Advertentie -Oeae (JOLKAM verschijnt dagelijks uii gesonderd Zon.- en Feestdagen. Adverteiitièi. en ingezonden stukken weiden ingewacht tot ’a middags 1 uur aan bet bureau van uitgave. Abonnementsprijs: / 1,50 per 3 maanden, franco per post /1,871/*, afzonderlijke nummers 5 cent. Advertentieprijs: I—4 regel f 0,60. Elke regel meer 15 cent, voor het buitenland '3O cent. Groote letters naar plaatsruimte. --- BINNENLAND. Zutphen, 25 Augustus 1890. Het was een echte Auguitus-ver gaderusg, die heden middag door onzevroed: schap «werd gehouden. Allerlei officiëele formaliteiten, (waaronder :hoofdzakelijk de indiening der begrootingen) moesten worden afgedaan voordat wede Septembermaand intreden. De gemeente begrooting voor 1891 wijst in ontvangsten en uitgaven een cijfer aan van f 337369,05. De begrooting der d.d. schutterij dienst ’9l een cijfer van f 1905,20. Op de voordracht aan den Commissaris des Konings voor het College van zetters werden geplaatst de heeren Ch. M. Henny, H. Ketjen en H. Bevelman Czn.; terwijl als plaatsvervangers werden voorgedragen de hee-Teiri jiBen' G. J. Gbxrsen en H J. Wij era. • j°f “en Engelberts werden aan het emd der vergadering eenige inlichtingen gevraagd omtrent den toestand van de volks zwem- en badinrichting aan den Graaf Ottoaingel, naar aanleiding van het ongeluk dat -daar heeft plaats gehad met een huzaar. Uit de informatiën van den burgemeester bleek, dat de badmeester zwemmen kan, dat de toestand van de inrichting volstrekt niet .zoo is, dat zij in gewone omstandigheden gevaar voor de gebruikers oplevert en dat het bedoelde ongeluk geheel en al aan een toeval is te wijten. Door de statistiek van het bezoek, die de burgemeester gaf, bleek dat er eendruk gebruik van de inrichting wordt gemaakt. Zaterdag deden wij eene opgave van de medailles die uitgeloofd zijn ter gelegenheid onzer Landbouwtentoonstelling. Nog werden geschonken: Een verguld zilveren medaille door B. F. W. Baron van Westerholt van Hackfort te Warnsveld en zilveren medailles door: De afdeeling «Kampen en Omstreken" der G- O. Mij. van Landbouw; de afdeeling «Winterswijk" der G. O. Mij. van Landbouw; W. C. Baron van Pal landt van Neerijnen te Neerijnen; B. F. W. Baron van Westerholt van Hackfort te Warnsveld. Onze stad begint zich in feestdos te hullen; de toebereidselen voor de Tentoonstelling naderen hunne voltooiing; het feestterrein begint er allergezelligst uitte zien en inde Buiten-Societeit is een flink plancher gelegd om de danslustigen te gerieven en hen inde gelegenheid te stellen om ~champêtre“ te dansen. Als nu het weer zich maar trouw houdt dan twijfelen we niet of Woensdag en Donderdag stroomen de bewoners der Graafschap inde aloude hoofdrad Zutphen samen. De heer Joh. L. Yleeming, Leeraar in het Handteekenen a/d H. B. S. alhier, heeft het plan gevormd om, bij genoegzame deelneming, een practischen en theoretisohen Cursus in het elementair teekenen te geven, uitsluitend voor hoofden van scholen. De Cursus zal een half jaar duren 11/»l1/» uur per week en geheel de belangen der lagere school op het oog hebben. De Schoolopziener in het district Zutphen heeft terecht dezen Cursus sterk aanbevolen aan die hoofden, welke weinig of geen teekenonderwijs hebben genoten. Moge menigeen lust gevoelen van deze gelegenheid gebruik te maken! Men schrijft ons uit den Haag: Midden Augustus en dan voortdurende regen met een temperatuur van nog geen 60 gr. Fahrenheit men behoeft nog geen aan-Jeg voor mopperaar te hebben om er vanuit t humeur te geraken. Het meest zijn te beklagen de reizigers, die eigen haardstede nebben verlaten om inden vreemde te gemeten van de heerlijke natuur en heerlijke lucht. Um zich daarvan te overtuigen behoeft men slechts op een guren dag als van daag (Zaterdag) inden morgen naar Scheveningen te gaan. Denk niet dat het strand verlaten is. Hagenaars vindt gij er weinig die hebben den jtijd betere dagen af te wachten maar des temeer badgasten uit alle oorden van de wereld, en voornamelijk uit Duitschland en Oostenrijk. In lange rijen naast elkaar geschaard ziet ge honderden badstoelen, van achteren alle voorzien met de reclame: Blookers cacao. In die groote stoelen verscholen zitten dames en heeren, maar dames het meest, zich te vervelen en onmogelijke pogingen aan te wenden om zich tegen koude, wind en regen zooveel mogelijk te beschutten. Moedeloos en teleurgesteld ziet men hen onophoudelijk staren naar den horizon als de plaats vanwaar toch eindelijk de verandering zal moeten komen- De saaiheid ligt dezen menschen op ’t gezicht te lezen. Komt men op een mooien dag, dan is allesleven en opgewektheid wat men ziet, dan hoort men geanimeerde discoursen afbreken door gullen schaterlach en zoete jokkernij, dan oefent" de frissche zeelucht ook op de gemoederen een verfrisschenden invloed uit Maar zoodra de zon zich verbergt achter de wolken en de regen zich vermengt met de verf van Blookers cacao, verandert alles van gedaante, wordt het er doodsch en stil, en als dat een paar dagen aanhoudt, krijgt het strand veel van een kerkhof, waaruit de badstoelen omhoog steken als opeengehoopte grafmonumenten. Toch moet het al heel erg loopen als de natgeregende stoelen ledig blijven staan. Men is nu eenmaal in Scheveningen om van de zeelucht te profiteeren en laat zich nog liever verkleumen en verwaaien dan op de duffe hotelkamers te gaan zitten. Ondertusschen is pleizier hebben toch anders. Laatst las ik ineen Duitsche courant: Er wordt tegenwoordig niet gereisd om te reizen maar om gereisd te hebben. Wordt daarmede bedoeld dat men later, in huis teruggekeerd, nog kon teren op de aangename herinneringen, of zou bedoeld zijn dat velen alleen gaan reizen om er later tegenover kennissen en vrienden op te kunnen bluffen? Dit is zeker, dat reizen meer en meer een modeartikel is geworden, hetwelk velen huisvaders veel zorg baart. Het moge waar zijn, dat vele Engelschen des zomers naar het continent gaan om in goedkoope pensions hun financiën weer een weinig te restaureeren, voor de meeste Hollanders heeft het dien goeden kant niet en is het integendeel een zeer duur amusement. Maar den geheelen zomer tehuis blijven dat staat toch ook zoo commun. Alle goede vrienden die het maar eenigszins doen kunnen, gaan immers naar buiten. Die zegt dit jaar geen lust voor reizen te hebben wordt niet geloofd. Den Haag is.een heerlijke stad, een van de mooiste steden van Europa zells, vooral inden zomer door duizenden vreemdelingen bezocht; maar toch loopen de meer of min gefortuneerde Hagenaars er nog harder uit dan de vreemdelingen er in komen. Waar gij ook reist, in Noord of Zuid, Hagenaars vindt ge er altijd. Trouwens, onze natie is zeker wel de meest reislustige van allen. Er was eens een Hollander, dien het begon te vervelen overal landgenooten te ontmoeten. Dit jaar reisde hij naar de binnenlanden van Afrika, waar hij meende zijne moedertaal wel niet meer te zullen hooren. Hij kwam o. a. ineen stadje inde buurt van de Sahara; —hij ging dineren aan de table d’ hóte en . . . van de vijf De vacantietijd spoedt echter alwéér te einde en dagelijks brengen de sporen nu honderden reizigers terug. Over drie weken begint ook de politieke campagne alweer. Aan werk zal het den Hoogmogenden voorloopig niet ontbreken. Yoorloopig zal men wel geruimen tijd inde secties gaan, want behalve Indische en Staatsbegrooting moeten nog tal van ander belangrijke wetsontwerpen inde afdeelingen worden onderzocht, zooals delegerwet, de vaccinatiewet, en de thans ingekomen belastingwetten. Dezer dagen zijn ook uitgekomen de uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den Landbouw in Nederland, ingesteld door de Landbouwcommissie, benoemd bij Kon. Besluit van 10 Sept. 1886. Die uitkomsten bevatten vier dikke deelen; en toch heeft het onderzoek nog niet geloopen over alle gemeenten, maar slechts over ruim honderd tijpen gemeenten. Het belangrijkste is ongetwvfeld het vierde deel, waarin de commissie (voorzitter is zooals gij weet mr. C. J. Sickesz) een overzicht geeft van de verschillende toestanden en aantoont langs welken weg verbetering is aan te brengen. Blijkbaar is aan deze Enquête veel arbeid besteed, maar de conclusien , waartoe de commissie komt, zijn weinig opwekkend. Over ’t algemeen, zijnde toestanden zeer ongunstig bevonden , en de commissie erkent, dat van staatswege betrekkelijk weinig kan worden| gedaan om daarin verbetering te brengen. Later hoop ik nog wel gelegenheid te hebben op het belangrijk rapport terug te komen. Op ’t adres van eenige ingezet enen van Gelselaar om aldaar een hulpkantoor der posterijen te vestigen, is door den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid afwijzend beschikt. Yr ij dagavond omstreeks 10 uur werd door de rijksveldwachters E. J. Evers en D. Bieshaar en de onbezoldigde gemeenteveldwachters G. Kamphuis en E. Zweekhorst allen wonende inde gem. Epe, op het gebied der jachtovertreding eene mooie aanhaling gedaan. Ze mochten namelijk het genoegen smaken na verscheidene avonden te vergeefs te hebben gesurveilleerd, in het Emsterbroek de bij de politie als brutale stroopers bekend staande personen G. N. en A. B op heeterdaad te betrappen terwijl zij met een bij de jachtwet verboden net patrijzen wilden vangen. Er ontstond eene worsteling tusschen den veldwachter E. en den strooper N. waarbij beiden in eene vrij diepe sloot terecht kwamen, doch E. slaagde er in om N. het tiras te ontnemen. Daar zulke bekeuringen zeer zelden voorkomen , komt den ijverigen ambtenaren wel een woord van lof toe. Onder begunstiging van goed weer, had gisteren aan de „Dollehoed" een schietwedstrijd plaats van de scherpschuttersvereeniging Gorssel—Lochem—Laren. Op de personeele baan werden in 5 schoten behaald: dele prijs, door van Heeckeren van Brand senburg met 52 punten, 2e pr., door H. Hietbrink met 50 p., Be p., door J. v.d. Heij (Gorssel) met 50 p., 4e pr., door Kromdijk (Gorssel) met 49 p., 5e pr., Elbrink (Gorssel) met 49 p-, 6e pr., door R. Roelofsen (Gorssel) met 48 p., 7e pr., door Bruggeman (Gorssel) met 48 p., 8e pr., door Berenpas (Gorssel met 48 p., 9e pr., door H. Kloosterboer (Lochem) met 47 p., 10e pr., door Dommerholt (Gorssel) met 47 p., 11e pr., door L. Lenselink (Laren) met 46 p., 12e pr, door A. J. v.d. Schrieck (Lochem) met 45 p., 18e pr., door H. J. Brokken (Lochem) met 42“p., 14e pr., door Brokken (Gorssel met 42 p. Op de vrije baan werden in 3 schoten op 100 pas behaald: le prijs door Wunderink uit Gorssel met 34 punten, 2e pr. door G- J. Meutstege uit Lochem met 34 p., 3e pr. door v. Heeckeren van Brandsenburg uit Gorssel met 33 p., 4e pr. door H. J. Brokken uit Lochem met 33 p., 5e pr. door A. v.d. Riet uit Lochem met 33 p-, 6e pr. door Dommerholt uit Gorssel met 33 p., 7e pr. door Kromdijk uit Gorssel met 33 p. Tegen het einde kwam de muziekvereeniging Aeolus het feest opluisteren, die na eerst bij de prijsuitdeeling hare opwekkende tonen te hebben doen hooren, eene uitvoering aan de Dollehoed gaf Tot leden van het hoofdbestuur werden nog gekozen: M. baron van Pallandt te Lochem als voorzitter, J. van der Meij te Gorssel als ondervoorzitter, W. van der Meij te Gorssel als penningmeester en B. J. Kamperman te Lochem als secretaris. De Commissaris des Konings in de provincie Gelderland, Mr. J. H. M. baron Mollerus van Westkerke, is van zijn buitenlandsche reis te Arnhem teruggekomen. Heden morgen half tien brand de dooreen tot heden onbekende oorzaak te Wehl, het huis van den kleermaker A. Esselink totaal af; door het sterk toenemen der vlammen viel aan blusschen niet te denken, de levende, haven en eenig huisraad werd gered, alleswas verzekerd. Vrijdagavond te ruim elf uren is te Üodewaard (Neder-Betuwe) ineen huis van den heer G. M. Ramondt bewoond door den kleermaker M. van Welie brand ontstaan. Het huis is totaal verbrand en van den inboedel is bijna niets gered. De brand is ont staan door het omvallen vaneen brandende petroleumlamp. Alleswas verzekerd- Eergisterenavond te ongeveer 6 uren werd door eenige lief hebbers der zwem kunst een zwemtocht ondernomen, die werkelijk een van de „lange baan" mag worden geheeten. Een vijftal leden der Arnhemsche Zwemclub, vergezeld dooreen roeiboot, met andere leden der club bemand, zouden van het rivierbad uit naar de Westerbouwing zwemmen, of althans zoover den Rijn af als hunne krachten toelieten. Drie hunner, de heeren Jos. Cattie Jr., J. M. II- en W. Gerritsen zwommen onafgebroken door naar genoemde aanlegplaats inden tijd van ongeveer 1 uur en 10 minuten en kwamen , inde volgorde van de namen hier boven, ter bestemde plaatse aan. De twee andere heeren voerden hun plan slechts uit tot aan de Rosande-spoorbrug, waar zij zich inde boot begaven en zich aankleedden. De temperatuur van het water was 161/»0 R., dus in alle opzichten geschikt voor zoo’n tocht. Na zich gekleed te hebben, wandelden de drie genoemde léden der Arnhemsche Zwemclub een kwartier in flinken pas op en neer, ter verlevendiging van den bloedsomloop, om per stoomboot Westerbouwing zich huiswaarts te begeven. Dergelijke tochten hebben voorzeker een groot nut, omdat zij echt practisch zelfvertrouwen opwekken en toonen dat men het „verraderlijke element" meester is- Voor zoover ons bekend, is het de eerste maal dat een zoodanige afstand in ons land gezwommen wordt. Dieren, 23 Aug. Inden ouderdom van 62 jaar ia alhier overleden de heer A. Everts, sedert 1861 notaiia alhier. De overledene was zoowel in zijne woonplaats als inden omtrek algemeen geacht en bemind. Doetinchem' 25 Aug. Bij den chefmachinist van Mechelen, is gisteren komen aanvlienen een postduif gemerkt „Snelpost Breua“, No. 13 op de eene en de cijfers 1—2—3 onder elkander op de andere vleugel. Winterswijk, 24 Aug. In do heden voormiddag gehouden godsdienstoefening der Ned. Herv. Gemeente alhier, maakte haar herder en voorganger, de Weleerwaarde heer G. W. Heesen, bekend, dat hij had bedankt voor het beroep naar Hardegarijp. Met innige blijdschap zal deze mededeeling zeker door de geheele gemeente worden ontvangen. --- feuilleton SCHEMERLICHT. hertelling VAN TELMANN. 'Onder het geblaf u ... 'hunne ketting stuk honden , die bijna Holsteiner rijtuig de sLvJeed-i 660 ■van het hek door, dat •welvarende landelijke bezittinf ö f tot eene Uit dit rijtuig stapte, zoodra' het huis be. ■reikt was, een man zoo ongeveer midden inde dertig, met ,eendoor de zon gebruind gelaat, omlijst dooreen zwaren -blonden baard. Ernst stond op zijne trekken te lezen, die zelfs eemgszins naar het sombere overhelde, doch hij begon er wat vrooljjker uitte zien, toen een oud heer gekleed ineen kort jachtbuis en niet hooge laarzen aan, hem van detiappender veranda tegemoet kwam. Het gansche voorkomen van dien laatste, dat vaneen krachtig zelfbewustzijn sprak, deed hem reeds terstond kennen als den man, die zich op zijn eigen grond bewoog en daar den pas aangekomen gast welkom heette. „Nu, dat is braaf" riep hij met eene -zware stem den aangekomene toe, wiens slanke vingers hij bijna tusschen zijne groote bruine vuisten dreigde te vermorselen, „dat is nu flink, beste jongen, dat gij je familie op de terugreis, nog eens komt opzoeken. Ge ziet er ferm uit. Daar ginds in het zuiden , zal de zon allengs wel wat al te warm zijn geworden, nietwaar? Nu, hier in het noorden, wonen ook nog lui, zooals ge ziet die het goed met je meenen, en bij wie gij, evenals in vroeger dagen, van harte welkom zijt. De vrouwen zijn ’t inden grond der zaak niet waard, dat men zich om harentwil de levensvreugde zou doen ontnemen.— Ja“, zoo viel hij zichzelf inde rede, bromde iets in zijn grijzen baard, schraapte wat in zijn keel en ging toen voort: „kom nu in huis, mijn jongen. Gij krijgt weer je oude kamer, waar gij als gymnasiast je verblijf hadt opgeslagen , en waar gij als student, en later als geleerde zoo dilwijls logeerdet. Suze heeft daar alles weer in orde gemaakt, zooals gij het vroeger hadt. Zoodra gij het je gemakkelijk gemaakt hebt; kom dan beneden eir wij zullen het reisstof wegspoelen met wat rooden baai ik heb eeuwig lekkeren Larose, weet ge en dan spreken wij na zoo angen tijd weer eens een verstandig woord met elkaar. Gij weet toch nog wel den weg in huis?" Hit laatste vroeg hij omdat de gast, die zijn grijzen reishoed van de blonde haren gelicht had, aarzelend op de trap der veranda staan bleef. „Eerst zou ik Suzanne nog wel gaarne willen begroeten," zeide hij. De oude man lachte zeer vergenoegd in zichzelf. „Ja, ziet gij, mijn jongen, die is als onze huisklok. Zij heeft haar dag van uur tot uur afgedeeld dat zult gij je nog Wel herinneren en aan dat alles mag geen titteltje veranderd worden. Heeft zij nu op het uur dat gij hier zijt aangekomen, iets anders te doen, dat natuurlijk voor geen geld ter wereld mag uitgesteld worden dan kan zij je onmogelijk komen begroeten; daar is nu eenmaal niets aan te doen." Achter inde kamer, die men van de veranda uit, betrad, liet zich nu plotseling eene heldere, welluidende vrouwenstem hooren, die den ouden heer toeriep: „Wilt gij mij wel eens niet zoo belasteren, vader!“ en toen zich tot den nieuw aangekomene wendende, vervolgde: „hartelijk welkom, Victor! Zooals vader het voorstelt, is het nu niet. Ik heb je echter liever eerst hier goedendag willen zeggen, dan bij de trap van de veranda, zeidaar alles." Hare stem klonk hem vertrouwelijk in het oor, zooals het slaan der torenklok van de kleine dorpskerk. Hij hield hare hand, die zij hem had toegereikt, lang inde zijne en zag haar bij het halfdonker, dat daar achter inde kamer heerschte, met een weemoedig doordringenden blik aan. Ja, het waren nog altijd dezelfde eenvoudige rustige trekken van vroeger mooi waren zij nooit geweest, zelfs niet eens regelmatig, maar er lag zooveel goedheid, zooveel helderheid, zooveel degelijkheid in, dat zij wel tot het hart moesten spreken. Voor die blauwe, groote, zachte oogen moest al het leelijke en lage de vlucht nemen. Zoo had hij haar alt jd gezien en gekend , zoo was zij altoos dezelfde gebleven sinds den tijd, dat het lot haar hare moeder ontnomen had, toen zij nauwelijks de kinderschoenen ontwassen was: de goede zorg voor vader en broeder, de ijverige, werkzame huishoudster, de• vertrouwde raadgeefster voor jong en oud in bet geheele dorp. Voor Victor zelven was zij al den tijd , dat hij zijne jeugdige jaren in deze woning had doorgebracht, de beste, verstandigste vriendin geweest, en zou wellicht meer voor hem zijn geworden, wanneer er niet eene andere tusschenbeide gekomen ware, eene andere, die hem ongelukkig gemaakt, ja inden bloei van zijn leven geknakt had . . . „Gij zijt geheel de oude gebleven, Suzanne", sprak hij kalm, • zonder hare hand los te laten , maar toch stond hij peinzend, eenigszins verbaasd, alsof hij uiteen droom ontwaakte, tegenover haar. „Zeker" antwoordde zij even bedaard, „en ik zoude zeggen, dat ik daar wel dankbaar voor zijn moest, niet waar ? Het zal toch zoo lang niet meer duren of ik ben in letterlijken zin „de oude" geworden. De eerste grijze haartjes beginnen reeds te komen “ (Wordt vervolgd.,) ---