Rechtsche samenwerking. De Katholieke Friezen, tot wie ik 25 jaar lang het woord mocht richten, hebben het niet noodig. Niettemin gevoel ik mij genoopt tot een enkele opmerking naar aanleiding van hetgeen „On-s Noorden" dezer dagen aan mijn adres schreef. Waar ik voorstander ben der coalitie, bepleit ik niet iets nieuws, maar herstel voor hetgeen we 40 jaar lang hebben gehad, herstel in haar geheel, dus met alle voorwaarden-waarborgen enz. enz. En met den dag word ik er meer van veruigd, wanneer ik let op de groote taak, die ook de Staat op sociaal gebied nog ie vervullen heeft. Paus Plus XI zegt het in Quadragesimo anno zoo met nadruk, dat alle pogingen om de maatschappij te hervormen vruchteloos zullen zijn, tenzij de menschen terugkeeren tot de leer van het Evangelie, dat allen lets moeten bijdragen tot het christelijk herstel der menschelijke samenleving, en daarbij niet zich zelf en hun eigen belang moeten zoeken, maar de belangen van Jesus 'phristus. Hierin zijn duidelijk voor mij aangegeven ;de richtlijnen, die ik zelf heb te volgen; hierin vind ik voor mij ook duidelijke voorlichting bij de beslissing der vraag, welke Voorwaarden ik in de allereerste plaats heb te stellen; welke waarborgen te vragen heb ,San partijen of groepen, met wien ik op politiek terrein denk samen te werken. Zoo is vroeger dan ook gehandeld en bij het overzien van den stand der huidige wereld, mogen de Katholieken van Nederland de voldoening smaken te kunnen conktateeren, dat hun gedragslijn in het verleden goed is geweest. 't Is daarom, dat ik 100 van ganscher harte hoop, dat diezelfde gedragslijn weer worde gevolgd. A. VAN WIJNBERGEN. _ ._ ... __ .- .. Het verschil in opvatting tusschen den heer van Wijnbergen en ons is niet zoo Iheel groot. Alleen stelt hij het probleem Van de rechtsche samenwerking wel wat al Tte simplistisch voor. Zeker, de Paus spreekt aan het slot van zijn encycliek, dat elke poging tot hervorming vruchteloos zal zijn, zoolang de menschen niet terugkeeren tot het Evangelie en dat „allen moeten bijdragen tot het christelijk herstel der samenleving". Maar kei daaruit nu te concludeeren, dat volgens 'de encycliek de rechtsche samenwerking moet worden hersteld, gaat toch wel een beetje ai te ver. Te meer daar, wanneer men de passage van de „Oproep rtot terugkeer ' volledig leest, waaruit heel iduidelijk blijkt, dat de Paus met deze woorden bedeelt een terugkeer tot de Moeder:kerk. Immers de Paus spreekt de hoop uit, !dat alle afgedwaalden terugkoinen in het Vaderhuis en de plaats innemen die zij verlaten hebben. En dan zegt de Paus letterlijk, „dat wij de maatschappij moeten omrvormen in de geest der Kerk nl. door een versterking der sociale rechtvaardigheid en der sociale liefde". En zou de heer van Wijnbergen nu dur-Ven beweren, dat alleen de naam Christen of het feit, dat men behoort tot wat men hier in Nederland noemt de Christelijke Kerk een afdoende waarborg is, dat men ook de geest van de Kath. Kerk wat betreft de sociale rechtvaardigheid en de sociale liefde bezit? Natuurlijk niet, er zijn zelfs heel veel Katholieken, die deze geest niet bezitten. Trouwens, de heer van Wijnbergen ziet ook over het hoofd, dat de Paus in de aanvang van zijn encycliek duidelijk constateert, dat de verheven lessen van Zijn voorganger in de encycliek Rerum Novarum gegeven, ook zijn begrepen en opgevolgd door ontelbaren, die ver afgedwaald van het geloof, zich met economische en sociale vraagstukken bezig hebben gehouden. Terwijl de Paus toch ook wijst op een kentering onder de sociaal democraten, „wier wensehen en rechtmatige eischen, die der christelijke maatschappij hervorming somtijds sterk nabij komen". Hoe de heer van Wijnbergen dan ook in de Pauselijke encycliek de duidelijke richtlijnen ziet voor zijn standpunt, dat herstel der rechtsche samenwerking ook op sociaal terrein de eenige waarborg geeft voor een vruchtdragende arbeid, is ons niet duidehjk. Kennen we in ons land niet tal van personen die zich christenen noemen en conservatief-liberaal zijn? Trouwens, ook het bestuur van de Ka,th. Staatspartij ziet de kwestie zoo eenvoudig Wet Immers in de bekende verklaring van het Partijbestuur in 1929, toen de huidige nar iister-president, krachtig voorstander van de rechtsche samenwerking, het voorzitterschap van het Partijbestuur bekleedde, wordt het volgende gezegd: „dat op grond van beginsel, traditie en geschiedenis der Partij hare voorkeur ongetwijfeld uitgaat naar het optreden van een parlementair kabinet met een program, voortgekomen uit de programs der drie rechtsche partijen R. K. A. R. en C ki. doch dat de raogelijk daarvan geheel, afhangt van de mate van Overeenstemming van dat regeeringsprogram niet het program der R. K. Staats-Dit is precies hetTeltde standpunt, dat wij kiersteeds ontwikkeld hebben n.l indien t eenigszins mogelijk is herstel – van de chtsche samenwerking, maar die mogekheid moet ook werkelijk blijken, door een sekere overeenstemming met ons Parlijraxgram. In de gedachtengang van den heer van .. __ Wijnbergen hebben wij in het geheel geen program noodig. Dan komen de drie rechtsche partijen bij elkaar en krachtens hun z.g. christelijke beginselen is er dan voldoende waarborg voor een vruchtbaar regeerbeleid ook op sociaal-economisch terrein. Wij vinden het buitengewoon jammer, dat de heer van Wijnbergen in zijn liefde voor de coalitie zoo verblind is, dat hij de realiteit niet meer ziet, dat hij met zijn standpunt een geheel geisoleerde positie inneemt in de Kath. Staatspartij, en zich op die wijze plaatst in een onvruchtbaar isolement en zich vervreemdt van zijn Partij. Een man van zijn karakter en begaafdheden zagen wij liever in de rol van den „real politiker". --- Buitenland ENGELAND ONGUNSTIGE WENDING IN LANCASHIRE. Algerneene staking geadviseerd. Reuter meldt uit Manchester, dat de Algemeene, Raad van den Bond van Wevers neeft besloten tot algemeene staking in het weefbedrijf te adviseeren. Het besluit is het gevolg van het afbreken der onderhandelingen met de patroons over de loonsverlaging en het weer in dienst nemen