Dankbetuiging van H. M. de Koningin-Moeder. Do Burgemeester van Zutphen brengt ter openbare kennis, dat hem, naar aanleiding der aanbieding van het huldeblijk aan H. M. de Koningin-Moeder door het Nederlandsche volk, door H. M. is opgedragen openlijk Haren hartgrondigen dank over te brergen aan alle inwoners dezer gemeente, die H. M. bij Haar vijf en twintig-jarig verblijf in Nederland, op eenigerlei wijze blijk gaven van hunne liefde en hunne trouw. f H. M. heeft zich door deze uiting van de gevoelens, welke het Nederlandsche Haar toedraagt, diep getroffen gedoeld en stelt het bijzander op prijs, dat tlet huldeblijk Haar is gebracht ineen Torn?' welke het Haar, meer nog dan o heden, mogelijk maakt, de stichting .Uranje-Nassau’s ourd“ toegankelijk te ciren voor mindervermogeuden. ■k Zutphen, 16 Januari 1905. De Burgemeester voornoemd, BUYSING. --- Haagsche Correspondentie. M vpVeer heeft onze gemeenteraad een dag aan bet Werkliedenreglement besteed, maar het einde is nog niet te voorzien. De belangrijke kwestie van het scheidsgerecht is nog niet aan de orde geweest. Over het algemeen bleef de stemming I gunstig voor uitbreiding van de rechten I §er werklieden. Het minimum weekloon | i8 behoudens uitzondering op flO gesteld. ! Een groote verbetering voor de arbeiders, die bet grofste werk moeten doen en in den regel, omdat het aanbod zoo groot was, slecht werden betaald. Het loonklassenstelsel, zooals het bij van Marken te Delft is ingevoerd, vond wel in beginsel instemming, maarde meerderheid vreesde dat het vóór een toepassing van zoo uiteenloopende gemeentebedrijven te veel practische bezwaren zou geven. Dat men in Nederland nog op slechts één voorbeeld van toepassing kon wijzen, maakte de positie der voorstanders ook al niet sterker, al kon ook worden aangetoond dat het te Delft inde praktijk uitstekend werkt. Het stelsel komt hierop neer, dat de werklieden naar ijver, toewijding en bekwaamheid in verschillende klassen worden ingedeeld en met handhaving vaneen zeker loomninimum meer loon ontvangen, naar mate zij ineen hoogere klasse zijn geplaatst. Die als werkman wordt aangenomen wordt eerst ineen lage klasse geplaatst, maar kan door zich te onderscheiden spoedig hooger opklimmen. Maar omgekeerd wordt weer gedegradeerd, die allengs in zijn en toewijding begint te verslappen. trn„ ®teißel prikkelt natuurlijk tot od do n«t 'ChtBl)etracllting, maar legt ook wÜdSKïï ee“ ™r“‘- laiwAedete1'Yan h,st »ld "erd lang geaeoatteerd over de vraag of men het volle ziekengeld ook zou uitkeeren aan werklieden die slechts enkele dagen wegens ziekte afwezig zijn. Neen, zeiden B. en Weth. want dan wordt de simulatie m de hand gewerkt. Ja, zeiden anderen, want de simulatie, wanneer die beattjio ?en tegengaan door strenge controle, met door den werkman te ont- houden wat hij noodig heeft. Zoo ston. n, ~e, IJarlyon tegenover elkaar, maar eindelijk werd deze middenweg gevoni.enfjeUi.iaa?^enonieD) dat wel gebandaaW,i oef de regel: half ziekengeld voor de eerste drie dagen, maar met de bijvoegm»-, dat, als de werkman langer dan 8 dagen ziek blijft, ook over de eerste dagen der absentie alsnog het volle loon zal worden uitbetaald. Een andere kwestie was deze, of een werkman, als hij van de hem toegekende venofsdagen geen gebruik wil maken, al of niet recht zal krijgen op geldelijke vergoeding. Aan den eenen kaDt werd beweerd, dat het vele werklieden niet gelegen kwam uit de stad te gaan of rond te wandelen ; aan den anderen kant werd betoogd, dat men het nemen van verlof moest aanmoedigen en dat geen premie moest worden gesteld op hec doorwerken inden verlofstijd. Het ééne denkbeeld vond evenveel instemming als het andere, want de stemmen staakten. Ditzelfde was het geval bij de kwestie van de betaling voor Zondagsarbeid. B. en Weth. wilden voor Zondagsarbeid 50 % meer betalen. Dat is niet genoeg, zeiden anderen. Wil men Zondagsarbeid vorderen dan moet de gemeente ook maar het dubbele loon betalen. Waartegen weer werd aangevoerd, dat dan de meeste werklieden er op gesteld zouden zijn op Zondag aan het werk te worden gesteld en dat Zondagsarbeid zooveel mogelijk moest worden beperkt. Ook daarover zal aanstaande Maandag de eindbeslissing moeten vallen. Het pikantste oogenbiik van de geheele< vergadering was toen de burgemeester het woord nam om tegen al zijn wethouders in, ook zelf eens een. amendement ten bate van den werkman in overweging te geven. Ik bemerk, zeide hij, dat er raadsleden zijn, dia zich voortdurend zonder aarzeling verklaren vóór de meest radicale amendementen ten behoeve der werklieden, zooals de heer Verloop en anderen. Welnu, laat ik zelf dan ook eens een goede fee zijn en de hearen in overweging geven in het reglement te bepalen, dat, als een werkman komt te overlijden, aan zijn gezin nog altijd zes ! weken loon zal worden uitbetaald. Apj plaus op de tribune. Inde raadszaal kwam er echter van verschillende kanten oppositie. Het ging niet aan om een dergelijk voorstel, waarvan mendefinancieele gevolgen Biet kon o verzien, zoo maar op eens te beslissen. Bovendien hoorde deze zaak niet te buis bij het werkliedenreglement maar in depensioenverordening. Nu reeds was bij die verordening de mogelijkheid geopend om in bijzondere gevallen een gratificatie te verleenen, maar verder moest men ook niet gaan. De burgemeester hield echter voet bij stuk. In roerende taal schetste hij de ellende waaraan een werkmansgezin dikwijls bloot stond, als een lang ziekbed den dood van den kostwinner vooraf giDg. Die zes weken loon zou althans eeniae vertroosting en verlichting schenken. Men kon zien, dat pakte. Maarde burgemeester, geen raadslid, kon zelf geen amendement indienen. De heer Verloop was echter de eerste, die opstond om het denkbeeld van den voorzitter te accepteeren en ineen amendement te formuleeren. En hij had er succes van, want het werd, ondanks de bestrijding door de wethouders, met groote meerderheid aangenomen. De overgang van het Haagsche werkliedenreglement tot de Nederlandsche arbeidswet en het arbeidscontract is gering. De vorige week verscheen het Voorloopig Verslag op de ingediende arbeidswet. Het is een lijvig stuk van 104 bladzijden. Misschien vindt de Regeering nog tijd om het te beantwoorden, maar inde Kamer zal het ontwerp vóór de verkiezingen wel niet meer in behandeling komen. De bedenkingen zijn zoo vele en van zóó velerlei aard. Met klem wordt er op aangedrongen om de bepalingen betreffende het leerlingwezen voorloopig maar terug te nemen, ’t Schijnt wel dat bij die paragraaf een meerderheid aan ’t woord is. Eerst vond ik dat nog al vreemd, maar toen ik doorlas bemerkte ik, dat de oppositie voornamelijk gericht is tegen het systeem des Ministers, die een regeling wil, waarbij aan patroons kan worden verboden andere jongelieden in dienst te hebben, dan die óf leerlingen óf gediplomeerd zijn. Dat men daartegen groot bezwaar heeft begrijp ik. Volgens het ontwerp zal het van het goedvinden van den burgemeester afhangen of iemand leerlingen mag aannemen, en als hem ook nu toch kan worden verboden jongelieden in dienst te nemen die geen leerlingen zijn, dan zou de burgemeester over de patroons heelemaal den baas spelen. Het nieuwe systeem is bovendien een aanranding van de vrijheid van arbeid. Meer kans is er, dat de regeling van het arbeidscontract nog vóór Juni in openbare behandeling zal komen. De Memorie van Antwoord is nu verschenen. De socialisten, die met het oorspronkelijk ontwerp zeer weinig waren ingenomen, zullen ook met het gewijzigd ontwerp wel niet tevreden zijn. De Minisler gewaagt van de „troebele bron van den klassenstrijd* en spreekt de hoop uit, dat het voorgestelde wetsontwerp het zijne er toe kan bijdragen om het aantal volgelingen van die leer binnen engere grenzen te beperken! „ Het uitroepingsteeken is van den Minister.* --- Binnenland. Zutphen, 16 Jan. Het ijs. Met het weer dreigt het een herhaling te worden vaij onlangs. Twee dagen heeft het gevroren, hard gevroren met een scherpen N.O. wind; de slooten, grachten en vijrers liggen spiegelglad dichtgevroren, en het ijs is zoo tegen den toestand aan, waarop het geschikt wordt, groote menschenmassa’s ta dragen. Doch nu gaat do lucht ook weer heel raar doen. De wind is zachter, de hemel betrokken. Wat zal het worden? Dit vraagt het bestuur van de Zutph. IJsvereeniging, dat met lofwaardigen ijver van ochtend vroeg begonnen is om de palen te zetten, en nu al bijna gereed is. Dat vraagt de jeugd, die reeds komt dwingen de schaatsen te mogen aanbinden. Wat zal het worden ? Er is ook reeds een pl|n inde maak: om een hardrijderij op schaatsen uitte schrijven voor het volk. leder jaar als er | ijs is, zijn er ook wedstrijden of feesten ; voor de leden der IJsvereeniging. Maar ] voor het volk gebeurt niets. Ditmaal wil i men dat nu ook eens ondernemen, wie | die „men* zijn, is iets, waarnaar men leen beetje mag vissollen. Inden IJsel gaat nog niet veel ijs; maar wat er gaat, is grondijs, hetgeen een toeken is, dat het zeer hard gevroren heeft, een waarheid die, ook zonder drijfijs, trouwens reeds, via onzen verkleumden neus, tot ieder van ods is doorgedrongen. Maar nogmaals: wat het zal worden ? Concert Buiten-Sociëteit. De Zutphensche Orkestvereeniging, die gisteravond voor de leden der Buiten-Societeit een uitvoering gaf, kwam wederom met een geheel nieuw programma. Dat er hard gestudeerd moet worden om telkens met iets goeds voor den dag te komen, laat zich hooren; het concert van gisteren getuigde dan ook in vele opzichten van ijver en toewijding. Als goed geslaagde nummers noemen wij „Les cadets de Russie*, „Dolores*, de ouverture van „Piqué Dame*, en die van „Joseph in Egypten*. Kan men bij dit orkest over het algemeen wat meer kleur inde voordracht en een betere verzorging van het tempo wenschee, vooral de beide laatste nummers schoten in dit opzicht tekort. Wie ooit de „Zigeunerbaron* zag, de vroolijke operette van Joh. Strauss, waarbij men van het aanhooren alleen, de danslustige voeten nauwelijks stil kan houden, voelde gisteravond bij het spelen van de potpourri uit dit werk niets van dien opwekkenden invloed. Kleine vlekjes van onzuiverheid en soms een onrustig samenspel daargelaten, lag er over het geheel iets mats. Ais solist vóór de pauze trad op de heer J. C. Knijper, die zijn clarinet-solo zeer goed voordroeg; over het algemeen genomen viel ook de orkestbegeleiding te prijzen. Na de pauze gaf de heer C. J. Stolk een paar viool solo’s ten beste. Was deze solist inden Poolscben dans van Wioniawski nog niet geheel op dreef en de voordracht wat koud, zoo werd da aria voor viool van J. S. Bach daarentegen uitstekend gespeeld en was het herhaald applaus den heer Stolk gebracht, volkomen verdiend. Ook komt voor de beide nummers een woord van hulde toe aan de begeleiding van het strijkorkest. Dat Jhr. van de Poll wederom de hem eigen, animeerende wijze dirigeerde, behoeft eigenlijk niet meer gezegd te worden ; het publiek bewees zijn ingenomenheid met de uitvoering door warmen bijval. Onbekende brieven. Brieven binnenland. H. v.d. Burg, Amsterdam ; H. Korpershoek, Ellecom ; mr. J. Minnema, Leeuwarden; J. Lenderink, Lochem; ds. Geuzen, Loppersum; mej. Joh. Broekhuis, Amsterdam (te Voorst gepost). Briefkaarten buitenland. Wed. Harmsen, wed. Winterig, beiden Amsterdam; mej. A. Harink, den Haag; mej. G. Hellema Prins, Groede; M. de Fries, Rotterdam ; H. Walles Brieven buitenland. Kasproviak, Gronau ; P. Stegeman, Hamburg ; B. Frölich, Spandau. Met veel opgewektheid heeft gisteren de eerste helft der kinderen het feestje gevierd, hun aangeboden door de leden der Alg. Arb. vereeniging en der Zutphensche Winkelvereeniging. Aanleiding tot de festiviteit was het 10 jarig bestaan van laatstgenoemde vereeniging. Onder het gebruik van versnaperingen, het zingen van opgewekte liedjes, het vertoonen van de poppenkast en het projecteeren van lichtbeelden ging de middag en een gedeelte van den avond genoegelijk voorbij. Het slot was een tombola. Alvorens daartoe werd overgaan nam de heer E. Kurtz, voorzitter der Zutphensche Winkelvereeniging het woord om het 10 jarig jubileum der eens zoo fel bestreden vereeniging te herdenken. Al die tegenwerking had evenwel niet kunnen beletten, dat zij zich mocht verheugen in steeds toenemenden bloei, en dat het laatste boekjaar een omzet van f 46 000 aanwijst. Na een opwekking tot aaneensluiting en steun, sloot de heer Kurtz het goed geslaagde feestje met een „Leve de Alg, Arb. Vereeniging!“, dia de moeder der feestvierende is, en een „Leve de Winkelvereeniging!“, terwijl dank werd gebracht aan allen, die tot het welslagen van het feest hadden bijgedragen. Met het oog op de a.s. feesten van „Olympia* heeft de firma Nuy in de Korte Hofstraat een „Japansch* raam ingericht. Een aantal kostumes en stoffen zoowel voor dames als heeren verlokken tot meedoen aan dit kleurige feest. Aan de lijst, vermelden deden volledigen uitslag van de examens, gehouden vanwege de Federatie van Handels- en Kantoorbedienden-vereenigingen in Nederland ontleenen wij nog, dat behalve de reeds vermelde o.a. geslaagd zijn voor boekhouden de heer D. Biiderbeek te Warnsveld, en mej. W. H. Dop te Lochem. Gisteren ontving „Be-Quick“ alhier voor ’t kampioenschap van afdeeling D. „Quiek“ uit Amersfoort. Voorde rust is Be Quick met wind mee overwegend sterker en weet binnen korten tijd twee doelpunten te maken. Nu en dan breekt „Quick* wel eens door maar zien hun werken niet beloond, daar Muller en v.d. Laan en op ’t laatste oogenblik blik ook v. Krieken het gevaar weten te keeren. Toch doelpunt Quick vrij onverwachts. Niet lang duurt ’t of Kollewijn zondigt tegen de regels, waarvan „Quick* profiteert, door de strafschop onhoudbaar te benutten. Na rust is „Quick* overwegend sterker, zij bestoken voortdurend ’t Zutfensch doel, zoodat „Quick* nog 2 maal doelpunt. Op ’t laatst komt „Be-Quick* flink opzetten, Langholz zet voor en Uiterwijk plaatst prachtig tusschen de palen. „Be-Quick* verloor dus in wedstrijd en kampioenschap (5—8.) Bij „Be Quick* mogen Muller, Kollewijn en v. Krieken genoemd worden, v.d. Laan, (die voor ’t laatst meespeelde) was 'als gewoonlijk eenig. Bij „Quick* allen goed. Verplaatst op 24 Jan. a.s. van Lonneker (Glanerbrug) naar Zutphen de wachtmeester brigade-commandant J. J. van der Peijl inde plaats van den wachtmeester A. Joossen, thans gepensionneerd en benoemd tot botervisiteur te Zwolle; van Ruurlo naar Lonneker de wachtmeester A. J. Konijzer en van Lichtmis naar Ruurlo de brigadier G. Arp. Zaterdagavond in zijne woonplaats Deventer terugkeerende van de vergadering tot ontbinding der regelingscommissie voor het 50j. jubileum der Sociëteit „de Hereeniging“, had de heer 3. van Eldik het ongeluk op de trap uit te glijden, waardoor hij zich zoodanig bezeerde dat hij niet loopen kon maar per rijtuig naar zijne woning moest worden vervoerd. De geneesheeren constastateeiden schedelbreuk. De ongelukkige ruim 30 jarige man is des morgens aan de gevolgen van zijn val overleden. Vorden, 14 Jan. Op 1.1. Woensdagavond en gisteravond gaf Yordens Zangkoor met medewerking van Vordens Kinderkoor in ’tNutsgebouw de sde openbare uitvoering, die ook de beste verwachtingen heeft overtroffen en weer voor de zooveelste maal bewees, welke bewonderenswaardige uitkomsten de heer ïï. van Slooten vooral bij’t kleine volkje weet te verkrijgen. De groote zaal van ’t Nutsgebouw was beide keeren met belangstellenden gevuld en alle nummers werden evenzeer toegejuicht. Meeste belangstelling wekte intusschen ongetwijfeld het Kinderkoor met „De Prins van Sind,“ kinderoperette in vijf bedrijven, welk stuk met een prachtig tableau schitterend bekroond werd. De prins en de prinses ontvingen heiden een prachtigen bloemruiker en de toejuichingen der aanwezigen leverden wel ’t beste bewijs, hoezeer die onderscheidingen verdiend waren. Maar ook de anderen: „hetVolk,* „dehovelingen*, „het dwergenkoor*, allen overtroffen de verwachtingen der talrijke belangstellenden in hooge mate. De woorden van hulde, na den afloop èn aan den ijverigen directeur èn aan ’t Bestuur, in ’t bijzonder aan den voorzitter, den heer van Lunzen, de dames, ja allen gewijd, die tot deze uitkomst het hunne hadden bijgedragen, waaronder niet te vergeten die van den heer Van Mourik, verwierven algemeen bijval. Een gezellig bal besloot beide echt feestelijke avonden. De heer Franken uit Steenderen maakte zich hier niet weinig verdienstelijk door zijne muziek en zijne luimige voordrachten met zang, waarmee hij de pauze aangenaam vulde. Winterswijk) 14 Jan. Abram de Winter, optredende voor de leden der sociëteit „de Vrijheid*, ’t waste verwachten dat de zaal goed bezet zou zijn. ’t Was er dan ook vol, over vol zelfs. „DeDorpskomiekelingen*, oude kennissen van ons, hadden zooveel verandering ondergaan, dat we ze nauwelijks herkenden. In nummer 3 van ’t programma, „Onderling Kunstgenot*, kwam dr. Kuyper er niet geheel zonder kleerscheuren af. Het eindaccoord van deze koninklijke kapel (’t ministerie) zou zijn zes kruisen. Van Diggelen zong valsch. Er werd geapplaudisseerd, zooals we dat hier zelden hooren. DinxperlO) 15 Jan. Inde gistermorgen gehouden Raadsvergadering werd mej. G. A. van Dijk tot telefoonhoudster en de heer J. van Kluyve in 1899 voor den tijd van zes jaar als gemeente-secretaris benoemd, nu voor <>nbepaalden tijd in die betrekking gehandhaafd. Besloten werd het schoolgeld voor kinderen in de hoogste klasse van f 1.10 tot f 1.05 per maand terug te brengen daar voor hen anders te veel zou worden betaald. De rekening van den weg Dinxperlo-Bontebrug over 1904 en de begrooting voor 1905 goedgekeurd en commissarissen verschillende wenken in overweging gegeven. Het stembureau voor 1905 werd benoemd en besloten een landmeter enkele wegen bij het spoor te laten opmeten teneinde deze nader in te richten voor straatweg. Deventer, 15 Jan. Gistermiddag had door de postduivenvereniging „Christ. de Wet* eene wedvlucht plaats van Stad Hardenberg naar hier, afstand pl.m. 50 K.M. De duiven werden te beginnen met des morgens om 10 uur, twee aan twee, met een tusschenpooze van 10 minuten, onder toezicht van de marechaussee aldaar opgelaten waarna de tijdsopgave met de nummers der duiven den Minister van oorlog werd opgegeven. De aankomst alhier was le duif om 11,28 uur en de 14e duif om 3,4 uur n.m. Tier duiven waren nog niet aangekomen. De marechaussees wien de beesten werden gepresenteerd hebben eveneens den uitslag den M. v. O. opgegeven, zoodat Z.Ex. de prijswinners van vier medailles deze week zal bekend maken. --- Feuilleton. Levensgang. UIT HET ZWEEDSCH VAN TOR HEDBERG VERTAALD DOOK G. H. 33 Twee dagen en twee nachten kwam Karr bijna niet van zijn plaats bij de deur. Toch waagde hij ’t niet naar binnen te gaan uit angst, dat hij zich niet bedaard zou kunnen houden. Meta bleef voortdurend erg zwak. Tegen dtn ochtend van den derden nacht weid hij gewekt uiteen slaap, die hem ondanks zich zelven was overvallen, door den dokter, die sedert den vorigen avond daar gebleven was „Wat is er ?- vroeg hij slaperig. „U moet mij even helpen 1 Er is nu geen gevaar dat zij u zal herkennen. Er is koorts bij gekomen en als wij die niet de baas kunnen worden, dan . .. Karr stond werktuigelijk op en volgde den dokter naar de slaapkamer, waar een nachtlicht een zwakke glans verspreidde-Hij had den slaap nog niet van zich kunnen atschudden en hij was er heeleruaal niet bij begreep volstrekt niet waar ’t eigenlijk om te doen was Hij had het idee, dat er een machine inde kamer aan den gang was- die stood te blazen en hij dacht bij zich zelf, dat die spoedig inde lucht zou vliegen als ze niet ophielden met stoken. Maar toen ergerde hij zich aan rnalle inbeelding en dwong zich met geweld tot een volkomen wakker zijn. Het duurde een poosje voor zijn oogen eenig voorwerp konden onderscheiden. Toen stond hij aan den voet van het bed en hij hoorde hoe de dokter bezig was met water. Er schoot hem een gedachte door het hoofd hij keek ongerust om zich heen maar neen, goddank het kind was er niet. Hij vestigde zijn blik op Meta. Haar hoofd lag een beetje achterover geleund in het opgeschudde kussen, het gezicht was erg rood en opgezet het zag er uit of het bloed door het strakke vel zou springen. De ontstoken oogleden lagen zwaar dicht en de lippen tiilden by de koortsachtige ademhaling Hij bleef haar onbewegelijk aanstaren; hij miste iets in dat gelaat maar watt De oogen! bliksemde het plotseling door zijn hoofd en opnieuw werd hij aangegrepen door dezelfde pijnigende aDgst, die hem den avond dat het kind geboren was, gemarteld had Hij had zeker eenige beweging gemaakt want de dokter maande tot stilte en de zieke draaide onrustig het hoofd om, zuchtte en opende langzaam de oogen Een rilling voer Karr door heel zijn lichaam en in angstige spanning keek hij haar aan Maarde blik, dien hij ontmoette was hard en glasachtig, zonder uitdrukking, zonder bewustzijn. Toen keerde hij zich om en vlood. —- * * * Een heel etmaal lang week Karr niet van Metas ziekbed en de koorts nam al dien tijd toe. Hij kon de gedachte niet verdragen, dat zij heen zou gaan en hem in die onzekerheid zou achterlaten. Hij wilde nog eens haar oogen zien met bewustzijn er ' in; haar oogopslag haar oogopslag! het werd langzamerhand een idee fixe bij hem, waarover tij aldoor tobde en hoe langer het duurde des te heviger werd de spanning, waarin hij verkeerde. De dokter begon bang te worden voor verstandsverbijstering. Maar zij stierf zonder meer tot bewustzijn te zijn gekomen De laatste blik, dien zij op haar man vestigde was leeg en gebroken, had reeds iets van de kilte des doods in zich. En in zijn herinnering bleef die blik en die andere hangen; het was ot er een eigenaardige, een geheimzinnige band daartusscben bestond, dien hij niet begreep, niet probeerde te begrijpen, maar die er toch was dat gevoelde hij. Overigens scheen hij haar niet zeer te betreuren. Na haar dood werd hij weer zich zelf en de geweldige aandoeningen waarvan de dokter getuige was geweest schenen geen spoor te nebben achtergelaten. Hij wijdde zich weer aan zijn zaken, alsof er niets gebeurd was. Het eenige was dat hij het kind niet wilde zien. Eerst op den dag, dat de begrafenis had plaats gehad het was heel eenvoudig en stil in zijn werk gegaan ging hij naar de kamer waar het kind was. De dokter had voor een min gezorgd. Zij en de oude vrouw die naar de dokter later hoorde Karr’s moeder was deelden de zorg voor het kind en waren al bijna mededingsters geworden. Toen Karr binnenkwam was de min ff",lubedg het klnd te voeden- Zij werd | blijkbaar verrast, maar liet zich toch niet in haar werk storen Karr bleef op eenigen afstand staan; hij ontweek haar blik en staarde onafgebroken naar de kleine, die met lichaam en ziel in zijn bezigheid verdiept was en volstrekt geen notitie van hem Dam. ,J’Set, 1S ,een flinke jongen" begon eindelijk de min op indringerige manier. „Zoo ‘r3fck fls ee,n .hoentje en een honger, dat hij beeft ’t is merkwaardig.4* • Hij wordt precies als de baas zelf* ging zij voort, nadat ze eenige oogenblikken op antwoord gewacht had. „Wordt hij ?“ barstte Karr plotseling uit en hij kreeg tranen inde oogen. En toen de kleine zijn maal gedaan-had en de mm hem pplichtte nam hij hem in zijn armen en kuste hem zoo hard,'dat hij begon te schreien. En ondanks de nrotesten van de min en het schreeuwen van den kleine, hield hij hem lang in ziin .®n bekeek hem met hartstochtelijke tederheid met die pijnlijke verafgoding die men koestert voor iets dat veel al tl veel gekost heeft. e ’ al e Wordt vervolg