BUITENLAND. ALGEMEEN OVERZICHT. Frankrijk is het wederom, dat inde afgeloopen week veel van zich heeft doen spreken. Eindigden wij ons vorig overzicht met eene korte vermelding van de opschudding door Laguerre inde Kamer teweeggebracht naar aanleiding der interpellatie van Le Hérissé over het voorgevallene te Angoulème en spraken wij daarbij de verwachting uit, dat het niet minder rumoerig in dit lichaam zoude toegaan als het vroeger reeds ingediende voorstel van Loffin, ter bestrijding van eene meervoudige candidatuur, dat rechtstreeks tegen Boulanger gericht is, aan de orde kwam, zoo is deze veronderstelling althans niet geheel en al gelogenstraft. Zooals bekend is hadden de vrienden van den generaal het voornemen om dezen zooveel mogelijk in alle departementen candidaat te doen stellen, teneinde het op die wijze te doen voorkomen alsof hij de uitverkorene van geheel Frankrijk was. Dit plan nu moest door de aanneming van het voorstel-Loffin verijdeld worden. De heer Viètte diende het Zaterdag opnieuw in, er de verscherping aan toevoegende, dat wie zijne candidatuur in meer dan éen district stelt, eene boete van 10,000 frs zal beloopen. Om het voorstel ineen bespottelijk licht te plaatsen, deed nu Le Hérissé, de bekende Boulangist, een tegenvoorstel en wel, om te verbieden, dat Boulanger zich ergens candidaat zou stellen. De Kamer begroette het met gelach, waardoor Le Hérissé geprikkeld werd om een van die beleedigende redevoeringen te houden, zooals men gewoon is deze van de zijde der Boulangisten te vernemen. Te midden van het daardoor ontstaan tumult werd de censuur met de daaraan verbonden tijdelijke uitsluiting op dien spreker toegepast, terwijl de voorzitter de zitting schorste. Le Hérissé, die' altijd op de tribune gebleven was, werd gelast om zich te verwijderen ; daar hij weigerde, verscheen de commandant van het paleis aan het hoofd vaneen peleton inde vergaderzaal, beklom de tribune en herhaalde den eisch van den voorzitter. Le Hérissé verklaarde echter dat hij alleen voor geweld wilde wijken. De kolonel legde nu de hand op zijn schouder, waarop de tegenstrevende afgevaardigde hem volgde. De geschorste zitting werd te 3 uur weder geopend. De geheele wet werd met 304 tegen 229 stemmen aangenomen. Den vorigen dag was, althans wat het eerste artikel betreft, de amnestiewet zóo aangenomen als de regeering haar had voorgèsteld. De strijd inde Kamer liep over de vraag of inde amnestie ook zouden begrepen zijnde moordenaars van den ingenieur Watrin, Cyvoct, die veroordeeld was wegens het aanhitsen tot daden van geweld, en zij die gevonnisd waren wegens laster en hoon. Camille Pelletan drong namens de commissie van rapporteurs te vergeefs er op aan, dat deze wet zoo ruim mogelijk mocht toegepast worden. Zonderling, zegt Francis Magnard inde Figaro, dat men juist de wegens laster veroordeelden uitzondert. Wie hoont men inden laatsten tijd? De republikeinen, die aan de regeering zijn. Zoo is de eenige misdaad, die van de vrijstelling van straf uitsluit, die vaneen kamerlid of minister na te zijn gekomen. Deze gevoeligheid is prijzenswaardig, laster is een afschuwelijk bedrijf en in alle partijen heeft men er een ruim gebruik van gemaakt, maar toch, men was minder gevoelig, toen de ministers nog niet zoo verdacht werden als thans. Ten onrechte verdacht: dit spreekt van zelf. Doch hoe ver zijn we van den tijd, toen het spreekwoord zeide, dat zelfs de vrouw van Caesar tegen verdenking moet gevrijwaard zijn. Juist thans bij den grooten strijd, die de republiek tegen hare tegenstanders zal hebben te voeren, ware een ministerie gewenscht, verblindend door eerlijkheid en waarin niemand eene kwetsbare plek bloot liet voor beschuldigingen, klaarblijkelijk overdreven, maar toch berustende op eene minder aangename waarschijnlijkheid. Ook het Journal des Débats is met deze wet al zeer weinig ingenomen. Dit blad meent dat zij de monarchale zeden weder zal doen herleven. Het beschouwt de amnestie, gelijk deze thans is voorgesteld, als eene zaak van willekeur en partijzucht, waarbij onderscheid wordt gemaakt tusschen vrienden en tegenstanders. Deze amnestie voor drukpersdelicten, zoo eindigt dit blad, op een oogenblik dat ieder de buitensporigheden der pers betreurt; voor verkiezingsdelicten nu de algemeene verkiezingen voor de deur staan; voor onder het gemeene recht vallende misdaden, voortgevloeid uit politieke hartstochten, ineen tijd dat de revolver inde vergaderzaal der kamer zich begint te vertoonen zij is onverklaarbaar, en wij hopen, dat de Senaat met eene dergelijke ongerijmdheid zich niet vereenigen zal. Deze hoop van het Journal des Débats is echter niet geheel in vervulling overgegaan. Maandag zijnde kamers eindelijk, waarschijnlijk tot verlichting van het gansche land, uiteengegaan. Had de geheele zittingperiode zich echter gekenmerkt door groote rumoerigheid, zoo zoude een kalm slot daarmede weinig in ovegeenstemming geweest zijn. Het einde heeft dan ook aan het doorgaand karakter der afgeloopen zittingen beantwoord. Nadat de Kamer een eerste jaarlijksch crediet van 3 millioen frcs voor de verdediging der oorlogshavens toegestaan en de geheele staatsbegrooting met 363 tegen 63 stemmen goedgekeurd had, werd den minister van marine, admiraal Krantz, nog een buitengewoon crediet van 58 milliöen frcs toegestaan voor den bouw van pantserschepen en torpedo’s. In eene avondzitting keurde zij nog het voorstel goed om de opbrengst van den verkoop der kroonjuweelen te doen strekken als bijdrage voor de oprichting van de Caisse des Invalides du travail, evenals de amnestiewet inden door den Senaat gewijzigden vorm, waarop de voorzitter de zitting voor gesloten verklaarde. Dit alles ging rustig in zijn werk, maar aldus geschiedde het niet inde slotzitting van den Senaat. Deze zoude Maandagavond ook nog eene zitting gehouden hebben, om de begrooting geheel af te doen. Die, zitting ging echter niet door, omdat inde Kamer van afgevaardigden ~ gelijk uit eene telefonische mededeeling was gebleken, het decreet tot sluiting reeds was voorgelezen. De commissie voor de begrooting weigerde nu hare werkzaamheden voort te zetten, in weerwil dat de minister-president daarop had aangedrongen. De ondervoorzitter van den Senaat, de heer Humbert, was van oordeel dat de beraadsla gingen niet konden doorgaan, waarop de minister-president tegen deze meening protest aanteekende. De voorzitter ontnam hem het woord en weigerde allen om nog iets in het midden te brengen, er bijvoegende: in deze vergadering heb ik de hoede over de constitutie. Eindelijk liet hij het sluitingsdecreet voorlezen. Admiraal Krantz, wiens aangevraagd crediet nu door den Senaat niet goedgekeurd kon worden, zal dus op zijn 58 millioen nog eenigen tijd moeten wachten. Dit zal hem echter waarschijnlijk niet beletten, de door hem noodig geachte werken te ondernemen. Magnard , de hoofdredacteur van de Figaro, heeft op de gesloten Kamer eene lijkrede gehouden. Volgens hem heeft zij niets nagelaten dan verkiezingsmanoeuvres en gelegenheidswetjes. Toch zal zij beroemd blijven, omdat zij haars ondanks er in geslaagd is den conservatieven geest op te wekken in kringen, waar de demagogie voor altijd hare distelen en onkruid scheen te hebben geplant. De conservatieven mogen haar dankbaar zijn, want zij heeft achtereenvolgens van elk der republikeinsche groepen de onbekwaamheid tot regeeren bewezen; zij heeft de republiek in hooge mate gecompromitteerd. Hij eindigt met den wensch, dat het in de nieuwe Kamer ordelijker en fatsoenlijker moge toegaan, en dat de minderheden tot andere middelen dan spektakel maken de toevlucht mogen nemen om hunne rechten te doen gelden en hunne waardigheid te verdedigen. Met dien wensch zal de groote meerderheid van Frankrijk zich zeker wel vereenigen. De grootste onrust werd echter steeds door de Boulangisten in het leven geroepen. De vraag is of het hun goed zal gedaan hebben met het oog op de aanstaande verkiezingen ? Aan pogingen van de zijde der republikeinen om Boulanger onmogelijk te maken, ontbreekt het zeker niet. Zoo is dezer dagen de conclusie van de kamer van beschuldiging , evenals de acte van beschuldiging, zoowel hem als zijnen medeplichtigen Dillon enßochefort, thuis gezonden. In dit laatste stuk wordt aan Boulanger als hoofdschuldige en aan Rochefort en Dillon als zijne medestanders samenspanning en aanslag op de veiligheid van den staat ten laste gelegd. Eerstgenoemde alleen wordt beschuldigd van verduistering van staatsgelden. Daar evenwel de aangeklaagden zich buitenslands bevinden en waarschijnlijk wel niet zullen terugkeeren om verhoord te worden, zal er volgens de hierop betrekking hebbende bepalingen , nog wel eenige tijd moeten verloopen eer deze zaak definitief in behandeling kan komen. De herinnering aan de inneming van de Bastille is Zondag rustiger afgeloopen dan men zich had durven voorstellen. Onder hevige slagregens begonnen, had toch de groote wapenschouwing, de aantrekkelijkheid van den dag, omstreeks te drie uren plaats. Tot inden ochtenstond werd er op straat gedanst. De Boulangisten hebben zich bij die gelegenheid evenwel weder niet onbetuigd gelaten. Paul Déroulède, Laguerre en een hoop hunner aanhangers riepen op de Place de la Concorde voor het standbeeld van Straatsburg: „Leve Boulanger! Leve de Ligue!“ Eerstgenoemde wilde een krans neerleggen aan den voet van het standbeeld en daarbij eene rede houden, hetgeen hem evenwel dooreen commissaris van politie belet werd. „Daar ik niet spreken mag,“ zeide hij, „zoo roep ik: „Leve Boulanger !“ waarop hij door den commissaris aangegrepen werd. De manifesteerenden wisten hem evenwel te bevrijden. De commissaris werd mishandeld. De Boulangisten begaven zich nu naar het bureau der Presse, waar mani festatiën ten gunste van Boulanger, Paul Déroulède en Laguerre plaats vonden, tot de politie de menigte uiteen dreef. De XIX Siècle maakte later nog melding van ongeregeldheden, welke op het Gperaplein zijn voorgevallen. Moesten wij om alles wat er inde afgeloopen week, in Frankrijk is voorgevallen, aan dit land'in ons overzicht het leeuwendeel toekennen, zoo wordt het thans tijd om nog een blik te werpen op de voornaamste gebeurtenissen, die elders plaats vonden. De spanning tusschen Duitschland en Zwitserland tengevolge van de zaak Wohlgemuth, die gaandeweg geheel van karakter veranderd is, wordt nu ook lastig voor de reizigers, die uit Zwitserland in Duitschland komen , daar deze door de douanen aan de grenzen zeer streng onderzocht worden. Zelfs kleine pakjes en brieven zijn daaraan onderworpen. Over deze kleingeestige wraakneming tegen Zwitserland, zegt de Foss. Zeitung terecht: „men graaft tegenwoordig kanalen, men steekt de Alpen door en laat bliksemtreinen loopen, om het verkeerder volken te bevorderen. En dan trekt men douanemuren op en stelt wachters aan, die het verkeer belemmeren." Gelukkig dat zich teekenen voordoen, die het vooruitzicht geven, dat aan deze kleingeestigheid weldra een einde zal komen. Door den Zwitserschen Bondsraad is den vorigen Zondag een antwoord op de dreigende nota van Duitschland verzonden, waarin op afdoende wijze wordt aangetoond dat Wohl gemuth over de grenzen gezet is, omdat hij in Zwitserland onlusten trachtte te stoken. Inde tweede plaats toont de Bondsraad aan dat de uitlegging door de Britsche regeering aan Art. 2 van het nederzettingstractaat gegeven, geheel nieuw is, en spreekt er dus zijne verwondering over uit, wanneer thans beweerd wordt, dat reeds in 1879 de keizerlijke regeering er waarde aan gehecht heeft om door middel der bepalingen van genoemd contract Zwitserland te beletten, Duitsche onderdanen, welke met hunne overheden niet in vrede konden leven, binnen de Zwitsersche grenzen op te nemen. Het contract heeft niet ten doel de vestiging der wederzijdsche onderdanen moeilijker, maar gemakkeljjker te maken , en het verzekert met dit doel den wederzijdschen onderdanen de meest mogelijke rechten en voordeelen. Zwitserland heeft in dit stuk zijn goed recht met kracht verdedigd. Zal Duitschland djt evenwel toestemmen ? Ook in het Oosten van Afrika is er moeilijkheid voor Duitschland ontstaan ten gevolge van het aanhouden der Neaera, het schip der Duitsche Emin-expeditie, door de Engelsche blokkade-flotille. Wat moeite dit rijk ook doet om eene koloniale mogendheid te worden, zoo komt toch uit zijn eigen midden de vraag voor, of het daarin ooit werkelijk zal slagen? Inde Frankfurter Zeitung wordt dit betwijfeld, op grond dat het als militaire staat zijn jonge mannen dwingt om in het land zelf hunne soldatenplichten te volbrengen , en deze dus inde onmogelijkheid zijn om zich in overzeeschè gewesten woonplaatsen te kiezen en koloniën te stichten. Zoolang de genoemde hinderpaal bestaat , kan Duitschland niet rekenen op succes in zijne pogingen tot kolonisatie. In Engeland eindigt het proces tusschen den heer Parnell en de Times op zeer zonderlinge wijze. Ineen der laatste zittingen werd verhoord een journalist uit Dublin, Hogg, die zeide, dat Houston, de secretaris der Loyal and Patriotic Union, van hem 250 pd. st. had geleend om de bekende brieven van Pigott te koopen. Hogg wist echter toen neg niet, wat Houston met dit geld wilde doen, want hij had hem reeds vroeger 60 pd. st. geleend en verkeerde inde meening, dat de 250 pd. st. ook voor zijn eigen behoeften bestemd was. Daarna werd Houston verhoord. De secretaris der anti-nationalistische ligue verklaarde, dat hij de brieven had gekocht voor 850 pd. st., welke som geld hem was voorgeschoten door den inmiddels overleden professor Maguire. De heer Maguire wist tot welk doel het geld bestemd was. In verband met deze quaestie eischte nu de heer Russell, Parnells advocaat, dat de boeken der Union zouden worden overgelegd. De voorzitter van het hof weigerde dit echter , op grond dat dit niets met het proces zelf te maken had, doch de heer Russell bleef bij zijn verlangen volharden en verliet de rechtszaal- De zitting werd toen tot Dinsdag uitgesteld en inmiddels raadpleegden de leiders der lersche partij, wat hun te doen stond. Daar zij steeds beweren, dat de geheele'geschiedenis- door hun tegenstanders opzettelijk op touw is gezet, ten einde den heer Parnell te doen vallen, besloten zij de overlegging der boeken te blijven eischen, want zij meenen daarin bewijzen hunner beschuldiging te kunnen vinden. Toen de zitting weer heropend werd, deelden de advocaten, die de lersche afgevaardigden vertegenwoordigen , mede, dat zij zich verder aan het proces moesten onttrekken, De voorzitter der commissie nu verklaarde echter, dat de heer Parnell ondanks zijn terugtrekking, aan het oordeel der commissie onderwerpen bleef. De advocaten der lersche afgevaardigden verlieten daarna de zaal en zullen dus aan het laatste bedrijf van het langdurige proces geen deel meer nemen. --- PER TELEGRAAF. Weenen , 19 Juli. De regeering verwacht, dat, als een burgeroorlog in Servië uitbreekt, Koning Milan de hulp van Oostenrijk zal inroepen. Rome, 19 Juli. Het kabinet is in onafgebroken correspondentie met Bismarck over het Oosten. De Koning heeft het vertrek naar Livorno uitgesteld, met het oog op den gespannen toestand. --- Familiebericht ADVERTENTIËN. Ondertrouw d: S. T. HEERINGA, Weduwm van P. C. van Reenen , en P. VERGEER. Zutphen, 19 Juli 1889. TT oor de vele bewijzen van deelneming V ondervonden bij ons 40jarig Huwelijksfeest, betuigen wij onzen hartelijken dank. .Uit aller naam , J. W. BEKER. Cortenoever, 20 Juli 1889. De ondergeteekenden betuigen hunnen dank voor de vele bewijzen van belangstelling, bij de geboorte hunner Dochter ondervonden. G. J. MEERSTADT , J. W. MEERSTADT , Hoffman. --- Advertentie » Allen, die iets te vorderen hebben van de Yereeniging „Brum- mens Schoolfeest,” worden verzocht hunne rekeningen vo(br den 23 Juli a.s. in te zenden bij den Penningmeester J. van DALEN. De rekening en verantwoording zal van den 29 Julij tot den 5 Augustus ter inzage liggen bij D. .SLIJKHUIS. J. H. MANSFELD , Secretaris. GELDERSCHE CREDIETVEHEENIGING Gedurende mijne afwezigheid zullen de' stukken van de GELDERSCHE OREDIETVEREENIGING worden geteekend door eender Heer en Adviseurs en den Boekhouder , den Heer A. H. HUIJBERS, en wat de EFFECTENZAKEN betreft door den Heer A. H. HUIJBERS alleen. A. HARTJENS. Zutphen, 19 July 1889. Geërfdendag van den VOORSTERBEEK-POLDER, op Maandag den 22 Julij 1889, om II uur , in het gebouwtje naast het Wapen van Gelderland te Voorst, tot benoeming van 3 Candidaten voor Poldermeester. Vergadering van de Afdeeling ZUTPHEN van den NEDERL. VROUWENBOND , op Woensdag 24 Juli, nam. ten 2 ure, in het MILITAIR TEHUIS. Er zullen eenige mededeelingen worden gedaan over het te Amsterdam gehouden Congres. Mevrouw ENGELBERTS, Quakles van Uffokd, ---