Burgemeester P. D. Edel van Peize in begrotingsvergadering: „Perspectief is somber – met de eigen middelen alleen komen we er niet” De gemeenteraad van Peize kwam dinsdagavond onder voorzitterschap van burgemeester P. D. Edel in vergadering bijeen voor het behandelen van de begroting voor het dienstjaar 1968. Met kennisgeving was afwezig de heer A. Luinge. Voorafgaande aan de behandeling van de begroting werden nog enkele punten afgehandeld. De voorzitter beantwoordde eerst enkele in een vorige vergadering gestelde vragen. De heer Zwart betreffende deponeren van takken enz. door gemeente in plan Kortland: Een andere plaats hiervoor is nog niet gevonden. Komt er teveel, dan wordt bij gunstig weer de stapel verbrand. De heer Meijer over aanbrengen asstreep Groningerweg: Naast de onderbroken asstreep zal in de onoverzichtelijke bocht op de Peizermade een getrokken streep worden aangebracht. De heer Mensies over schakelen verlichting langs Groninger- en Roderweg als nachtbranders en plaatsen lichtpunt hoek Roderweg-Langbroek: Verlichting zal in zijn geheel nader worden bezien bij aanleg fietspad. Bij hoek Roderweg-Langbroek is geen verlichtingskabel aanwezig. Gevraagd zal worden hoeveel de kosten voor het plaatsen zullen bedragen. De heer Brinks aangaande de onderhoudstoestand van de Rietweg: Er is herhaaldelijk de aandacht bij de ruilverkaveling op deze weg gevestigd. Verharding van deze weg in ruil Verkavelingsverband wordt niet noodzakelijk geacht. Getracht zal worden of voor verharding van deze weg een subsidie landbouwwegen verkregen kan worden. De heer Zwart zei dat de bedoeling van zijn vraag is geweest dat wordt nagegaan of het niet mogelijk is dat de gemeente voor dergelijk afval een terrein aanlegt. „Op den duur moeten we uitkijken naar een centraal punt waar grof afval, waaronder ik ook versta autowrakken e.d., kan worden gedeponeerd. Misschien kan een dergelijk terrein in samenwerking met andere gemeenten worden aangelegd," aldus de heer Zwart. De voorzitter was van mening dat 't zeer zeker de moeite waard is dit probleem eens in regionaal verband te bezien. Op het verzoek van het Comité Toetsing Onwenselijkheid Landbouwschap te Roden om beschikbaarstelling van een lokaliteit en stembus voor een op 8 april a.s. te houden geheime stemming onder de geregistreerde agrarische bedrijf shoofden over de wenselijkheid van het Landbouwschap werd afwijzend beschikt. De heer Lunsche zei, dat de fraktie van de Boerenpartij in deze achter het voorstel van burgemeester en wethouders staat. Onze partij is beslist niet voor de Bedrijfsschappen, maar is men van mening dat bijv. het Landbouwschap moet verdwijnen, dan zal dit toch op een andere manier gespeeld moeten worden, aldus de heer Lunsche. De voorzitter zei blij te zijn met dit standpunt. AANVULLEND KREDIET BOUW AULA EN VOETBRUG In verband met prijsstijgingen is het noodzakelijk dat het reeds beschikbaar gestelde krediet voor de bouw van een aula en het leggen van een voetbrug met f 15.000, wordt verhoogd. De voorzitter zei, dat deze bouw nog steeds een gedeelte is van de algehele uitbreiding van de begraafplaats omdat nog steeds geen oplossing is gevonden voor de overige uitbreiding (grondwerk en beplanting). Wordt hiervoor geen werkverruimingssubsidie beschikbaar gesteld, dan zal de aanleg binnenkort zonder subsidie moeten geschieden in verband met ruimtegebrek op de oude begraafplaats, aldus de voorzitter. De heer Lunsche zei alle op de bouw van de aula betrekking hebbende stukken nog eens nader te hebben bestudeerd en vroeg zich af of het financieel nog wel verantwoord is de aula, in verband met steeds toenemende belangstelling voor crematie, nog te bouwen. „Hierbij komt nog," aldus de heer Lunsche, „dat naar mijn mening de grootte van de aula, gezien het meestal grote aantal volgers bij begrafenissen, niet voldoende is." „Het besluit tot het bouwen van een aula is reeds in het verleden genomen. Ook toen is reeds over de grootte gesproken. De ruimte is afgesteld op normale begrafenissen. Er zullen weinig stoelen geplaatst worden zodat er meer ruimte overblijft voor staanplaatsen. Ik ben van mening dat we blij moeten zijn met een aula, aldus de voorzitter." Zonder hoofdelijke stemming werd het aanvullende krediet beschikbaar gesteld. „Begroting niet meer het financieel instrument voor het te voeren beleid” „ALVORENS ik de gelegenheid geef voor het houden van algemene beschouwingen, wil ik graag een paar punten naar voren brengen,” zo sprak burgemeester Edel. „De begroting, zoals die thans voor u ligt, is niet meer het financieel instrument voor het in de komende tijd te voeren beleid, maar moet worden gezien als een kasboekje van inkomsten en uitgaven. Indien de mogelijkheden alleen hiervan afhankelijk zijn, dan is het perspectief somber. Met de eigen middelen alleen komen we er niet. Dit kan drie dingen betekenen: 1. er hapert nog altijd iets aan de financiële verhouding met het rijk, met name voor de kleine gemeenten zoals Peize; 2. Peize is te klein en moet sneller! groeien naar het dubbele aantal inwoners; 3. Voor de constructieve opbouw van het noodzakelijke woon- en leefklimaat blijven wij aangewezen op: a. additionele rijksmiddelen, uit welke pot die dan ook mogen komen (werkverruiming, infrastructuur of recreatief). b. een intensiever samengaan met de nabuurgemeenten, allereerst dus op het terrein van de openbare nutsvoorzieningen. De zogenaamde „eigen belastingzoom" voor de gemeenten wordt dan hierbij alleen maar genoemd, omdat hieromtrent nog niets bekend is en overigens de verwachting van het effect gering is. Bij elk van deze drie punten een korte verduidelijkende notitie; zonder daarbij volledig te willen of kunnen zijn: 1. De uitvoering van de Financiële Verhoudingswet heeft nog steeds niet geleid tot de verfijningsregeling ruilverkaveling. Gevolg: hoe moet de gemeente voldoen aan de verplichtingen die de waterschappen opleggen? De raad kan dan begrijpen dat wij ons de grootst mogelijke beperkingen moeten opleggen. Niettemin vindt u in de thans aangeboden begroting de weerslag van deze verplichtingen, waartegenover dus tot dusver geen middelen kunnen worden geraamd. 2. De groei van het aantal inwoners is niet alleen belangrijk uit hoofde van de Financiële Verhoudingswet, maar draagt er toe bij dat de samenleving op een aantal punten intern en extern beter functioneert. Wij zien thans door de inwerkingtreding van een nieuwe Rijkspremieregeling voor de particuliere woningbouw belangrijke mogelijkheden. De eerste contacten voor de bebouwing van het plan Kortland, hetzij door het Bouwfonds Ned. Gemeenten dan wel door 'n bouwmaatschappij zijn dan ook reeds gelegd. Wij hopen voorts d.m.v. een nieuwe kapitaaltoewijzing in de loop van 1968 ook het bouwrijpmaken van het uitbreidingsplan De Es te kunnen voltooien. Te verwachten is dat in de eerstkomende jaren hierdoor mede bereikt wordt een harmonisering tussen de woningwethuur en de kapitaalslasten van de eigen woning, terwijl voorts in dit zelfde verband in toenemende mate gerekend moet worden op een verdere nivellering van de grondprijzen voor deze beide categorieën. Het zal daarbij van het grootste belang zijn dat de regering medewerkt aan de erkenning van de werkelijke kostprijs van de bouwgrond juist voor de woningwetwoningen. 3. Als voorbeeld van de verwachting op extra-middelen blijft voor ons van primair belang de totstandkoming van een rijwielpad langs de Groningerweg. Uit de toelichtin A.. provinciale begroting maken wij dat het in de bedoeling ligt daartlj ,nder ogen te zien de doortrekking v-n dit fietspad naar Roden. Dit kan volg,ns ons alleen dan gerealiseerd worden indien de trambaan naar de noordkant van dit weggedeelte wordt omgelegd, waardoor ook de plaatselijke omlegging in de Westerd weer dichterbij zou komen. Vooralsnog achten wij de financiële consequenties hiervan zo zwaarwegend, dat wij ons bij voorkeur willen bepalen tot de effectuering van het gedeelte Peize- Groningen. In 1968 zal in dit verband door ons nader worden bezien in hoeverre door het bouwrijpmaken van het Noordelijk gedeelte van de Westerd tegelijk een oplossing kan worden verkregen voor een betere ontsluiting van het industrieterrein." EIGEN ZWEMBAD „Het is voorts duidelijk dat wij ook in 1968 blijven ijveren voor de erkenning van het recht en de noodzaak van een eigen open zwembad, en dientengevolge de toekenning van een incoret-subsidie blijven nastreven," zo vervolgde de, voorzitter. Naar onze mening dient de raad door te gaan met de poging om het daarvoor tot dusver meest geëigende terrein aan dei Oude Velddijk in eigendom te verwerven. I T.o.v. de mogelijkheden die de samenwerking met de nabuurgemeenten zal bie- I den, volstaan wij met de vermelding dat naar onze verwachting in 1968 het eerste resultaat daarvan zichtbaar zal worden, en wel door de aanschaffing en exploitatie voor gezamenlijke rekening van een straatreinigingsmachine. Het is daarbij onze vaste overtuiging dat de samenwerking bepaald niet beperkt moet blijven tot het zuiver-technische vlak. De belangen van dat noorddrentse randgebied vragen zeer zeker een duidelijke positiebepaling t.o.v. de planologie rondom de stad Groningen. Naar onze mening is daarvoor allereerst nodig dat het aarzelend op gang komend samenwerkingsgesprek zijn vrijblijvend karakter omvormt in de richting van 'n gemeenschappelijke regeling. Reeds thans openbaart zich immers al, dat behoefte bestaat aan een administratief centrum. Juist in dit verband zal de oude koopmansregel moeten gelden dat „de kost voor de baat uitgaat." Dit korte overzicht van hetgeen in 1968 op ons wacht kan enigermate afgerond worden door de aandacht te vragen voor nog een drietal punten. Het eerste is wellicht niet direct opvallend maar raakt toch wel in wezen de bevordering van het sociaal-culturele leven in onze gemeente. Zonder in finesses te treden kan vermeld worden dat naar alle waarschijnlijkheid in 1968 verwacht mag worden een opheffing van de ongelijkheid in de overheidssubsidiëring van jeugden buurtwerk. Wanneer dit inderdaad zou blijken waar te zijn, dan zal hierdoor, bij globaal gelijkblijvende gemeentelijke subsidiëring, ruimte vrijkomen voor de behartiging van de vorm van samenlevingshulp idie onder de term buurtwerk wordt samengevat. Een aantal zeer concrete wenselijkheden, waaronder b.v. de bouw van een nieuw dorpshuis zal mede hierdoor tot een begin van concretisering kunnen worden gebracht. Het tweede punt dat onze aandacht zal vragen is de aanvang van de bouw van het bejaardencomplex. Wij menen met zekerheid te mogen verwachten dat, behoudens thans niet meer bekende tegenslagen, hiermede in het voorjaar kan worden gestart. Alles hangt thans af van het tijdig gereedkomen van het bouwbestek, waarna een zeer belangrijke stap zal worden gezet tot niet alleen een doelmatig stuk bejaardenzorg maar tevens tot de verfraaiing van de dorpskom. In dit zelfde vlak ligt tenslotte de restauratie van de oude korenmolen. Op zichzelf niet in de eerste plaats een technisch-financieel probleem, maar veel meer de beantwoording van de vraag wat daarna met dit dorpsmonument moet gebeuren. Alhoewel wij omtrent de toekomstige bestemming van de molen nog geen enkele concrete gedachte hebben, lijkt het niet onwaarschijnlijk dat daarbij de nadere oriëntering op de ontsluiting van wat wij zouden willen noemen „het groene hart van de dorpskom" onder ogen moeten worden gezien. Wij beseffen daarbij ten volle dat over deze aangelegenheid nog aanmerkelijke uiteenlopende meningen bij de raadsleden bestaan. Anderzijds menen wij te kunnen opmerken dat momenteel een aantal op zichzelf zeer uiteenlopende factoren aanwezig of groeiend zijn waardoor de mogelijkheid van een redelijke besluitvorming dichterbij komt. Laten , wij de gegronde hoop uitspreken dat, dank zij een zoveel mogelijk eendrachtige samenwerking, het jaar 1968 ons dichter bij , de oplossing zal brengen van dit, voor de harmonische opbouw van onze dorpskom, toch wel zeer essentiële probleem." [overigens vanuit de raad kritische aanmerkingen gemaakt t.a.v. de gemeentelijke administratie wat de afwerking van 'n aantal belangrijke zaken betreft," aldus de heer Zwart (PvdA) in zijn algemene beschouwing. „Thans is het rechtvaardig openlijk te iconstateren, dat hier veel ten goede gekeerd is dank zij de inspanningen van u en uw medewerkers. Daarvoor gaarne ons compliment, waarbij ik hoop dat u een en ander ter bestemder plaats zult willen [ doorgeven. Overigens zou ik hieraan graag nog een bescheiden wens willen toevoegen, waarbij ik voorop zou willen stellen, dat ik niet de indruk heb dat er in onze gemeente in het dagelijkse contact tussen het gemeentehuis en de burgerij nu direct zoveel hapert. 't Komt mij evenwel wel eens ter ore, dat men ten gemeentehuize niet altijd even vlot naar de pen grijpt om personen en ook wel organisaties in onze gemeente op de hoogte te stellen van of te doen herinneren aan bepaalde zaken, die voor hun van belang zijn. Het is wel duidelijk, men zit als ambtenaar niet op het gemeentehuis om allerlei mooie en aardige berichtjes te sturen aan lieden die wellicht formeel van een en ander op de hoogte dienen te zijn of van wie men zelf dienaangaande het initiatief tot informatie mag verwachten. Zeker doet men zoiets niet wanneer men zich zwaar met allerlei belangrijker zaken als gemeente-ambtenaar belast weet. Nu evenwel een drukkende achterstand is weggewerkt en men op het gemeentehuis wat meer over kan gaan tot de orde van de dag zou het echter wellicht toch wel aanbeveling verdienen om eens na te gaan in hoeverre de service aan het publiek nog iets zou kunnen worden uitgebreid, juist door het schrijven van dit extra briefje of het plegen van een extra telefoontje. Dit werkt niet alleen een goede verstandhouding tussen gemeentenaren en gemeentelijke overheid in de hand doch tevens kan het de soms wat zotte situatie voorkomen, dat men wederzijds op bepaalde initiatieven zit te wachten zonder dit van elkaar te weten. Met het gevolg, dat er iets niet gebeurt of een belangrijke vertraging ontstaat." „De begroting op zich is naar mijn mening een goed werkstuk," zo vervolgde de heer Zwart. Naar de mogelijkheden welke ons geboden worden is er van gemaakt wat er van te maken was en wat dat betreft ga ik geheel met een en ander accoord. De heer K. Brink (Gemeentebelangen): „Verlichting langs weg Peáe-Groningen verbeteren,' De heer K. Brink (Gemeentebelangen) zei in zijn algemene beschouwing 0.m.: „Alvorens een naar mijn mening belangrijk punt te memoreren, wil ik graag aansluiten bij de brief van de financiële commissie uit deze raad samengesteld, welke de aandacht vraagt voor de weg Roden-Peize-Groningen. Wat in genoemde brief wordt gevraagd is u bekend, maar ik zou zeer speciaal wel willen wijzen op de min of meer ook zeer onvoldoende verlichting langs deze gehele weg. Wanneer wij Peize leefbaar willen houden, dan zal, wat ik dan vaak noem het „visitekaartje," er welverzorgd moeten uitzien en wel speciaal de verlichting langs deze weg. Wanneer wij op Rijksweg 43 rijden en wij willen naar Peize, dan is dat voor ons Peizenaren geen probleem, maar wanneer anderen hier naar toe willen dan maakt dat beslist geen goede indruk m.a.w. probeer alles om hierin de hoogst noodzakelijke verbetering aan te brengen. Een tweede punt is wel het zwembad. Het is u bekend, dat de onderhandelingen, ten aanzien van de aankoop van de benodigde grond hiervoor zijn gestrand; een kleine poging dezerzijds om via derden de eigenaar te bewegen de grond te verkopen voor de maximumprijs welke wij hiervoor beschikbaar kunnen en mogen stellen, is mislukt. Wat echter deze geboden mogelijkheden aangaat u zult dat wellicht met mij eens zijn deze vormen met betrekking tot datgene wat onze gemeente werkelijk behoeft een bedroevende zaak. Voor een gemeenteraadslid met enig gevoel van verantwoordelijkheid tegenover degenen die hem zijn zetel hebben verschaft is het bijzonder wrang om in feite zo bitter weinig meer te kunnen doen dan de gemeentelijke belastingen te verhogen en zijn fiat te geven aan wat mondjesmaat wordt toebedeeld. Het is wel duidelijk een kleine gemeente kan al zijn noodzakelijke voorzieningen en diensten niet steeds optimaal rendabel exploiteren (ik denk hierbij aan de reinigingsdienst, bepaalde ambtelijke dienstverleningen e.d.). Dit heeft Peize met vele andere kleine gemeenten gemeen, waarbij de weg van onderlinge samenwerking niet altijd uitkomst biedt. Daarnaast kenmerkt onze gemeente zich evenwel door drie zaken, welke alle drie van het grootste belang zijn. In de eerste plaats bevindt onze gemeente zich agrarisch in een periode van reconstructie. Afgezien van hetgeen dit financieel voor de direct daarbij betrokken inwoners betekent, wordt ook door de gemeente de hieruit voortvloeiende last (onderhoud wegen en sloten) zwaar gevoeld temeer daar hier financieel, op beperkte termijn althans, niets tegenover staat. En nu moet het mij van het hart dat ik deze mislukte transactie enorm betreur, om o.a. de volgende redenen: de ligging van het toekomstige bad zou, dacht ik, zeer geschikt zijn geweest; punt twee: de eigenaar zou hier een prijs voor kunnen maken, die naar mijn mening zeer hoog is te noemen; wanneer de eigenaar meent dat de gemeente ooit een dubbeltje meer zal gaan bieden dan heeft hij zich toch wel heel erg vergist. De integriteit van de aankoop-commissie, idem burgemeester en wethouders, zou bij deze gedachte wel heel erg in twijfel worden getrokken en ik verzoek u‘dan ook thans stappen te ondernemen, voor zover dat al niet is gebeurd, tot de aankoop van een ander terrein en wel aan de zuidzijde van de Zuurseweg. Ik dring er erg bij u op aan om hiermee enige spoed te betrachten en ik kan u de verzekering geven dat de gehele zwembadcommissie hier volledig achter staat. Verder heb ik nog 'n verzoek aan uw college om zo spoedig mogelijk te komen tot de instelling van een sportraad in deze gemeente; ik wil hiervoor een suggestie aan de hand doen, n.l. vertegenwoordiging van of namens het gemeentebestuur en daarnaast enkele vertegenwoordigers van de bestaande sportvereniging. Wanneer de commissie effectief wil werken, zal 'n kleine commissie gemakkelijker en beter tot resultaten kunnen komen dan 'n grote. En tot slot hoop ik dat u kans ziet het betrekkelijk kleine tekort op de begroting (rond f 11.000,—) te putten uit de hogere opvoering van een extra uitkering uit het gemeentefonds." De heer Zwart (P.v.d.A.): „Mogelijk kan service aan publiek worden uitgebreid" „In het verleden zijn onzerzijds en ook VervolgenS is Peize een woonen werkforensengemeente wat zijn specifieke eisen stelt aan allerlei voorzieningen de inrichting van de gemeente betreffende. Tenslotte brengt de geografische positie van de gemeente Peize met zich mee, dat ook het verkeer hier hogere eisen stelt dan in een normale plattelandsgemeente het geval is. De Groninger- en Roderweg en in de toekomst meerdere doorgaande verbindingen zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. Ook ten aanzien hiervan moet geconstateerd worden, dat van hogerhand misschien wel instemmend geknikt wordt doch dat de financiële middelen daarvoor alsnog achterwege blijven. Een versnelde uitwerking en verruiming van de z.g. verfijningsregelingen, wat de uitkeringen uit het gemeentefonds betreft, kan hier uitkomst bieden. Maar hoelang wachten wij hier reeds op en hoelang moeten wij nog wachten. Waar blijft voor onze gemeente de mogelijkheid tot het voeren van een eigen beleid. Er wordt veel gesproken over de verhouding overheid-burgerij, waarbij ook nog kwesties als van gezag e.d, om de hoek komen kijken. Maar wat blijft hier van over wanneer de overheid, welke voor de burger het meest voor de hand ligt, te weten de gemeentelijke overheid, geen eigen gezicht kan vertonen en wat zijn geizag betreft tot ja-knikker is gereduceerd? Buitendien de situatie m.b.t. het Noorden des Lands. De ligging van onze gemeente binnen dit gebied als onderdeel van het gewest Drenthe met als bijzonderheid de invloedssfeer van de stad Groningen. Dit alles verlangt toch méér van ons dan het reageren op het rukken aan het touwtje waaraan door Den Haag of elders getrokken wordt. Steeds meer eisen worden aan de gemeentelijke overheid gesteld terwijl haar mogelijkheden relatief steeds kleiner worden. Wie moet hier het verlossende woord spreken? Moet dit soms toch uit Den Haag komen, waar 's lands wijsheid zetelt? Daar heb ik persoonlijk weinig hoop op. Het zal wel zo moeten zijn, dat wij, ondanks de geringe mogelijkheden, welke ons toegemeten worden, op eigen kracht zullen moeten afgaan. Het is dan verheugend te mogen constateren, dat vooral dank zij die eigen kracht, vindingrijkheid en niet te vergeten het uithoudingsvermogen in het afgelopen jaar toch weer een aantal belangrijke projecten voor de gemeente Peize tot stand zijn gekomen. Ik denk aan de verbetering van een twee. tal belangrijke wegen, de openstelling van de vernieuwde kleuterschool en hetgeen ik hier in het bijzonder met ere wil noemen de totstandkoming van de kantine met kleedaccommodatie op het sportterrein. Dit laatste is wel een exclusief voorbeeld van wat hier in Peize kan. Tegen deze achtergrond durf ik ook voor het komende jaar nog een aantal zaken naar voren te brengen die de aandacht verdienen. De plannen voor het bejaardencentrum zullen waarschijnlijk verder komen. Gaarne zou ik hierbij willen 1 aantekenen, dat ondanks de mogelijkheden welke de Bijstandswet in deze biedt, daarnaast door de gemeente blijvend aandacht wordt besteed aan de huisvesting van financieel niet draagkrachtige bejaarden. Zij zullen zich in eerste instantie althans niet direct thuis weten in het geprojecteerde bejaardencentrum en ook indien dit wel het geval zou zijn verdienen zij bijzondere aandacht. Aan de uitbreiding van de openbare centrumschool zal hard moeten worden getrokken dit jaar opdat de huidige noodoplossing niet te lang mag duren. T.a.v. de plannen voor een nieuw dorpshuis aan de Lieverseweg zal meer klaarheid moeten komen. Dit laatste is ook het geval t.a.v. de zwembadplannen, waaraan afgestemd op de werkelijke mogelijkheden• hard gewerkt zal moeten worden en waarbij de discussie over bijkomstigheden zoals bijv. de plaats stellig vermeden moeten worden. Men zit elders heus niet op ons te wachten. Het contact met de buurgemeenten. Daarvan hoop ik mijnheer de voorzitter, dat een en ander in het komende jaar in een stadium zal komen, waarop men hiermede wat meer naar buiten kan treden. Deze samenwerking zal ook naar buiten toe een duidelijk gezicht moeten hebben. Tevens acht ik het raadzaam om zich als gemeente nader te oriënteren m.b.t. de ontwikkelingen in onze buurgemeente Groningen. Als concreet voorbeeld van de wijze waarop wij bij de gang van zaken in die gemeente betrokken zijn zou ik willen noemen het vierbaans-maken van de rijksweg Groningen-Drachten, waarbij m.i. de beslissing of de kruising met de Peizerweg wel of niet kruisingsvrij zal worden en of daar een opgang naar deze rijksweg zal komen in handen ligt van de gemeente Groningen. Deze kruising ligt binnen haar gebied en is niet ter competentie van rijkswaterstaat. Ik zou hier willen zeggen Pei, ze en trouwens ook Roden, let op uw zaak. De kwestie van een mogelijke verkeersomlegging voor het doorgaande verkeer voor wat betreft het centrum van onze gemeente moge ik wel blijvend in uw aandacht aanbevelen. De riolering op de Pol is tevens een bijzonder urgente zaak en ook hieraan zal dit jaar getrokken moeten worden. Tenslotte zal er in onze gemeente compensatie moeten worden gezocht voor het teruglopen van de woningwetbouw." Wat de bestemming van de molen betreft attendeerde de heer Zwart op het feit, dat de kunstacademie Groningen zoekt naar een buitenhof. De heer Lunsche (Boerenpartij): „Overdekt zwembad achter de zuivelfabriek" De heer Lunsche zei namens de Boerenpartij ongeveer het volgende: „Het afgelopen jaar heeft zich m.i. gekenmerkt door veel rust op het gemeentepolitieke front, waarmee ik dan bedoel dat alle raadsvergaderingen in het afgelopen jaar rustig en in een bijzonder prettige sfeer zijn verlopen. Ik geloof dat er in onze gemeente weinig schokkends is gebeurd en ook de begroting, welke evenals voorgaande jaren weer niet sluitend te maken is kunnen we geen groots gebeuren noemen. Het tekort op de begroting is niet verontrustend en is een gevolg van de kosten van onderhoud van wegen en waterlossingen in het ruilverkavelingsgebied. Ik geloof niet dat het gemeentebestuur indertijd bij het aanvragen van de verkaveling niet heeft voorzien welke financiële konsekwenties hieruit zouden voortvloeien. Maar ik twijfel er niet aan of de overheid zal ook dit jaar ons tekort wel weer aanzuiveren. Of het tekort wat de boeren straks door verkaveling zullen krijgen ook door de overheid wordt aangezuiverd moeten we echter zeer betwijfelen. Het is jammer dat ook het zwembad in 1967 nog niet meer dan een papieren gestalte heeft kunnen krijgen. Misschien is het nog niet te laat eens na te denken over het voorstel wat ik de afgelopen zomer heb gedaan om een overdekt bad te stichten op het terrein gelegen achter de zuivelfabriek. Ik zou graag zien dat nagegaan wordt of hierin een mogelijkheid zit en ik ben ervan overtuigd dat wanneer dit mogelijk zou zijn, de leefbaarheid van ons dorp enorm zal worden verhoogd." De heer Koops (Gemeenschapszin): „Open riolering in Peizerpol onhoudbare toestand" Als laatste spreker zei de heer Koops namens Gemeenschapszin ongeveer het volgende: „Namens mijn fraktie wil ik de dank overbrengen voor hetgeen in het jaar 1967 is uitgevoerd: verbetering Groningerweg, verbetering Hereweg; aansluiting straatverlichting Vrieserweg en verbetering Boerlaan. Gezien het tekort op de begroting 1968 zouden wij willen zeggen dat het financieel beleid zeer behoorlijk is geweest. Daartegenover zou ik een groot uitroep. teken willen zetten tegen de onhoudbare open riolering over de Pol. Mijns inziens twijfel ik er niet aan dat dit ook wel de volle aandacht van uw college zal hebben. Ik hoop dan ook dat er spoedig een voorstel van b. en w. op tafel mag komen over dit punt. Wat het zwembad betreft, als ik goed ben ingelicht, wordt er nog steeds naar een zo goed mogelijke plaats in onze gemeente gezocht. Ik hoop dat deze, op welke wijze dan ook, wordt gevonden. Ik heb de gewoonte om in mijn algemene beschouwing een paar vragen te stellen aan uw college. le. In de raadsvergadering van 13 juli 1964: Exploitatieovereenkomst uitbreidingsplan Kortland. Totaal door het bouwfonds aan de gemeente te vergoeden f 270.000,—. Dit bedrag zal in gedeelten worden betaald, dit naar het aantal in een jaar gereedgekomen woningen. Om welke reden het bouwfonds het bouwen van deze woningen achterwege laat zal ik niet ingaan. Wel zou ik gaarne vernemen of wij ook enig verhaal kunnen maken op deze post van f 270.000, nu er nog nooit is gebouwd . 2e Hoever zijn de plannen voor het bejaardencentrum of wordt hier niet meer aan gewerkt. Verder heb ik bij de behandeling verbetering Zuurseweg een vraag gesteld over de kruising Peizerhorst-Peizerpol, om bij reconstructie van de Hereweg deze kruiising te verbreden of te verbeteren. Tot mijn grote vreugde is de Hereweg verbeterd, maar tot mijn spijt is de kruising nog net zo als hij voorheen was en is hierdoor mijn vraag nog nooit beantwoord. Ik mag dan als eenling in deze raad aanwezig zijn, ik geloof toch niet dat uw college het mag weerhouden om dergelijke vragen onbeantwoord te laten." Alle sprekers dankten de samenstellers van de begroting voor hun uitstekende werk. Behandeling begroting , De voorzitter dankte de leden voor het igesprokene en zei beantwoording van de gestelde vragen toe. Hierna volgde de artikelgewijze behandeling van de begroting. Jaarwedde ontvanger. De heer Mensies vroeg of het aan de gemeente Roden te betalen aandeel in het salaris van de ontvanger in verband met de opheffing van het districtsontvangerschap aflopend is of dat de betaling voor ''n aantal jaren is vastgelegd. De voorzitter antwoordde, dat deze aflopend is en dat het bedrag door de groei van de gemeente Roden elk jaar lager wordt. Onderhoud woonwagenkamp. De heer Zwart vroeg wanneer de ingebruikneming van 'n regionaal woonwagenkamp in de gemeente Assen tegemoet kan worden gezien. De voorzitter verwachtte dat de gemeente Assen zeer binnenkort met plannen zal komen. Ons eigen kamp ikan, aldus de voorzitter, in verband met de toewijzing van een woning aan een van de op het kamp verblijvende families waarschijnlijk spoedig worden gesloten. Subsidie Groene Kruis Voorgesteld werd de jaarlijks aan het 'Groene Kruis te betalen subsidie (4,50 per lid plus f 1000,— v.d. exploitatie van het Groene Kruisgebouw) te verhogen tot de helft van de contributie. De heer Brink vroeg waarom in de nieuwe subsidie niet weer het bedrag van f 1000,— is opgenomen. De voorzitter antwoordde dat deze nieuwe vorm van subsidiëring voor het Groene Kruis een belangrijke (f 4500, p.j.) inkomstenverhoging betekent. Het is niet de bedoeling dat wij het Groene Kruis in haar mogelijkheden willen beperken, maar indien mocht blijken dat ondanks deze verhoging de exploitatie van het Groene Kruisgebouw nog moeilijkheden oplevert dan zullen wij dat graag vernemen, aldus de voorzitter. De heer Zwart vroeg of, indien het Groene Kruis gedokumenteerd kan aantonen dat de exploitatie van het Groene 'Kruisgebouw moeilijkheden oplevert, het gemeentebestuur hier welwillend tegenover staat. De voorzitter antwoordde bevestigend. Badhuis De heer Zwart vestigde nog even de aandacht op het steeds geringer wordende aantal bezoekers van het badhuis. Het badhuis, aldus de heer Zwart, voorziet nog in een behoefte maar heeft nog een zeer bescheiden funktie. We moeten er op bedacht zijn, aldus de voorzitter, dat wij bijtijds proberen andere mogelijkheden onder ogen te zien. Kosten van de oudercommissies Aan de oudercommissies werd bij raadsbesluit van 1 juli 1948 een jaarlijks subsidie ,toegekend van 20 cent per leerling. De heer Koops deed het voorstel dit bedrag te stellen op 40 cent per leerling. Zonder hoofdelijke stemming werd hiertoe besloten. Telefoon De heer Mensies zei graag te zullen zien dat telefoon wordt aangelegd in de 0.1. school aan de Lieverseweg dit in verband met de verhuizing van het schoolhoofd, wiens woning, gelegen naast de school, wel op het telefoonnet was aangesloten, naar de kom van het dorp. De voorzitter antwoordde dat de Inspekteur van het lager onderwijs bezwaar heeft tegen telefoon in de school. Ik vraag me echter af, aldus de voorzitter, of het niet mogelijk is dat in geval van nood gebruik wordt gemaakt van de telefoon van de huidige huurder van de onderwijzerswoning. De heer Lunsche vroeg of het niet mogelijk is in de omgeving van de school een openbare telefooncel te plaatsen, De voorzitter antwoordde dat in het verleden hierom is verzocht maar dat de mogelijkheden hiervoor niet aanwezig zijn. Vermakelijkhedenbelasting De heer Zwart vroeg of deze belasting wordt afgeschaft. De voorzitter antwoordde dat het wel in de bedoeling ligt. We moeten maar afwachten, aldus de voorzitter, wat we er voor terugkrijgen. Zonder hoofdelijke stemming werden hierna de begroting voor het dienstjaar 1968 en de begrotingen van het woning- en grondbedrijf vastgesteld. ---