Verslag der Kamer van Koophandel te Zutphen. (Slot). Wat het groote verkeer aangaat, heeft Zutphen allerminst reden tot klagen. Van hoeveel beteekenis dit is voor het verkeer van reizigers, is eigenlijk onnoodig op te merken, doch zoude een opgaaf van het aantal aangekomen reizigers eene te valsche statistiek opleveren, om daaruit voor het handelsverkeer eenige conclusie te trekken. Van meer waarde zoude natuurlijk zijn een staat der per spoor hier aangekomen en van hier vertrokken goederen. l)e Kamer moet echter tot haar groot leedwezen verklaren, t dat het haar thans , evenmin als vroeger, is mogen gelukken van de betrokken Spoorwegmaatschappije zoodanige staten te ontvangen. Zij heeft dan ook afgezien van het aanwenden van vernieuwde pogingen daartoe. Toen zij verleden jaar nog eens weer die aanvraag deed, werd zij tot haar spijt, nadat haar verslag reeds gedrukt en rondgezonden was, verrast met zoodanigen staat over 1887 van de Holl. Ijzeren Spoorweg Maatschappij. Op haar dankbetuiging daarvoor ontving zij echter van genoemde Maatschappij onmiddelijlt bericht dat dit voor den eerste en laatsten keer was. Uit dien staat blijkt dat gedurend ■ 1887 van en naar Zutphen in totaal 109,334 tonnen koopmansgoed verzonden zjjn. Nog altijd blijven bovendien de verschillende vrachtwagens naar alle omliggende plaatsen een groot aandeel in het goederen-vervoer behouden. Het aantal fabrieken en trafieken ondervond geeue verandering. In 1888 werden 1434 patenten uitgereikt tegen 1398 in 1887. Door het Rijkstelegraafkantoor werden in 1888 verzonden 15039 en ontvangen 16488 telegrammen tegen respectievelijk 13585 en 17299 in 1887. De toestand der Veemarkt bleef stationair; tegen 10572 stuks runderen in 1887 werden in 1888 aangevoerd 10518 stuks. De aanvoer van. biggen was iets minder gunstig dan het vorig jaar; tegen 7028 stuks in 1887 werden thans aangevoerd 6629 stuks. Opmerkelijk is het groote verschil dat de aanvoer van de aan de stadswaag gewogen varkens opleverde; tegen 400 stuks gemiddeld in vorige jaren werden thans gewogen 2000 stuks varkens , die meerendeels bestemd waren voor de machinale varkensslachterijen in Assen en Ede. Te verwonderen is het dat er hier in deze streken niet aan gedacht schijnt te worden dergelijke machinale slachterij op [te richten , daar de opbrengst der varkensfokkerij hier inde Graafschap toch eene belangrijke bron van inkomsten steeds is geweest en nog voor uitbreiding schijnt vatbaar te zijn. Aan de stadswaag werden mede gewogen 1270,80 K.G. boter waarvan 2009 1/g vaten, terwijl in 1887 werden gewogen 123,255 K.G. Kunstboter wordt, voor zoover bekend, hier op de markt niet aangevoerd. De vischmarkt was wederom achteruitgaande; er werd bij afslag voor een bedrag van f 11936 verkocht tegen f 12689.07 in het vorig jaar. De groenmarkt bleef zich gunstig en gestadig ontwikkelen. De toestand der scheepvaart was over het algemeen gunstiger dan het voorgaande jaar ; dit mag voornamelijk geweten worden aan den voortdürenden gunstigen waterstand en de vele aanvoeren voor verschillende groote werken. Eene doelmatige spoorverbinding met de losplaatsen aan de IJsselkade zoude er ongetwijfeld toe medewerken de scheepvaart te doen toenemen, waartoe dan ook de Kamer reeds pogingen heeft in het werk gesteld. Inde Noorderhaven werd door 134 schepen gelost en geladen tegen 67 in het vorig jaar. In 1888 werden door de Kamer 10 vergaderingen gehouden. Wat deze vergaderingen betreft, zij zijn niet openbaar. In het laatst van het afgeloopen jaar ontving de Kamer een verzoek van de Vereeniging „Zutphen’s Belang” om voortaan haar vergaderingen openbaar te houden De Kamer heeft echter volgens het verslag om „overwegende redenen" besloten geen gevolg aan dit verzoek te geven. De Kamer zond in het afgeloopen jaar, behalve eenige adressen van adhaesie aan andere Kamers , o. a. een adres aan B. en W. van Zutphen, daarbij wijzende op den gebrekkigen toestand der los- en laadgelegenheid aan de Noorderhaven. Hieraan werd door Dag. Bestuur en Gemeenteraad bereidwillig tegemoetgekomen en is dientengevolge de steiger inde Noorderhaven geplaatst. Een adres aan dezelfden, verzoekende plaatsing van een aanplakbord bij de Veemarkt. Ook hieraan werd gevolg gegeven. De Kamer ontving ook nog vele adressen ter kennisneming en ondersteuning, doch kon zij zich met de strekking van vele niet vereenigen of achtte zich bij andere niet bevoegd tot beoordeeling, hetzij wegens het onderwerp, hetzij wegens het uitsluitend plaatselijk karakter. Een woord van lof voor de nauwkeurige bewerking van het verslag mag hier niet achterwege blijven. --- BUITENLAND. Duitschland. Zaterdag, 18 Mei 1889. Behartigingswaardige woorden heeft de keizer gesproken tot de deputatie van mijneigenaars , die ten gehoore bij hem zijn toegelaten. Indien de toespraak des keizers gehoor vindt, is niet alleen de werkstaking in Westfalen spoedig geëindigd, maar zal ook in het vervolg een betere verstandhouding tusschen werkgevers en arbeiders bestaan. De drie mijnwerkers, die door hunne kameraden naar den keizer zijn gezonden, hebben te Berlijn met den heer Hammacher, die de mijn bezitters vertegenwoordigt, de grondslagen vastgesteld voor eene schikking. De voornaamste punten zijnde volgende: De dagelijksche normale arbeidstijd zal acht uren bedragen, waarbij het neerdalen en opstijgen niet wordt gerekend, en alleen in zeer dringende gevallen mag er langer worden gewerkt, maar dan moet telkens van te voren tusschen hot bestuur van de mijn en eene commissie uit de arbeiders van die mijn dienaangaande een overeenkomst worden getroffen. Deze commissie zal ieder jaar gekozen worden dooide mijnwerkers, die ouder zijn dan 25jaren. Verder zal geen der werkstakenden wegens de tegenwoordige werkstaking later ontslagen worden. Ten opzichte van loonsverhooging werden geen bepaalde eischen gesteld, maar slechts de hoop op verhooging geuit, naar evenredigheid van de gestegen prijzen der kolen- Zoo men mag hopen, dat in Westfalen de werkstaking zal eindigen, zonder dat anarchistisch of socialistisch onverstand de werklieden tot oproer of geweld heeft gedreven , geven de mijnwerkers in Opper-Silezië zich dadelijk aan buitensporigheden over. Mijnen worden vernield, beambten mishandeld. De schoone vooruitzichten, dat de strike in Westfalen zijn einde nabij was, zijn weder met een wolk overtogen. Als gevolmachtigden der arbeidersdeputatie hadden de vrijzinnige afgevaardigden Schmidt en Baumbach de onderhandelingen met de deputatie der mijnbezitters, op grond der voorloopig vastgestelde overeenkomst voortgezet. Op de eergistei'en-avond plaats gehad hebbende samenkomst . toonden Dr. Hammacher evenals de heeren Haniel en v. Velsen zich bereid om op grond van het reeds opgestelde protokol te onderhandelen, doch de tegenstrevende houding door den mijndirecteur Krabler aangenomen, maakte het noodzakelijk om verdere besprekingen op te geven. Wat hem bewogen heeft om zoo storend tusschenbeide te treden, is niet met zekerheid uitte maken. Zijne houding is te vreemder omdat niet alleen zijn ambtgenoot, Dr. Hammacher, maar ook de Keizer zelf de beginselen, in dat protokol neergelegd, had goedgekeurd. Door den onvermoeiden tegenstand, die niettegenstaande de dringende vermaningen van den keizer, bij de werkgevers blijft, bestaan, is de hoop om tot overeenstemming te komen, wel niet geheel verdwenen, maar toch in elk geval weder verzwakt. In groote spanning ziet men nu de vergadering tegemoet, die door het centraal-strikecomité op aanstaanden Zondag te Bockum is bijeengeroepen. Zal daar de zaak voor goed beslist worden ? Dat zal grootendeels afhangen van de omstandigheid, of de nu tot stand gekomene grondslagen van overeenkomst op andere wijze weder worden opgevat, dan wel of men ze geheel zal doen vallen. In Silezië breidt zich de werkstaking in het Waldenburgsche altoos verder uit. Groote buitensporigheden zijn voorkomen door het bezetten van het strikegebied met eene sterke militaire macht. De opper-president Seydewitz is uit Silezië naar Berlijn vertrokken om den Keizer van den toestand op de hoogte te stellen. Als eene bijdrage hoe sommige mijnbezitters op dit oogenblik den toestand inzien, kan dienen, dat de heeren Schlagel & Eisen, mijnbezitters bij Recklmghausen, aan hunne afnemers berichten, dat 1/5 hunner arbeiders het werk hervat hebben en zij de hoop voeden , dat de nog weigerenden inden loop der volgende week dit voorbeeld volgen zullen. Deze jlaatste mededeeling is ons van eene bevriende hand toegekomen. De Rijksdag besloot Donderdag, alle verzoekschriften tot opheffing of beperking van den termijnhandel in koffie, naar den rijkskanselier ter overweging te verzenden. Inden loop van het debat trad de heer Woermann, van Hamburg, krachtig op voor den termijnhandel, welke voor eene groote markt onontbeerlijk was. Juist de termijnhandel belette de vorming van coalitiën tot willekeurige opdrijving der prijzen. Enkele maatregelen zouden den termijnhandel niet hinderen , want de behoefte aan dezen laatste waste groot. De markt zou altijd middel weten te vinden, om onder anderen vorm hetzelfde doel te bereiken. --- Oostenrijk. Inde Kamer van Afgevaardigden ant woordde Donderdag de heer Taaffe op eene interpellatie over het katholieken-congres, dat voor de Regeering geene enkele reden bestaat, zich bezig te houden met gebeur tenissen, welke geen invloed oefenen op de staatkunde van het keizerrijk. Met betrekking tot de werkstaking der koetsiers, ontkende de Minister, dat de politie en de troepen de wet hebben overschreden. Op de interpellatie aangaande anti-semitische uitingen , antwoordde de Minister, dat de Regeering aan alle door de wet erkende godsdienstige gezindten gelijke bescherming verleent en zich tegen elke poging zal verzetten , welke met dit beginsel in strijd is. De Duitsch liberale partij in Oostenrijk vierde een dubbel feest. Eerst herdacht zij het twintigjarig bestaan der liberale schoolwet , en daarna werd feest gevierd ter eere van den heer Yon Schmerling, „den vader der Oostenrij ksche grondwet,” die 60 jaren in den staatsdienst werkzaam is geweest. Gedurende de laatste 24 jaren bekleedt Yon Schmerling den post van president van het hoogste gerechtshof te Weenen. Yóor dien tijd was Yon Schmerling minister van justitie, doch in 1860 werd hij minister van staat, in welke hoedanigheid hij de grondwet ontwierp, die nu in Oostenrijk geldig is. In Augustus zal de heer Yon Schmerling, die tot de invloedrijkste leiders der Duitsch-liberale partij behoort, den leeftijd van 85 jaren bereiken. --- Frankrijk. De instructie in zake Perrin, die een aanslag gepleegd heeft op den President der Republiek, is geëindigd en de rechter van instructie heeft zijn dossier aan het parket medegedeeld. Perrin heeft een schot met los kruit gelost. Hij zal dus niet voor het Hof van assises terechtstaan, maar ten correctioneele. Te Montpellier is uitspraak gedaan in het lasterproces , voor het hof alhier, door den afgevaardigde Salis op zijne beurt ingesteld tegen den afgevaardigde Numa Gilly. De advokaat Peyron is vrijgesproken, de uitgever Savine en de publcise Chirac zijn veroordeeld tot 15 dagen gevangenisstraf en 100 fr. boete, Gilly zelf tot 1 maand gevangenis en 200 fr. boete; alle gezamenlijk en hoofdelijk bovendien tot 600 fr. schadeloosstelling en openbaarmaking *van het arrest in 6 dagbladen. --- Spanje. De Kamer zoekt middelen om het deficit te dekken en iedere partij tracht daarbij in troebel water te visschen. De liberale en republikeinsche bladen voorzien moeielijke dagen voor het liberale gouvernement en voor de regentes. De oneenigheid onder de liberalen over de tariefquaestie en de her ziening der kieswet heeft den leider der conservatieven , Canovas, doen besluiten openlijk de bedoelingen zijner partij uitte spreken, namelijk: terugkeer tot het beschermend stelsel en verhindering van de invoering van het algemeen stemrecht. Tegelijker tijd hoort men weder van de Carlisten spreken. Te Bilbao bestaat eene universiteit onder de leiding van Jezuieten. Vandaar gaat de beweging uit, die niet alleen over de Baskische provinciën, maar ook elders in Spanje gestadig zich uitbreidt. Zelfs de wederinvoering der inquisitie wordt daarbij gepredikt. Het heeft ook de aandacht getrokken, dat de voorzitter van het onlangs te Madrid gehouden katholieken congres, de kardinaalaartsbisschop van Saragossa, met vele andere bisschoppen een feest heeft bijgewoond bij den markies van Gcrralbo, den hoofdagent van don Carlos in Spanje. Inde Kamer verklaarde Cainacho zich voor de verhooging der graanrechten en de invoering eener belasting op de intrest der openbare schuld. Hij werd heftig bestreden door den minister van financiën, die hem verweet, dat hij zich door politieke redenen liet leiden. Canovas verklaarde zich voor eene belasting op roerende waarden. --- Italië. Zondag jl. hebben ernstige onlusten te Casorezzo, niet ver van Milaan, plaats gegrepen. De inwoners, meerendeels hun bestaan vindende inde zijde- en katoenspinnerijen , hadden grieven tegen de patroons. Hierdoor verbitterd, zijn zij in massa opgestaan en begaven zij zich met hunne vrouwen en kinderen naar de woning der verschillende fabrikanten, waar zij de ruiten insloegen, roepende: „Aan ons het geld, Aan ops het graan!“ De syndicus zond haastig naar Milaan om hulp, waarop eene kompagnie soldaten kwam, die het plaatsje bezette. Een twintig personen zijn in verzekerde bewaring genomen. Te Arluno, eenige kilometer van Casorezzo, is het dien dag nog erger toegegaan. De ellende is daar nog grooter dan te Casorezzo; in vele huizen ontbreekt er brood. De werklieden hebben den patroons eene verhooging van loon gevraagd, maar daar die geweigerd werd, hadden zij besloten den arbeid te staken. Hiermede niet tevreden, hebben zij het huis van den syndicus belegerd en geroepen: „De dood aan hem!“ Dadelijk werden alle winkels gesloten. De meubels van het huis vangraaf dal Yerme werden weggehaald en ’s avonds op eender pleinen verbrand. Eindelijk kwamen er troepen, waarop de menigte de vlucht nam. Patrouilles doorloopen nu dag en nacht de straten en de fabrieken zijn gesloten. Ook in eenige andere plaatsen van den omtrek hebben Zondag en Maandag onlusten plaats gehad. --- Zweden. De Zweedsche Eerste Kamer heeft met 83 tegen 25 stemmen hare goedkeuring gehecht aan het regeerings-ontwerp ter bestrijding van socialistische woelingen, niet door middel eener afzonderlijke wet, maar door verscherping van verschillende bepalingen in het strafwetboek. De Tweede Kamer had met 114 tegen 95 stemmen de voorgestelde verscherping slechts in beperkten vorm aangenomen. Daar er dus tusschen de Kamers geene overeenstemming was verkregen, moesten zij trachten, zich met elkaar te verstaan en wanneer zij het niet ten volle eens konden worden, moest het ontwerp vervallen. Uit overweging daarvan heeft nu de Eerste Kamer zich met de besluiten der Tweede vereenigd. --- PER TELEGRAAF. Londen, 18 Mei. 150 parlementsleden onderteekenden een adres aan den president der Fransche Republiek, waarin hun leedwezen wordt betuigd over de afwezigheid van den Britschen gezant bij de opening der tentoonstelling. --- INGEZONDEN. De Rozegracht. Mijnheer de Redacteur ! Mijn vriend had beloofd mij een bezoek te brengen. Zaterdag haalde ik hem af van het station. Op het Stationsplein schoot juist de fontein haar schoonen waterstraal omhoog. Wij bewonderden eenigen tijd deze verfraaiing en mijn vriend vond het eene gelukkige gedachte die fontein juist daar te plaatsen. De vreemdeling krijgt al aanstonds een goeden indruk van de reinheid en frischheid van Zutphen. Het deed mij als Zutphenaar goed dit te hooren, en om den goeden indruk te versterken, dacht ik langs de I Jselkade te gaan, maar ik had buiten den waard , hier buiten mijn vriend , gerekend. „Ik moet11, zeide hij, „noodzakelijk even naar de Nieuwstad en naar ik mij van vroeger herinner. is daar een korten weg heen, hier dit bruggetje over, niet waar?" Ik antwoorde natuurlijk ja en tegen mijn zin stapte ik met hem de Rozegracht op. Aan het einde der straat gekomen, bleef mijn vriend verwonderd staan en vroeg: „Waren hier vroeger niet de watermolens, waar zijn ze gebleven?* „Wel, die zijn gesloopt." „Waarom?" was zijn vraag. „Omdat de Raad der stad een nieuwen weg wil maken vanaf het Stationsplein' naar de Nieuwstad." „Nu dan mag daar wel eens mede voortgemaakt worden , want zoo als het nu is, staat het ver van fraai. Zie dien bouwvalligen, of althans zeer om ogelijken achtergevel eens een misselijk figuur maken, dat is afbraak." „Ja“ , zeide ik , „daftr hebt ge groot gelijk aan; maar Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd; overal hoort geld bij en onj. daaraan te komen , dat is het moeielijkste. Onze Burgemeester, hij is tot mijn genoegen benoemd tot ridder der Orde van den Nederlandsche Leeuw, onze burgemeester wil wel, het Dagelijksch Bestuur gaat met hem mede, maar de Raad moet toch beslissen." Dit antwoordde ik, maar bij mij zelf dacht ik: Kom beste burgervader, pak gij dat werk nu eens goed aan, dan komt er wel iets goeds ’k Geloof waarlijk, dat ge reeds een plan inden zak hebt. Dan zou ik een volgende maal bij een herhaald bezoek v«n mijn vriend kunnen zeggen, dat is nu weer eene van die verfraaiingen en verbeteringen onder het Bestuur van onzen flinken Jhr. Coenen aangebracht. Dat zou mij en velen met mij zoo goed doen, want lk ken een stad in Gelderland, Aan den IJselstroom gelegen, Daar bracht men zeer veel goeds tot si and. En elk werkt meê tot zegen. O Zutphen , dat ik u steeds roem En u mijn liefste woonplaats noem. Met de plaatsing in uw veel gelezen blad zult gij verplichten Uw Dienaar , K. Zutphen, 17 Mei 1889. Vonnissen, gewezen door het Kantongereoht te ZUTPHEN, d.d. 14 Mei 1888. K. Ph. te Zutphen, het loopen overeen spoorweg, geldb. f 2, subs. 2 dagen heehtenis. C. L. en S. d. J. te Zutphen, aldaar rijden over een voetpad langs een rijweg, ieder geldb. fl. subs. ieder 1 dag. A. "W. te Zutphen, het loopen langs een spoorweg, geldb. f 2, subs. 2 dagen. (1. J. N. te Zutphen, het vervoer dooreen trekdier doen plaats hebben op eene noodeloos pijnlijke of kwellende wijze, geldb. f3, subs. 3 dagen. Ja. Ha. "W. te Zutphen, het verwekken van rumoer of burengerucht, waardoor de nachtrust kan worden verstoord, geldb. f 1, subs. 1 dag. D. J. B. te Zutphen. het in staat van dronkenschap verkeerende verrichten eener handeling waarbij tot voorkoming van gevaar voor leven of gezondheid van derden bijzondere omzichtigheid of voorzorgen worden vereischt, geldb. f 5, subs. 3 dagen hechtenis. J. H. te Zutphen, ter zake als voor , geldb. f5, subs. 3 dagen hechtenis. L. I). te Zutphen, ter zake openbare dronkenschap, bij 3e herhaling gegleegd, hechtenis van 1 week en plaatsing in eene rijkswerkinrichting voor den tijd van 3 maanden. Ca. Fa. S. wed. van P. v. S. te Zutphen, openbare dronkenschap, bij 2e herhaling, hechtenis van 3 dagen. M. F. D. te'Hall, M. B. te Brummen, W. L. te Epse, J. C. v. A. te Almen, J. M. D. te Epse, J.L., L C. 8., Ae. N., R. J. v. H., G. J. A. J.,G. J., allen te Zutphen, H. J. P. te Warnsveld, A. A. B. te Lochem, K. H. F. W. P. te Hengelo (G.) en J. W. te Lochem, allen ter zake openbare dronkenschap. ---