten" door A. Wildschut. Behandeling van veel voorkokende stijlfouten met oefeningen, ten dienste van de lagere klassen van middelbare scholen en andere scholen voor voortgezet onderwijs. Van de Uitgeverij Hollandia-drukkerij te Baarn: „Logos", logisch weten en centrale wetenschap door ir. W. F. Staargaard. Aanvullingen. JEUGDLECTUUR Wij ontvingen ter aankondiging: Van de Uitgeverij H. Meulenhoff te Amsterdam: „Toosje's wondere winter" door Johanna E. Kuiper. Dit is de geschiedenis van Toosje, die het bij haar grootouders zoo eenzaam heeft, maar die troost vipdt bij een groote meeuw, die haar komt halen voor een dierenfeest, bij een sterntje en andere vogels, die 's avonds aan haar raam tikken en haar verhalen vertellen, totdat haar broer met de boot uit het verre land overkomt om haar te halen. Een aardig boek voor meisjes van 6 tot 11 jaar. De teekeningen zijn van Rein Stuurman. „Wir-War" door Lydia Hamstra— Barschers, geïllustreerd door G. D. Hoogendoorn. Lous van Duyn en Netty Verlaren, twee jonge onderwijzer esjes, brengen hun zomervacantie door in een klein strandhotel. Daar beleven ze heel wat wederwaardigheden, maar het voornaamste avontuur is toch de ontmoeting met twee jongelui, Dick van Vleuten en Frits van Zuylen. Frits van Zuylen heeft weinig met zijn adellijken titel op en geeft zich uit voor boschwachterszoon. Veel verwarringen zijn het gevolg van deze comedie, maar het slot stelt gelukkig niemand teleur. Meisjes van 14 tot 17 jaar zullen in dit boek een vlotte lectuur vinden. „Koen Borgers" door H. E. Kuylman, met band en illustratie van G. D. Hoogendoorn. Koen Borgers is de zoon van een strooper, die voor een rijken hotelhouder wild stroopt op de gronden van den baron. Deze baron is het dan, die Koen's vader aan een betrekking helpt. Koen sluit vriendschap met Edward, het zoontje van den baron. Later gaat hij onder dienst, krijgt een ongeluk met een paard en vestigt zich tenslotte in zijn dorp als paardenhandelaar. Er zit gang in dit verhaal, dat bestemd is voor jongens van 11 tot 14 jaar. Van de Uitgeverij W. J. Thieme te Zutphen: „Robinson Crusoë" door M. K. de Jong, de vijfde, in de nieuwe spelling overgebrachte druk van dit bekende kinderboek. --- Financiën en Economie BETAALBAARSTELLINGEN Opgave van De Twentsche Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, kantoor Nijmegen: Per 19 October American Telephone and Telegraph Cy. (Nederl. Adm.- en Trustkantoor). No. 132 f36.30 per eert. a $ 1000. Hollandsche Bank Unie. No. 3 f 40 per aand. a f 1000; No. 3 f 4 per aand. a f 100. N.V. Landbouw Mij. „Sirah Kentjong". No. 28 f50 per aand. a f500; f300 per bew. van 6 aandeelen. DE RIJKSMIDDELEN Wij gaan vooruit! Uit de gepubliceerde cijfers is reeds gebleken, dat September onmiskenbaar voor de schatkist een mooie maand is geweest. Afgescheiden van de directe belastingen, waarvoor de maandelijksche opgaven nopens den stand op het einde der maand niet zoo heel veel houvast geven, kan voor de groote groep der nietdirecte belastingen worden vastgesteld, dat de opbrengst, ten bedrage van f31,926,000, bijkans f2 millioen (in juiste cijfers f 1,908,848) hooger is geweest dan in dezelfde maand van het vorige jaar. Ook was d? opbrengst hooger dan dit jaar één maand was voorgekomen, terwijl het totdusver hoogste bedrag (Augustus j.1.) nog met ruim 4'A ton en 1/12 der raming met welhaast een millioen werd overtroffen. Opmerkelijk is het ook, dat waar de beide vorige jaren de hoogste maandelijke opbrengst zich in Juli had voorgedaan deze nu in September viel te boeken, welke maand vroeger t.o. van Augustus een terugslag placht te geven. Dat er bijzondere oorzaken zijn geweest, die als verklaring voor deze stijgende tendenz kunnen dienen, zouden wij niet durven zeggen. Aan eenigen invloed van de depreciatie van den gulden, die eerst in het laatst van September een feit is geworden, behoeft uiteraard nog niet te worden gedacht. Of het zou dan moeten zijn, dat de groote beursomzetten op de twee laatste dagen dier maand en levendige handel in het kleinbedrijf tot de stijging van resp. de beursbelasting en de omzetbelasting hebben bijgedragen. Zonder ons echter in bijzondere oorzaken te verdiepen, schijnt toch wel het vermoeden te mogen worden uitgesproken, dat allengs een factor van algemeenen aard: de, zij het nog geringe, vooruitgang op economisch gebied, zijn stempel op de baten uit de rijksmiddelen begint te drukken. Het is nu de derde keer dit jaar dat de niet-directe belastingen meer hebben opgeleverd dan in dezelfde maand van het vorige jaar en dat tegelijkertijd het 1/12 der raming werd overtroffen. Ook ditmaal heeft bij het behalen van het accres t.o. van een jaar geleden de dividend- en tantièmebelasting een belangrijke rol gespeeld. DE DISCONTO-VERLAGING VAN DE NEDERLANDSCHE BANK De Nederlandsche Bank heeft heden, zooals gisteren gemeld, haar wisseldisconto met een halfprocent verlaagd tot 2 Vi procent, en haar andere tarieven hiermede in overeenstemming gebracht. Van den hoogsten stand van 4 V% procent in dit jaar, waarop het disconto op 4 Juni j.1. gebracht werd, is het hiermede weer op het laagste niveau van 2 Yi procent beland, welke noteering juist vier maanden van kracht is geweest. Was voorheen een discontowijziging van de centrale credietinstelling meestal een maatregel welke verband hield met de positie van ons ruilmiddel ten opzichte der buitenlandsche valuta's, het z.g. klassieke middel waarmede de Bank het ruilmiddel en den goudvoorraad wist te beschermen, thans behoeft men hierin niets anders te zien dan een zuivere aanpassing van de officieele geldtarieven aan die van de open markt. Heden noteerde part. disconto 2 1/8 a 2 1/4 procent, daggeld 2 procent en prolongatie 21/4 procent. De Nederlandsche Bank helpt door een verlaging van de officieele tarieven dus mede om de ruimte van de geldmarkt te bevorderen. Hieronder volgen de wijzigingen die het Nederlandsche Bankdisconto heeft ondergaan sedert den hoogsten stand van 6 procent. 26 Juli 1935: 6 procent. 22 October 4 V> procent. 14 November VA procent. 4 Februari 1936 2¥, procent. 4 Juni 4A procent. 30 Juni 3H procent. 7 Juli 3 procent. 19 October 2% procent. De rentestand wordt nu als volgt: 20-10-,36 Wisseldisconto 2K Promessendisconto 3 Rente voor beleening van effecten 3 Rente voor beleening van goederen 3 Rente voor voorschotten in rek.-courant 3 --- THIJS IJS EN DE DRIE DADEN VAN SLECHT BEDEELD 30. — De beide dwergen zaten maar te zeuren, en dachten er niet aan, dat er iets kon gebeuren; maar de helft van Ozonstralen's touwtje lag al in 't gras, terwijl het and're van eigenaar verwisseld was! Na 'n poosje stilte sprak dwerg Waggelmant: „Dit weer is véél te droog voor 't land. Zoo is 't nu al een week!" „Ja, ja," zei Wiebelaar, terwijl hij naar de lucht nu keek, „toch kon er wel eens regen komen." En geen van beiden heeft vernomen, hoe Thijs met boom en vogel nu is weggeloopen! „Kom," zoo peinsde Waggelmant, ,,'k geloof het niet, maar 'k wil het hopen!" --- Schouwburg, Concerten, Lezingen, enz. Olympia -theateT (L. Burchtstr.) — Voorst. 8 u.; Zond. doorl. voorst. 2 u.; Zaterd. en Woensd. 2 u. matinée. — Programma vanaf 16 Oct.: 1. „Opstandige harten"; 2. „Hartenvrouw". Chicago-theater (Broerstr.) — Voorst. 8 u.; Zond. doorl. voorst. 2 u.; Zaterd. 2 u. Matinée. Progr. v.af 16 Oct.: 1. „De onzichtbare macht"; 2. „De wrekende hand". Luxor-theater (Mariënburg). — Voorst. 8 u.; Zond. doorl. voorst. 2 u. — Programma vanaf 16 Oct.: 1. „Bobby de duivelskerel"; 2. „De roos van de rancho". Vereeniging „Bio" — Van 17—22 Oct. 's av. 8 u.: 1. „Allotria"; 2. „Mannen in het zadel". Wereld-Jamboree 1937 — Spreek- en bezoektijden van 7—7.30 uur: propaganda-leider F. Muskens, St. Annastraat 279, Tel. 301. --- VERGADERINGEN, REPETITIËN ENZ. Kon. Zangver. „Nljm. Mannenkoor", direct. Theo Wanders. — Rep. Woensd. Karseboom half 9. Bridgeclub S I.O.S. — Woensdag 8 u. in hotel „Des Pays Bas". Nijm. Posthamonie. — W">ensdagsav 8 en Zondagsmorg. 10.30 u. rep. café Selbach, Platenmakerstraat. Theosofische Bibliotheek, Groenewoudscheweg 296. — Geopend eiken Woensdagav. v. 7-8. Tafeltennisclub Nijmegen. — Woensd.- en Vrijd.av. 8-11 u. zaal Lange Nieuwstraat 23. --- Advertentie ---