GRIJPSKERK. – De heer D. v. d. Zaag GRIJPSKERK. De heer D. v. d. Zaag! is benoemd tot onderwijzer aan de Bijz. school te 't Zandt. KORNHORN. De heer M. Helbig is benoemd tot besteller in vaste dienst bij de P.T.T. HOOGKERK. Op de Tweede Kerstdag werd de campagne aan de Fries-Groningse Coöp. Beetwortel Suikerfabriek G.A. beëindigd. Volgens de voorlopige gegevens Werden in totaal verwerkt bijna 340 millioen kg bieten, met een gemiddeld suikergehalte van circa 14.9 procent. Het gemiddelde tarrapercentage bedroeg 23 (inclusief grijpertarra en losse aarde). Met uitzondering van 23 dagen dat de fabriek als gevolg van onvoldoende aanvoer niet op volle capaciteit kon d/ werd gedurende de resterende 51 dagen gewerkt op een gemiddelde dagcapaciteit van 5.160.000 kg. TOLBERT. De officiële opening van de nieuwe Landbouwhuishoudschool zal plaats hebben op Woensdag 12 Jan. a.s. Wegens haar vertrek naar Groningen, alwaar zij werkzaam zal zijn aan de inr;chting van slechthorenden, nam Mej.l G. Leeninga afscheid als onderwijzeres van' aan de Openb. Lag. School. Alle kinderen Op school ontvingen als afscheid een tractal ;e. Zelf mocht Mej. Leeninga van haar collega's en oudercommissie een geschenk ontvangen als herinnering aan de gezellige tijd in Tolhert meegemaakt. LEEK. Onze ,vroegere plaatsgenoot, de heer K. Hummel, thans te Hoogezand, is benoemd tot leraar aan de Gemeentelijke Technische School te Ridderkerk (Z.H.). Infunctietreding 1 Februari 1955. LEEK. Onze plaatsgenoten, de heren W. Heijs en W. G. Postma, zijn bevorderd bij de Techn. Dienst van de P.T.T. tot vakm:•ll I. RODEN. In 't Hotel Van der Molen Werd door de plaatselijke afdeling van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen een kerstavond gehouden, die onder leiding stond van Mej. Van Balsvoort. In haar openingswoord heette de Presidente een groot aantal leden welkom. Zij sprak daarbij haar vreugde er over uit, dat de opkomst, ondanks het slechte weer, zo bijzonder goed was. Medegedeeld werd, dat het de bedoeling is, om eind Januari a.s, een bonte avond te houden en die te doen verzorgen door eigen krachten. Besloten werd om de zieke leden ter gelegenheid van het Kerstfeest een kleine attentie aan te bieden. Na de rondvraag, die geen bijzonders opleverde, werd het feestelijke deel van de avond aangevangen. Mevr. Meek—Heijs las het kerstevangelie. De presidente vertelde op boeiende wijze over het leven van Kai Munk, de Deense dominé-dichter, die in 1898 te Kopenhagen Werd geboren en in 1944 werd vermoord. Mevr. Cramer las een kerstgedicht, ter-Wijl Mevr. Christiaans enkele kerstliederen zong, waarbij zij op blokfluiten werd begeleid door de dames Van Balsvoort en Van Boelenhoven. kerststukje „De vrouw van de herbergier" werd op goede wijze vertolkt. De presidente dankte allen, die meewerkten aan het welslagen van deze avond, terwijl Zij de wens uitte, dat allen goede feestdagen zullen hebben met hun gezinnen. Met zang van het „Ere zij God" werd besloten. --- Autotochten Ouden van Dagen en het verkeer Politie-instanties van een achttal Noord-Hollandse gemeenten hebben dezer dagen onderlinge besprekingen gevoerd over de Verkeersmoeilijkheden bij de jaarlijkse autotochten van ouden van dagen. Deze Uitstapjes worden meestal met particuliere auto's gemaakt. De auto's rijden in colonnes van dikwijls aanzienlijke lengte. Als resultaat der bespreking is besloten een rapport over dit vraagstuk aan de Minister te zenden en deze bewindsman te Vragen landelijke richtlijnen voor de organisatie dezer tochten te willen vaststellen. Gemeenten mogen geen kraamgeld uitkeren -De raad van Geleen (L.) was bij de 'Croon in beroep gekomen tegen een besluit van Gedeputeerden van Limburg waarbij g°eclkeuring is onthouden aan het raadsbesluit, waarbij f 5.600 op de begroting van 1953 werd gebracht wegens uitkeringen bij bevallingen in grote gezinnen. De raad had deze uitkering niet bedoeld als een Vorrn van sociale zorg, doch uitsluitend als blijk van erkenning van de waarde van het grote gezin voor land en volk. De Kroon heeft thans overwogen, dat een dergelijke steun moeilijk anders kan Worden gezien dan als een z.g. kraamgeld-Uitkering, die reeds is geregeld door de rijkswetgever voor bepaalde loontrekken- Voor deze categorie heeft de gemeente dus geen taak. Op die grond is het beroep ongegrond verklaard. --- RAADSVERSLAG RODEN Afwezig: de heer Van der Heide. I\Tiik een afwezigheid van plm. 4 maanden, wegens ziekte, werd op 21 December j.l. de vergadering van de raad voor het eerst Weer gepresideerd door de burgemeester, de heer j. e. Cramer. De. Voorzitter opent de vergadering met te zoggen, dat er enerzijds grote vreugde In zijn hart is over het feit deze vergadering weer te mogen kunnen leiden, anderzijds is er diep medeleven met de Secretaris. Ten aanzien van de waarneming van Zijn ambt, zegt spr., dat 1. ij zeer dankbaar Is, dat de heer Deodatus en de Secretaris, niet steun van de secretarie een en ander OP voortreffelijke wijze hebben geregeld. De practische uitvoering van alles was in handen van de Secretaris. Spr. heeft alles in keurige orde aangetroffen. Hij heeft groot respect voor liet werk, dat de locoburgemeester en de Secretaris hebben verricht en waarin hij ook de secretarie, die prima heeft gewerkt, wil betrekken. Spr. dankt voor het medeleven en de liefde tijdens zijn ziekte bewezen door talrijke Rodenaren. Weth. Deodatus, die tijdens de ziekte Van de burgemeester als loco-burgemeester Waarnam, zei 0.m., grote steun aan de Secretaris te hebben gehad. Spr. werd plotseling voor de taak geplaatst en heeft ook de moeilijkheden daarvan terdege onderkend. Hij brengt dank aan de Voorzitter voor het vele werk, dat deze in het belang der gemeente steeds verricht. Voorts dankt spr. de Secretaris, aan wie hij grote steun heeft gehad, alsmede allen, die hier werken en met veel ambitie hun taak vervullen. Voorts betrekt de heer Deodatus in zijn dankwoord Weth. Van den Berg, met wie vaak overleg werd gepleegd. Hij wenst tenslotte de Voorzitter een spoedig algeheel herstel. Weth. Van den Berg zegt, zich geheel aan te sluiten bij de woorden van Weth. Deodatus en dankt voor diens goede woorden. Spr. verklaart blij te zijn, dat de burgemeester, hoewel nog niet geheel hersteld, zijn taak weer kan waarnemen. Spr. dankt eveneens voor het werk, dat de burgemeester voor de gemeente verricht, werk, waarvoor veelal geen dank betuigd wordt. De heer Willems zegt zeer verheugd te zijn, dat de Voorzitter thans weer nagenoeg hersteld is en verklaart voorts, dat .-nen steeds met veel belangstelling naar de gezondheidstoestand heeft geïnformeerd. Spr. hoopt, dat ook de heer Leij spoedig hersteld zal zijn. De heer Van Rij zegt, namens de rechtse fractie, dat men vooral in de tijd van de ernstige ziekte van de burgemeester ten volle heeft meegeleefd en dat men verheugd is, dat deze zijn taak weer kan waarnemen. Spr. hoopt, dat om de heer ILeij spoedig zijn werk weer mag hervatten. Tot onderwijzeres aan de 2de O.L. School te Roden werd met alle stemmen benoemd Mej. H. van der Klei, onderwijzeres te Frederiksoord. In. verband met de 6%-weddeverhoging van het gemeentepersoneel over 1955, die de raad aanvaardt, worden ook de kindertoelageverordeningen en de uitkeringsverordening gewijzigd. Besloten wordt tot aankoop van een nieuwe schrijfmachine, waarvan de kosten f 745 bedragen. De heer W. Beuving, gemeente-tuinman op arbeidscontract, wordt ingaande 1 Januari 1955 benoemd in vaste dienst. De heer Ter Veldhuis zegt, hoewel hij tegen deze vaste aanstelling op zichzelf geen enkel bezwaar heeft, dat hij enkele grieven heeft gehoord, omdat bij benoeming op deze wijze, anderen geen kans krijgen. Spr. zal daarom gaarne zien, dat lin 't vervolg sollicitanten worden opgeroepen. De Voorzitter zegt, dat in de toekomst met deze opmerking rekening kan worden gehouden. Op verzoek van de Prov. Voedseleommissaris wordt de huur van het kantoor van de Plaatselijke Bureauhouder verlaagd vani f 460 op f 375, dat in verband met het feit, dat voor huur van dergelijke lokalen in Drenthe een uniforme regeling bestaat. In verband met een opmerking van de heer Piek, dat het dikwijls bezwaar oplevert, dat de Maatschappelijke Werkster in hetzelfde vertrek huist, zegt de Voorzitter, dat plannen voor verbouw van het gemeentehuis in een vrij vergevorderd stadium verkeren. Waarschijnlijk zullen deze met 2 á 3 maand in de raad komen'. Het visrecht in het Leekstermeer wordt voor drie jaar verpacht aan de huidige Pachters R. v. d. Dong te Matsloot, B. van der Dong te Matsloot en E. van Esch te Oostwold voor een pachtsom van f 306 per jaar. In verband met het voorstel van B. en W. tot uitgifte in erfpacht aan Jarino N.V. van 54.20 are industrie-terrein, gelegen aan de weg naar Leutingewolde, zegt de Voorzitter, dat het College blij is, dat Jarino zoveel initiatief weet te ontplooien. De heer Veninga vraagt of het niet gewenst is, om het terrein langer en smaller te maken. Het is voor latere aanvragers aantrekkelijk, Wanneer men aan de harde weg ligt. De Voorzitter antwoordt, dat rekening is gehouden met aanleg van een weg naar de achter gelegen liggende percelen. De heer Ter Veldhuis ziet een bezwaar in lange percelen. Nadat op een deSbetreffende vraag van de heer Willems de Voorzitter heeft geantwoord, dat de breedte van de aan te leggen weg waarschijnlijk 10 meter zal worden, wordt het voorstel van B. en W. zonder hoofdelijke stemming aanvaard. Met de heer G. Brouwer te Steenbergen wordt geruild een perceeltje grond, gelegen achter de woning van de heer W. Schuitema in het uitbreidingsplan Zuidersingel. Door deze ruiling zal de gemeente een 2-tal bouwterreinen in haar bezit krijgen. Besloten wordt tot verkoop van een dezer terreinen aan de heer J. B. Gorter te Groningen, die hierop zo spoedig mogelijk een woning zal willen doen bouwen. De prijs der grond wordt bepaald op ƒ 3.25 per m 2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van de Wegenwet wordt besloten, het onderhoud van de Langewijk door de gemeente van de betrokkenen over te nemen. De voor verbetering van deze weg benodigde gronden worden aangekocht voor een totaal bedrag van f 3996-- De Voorzitter zegt, dat deze zaak nog niet helemaal „rond" is. Er zijn evenwel voldoende mogelijkheden, dat de weigerachtige tenslotte tot inzien zal komen. Besloten wordt voorts tot het aanbrengen van verliehing langs de Kaatsweg. De heer Ter Veldhuis zegt deze verlichting ten zeerste toe te juichen. De weg is echter een modderpoel. Spr. vindt het een staaltje van plicht, dat de aangelanden nu eens gaan zorgen voor een behoorlijk pad. De Voorzitter antwoordt hierop, dat de verbetering van de weg ook is opgenomen in het ruilverkavelingsplan voor het zuidelijk deel van Roden. De heer Ter veldhuis zegt, dat een dokter of verpleegster er practisch niet kan komen. De heer Deodatus zegt, dat dit geen wonder is, wanneer men de modder uit de sloten haalt en op de weg deponeert. De heer Ter Veldhuis vraagt, hoe men denkt over de verlichting van de Leeksterweg, waar het ongeluk, waarbij de gemeente zo nauw is betrokken, is gebeurd. De Voorzitter antwoordt hierop, dat de lamp, staande In het verlengde van de Leeksterweg op de Helterbult, aan de Leeksterwegkant zwart zal worden gemaakt, zodat deze vanaf die weg niet meer zal zijn te zien. De plaatsing van een natriumlamp wacht op materiaal uit Zwitserland. Overwogen wordt, om er een flikkerlicht-installatie aan te brengen. Overigens wijst spr. er op, dat de aanrijding in het huis van de heer Vroom is ontstaan door een mechanisch defect aan het voertuig, terwijl het ongeluk, dat de Secretaris trof is ontstaan, door onverantwoordelijkheid van de chauffeur. De situatie op het moment van dit ongeval was zodanig„ dat de overheid hier beslist vrij uitgaat, omdat de bermplankjes voldoende beveiliging geven, meer nog dan de asstreep, aldus spr. De heer Veninga brengt het spreekwoord „Als 't kalf verdronken is, dempt men de put" in herinnering en wijst dan op diverse gevaarlijke kruispunten in het dorp. De Voorzitter antwoordt hierop, dat aan 't slot dezer vergadering hierover nog een mondeling voorstel komt. De heer Poelstra vraagt: Hoe staat het met het aanbrengen van een nachtbrander te Nletap en het lichtpunt bij Helder. Weth. Deodatus zegt, dat het laatste niet mogelijk is, terwijl de Voorzitter zegt, het eerste punt te zullen onderzoeken. Vastgesteld wordt een nieuwe verordening marktgelden. Besloten wordt tot verbetering en verharding van de Poolswijk en de Langewijk. De totale kosten worden geraamd op 262149.50. In deze kosten wordt een subsidie verwacht van 75 pct. Voorts wordt besloten de gronden ten Zuiden van de Kastanjelaan achter de boerderij van de heer Alkema bouwrijp te maken. De kosten worden geraamd op fr 18800.— De bouwterreinen zullen een ikostprijs van ƒ 3.35 per m 2 krijgen. Eveneens wordt besloten tot aanleg van een nieuwe weg tussen de Norgerweg en 'de weg naar Nieuw-Roden (gronden uitbreidingsplan). De kosten hiervoor worden I begroot op ƒ 47500.— Aan de Stichting Culturele Gemeenschap te Roden wordt een subsidie toegekend van f 500. De Voorzitter is van mening, dat er zeer serieus gewerkt wordt en dat één en ander ook zeer serieus wordt verantwoord. Het C,)3lege staat zeer sympathiek tegenover de Stichting. Besloten wordt, aan de stichting Gezinszorg „Roden" over 1954 een extra sul?sidie te verlenen ten bedrage van het nadelig saldo over 1954, onder voorwaarde, dat door dit extra subsidie het totaal van Rijksen Gemeentesubsidie niet meer bedraagt dan 75 pct. van de kosten, waarin het subsidie wordt verleend. Mevr. Thie zegt, dat het oorspronkelijke doel der Stichting was: hulp in gezinnen, Waarin om bepaalde redenen de vrouw des huizes niet kan werken. Thans wordt, met Inschakeling van de Maatschappelijk Werkster, een breder terrein beoogd. Spreekster vraagt, of het geen tijd wordt, dat de gemeente meer invloed in de Stichting krijgt. De Voorzitter zegt, dat Gezinszorg an.. ders wel terdege open kaart speelt. Als dé vocrtekenen niet bedriegen, dan zal er P meer gebeuren. In een voorbespreking heeft spr. de indruk gekregen, dat er binnen afzienbare tijd een tweede Maatschappelijk Werkster bij zal kunnen komen met ' hoge subsidie. Daarbij zal Gezinszorg een breder terrein krijgen, n.l. naast gezinszorg bestrijding van a-socialiteit, gezondheidszorg, enz. Hieruit kan voortvloeien een vergroting van het krotopruimingsvolume. Mevr. Thie zegt, geen bezwaar te hebben tegen het Stichtingsbestuur als zodanig. Haar bezwaar stuit op het feit, dat niet alle rangen en standen zijn vertegen-Iwoordigd. Bovendien wil spr. ook de buitendorpen meer inschakelen. De heer Van Rij is van oordeel dat een bestuur van 9 personen voldoende groot is. De Voorzitter zegt, Mevr. Thie gelijk te geven. Gezinszorg zal in de toekomst trachten, vrouwen, die maatschappelijk beneden de maat blijven, trachten bij te brengen. Spr. zal zich over een en ander nader beraden en met een nader voorstel wellicht komen bij de aanstelling van een 2e Maatschappelijk Werkster. De heer Poelstra wijst op de noodzaak, dat in de verschillende dorpen contactpunten zijn. Ook hij is voor de idee van Mevr. Thie. Na een vrij drukke discussie over de wordingsgeschiedenis van de Stichting, waaraan deelnemen Mevr. Thie, Weth. Van den Berg, de heren Van Rij en Piek, wordt het voorstel aanvaard. Besloten wordt de subsidie voor het Kleuteronderwijs in dier voege te wijzigen, dat ook voor de leidsters, die het diploma B hebben verworven, thans ook een subsidie wordt verleend van f 200 (voorstel-Mevr. Thie) en deze subsidie toe te kennen met ingang van de maand, waarin het diploma wordt verworven. De gewijzigde regeling wordt geacht in werking te zijn getreden op 1 Mei 1953. De subsidie aan het Drents Economisch Technologisch Instituut wordt met ingang van 1955 verhoogd van 21/2 op 3 cent per inwoner. In hun voorstel tot herbenoeming van de leden van de Woningcommissie, delen B. en W. mede, dat, nadat een bespreking is gehouden met de Hoofdingenieur-Directeur van de Wederopbouw en Volkshuisvesting in Drenthe en de chef van de lste afdeling ter Prov. Griffie, waarbij ook de leden van de toenmalige Woningcommissie aanwezig waren, van Ged. Statende mededeling is ontvangen, dat het bouwvolume over 1955 is vermeerderd van 7 tot tot 20 woningen. De leden van de commissie hebben medegedeeld, dat zij een herbenoeming zich thans zullen laten welgevallen, mede ook, omdat de Commissie thans geen zitting meer zal houden voor het publiek. De dames A. J. Binnema—Venema te Nietap en J. de Jong—Blom te Roden en de heren J. Douwes te Leutingewolde, K. van Rij te Leutingewolde en Tj. Stellema te Roden worden voor het tijdvak tot 1 October 1955 als leden herbenoemd. In verband met een opmerking van de heer Willems, dat het hier wel lijkt op koehandel, zegt de Voorzitter, dat een en 'ander hoofdzakelijk verband hield met foutieve gegevens, waarop de berekening van het volume was gebaseerd. De demonstratie als zodanig, is verstandig geweest, aldus spr. Ten behoeve van de dienst Sociale Zaken wordt besloten tot aanschaffing van een bromfiets. De kosten worden geraamd op ƒ 600. Besloten wordt tot het bouwen van twee dubbele woningen te Nietap, 1 dubbele en 2 dubbele duplex-woningen te Roden. De totale kosten worden begroot op f 107106. Een perceeltje bosgrond te Roderesch, groot 3 are, wordt verpacht aan M. de Vries iElzn. te Roderesch voor een jaarlijkse pacht van f 15. Een drietal reclames tegen aanslag rioolbelasting wordt afgewezen. Aan de heer W. de Vries te Nietap wordt verkocht een perceel bouwterrein, gelegen aan de weg naar Nieuw-Roden, tegenover de woning van de heer Poel, voor een koopprijs berekend naar f 3.50 per m 2 (juiste grootte nog niet bekend). Aan de heer J. Bos, hoofd van de Zelfbescherming van de 8.8. wordt over 1954 een gratificatie toegekend van ƒ 250.— Een besluit, betreffende voorrang4ruisingen in het dorp Roden, wordt vastgesteld . --- Advertentie Wij willen met een schone lei beginnen! Daarom ruimen we Mies op wat we In huis hebben in onze seizoenopruiming 1955, die Maandag, 3 Januari begint en boven 'en op alle courante artikelen 10 0/0 extra korting -, S h • + A e ' MAIINkUFACkTUREN-CONFÉCT7E (07 F? ".1 Kom vlug, kont vroeg. Dan profiteert U volop! --- BALANS DER EMIGRATIE door mr E. J. F. Westerhuis Hoofd van de Hoofdafdeling Voorlichting en Voorbereiding van de Nederl. Emigratiedienst ' OOK DIT JAAR is in ons land zeer veel 'geschreven en stellig nog meer gesproken over de emigratie. Hoewel vaak geschreven en gezegd wordt dat de emigratie in het centrum van de publieke belangstelling staat, is het echter nog de vraag of de kring van de belangstellenden niet te zeer beperkt is gebleven tot die van de direct belanghebbenden. Onder belanghebbenden versta ik dan zowel hen die een positief als hen die een negatief belang bij de emigratie hebberi. Het heeft mij vaak getroffen, dat in kringen van niet-positief belanghebbenden over onze Nederlandse emigranten ge'sproken wordt op de zelfde wijze als men vroeger sprak over hen, die in het begin van deze eeuw naar Nederlands-Indië gingen. lOok zij werden vaak beschouwd als een soort avonturiers, als mensen, die het in Nederland blijkbaar niet konden rooien. Is ,zó vrij algemeens het oordeel over een vertrekkende emigrant, een emigrant die terugkeert wordt gezien als iemand die wel nergens meer voor zal deugen. De belangstelling voor en de bekendheid met Nederlands-Indië was in brede kring bij ons volk vóór de oorlog niet zo bijster groot. Het bekende boek: „Daar werd wat groots verricht" verscheen op het moment, dat de directe verbinding met Nederlands-Indië door oorlogsomstandigheden was verbroken. In onze huidige periode van hoogconjunctuur en /time werkgelegenheid spreekt de nationale betekenis van de emigratie misschien niet meer zo sterk tot de verbeelding als enige jaren geleden. Het feit echter, dat jaarlijks een 30 tot 40 duizend landgenoten Nederland verlaten om elders een bestaan te zoeken, verdient alleen om het aantal al de volle aandacht van het gehele Nederlandse volk. Wanneer ik nu spreek over de balans der emigratie, ga ik het woord balans in twee betekenissen gebruiken. In de eerste plaats balans gezien als weegschaal en in de tweede plats balans in boekhoudkundige zin, dus als eindafrekening. Emigreren is niet zulk een eenvoudige zaak als veelal wordt gedacht. Vóór dat men het besluit neemt, dient men de goede , en kwade kansen, de voor- en nadelen van 'de emigratie als in een weegschaal tegen elkaar af te wegen. Men mag aannemen, dat voor hen, die tenslotte na veel „wikken en wegen" besloten te emigreren, de balans Is doorgeslagen naar de richting van de goede kansen. De voordelen worden dan blijkbaar groter geacht dan de te verwachten nadelen. Ik zeg hier uitdrukkelijk geacht: de voordelen kunnen evenals de nadelen slechts getaxeerd worden. Op de schalen zowel aan de ene als aan de andere kant kunnen slechts veronderstellingen, verwachtingen, nimmer zekerheden liggen. Dit jaar hebben ca. 35.000 Nederlanders ons land verlaten en het is wel de moeite waard eens na te gaan welke factoren de balans ten gunste van emigratie deden doorslaan. In het welvarende Nederland van thans met zijn uitgebreide sociale voorzieningen heeft een ieder het toch goed! Wat drijft hen toch? Het is niet eenvoudig hierop een kort antwoord te geven. De overwegingen van emigranten zijn zo verscheiden als de mensen verschillend zijn. Slechts zelden zal men daarvoor één bepaalde factor kunnen aanwijzen. Generaliserend zou ik willen zeggen, men zoekt en verwacht in emigratie grotere ontploofingsmogelijkheden. De meeste emigranten zullen wel erkennen, dat ze het in Nederland goed hadden. Afgezien van het feit, dat goed ook nog een vergrotende en overtreffende trap heeft, is goed een heel betrekkelijk begrip. Voor velen van hen die de moed de energie opbrachten om te emigreren, geldt dat zij het eerst dán goed vinden, indien zij de reële mogelijkheden hebben, te bereiken hetgeen zij op grond van hun capaciteiten menen te kunnen bereiken. Hiervoor waren zij bereid vaak zeer veel van wat Nederland hun aan zekerheden bood prijs te geven. De verwachting van betere ontplooilingskansen deed voor vele emigranten de weegschaal ten gunste van de emigratie doorslaan. Wanneer ik spreek over ontploofingsmogelijkheden dan bedoel Ik dit zowel in materiële als in geestelijke zin. Ik wil dit met een heel eenvoudig voorbeeld illustreren. Vooral onder de jonderen zal men er weinigen aantreffen, die, uit pure geestdrift voor het veilig beslotene, op de zoveelste verdieping van een flatgebouw op drie kamertjes willen wonen. Doch wat wil men, wat verwacht men? Ons land is dicht bevolkt, men name het Westen! Wij winnen land aan. Het is een belang van de eerste orde, dat deze landaanwinning zonder onderbreking voortgaat. Doch wat betekenen de hectaren oppervlakte die gewonnen worden, nu duizenden boeren grond zoeken? Maar het is niet alleen een kwestie van ruimte in letterlijke zin. Hoevele niet-agrariërs komen in de ontvangende landen niet In de steden terecht! Het Is dan ook een ruimte in maatschappelijke en, niet te vergeten, in geestelijke zin die men vaak zoekt en ook vindt bij emigratie. De vrijheidszin van de Nederlander brengt met zich mee, dat hij veelal liever een klein baasje is dan een grote knecht. Dat, lezers, is een gewaarvan de feitelijke zwaarte vaak iniet geheel wordt begrepen, maar dat voor 'velen ook dit jaar weer de balans naar de emigratie deed doorslaan. Afgezien van weegschaal heeft balans ook nog de betekenis van eindafrekening; een betekenis, elle elke zakenman in deze laatste maand van het jaar zeer vertrouwd is. De balans vertelt hem wat hij in het afgelopen jaar gewonnen of verloren heeft en waar hij met zijn kapitaal nu eigenlijk aan toe is. Het is aantrekkelijk eens een poging te ondernemen zo'n balans op te maken van de Nederlandse emigratie van de laatste tien jaren. Zo'n balans zou dan de eindafrekening moeten vormen van een enorme boekhouding, waarin elke Nederlander die geëmigreerd is onder een eigen hoofd zoals men dat noemt voorkomt. Een balans opmaken over tien jaar emigratie is echter een hachelijke onderneming. En een oordeel over deze balans kan ook niet anders dan voorbarig en oppervlakkig worden genoemd. Het oordeel, dat we in het algemeen over ae emigranten horen, luidt: „Ze maken het goed." Wat betekent dat ~goed"? Betekent het dat hun emigratie aan de verwachtingen heeft beantwoord? Ik heb in het begin i'eeds gezegd, dat men alleen verwachtingen ten aanzien van de voor- en nadelen van de emigratie heeft kunnen afwegen. Wanneer de voorlichting over de emigratie goed en verantwoord is geweest dan waren die af te wegen verwachtingen dat de eerste jaren in den vreemde moeilijk zouden zijn en de voordelen der emigratie pas op lange tes mijn kunnen worden verkregen. De periode van de na-oorlogse emigratie is dus nog te kort om een eindafrekening te kunnen opmaken. De balans op te maken van de huidige emigratie zal pas in het vermogen liggen dan een volgende generatie. Als we ons op dit standpunt stellen, houdt dat in, dat wij wel kunnen pogen de balans op te maken van de emigratie, die door onze voorouders is ondernomen. Ik denk dan in het bijzonder aan de emigratie van een grote groep karaktervaste Nederlanders, die een eeuw geleden de, in die tijd wel zeer grote en moeilijke emigratiesprong naar een overzees land maakte. Ik bedoel de Afgescheidenen die omstreeks 1850 naar de Noord-Amerikaanse staten Michigan en lowa emigreerden. De emigratie naar de Verenigde Staten ziet er tegenwoordig zo aantrekkelijk uit: met sponsors, die voor de ontvangst zorgen, en verder voorlichters en ambtenaren, die elke stap van hier naar daar leiden. Toen echter, een eeuw geleden, was die emigratie een daad, die veel moed, durf en doorzettingsvermogen vergde, eigenschappen, welke op het ogenblik niet meer in die mate van de emigrant worden gevorderd. Men sprak toen nog bescheiden van landverhuizing. Wat is er nu van deze emigranten-landverhuizers van honderd jaar geleden geworden? Werd mogelijk ook door hen iets groots verricht? Ja zeker, zeer velen van ons herinneren zich nog wel, misschien al weer wat vaag, hoe wij na de oorlog en de hongerwinter verblijd werden met geschenkzendingen uit Amerika zendingen levensmiddelen en kleding van verre vaak half of helemaal vergeten familieleden. Ook herinneren we ons nog wel hoe Hare Majesteit de Koningin werd ontvangen en gehuldigd bij haar bezoek aan Holland—Michigan, het gebied waar de kolonisten onder Ds v. Raalte en Ds Brurnmelkamp zich destijds hebben gevestigd. Zij hebben daar de ruimte gevonden om godsdienstig naar eigen trant en stijl te leven; in de ruimte en de vrijheid, die het Nederland van 1840 hun niet kon bieden. Ik breng U tenslotte nog even in herinnering het enthousiasme waarmee het Amsterdamse Concertgebouworkest onlangs in deze Nederlands-Amerikaanse nederzettingen werd ontvangen door mensen, die noch hun Nederlandse herkomst, noch hun oude liefde voor Nederland verloochenden. Al deze herinneringen doen ons beseffen, dat die landverhuizers van honderd jaar geleden aan de samenleving in Noord-Amerika een positieve bijdrage hebben geleverd In geestelijke en materiële zin. Kerken uit de scheiding opgekomen vindt men verspreid over de Verenigde Staten en in Canada; bloeiende kolonisaties zijn in de Nieuwe Wereld door de vrucht van hun arbeid gesticht. Kunnen we op onze balans over die emigratie van honderd jaar geleden alleen winstposten boeken? Indien men in „Landverhuizers", een boeiende roman van P. J. Risseeuw of in het bekende boek „Nederlanders in Amerika" van J. van Hinte leest, leert men wel anders. Grote offers zijn door deze landverhuizers gebracht. Hard en uiterst moeilijk was hun vertrek uit Nederland, hun overtocht en aankomst. De creditzijde van de balans toont ons vele posten, die hiervan getuigen. Het saldo Ivan de balans laat ons echter winst zien. Stellig zijn ook offers gebracht, waartegenover mogelijk weinig baat gesteld kan worden. Ik denk in dit verband aan de mate waarin deze Nederlanders zich he hben moeten aanpassen om echte Amerikanen te worden. leder jaar wordt in Holland-Michgan het zogenaamde tulpenfeest gevierd. In Volendammer-costuum, de vrouwen met vlindermutsjes en op klompen, gaan als een demonstratie van echt Hollandse properheid, met bezems en wateremmers de straten van hun welvarende stad schrobben. Wij noemen dat dan echt Amerikaans. Twijfel kan bestaan of er een harmonisch evenwicht is gegroeid tussen de innerlijke geaardheid en de uiterlijke omstandigheden. Deze Dutch-Americans hebben zich in dit opzicht sterk aangepast; zij hebben een compromis gesloten, verkregen door geven en nemen. In dit verband wil ik nog even vermelden dat in de kringen der emigratie in de laatste tijd twee vreemde woorden in zwang zijn gekomen, namelijk assimilatie en integratie. Onder assimilatie verstaat men dan aanpassing; het prijsgeven van eigen cultuur, overnemen van waarden en gewoonten, kort gezegd, van culturele trekken van een andere groep. Met integratie wordt daarentegen bedoeld, inpassing, het leveren van een eigen bijdrage aan de andere groep uit de eigen cultuur. Strikt genomen kunnen assimilatie en integratie niet als tegenover. gestelde begrippen worden gehanteerd. Om in een vreemde samenleving te kunnen integreren moet men toch eerst de waarden van die samenleving leren kennen. Hiervoor is op zijn minst de kennis van de taal en natuurlijk het overnemen van die taal een absolute voorwaarde. Men kan assimilatie en integratie dan ook zien als twee kanten van dezelfde zaak. Assimilatie van de ene zijde zal integratie van de andere zijde betekenen. De geschiedenis leert, dat bij vredelievende botsingen der beschavingen zoals de emigratie stellig gezien kan worden, de dominerende cultuur de overhand krijgt. Voor de balans der emigratie van na de oorlog uit Nederland, die thans nog niet kan worden opgemaakt, zal het van nationale betekenis zijn of het saldo zal aantonen, dat deze emigratie heeft bijgedragen tot de ontplooiing der menselijke beschaving; dat derhalve, en hiermede moge ik besluiten, door onze emigranten ook naar het oordeel van de bevolking der ontvangende landen, op dit gebied iets groots werd verricht. ---