NEDERLANDEN. 'sHERTOGENBOSCII, den 29 April. Men verneemt, dat de koning, ingevolge de wet van den 9 mei 1846, ( Staatsblad n°. 35 ) , ook voor dit jaar heeft bepaald, dat de groote of zoutharingvisscherij voor het tegenwoordige jaar 1847, zal mogen worden aangevangen op den 10 junij eerstkomende, en dat mitsdien de netten voor het eerst zullen mogen worden uitgeworpen , om in volle zee haring te visschen , in den avond van genoemden 10 junij. Ook dit jaar zal eene rijks stoomboot ah eerste jager wor« den gebezigd. — Men schrijft uit Rotterdam, van den 2a dezer. Als een blijk, welke kunstgrepen men dikwijls aanwendt , om te verkrijgen wat men niet bezit, deelen wij onze lezers het volgende niet onaardige voorval mede: Een landverhuizer , die den 22 dezer hier ter stede arriveerde , had, volgens zijne verklaring, bij zijne aankomst omtrent f 500 aan specie bij zich, welke hij in een zakdoek geknoopt en aldus bier gebragt bad. Om deze som beter te bewaren kocht hij ruim een dag na zijne aankomst een geldriem , waarin hij zijn schat verborg, en die, om volkomen zeker te zijn , op zijne bovenkleederen droeg. Het ongeluk scheen echter dezen omzigtigen persoon !e vervolgen, want gisteren avond ten half elf ure , werd bij na eenigen tabak in de Pottebakkerssteeg gekocht te hebben, naast een kommiessenhuisjeinde Boompjes door zes kerels aangerand , die hem met geweld den geldriem van het lijf sneden , zonder eenigzins zijne kleederen te beschadigen. De man verklaart, dat hij luide om hulp heeft geroepen , welk geschreeuw echter noch gehoord is door de buren , noch door de wakers , noch door den overman aan het eind der Leuvehaven , die juist van half elf tot ruim elf uur op het Tarweuakker op iemand heeft gewacht. Nog sterker is het, dat zich juist tegenover de plaats, waar het geweld moet gepleegd zijn , eene herberg bevindt., van welke de deuren lot 12 nre zijn open gebleven. Bij deze gelegenheid moeten wij doen opmerken , dat zich verscheidene landverhuizers in deze stad ophouden , die echter niet hij magte zijn om de reiskosten naar Amerika te betalen , en dus terug gezonden zullen moeten worden. Het is te wenscheu , dat niet velen dit voorbeeld zullen volgen , daar zij anders, in weerwil van de waakzaamheid eu ijver der policie, veel last en moeite zullen veroorzaken. — Het kongres der Vereenigde Stalen heeft twee belangrijke wetten uitgevaardigd, beide op de thans heerschende landverhuizing betrekkelijk. De inhoud daarvan komt hoofdzakelijk hierop neder. Volgens de eerste, den 22 febrnarij 11. goedgekeurd, wordt de gezagvoerder van een schip, geheel of gedeeltelijk aan een burger van de Vereenigde Staten of aan een burger vaneen vreemd land toebehoorende, schuldig verklaard aan overtreding, wanneer hij a^n boord van poodanig schip, in eenige vreeuide haven of plaats , een grooter aantal passagiers inneemt dan in eene opgegeven evenredigheid tot de door hen ingenomen en tot hun gebruik in gereedheid gebragte ruimte ( namelijk : op het tusschendek een passagier voor elke 14 voet oppervlakte; op een half dek, indien er een zoodanig is, een passagier op elke 30 voet, voor elk geval ) ; en, met het voornemen om zoodanige passagiers naar de Vereenige Staten over te brengen , hen , of een gedeelte van hen , binnen het gebied dier Staten brengt ; of wanneer hij in eenige haven of stad der Vereenigde Staten een grooter getal passagiers aan boord neemt dan in de opgegeven verhouding. Bij overtuiging van schuld voor een geregtshof, zal hij voor iederen passagier, door liem boven de bepaalde verhouding aan boord genomen , bekeurd worden , en eene boete van 50 dollars moeten betalen , of gevangenisstraf van uiterlijk een jaar moeten ondergaan ; met dien verstande dat de wet niet anders kan worden uitgelegd dan dat een schip niet meer dan twee passagiers op de vijf ton mag vervoeren. Bij het 2" artikel wordt bepaald dat, indien het getal der aldus aangebragte of vervoerde passagiers het bij het vorig artikel vastgesteld getal met meer dan twintig overtreft , zoodanig schip verbeurd verklaard zal worden ten behoeve der Vereenigde Staten , en vervolgd als overtreder , volgens de wet, waarbij de regten op den invoer en de tonnegelden worden vastgesteld. Het 3 e artikel zegt, dat indien een der bedoelde schepen meer dan twee rijen kooijen heeft, of op dat schip de tusschenruimte tusschen de kooi en het dek daaronder niet miustens 6 duim bedraagt, en de kooijen goed gebouwd zijn; of, in geval de afmetingen der kooijen niet minstens 6 voeten lengte en 18 duimen breedte voor iederen passagier hebben , de gezagvoerder en eigenaars van het schip, ieder afzonderlijk, zullen worden bekeurd en 5 dollars betalen voor iederen passagier , intevorderen bij elk geregtshof van de haven of plaats der Staten waar zoodanig schip aankomt of van waar hel vertrekt. Volgens artikel 4 zouden twee kindereO , ieder beneden de achl jaren, gelijk staan met één passagier, en kinderen beneden het jaar niet in de berekening van liet getal passagiers begrepen worden ; lerwijl eindelijk nog wordt vastgesteld , dal voor het bedrag der verschillende genoemde boeten verband zal worden gelegd op het schip of de schepen , die de bepalingen dezer wel schenden , en dat zoodanig schip aangeslagen en verkocht zal worden op bevel van ieder geregtshof der NoordAmerikaansche stad waar het zal aankomen. De tweede wet , den 2 maart goedgekeurd , bepaalt dat de bovengenoemde in werking zal treden: voor alle schepen r komende uit havens aan deze ( Noord - Amerikaansche ) zijde van de Kaap de Goede Hoop en Kaap Ilorn gelegen , na 31 maart , en voor alle schepen , komende van plaatsen aan gene zijde dier beide Kapen , na 31 oclober aanstaande. Voorts wordl , bij die tweede wet, de bepaling der eerste , volgens welke twee kinderen beneden de acht jaren voor één passagier gerekend werden , ingetrokken, 'j GRAVEN HAGE , den 2(i ^épril. In de zitting van de tweede kamer der statengeneraal van heden, is door den voorzitter kennis gegeven , dat het nieuw verkozen lid van de kamer uit Limburg, de baron de Weichs van Wenne , zijne geloofsbrieven , enz., heeft ingediend. De voorzitter benoemd eene" kommissie tot onderzoek daarvan , bestaande uit de heeren VerweyMejan , Gouverneur, Cost Jordens , van I/aersolte en de Kempenaer. Nadat de kommissie zich tot het bedoelde onderzoek uit de vergadering had verwijderd , heeft zij , na een langdurig verwijl, teruggekeerd , bij monde van den heer VerweyMejan verslag uitgebragt. Om verschillende redenen stelt de kommissie voor , het oordeel over de benoeming drie weken opteschorten , zullende zij in dien tijd haar definitief rapport over deze zaak uitbrengen. Na eene korte woordenwisseling over dat voorstel , wordt dienovereenkomstig besloten. Tan den 27. In deze zitting heeft de heer ffojfman het bereids vroeger door hem aangekondigde voorstel aangeboden , strekkende , dat de kamer moge besluiten , om , ingevolge art. 92 van het reglement van orde, eene kommissie te benoemen tot het opmaken van een aan den koning aan te bieden adres , waarin het gevoelen zal worden uitgedrukt, dat er bij het traktaat met Belgie zou zijn afgeweken van art. 2 der wet van den 19 junij 1845, houdende het tarief van regten op den in- , uit- en doorvoer , en voorts van artt. 195 en IOC der groudwet , waarbij vastgesteld wordt , dat geene belastingen ten behoeve van 's lands kas kunnen worden geheven dan uit krachte van eene wet, en dat de wetgevende magt gezamenlijk door den koning en de statengeneraal wordt uitgeoefend. De heer I/offman heeft kortelijk zijn voorstel toegelicht. Hij verklaart, dat daarbij zijne eenige bedoeling is, om aan den door hein afgelegden eed, tot handhaving der grondwet , te voldoen. Geene zucht tot oppositie, maar tot behoud heeft hem daartoe geleid. Het vaderland en Oranje is steeJs de leus. Maar juist in liet belang en voor het welzijn van beiden is het pligt, te waken , dat elke magt in den slaat binnen hare grenzen blijve en dat er geene verwarring ontsta. De president stelt voor , het gedane voorstel en de gehoudene rede te doen drukken en aanstaanden donderdag de beraadslagingen te houden over de vraag , of de kamer al dan niet tot de benoeming van eene kommissie zal overgaan. Daar er eigenlijk, ingevolge art. 85 van het reglement, geen bepaald voorstel, op grond van art. 114 der grondwet, gedaan is, acht de voorzitter overbodig, het ingediende voorstel naar de afdeelingen te verzenden. Hierover ontslaat eene woordenwisseling. Onderscheidene leden dringen aan op de verzending naar de afdeelingen , inzonderheid op grond , dat de kamer , bij de te nemen beslissing omtrent de benoeming eener kommissie , inderdaad de gewigiige vragen zal oplossen , die in het adres zouden moeten worden behandeld. Zij meenen , dal die vragen wel verdienen vooraf naauwgezet te worden overwogen. Ten slotte is , met eene meerderheid van 22 tegeu 17 stemmen, besloten, het voorstel van den heer lloflman ter overweging le verzenden aan de afdeelingen. De voorzitter geeft kennis, dat door de afdeelingen lot rapporteurs gekozen zijn over het wetsontwerp lot regeling van het Nederlandsche muntwezen, de heeren: Verwey ftlejan , van Ilyclievorsel, Borski, de Man en Faber van Riemsdyk. De kommissiën van rapporteurs hebben hunne algemeene verslagen uitgebragl over : 1°. het wets - ontwerp tot verlenging van den termijn van afsluiting van de bijzondere fondsen en voor de verevening van uitgaven , op den achterstand ; 2°. , dat lot intrekking der wet van den 29 december 1835, ( Staatsblad n°. 41), en tot vaststelling van nadere bepalingen op de regten van de granen. De beraadslagingen nopens het eerste ontwerp zijn bepaald op aanstaanden, maandag, na afloop der stemming over de nominatie van drie kandidaten voor de opengevallen betrekking van raadsheer in den hoogen raad ; terwijl die omtrent het tweede zullen gehouden worden op woensdag den 5 mei. De voorzitter geelt te kennen , dat er redenen bestaan , om de vergadering te veranderen in eene zitting met gesloten deuren. Dienvolgens wordt de openbare vergadering gesloten. --- FRANKRIJK. P A R IJ S , den 25 April. Volgens eene telegraphische depêche uit Algiers, van den 20 dezer , mag de onderwerping van de Jurjura - streek van Kabaylie, als zeker beschouwd worden. De bergbewoners hebben zich als schatpligtig en onderdanig aan Frankrijk erkend. De landstreek, die zich aldus onderworpen heeft, vormt een driehoek , waarvan de grondlijn langs de kust loopt en waarvan de top de Setif is. Bagia en Gigelli, de twee havens van Setif, werden gedurende vijftien jaren van de landzijde ingesloten ; voortaan zal Setif, dat over Coustantine van Let noodige voorzien werd, van die twee havens gecot kunnen erlangen en de Europesche handel zal in die tot dus verre ontoegankelijke oorden kunnen doordringen. De rijke ijzermijnen van de Jurjura - streek zullen ontgonnen worden. Over het geheel voorziet men van de opgemelde onderwerping veel goeds voor de Algerijnsche volkplanting. — Men heeft hier gewigtige berigten uit Lissabon , van den 12 dezer , die de hoop doen voeden , dat de langdurige crisis , waarin zich Portugal bevonden heeft , zal ophouden. De koningin van Portugal heeft, volgens het vierzijdsch traktaat , de bescherming van Frankrijk , Engeland en Spanje ingeroepen; de regeringen van die drie landen hebben zich beijverd aan dit aanzoek te voldoen , en hebben H. M. eene krachtdadige medewerking tot vereffening der geschillen toegezegd. De koningin biedt den opstandelingen aan: eene volledige kwijtschelding, het herstel van het charter (van don Pcdro?), de zamenroeping der cortes en een ministerie , uit gematigde mannen van beide partijen zaïnengesleld. Eerst had H. M. nog geweifeld om met de opstandelingen in eene soort van verdrag te komen ; doch do zncht oni aan het bloedvergieten een einde te maken en de rust te herstellen, heeft bij H. M. over alle bedenkingen gezegevierd. De stelling der opstandelingen was, den 12 dezer, als vulgt : de linker - oever van den Taag was door den graaf de Mello bezet ; hij had zich van Setubal en zelfs reeds van Palmella , meester gemaakt, en den generaal ^breu daaruit verdreven , die zich in het kasteel van Aimala , op slechts eene halve mijl alstands van Lissabon , had geworpen. Daar kon de Krijgsmagt der koningin gemakkelijk stand houden. Lissabon was, te midden van al die bewegingen , vrij rustig gebleven ; hetgeen zich vooral daardoor laat verklaren , dat de misnoegden eu woelzieken meestal de stad verlaten hadden, oin zich bij de opstandelingen te voegen. liet Eugelsch linieschip Canupus lag voor het handelsplein vertuid ; de Sidon was den 11 dezer van Londen voor Lissabon aangekomen. Wen sprak meer dan ooit van het vertrek des hofraads Dietz , die, zoo men weet, met den koning uit Duitschland is medegekomen en sedert lang bij de volkspartij zeer weinig gezien isj de burggraaf de Carreira zou hem in de opleiding der koninklijke kinderen vervangen. Men twijfelde niet, of de opstandelingen zoudeu de voorslagen , hun door de koningin gedaan, aannemen ; temeer , daar er eene magt van 4000 Spanjaarden in aantogt is , om , des noodig en in verband met de Engelsche hulpbenden , daaraan klem bijtezetten. — Op het oogenblik, dat Spanje aldus bijstand verleent, lot handhaving van donna Maria's troon, is de regering aldaar nog zelve steeds in groote moeijelijklieden gewikkeld. De strijd tusschen de gematigden en de bewegingsmanneu schijnt levendiger dan ooit, en heeft ook voedsel erlangd door de persoonlijke gevoelens van de koningin en haren gemaal. Eerslgemclde staat meer de partij der beweging, dat is die van de eigenlijke Spaansclie onafhankelijkheid , voor, en in dien zin laten zich al de jongste veranderingen ia het bewind en aan het hof verklaren ; de koning , waarschijnlijk den steun indachtig , dien hij bij zijn huwelijk van Frankrijk heeft ondervonden, is meer de gematigden, dat is de Franschgezinde partij, genegen. Dat verschil tusschen de vorstelijke echtgenooten moet zells boog geloopen en daarin ziglbaar zijn geweest, dat zij, ondanks alle pogingen des aartsbisschops , niet te zamen ter kerke zijn gegaan. De jongste berigten (van den 19 dezer), duiden echter op eene verzoe. ning , daar de bevolking van Madrid met genoe gen het koninklijke echtpaar zich te zamen in het openbaar bad zien vertoonea. Slaar een andere storm dreigt nti de regering. De liëer Ólozaga, die zich vóór eenige dagen gelukkig öiogt rekenen ,• in Spanje terug te keeren , schijnt r'èèds nl het mogelijke Ie doen om het nieuwe, met iëé veel moeite tót stand gekomen bestuur , omverre (e toerpeh en weder aart het hoofd der zaken te geraiert. Dé öntwerped van den nieawen minister van Öriaticien vinden weinig ondersteuning bij de cortes , iöodat meü er van sprak, dat het ministerie Pacheco Öf aftreden , of de cortes verdagen zou. De tusschenkomst van Spanje in de Porlugesche zaken, scheen nog al bijval te vinden; de afgezonden troepen waren onder bevel van den graaf de Vista Hermoza gesteld. ---