Onze economische toestand Beschouwing van minister Lieftinck Aan het slot van zijn millioenen-nota geeft minister Lieftinck een samenvattende typering van het stadium, waarin het economisch en financieel herstel zich bevindt. De ontwikkeling is niet onbevredigend. De bruto-productie-index in 1948 zal, naar wordt verwacht, die van 1938 met 3'/• overtreffen. Dit betekent echter nog geen volledig herstel van het productie-niveau van vóór de oorlog, omdat de bevolking sedert 1938 met ongeveer 13'/t is toegenomen, zodat bij een evenredige vermeerdering de productie-index tot 113 moest zijn gestegen. De productiviteit per hoofd van de bevolking bedraagt nog slechts 90'/t van die van 1938. Hierin zal in hoofdzaak door verdere aajivulling en modernisering van de uitrusting van de industrie en de landbouw verbetering moeten worden gebracht. Doch ook de arbeidsinspanning zal moeten worden verhoogd. Over het geheel is de voorraadpositie der industrie bevredigend, misschien zelfs op verschillende plaatsen overvloedig. Productie hoger dan het verbruik Niet alle bedrijfstakken hebben in voldoende mate tot de befeikte vooruitgang kunnen bijdragen, zoals de bouwnijverheid, die met verschillende moeilijkheden, waarvan de onvoldoende materiaalvoorziening er slechts één is, te kampen heeft gehad. Ook de productiecijfers van de grafische industrie, de steenkolenmijnbouw, van de landbouw, de houtvoortbrenging en van de kledingindustrie bleven in meer of mindere mate bij de algemene neiging tot verbetering achter. De -wereldmarktprijzen liggen over het algemeen nog op een hoog niveau. Niettemin is in de landbouw reeds een prijsdaling waar te nemen, die — naast een ingrijpende wijziging in het beleid — een der oorzaken is van de lagere ramingen der uitgaven ten laste van het levensmiddelen-subsidiefonds. De vermindering van het nadelig saldo van dit fonds weerspiegelt onder meer een belangrijke stap in de richting van een beperking van de politiek der prijssubsidies en van opheffing van vele belemmerende bepalingen ten aanzien van de goederencirculatie. Verdergaande stappen op dit laatste gebied zijn in verband met de deviezenpositie in hoge mate afhankelijk van de omvang der buitenlandse hulpverlening, die in de komende tijd zal kunnen worden verkregen. Hoe ruimer deze wordt verleend, des te sneller en vollediger zal op deze weg kunnen worden voortgegaan, waarmee dan tevens een der onmisbare voorwaarden wordt vervuld door de verwezenlijking van de economische unie met België en Luxemburg. Hierbij zal nauwgezet rekening worden gehouden met de gevolgen daarvan voor de kosten van levensonderhoud, terwijl op het gebied van de loon- en prijspolitiek de instandhouding van sociaal gerechtvaardigde en economisch verantwoorde loon- en prijsnormen zal worden bevorderd. Niet potverteren De minister spreekt de overtuiging uit. dat van de hulpverlening ingevolge het Marshall-plan alleen een resultaat van blijvende waarde wordt bereikt, wanneer de besteding wordt gericht, niet alleen op datgene wat bevorderlijk is om de arbeidsproductiviteit in stand te houden, maar in het bijzonder op alles wat er toe kan dienen om de industrialisatie krachtig te bevorderen, de landbouw technisch te verbeteren en de productiekosten in het algemeen door rationalisatie te doen dalen. Evenals het vorig jaar roept de minister het Nederlandse volk op tot besparing en uiterste zuinigheid in de consumptieve sfeer en wat de productiebedrijven betreft tot matigheid in de winstuitkeringen en voorzichtigheid bij het aanhouden van voorraden, gezien het daaraan verbonden prijsrisico. De financiële toestand laat zijns inziens toe deze oproep thans te doen vergezeld gaan van de aankondiging van enkele fiscale maatregelen, die hierop zullen aansluiten. Bemoedigend teken Een bemoedigend teken is, dat aan de Intering van het- nationale vermogen een einde is gekomen. Uit berekeningen van het centraal planbureau blijkt, dat voor een bedrag van ƒ 540 millioen meer is geproduceerd dan verbruikt, zodat het nationaal vermogen met dit bedrag is toegenomen. Ondanks de gunstige factoren, die zijn waar te nemen verheelt de minister zich niet, dat ook thans de gevaren voor onze financiële en economische verhoudingen niet voorgoed zijn geweken, niet alleen in dier voege, dat nog steeds een latente dreiging aanwezig is, maar ook in die zin, dat het herstel der financieel-economische verhoudingen nog slechts naar een evenwicht neigt, een evenwicht, dat niet meer dan wankel is. Een belangrijke moeilijkheid ligt daarin, dat, naarmate de buitenlandse schuld als negatieve component van het nationale vermogen toeneemt, daartegenover de in omvang eveneens toenemende positieve componenten gezamenlijk eer. dusdanig rendement in deviezen zullen metten afwerpen, dat hierdoor de groeiende lasten in deviezen, die uit de aan het buitenland verschuldigde rente en aflossing voortvloeien, zullen kunnen worden gedekt. Verlaging belastingdruk Bovendien moet worden erkend, dat het herstel van de gewenste welvaartsverhoudingen binnen enkele jaren zal nopen tot verlaging van belastingdruk, waarmee de minister zich dan ook voorstelt reeds dit jaar een begin te maken. Slechts door voortgaande beperking van rijksuitgaven, door liquidatie van instanties voor oorlogs- en crisiseconomie, door afsnijding van wat binnen het raam van een verantwoord en constructief beleid maar even kan worden gemis; en door uiterste rationaliteit in datgene wat moet blijven verricht, is de vereiste stabiliteit in de binnenlandse politiek te bereiken, een stabiliteit, waarbij de financiële draagkracht van ons volk niet wordt overspannen, maar anderdeels toch wordt opgebracht wat voor voortgang van het herstel onmisbaar is te achten. Dit streven vereist niet alleen de eendrachtige vastberadenheid van het kabinet, het vereist ook de overtuigende medewerking van alle ambtenaren van hoog tot laag en niet minder het vertrouwen en de steun der volksvertegenwoordiging. Moge het historische jaar 1948 ook in dit opzicht een jaar van belofte zijn. --- Geen gevaar meer voor inflatie Minister Lieftinck is van oordeel, dat de ontwerp-begroting 1949, in tegenstelling met de begrotingen over voorgaande jaren, tenslotte geen dreiging van betekenis voor inflatie meer zal opleveren. Van betekenis is ook. dat het opnemen van spaargelden tot dusver door tal van gezinshuishoudingen, hetgeen het verbruik boven het verdiende inkomen opdreef, in de naaste toekomst waarschijnlijk zal eindigen tengevolpe van het uitgeput raken der reserves. Het is dus niet onmogelijk te achten. dat in 1949 de prijsdrukkende tendenties zelfs enigermate de overhand zullen verkrijgen. --- DACCA KWAJA NAZIMOEDDIN heeft DACCA KWAJA NAZIMOEDDIN heeft de plaats ingenomen van Mohammed Ali Djinnah, wijlen gouverneur-generaal van het dominion Pakistan. --- Subsidie op levensmiddelen In 1949 f 212 millioen of f 20 per inwoner Ten aanzien van de begroting van het landbouw-egalisatiefonds. waaruit de subsidies op de levensmiddelen worden betaald, merkt de minister van Financiën op, dat deze door de daarin begrepen loon. en prijspolitiek zulke vérstrekkende gevolgen voor de financiële en economische toestand van Nederland heeft, dat het onmogelijk is, haar te behandelen los van alle invloeden, die onze nationale en — nauw daarmee samenhangend — onze internationale positie benalen. Door de internationale verhoudingen staat ons land voor de noodzaak het binnenlandse bestel van het economische leven aan te passen aan de wijzigingen, die het wereldbestel ondergaat. In dit opzicht is spoed vereist, mede om te voorkomen, dat wij bij beëindiging van de Marshall-hulp voor een ernstige economische ineenstorting komen te staan. Op grond van bovenstaande overwegingen is het noodzakelijk onze landbouwpolitiek te richten op een zo grooti mogelijke dollarbesparing door een voorzichtige invoerpolitiek, zonder echter de verhoging van de arbeidsproductiviteit door betere voeding uit het oog te verliezen. Tegelijkertijd vraagt de verwezenlijking van de Nederlands-Belgisch-Luxemburgse economische unie, in het kader van het streven naar wederzijdse aanpassing, een politiek van prijssubsidies met een sterk tijdelijk en grotendeels aflopend karakter. Tenslotte bestaat er een nauw verband tussen het opheffen, waar mogelijk, van rantsoeneringen,'en de subsidiepolitiek. Bij het opstellen van een algemene richtlijn bij dc vermindering der subsidies is uitgegaan van de gedachte, dat voor verschillende producten, welker consumptie als een zekere luxe moet worden beschouwd en welker voortbrenging in hoge mate de beschikbaarheid van buitenlandse koopkracht behoeft, de werkelijke kostprijs aan de consumenten zal moeten worden doorberekend, echter met dien verstande, dat de consumenten te allen tijde binnen de rantsoenen de goedkope levensmiddelen kunnen betrekken. De wisselende prijsverhoudingen in het buitenland maken het noodzakelijk de prijzen der ingevoerde grondstoffen in overeenstemming te brengen met de binnenlandse richtprijzen. Daardoor zijn bij de grote hoeveelheden ingevoerde granen aanzienlijke bedragen als invoer-bijslag benodigd (totaal ƒ 154 millioen). Weliswaar is een gedeeltelijke doorberekening der subsidies in de begroting opgenomen, doch er blijft nog altijd een direct subsidie op het levensmiddelenpakket van ƒ 212 millioen of wel van ƒ 20 per inwoner, waarvan ruim de helft aan de melksector moet worden toegerekend. --- Voor woningbouw f 54 millioen op de Rijksbegroting Op de Rijksbegroting voor 1949 is voor woningbouwvoorzieningen in totaal geraamd een bedrag van ƒ54 millioen, te weten ƒ 44 millioen voor voorschotten ingevolge artikel 56 der woningwet en ƒ 10 millioen voor credieten onder hypothecair verband voor verdere woningbouwvoorzieningen. Vergeleken met de begroting 1948. waarin onder de kapitaalsuitgaven ƒ248 millioen voor woningbouwvoorzieningen is uitgetrokken, I tekent dit een belangrijke verlaging. Ter toelichting daarvan wordt medegedeeld, dat de oorspronkelijke begroting voor 1948 nog uitging van de "e 'Cht,;. dat de door gemeente en woningbouwverenigingen ter hand te nemen woningwetbouw door het Rijk zou worden gefinancierd. Later is echter het standpunt ingenomen, dat deze woningbouw in beginsel zou moeten worden gefinancierd uit middelen, die de gemeenten op de kapitaalmarkt aantrekken. Daarnaast ligt het in de bedoeling, het in de toekomst daarheen te leiden, dat de gelden, benodigd voor de door de gemeenten aan particuliere bouwers ingevolge de financieringsregeling woningbouw 1948 te verstrekken leningen onder verband van tweede hypotheek, niet meer door het Rijk aan de gemeenten worden verstrekt, doch eveneens zo veel mogelijk door de gemeenten zelf op de kapitaalmarkt worden opgenomen. Op deze wijze wordt een gezonde relatie gelegd tussen de uitgaven voor woningbouw en de nationale besparingen, welke laatste de grens stellende bron van deze en overeenkomstige uitgaven behoren te zijn. --- Nederland verdient per jaar ƒ 13 milliard Een staatsbalans per 31 December 1947, die een overzicht geeft van de vermogenspositie van het Rijk, toont nog weer eens aan, dat de huidige financiële positie van Nederland wordt beheerst door de gevolgen van oorlog en bezetting. Van het totaal der verplichtingen op korte en lange termijn (inbegrepen de verplichtingen wegens oorlogsschade) ad ƒ 34,8 milliard is ongeveer ƒ 19 milliard gedekt door activa. Dit nadelig saldo moge op het eerste gezicht hoogst ongunstig lijken, aldus de minister van Financiën. Indien wordt bedacht, dat wetenschappelijk wordt verdedigd, dat de niet door activa gedekte verplichtingen in normale omstandigheden gelijk mogen staan met het nationaal inkomen van één jaar, dan geven deze cijfers een andere indruk. Het nationaal inkomen voor 1949 wordt berekend — bij een productiviteit per hoofd van de bevolking van ca 90 •/• van voor de oorlog — op ruim ƒ 13 milliard. Neemt men in aanmerking, dat over enige jaren de productiviteit op het oude niveau zal zijn hersteld en het nationaal inkomen dus gestegen, dan mag worden gesteld — aangezien hetgeen voor normale omstandigheden geldt bij voorbaat mag worden aangenomen voor een land. dat zo gebeukt is door de oorlog als Nederland — dat de situatie niet al te onbevredigend is. Gezien echter de huidige hoogte van het volksinkomen — gunstig beïnvloed door de conjunctuur — en gelet op de mogelijkheid .dat dit niveau niet gehandhaafd zal blijven, moet hieruit worden geconcludeerd, dat het beleid er op gericht moet zijn, het ongedekte gedeelte van de staatsschuld te verminderen. --- Tante Koosje naar het Oosten 25. „Wel gefeliciteerd met die uitvinding, meneer de directeur," zei mevrouw Wolzak. „Dat is wat, zo'n moleculebom. Ik geloof, dat ik ze al eens ergens heb geproefd. En u weet zeker, dat het geen nep is?" „Mevrouw, een uitvinding van prof. Pottebofski! Wij kennen hier geen dingen, die anders zijn dan officieel wordt meegedeeld." „Dat heb ik altijd wel gedacht," zei mevrouw Wólzak. „Maar één ding snap ik niet. Hoeveel mensen zitten in dit kamp?" „Twintigduizend. Wij hebben heel wat gramofoonplaten nodig." „En denkt u, dat je zulke mensen tot andere gedachten brengt, als je ze met duizenden in een kamp bij elkaar stopt? Ze komen er nog verkeerder uit, dan ze er in komen, heb ik altijd gedacht. Ik geloof, dat deze arme verdwaalde ziel veel beter de zegeningen van jullie prachtige stelsel zal inzien, als hij vrij mocht rondkijken. Wat dunkt je zelf, Smoienaartje?" „Die platen gaan wel wat vervelen." zei Smolenskof „Zijn instelling deugt nog niet. mevrouw Hij moet juist dol op die platen worden!" Mevrouw Wolzak gaf de arme gevangene, die zuiver in de leer moest worden; een knipoogje en ging met de directeur door het geweldige kamp naar buiten. Overal in het rond knetterden de gramofoons Andere gevangenen zaten allerlei dikke boeken te lezen. Maar er stonden er ock met elkaar te praten. ,,'t Is hier echt gezellig," vond mevrouw Wolzak, „maar ik geloof nooit, dat 't veel uithaalt, kameraad...." „Laslofski, mevrouw " „Dat klinkt net als Lameloski. Zo'n mooie naam heb ik nog nooit gehoord. Laat u Smolenaar los?" „Neen!" bulderde Laslofski. --- „MOSKOU trekt aan de touwtjes" Russische legatie te Bangkok: een gevaar Minister Stikker heeft op een persconferentie te Washington geze-d. dat de huidige communistische stoot naar ZuidOost-Azië slechts verklaard kan worden als onderdeel van een algemeen plan, dat door Moskou is gedicteerd. Hij verzekerde, dat er met Moeso „vele anderen" waren, die hun opleiding in Europa hadden genoten en die thans in Indonesië opereren. Moeso was vijf-entwintig jaar uit Indonesië weg geweest en was geoefend in Moskou. De heer Stikker had de overtuiging, dat de kortgeleden gestichte Sowjet-legatie te Bangkok onmiddellijk medewerking zou verlenen aan gecoördineerde, door de communisten aangewakkerde poging om in die streek zo veel mogelijk moeilijkheden te veroorzaken zowel voor de regeringen der afhankelijke als voor die der onafhankelijke gebieden. Deze legatie heeft de grootste Sowjet-staf uit de omtrek,-ongeveer veertig leden en het was een begrijpelijke veronderstelling, aldus minister Stikker, dat zij in het complot waren. Minister Stikker voegde er aan toe. dat, indien de republikeinse premier. Mohammed Hatta, stappen zou ondernemen tot een practische regeling voor een overeenkomst met de republiek Indonesia de Nederlandse regering bereid zou zijn hem tegemoet te treden en hij sprak de hoop uit, dat de republikeinse regering van Soekarno en Hatta sterk genoeg zou zijn om te voorkomen, dat de communisten de republiek in hun geheel overnemen. --- Verwijten over en weer Hatta heeft een rede gehouden, waarin hij sprak over de geruchten volgens welke Moeso president zou worden van de Republiek en Sjarifoeddin ministerpresident. In een democratisch land, aldus Hatta, is het omverwerpen van de regering echter slechts mogelijk op parlementaire wijze en niet door een staatsgreep. Indien een dictatorschap noodzakelijk is, dient dit niet een dictatorschap te zijn met een partij, doch geleid door een man. die boven alle partijen staat. De radio van de communisten heeft met betrekking tot het verlenen van bijzondere volmachten aan Soekarno opgemerkt: Wij zijn bezorgd, dat de regering-Soekarno fascistisch wordt. Zij 'bestaat uit landverraders, die tienduizenden mensen als romuskas (dwangarbeiders) aan de wrede Japanners overleverden. Het gezag is thans gecombineerd in één persoon. Eenheid is noodzakelijk, doch zij mag niet leiden tot slavernij. De fascist en collaborateur Hatta probeert thans de Republiek te gebruiken voor het onderdrukken van de arbeiders en de landbouwers. --- Koningin Juliana ontvangt ten hove In het Paleis aan het Noordeinde heeft Koningin Juliana gisteren 1500 dames en heren uit de provincies Zuid-Holland en Gelderland ontvangen. Behalve vertegenwoordigers van het maatschappelijk leven maakten o.a. hun opwachting de leden der hofhouding, van het Int. Gerechtshof, de Raad van State, hoge deoartementsambtênaren. vertegenwoordigers der Overzeese Gebiedsdelen, van het, KNIL, de Kon. Marine en Landmacht en de leden van de Zuid-Holl. Jachtver., die Zaterdag het ere-escorte bij de intocht van H.M. de Koningin in de Residentie vormden. De Koningin was gekleed in een marineblauw toilet. Prins Bernhard droeg het admiraalsuniform. --- Pensioen voor ambtenaren op arbeidscontract Minister Lieftinck deelt in de milliöenen-nota mede, dat het voornemen bestaat een wettelijke regeling in het leven te roepen op grond waarvan arbeidscontractanten, die tenminste twee jaren in rijksdienst zijn en ook overigens aan bepaalde voorwaarden voldoen, recht op pensioen zullen verkrijgen. --- Republiek weigert inmenging van Nederland Hatta antwoordt mr Stikker Antara meldt uit Djokja, dat de republikeinse minister-president Moh. Hatta, in een intervieuw heeft verklaard, dat de republikeinse regering niet zal toestaan, dat de Nederlanders tussenbeide komen in de communistische opstand in de republiek. Deze verklaring van Hatta is bedoeld als een antwoord op het voorstel, gedaan door minister Stikker, via de pers in de Ver. Staten van Amerika, om gezamenlijk het communisme in Indonesië te bestrijden. „Wij aanvaarden geen enkel voorstel, in welke aangelegenheid ook. De republikeinse regering zal niet toestaan, dat de Nederlanders tussenbeide komen in iets, dat op republikeins gebied gebeurt. De opstand te Madioen is een geheel interne aangelegenheid en wij zullen onze eigen middelen aanwenden om hem te onderdrukken. De Nederlanders hebben zich nergens mede te bemoeien", aldus Moh. Hatta. l --- Dr Van Mook vliegt naar Batavia In verband met dé woelingen in Indonesië heeft dr Van Mook de besprekingen met de Nederlandse regering afgebroken en Is vanmorgen per vliegtuig naar Batavia teruggekeerd. Voor zijn vertrek verklaarde dr Van Mook, dat hij eerst in Batavia beslissingen naar aanleiding van de communistische acties zou nemen, welke duidelijk van buiten af is opgezet. Pas sedert einde Mei is de ontwikkeling in deze richting gekomen; voor die tijd was er van een invloedrijke communistische activiteit weinig sprake. Ofschoon er te Madioen veel Chinezen wonen, mag men de communistische activiteit zeker niet op rekening van de Chinezen schuiven. Dr Van Mook verwachtte, dat onder invloed van de gebeurtenissen in de republiek de samenwerking tussen Nederlanders met Singapore en Australië beter zal worden. Het is niet uitgesloten, dat de gebeurtenissen te Madioen enigszins remmend zullen werken op de demobilisatie van de Nederlandse troepen in Indonesië. --- „Sociale revolutie" op Sumatra Communisten roeren zich in Tapanoeli De correspondent van Aneta meldt uit Medan, dat op republikeins Sumatra de tweede „sociale revolutie" is uitgebroken en dat zjj nog steeds voortduurt. De communistische Laskars hebben het heft er vrijwel in handen. De T .N .I, is in dat gebied in getalsterkte verre in de minderheid. Practisfch de gehele republikeinse „intelligentia" in Tapanoeli is door de communisten gearresteerd. De republikeinse voorlichtingsdienst voor Sumatra meldt in dit verband, dat „enkele oneerlijke militaire autoriteiten te Padang Sidempoean, Sibolga en Taroetoeng ( in het Tapanoelische op Sumatra) op bevel van de veiligheidsdienst der T.N.I. zijn gearresteerd". Bij deze arrestaties, aldus de republikeinse voorlichtingsdienst, werden slechts enkele s|hoten gelost. Een aantal militairen werd gedood. Overigens had de zuiveringsactie een rustig verlooa, De bevolking bleef rustig, het civieleen handelsverkeer gaan hun gewone gang. Sinds 11 September wordt te Padang Sidempoean een pasar malam gehouden voor aankoop van vliegtuigen, aldus het communiqué, dat hieraan toevoegt, dat het gebeurde geen politieke achtergrond heeft, doch alleen een militair karakter. Veertien autoriteiten zijn voor nader onderzoek aangehouden. --- De gevechten te Soerakarta Aan alle commanda'nten van vechtendé afdelingen binnen en buiten de stad Soerakarta is door de republikeinse commandant der militaire gebieden Soerakarta en Semarang, de kolonel Gatot Soebroto. bevel gegeven zich bij hem te vervoegen op het residentiekantoor, op zijn laatst op 22 September. Daar zullen zij instructies ont* vangen, die ten doel hebben de normale toestand te doen wederkeren. Commandanten, die aan dit bevel van de officiële republikeinse commandant geen gehoor geven, zullen als opstandelingen worden beschouwd en tegen hen zullen drastische maatregelen worden genomen. --- RADIO Dinsdag 21 September. Avondprogramma. Hilv. I (KRO) 6 Volksliederenkwartet; 6.20 Sportpraatje; 6.30 Ned. Str.kr.; 7 Nieuws; 7.15 Internationaal Trio; 7.30 Dit is leven; 7.50 Rubriek van de wederopbouw; 8 Nieuws; 8.12 Cyclus; 8.45 Gedichten; 9 Kamerorkest; 10.05 Kamerkoor; 10.45 Avondgebed; 11 Nieuws; 11.15 Avondconcert. Hilv. II (AVRO) 6 Nieuws; 6 20 Tom Erich; 6.35 The Romancers; 7 Radio-strip; 7.10 Pierre Palla; 7.30 Hortus Musicus; 8 Nieuws; 8.15 Bonte Trein; 9.30 Ik zou zo graag; 10.15 Buitenlands overzicht; 10.30 Reportage; 11 Nieuws; 11.15 Operette-concert. 22 September. Dagprogramma. Hilv. I (NCRV) 7 en 8 Nieuws; 8.15 Gewijde muziek; 8.30 Gr.pl.; 9 Ochtendbezoek; 9.30 Concert; 10.30 Morgendienst; 11 Klarinet, Piano; 11.30 Mélange; 12 Amati Trio; 12.33 Koor; 1 Nieuws; 1.15 Mandolinata; 1.45 Gr.pl.; 2 Busch Strijkork.; 2.30 Azalea; 3 Oude liederen; 3.30 Kamer ork.; 4.15 Voor de jeugd; 5.30 Orgel. Hilv. II (VARA) 7 en 8 Nieuws; 8.18 Monia Liter; 8.50 Voor de huisvrouw; 9 Mendelssohn; 9.35 Elgar; (VPRO) 10 Morgenwijding; (VARA) 10.20 Kookpraatje; 10.30T Voor de vrouw; 11 De schoonheidselementen van het rtamescostuum; 11.30 Non stop progr.; 12 Frans Wouters; 12.33 Platteland; 12.38 Orgel; 1 Nieuws; 1.20 Metropole ork.; 2 Gesproken portretten; 2.15 Czerny en Beethoven; 3 Hoorspel; 3.40 Regenboog; 4 Roodborstjes; 4 15 Het stond in de krant; 4.45 Vragen; 5.15 Gr.pl.; 5.45 Giftslangen. Avondprogramma. Hilv. I (NCRV) 6 Koren en Korpsen; 6.30 Ned. Str.kr.; 7 Nieuws; 7.15 NCRV-kwartet; 7.30 Actueel geluid; 7.45 Eng. les; 8 Nieuws; 8.15 Schola Cantorum Basiliensis; 9 Koorzang; 9.25 De Batakkerk; 9.45 50 jaar Ned. muziek; 11 Nieuws; 11.15 Avondmelodieën; 11.45 Zang, piano. Hilv. II (VARA) 6 Nieuws; 6.20 Gr.pl.; 6.30 Fundatie Werkelijk Dienen; 7 Lezing; 7.15 Nieuws uit Indië; (VPRO) 7.30 Voor de jeugd; 7 .45 Lezen in de Bijbel; (VARA) 8 Nieuws; ft.15 Stafmuziek van de Amsterdamse Politie; 9.15 Hoorspel; 10 Zang; 10.15 Hongaars Strijkkwartet; 10.45 Poëzie; 11 Nieuws; 11.15 Dansmuziek. --- DE Man Uit MADRID Als Meechling en een van de anderen dood waren zou Zimmerman zich kunnen veroorloven om de helft, hun helft van de schat, terug te geven. Dat zou beter zijn dan zelf vermoord te worden. Op een of andere manier zou José dat Zimmerman wel aan zijn verstand brengen! Ja, dat was het beste, wat er gedaan kon worden! José haalde zijrt mes te voors'chijn en zette het aan op de zool van zijn schoen. Toen klopte er iemand op de deur. Haastig borg José het mes weg en draaide zich om. Dat kon Graham niet zijn! Graham klopte niet. Het kon een van zijn vijanden zijn. Misschien kreeg hij nu zijn kans. Hij sloop naar de deur en rukte deze open. Een jongen stond voor de deur. Een jongen in uniform — hij hield een brief in zijn hand. — Graham hier? vroeg hij. José knikte en nam de enveloppe aan. Met grote hanepoten tekende hij het papiertje, dat de bode aan hem voorhield. Toen de jongen weer verdwenen was, keek José enige ogenblikken peinzend naar de enveloppe. Graham's naam stond er buiten op, niet geschreven, maar in grote drukletters. José- nam een glas van de wastafel en zette dit op de tafe! met de enveloppe er rechtop tegen aan. Hij moest weg, aan het werk. Werk, dat nu gedaan moest worden! Hij liep naar de deur, bleef staan en keek weer naar de brief. Misschien stond er al iets in, dat hij moest weten. Misschien was het een brief van Zimmerman, McLaughlin of Gabriël en zou de inhoud zijn plannen kunnen beinvloeden. Hij wilde uitgaan om iemand te vermoorden, als zich een gunstige gelegenheid voordeed. Maar eigenlijk had hij het recht niet die enveloppe open te maken, want de naam van Don Graham stond er duidelijk buiten op Seconden lang stond José daar in tweestrijd. Het was onmogelijk om te voorspellen, wanneer Don Graham terug zou komen. Soms bleef hij urenlang weg en hij wilde' trouwens ook niet op de terugkomst van Don Graham wachten. De laatste zou hem misschien trachten te weerhouden van wat hij van . plan was José aarzelde nog even, nam toen twee grote stappen, griste de brief van de tafel en scheurde de enveloppe open. Hij haalde er de achterzijde van een oude enveloppe uit, waarop geschreven stond : Als jullie de schat terug willen hebben, zullen jullie mij moeten helpen. Ik kan niets beginnen tegen McLaughlin en Gabriël. Ze zijn van plar, de schat vannacht aan boord te laden. Kom naar mijn kantoor. Breng de Spanjaard mee. Misschien irn wij met ons drieën iets doen. Ik zal met jullie meewerken, als ik een aandeel krijg. Kom zo snel mogelijk Zimmerman De boodschap was niet met inkt geschreven en ook niet in een bepaald handschrift. Er was gebruik gemaakt van een potlood en de woorden waren geschreven in drukletters. José las de brief met ingehouden adem 'angzaam nog eens over Dat was echt iets "oor Zimmerman. Zimmerman was bang geworden door de dood van Meechling José had zich dikwijls afgevraagd, wie VTeechling vermoord had. Hij had wel eens gedacht, dat het Zimmerman geweest was. maar dit was toch blijkbaar niet het geval. En nu wilde Zimmerman delen. Goed. hij kon een gedeelte krijgen, als het grootste deel maar terug ging naar de Spaanse Loyalisten. Daar zou José wel voor zorgen. Het was heel goed mogelijk, dat Zimmerman hulp nodig had. Er waren daar een paar potige werklieden in het pakhuis en deze mannen stonden misschien aan de zijde van McLaughlin en Gabriël. Dan was Zimmerman alleen niet tegen hen opgewassen. Er waren zeer veel verklaringen en een zeer bijzondere kwam ook in hét hoofd van José op. Dit zou wel eens niets anders kunnen zijn dan een valstrik, een middel om hem en Don Graham naar dat pakhuis te lokken. Maar José zag hier geen reden toe. Hij en Don Graham waren daar toch dagen achtereen in dat pakhuis geweest en niemand had het*ooit gewaagd een vinger naar hen uit te steken. Trouwens, Zimn zou toch geweten hebben, dat hij hen maar heel eenvoudig had kunnen vragen om eventjes te komen Daar zou geen geheimzinnige brief voor nodig geweest zijn. Maar zelfs als dit een valstrik was. lag hier een mooie kans om eraan te ontsnappen. José zou er alleen heengaan en het brieffje achterlaten voor Don Graham Als de laatste terugkwam zou hij het vinden, de inhoud in de juiste betekenis lezen en als José niét terugkwam, zou hij begrijpen, dat er iets mis was. Ja, dat was de juiste wijze om de zaak aan te pakken. (Wordt vervolgd). --- MOESO over de staatsgreep in de republiek Keuze: Soekarno of Moeso In een radiorede heeft Moeso o m. gezegd: „Onze revolutie staat onder nationaal-communistische leiding. Zij keert zich tegen het imperialisme in het algemeen. Dit imperialisme is de belangrijkste oorzaak van het slechter worden van de politieke en economische toestand in d«* republiek en van de onmacht van het volk en de arbeiders in het bijzonder, zich te verheffen uit de ellende, die het gevolg is van de Nederlandse en Japanse overheersing. Meer dan 20 millioen Indonesische vrouwen zijn weduwe geworden doordat haar echtgenoten in de Japanse tijd „romoesja" werden. Soekarno laat het Indonesische volk thans kiezen tussen Soekarno en Moeso- Het antwoord van het volk is: Soekarno en Hatta zijn knechten van Japan en Amerika" aldus Moeso. „Het zal uiterst moeilijk zijn Madioen te heroveren, tenzij de republikeinse zesde divisie, die gestationner-rl i« in -et Oostelijk deel van het republikeinse gebied, tijdig steun verleent", verklaarde een republikeinse waarnemer te Batavia. Het commando van de zesde divisie bevindt zich ongeveer honderd kilometer ten Noord-Oosten van Madioen. Vlucht naar Nederlands gebied Ongeveer 7000 evacué's. afk"m=ti<*' van de dessa's in de omgeving van Ketjamatan Tjikalong ten Zuiden van Tasikmalaja, begaven zich naar Karangnoenggal, om zich onder bescherming te stellen van de Nederlandse strijdkrachten, daar hun dessa's voortdurend door terroristen worden aangevallen. De regering heeft reeds maatregelen getroffen ter verzachting van hun leed, in de vorm van enige tientallen ton rijst. --- Nationaal Vrijheidsfront te Djokja opgericht Antara meldt uit Djokja, dat aldaar op 19 September op initiatief van de Masjoemi (Mohammedaanse partij) en de P-N.I. .Partai Nasional Indone^a* het F-"nt Kemerdekaan Nasional (Nationaal Vrijheidsfront) is opgericht, dat zich tot doel stelt de Republiek Indonesië te he'oen beveiligen en de wettige regering Soekarno-Hatta in stand te houden. Voorzitter is Mangoensarkoro (P.N.I.) en vicevoorzitter rrfr Samsoeddin (Masjoemi). Het belangrijkste is de houding van de Ned. regering Het belangrijkste in de nieuwe situatie is voor ons de vraag, hoe de houding van de Nederlandse regering zal zijn, aldus schrijft Het Dagblad te Batavia in een hoofdartikel over de communistische staatsgreep in Madioen. Het blad schrift: de Nederlandse regering draagt nog altijd de volledige souvereiniteit met de daaraan verbonden verantwoordelijkheden "ver hst gehele gebied van Indonesië. Zal zij passief blijven toekijken op de ontwikkelingen van de republikeinse chaos, nu Djokja onmachtig is gebleken een communistische rebellie te voorkomen, waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn, of acht zij nu eindelijk de tijd gekomen om zich als souvereine macht weder ten volle te doen gelden, opdat rust en orde definitief hersteld worden? Het Bataviaasch Nieuwsblad schrijft in een hoofdartikel: ingrijpen van buitenaf kan elk moment noodzakelijk blijken. Iedere dag langer wachten betekent thans het bewust verlengen en vergroten van de chaos. Het is niet ondenkbaar, dat van Djokja uit straks om bijstand gevraagd zal worden. Maar het is ondenkbaar, dat de hulp straks niet dringend geboden zal zijn. ---