Advertentie Deze COURANT verschijnt dagelijks, uitgezonderd Zon— en Feestdagen. A dvertentiën en ingezonden stukken worden ingewaeht tot ’s middags 1 uur aan het bureau van uitgave. Abonnementsprijs: f I,SO per 3 maanden, franco per poat / 1,87i/a. afzonderlijke nummers 5 cent. Advertentieprijs: I—4 regel f 0,60. Elke regel meer 15 cent, voor het buitenland 20 cent. Q-roofca letters naar plaatsruimte. --- BINNENLAND. Zutphen, 29 Mei 1890. Zondag a.s. herdenkt de brievenbesteller Q-. Brouwer den dag, waarop hij voor 25 jaar bij de Posterij in dienst trad. Heden middag is alhier eenrivier-vaartuig van de Koninklijke Marine aangekomen , en beeft zich ten anker gelegd bij de Kraan. Op de beden alhier gehouden veemarkt waren aangevoerd 100 runderen en 263 biggen. Vette runderen golden 1 0,68 a f 0,78, guste dito f 0,40 a f 0,50 per K.G. drachtige dito f 100 a f 180 per stuk. Biggen f 1,50 a, f 1,75 per week. Gisteren werd bevorderd tot doctor inde rechtswetenschap aan de rijks-universiteit te Leiden, de heer H. L. van Bloemen Waanders, geboren te Batavia, met acad. proefs. get.: De wissel voor rekening van eenen derde. Z. M. heeft o. a. benoemd tot lid der Commissie, aan welke in 1890 wordt opgedragen het afnemen van het examen bedoeld in art. 12 der wet tot regeling van het H. 0., dr. K. G. P. Schwartz, rector aan het Gymnasium te Doetinchem. Bij Kon. Besluit is aan na te melden officieren bij de rustende schutterijen in Gelderland, op hun verzoek, eervol ontslag verleend, 4e bat. aan J. H. VoermaD, als le luit.; 11e bat , aan P. C Koopmans, als le luit.-adj. Voorts zijn bij de rustende schutterijen benoemd in Gelderland, 4e bat., tot le luit. M. van Heloma, thans 2e luit.; tot 2e luit. D. Hoffmann, thans schutter; 9e bat., tot le luit.-aöjud. C. A. Lagaay, thans 2e luit.; tot le luit.-kwartierm. R. van Enst, thans le luit.-adj.; tot 2e luit. W. R. E. H. Opzoomer; lle bat. tot le luit.-adj. A. Costermans, thans le luit ; tot le luit. P. Tap , thans 2e luit. P. T. Vos. De Kamer van Koophandel en Fabrieken te Deventer, heeft: besloten niet te ondersteunen het adres van de Amsterdamsche varkensslachters vereeniging, van de Rotterdamsche slagersvereeniging en van de ’s Gravenhaagsche spekslagersvereeniging aan den minister van Waterstaat en aan den minister van Binnenl. Zaken, houdende verzoek om van regeeringswege maatregelen te nemen tegen den invoer van buitenlandsch vleesch, spek, en reuzel, door die waren te merken. De Kamer aeht hetgeen gevraagd wordt onuitvoerbaar inde practijk. Aan het verslag over den toestand der gemeente Voorst over 1889 ontleenen wij het volgende: De bevolking bestond op 31 Dee. 1889 uit 4830 mannen en 4454 vrouwen, totaal 9284 zielen; er werden geboren 149 mannen en 141 vrouwen, totaal 290, er werden levenloos aangegeven 7 mannen en 12 vrouwen totaal 19. De sterfgevallen bedroegen 105 mannen en 82 vrouwen, totaal 187; er werden 94 huwelijken gesloten; en het getal kiezers bedroeg 922. De voornaamste onderwerpen, die inden gemeenteraad behandeld werden zijn: Invoering eener schoolgeldheffing. Verbetering van den weg van den Kiekenkamp naar de Appen schestraat te Voorst. Vergrooting van de school aan de Teuge. Geldleening tot dekking van het te kort op de begroeting van 1889. Als gevallen van besmettelijke ziekte kwamen voor: als Typhus 2, beide met doodelijken afloop. Febr. Typh. 1, mazelen 78. Het getal schoolkinderen bedroeg 811 jongens en |676 meisjes. Van het herhalingsonderwijs hebben 78 jongens gebruik gemaakt. De vlekziekte vertoonde zich onder de varkens doch in geringe mate. Op de voor het eerst te Twello gehouden veemarkt werden 94 stuks aangevoerd. De gy mnasi a sten te Doetinchem hebben thans besloten toch een vrijcorps op te richten, daar bij eene vereeniging tot vrijwillige oefening inden wapenhandel de deelnemers tusschen 17 en 19 jaar oud moeten zijn, en men dan slechts gedurende den wintertijd onderricht krijgt enz. Het eere-bestuur bestaat thans uit 3 leden, de rector, de burgemeester en de kantonrechter. Te Hoenderlo is een geraamte vaneen kinderlijkje gevonden, hetwelk zeker een paar jaar ineen linnenkast moet hebben gelegen ineen bewoond huis, zonder dat dit den bewoners, waarvan de vrouw reeds overleden is, bekend was. Hoewel de man meermalen over de onaangename lucht in huis gedacht had, was er geen onderzoek naar de oorzaak gedaan. De zaak is nu in handen der justitie. Steenderen, 28 Mei. Als bewijs, dat de ondernemingsgeest in onze gemeente nog niet is uitgedoofd diene het feit, dat door den heer A. Heezen het eind zandweg, loopende van zijne spekslagerij naar de Koningstraat, in zijne geheele lengte is verhard en bevloerd, zoodat het nu een sieraad is geworden , dat ieders aandacht jjtrekt. Te wenschen is, dat dit goede voorbeeld werken moge , en de gemeente het eens zoover brenge dat de stoffige Koningstraat tot kunstweg verheven wordt. Winterswijk, 29 Mei. Inde algemeene vergadering der zang vereeniging „Caecilia", afdeeling der Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, in Oct. ’B9 alhier gehouden, heeft eene bespreking, om mede in het belang dezer vereeniging te trachten hier weer eene kinderzangschool in het leven te roepen, tengevolge gehad, dat eene zangschool voor de jeugd werd opgericht, met aanvankelijk een 50tal leerlingen. Gisterenavond werd de eerste openbare les gegeven, waarbij uit de opkomst vaneen zeer talrijk publiek bleek, hoezeer de oprichting der zangschool door velen met ingenomenheid is begroet geworden. De wijze, waarop de verschillende nummers van het uitgebreide en rijke afwisseling biedende programma, werden ten gehoore gebracht , gaf telkens aanleiding tot luide bijvalsbetuigingen. Zonder in bijzonderheden te treden kunnen wij vermelden, dat zoowel de zang, als het piano- en vioolspel, uitmuntend voldeden, zoodat zich het algemeen gevoelen over deze in het openbaar gegeven les dan ook uitto in betuigingen van ingenomenheid en tevredenheid. De voorzitter van de zangvereeniging „Caecilia“ bracht na afloop een woord van hartelijken dank aan den directeur, den heer Cöllen, aan wiens ij ver en volharding inde eerste plaats het succes van dezen avond is te danken. Door de welwillende medewerking van het muziekgezelschap „Euphonia“ was er voorde jeugdige zangers en zangeressen eenige oogenblikken gelegenheid om ineen opgewekt dansje eene welverdiende ontspanning te genieten voor den betoonden ijver. Dinxperlo, 28 Mei. Burgemeester en Wethouders hebben, onder nadere goedkeuring van den Arrondissements-schoolopziener, tot tijdelijk onderwijzer aan de O. S. in het dorp benoemd den heer Bruin van Ylieland. Op de aanbeveling van het hoofd der school (opgemaakt naar aanleiding eener proefles), waren geplaatst: Boomkamp van Brammen, Bruin van Ylieland en Boekhorst van Terborg. --- Markt- en Handelsberichten. Apeldoorn, 28 Mei. Op de gisteren alhier gehouden veemarkt, bedroeg de aanvoer ruim 60 stuks. Handel minder vlug. Men besteedde voor neurende koeien f 120 a f 180, guste dito f95 a f 165, drachtige vaarzen f9O a f 140, guste pinken f7O a f 115, éénjarige stieren f 35 k f 80, kalveren f 45 a f 70. --- Algemeene Berichten. Reeds deelden wijden korten inhoud mede van de toespraak, waarmede de voorzitter, de heer Goeman Borgesius, de jaarlijksche algemeene vergadering van „Volksonderwijs“ opende. Thans geven we een beknopt overzicht van het verhandelde: Uit het verslag van den penningm., den heer De Meyier, bleek, dat er een belangrijk nadeelig saldo in kas is en wel ongeveer f 1000. Ten vorigen jare was er een batig saldo van f 800, dat geheel is ingeslonken. Daarenboven moest f5OO uit de spaarbank genomen worden, waarvan nu nog 1369 over is. Na de benoeming vaneen lid der financieele commissie komt aan de orde een voorstel van het hoofdbestuur in verband met een voorstel aan de Nuts vergadering, om gezamenlijk de nadeelen, te wachten uit de nieuwe onderwijswet , zooveel mogelijk te voorkomen, door behoeftige ouders te steunen inde kosten van het onderwijs hunner kinderen aan de openbare school en door verschillende andere middelen. Bij samenwerken met het Nut, zou de leiding der werkzaamheden berusten bij een commissie, uit personen in gelijk getal door beide hoofdbesturen aan te wijzen die een fonds tot dat doel zal trachten te vormen. Yoorgesteld werd daarvoor thans f 500 op de begrooting te brengen. Op dit voorstel werden verschillende amendementen ingediend, waaronder één, om f 1000 uitte trekken. Het voorstel van de afdeeling Amsterdam, dat het hoofdbestuur van de Regeering zou vragen aan schoolgaande kinderen, die daaraan behoefte hebben, voedsel en schoeisel van Staatswege te verstrekken, werd met 47 tegen 11 stemmen verworpen. Een voorstel, om een proef met de schoolbaden te bevorderen, werd aangenomen. 'lnsgelijks het voorstel, om in overeenstemming met de plaatselijke omstandigheden aan te dringen op het verhoogen van de minimum-tractementen. Ingetrokken werd het voorstel, om een juist verslag op te doen maken van den toestand van het lager onderwijs in ons land- Do gemengde commissie zal daarop echter worden gewezen en eveneens, dat het hoofdbestuur een wet op het lager onderwijs zou ontwerpen. Daar bij de wetsverandering was bepaald, dat het Volksblad zou blijven bestaan, verviel een voorstel om het te doen vervallen. De afd. Murwerwoude stelde voor het bedrag voor sprekers inde afdeelingen belangrijk te verminderen. Dit zal door het hoofdbestuur overwogemworden. Verschillende voorstellen werden ingetrokken en Amsterdam voor de volgende alg. verg. aangewezen. De afgetreden inspecteurs van het lager onderwijs, de heeren A. Moens en J. J. Kreeneu, werden , op voorstel van het hoofdbestuur, tot eereleden benoemd. Daarna werd aangevangen met de behandeling van de talrijke voorstellen tot herzie. ning der statuten, welke voorstellen vrijwel algeheele instemming vonden. De herziening werd ten slotte met algemeene stemmen, op 5 na, goedgekeurd. De afdeeling Leeuwarden stelde voor een groote adresbeweging voor leerplicht op touw te zetten, gesteund door openbare vergaderingen , om geheel het volk gelegenheid te geven zich voor de noodzakelijkheid van leerplicht te verklaren. Dit voorstel werd met algemeene stemmen aangenomen en daarop dat van Den Haag, om bij de Regeering og de invoering van leerplicht aan te dringen , ingetrokken, evenals dat van Amsterdam, om het instellen van rondreislessen te bevorderen , doch de vergadering erkende de wenschelijkheid van schoolreizen, welke verklaring door Den Haagwas uitgelokt. Te Amsterdam is gisteren de 104 e algemeene vergadering van de Maatschappij tot «Nut van’t Algemeen" gehouden. Inde openingsrede van den voorzitter, mr. W. H. K. Mouthaan, werd herinnerd aan de tot stand gekomen wijziging inde onderwijswet, waardoor de bijzondere school niet alleen in rang verhoogd is, doch zelfs te haren aanzien geen waarborg geëischt is voor goed, deugdelijk onderwijs. Dwang noch toezicht ten aanzien van de wijze, waarop de bij de wet voorgeschreven vakken onderwezen moeten worden , bestaan voor de bijzondere school. Zij is gesteld boven de openbare. Welke is daartegenover onze plicht? vroeg spreker. En geen ander antwoord kon volgen dan: inspanning van aller krachten, aanwerving van nieuwe strijders, beleidvol samenwerken. Want nog altoos maakt eendracht macht. Dat toonde spreker dan ook uit de geschiedenis dezer Maatschappij aan. Onze voorvaderen zeiden steeds, als zij iets wilden tot stand brengen: „’t moet kunnen", en onvervaard stonden zij pal voor hetgeen zij als goed beschouwden. Zoo ook wij, nu de openbare volksschool, kind der Maatschappij, bedreigd wordt. «Haar behouden, dat moet". Daarbij moet vooral niet uit het oog verloren worden: het groote belang bij goede bewaarscholen, voorbereiding voor de openbare school. Eveneens moet de aandacht gewijd blijven aan het herhalingsonderwijs. Bij dien veel oinvattenden arbeid is aller inspanning noodzakelijk. Een levée en masse is noodig, en daarop kon nog niet geroemd worden. Al eerbiedigt spreker ook de opvatting van velen, volgens welke de herziening der Wet op het Lager Onderlijs een werk der verzoening is geweest, hij acht de ;tij den ernstig. Het moet toch tot behoedzaamheid strekken het feit, dat velen de wijzigingen inde onderwijswet «een eerste stap" heeten tot opruiming der openbare school. En bezorgdheid mag het wekken, dat de tegenwoordige Minister van Binnenlandsche Zaken het openbaar onderwijs alleen voor zoover wil verheffen tot voorwerp van de aanhoudende zorg der Regeering, als het dienen kan tot „veiligheidsklep". Daartegenover is waakzaamheid niet voldoende, maar algemeene krachtsontwikkeling plicht Mocht het ooit zoover komen, dat de openbare school bezwijkt onder de aanvallen harer tegenstanders, dan hoopte spreker, dat de Maatschappij nog voldoende levenskracht zal bezitten om het beginsel, dat aan de openbare school ten grondslag ligt, in toepassing te brengen. Doch die school zal niet vallen. Daarvoor staat de oude, doch niet verouderde Maatschappij haar borg. Zij blijft krachtig, en aan die kracht aldus besloot spreker paart zich bij haar, als voordeel van haar ouderdom, beproefde trouw aan de openbare school, voor haar nog steeds het symbool van volkseenheid en volkskracht. De „Maatschappij tot Nut van’t Algemeen" telt thans ongeveer 16100 gewone leden, benevens 370 eereleden- De toestand der financiën is betrekkelijk gunstig. Van de machtiging aan het hoofdbestuur verleend, om f 11000 van het kapitaal der Maatschappij te verzilveren, behoefde geen gebruik te worden gemaakt; integendeel bleef er een saldo over van f 1638 51, terwijl de som van f 16000 in prolongatie belegd bleef. Aan de Maatschappij viel dit jaar een legaat ten deel van f 500. Het verslag is verder een overzicht van hetgeen is verricht in het afgeloopen jaar. Wij zullen dit verslag niet op den voet volgen , het is daarvoor te uitgebreid; belangstellenden kunnen het zich elders verschaffen. Wij willen hier slechts releveeren het hoofdpunt op de agenda van gisteren: Voorstel van het hoofdbestuur in zake samenwerking met Volksonderwijs, ter voorkoming zooveel mogelijk van de nadeelen, die van de nieuwe onderwijswet zijn te verwachten. Men wil behoeftige ouders steunen inde kosten van het onderwijs hunner kinderen aan de openbare school; vertrouwbare inlichtingen in winnen over geheel het land omtrent de deugdelijkheid van het bijzonder onderwijs, dat van rijkswege gesubsidieerd wordt; steunen en bevorderen het herhalingsonderwijs ; toezien op de werking der wet van 1889 en het nemen of steunen van alle maatregelen tot bevordering van deugdelijk openbaar onderwijs. Bij samenwerking met Volksonderwijs zal deze werkzaamheid aan eene commissie worden opgedragen, bestaande uit personen, gelijk in getal door beider hoofdbesturen aan te wijzen. Voorts een schoolfonds bijeen te brengen, door het hoofdbestuur der maatschappij te beheeren, en daarvoor op de begroeting 1890/91 f 2000 uitte trekken. Amsterdam stelde voor de beide eerste punten te schrappen, daar het Nut zich niet mag keeren tegen het bijzonder onderwijs, ’t Voorstel werd door de commissie volgens art. 41 , door Haarlem en Zutphen en door het hoofdbestuur verdedigd. Haarlem (de heer -Gfallandat Huet) meende dat het Nut, gelijk het steeds gedaan heeft, zich moet blijven plaatsen boven de twistvraag, die het onderwijs beheerscht. De maatschappij die zelve bijzondere scholen bezit, moet niet zich keeren tegen het bijzonder onderwijs. Hij moet er op wijzen dat aan den buitengewoon ellendigen en verfoeielijken toestand van het openbaar onderwijs in Haarlem een eind is gemaakt door de bijzondere scholen op welker leest de openbare scholen geschoeid zijn geworden. Toen is de toestand beter geworden. Hij meent dat de maatschappij moet zorgen dat de openbare school gelijken tred kan houden met de bijzondere school. Maar hij erkent, dat ten platten lande de bevolking gedrukt wordt door bangmakerij. De steun, dien zij in tijden van nood hoopt te vinden bij het kerkelijk armbestuur dat is haar geloof. En hen nu, die niet durven, hen die zich laten vrees aanjagen , moet de maatschappij helpen, en dit wordt beoogd door het bestuursvoorstel. Zutphen (de heer Cuperus) kwam op tegen de bewering, ook nog onlangs herhaald door Jhr. Mr. D. O. Engelen in het Handelsblad, dat de maatschappij moet zijn eene humanitaire en niet eene strijdende maatschappij; zij, die haar bestaan aan den strijd om het onderwijs heeft te danken, mag haar verleden niet verloochenen, wij moeten de volkskracht en de volkseenheid handhaven en bevorderen door ons openbaar onderwijs inde oude tint, inde oude kracht, inde oude kleur. Alleen zedelijke steun baat niet; dat is al sinds lang gebleken ; er is stoffelijke en wel krachtige stoffelijke steun noodig. Wordt die met tact verleend en verschaft, dan behoeft er geen vrees te bestaan voor het dooden van de energie. Hij wenschte dat de vergadering dooreen krachtig applaus toone een getuigenis te willen geven dat de maatschappij waakt voor het onderwijs en voor het volk van Nederland. (Daverende toejuichingen.) Nadat Amsterdam zijn amendement had ingetrokken, werd het voorstel onder daverende toejuichingen goedgekeurd. Heden zou de yergadering worden voortgezet. * Rotterdam Amsterdam! De heeren J. B. Snellen, E. A. Van Hall, C. P. Metelerkamp en F. Schwiep, concessionarissen vaneen kortoren spoorweg Amsterdam—Rotterdam, hebben zich tot de Tweede Kamer der Staten-Generaal gewend met een adres, waarin zij hun grieven tegen de aanhangige spoorweg-overeenkomsten uiteenzetten. Zij hebben gemeend in deze niet handelend te moeten optreden, alvorens de plannen der Regeering volledig bekend en toegelicht waren. Zij vertrouwen, dat nu voldoende blijkt, dat Amsterdam’s handelsbelangen beter en zekerder zijn gewaarborgd door de uitvoering hunner concessie, dan door de thans aanhangige regeeringsplannen. Alle deskundigen op spoorweggebied, zeggen zij, veroordeelen zonder uitzondering het hoofdbeginsel der wet: de exploitatie van één spoorweglijn door twee concurreerende maatschappijen. Nergens, waar het onder dezelfde omstandigheden is beproefd, heeft het goede resultaten opgeleverd, en zelfs de Regeering is niet in staat geweest, evenmin als de voorstanders der voorgestelde regeling, dit hoofdbezwaar te ontzenuwen, een bezwaar, dat een ernstig gevaar voor den handel dreigt te worden, omdat het onvermijdelijk tot een volledige samenwerking der twee overblijvende Maatschappijen moet leiden, of tot Staatsexploitatie , beide doodend voor alle concurrentie , welke laatste voor den handel hoog noodig is. Bij het bestuur der gymnastiekvereeniging „Sparta" te Breda is van den voorzitter van den Belgischen turnbond bericht ontvangen, dat door ruim 200 Belgische turners aan het te Breda te houden groote turnbondsfeest zal worden deelgenomen. Het Hof te Amsterdam veroordeelde gisteren den drukker te Utrecht, die daar door de Rechtbank was vrijgesproken, tot 21 dagen gevangenis, wegens misleiding van kiezers, door het bekende strooibiljet. Naar men mededeelt, hebben verschillende burgemeesters van gemeenten , althans inde provincie Zuid-Holland, ongunstige rapporten uitgebracht over de nieuwe methode van volkstelling met 1 Januari jl. hier te lande gevolgd. De algemeene vergadering der Nederl.-Zuid-Afrikaansche Vereeniging zal 31 dezer te Amsterdam worden gehouden. Aan de orde is de benoeming van zes leden van het bestuur, waarvan er vier , de heeren: D. Cordes, mr. N. A. Calisch,] W. Dull en mr. H. A. L. Hamelberg herkiesbaar zijn. Yerder een voorstel van het bestuur, om aan bestuurders van het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche studenten een crediet te verleenen tot het aanstellen vaneen bezoldigden adjunctsecretaris. Blijkens het verslag van het bestuur over 1889 -90, is het ledental ongeveer 1400. In Europa nam het aantal leden af, in Zuid Afrika toe. Correspondenten in Nederland zijnde heeren mr. W. H. van Welderen, baron Rengers, te Leeuwarden; mr. W. K. baron Van Dedem ,te Hoorn, en mr. H. C. Pennink, te Zutphen. Te Leiden en Amsterdam heeft men afdeelingen van studenten. De raming van 1 Mei 1890 tot 30 April 1891 stelt de uitgaven op f 8551,40 de inkomsten op f 7400- Bij het verslag zijn gevoegd opgaaf van de samenstelling van het bestuur, lijst der 1400 leden, statuten der Vereeniging, verslag van bestuurders van het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche studenten over 1889, reglement van dat fonds en een artikel van dr. C. B. Spruyt, getiteld: De vooruitzichten van Nederlandsche onderwijzers inde Zuid-Afrikaansche Republiek. De Amsterdamsche correspondent der Köln. Ztg. deelt mede, dat volgens een uit Indië te Amsterdam ontvangen bericht, de tegenwoordige Gouverneur-Generaal Pijnacker Hordijk, zijn ontslag zou hebben gevraagd en wel omdat de Minister van Koloniën niet zou ingestemd hebben met eendoor den Gouverneur genomen besluit en de intrekking er van verlangd had. Dit besluit bestond hierin, dat de heerPijnackerHordijk aan de met den strijd om het bestaan worstelende suikerindustrie een vermindering der spoorwegtarieven van 20% toegestaan heeft, (een concessie welke steeds door vroegere gouverneurs geweigerd werd) hetgeen evenwel niet overeenkomt met de inzichten der Haagsche bureaucratie, welke Indie, zooals bekend is, naar haar goedvinden regeert. Wordt dit bericht bevestigd en te oordeelen naar bekend geworden uitlatingen van den gouverneur is dit waarschijnlijk dan worden de voorspellingen, bij het optreden van den met Indische toestanden geheel onbekenden minister Mackay gedaan, bewaarheid. De toestanden in Indië zijn waarlijk verward genoeg, zoodat het niet noodig was, om te verhinderen, dat de goede bedoelingen van den gouverneur tot uitvoering kwamen en daardoor de toch reeds hoog gestegen verbittering te vermeerderen. Van 7—13 Juli a.s. zal te Berl ij n de 10e Duitsche Bondsschietwedstrijd plaats hebben (56 schijven op 300 meters op 175 meter afstand). De voornaamste scherpschutters-vereenigingen hier te lande hebben de officieele uitnoodiging reeds ontvangen. Voor deelneming wende,men zich overigens tot het „Central Bureau für das X Deutschen Bundesschieszen, Berlin , Burgstrasse 22. Een speciale commissie belast zich met het bespreken van logies, ’t zij ineen hotel, ’t zij bij particulieren. Een aantal leden der Scherpschutters-Vereeniging „Rotterdam" hebben reeds besloten aan de uitnoodiging gevolg te geven, en ongetwijfeld zullen ook elders inden lande vele schutters deze gelegenheid aangrijpen om een bezoek aan Duitschland’s hoofdstad te brengen, om zich daar met de van heinde en ver samenstroomende schutters te meten. Bij tijdige kennisgeving wordt, wanneer de Nederlandsche deelnemers en corps aankomen, door een ontvangst-commisie de officieele ontvangst aan het station voorbereid. Ten einde de gezamelijke afreis vaneen of ander binnenlandsch station, bijv. Utrecht, mogelijk te maken v is de secretaris der Scherpschuttersvereenxging „Rotterdam" (van Oldenbarneveltstraat 108) bereid aan de deelnemers inden lande, die zich als zoodanig aan hem zullen hebben bekend gemaakt, tijdige mededeeling te doen van het uur, waarop- men zich bij de Rotterdamsche deelnemers zal kunnen aansluiten, waarbij er op gelet moet worden , dat de aankomst te Berlijn uiterlijk Zaterdag 5 Juli moet geschieden, wil men des Zondags aan den fëestelijken optocht en het feestbanket (waar voor 5000 deelnemers plaats zal zijn a Rm. 4) kunnen deelnemen. --- FEUILLETON. DE HOOFDRECHTER Vertelling van Karoline Deutsch. 16) Ofschoon nu deze woorden eigenlijk zijn tegenstander golden, zoo vestigde hij toch zijn blik op de vergadering, als vond hij het beneden zijne waardigheid, om den woekeraar te beantwoorden. „Liederlijkheid en traagheid zijn niet altijd de oorzaak van armoede en ellende, maar kunnen menigmaal als de gevolgen daarvan aangemerkt Worden. Dit zoude ik door menig voorbeeld kunnen bewijzen, maar ik wil alleen dat van den schoenmaker Janek in herinnering brengen, omdat iedereen het kent. leder uwer weet beter dan ik hoe het met dezen man nog vóór tien jaar gesteld was, daar *k toen nog niet hier woonde en dus de geschiedenis alleen bij overlevering ken. Hij was ijve ig en eerlijk; niemand had op hem, noch zijn gezin iets aan te merken. Nu werd hij ziek, en daardoor bijna een jaar lang inde onmogelijkheid gebracht om te werken- Wat doet een werkman, die wel kinderen maar geen spaarpenningen heeft ? Hij neemt geld op. Zoo deed ook Janek. Hij had eene goede zaak en wilde het geleende terugbetalen zoodra hij weer werken kon. De redder inden nood gaf geld voor vier weken tegen tachtig percent. Toen die tijd om was, kon Janek niet betalen , omdat hij nog niet hersteld was. De redder borgde weder eene kleine som, maar voegde de rente bij het kapitaal en liet zich een wissel voor het geheele bedrag geven. Ook de laatste termijn was spoedig verstreken, zonder dat Janek zich inde gelegenheid be vond om iets af te doen. Een nieuwe wissel werd gegeven met de vermeerderde rente er aan toegevoegd. Zoo ging het maar altijd door tot Janek genezen was , doch de schuld had nu een bedrag bereikt van 600 gulden, terwijl er niet meer dan 150 gulden door hem genoten was. Nu was hij verloren en er veel ellendiger aan toe, dan toen hij op het ziekbed lag uitgestrekt. Waar moest hij de voor hem aanzienlijke som vandaan halen ? Van eene geleidelijke afbetaling wilde de schuldeischer niets weten. Hij het op hem beslag leggen, zijne geheele zaak, al zijne kleederen vtrkoopen, nam elk stuk werk voor zich en bewerkte daardoor dat hem alle moed ontzonk, alle kracht om iets voort te brengen hem ontnomen werd. Wat had hij nu toch aan al zijn arbeid en moeite? Het kwam zijne vrouw en zijnen kinderen toch niet ten goede, dezen leden honger en hadden aan alles gebrek. Om zijne ellende, te vergeten, gaf hij zich over aan den drank en zonk voortdurend dieper. Vrouw en kinderen kwamen in ellende om. Gij weet dat het niet het eenige geval is; honderden voorbeelden zouden in het comitaat aan te wijzen zijn van ongelukkigen die door den woeker te gronde gericht zijn." Van alle kanten vielen hem toejuichingen ten deel, en ieder was bereid naar gelang zijner krachten de onderneming te steunen. „Ik wil nog verder gaan" dus veryolgde de hoofdrechter, “en u, mijneheeren , bewijzen dat het door mij ontwikkelde ook op den boerenstand van toepassing is. Stelt u een boer voor wiens oogst mislukt is en die zijne belasting niet betalen kan. In plaat» van eene koe of een kalf te verkoopen, wat toch veel meer voor de hand ligt, neemt hij in zijn onverstand het gewone middel te baat; hij gaat naar iemand van wien hij weet dat deze bereid is hem geld voor te schieten. Aan terugbetalen van het kapitaal kan hij inde eerste jaren niet denken, daar hij zijne handen reeds vol heeft met het voldoen der rente. Nu moet de volgende oogst ook dreigen te mislukken, of liet graan in prijs achteruitgaan en, hij is geruïneerd. Renten zijn op renten gestapeld, evenals de eene paddestoel naast de andere opkomt; executiën volgen elkander op , tot zoolang, dat de boer uit huis en hof verdreven is. Let maar eens op in hoe vele dorpen, de boeren, die eigenaars he?.ten, toch eigenlijk niets anders dan pachters van hun eigendom zijn. Denkt u nu eene openbare instelling, die aan het geheele district behoort, waarover het geheele district waakt, waar elk huisvader , die in nood verkeert, ten allen tijde eene zekere hulp vinden zal, omdat hij eene leening kan aangaan tegen lage rente, en het turugbetalen hem gemakkelijk gemaakt wordt, /uilen er dan zulke treurige voorbeelden nog zijn aan te wijzen? Eene dergelijke instelling zal een zegen worden voor de geheele omgeving en den grondslag leggen tok noesten arbeid en eene opgeruimd# krachtsinspanning." „Wij zijn allen er voor !* riep eender heereii, „maar eene dergelijke onderneming vereischt een belangrijk kapitaal, hoe zullen wij dit bijeen brengen ?“ „Elke stad en elk dorp in het district bezit bossehen of grond; iedere plaats moet voor het bewuste doel een deel daarvan afstaan, dat verhuurd of verkocht zal worden ; bovendien verbindt zich elk vermogend ingezetene om ten bate der onderneming voor eene goede bijdrage te teekenen." Nu stond de burgemeester Istvany op. Hij was ijdel en verwaand, doch inden grond goedhartig en daarom gemakkelijk voor iets goeds te winnen. Hij had zich op raad van zijn neef aan de zaak gelegen laten liggen' en, zooals hij meende, onder goede voorwaarden. Op dit oogenblik echter dacht hij noch aan het een, noch aan het ander, toen hij op zijne gewone levendige, opgewekte wijze uitriep: „Gelijk gij ziet, mijneheeren, heeft onze beste hoofdrechter voor ons alleen de kleine moeite om onze naam te teekenen overgelaten ; al het overige heeft hij zelf in orde gemaakt. Dit geringe werk kunnen wij gemakkelijk op ons nemen. Geef de lijst hier, jnijn vriend, gij zult zien dat Istvany zich niet aan een kleintje la;t kennen!" Lijst en pen werden hem toegereikt en met zijne dikke, vleezige hand teekende de man in zijne,oogenblikkelijke opgewondenheid voor een tamelijk groot bedrag. Dit voorbeeld werkte aanstekend; de lijst ging van hand tot hand, en de eene som voegde zich bij de andere. Natuurlijk dat Jozef Oresi en zijne metgezellen haar ongeteekend lieten voorbijgaan. Toen de hootdrechter eenigen tijd later onder luide juichkreten de zaal verliet, bemerkte hij zijn stiefvader op de trap. Deze had zich eenige minuten vroeger verwijderd. „Ik heb nu eene groote rekening met je uitstaan" zeide hij met van toorn fonkelende oogen, „ook voor mij zal de dag der vergelding eens aanbreken." Zonder hem eenig antwoord waardig te keuren, liep Oresi hem voorbij. VIII Ilona had Oresi beloofd zich meer naar zijne wenschen te schikken, en zij had het tenminste gedurende twee weken beproefd om haar woord te houden. Misschien zou het haar voor langer gelukt zijn indien niet doctor Nagy ten tooneele verschenen ware. Moest zijne persoonlijkheid reeds op zichzelve een grooten indruk maken op eene vrouw als Ilona Oresi, die zich zeer tot hem getrokken gevoelde, zoo kwam daar nu nog de belangrijke zending bij, welke hij in hare handen had gelegd, en die haar in eene soort van roes bracht, omdat al het hartstochtelijke en vurige van haar karakter daardoor nog meer in beweging kwam. Gedurende de eerste twee weken klopte het geweten wel eens zoo even bij haar aan, als zij de veranderde gemoedsstemming, waaraan haar man ten prooi was, waarnam en duidelijk zag hoe zijn gelaat al meer en meer bewolkt werd. Zij gevoelde hoeveel leed het hem doen moest, dat zij niet eens haar best deed om hare belofte na te komen, maar zooals alle zelfzuchtige, oppervlakkige karakters steeds eene verontschuldiging bij de hand hebben, was dit ook met Ilona het geval. „Ik kan mijzelve niet dwingen" dit was hare uitvlucht en inde overschatting van zichzelve hield zij voor openhartigheid en worstelen naar vrijheid wat toch inden grond der zaak niets anders was dan gebrek aan zedelijke kracht, en het hooghouden van haar eigen ik. „Ik ben geboren niet voor al die kleine nesterijen, voor die dagelijksche nietigheden van het huishouden; dat is goed voor Ethelka en Mascha en meer zulke vrouwen van dat slag. Het is eene groote onbillijkheid wanneer men mij daartoe wil dwingen. Leefdeik slechts twee jaar overeenkomstig zijn verlangen, dan was ik eene oude, vergeten vrouw; hij toch zoude den kring altoos nauwer willen trekken en zoo werd ik al heel spoedig in plaats van eene heerscheres, eene slavin. Nu hij, die overal bekend staat als een onwrikbare man, tegenover mij zich zwak en buigzaam betoont, zoo mag ik toch als eene verstandige vrouw te minder de teugels vieren om mij die overmacht te laten- ontrukken." Spoedig zoude zij het echter ondervinden, en meer dan haar lief was dat hij niet in elk opzicht zoo toegevend jegens haar kon heeten en zich door haar niet om den vinger liet winden. Wordt vervolgd. ---