Gemengd Nieuws. — Een hevige brand te Boom, bij Antwerpen, heeft Woensdag ochtend een olieslagerij, een maïsmalerij en een reeks van stallen in de asch gelegd. Rond 1 uur, schrijft het Ilbl. v. Anttc., kwam de brandspuit van het gehucht Noeveren de brandweer van het dorp te hulp, en een half uur nadien kwamen de spuiten der gemeente Willebroek en van de fabriek De Naeyer aan. Met vijf lansen werd thans het vuur krachtig aangevallen en men gelukte er in de aanpalende woningen te bevrijden doch van al de gebouwen welke de fabriek uitmaakten, is niets meer recht gebleven dan de muren. Ten 2 uren had de branp een grootsch en indrukkend, doch tevens een droevig uitzicht. Tweeovergroote tanks, ongeveer 25 duizend liters olie bevattende, en die tot dan toe weerstand hadden geboden, stortten naar beneden en heel die zee van olie liep brandende in alle richtingen en deed de vlammen tot eene verbazende hoogte opstijgen. Vernield werden : 80,000 Kgr. lijnzaad, 45,000 Kgr. maïs en 30,000 Kgr. tarwe, benevens al de machines en gebouwen. De zestien paarden en de varkens zijn gered. — Dinsdag stortte te Ronsse (in België) met vreeselijk gekraak de oude molen in en viei geheel in puin. De molenaar was in zijn molen toen het ongeluk gebeurde, maar de zakken meel waartusschen hij stond, beschermden hem zoo goed dat hij in 't geheel geen letsel kreeg. — Geheimzinnig. i/Een zaak Joniaux ?" vraagt de Koophandel van Antwerpen en deelt dan het volgende bericht mede uit Brussel: Sedert eenigen tijd loopen er zonderlinge geruchten te Brussel over het dramatisch einde eener achtbare familie der hoofdstad. Deze familie bestond uit drie personen, de moeder, die een groot fortuin bijeenverzameld en zich teruggetrokken had in een prachtig liotel, nabij het Terkamerenbosch gelegen, haar beide zonen woonden bij baar in. Pas had zij haar nieuwe woning betrokken of ze stierf. Beide zonen trokken naar vreemde landen. Wanneer ze terugkeerden leefden ze beiden in goede verstandhouding in het huis door hun moeder nagelaten. Zekeren dag viel een der zonen bij het opstaan van tafel dood. De overlevende, die aldus in 't bezit kwam van een groot fortuin, genoot er niet lang van. Hij liet zich een nieuw buis bouwen, noodigde eenige vrienden ten eten en werd evenals zijn moeder en broeder bij het opstaan van tafel door een geheimzinnige kwaal aangegrepen, die hem twee dagen nadien op het kerkhof heeft gebracht. Gedurende deze twee dagen had hij juist den tijd om een testament te maken. De eenige meid, die den doodstrijd zijner moeder en van zijn broeder had bijgewoond, stond nu ook aan zijn sterfbed. Een notaris werd geroepen, de ongelukige schonk gansch zijn fortuin, dat een millioen twee honderd duizend frank bedroeg, aan een tante, die in Duitschland woonde en hem geen driemaal had gezien. De meid ontving een lijfrente van 3000 frank 's jaars. Een andere te Brussel wonende tante, die deze schikkingen vernomen had, vond ze heel zonderling en protesteerde. Om baar tot zwijgen te brengen stak men haar 200,000 frank in de hand, en... ze zweeg. Doch het gerucht, dat ze om die zaak gemaakt had, bracht veler geest aan 't denken, de zonderlinge dood der twee sterke zonen, in den bloei des levens weggerukt, was wel van dien aard om een greintje van wantrouwen te helpen kiemen en ontwikkelen. Was die dood wel natuurlijk ? De geneesheeren kunnen zich bedriegen. Zes maanden verliepen sedert deze gebeurtenissen. Een dof gebrom kondigt een onweer aan. Zou men zich hier bedrogen hebben ? — Een berichtgever van den Parijschen Matin heeft te Napels van een der daar uit Eritrea aangekomen gewonden, nog eenige bijzonderheden vernomen over den slag bij Adoea. Vooral de houding van generaal Da Bormida, moet, te midden der algemeene paniek, bewonderenswaardig geweest zijn. Na zijn bekenden onstuimigen aanval waarbij de troepen van Makonnen en Mangasja tot in hun kampementen teruggedreven werden, moest Da Bormida eindelijk terugtrekken voor de overmacht ; en om den terugtocht te beveiligen, moest men zich tot herhaalde aanvallen met de bajonet bepalen, daar zoowel de infanterie als de artillerie geen ammunitie meer bezaten. //Bij dezen terugtocht viel generaal Da Bormida door verscheidene kogels getroffen. Kolonel Airaghi nam zijn plaats in, maar onderging al spoedig het zelfde lot. Toen nam kolonel Ragni de leiding op zich en hij wist het overschot der brigade naar Sauriat te brengen, waar een Aankaan val der Sjoanen werd afgeslagen ; maar hierbij moest het geschut prijsgegeven worden. Het was de eenige brigade die, na den geheelen dag gestreden te hebben, in goede orde Adikaje bereikte. //De gewonde officieren en soldaten, te Napels aangekomen, zijn allen overtuigd dat generaal Arimondi gesneuveld is. Een soldaat, Cavacchi genaamd, die vlak bij den generaal stond, verzekert Arimondi van het paard te hebben zien vallen nadat hij beide handen tegen de borst gedrukt had. Op hetzelfde oogenblik viel de compagniescommandant van dezen soldaat, doodelijk getroffen neer. Cavacchi ving zijn kapitein op, maar toen hij zag dat deze dood was, keerde hij zich om ten einde te zien wat er van generaal Arimondi geworden was. Diens paard was echter verdwenen, en op den grond lagen de lijken dooreengeworpen. De kring van vijanden sloot zich al nauwer om hen heen en Cavacchi redde zich met het overschot zijner compagnie. Volgens een der verhalen zou een jong officier, luitenant Concilus, die zwaar gewond werd, na zich verdedigd te hebben, door de Abessyniërs medegevoerd en levend verbrand zijn. — De Koningin van huis. Zooals men weet, verblijft koningin Victoria thans te Nizza, en daar zij alle benoemingen en besluiten van haar Rijk moet teekenen, bestaat er, wanneer H. M. buiten Londen verblijft — en dat is het geval gedurende 350 dagen van het jaar — een bijzondere dienst van koeriers, die eiken dag aan de Koningin stukken brengen, welke moeten geteekend worden. Nu vertrekt er eiken morgen een koerier van het ministerie van Buitenlandsche Zaken naar Nizza. Te 10 uren 's morgens verlaat hij Londen langs Folkestone-Boulogne, komt te 5 uren 40 te Parijs aan en stapt in 't rijtuig van het Engelsche gezantschap, dat hem aan het Noordstation wacht, om hem naar het station van Lyon te brengen, dineert aan het buffet, neemt den sneltrein van 8 u. 25 en komt des anderendaags 's namiddags, te 3 u. 45 te Nizza aan. Een dienstrijtuig brengt hem naar het verblijf der Koningin, waar de koerier zijn portefeuile afgeeft aan den kamerheer van dienst. De koerier weet niet wat er in die portefeuille steekt, zij is met een slot gesloten, waarvan hij den sleutel niet heeft. Eens de portefeuille afgegeven, is hij vrij tot 's anderen daags 's morgens te 11 uren. Op dat oogenblik gaat hij naar het kabinet van den knmerheer om de portefeuille te halen, neemt sneltrein ten 1 u. 30, komt des anderendaags 's morgens te 8 u. 50 te Parijs aan, rijdt door de stad in het rijtuig van het gezantschap neemt een ontbijt aan het Noorderstation, stijgt in den trein naar Calais, is te 5 u. 40 te Londen en gaat zijn portefeuille in het ministerie van Buitenlandsche Zaken neerleggen. Hij is Maandag ochtend vertrokken en keert Donderdag avond terug. In zijn afwezigheid zijn reeds drie andere koeriers vertrokken ; deze dienst telt 12 reizigers; elke reis kost 750 frank. Daarenboven is de Koningin twee maal daags in telegrahiscbe gemeenschap met haar ministers. — In een voorstad van Glasgow heeft een vrouw drie van haar eigen kinderen vermoord, door hun de keel af te snijden ; de wichten waren ruim twee en een halt jaar, anderhalf jaar en zes weken oud. De vrouw, die negen jaar getrouwd is en zeven kinderen heeft, was al lang erg neerslachtig, en men denkt dat haar geestvermogens gekrenkt waren. — Volgens de officieele statistiek is in Pruisen in het jaar 1893 het aantal sterfgevallen tengevolge van dronken mans waanzin belangrijk toegenomen in vergelijking met de voorafgaande vijf jaren. Overleden zijn aan die ziekte 591 mannelijke en 71 vrouwelijke personen, tezamen 662 personen, tegen 570 in 1892 en 600 gemiddeld in de jaren 1888 tot 1892. Van 1877 tot 1887 zijn jaarlijks meer dan 1000 personen aan delirium bezweken. — Een man bekende, terwijl hij dronken was, dat hij twee jaar geleden het stadje Keithsburg, in Illinois, in brand gestoken had, bij welke gelegenheid 95 huisgezinnen dakloos werden. Hij is door de politie van Ft. Masidon, waar hij deze bekentenis deed, naar Keitshburg overgebracht. — Een geheel dorp vergiftigd. Da bewoners van een groot dorp in het departement Saint-André de Sangouis zijn het slachtoffer geworden van het gebruik van mosselen. In een familie stierf eerst de jongste dochter, toen een zoon van 22 jaar, terwijl de meid gevaarlijk ziek ligt. Maar in bijna alle huizen heeft men gevallen van vergiftiging, ofschoon niet overal in die mate. — Ook elders trouwens zijn er reeds gevallen met doodelijken afloop voorgekomen. De artsen zoeken naar het bijzondere vergif in deze mosselen. --- BURGERLIJKE STAND EINDHOVEN. Van 15—31 Maart 1896. GEBOORTEN: Jacobus Cornelius Josephus Maria, z. van J. C. Rüttjes en M. E. M. van Lith. — Wilbelmina, d. van M. van der Werft'. — Johannes Henricus Alphons Joseph, z. van M. A. P. Hezemans en J. van Lieshout. OVERLIJDEN : Wilhelmina Allegonda Cornelia van de Voort, oud 4 j. — Antonius Hubertus Cornelis Eliëns, oud 7 w. — Anna Maria Slits, oud 75 j., Wed. H. Rooijakkers. — Johanna Maria Boelen, oud 44 j., geh. met J J. van de Leur. — Bernardus Johannes Brakels, oud 8 j. HUWELIJKEN: Geene. --- KANTONGERECHT EINDHOVEN. Zitting van Maandag 23 Maart 1896. Uitspraken in zake het O. M. tegen : W. B. te te Veldhoven, vrijgesproken. F. J. d. G. te Stratum en W. B. te Leende, beide bekl. van jachtdelict, No. 1 f 5 boete subs. 2 d. hecht., No. 2 f 4 boete subs. 2 d. hecht.; P. J. d. G. en H. A. H. S. te Eindhoven, bekl. van weigeren hulpbetoon, ieder f 5 boete subs. 3 d. hecht.; J. v. V. en H. S. te Geldrop, bekl. van loopen over grond, No. 1 f 8 boete subs. 3 d. hecht., No. 2 f 3 boete subs. 2 d. hecht.; Th. v. H. te Son en M. v. d. K. te Heeze, bekl. laten loopen vee, No. 1 f 3 boete subs. 2 d. hecht., No. 2 f 5 boete subs. 3 d. hecht.; A. C. en J. V. te Woensel, J. v. Z. en P. v. Z. te Geldrop, bekl. van burengerucht, ieder f 3 boete subs. 2 d. hecht.; H. J. S. te Zeelst, bekl. van niet betrekken nachtwacht, f 3 boete subs. 1 d. hecht. ; J. C. T. te Bergeijk, C. S. te Eindhoven en W. P. te Woensel, bekl. van rijden berm. openb. weg, ieder f 1 boete subs. 1 d. hecht.; J. R. te Woensel, rijden op hondenkar f 1 boete subs. 1 d. hecht.; P. F. v. B. te Geldrop en H. H. te Woensel bekl. van dronkenschap, No. 1 3 d. hecht., No. 2 f 1 boete subs. 1 d. hecht.; C. C. S. te Eindhoven, bekl. van dronkenschap, 10 d. hecht, en opzending voor den tijd van een jaar naar 's Rijks werkinrichting; H. V. te Zes-Gehuchten, bekl. var. dronkenschap en burengerucht, 2 maal f 3 boete subs. 2 maal 2 d. hecht.; F. V., C. F. en M. S. te Gestel, F. v. d. H. en H. S. te Zes-Gehuchten, alle bekl. van strooperij, No. 1 f 3 boete subs. 3 d. hecht., Nos. 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ieder f 2 boete subs. 2 d. hecht.; P. H., G. v. B. en E. F. te Tongelre, A. a. R. en H. Z. te Geldrop, M. L. en A. d. L. te Stratum, bekl. van strooperij, No. 1, 2, 3, 4,5 en 6 ieder f 1 boete subs. 1. d. hecht., No. 7 t 0,50 boete subs. 1 d. hecht. --- Marktberichten. Oirschot, 1 April. Heden werden aangevoerd 200 halve kilo's boter. Middelprijs was 47 cents per halve kilo. KALVERENMARKT. Rotterdam, 31 Maart. 331 Kalveren van ƒ1.10 a ƒ 0.95 per 1 Ned. pond, schoon aan den haak. Amsterdam, 1 April. 224 Kalveren van ƒ1.10 a 90 cent per 1 Ned. pond, schoon aan den haak. London, 2 April. 160 Kalveren van f 3.70 a / 2.10 per 4 Ned. ponden, schoon aan den baak JAARMARKTEN, van 7 tot 9 April 1896. Dinsdag 7. Uden, Vucht. Woensdag 8. 's Bosch, Tilburg, Oss, Rozendaal. Donderdag 9. Bergen-op-Zoom, Steenbergen, Vierlingsbeek. ---