FEUILLETON. Kaïn’s Legaat 94) roman van Wilkie Collins. HOOFDSTUK LXIV. DE WAAEHEID ZEGEVIERT °P verzoek van Eunice werd het huwelijk uitgesteld, 1 eerbied voor de nagedachtenis van Philip’s vader. tro^0611 die termÜn verstreken was, werd bepaald, dat de UWplechtigheid na de afkondiging der geboden, d«U laal;s vinden inde kerk van de voorstad van Lonhn> waar mijn huis gelegen was. Miss Jillgall was uidsmeisje en ik zou de bruid geleiden. Voor wij ns naar de kerk begaven, verzocht Eunice verlof mij een oogenblik alleen te mogen spreken. „Denk niet, „zeide zij, „dat ik mijne belofte heb vergeten , om mij tevreden te stellen met hetgeen u mij omtrent mijzelf hebt medegedeeld. Voordat ik er echter Piii ilp’uJroUW te worden, moet ik voor mijzekeiheid hebben , dat ik "hem niet onwaardig ben. Is het omdat er een smet op mijn geboorte kleefde, dat Mijnheer Gracedieu mij als zijn eigen kind heeft aangenomen , en dat u mij niets meer wildet zeggon ?“ Met een gerust geweten kon ik haar zeggen, dat zij zich daaromtrent niet bezorgd behoefd0 te maken. Zij sloeg haar armen om mijn hals „Zegt u dat,“ vroeg zij, „om mij gerust te stellen? of meent u werkelijk wat u zegt en geeft gij uw woord van eer daarop ?“ „Ik geef u mijn woord van eer.“ Wij kwamen inde kerk. Ik laat het aan Miss Jillgall over om de huwelijks plechtigheid op hare eigenaardige, niet weer te geven wijze , te beschrijven. „Geen bruiloftsaisch, wanneer toch niemand behoefte heeft aan eten. Geen bruilofsstoasten, wanneer t.och niemand behoefte gevoelt om ze uitte spreken en waarnaar toch niemand luistert. En geen overdreven betoon van gevoeligheid, geen tranen en snikken op dien gelukkigsten dag van het geheele jaar. Een model-huwelijk! Als ik eenig vooruitzicht had om nog eens zelf de bruid te worden , zou ik' het niet anders wenschen.” Zij gingen de wittebroodsweken doorbrengen ineen rustig plaatsje aan de zeekust, niet ver van de stad waarin Eunice zoowel de gelukkigste als de treurigste dagen van haar leven had doorgebracht. Zij bleef nog steeds hoop voeden , dat Mijnheer Gracedieu misschien het gebruik van zijne verstandelijke vermogens nog zou terugbekomen en haar bij zich zou willen zien. „Zijn aangenomen dochter” / zeide zij zacht tot mij, „is nu zijn eenig kind.” De dokter schudde het hoofd toen ik hem vertelde wat Eunice mij gezegd had en de uitkomst bewees, dat de dokter gelijk had. Miss Jillgall keerde, terstond na het huwelijk terug naar den goeden ouden man, aan wien zij zooveel verschuldigd was en die zij verder met veel liefde oppastte. Voor het einde der week kreeg ik bericht van haar en werd onaangenaam verrast door de mededeeling dat Mevrouw Tenbruggen weer op het tooneei verschenen was. Zij had Miss Jillgall uit Parijs geschreven , om haar mede te deelen, dat zij het overlijden van den ouden heer Dunboyne vernomen had , en dat zij nu den brief terug verlangde , die aan Philip’s vader moest ter hand gesteld worden op den huwelijksdag van Philip en Eunice: Ik vermoedde wat die brief behelsde en het speet mij zeer, dat Miss Jillgall hem had teruggezonden, zonder mij eerst te raadplegen. De onrust, die hierdoor bij mij was opgewekt werd nog vermeerderd door andere, even onwelkome berichten. Mevrouw Tenbruggen had het besluit genomen om haar praktijk in Engeland weder op te vatten. Massage was overal inde mode gekomen, en had haar ook inden vreemde veel geld doen verdienen; haar echtgenoot had zich laten overhalen om in eene schikking te treden, nu hij toch bemerkte, dat zij er niet toe wilde besluiten om met hem samen te wonen. Zijn vrouw had in overleg met haar advocaat hem een klein jaarlijksch inkomen toegezegd, en hem daar-. door ineen wettige scheiding doen toestemmen. Eenige dagen daarna ontving ik een zeer opgewekten, hartelijken brief van Philip en Eunice, waarin zij mij herinnerden aan mijne beloften om hen aan de zeekust een bezoek te komen brengen. Er was een kamer voor mij in gereedheid gebracht, en ik kon zelf den dag bepaien , waarop ik komen wilde. Ik was juist bezig hen te antwoorden dat ik met veel genoegende aitnoodiging aannam, toen tot mijn groote ergernis , Mevrouw Tenbruggen bij mij werd aangediend. Zij deed zich minzamer voor dan ooit. „Ik heb van Selina alles vernomenzeide zij, „het huwelijk van Philip met Eunice, ik zal hen natuurlijk gaan gelukwenschen, en den zoo dramatischen afloop van de gerechtzaak voor juffrouw Helena. Ik heb altijd wel aan Selina gezegd, dat het met Helena slecht zou afloopen. Om u de waarheid te zeggen, joeg zij mij vrees aan. Ik kan niet ontkennen dat ik ook boosaardig kan worden, als men mij beleedigt, en dat ik in staat zou zijn om een geduchte wraak te nemen. Maar vergift en moord neen, dat is verschrikkelijk; laat ons van dat onderwerp afstappen en liever van wat anders spreken. Heeft Selina u gezegd dat ik, met een geringe geldelijke opoffering van mijn lieven man bevrijd ben ? O, weet u dat ? Heel goed. Ik zal u dan iets zeggen, dat u nog niet weet. Mijnheer de Directeur, ik ben nu achter uw geheim”. „Mag ik weten wat u bedoelt ?” „Toen ik giste”, antwoordde zij, „wie van de twee meisjes het kind der moordenares was, |giste ik verkeerd, en u hadt er zeker uw redenen voor om mij in die dwaling te laten. Het was heel gevat van u, maar er was toch iets in uw wijze van spreken, dat mij terstond op het vermoeden bracht dat ik ongelijk had. Herinnert gij u Low Lanes, waarde heer ? Een interessante oude kerk. Ik vroeg mijn advocaat spoedig weêr om een onderhoud. Zijne vragen brachten er mij toe om te zeggen, hoe ik toevallig den naam van Low hooren noemen. Nadat hij nogmaals in zijn notitieboekje de geboorte-advertentie had nagelezen, die hij uit de courant had overgenomen en waarin geen plaatswas genoemd stelde hij voor het Kerkregister in Low Lanes te raadplegen. Is het nog noodig, dat ik u den uitsiag mededeel ? Ik weet nu evenzoo goed als u, dat Philip het aangenomen kind heeft getrouwd. Hij heeft een schoonmoeder gehad, die opgehangen werd en wat meer is, hij heeft de eer, door wijlen zijn vader, nog op een andere wijze dan door zijn huwelijk met de moordenares verwant te zijn daar deze zijn tante was!” Schrik en tèleurstelling deden mij mijne tegenwoordigheid van geest verliezen. “Hoe zijt u daar achter gekomen ?” was ik dwaas genoeg om te vragen. „Herinnert gij het u nog, dat ik het kind naar de gevangenis bracht ?“ zeide zij. „De vader zooals ik u toen mededeelde is een lieve, dierbare vriend van mij geweest. Niemand dan hij kon mij beter wet'en te zeggen wie met zijn vrouw’s zuster getrouwd was. Als die zuster van zijn vrouw inleven was geweest, zou ik nooit met de verzorging van het kind zijn lastig gevallen. Hebt u nog meer te vragen ?!’ „Alleen dit. Moet Philip dit nu ook vernemen?" „O, foei! Ik ontken niet, dat Philip en ook zijn vader mij indertijd grof beleedigd hebben. Maar Mama Tenbruggen is een christin. Zij vergeldt kwaad met goed en zou voor geen geld ter wereld het huwelijksgeluk van Mijnheer en Mevrouw Dunboyne willen verstoren.” Nauwelijks had' Mevrouw Tenbruggen mijne woning' verlaten, of ik zond Philip een telegram, waarin ik hem meldde, dat hij mij nog den zelfden avond verwachten kon. Ik nam den laatsten trein en zat met die twee niets kwaads vermoedende jongelieden eenige uren later aan den avonddisch. Ik wist maar al te wel, dat ik den jongen echtgenoot moest voorbereiden op het gevaar dat hem dreigde, maar toen ik mij in hunne tegenwoordigheid bevond, was ik zwak genoeg om hetgeen ik te zeggen had, uitte stellen tot den volgenden dag. Eunice gaf daar in zekenen zin aanleiding toe. Men had haar man slechts aan te zien om te weten dat hij innig gelukkeg was; maar op het gelaat van zijn jonge vrouw ontdekte ik sporen van zorg. (Slot volgt.'' --- Advertentie Deze COURANT verschijnt dagelijks, uitgezonderd Zon- en Feestdagen. Advertentiën en ingezonden stukken worden ingewacht tot ’s middags \ uur aan het bureau van uitgave. Abonnementsprijs s /' 1,50 per 3 maanden, franco per post /' 1,871/2 , afzonderlijke nummers 5 cent. Adrertentieprijs : I—4 regel f 0,(10. Elke regel meer 15 cent, voor het buitenland 20 cent. Groote letters naar plaatsruimte. --- BINNENLAND Zutphen, 6 Mei 1889. – Inde he de n middag gehouden raadszitting, waarbij de heeren Thooft en de Kempenaer afwezig waren, werd besloten aan den Koning een telegram van gelukwenaching te zenden met Z. M. herstel en de wederaanvaarding der regeering. Naar aanleiding vaneen ingekomen missive van Ged. Staten, houdende kennisgeving van de herbenoeming des heeren Jhr. H. A. D. poenen tot burgemeester dezer gemeente , herdacht het oudste lid, Dr. Ort, ineen luid toegejuichte rede, de verdiensten door Jhr. Coenen aau onze gemeente bewezen en het vele goede, dat onder zijn bestuur is tot stand gekomen. Tot onderwijzers aan de scholen E en H werden resp. benoemd de heeren D. Wundennk te Goor en R. S. Schortinghuis te Beerta. De concessie-voorwaarden voor de paardentram Eefde--Zutphen werden goedgekeurd, met de bepaling, (Jat, de lijn zal loopen tot de Moschmarkt op de Nieuwstad, zijnde de bedoeling van concessionarissen om die lijn door te trekken tot op het Stationsplein, zoodra de Rozegracht zal zijn verbreed. Van de geldleening van 1886 werden uitgeloot de volgende obligatiën, Nos. 235, 265, 220, 74, 650, 737, 36, 65, 555, 652, 112, 169, 247, 634, 339 en 137. De kosten van school H, welke op den Ruïnewal zal gebouwd worden, zijn op f21500 begroot. Na eeno zeer uitvoerige discussie over het verbouwen van het bestaande of het stichten vaneen nieuw raadhuis , welke meer dan éen uur duurde, werd aangenomen een voorstel des heeren Van Nispen, om B. en W. uitte noodigen den Raad mee te deelen, welke de kosten vaneen nieuw gemeentehuis zullen zijn en of de voorgedragen restauratie niet voor verbetering vatbaar is; zoo ja, welke de kosten daarvan zullen zijn. Aan de commissie voor de feestviering op 13 Mei a.s. is een crediet verleend van f 1500. Een verzoek van het Bestuur der Groote Sociëteit, om een subsidie van f 500 te mogen ontvangen, voor een inrichting tot blussching van brand inde Schouwburgzaal, werd ter visie gelegd. Abusievelijk deelden wij in ons laatste nummer mede, dat bij gelegenheid van de herdenking van ’s Konings veertigjarige regeering zouden onthaald worden de kinderen der openbare scholen. Dit is onjuist: de leerlingen der scholen van alle gezindten zullen onthaald worden. Ook zal er ’s avonds, behalve inde Groote- en Buiten-Societeit en Manége, nog vauxhall zijn inde Nieuwe Sociëteit, terwijl nog tot lid der feestcommissie benoemd is de heer J. F. Klinkhamer. In verschillende buurtcommissiën is, naar ons wordt medegedeeld, de vraag besproken of het geen overweging verdiende, om in plaats van de straten te versieren of het geld aan illuminatie enz. uitte geven, de bijdragen te bestemmen voor een blijvend aandenken aan den dag van 12 Mei, b.v. inden vorm vaneen monumentale fontein in het Coenenspark, op den Boompjeswal of voor een andere soortgelijke stichting. Ofschoon wij het zeer zouden op prijs stellen , indien men algemeen daartoe besloot, gelooven wij niet, dat de meeste Zutphenaren hieraan de voorkeur geven boven een eerepoort of een andere versiering, welke, dit is toch altijd de schaduwzijde, even spoedig weer verdwenen is, als ze opgericht wordt. Maar toch meenen wij veilig te mogen aannemen, dat alle buurtcommissies wel oen gedeelte der bijeengebrachte gelden vooreen blijvend aandenken zouden willen bestemmen, waartoe dan ook reeds in sommige buurten moet besloten zijn. Yele kleintjes maken een groote. Indien dus alle commissies de versiering een weinig bescheidener inrichten dan zij aanvankelijk voornemens waren en het daardoor bespaarde geld afzonderen voor het genoemde doel, dan houden wij ons overtuigd, dat de op deze wijze verkregen soin groot genoeg zal zijn , om een flink aandenken te stichten aan den herdenkingsdag van ’sKonings veertigjarige regeering, dat in later tijd ons nog zal herinneren aan de verstandige daad, welke wij verrichtten, toen we niet alleen besloten, om op 12 Mei feestte vieren, maar ook overeenkwamen om een monument tot stand te brengen, Zutphen waardig. Zóó blijft de heugenis aan het jubileum , dat ons wacht, nog jaren lang bestaan, terwijl we bij het feest in ’B7 geleerd hebben , dat eene straatversiering, hoe sierlijk en hoe duur ook, na een paar weken weer vergeten is. De heer J. G. van Griethuijsen, emeritus predikant bij de Herv, Gem. alhier, herdacht gisteren den dag, waarop hij voor 50 jaren zijn intrede hield. De vele blijken van deelneming en bewijzen van sympathie, den waardigen leeraar ten deel gevallen, gaven duidelijk te kennen, dat men dit voor hem groote voorrecht niet ongemerkt wilde laten voorbijgaan. In het laatst der vorige week werden door den keurmeester aan de vischmarkt afgekeurd een mandje schelvisch en twee groote manden bokking en op de gewone wijze door de politie voor het gebruik onschadelijk gemaakt. Door de R. Iv. locale kiesvereeniging „Recht voor Allon“ te Zutphen is besloten, de candidaten der anti-rev. partij in het district Zutphen over te nemen, zijnde thans de heeren D. Engelberts te Zutphen en G. T. Markvoort te Almen. De Kath. kiesvereeniging te Doesburg heeft zich aangesloten bij de candidatuur van baron P. A. v.d. Borch van Yorden, den cand. van alle anti-revol. kiesverenigingen in het hoofdkiesdistrict Doesburg. De St.-Ct. n o. 105, bevat het Kon. besluit van 23 April 1889, waarbij wordt verklaard dat het buitenverblijf den Oldenhof te Gorssel niet meer als gesticht voor krankzinnigen wordt beschouwd. Naar men ons uit Yelp schrijft, had aldaar gisteren een treffend ongeluk plaats. Een meisje, dat zich in het schijfschieten oefende, had de onvoorzichtigheid met het geladen geweer onder den arm te loopen. Het geweer ging plotseling af en trof een jongen, die bij haar stond, met het ongelukkig gevolg, dat de getroffene bijna onmiddelijk een lijk was. Gedurende het hevige onweder, dat gisteren boven Arnhem losbarstte, sloeg de bliksem op eenige plaatsen in, zonder echter persoonlijke ongelukken te veroorzaken. Op het Roermondsplein sloeg de bliksem dooreen schoorsteen inde keuken. De meid kwam met den schrik vrij. Een boom van het café Beekenkamp (Velperweg) werd opengespleten. Nog sloeg de bliksem ineen huis inde le Spijkerdwarsstraat en verbrijzelde een muur. De thermometer wees vóór het onweder 76°. Men schrijft ons uit den Haag: Yolgens medische wetenschap —zoo schreven de geneesheeren des Konings in het begin van April kan er inde naaste toekomst stellig geen gunstige verandering verwacht worden inden toestand van den Hoogen Lijder. Maar ook de hoogste doctoren vergissen zich wel eens in hun diagnose. Van 10 April af werden de berichten van het Loo reeds gunstiger, en in het laatst van April waren de bulletins van dien aard, dat inde pers reeds werd gesproken van ’s Konings plan om naar het buitenland te vertrekken, en dat ook reeds werd gedoeld op de mogelijkheid dat Z. M. nog voldoende zou herstellen om de regeeringstaak weer te aanvaarden. Maar dat reeds zoo schielijk die heugelijke gebeurtenis zou plaats vinden, wie kon het verwachten ? Er werd, toen eenmaal van de doctoren bericht was ontvangen, dat de Koning wel weer in staat was de Koninklijke taak te hervatten, met de zaak spoed gemaakt. De Vereenigde Zitting der Staten-Generaal was reeds tegen 30 April bijeengeroepen om de wet tot benoeming eener regentes in ontvangst te nemen , maar inde Staatscourant werd nu meegedeeid , dat de Ministers vóór alles in die zitting met een voorstel zouden komen om te verklaren, dat het geval van art. 38 der Grondwet niet meer aanwezig was. En zóó gebeurde het. Het voorstel werd ingediend , maar niet zonder nader onderzoek aangenomen. Terwijl vier weken geleden het voorstel om den Koning buiten staat te verklaren zonder sectie-onderzoek werd afgedaan, werd thans voorgesteld een sectie-onderzoek te houden; waarom dat verschil in behandeling? Zeker niet omdat de Staten-Generaal het aanvankelijk herstel van Z. M. niet als een heugelijke gebeurtenis beschouwden en niet gaarne wilden meewerken om de regeering op nieuw te stellen in handen van den Koning. Maar waarom dan wel ? Het algemeen verslag, naar aanleiding van het sectieonderzoek opgemaakt , geeft daarop het antwoord. Er waren blijkens dat verslag leden, die beweerden, dat het voorstel niet mocht uitgaan van de ministers of van den Raad van State maar volgens de Grondwet moest uitgaan van twintig Kamerleden. Er waren ook leden die meenden dat de door de regeering verschafte inlichtingen aangaande ’s Konings toestand niet voldoende waren. Het eerste bezwaar was van formeelen aard en niet moeilijk te weerleggen. Het is waar, dat de Grondwet slechts twee autoriteiten noemt, bevoegd om in dezen het initiatief te nemen, nl. de Regent en twintig leden der Staten-Generaal , maar blijkbaar heeft de grondwetgever niet gedacht aan het geval, dat het noodig is het gezag weer opnieuw in handen van den Koning te stellen vóórdat er nog een Regent benoemd is. Met den Regent is blijkbaar bedoeld de drager van het Koninklijk gezag, en er is dus geen reden waarom het initiatief tot herstel niet zou mogen uitgaan van den Raad van State, tijdelijk volgens de grondwet met de waarneming van het Kon. gezag belast. Wat het tweede punt betreft, zoo valt het niet te ontkennen, dat de Ministers bij het indienen van hun voorstel zeer schaarsch waren in het doen van meedeelingen. Als eenig motief voerden zij aan de schriftelijke verklaring der geneesheeren, dat dezen den 25n April aan den Koning hadden gezegd, dat Z. M. op dat oogenblik weer in staat was zijne gewone werkzaamheden te hervat ten. De Commissie van Rapporteurs over het voorstel, achtte dan ook een nadere conferentie met den premier-ministre noodig, en de daar verstrekte inlichtingen waren van dien | aard, dat de Commissie eenparig tot aanneming van het voorstel adviseerde. Het publiek kreeg echter niets meer te weten dan bovengenoemde doctors ver klaring, en al is het een teedere zaak, waarvan misschien niet alles voor publiekmaking geschikt is, het geldt hier toch ook de beslissing over groote landsbelangen, en de ministers hadden m.i. zelfs den schijn moeten vermijden, alsof zij zelf geen persoonlijk onderzoek hadden ingesteld en alsof er behalve die mededeeling van den Hoogen Patiënt geen nadere verklaringen der geneesheeren aan deregeering waren over te leggen. Hoe dit zij aan de Staten-Generaal werd blijkbaar voldoend licht verstrekt, want na de conferentie tusschen den Min. en de C. v. Rapporteurs maakte niemand bezwaar meer en werd het voorstel onder gejuich met algemeene stemmen aangenomen. Er is alle reden voor ons volk, om met dankbaarheid vervuld te zijn over het schier wonderdadige herstel van den bejaarden Vorst, «n geen wonder, dat er thans overal inden lande toebereidselen worden gemaakt om den 12en Mei het 40jarig jubilé van den Koning feestelijk te herdenken- Het bijeenkomen der vereenigde zitting heeft de beide takken der Volksvertegenwoordiging deze week niet verhinderd ook afzonderlijk bijeen te komen tot behandeling van belangrijke onderwerpen van wetgeving. Vrijdag werd aan den éénen kant van het Binnenhof de boterwet en aan den anderen kant de arbeidswet behandeld. Evenals inde Tweede Kamer stemde ook inde Eerste Kamer sleclus één lid tegen laatstgenoemde wet. Maar terwijl inde Tweede Kamer die ééne stem tegen een protest was tegen het te weinig, was inde Eerste Kamer die geïsoleerde stem een protest tegen het te veel. Geen wonder, dat de Min. bij zijne verdediging verklaarde meer en meer versterkt te worden in zijn overtuiging, dat hij den juisten middenweg had ingeslagen. Overigens leverde het debat geen nieuwe gezichtspunten op, wat trouwens na het 14daagsch debat inde andere Kamer ook wel niet mogelijk was. Alleen was het opmerkelijk, dat de Minister van Justitie met nadruk namens de Regeering verklaarde , dat het Ministerie na oplossing der schoolquaestie in beginsel tegen invoering van leerplicht geen bezwaar meer had. Inde Tweede Kamer zal de behandeling van het boterwetje nog wel eenige dagen duren. Over de kansen van het ontwerp valt nog weinig met zekerheid te voorspellen. Van regeeringswege is de voordracht reeds tweemaal belangrijk gewijzigd, maar waarschijnlijk zal zij nog wel meer veranderingen ondergaan, voordat zij in het Staatsblad komt te staau. Reeds is dooreen zestal leden uit alle partijen een belangrijk amendement ingediend, waarvan de strekking is ook de producenten van slechte natuurboter, die met meel, siroop of andere vreemde bestanddeelen vermengd is, te verbieden hun product boter te noemen. Men mag verwachten , dat bedoelde leden evenmin in gebreke zullen blijven aan bedoelde knoeiers te verbieden hun product margarine te noemen. Warnsveld, 4 Mei. De collecte ten behoeve van het fonds voor den Gewapenden Dienst inde Nederlanden heeft in deze gemeente opgebracht de som van f 21.68%' tegen f 20.74% in het vorige jaar, f 19.14% in 1887,-f 17.02 in 1886 en f 17.40 in 1885. Vorden, 6 Mei. Tot ons genoegen kunnen wij mededeelen, dat het as. jübilé van Z. M. Willem lil waarschijnlijk ook in deze gemeente feestelijk zal gevierd worden. Er zijn ten minste maatregelen genomen tot het houden eener vergadering van belangstellenden , welke vergadering heden avond zal plaats hebben en we twijfelen niet, of zij zal wel aan haar doel beantwoorden. Doetinchem, 4 Mei. Heden heeft zich alhier een Commissie geconstitueerd, teneinde de herdenking van Z. M. 40jarige regeering op Maandag 13 Mei feestelijk te vieren. De Commissie, uit 20 onzer ingezetenen bestaande, heeft uit haar midden benoemd tot eere-voorzitter onzen burgemeester A. M. C. van Bommel , tot voorzitter J. E. J. Ankersmit, tot penningmeester P. H. Moora en tot secretaris J. D. Pasteur Jr. Reeds nu moet voor een bedrag van f 120 zijn geteekend, circulaires worden rondgezonden waarin onzen inwoners aangekondigd wordt, dat de Commissie a.s. Maandag hare lijsten zal presenteren Doetinchem’s Mannenkoor zal hare gaven op den feestdag op het marktplein ten beste geven. 5 Mei. Bij een hevig onweder, (donderslagen volgden elkander zonder ophouden op), dat heden middag vau 3 tot 5 uur over onze stad woedde, sloog de bliksem inde schuur en stalling die tevens tot woonhuis dient van den voerman Schenning op den hoek aan de vorstpannen, in, waardoor onmiddellijk brand ontstond, die echter door den regen daarna ook direct uitdoofde. De bliksem volgde zijn weg verder langs een ijzer door den sonoorsteen, vandaar vóóruitslaande een gat achterlatende, een schilderij verbrijzelende en kwam zoo dooreen deur van het woonvertrek dwars door de schuur, waar eenige kinderen rondom een porceleinen servies aan ’t spelen waren. De kinderen bleven, wonder genoeg, alle ongedeerd, terwijl het servies geheel verbrijzeld werd. Een en ander is behoorlijk bij beurspolis verzekerd. Wijhe, 4 Mei. Heden middag sloeg de bliksem ineen keuterij van G. J. Wachteveld, bewoond door de wed Linthorst, op een kwartier afstands van ’t dorp. De woning is geheel uitgebrand. De inboedel, die niet verzekerd was, is grootendeels gered. Ter verkiezing van twee leden voor de Provinciale Staten [in ’t hoofdkiesdistrict Raalte, zijn van liberale zijde tot candidaten geproclameerd de hh. mr. A. J. van Riemsdijk te Hellendoorn (aftr. lid) en Jhr. O. A. Smissaert te Olst, ter vervanging van ’t aftredend lid R. Spitsen (kath.) te Heino. Heerde, 4 Mei. De wegen inden dorpspolder van Vorchten en Marle zullen hard gemaakt worden. Om dat werk uitte voeren is men voornemens een geldleening, groot f 15,000, rentende 4 proc., uitte schrijven. Raalte, 5 Mei. Yoor de tweede maal in vijf dagen tijde trok er gisteren een duchtig onweder over onze gemeente- Ditmaal sloeg de bliksem inde kom van het dorp langs eene bergroede inden grond, zonder eenige schade te {veroorzaken. Naar me i verneemt brandde in het naburige Haarle, gemeente Hellendoorn, eene boerenwoning door het hemelvuur getroffen, af. Ook heden middag trokken er weder zware ouweders voorbij. Tot nu toe hoort men hier niet dat ze ongelukken veroorzaakt hebben. Neede, 5 Mei. Wezen wij onlangs nog op de zoogenaamde „Brr ndkolk", dien modderpoel , naar aanleiding vaneen plaats gehad hebbend ongeluk, thans moeten wij al weder een dergelijk geval mededeelen. Een jongetje vau 4 jaar N. C. was gisteren morgen bezig aan den kant van dat water bloempjes te plukken met het treurig gevolg, dat het kind voorover schoot en spoedig inden modder verdwenen was. Een jongraensch, zekere ter B. had het genoegen den kleine nog juist bijtijds te redden en aan de verblijde ouders terug te brengen. ’t Is gelukkig, dat langs die kolk ge-voonlijk . en vooral op Zondag, nog al een vrij drukke passage is anders zouden zeker zulke gevallen niet zoo goed afloopen. Kan men dikwijls in verschillende dagen weekbladen lezen dat de collecten, in vele plaatsen voor het fonds van den Gewapenden Dienst gehouden, eerder af dan toenemen, van hier kunnen we gelukkig het omgekeerde mededeelen. De opbrengst in 1886, ’B7 en ’BB bedroeg respectievelijk f 11.77, f 12.29% en f 14.10 terwijl de collecte voor dit jaar f 14.41 Vs heeft opgebracht. Inde buurtschap Noordijk gem. Neede is dezen middag de openbare school, op het oogenblik dat daarin Zondagschool gehouden werd, door den bliksem getroffen, zonder dat echter brand veroorzaakt werd. Een groote ontsteltenis ontstond onder de kinderen en dezen vluchtten allen naar het huis van den oud-Hoofdonderwijzer, den heer Tormijn, waar ze zoolang vertoefden tot het onweder was afgetrokken. Dinxperlo, 3 Mei. Tien heeren gaven hedenavond gehoor aan de oproeping van den heer J. W. G. de Leeuw tot het bijwonen eener vergadering, om de oprichting eener gymnastiekscbool te bespreken. Alle aanwezigen waren eenstemmig van oordeel, dat eene dergelijke inrichting hier hoogst noodig was. Minder eens was men het over den weg om tot het doel te geraken. Ten slotte werd met 6 tegen 5 stemmen besloten, dat de heer de Leeuw het bestuur van het Leesgezelschap „Tot Nut en vermaak" zal verzoeken eene vergadering van dat gezelschap te beleggen, in welke vergadering hij den leden zal meedeelen wat hedenavond verhandeld is. Mocht het Leesgezelschap, wat niet onwaarschijnlijk is , er voor bedanken het aantal zijner stichtingen met eene gymnastiekschool te vermeerderen, dan is de oprichting toch vrij wel verzekerd, daar zich dan zeker eene afzonderlijke commissie zal vormen. 4 Mei. Hedenmiddag hield de Raad eene spoedeischende zitting waarbij de heer Seesink afwezig was. Voorlezing werd gedaan: a. van een missive van Ged. Staten, waarin de gronden worden ontwikkeld, die hen deed besluiten den heer G. W. O vink in zijn lidmaatschap te handhaven, b. de bedenkingen door den burgemeester tegen het door den Raad goedgèkeurde voorstel Giebink, betreffende de Ovink-quaestie bij genoemd College ingebracht, c. het door den Voorzitter bij de Raad ingediende voorstel om op het besluit van Ged. Staten in hooger beroep te komen bij Z. M. den Koning. Dit voorstel toonde aan dat Ged. St. de eigenlijke punten, die de heer Ovink moesten treffen, buiten beschouwing hadden gelaten. Dit voorstel werd na eene korte aanmerking der heeren Ovink en Bevort met 5 tegen 1 stem verworpen. De Raad besloot den heer Dr. 11. C. de Leeuw wegens vertrek naar elders nog f 25 vergoeding te schenken voor eenigen inventaris, door hem in hot der gemeente toebehoorend huis aangebracht; hoewel f 35 was gevraagd. Het gemeenteverslag werd ter visie gelegd. Twello, 6 Mei. Het opgemaakte verslag van den toestand der gemeente Voorst over 1888 bestaat hoofdzakelijk uit het volgende: De bevolking bedroeg op 31 Dec. 1887 4813 mannen, 4401 vrouwen, totaal 9214 zielen en op 31 Dec. 1888 -- 4830 mannen en 4454 vrouwen totaal 9284 zielen. Getal huwelijken 84. Onder de belangrijkste Raadsbesluiten merkten wij op: Voorwaardelijke toezegging van het onderhoud vaneen eventueel aan te leggen harden weg ter verbinding van de dorpen Voorst en Loenen. Verbouwing van het gemeentehuis. Nadere regeling der toelating van kinde en ter openbare school. Versterking van het onderwijzend personeel inde handwerken aan de school te Twello. Verkoop van het voormalig tolhuis te Nijbroek. Verwerping vaneen voorstel tot schoolgeld heffing. Vermindering of gedeeltelijk kwijtschelding van pacht aan den pachter van den tol te Terwolde. Instelling van twee vóór en twee najaars veemarkten te Twello. Besmettelijke ziekten waren Typhus 10 waarvan 3 doodelijk, roodvonk 3, mazelen 59 waarvan 1 doodelijk, keelziekte. Het getal paarden bedroeg 1068, runderen 5944, schapen 70, geiten 1200, varkens 1300 (enz.) Gisteren morgen tusschen 4 en 5 uur heeft inden Posterenk onder Wilp, een treurig ongeval plaats gehad. Joh. v.d. Worp 23 j. oud, klompenmakersknecht aldaar, schoot (vermoedelijk met het doel om te stroopen) zijn geweer af, hetwelk geheel aan stukken uit elkaar vloog, waarvan een stuk tegen zijn voorhoofd terecht kwam en hem de hersenpan verbrijzelde, waarop onmiddellijk den dood volgde; v.d. W. die zich als plaatsvervanger verkocht had was tegen a.s. Woensdag ter inlijving opgeroepen en was overigens een oppassend jongmensch. Belden, 6 Mei. Naar wij vernemen is gisteren namiddag te Bentelo onder deze gemeente het door den landbouwer G. J. Eijsink bewoonde en hem toebehoorende huis door den bliksem getroffen, tengevolge waarvan het met een gedeelte van den inboedel is verbrand. De levende have werd gelukkig gered. Een en ander was niet tegen brandschade verzekerd. * Arnhem, 4 Mei. Inde heden gehouden raadsvergadering waren geen belangrijke zaken aan de orde en werden alle punten bijna zonder beraadslaging aangenomen. Bij de opening der vergadering bracht de burgemeester de voor geheel Nederland verblijdende gebeurtenis van 3 Mei in herinnering, en deelde mede, dat B. en W. gisteren hadden gemeend uiting te moeten geven aan de bekende sympathie van den Arnhemschen gemeenteraad voor het Koninklijke Huis, door het zenden vaneen telegram van gelukwensching. De leden van den Raad, die deze mededeeling staande aanhoorden , gaven dooreen opgewekt „leve de Koning !“ hunne ingenomenheid met deze woorden te kennen. Onder de aangenomen punten behoort ook het voorstel van den directeur der gemeentewerken em den opzichter van de plantsoenen, Sickman , in staat te stellen, met de Vereeniging van tuinbouwkundigen Excelsior, bij gelegenheid der Parijsche tentoonstelling de parken der stad Parijs, de voornaamste kweekerijen enz. te bezoeken. N. R. Ct. ---