Advertentie Vergadering van den RAAD der gemeente ZUTPHEN, op Maandag den 21 Juli, des n. m. te 1 uré-1. Resumtie. 2. Beëediging van den heer B. Cuperus als Raadslid. 3. Aanbieding gemeenterekening 1889. 4. Voorstel op adres bestuur Buiten-Societeit (erfpacht). 5. Voorstel op adres Wed. Hofman, afstand grond. 6. Mededeeling ingekomen stukken. --- Tindal tegen Rooseboom. „Een oude vos verliest wel zijn baren, maar niet zijn streken”. Aan dit vaderlandsch -spreekwoord herinnert ons het jongste geschrift van den heer Henry Tindal, van wien wij sedert zijn adres over de mobilisatie iets beters gehoopt hadden. In zijn Open brief aan den heer W. Rooseboom vinden wij helaas dezelfde aanmatiging, dezelfde sarrende toon tegen hooger geplaatsten, hetzelfde wonderlijke vertrouwen op nietsbeteekenende argumenten, die zijne vroegere opstellen kenmerkten en ook de goede denkbeelden daarin van hun invloed beroofden. „Meer heil dan van uwe redevoeringen” zeo't de heer T. tot den heer Rooseboom zou ik verwachten vaneen algeheele omwerking van het bestaande. Hiertoe zou men echter aan het hoofd van zaken een energiek man moeten hebben, volkomen op de hoogte van zijn taak. Maar dit wil men niet.” Wie de energieke man* is, dien Nederland volgens Tindal noodig heeft, behoeft niet gezegd te worden. En de Minister van Oorlog, èn al onze deskundigen in krijgszaken laten volgens hem hun „gezond verstand* thuis bij het beoordeelen van ’s Lands defensie. Het «enig redmiddel is derhalve zoo moet de lezer denken, al zegt de schrijver het niet dat men den heer Tindal aan het „hoofd van zaken* stelle. En dat wel met dictatoriale macht, want anders zou misschien zelfs deze „energieke man* niets kunnen uitrichten. Hij zal dan wel zorgen dat ons vaderland rustig slapen kan. Maar op geen andere wijze kunnen wij veilig wezen. Want de eenvoudigste waarheden op -’t gebied der defensie waren voor onze „deskundigen* verborgen, totdat Tindal ze ontdekte. De goede naam, dien de heer Rooseboom geniet, is blijkbaar een doorn in het oog van den heer Tindal. „Wat is uw prestige groot!* roept hij sarrend uit. „Men ziet zelfs niet in hoe belachelijk het is uw naam buiten een kringetje in en om ons parlement als argument te gebruiken.* Behalve deze slechte manieren kenmerkt zich de Open Brief dooreen merkwaardig vertrouwen op niets-beteekenende redeneeringen. De heer Rooseboom heeft de Hagenaars eenigszins gerustgesteld over de mogelijke uitwerking vaneen bombardement. „Dit oordeel* zegt de heer Tindal „is geheel in strijd met hetgeen gij zelf vroeger steeds beweerd hebt.* En dan citeert hij triomfantelijk de schets, door Rooseboom gegeven van de verwoestingen, die een bombardement uit de Zuiderzee in Amsterdam zou kunnen aanrichten. Hij is naïef genoeg om daarbij te vergeten, dat den Haag een open plaats is, waaruit ieder kan uitwijken, terwijl het door Rooseboom onderstelde bombardement eene vesting gold, waarin ook de niet-combattanten zouden moeten blijven. Hij is vol verbazing over het feit, dat men den heer Domela Nieuwenhuis niet over de mobilisatie heeft laten interpelleeren. Hij houdt dus geen rekening met wat iedereen weet, dat namelijk deze heer vaderlandsliefde menigmaal voor eene dwaasheid verklaard heeft en dus met zijn interpellatie niet de belangen van ’s lands weerbaarheid op het oog kan gehad hebben. Tindal gelooft niet, dat deze afgevaardigde „critiek wilde oefenen over de stellingen, die door ons leger zouden worden ingenomen.* Dat de heer Rooseboom zoo iets wel van Nieuwenhuis verwachtte, kan hem altijd volgens T. „toch geen ernst* zijn. Immers Nieuwenhuis „weet volgens U niets van onze defensie*, en „van dienzelfden persoon verwacht gij beoordeeling en critiek overeen van de moeilijkst te beoordeelen militaire operatiën*. De heer Tindal heeft derhalve nog niet bemerkt, dat de specialiteit van Domela Nieuwenhuis bestaat iu het oreereu over zaken, waarvan hij niets weet. Daarom houdt hij de vrees van Rooseboom voor ongegrond. Ware hij wat minder een vreemdeling in Jerusalem, hij zou anders geschreven, of misschien in ’t geheel niet geschreven hebben. Intusschen heeft ’s heeren Tindal’s lijtblad, de Amsterdammer, alvast aangekondigd dat deze nieuwe brochure, die door den royalen schrijver gratis wordt uitgedeeld, voor den heer Rosehoom „vernietigend moet heeten.* Tevens verklaart hetzelfde blad zich ineen hoofdartikel tegen het ontwerp van de legerwet, omdat het „hoogst gebrekkig* is , en o. a. geen algemeenen dienstplicht voorschrijft. Natuurlijk, hoe zou er van den minister Bergansius inde oogen van het radicale blad iets goeds kunnen komen ? Daargelaten nog dat de bestrijding der leger wet aan de redactie kans geeft op een plasdankje bij de katholieke vrienden, die zij zoo angstvallig naar de oogen ziet. lets nieuws bevat de open brief van den heer Tindal niet, behalve het bericht dat hij alweder buitenslands geweest is, en dat de heer Brialmont hem gemachtigd heeft te verklaren : „Eene vloot kan zeer goed voor den Haag komen en de Residentie bombardeeren. De uitwerking vaneen dergelijk bombardement zal vreeselijk zijn.* De schrijver laat deze uitspraak van den generaal Brialmont met vette letters drukken. Wij vermoeden evenwel, dat de Hagenaars er niet minder goed om zullen slapen. Ons, die niet minder dan de heer Tindal overtuigd zijn, dat de verbetering onzer weerbaarheid dringend noodig is, doet het werkelijk leed te zien, dat deze strijder voor een goede zaak door marktgeschreeuw en slechte manieren zijn invloed verspeelt. De eenigen, die thans profiteeren van Tindal’s bemoeiingen , zijnde socialisten, die daarin een nieuw middel vinden om het „volk* tegen de autoriteiten op te ruien, en de flauwhartigen, die niet aan onze weerkracht gelooven. Wij willen gaarne aannemen, dat Tindal in gemoede meent door plichtsgevoel en vaderlandsliefde bestuurd te worden. Maar hij moet zijn „gezond verstand thuis gelaten* hebben, toen hij zich zelt de vraag stelde ot die twee edele drijfveeren ooit tot dergelijke schrijverij mogen leiden. --- BINNENLAND. Zutphen, 18 Juli 1890. Door den Majoor Garnizoenscommandant alhier, werd als Reserve-Officier van Gezondheid beëedigd, de heer H. J. Bosch, Arts te Lochem. A.s. Woensdag zal alhier arriveeren het korps Ponteniers, ten einde in vereeniging met de cavalerie uit Deventer en Zutphen oefeningen te houden in het overtrekken van den IJssel. De Generaal Majoor, Chef v.d. Staf, de Generaal Majoors Inspecteurs der Artillerie en Cavalerie zullen de manoeuvres bij wonen. De huzaar Sch. uit dit garnizoen is onder militair geleide naar het provoosthuis te Arnhem overgebracht, ten einde aldaar voor den krijgsraad terecht te staan wegens het verduisteren van gelden. Gisteren avond had de huzaar H., alhier in garnizoen, bij het baden inde nieuwe Zweminrichting aan den Graaf Ottosingel het ongeluk te verdrinken. Geneeskundige hulp werd spoedig verleend, doch men mocht er niet in slagen de levensgeesten van den ongelukkige weder op te wekken. Het monument, dat dezer dagen op het graf van den heer A. M. Dekkers te Apeldoorn werd onthuld, volgens bijzonder daarvoor vervaardigde teekening, is bewerkt inde werkplaats van den heer H. Wegerif, fabrikant in marmer- en hardsteenen aldaar. Was het leven en werken van den afgestorvene ernstig en waardig, zoo ook is de keuze van het monument: een gebroken kolom, op voetstuk dienovereenkomstig, rustende op eene granito grondplaat, het geheel van hardsteen vervaardigd; streng in lijnen en juist in verhouding maakt het geheel een goeden indruk. De somberheid van kleur is weggenomen door het polijsten van verschillende lijstwerken en frontplaten op het piëdestal; inde voorzijde is met gulden letteren gebeiteld: Aan A. M. Dekkers. Zijne dankbare leerlingen van 11 Juni 1866 tot 6 April 1890. terwijl het monument is omsloten door 6 hardsteenzuilen, onderling door ijzeren kettingen verbonden. Warnsveld, 18 Juli. Onder presidium van den heer S. Baron van Nagell, had gisterenavond de aangekondigde bijeenkomst plaats, tot benoeming eener commissie voor een kinderfeest op den verjaardag van H. K. H. Prinses Wilhelmina. Aanvankelijk kon de vergadering niet doorgaan , daar juist omstreeks half 8 een hevige onweersbui dreigde boven ons dorp zich te ontlasten, zoodat eerst te ongeveer 9 uur de bijeenkomst werd geopend. Opnieuw werd het doel daarvan uiteen gezet en na eenige discussi ën, die thans niet zoo uiteen loopend waren a's de vorige keer, werd besloten eene commissie te benoemen, om, ten eerste: telkenjare , zoo wij hopen vele jaren —; op Prinsessedag aan de kinderen die in het dorp Warnsveld de scholen bezoeken een feestte bereiden en ten tweede: door het uitloven van prijzen het schoolverzuim tegen te gaan. Bij de meeste stemmen werden de navolgende heeren tot commissieleden gekozen; voor het dorp: J. M Priems en P. A. de Rochefort; voor Warken: T. Roeterdink en 11. Pelgrum; voor Leesten :J. B. Menkveld en 11. J. Sarink eu voor de Baronsbergen: A. G. Wunderink; terwijl bij acclamatie werden benoemd tot Eere-Voorzitter: onze Burgemeester de heer S. A. K. Baron van Nagell; tot Voorzitter: de heer B. F. W. Baron van Westerholt van Hackfort en tot Secretaris-Penningmeester: de heer J. van Amstel. Daarna werd de vergadering gesloten. Brammen, 18 Juli. Het onweder, dat zich gisteren boven de gemeente ontlastte, werd voorafgegaan dooreen hevige windhoos; overal waar zij voorbijtrok geleek het luchtruim een dikke stofwolk, zoodat men elkander op :korten afstand bijna niet kon onderscheiden en men soms moeite had om staande te blijven. Dikke takken werden uit de hoornen geslingerd en bij den landbouwer B. stortte de arbeider D. vaneen hooimijt waardoor hij op twee plaatsen een been brak. Het onweder, dat daarop volgde, was van weinig beteekenis en trok spoedig voorbij. Twello, 18 Juli. Gisteren avond ontlastte zich hier eene vreeselijke onweersbui, die dan ook hare offers eischte. Bij V. van Spiegel is een stuk van de schoorsteen geslagen, twee gaten in het dak, en het plafond en behangsel verscheurd, zonder echter brand te veroorzaken. Bij L. A. de Haan is een peppelenboom getroffen en in Terwolde de boerderij van de wed. Schuring ; het huis is geheel inde asch gelegd; de geheele inboedel waaronder 4 kalveren is verbrand. 2 schuren, 1 berg en 1 bakhuis zijn behouden gebleven. Laren, 11 Juli. Gisteren avond om 8 uur ontlastte zich hier eene zware donderbui, vergezeld van wind en veel regen. Weldra zag men op eenigen afstand zware rookkolommen opstijgen. Naar we vernemen was de bliksem geslagen inde schuur van den landbouwer H. KI. Lebbink inde buurtschap Harfsen. Negen varkens en een kalf zijnde prooi der vlammen geworden. Zclliem, 18 Juli. De .molenaar Molekamp alhier had gisterenvoormiddag terwijl hij op zijn molen werkzaam was het ongeluk met zijn linkerhand tusschen eender steenen beklemd te geraken, waardoor deze vrij ernstig gekneusd werd. Dr. Huber Nood te Doetinchem, die alhier inden laatsten tijd bijna dagelijks practiseert, verleende reeds spoedig heelkundige hulp. Gisteren avond te ongeveer acht uren trok over dit dorp een hevig onweder vergezeld van veel wind en weinig regen- Yan ongelukken hoorden wij gelukkig tot heden niets. IVijlie, 17 Juli. Heden avond te 8 uur ongeveer ontlastte zich boven deze streek een hevig onweder. Op den toren kon men op drie plaatsen brand ontdekken : twee inde richting van Apeldoorn en één in die van Raalte. Inde laatste dagen is de schors in deze streken vlug verhandeld voor p.m. f 4 de mud of 65 kilo’s, terw 1 het Deventer bosjeshout vlug voor f 7 è, f 7,50 por vim (104 bos) van de hand ging. Groenlo, 17 Juli. Eender arbeiders van de leerlooierij der firma Oosterholt Wiegerink & Co. alhier had dezer dagen het ongeluk met sijn hand tusschen een walsmachine beklemd te geraken, tengevolge waarvan de linkerduim werd verbrijzeld. Wiuterswijk, 18 Juli. Naar men ons mededeelt zijn er reeds een paar malen pogingen gedaan om eene halte te verkrijgen te Meddo, ter plaatse waar de Lokaalspoorweg den rijksgrintweg naar Groenlo snijdt. Ook op het desbetreffende verzoek van den heer J. B. Overkamp te Meddo is echter door den Inspecteur voor de Lokaalspoorwegen afwijzend beschikt. Dit is zeker te betreuren, omdat aan de vestiging dier halte geen overwegende geldelijke bezwaren verbonden zijn en hierdoor ongetwijfeld het verkeer en het marktbezoek te dezer plaatse zou bevorderd worden. Wij meenen, dat dooreen ingezetene dezer gemeente bovendien voor eene zekere jaarlijksche opbrengst werd gegarandeerd. Goor, 17 Juli. Inde gisteren gehouden Raadsvergadering werd aan de Commissie voor het schoolfeest eene bijdrage van f 120 verleend. De jaarwedde voor dente benoemen onderwijzer met hoofdacte waarover inde vorige vergadering de stemmen staakten werd bepaald op f 600. Ten slotte werd de Gemeente-refecning over 1889 aangeboden tot een bedrag van f 35502.61 VS in ontvangst en f 34203.18 in uitgaaf en aldus met een voordeelig saldo van f 1299.43V5. De gasfabriek werkte in 1889 met een uitgaaf van + 10150, ongunstig. Het vele gasverlies, wegens de slechte sluiting der nieuw aangelegde hoofdbuis, bracht het zijne daartoe bij. Het verlies is van dien aard, dat reeds een paar waterpompen door het gas werden bedorven en het Gemeente-bestuur wel spoedig de handen aan ’t werk zal moeten doen slaan, om deze schadelijke werking te stuiten. De Steeg, 17 Juli. De machinist van den tram die heden avond om 6.45 van hier naar Yelp vertrok, had bij den weg naar het dorp Rheden het ongeluk een paard van den heer C. Goedvriend alhier, hetwelk voor een kar met hooi was gespannen, te overrijden. Het dier bleef op de plaatsdood, terwijl de knecht er met den schrik afkwam. De machine van den tram die niet derailleerde, bekwam zeer geringe schade. Arnhem, 17 Juli. Door de Kiesvereeniging „Arnhem" zijn tot voorloopige candidaten voor het lidmaatschap der Tweede Kamer gesteld de heeren H. Tindal, W. Rooseboom en H. J. Cordes, de laatste wethouder van financiën te Arnhem. De Kamer van Koophandel eD Fabrieken alhier heeft besloten het adres der Kamer te Utrecht aan de Tweede Kamer, waarin wordt aangedrongen op verlaging van het plaatselijk briefport met 2Vs cent, te ondersteunen. ---