President der Eerste Kamer. Er wordt inde Pers al gepolemiseerd over de vraag, uit welke partij de nieuw te benoemen president der Eerste Kamer moet worden gekozen. Dc „N.Ct.‘‘ had er op gewezen dat niet noodzakelijkerwijs een keus belioett te worden gedaan uit de rechtsche meerderheid, waar in 1902 onder het Kabinet-Kuyper een rechtsch man was voorgedragen hoewel de meerderheid toen nog linkgcb was. En daar tegenover heelt de „Stand. f pogen voor to rekenen dat die twee gevallen niet gelijk staan, omdat destijds de Staten van Zuid Holland reeds naar rechts waren omgegaan en men alzoo wist, dat de kleine liberale meerderheid (van 5 stemmen) dadelijk minderheid zou worden zoo de stemming inde Prov. Staten inde Eerste Kamer had doorgewerkt. Intusschen vernemen wij nu dat het plan zou bestaan bij de Staten van Gelderland om, als opvolger van wijlen baron Schimmelpenninck van der Oye, tot lid der Eerste Kamer te kiezen den heer mr. W. K. F. P. graaf van Byla n d t (c. h.) sedert 1882 lid der Tweede Kamer, eerst voor Amersfoort en sedert 1897 voor Apeldoorn; de Staten komen 5 Mei al bijeen. En dan zou de heer Van Bylandt door de Kegeering worden voorgedragen voor een" benoeming tot president der Eerste Kamer. Ons Jijbt dit niet onwaarschijnlijk, liet IS waar dat graaf van Bylandt gedurende zijn driejarig presidium der Tweede Kamer nu en dan de onmisbare forschheid bleek te ontberen om aan de hoogste eisehen vaneen voorzitter te voldoen, maarde Eerste Kamer is lang zoo’n lastig ea woelig college niet als ons Parlement; bet gaat daar inde „booge vergaderingI'’1'’ veel rustiger en deftiger toe. Dat ambt zou aan zijne handen wel zijn toevertrtiuwd. Wanneer dat inderdaad geschiedt, ontstaat er een vacature voor de Tweede Kamer in Apeldoorn, het district dat hij al 16 jaar onafgebroken heeft vertegenwoordigd en dat hem telkens herkoos omdat hij graat Van Bylandt is. Intusschen zou de kana niet zijn uitgesloten dat Apeldoorn dan öm ging. Want bij" de periodieke verkiezingen van 1913 werd de man van rechts bij her-„ stemming gekozen met 5095 stemmen of 88 stemmen boven den vrijz. dem. candidaat Esmeyer. --- Binnenland. ZUTPHEN, 20 April. Reorganisatie Lager Onderwijs, Inde Schouwburgzaal was Zaterdagavond door de atd. Zutphen van de Soc. Dem. Arb. party en den Bond van Ned. Onderwijzers een openbare agitatievergadering belegd over de reorganisatie van het L. O. hier ter stede. Voorzitter was de heer 3. A. Paap. Eerste spreker was de heer A.liart uit Amsterdam, lioofdbestuurslid van den Bond van Ned. Ond. Aan de gemeenten, zoo zei spr., is ruimte gêlaten voor de inrichting van het onderwijs, mits cr maar voldoend lager onderwijs is. Maar wat verstaat men onder „voldoend* ? De „kapstokcommissie*, de door min. Kuyper ingestelde „Ineenschakelingscommissie," heeft eenigszin3 een norm aangegeven, door als hoofddoel van het L. O. aan te geven: „de algemeene vorming, welke voor de geheele bevolking noodzakelijk moet worden geacht.“ Voor dat minimum moeten de gemeentebesturen dus zorgen en een goedwillend gemeentebestuur kon z.i. extra subsidie krijgen op grond van het artikel, dat een gemeente die gebukt gaat onder de uitgaven voor L. O. extra subsidie kan krijgen. Volgens spr. gold dit art. niet alleen voor noodlijdende gemeenten. Van de inrichtingen voor L. 0. moet ieder kunnen profiteeren, niet alleen bepaalde kringen en standen. .De Bond v. Ned. Onderw. vecht tegen de bevoorrechting van bepaalde scholen. Voor kinderen die door de sociale omstandigheden een tekort aan opvoeding hebben moesten de condities voor het L. O. het gunstigst zijn, terwijl dit juist vaak het tegendeel is. Vele standenscholen gev-en niet een algemeene vorming maar geven reeds een begin van vakonderwijs. De gewone 1. s. is voor 95 pet. van de kinderen uit het volk de eenige gelegenheid om die noodzakelijke algemeene vorming to krijgen. Daarom strijdt de Bond voor opheffing der standenscholen en voor inrichting van het 1. o. zóó dat elk kind er van kan profiteeren onder de gunstigst mo gelijke omstandigheden. Daarom heelt elk gemeentebestuur te zorgen dat het schoolkind heeft voldoende voeding en kleeding, heeft een stukje prettige jeugd en dat alles gedurende een behoorlijken tijd. Om de goede opvoedende stemming op school te krijgen moet do onderwijzer zich geheel kunnen geven en dus behoorlijk gesalarieerd zijn en moet het hoofd zich niet kunnen stellen tusschen het kind en den opvoeder; de onderwijzer moet zelfstandig zijn. Voorts moeten de klassen niet te groot zijn, moet de leertijd behoorlijk lang zijn en moeten niet speciale inrichtingen voor het volkskind worden aangewezen. Spr. bestreed de standenscholen; dat het kind uit de gegoede klasse iets verkeerds kon overnemen was z.i. juist een aanwijzing van hetgeen waarop het volkskind aanspraak had. Eeu kleine klas voorkwam trouwens bijna geheel verkeerden invloed en schoolartsen konden behoeden voor lichamelijke gebreken. Eèn algemeene volksschool was het beste; op bet platteland bestonden zij trouwens en van schadelijken invloed bleek daar niet. Bovendien wanneer dio algemeene- vorming een volksrecht is dan moet ook heel het volk daarvoor zorgen en is schoolgeldheffing dus af te keuren, want die treft niet hen die geen kinderen hebben. In geval van schoolgeldheffing moest iedereen daarin progressief bijdragen en moest elke school toegankelijk zijn voor elk volkskind. Vervolgens bepleitte spr. kleine klassen, .voor de volksschool. De standenscholen der gegoeden hebben reeds kleine klassen, maar op de volks scholen is het aantal leerlingen veel te groot, vooral inde eerste leerjaren. Eindelijk verdedigde spr. leerplicht voor minstens 8 jaar; kan dat niet dan willen we toch probeeren een leertijd te krijgen tot zóó lang de Arbeidswet niet toelaat dat het kind een arbeidskaart krijgt. Eangs dien weg, door invoering vaneen 7e leerjaar zou nog veel te bereiken zijn. Het nut vaneen 7a leerjaar heeft inden Zutphenschen Raad niemand ontkend, maar men wilde het alleen geven als de behoefte bleek. Spr. keurde dat af; het 7e leerjaar moet samengeweven worden met elke school; de kinderen der armeren zullen dan wel komen. Bij de mulo-scliolen en de vervolgltlassen handhaaft men het stelsel, ook al blijkt de behoefte bijna niet’ Spr. eindigde met den wensch, dat het stadsbestuur van Zutphen zal pogen met zijn tijd mee te gaan ten opzichte van de goede opleiding van het volkskind. Tweede spreker was de heer Gies, 1 die den heer v. Braambeek wegens ongesteldheid verving. Spr. hield allereerst eenige algemeene beschouwingen over den klassestrijd en den tegenstand van de vertegenwoordigers van het kapitalisme. Vervolgens becijferde hij wat een arbeiderskind en wat een student aan b*« Rjjk kostte.- Voorts herinnerde spr. a*a het optreden der Concentratie hi«r ter stede bij de verkiezingen, waarbij de vrijzinnigen o. a. de heer Drion, hun groote liefde voor het volksonderwijs aan den dag legden. Die vergaderingen werden meest gepresideerd door den jongsten wethouder, den heer Molenaar. Doch bij de behandeling der voorstellen inden Itaad bleken de heeren die wijze lessen geheel vergeten te zijn. Spr. bepleitte sterk de noodzakelijkheid vaneen 7e leerjaar in het belang der arbeidersklasse; dat wij, zei spr., hier een cursus voor volwassenen hebben ingeriebt bewijst al hoe noodighet is. Met een aantal aanhalingen o.a. van min. Borgesius, en van de Commissie van toezicht op het L. 0. te Amsterdam betoogde spr. het noodzakelijke vaneen 7e leerjaar, zooals op 31 plaatsen reeds ■ bestaat. . De soc. dem. raadsfractie alleen heeft, zei spr. een 7e leerjaar voorgesteld. Bij de behandeling van dat voorstel was duidelijk liet klassekarakter van den Baad aan het licht gekomen. Hoewel de 4 hoogste klassen van school A bijna geen leerlingen meer tellen heelt men toch aan school B/C nog 5 vervolgklassen voor meisjes toegevoegd „zoolang do behoefte bestaat“: een ökoppige draak heelt de heer v. Braambeek het genoemd. „Zoolang de behoefte bestaat11 en in klasse 11 van school A zit 1 leerlinge. Maar toen wij met een 7e leerjaar kwamen rees allerwege verzet, hoewel er inde afdeelingen een stiVoming vóór een 7e leerjaar was. En op school E gaan we wisten dit toen nog niet inde hoogste klas 14 leerlingen voor de tweede maai, omdat de ouders nog wat onderwijs voor hun kinderen verangen. Hier blijkt dua zeker wel van een behoefte. De heer Binnendijk heeft een 7e leerjaar aan school I voorgesteld, hoewel hij het 7e leerjaar van de behoefte wilde laten afhangen. Welnu, de behoefte zal wel het eerst blijken bij de scholen waar de betere arbeiders-kindoren gaan. Het schijnt dus wel, dat er achter zit de zaak te doen mislukken. Op de financieele kwestie is het 7e leerjaar afgesprongen. Het gold immers hier het onderwijs van de arme kinderen. Geldt het he; andere onderwijs dan komt dat argument niet; dan is men dadelijk l bereid 5 klassen aan een school toe te 1 voegen. Daaruit blijkt het klassekarakter Ivan den Raad evenals uit het sollen 1 met de salarieering der onderwijzers, in tegenstelling met de regeling der salarissen van de leeraren van H.B.S. en Gymnasium. Deze laatste kwestie was na één adres ineen kwartiertje in orde maar dit gold niet het onderwijs aan onze kinderen. Spr. wekte allen op mee te werken opdat alle scholen een 7e leerjaar krijgen Debat. De heer Perdok betoogde, dat hetvoorstel van B. en \V. inde grond beginselen goed was ; dat had uitgebreid moeten worden. Opheffing van school D en een m.u.1.0. school voor iedereen was democratisch geweest en volgens spr. beter. Vele leerlingen van school D. verlaten die op den leeftijd van 12—13 jaar en dan hebben ze geen afgerond onderwijs genoten. Bij opheffing waren ze verspreid over verschillende scholen; die had men met klassen van 36 leerlingen kunnen inrichten plus een zevende leerjaar en dat was voor Zutphen niet duurder geworden. Toen bet voorstel om scbool D op te heffen viel zat men vast, en toen is bet onzinnig besluit genomen 5 koppen op school B/C te zetten. Hoe is de 8. D. A. P. er toch toe gekomeD de m.u.1.0.-school van B, en ff. te verwerpen ? Nu krijgen we een Handelsdagschool met misschien 10 leerlingen voor f 25.000. Voor dat geld had het onderwijs prachtig ingericht kunnen worden. Thans komt er vaneen democratische inrichting van het onderwijs hier niets terecht. De heer v. Mame r e n vroeg of bij opheffing der standenscholen de meergegoeden niet afzonderlijke scholen voor hun kinderen zouden stichten. De heer Hendriks betoogde, dat het goedkooper was geweest elke school een zevende leerjaar te geven dan 5 koppen op B/C te zetten. Hij begreep van die reorganisatie niets. Door hoofd en onderwijzers van school F was gevraagd een regeling van negen 8- inaandeiijksche ' klassen. Er is geen woord over gesproken inden Raad. Verder gaf hij een humoristische voorstelling van het gemoppgr van den Middenstand tegen betere salarieering en tegen pensioen, terwijl N. B. die pensioen-acte je wordt thuisgebracht met den lijkwagen. De lieerHart zette uiteen, dat de Leerplichtwet het afzonderlijk opleiden van de kinderen der meergegoeden niet verbiedt. Alleen zou de wet kunnen zorgen dat die kinderen geen voorsprong krijgen dooreen minimum-leeftijd tot toelating op de vakscholen te eischen. De heer Gi e s zette uiteen dat de soc.-dem. raadsfractie eerst wel iets gevoeld had voor de m.u.1.0.-school van B. en W., maar zij bad die toch opgegeven vreezende dat zij fiasco zou maken, omdat de arbeiderskinderen toch de H. B. S. zouden verkiezen en ook met het oog op de te verwachten Handelsdagschool. – Over school F. hadden de soc.-dem. niet gesproken, omdat zij meenden dat do gevraagde regeling er natuurlijk zou komen. Intusschen zij zouden er ’t oog op houden. De kwestie van de standenscholen leidde tot een oogenliük van rumoer. De lieer Gan e s, die zich niet als debater had opgegeven, meende dat de heer Hart bij zijn repliek langs de vraag van den heer v. Manieren \va3 heengegaan. Z.i. zou bij de opheffing der standenseholen de algemeene volksschool worden do armenschool. Het beginsel was wel heel mooi, maar inde praktijk ging liet niet. Dat was L ook gebleken met de m. u. 1. 0.-school ’ van B. en W.: iii beginsel heel mooi, maar inde praktijk was ze mislukt. De h.h. Hart en Gi e s verdedigden daartegenover de afschaffing van de standenschool. Ende lieer Ha r t kwam er tegenop, dat de heer Canes zich op deze wijze in het debat mengde; als het de bedoeling was de strekking van > vergadering te doen mislukken dan was de heer Canes aardig op weg. De heer Canes stond op en interrumpeerde met een krachtig protest tegen die beleedigende insinuatie. Er ontstond een rumoerige niet vriendelijke discussie; de voorzitter snelde naar het podium en ten slotte bedaarden de sprekers, verklarende dat zij eikaars goede trouw gaarne aannamen. Na nog eenige re- en duplieken las de voorzitter de motie voor, die de afd. van de S. D. A. P. cn van de B. v. N. O. hadden gesteld. In die motie wordt gevraagd het maximum aantal leerlingen op 30 te bepalen; de slandenscholen te doen verdwijnen, een 7e lerejaar aan alle scho. len toe te voegen,terwijl ten slotte verzocht wordt, dat de Raad zijn besluit van 16 Maart zal herzien. De heer C a n e s had bezwaar legen de zinsnede betreffende de standenscholen; trouwens op de raadsvergadering van 16 Maart was het beginsel der standenscholen niet behandeld; die zinsnede hoorde cr dus niet in. De Voor z. handhaaft die zinsnede, waarom de heer Canes niet aan de stemming deelnam. Daar verder niemand bezwaar maakte tegen de motie verklaarde de voorzitter die voor aangenomen, waarna hij de tamelijk bezochte bijeenkomst sloot. Levering van electrischea stroom. Bij het in werking treden der IJsel centrale zullen de drie deelnemende gemeenten Zutphen, Deventer en Zwolle uit hun plaatselijk onderst ati o n den benoodigden electrischen stroom ontvangen en voor eigen rekening distribueeren. Te Deventer zou voor de exploitatie van bet plaatselijk net bet volgende personeel noodig zijn hetwelk de daarbij vermelde bezoldiging zou belmoren te genieten: directeur f3OOO, chef monteur f 1300, klerk f 900, 2 kabelmonteurs-meteropnemers, lampenwachter f 1600, samen f 6800. Bij de besturen der drie gemeenten is nu de vraag ter sprake gebracht of zij niet voordeeliger uit zullen zijn, al3 de vennootschap zich ook met de exploitatie der plaatselijke netten belast. In het begin toch zullen de plaatselijke netten slechts kleine bedrijven vormen en evenzoo zal de vennootschap met slechts drie klanten niet veel werk hebben. Evenwel eischeu al die bedrijven uitstekende krachten; al zijn ze klein, toch kan men ze niet toevertrouwen aan minder geschoold ot onderlegd personeel. Stelt decentrale nu dergelijk personeel aan en evenzoo elke gemeente voor haar net, dan zullen er in het begin vele dure ambtenaren zijn, die onvoldoende werk vinden. Dit kan voorkomen worden, door aan de vennootschap voorloopig de exploitatie der plaatselijke netten op te dragen. De vennootschap brengt dan de plaatselijke bedrijven aan den gang. Wordt haar werkkring te groot, dan zal elke gemeente de exploitatie verder moeten voortzetten. Verder kan ook elke gemeentedcexploitatie weer tot zich trekken als het benoodigde personeel daar voldoenden arbeid vindt of haar dit voordeeliger blijkt. De opdracht der exploitatie van het plaatselijk net aan de vennootschap levert zeer zeker in het begin voordeelen op, die het bedrijf juist inden beginne zoo goed te stade komen. De directeur der vennootschap heeft berekend, dat de vennootschap bij ex ploitatie van de drie piaatselijke netten het volgende meer zal moeten betalen: toelage administrateur-boekhonder f 600, 3 klerken f 2400, -5 kabelmontenrs, meterop lemers, lampen wachter t 4000, 2 jongste bedienden 1 200, schoonhouden en verlichten der beide kantoren inde onderstationa en reis- en verblijfkosten t 1300, samen dus f 8500. De vennootschap zal dns van elke gemeente voor hare diensten pim. f 3000 moeten vorderen, hetgeen dus voor de gemeente Deventer een voordeel van pim. t 4000 oplevert. B. en W. van Deventer zijn van oordeel, gelet op het voordeel datzoowe: het technisch als liet administratie! personeel bij deze wijze van exploitatie door rouleering elkander bij ziekte, verlof, ontstentenis enz. kan vervangen en in bizondero gevallen, waarin versterking van personeel op een bepaalde piaats noodig is, zooals bij storingen in het bedrijf, daarheen kan worden gedirigeerd, dat het gewenscht is, althans inden beginne de exploitatie van het plaatseiijk net op te dragen aan de vennootschap. Daarom hebben zij den Raad voorgesteld, daartoe in principe te besluiten, opdat alsdan zoo spoedig mogelijk tot de oproeping van het noodige personeel kan worden overgegaan. Later zal dan nog nader het juiste cijier van do aan de vennootschap te betalen vergoeding en de duur van de opdracht moeten worden vastgesteld. B. en YV. merken nog op, dat door do \ e mootachap met Deventer als vaste standplaats zullen worden aangesteld één ingenieur, een chet monteur ot hoofdopzichter en een klerk en vermoedelijk een kabelmouteur-meteropnemer, lampenwacht. * * * Zooals men weet hebben 13. en W. van Deventer indertijd aan de tarieven voor de levering- van electriscken stroom duor de gemeente aan particulieren het advies ingewonnen van de Kamer van Koophandel, den Rijksnijverheids consulent, het dep. Deventer der Maatschappij van Nijverheid, de Vereeniging van N ij veren, dé Deventer Handelsvereeniging en den Patroons Bestuurdersbond. Zoo goed als al dia thans ingekomen adviezen dringen in hoofdzaak aan op tariefsverlaging. Nn zijn zeggen 13. en W. van Deventer in hun praeadvies aan den Raad een groot deel van die bezwaren weggenomen door liun besluit om art. 15 zoodanig te wijzigen, dat tarief D reeds toepasselijk is bij eene garantie van slechts 750 bedrijtsuren van het aangesloten vermogen en verder bijzondere overeenkomsten kunnen worden afgesloten voor een verbruik van meer «fan 7500 K.W.U. per jaar. Voordat de adviezen ons bereikten had de directeur der IJsselcentrale het voorstel daartoe reeds gedaan. Daardoor zullen meerdere bedrijven van goedkoopere tarieven kunnen protiteeren en zullen vele bedrijven eerder tot de groot industrie gaan behooren waarvoor met de directie omtrent goedkoopere prijzen kan worden onderhandeld." B. en W. meenen echter voorloopg niet te moeten ingaan op voorstellen tot verdere verlaging of wijziging. Zij erkennen gaarne dat de voorge«lelde prijzen niet laag zijn, doch afwerend hoog zijn ze ook niet. „Het zijn ongeveer de middenprijzen van de elders bestaande tarieven, ’t Is gemakkelijk, steden op te noemen, waar de prijzen lager zijn, doch plaatsen met hoogere tarieven zijn ook vele aan te wijzen. Verder moet niet uit het oog verloren worden, dat het naast elkaar zetten van de eenheidsprijzen uit verschillende tarieven een onjuist beeld van vergelijking geeft. Voor een gezonde vergelijking moeten alle voorwaarden van levering ten opzichte van elkaar beschouwd worden. Ook zal op meerdere omstandigheden gelet moeten worden en dit alie3 zal dan nog moeten geschieden door personen, die van het onderwerp degelijk verstand hebben en vooral practische ervaring bij de stroomopwekking en levering opgedaan hebben. Vergelijking met centrales, die de moeilijke jaren reeds te boven zijn, heelt ook een ongezonde basis. „Dit vooropstellende, stellen wij vertrouwen in het oordeel van onzen adviseur professor Feldmann en van den directeur der IJsselcentrale, die ons adviseeren, geen verdere wijziging aan te brengen. Wat de resultaten van het tarief zullen zijn, is niet vooruit te zeggen; het is door niemand nog te becijferen. Men moet o.i. in dezen afgaan op bet oordeel van genoemde personen, die aanraden, met dit tarief te beginnen. Blijkt het, dat zonder schade de prijzen der electriciteit verminderd kunnen worden, dan zal daartoe direct worden overgegaan. De genoemde adviseurs wenschen met ons niets liever en het zal hun aangenamer zijn, daartoe binnen één jaar dan na een jaar te kunnen overgaan. „De directeur der IJsselcentrale toch heeft grooter belang bij lagere dan bij hoogere tarieven, ’t Meerdere gebruik kan hem slechts ten goede komen, terwijl verlies inde gemeente zijn bedrijf niet schaadt. Men lette er vooral op, dat het genoemde tarief een gemeentelijk tariet is, dat zonder de medewerking van anderen door den Raad elk oogenblik veranderd kan worden. Eu het is beter, na eenigen tijd tot verlaging te moeten overgaan dan tot verhooging. Dit laatste is abnormaal. Verder kan een verlies er toe brengen om de inrichting vaneen gemeentelijk bedrijf op ongezonden basis te brengen, waarvan voorbeelden zijn aan te halen. Dat de industrie goedkoope prijzen wil, is begrijpelijk, en als dit kan, werken wij er gaarne toe mede. Wij beschouwen het bedrijf niet om er direct winst mede te behalen, doch kunnen ook niet goedkeuren, dat er kans komt op belangrijke verliezen, die door belasting moet en worden gedekt. „Nogmaals: met het Toongestelde tarief ons voorgedragen door deskundigen, waarin vertrouwen moet wor den gesteld moet men in zee gaan. Blijkt verlaging mogelijk, dan zal vermindering plaats hebben; blijkt bet, dat verlaging niet kan, dan is grooter verlies voorkomen. Men bedenke wel, dat elke cent verlaging per ILIV.ü. een eventueel verlies met een paar duizend gulden kan verhoogen. B. en W. doen dit voorstel voorafgaan door de mededeeling, dat het uitzicht bestaat, dat dit jaar de gemeente Deventer electriciteit zal kunnen leveren. Wij kunnen hieraan toevoegen dat dit uitzicht ook bestaat voor de gemeente Zutphen. Vanmiddag was van hieruit weer een boschbrand te zien inde richting van Loenen. Vanochtend is hier bericht ontvangen dat de extra-trein, uit 23 wagens bestaande, ■waarmee bet circus Althoff van Amersfoort wordt vervoerd, hier ter stede Dinsdagochtend pas te 8.32 aankomt. Inde plaats van den heer M. Bransz, die als zoodanig zijn ontslag heeft genomen, is benoemd tot regent van het Gebr. Bakker’s Weeshuis de heer dr. J. Oudenampsen. Epse, 19 April. Door onbekende oorzaak zijn hedenvoormiddag te Epse bij W. Wiltink J. Az. een afzonderlijk staande schuur en bergschuur geheel afgebrand. Verbrand zijn 2 melkkoeien en een vet varken terwijl eenige varkens en een koe hevige brandwonden kregen. Een hoeveelheid stroo, hooi, turf en 1000 lijnkoeken, verschillende landbouwwerktuigen, w. o. een dorsch-en snijmachine gingen eveneens verloren. Eeno inde nabijheid staande woning van G. J> Ebrecht liep wel gevaar doch bleef behouden. Verzekering dekt de schade. Gorssef, 18 April. Bij de opruiming vaneen zaadberg bij den landbouwer W. Makking werden ruim 400 muizen ontdekt en gedood. Lochem, 19 April. Gisterenavond gat de Meisjeszangvereeniging' onder leiding van den heer A. Zuur een openbare uitvoering, ten bate der vacantiekolonies. De zaal was zeer goed bezet. Ren 17-tal liederen voor koor en voor enkele stemmen werden ten gehoore gebracht, terwijl tot slot een muzikale scherts: „De zigeunerinnen" werd op gevoerd. De zangnummers werden zeer goed uitgevoerd; het slotnummer verwierf grooten bijval, ’t Geheel gaf dus een zeer gezelligen avond. Na afloop bal. Eefde, 20 April. Vermoedelijk door vuurtje spelen door kinderen, is 1 II.A. dennenbosch onder Eelde afgebrand alsmede 1 H-A. heideveld op de Gorsselscho heide, eigendom van het Rijk. Apeldoorn, 19 April Vanochtend heelt er in het buitenpark van het Koninklijk Domein „Het Loo" een vrij ernstige boschbrand gewoed. Een grooto uitgestrektheid opgaand dennenbosch werd verwoest. Door den vrij sterken wind viel het vuur niet gemakkelijk te stuiten, maar na hard werken gelukte het aan het domeinpersoneel, geholpen door de Apeldoornsche brandweer, tenslotte toch, den brand te bedwingen. Hoe in dit voor het publiek niet toegankelijk deel van het Koninklijk Park de brand is ontstaan valt niet uitte maken. Voor den Prins, die, zooals bekend is, zich veel voor de bebossching in het Park interreseert en zich er veel aan gelegen laat liggen, is deze verwoesting vaneen stuk bosch een onprettige verrassing op zijn verjaardag geweest. Barculo, 20 April. Mej. S. Hendriksen alhier is benoemd tot assistente aan het post- en telegraafkantoor le Veenendaal. Geadriitgeit) 19 April. Heden voormiddag dreven drie luchtballons over ons dorp, uit het Oosten komende om in Westelijke richting te verdwijnen. Uit goede bron werd ons medegedeeld dat met den aanleg der tram Gendringen—Netterden—Emmeri k spoedig een begin zal worden gemaakt. --- FEUILLETON. De ongekroonde Koning. Roman van PAUL OSKAR HöCKER, naar het Duitse h. (Nadruk verboden) 14 Het artikel was nu helaas ook bekend geworden op de cadettenschool in Grosz-Lichterfelde. Börries en Haunsheinz brachten het verkreukelde en veel gelezen blad mee naar Rotholz. Zoo maakte Deate er kennis mede. Hel veroorzaakte een uitbarsting van baitstochtelijke wanhoop. Beate wist ;;;. schoonheid en haar naam nu;i:,r77e levenskapitaal vormden en )>Kijkj 6 haar naam zulk een Kevaarden het verkondigen de nieuwsblaschande ~~ ons ongeluk onze Zij was met •, , In-no Eddv ustlangende haren naar voor (le jr Het was kort ren met d ,rs VierinS- De „jongens” wamen o i °n rc*n van vier uur geko-Dp„ 11 '!adden de zusters bij het kappe« overvallen. ’ *Ca!m wat kind, rust en bruis-Verdrg ' ’'6 weet ik kan gen opwinding Weet'm011' wat je mij daar vertelt, >,U i- lang- Dus menageer je, Ati.” c]j. Gtlt het? Tante, u kent het? Dit Pamflet? En u hebt er over gezwegen?” „Natuurlijk. Inden papiermand heb ik het gegooid. „M .ar het schandaal ! Daar zullen ze overal over spreken in Berlijn en in d En ik vraag u, tante Eddy, „als ik nu werkelijk de hoffeesten nog zal bijwonen. . . . ” Zij zweeg plotseling toen zij zag dat tante Eddy afkeurend liet hoofd schudde. „Of vindt u dat daar geen quaestie meer van is? Daardoor!” Zij sperde haar heel groote, ölauwe oogen open, staarde haar tante als wezeidoos aan, toen wierp zij zich 1 otsehng met een kreet van wanhoop °P ei© cnaiselongue. Er was mets wat gravin Czernin zoozeer haatte als „scènes”. Zij sprak haar nichtje krachtig toe. Beate kwam toen weer bij: uitgeput smeekte zij om vergeving. Maar haar heclo toekomst zag zij nu somber en grijs. De hoffeesten niet te mogen meemaken, geen bals, geen partijen meer bijwonen! Haar beide gekleede toiletten had zij op het laatste oogenblik nog gered zou zij die clan niet dragen! Hoe zou haar leven nu voortaan zijn? Zou zij nu voor goed van alle levensgenot afstand moeten doen?” ... „Voor goed, voor eeuwig? Neen Ati. Er moet cenigen tijd over heengaan. En de overeenkomst met de schuldeischers moet toeli eerst gesloten. _ „Ze hebben alles publiek verkocht, niet waar? Wat kunnen ze ons nog meer ontnemen?” „Ze zouden beslag kunnen leggen op een gedeelte van Papa's pensioen.Maar [zoover wil hy het niet laten komen. Hij heeft hun vrijwillig hooger afbetalingen geboden dan zij langs gerechtelijken weg kunnen eischen. Maak je nu verder klaar Ati, het is dadelijk zes uur, daar komt de dominé voor de toespraak Wij moeten hem allen ontvangen. Dan moet je me helpen met het aanwiizen van de plaatsen. Meisje lief, nu heb je roode oogen van het schreien. Ik waarschuw je: je moet oppassen niet te schreien. Wie zulk een prachtig geschenk van den hemel gekregen heeft als jij, heeft alle reden het leven vroolijk in te zien. ’s Morgens gymnastiseer je om een goede figuur te K1 ‘isen, s middags eet je niets om geen onderkin te krijgen gij gemeste blaas* en s avonds huil je zoo lang tot je ranuen onder de oogen krijgt als een a getobde, weduwe met vijf kinderen.” „1 antel” Verschrikt liep zij naar den spiegel: .werkelijk?” „Je bent oen kleine domoor.” De giavin lachte en greep haar in het prachtige, zijdeachtige haar. „Kom nor, ik zal je helpen, dan gaat het wat gauwer. Zij hielp haar dikwijls een nieuw kapsel probeeren, het was een aesthetisch genot voor haar het goed ondeihouden haar te behandelen, eigenlijk het gebeele zorgvuldig verpleegde, prachtige jonge meisje to verzorgen. Börries en Haunsheinz waren heel stil bij bet feest. Eenige weken geleden lmd Börries nog kunnen zeggen: Kerstmis overeen jaar ben je bij de dragonders van de garde. Nu zag hij een vreesolijk piolten-garnizoen in bet verschiet ergens in het verre Oosten of Westen, waar hij met tien thaler toelage moest toekomen. De predikant sprak zeer hartelijk tot de drie kinderen, die vandaag niet met hun vader en zusters vereenigd konden zijn. Börries luisterde er evenmin naar als Beate. Hij had den snit van het gezicht en ook de uitdrukking van zijn vader. Opvallend was de tegenstelling van de kleur van zijn haar, oogen en teint met het blonde, blauwe en blanke van Beate en Haunsheinz. De donkere tinten maakten zijn gezicht nog somberder en onvriendelijker. Geen syllabe antwoordde hij den predikant uit eigen beweging: slechts op zijn directe vragen gaf hij een militair kort antwoord: „Ja, mijnheer de dominee! „Neen, mijnheer de dominee!” Hij was de onberispelijke leerling van de militaire academie: eenzijdig, eergierig en hoogmoedig., maar pijnlijk correct in uiterlijke vormen. Haunsheinz was veel gevoeliger en meegaander. Zijn knutselarijen lagen hem nader aan het hart dan al het soldaatje spelen. Hij had ontzettend moeilijk figuurzaagwerk gemaakt. Inde grote vacantie was hij daar al mee begonnen, want de drie zusters moesten allen een cadeautje van hem hebben. Ook Gwendoline kreeg vanavond in New-York haar feestgeschenk. Het was een postzegeldoosje, hij had het haar gezonden als „staal zonder waarde.” Het brievenbakje dat Ingrid zeker op dat oogenblik voor Papa uitpakte was een klein kunstwerk. Dat had de burgerleeraar ten minste beweerd. Tante Eddy dacht:'die jongen heeft aanleg voor kunstenaar; hij was een klein genie. Börries had voor die talenten niet meer dan een verachtelijk lachje over. Hij vond ze een man onwaardig. Dat zijn broer in gymnastiek, zwemmen en paardrijden een van de zwakste van de brigadewas, stond stellig daarmede in verband. Het liefst zou Haunsheinz schilder geworden zijn. Dat durfde hij echter niet zeggen. Börries zou er hem zeker mee geplaagd hebben, ook in het bijzijn van zijn kameraden en hij zou den spotnaam genie zeker nooit weer kwijtgeraakt zijn. Het dienstpersoneel nam de geschenken mee en verliet het voorhuis achter den predikant, die nog verscheidene uitdeelingen moest bijwonen. De rentmeester en zijn vrouw dineerden op Kerstmis en op den verjaardag der gravin altijd op het heerenhuis. Het was het eenige wat nog was overgebleven van de aartsvaderlijke gewoonten. De nabijheid van Berlijn maakte een inniger verhouding tusschen mevrouw en haar onderhoorigen onmogelijk. Een klein riddergoed als Rotholz, dat inden loop der z-orgelooze, al te zorgelooze jaren eerst het hosch, toen de pannebakkerij had moeten afstaan, bracht nog geen twee percent op en kon geen goede loonen betalen. Zoo was er vaak behoefte aan dienstpersoneel, en zeer dikwijls verandering en ook op rentmeester en administrateur kon men niet vast rekenen. Men zou juist met den avondmaaltijd beginnen —de traditioneele karpersmet bier en gestampt maanzaaiï—• toen de brievenbesteller de laatste post bracht. Er was een aangeteekende brief voor Beate uit New-York. „Van Gwendoline?” De broers kwamen vol belangstelling nader. „Wel, wat een massa postzegels 1 Kijk eensl” riep Börries terwijl Beate het ontvangbewijs teekende. „Het is dubbele port,” zei Beate. „Dubbel? Neen. Vijfmaal, zesmaal. Kijk eens, voor elke twintig gram buitenlandsche port.” „Met de Duitsche post zou het goedkooper geweest zijn,” zei tante Eddy. Beate lachte. „Wat kunnen Gwendoline een paar mark port schelen. Mr. Walker heeft haar toch voor haar vertrek een biljet van duizend mark gezonden.” „Daar heeft ze toch de reis van moeten betalen?” vroeg Haunsheinz. „Neen, lieelemaal niet. Op de Hamburg-Amerika-lijn was alles al voor haar klaar. Verbeeld je.” „Prachtig 1” Börries zuchtte. Het gelakte couvert bevatte een brief van zestien zijdjes aan Beate en nog vijf kortere briefjes: voor Papa, voor Tante Eddy, voor Ingrid, voor Börries en Haunsheinz. „Zij weet niet, schrijft ze, waar wij het feest doorbrengen,” las Beate, „ik moet alles verdeelen.., Nu, dat gaat gemakkelijk Wij hebben haar toch wel geschreven, tante Eddy, dat Ingrid met Papa naar Wiesbaden is, is het niet?” „Zeker met de Duitsche post, zei Börries, „dan krijgt zij den prief pas vandaag.”' • (Wordt vervolgd.) ---