Advertentie WEELDEBELASTING Koopt NU Uw meubelen Wij bewaren deze grafis Dir. F. 3. ZEEGERS Prinsengracht 709-713 leidsche straal 73 AMSTERDAM 2920—26 --- Onze Puzzles. Oplossing van puzzle no. 205. Geit, mug, bengel, cactus, neus, sluia. meestbegunstigingsclausule. Alle oplossingen waren goed. Prijswinnaars z'jn: Mien van Schijndel, Krulsbroedershof 1 alhier en Jan van Aken, Van Voorst tot Voorststraat 55 Breda. PTJ3ZLS No. 206. Woordpuzzle. Neem uit elk van onderstaande woorden drie opeenvolgende letters, (bij ij alleen de h) rijg deze aan e'kaar en tracht daarvan een spreekwoord te vormen. 1. stoomwalsbedrijf. 2. schoenmakerspriem. 3 pandverbeuren. 4. overtuigende. 5. verergeren. 6. pleiziertreinen. 7. onbeteekenend. 8. boetekleed. 9. dankbaarhe'd. 10. kantoorlokalen. 11. h. 12. lijwaarts. 13. kostverloren. 14. overhandigen. 15. lentezangen. Prijzen twee doozen chocolade Oplossingen moeten uiterlijk Woensdag in ons bezit zijn. PUZZLE REDACTEUR. : --- Brieven uit Berlijn. (Van onzen correspondent.) Berlijn, 14 Januari. Dezer dagen is op zijn buiten in de nabijheid van Hamburg dr. Cuno gestorven. Een der „koninklijke kcoolieden van den Waterkant", gelijk Thomas Mann ze in zijn „Buddenbrooks" in de Hansastad Lübeck geschilderd heeft. En zoo als het in zijn roman ging, spelen zich de dingen ook in het werkelijke leven af. De „Koninklijke kooplieden" worden er met den dag minder op. De tijden zijn anders geworden. Verschrikkelijk nuchter en zakelijk. Een kwart eeuw, een halve eeuw en vooral nóg langer geleden was er zelfs onder de groote kooplieden, beursmensen en, een soort romantiek te bespeuren. Men kon van deze menschen houden of niet, bewonderen moest men ze tóch. Ze hingen als klitten aan hun kantoor, hun gezin, hun stand, hun collega's en concurrenten. Ze vormden een zeer bijzondere aristocratie, in Berlijn zoowel als in het Ruhrgebied, in Saksen en in OpperSilezië. Maar typisch in elk opzicht waren ze toch vooral aan de „Wasserkante". Wij Nederlanders hebben in het buitenland de reputatie, bijzonder „gesloten" te zijn. Men vindt ons zeer vriendelijk, zeer wellevend, indruk makend door veelzijdige ontwikkeling en grondige kennis van talen; maar toch, als het er op aankomt, uiterst gereserveerd. Men voelt, als men met ons te doen heeft, een zeker „tot hier toe en niet verder". Maar de aristocratie van de „Wasserkante" heeft dat — naar onze Nederlandsche, en ook naar Duitsche opvatting — nog véél sterker. Bremen, Lübeck, Hamburg vooral hebben hun eigen zeer gesloten, hoogsten stand; den stand der „Koninkliike kooplieden". Om daarin als nieuweling ongenomen te worden, om bij een Petersen, een Roselius, een Cuno thuis ontvangen te worden, moet men wel over zeer goede introducties beschikken. Misschien kostte het n'et zooveel moeite, een uitnoodteing te krijgen naar het moderne sproakjesslot van de gebroeders Lahusen, die in de Bremen£che geld-aristocratie lange laren e^n hoofdrol gespeeld hebben. Maar dat was een bijzonder hoofdstuk, dat tot groote ontzetting van de Bremer „Gesel! scha ft" eindigde met een schandaal, — het beruchte schandaal der „Nordwolle" — cn het verdwijnen der gebroeders uit hun meer dan weelderig kasteel naar de cellen van een ongemoedelijke gevangenis. Dat is een geweldige klap voor de Bremensclie „haute volée" geweest, een klap, die men heden nog niet te boven is en die samenviel met de noodige andere misère, die den braven burger dezer merkwaardige stad heel wat zenuwen gekost heeft. Kort daarna stierf ook de directeurgeneraal Stimming van den „Norddeutschen Lloyd", een der groote mannen van de Bremensche samenleving, die zeker niet alleen geen oogenbMk a^in een zoo vroegen dood zal gedacht hebben en evenmin aan de mogelijkheid, dat zijn medestrijder Cuno in het naburige Hamburg, directeur-generaal van de „Hamburg- Amerika Linée", hem zoo snel op zijn reis naar de „eeuwige jachtvelden" volgen zou. Wie nu naar Bremen, Hamburg en Lübeck komt, kan constateeren, dat de situatie hier al even droevig is als in 't overige Duitschland. Natuurlijk wonen er nog vele rijke menschen. en ook de „Koninklijke koonlieden" zijn nog niet uitgestorven. Maar overigens is het lang niet alles goud meer, wat hier blinkt! Rondom den Hrmbu-gschen buiten-AMer liggen nog de viPa's der rijken. De meeste staan echter leeg of worden sinds jaar en dag door de bewoners ten verkoop aangebeden. Men fuat niet meer uit in de Hansasteden Concertzalen er schouwburgen worden slecht bezocht. Het zal heel lang duren. voordat Hamburg zich weer de weelde van een concertreis van Mengelberg en zijn schare veroorloven kan. Er is gt ï i 'amming meer onder de trótsche burgers dezer stad. Net als in Bremen ligt meer dan de helft der schenen in de haven stil, omdat er geen vrachten mèer z''n voor overzee. Een ..Hamburger Gesellschaft" bestaat niet meer. De vroeger zoo ponulaire „heerenavonden", waarbij de echtgenoote van Inr •"«■thw als eenige dame een paar uurtjes tegenwoordig was, behooren tot nader order tot het verleden. V/ie nog geld genoeg heeft, om zich zooiets te veroorloven, laat het na om zijn gastee niet op kosten te jagen. In betere jaren, zagen de Hamburgers in reeders- enfabrikantenkringen er als halve Engelschen uit. Ze gingen ter renbaan in grijze gekleede jassen met grijze „hooge zijdes" op het hoofd. Ze droegen slechts dure Engelsche stoffen en rookten hun Engelsche korte pijpen met dure „tobak". Nu zijn ze echte Duitsehers geworden, hun colbertje is goedkoop van snit en qualiteit, 'en de hooge hoed ligt ergens op een plank in de linnenkast. Hoe lang schiint het geleden, dat de handels- en reedersaristocratie in de Hansasteden nog alle hun huisknecht hadden, die bij e!k bezoek meekwam, den „chef" uit zijn overjas hielp, die jas weer mee haar huis nam en er precies op tijd mee in de woning van den gastheer terugkeerde! of dat geschiedde om den gastheer een „garderobier" te besparen Is nooit bekend geworden, maar het was een lieve, oude gewoonte, die pas ra den wereldoorlog voorgoed in onbruik geraakt is. Ja. die Hansa-n-vtriciers waren een merkwaardig slag! Alles draaide in vroe.f*et dagen om de Petersen's. de Burchhard's, de Amsihck's. de Woerm^nn'S, Godefrov's en Claneaurouge's. Fn de geschiedenis leert ons, dat ook heel wat; „ïfeerland's bloed" in Hamburg"che aderen gevloeid is, doordat jonge Hamburgsche patriciërs naar Holland kwamen om handelsverbindingen aan te knoonen om dan met e°n knan Nederlandsen bruidje naar de „Wasserkante" terug te. keeren. Geen wonder, waar ze in Amsterdam en Rotterdam families aantroffen van soortgelijke mentaliteit!: Menig Hollandsch vrouwtje heeft in vroeger jaren in de villa's van den Alster, in de Eibchaussee of in den „Hamm" een society-rol van niet geringe beteekenis gesnee'd. Nu staan de villa's in Harvestehüde en in Uhlenhorst onbewoond. De parken in den omtrek worden verwaarloosd. Families, die nog geld hebben, huren etage's in de duurste hotels, omdat het wonen in een luxe-hotel altrd nog veel goedkooper is dan het opbrengen van de geweldige grondbelasting voor hun villa met eigen park. In Bremen is men er in geslaafd, senaat en kooiman njrtand zoowel in den „Ratskeller" als in de weeMerige „Klub zu Bremen" nog regelmatig samen te brengen. In Hamburg daarentegen ontbreekt tegenwoordig elke rrezellige verbinding. Slechts in de „Rotary Club", waarvan dr. Cuno de voorzitter was, ziet men nog de verschillende beroepen eens ner week bijeen, terwijl overigens gezelligheid nog alleen marr in de politieke clubs te vinden is, die onderling natuurlijk schern gescheiden zijn. Be poëzie van het leven aan de „Wasserkante" Is proza creworden. De haven is vrijwel dood. Zeilschepen gaan nauwelijks meer in zee. Het aantal buitenlandsche schenen met hun avontuurhike bemanningen is veel geringer geworden. Talloeze visscherskroegen in de beroemde wijk Sankt Pauli en aan de „Reeperbahn" hebben hun deuren gesloten. En in B v emen en Lübeck ziet het er ook al niet beter uit. De tijd der patriarch^e verhouding?^ schijnt uitgestorven. Vüand'g stam de klassen der bevo^'ng tegenover e'kander. Men ..doet niets meer voor mets", de vroegere weMedigheidszin der Hamburgers, die miljoenen voor ziekenhuizen en k^'onies voor oud-zeevarenden over hadd°n, behoort blikbaar tot het verleden. Nu men, in toch al zoo benarde tüden, nog ziin str ,1 d met rocialisten en communisten uit te vechten heeft, ontbreekt de lust om uit eigen beweging te geven. Maar voor be'de partiien is het er daardoor a^esheh"lve beter op geworden. Ook hier beeft de nuchtere „strijd om rechten" de vreugde der samenwerking van patroon en arbeider gedood, aan het ge^«onschaDneiï'k belang een vreugdeloos ei^de gemaakt. Mo^e er een tijd k<">mcn, waarin de menschen weer 0*1 ands^e bas's samen-»rken en in de Hr , n<-"«-ted"n de prachtige zeelieden en havenarbeiders weer in normale verhouding komen tot de koninklijke reeders en kooplieden. En niet in de Hansa-steden alleen....! --- Brieven uit de Hoofdstad. (Van onzen correspondent). HET ROKIN EN HET PONTJE. De scheidende Gemeente-secretaris. Het ziet er naar uit, dat binnen afzienbaren tijd een aanvang gemaakt zal worden met de gedeeltelijke demping van ons aloude Rokin, dat stukje waterachtige oude stad, waarover de gemoederen van schoonheidslievenden, verkeersexperts en politici nu al zooveel jaren in beroering zijn. Het heeft alles vooralsnog niet tot een bevredigend resultaat mogen leiden. En hoewel dan voorlooplg de bewonderaars van het traditioneele Rokin weliswaar bun zin hadden gekregen en niemand, al in een paar jaar van dempen had gerept, was toch wel te voorzien, dat e-ns het alles opeischende. steeds groeiende snelverkeer geen uitstel meer gedoogen zou en het moment der executie niet ver meer kon zijn. Een comn-omis tusschen de anti-dempers en de feUe voorstanders van saneering van d"n cbaotischen verkeerstoestr nd kwam eindelijk tot stand en nu binnenkort dan, tenminste wanneer bij de behandeling weer geen adders onder het gras blijken te schuilen of nieuwe politieke trouvailles ons komen verrassen, zal met de werkzaamheden kunnen begonnen worden. Een stuk gaat van het Rokin af. Juist dat gedeelte, dat immer een eiland van 'grachtenvuil geleek en zeker niet het minst kwalijk riekte. Want 7iet u, zelfs de meest oudheidminnende Amsterdammer maakt tenslotte bezwaar tegen slechten reuk, die onze goede reputatie tegenover Amsterdam's gasten niet weinig tekort deed. En dan de stagnatie. Hoe mooi wij het Rokin ook vinden, laat ons niet behoeven te wachten, per tram of taxi gaande naar Centraal Station, wanneer een onafgebroken verkeersstroom zich een doorgang persen moet ter hoogte van de Industrieele Club. Fn bovendien: het parkeervraagstuk. Die netelige quaestie, welke ook Amsterdam's autoriteiten geruimen tijd al ernstige zorgen baart en waarvoor een oplossing maar niet voor de hand ligt. Vooral on Maandag, wanneer velen van buiten zich per auto hierheen hebben begeven, vertoonen zich op Damrak, Rokin en N.Z. Voorburgwal eindelooze rijen geparkeerde wagens, die niet alleen een groot deel van den rijweg aan het verkeer onttrekken, maar bovendien niet graag geziene obstakels zijn voor de winkeliers en wonenden aldaar, die den toegang tot hun perceelen vrijwel geblokkeerd zien. Er is dringend behoefte aan parkeergelegenheid, vooral in de» nabijheid van de hoofdverkeerswegen der oude stad, temeer waar geschikte garagè T s in het centrum al even schaarsch zijn als parkeerplaatsen op den openbaren weg. Uit deze overwegingen dan ook voornamelijk is de dempingsvoordracht van het Rokin thans bliikbaar in zee gegaan. De verkregen ruimte van Industrieele Club tot Rotferdamsche Bank zal gedeeltelijk uitkomst moeten brengen ten aanzien van het parkeeren. De verkeerscongestie on deze -hoofdader zal er slechts weinig mede gebaat zijn. Veel veranderen zal er niet. Maar toch, het beroemde Rok'nnontje met den tynischen veerman Pont — een wonderlijke coïncidentie deze naamsgelijkenis — zal tot verdwenen gedoemd worden. Een. overzetveertje, misschien op tien meter van den veiliaen vaste-wal-overgang heeft geen enkele reden van bestaan meer; 7elfs riet voor de enkelingen, die uit piëteit toch nog gebruik van den „dienst" zouden willen maken, zonder daarbij met dé daaraan verborden kosten, in dezen tijd, waarin men eiken cent minstens twee keer omdraait, dan nog rekening te houden. Met Pont en zijn pontje, met zijn eeltige handen en het trekhout op den roest-vettifen staaldraad, met de haastige tabakkers, de op grooten afstand al het voornemen hunner overtocht beduidden en met natuurlijk ook de immer late kantoorgodinnen, die met ware doodsverachting soms gevaar trotseerden, en op het-varende bootje snrongen, met de sigarettenreclame op dit wonderlijke vaartuig en gegrabbel met kopercenten en het abonnementen- en credietstelsel Voor de getrouwen van den dienst, verdwijnt v/eer een brok van oud Amsterdam, dat wil, ondanks geschimp en ironie, lief hadden gekregen, althans een zekere genegenheid toedroegen. Het Rokinpontje is eén dankbaar object geweest voor humoristen en teekenaars, voor liedjeszangers en persfotografen en voor dè snotters, de trawanten van de satyre. Hoeveel „ondeugende" vergelijkingen met onze Nederlandsche Marine zouden/er in den loop van al die jaren wel niet gemaakt zijn, waarbij ons Rokinpontje het punt van uitgang was? Is er wel ooit 'ècn minister van Marine geweest of een admiraal, die niet is afgebeeld als gezagvoerder Van dezen 6meter-vice-versa-passage van „stille zij" naar overkant? Is er wel één Amstersche schooljongen, die niet toevallig zijn weg koos, zoo, dat het pontje een onderdeel van zijn expeditie uitmaakte en zou er wel één Amsterdammertje getracht hebben stekeltjes te verschalken in het moerassige Rokinwater zonder, als integreerend deel dier onderneming, op zijn buik over den rand van het pontje te hebben gelegen? Dat alles zal nu weggaan. Zooals tal van geliefde hoekjes in onze stad door de jaren heen verdwenen. Hoekjes, specifieke punten van afspraak, tramhuisjes, diè vielen, plaatsen waar een gedenkwaardige bankje stond of zoo, die elk voor zich beteekenis hadden voor den stedeling, die elk een eigen geschiedenis veelal vertegenwoordigen. Zoo gaat ook eerstdaags het pontje. Het is een van de laatste in Amsterdam. Alleen iets van de illusie, van een voorbij gevoel van stads-intimiteit en ouderwetsche gemoedelijkheid zal ons binnenkort nog resten. Als sneeuw voor de zon gaan alle herinneringen, alle jeugdbedden. Juist van die kleine, schijnbaar onbeteekenende voorvallen in de groote stad künneu zulke sombere beschouwingen doen ontstaan. Of begoochelen wij ons zelf misschien? En probeeren wij maar, een soort struisvogelpolitiek belijdend, aannemelijke motieven voor ons gevoel te vinden, dat zoo duidelijk illustreert, hoe snel, hoe veel te snel wij leven, vooruitgang en evolutie door alles heen propageerend, terwijl wij eigenlijk toch zoo graag stil zouden blijven staan? Of we°t u een andere verklaring voor de geschiedenis van een pontje in het Rokin en zijn aanstaande verdwijning, dat tot zulke overpeinzingen leidt? De hoofdstedelijke mutaties hebben ons deze week verrast met het aangekondigde vertrek van den gemeentesecretaris Roovers. Een typische figuur uit de Amsterdamsche gemeenteregeering gaat verdwijnen. Wij zullen er aan moeten wennen ter linkerzijde van den voorzitter in onze raadszittingen eerstdaags nu een ander te zien. Dat. frappeert ontegenzeggelijk. Want Roovers was een man van stijl uit een zeep bijzonder soort décor. Hij kon onder alle, Ja de meest emotioneele omstandigheden, zijn bijna plechtstatige, strakke gelaatsuitdrukking behouden en nimmer verried zijn uiterlijk iets van hetgeen er binnen in hem omging. Er zat stijl in de manier, waarop hij achter de hand praatte met den burgemeester of de wethouders en een eigen cachet had de wijze, waarop hij de talrijke boden instrueerde tot het uitvoeren van juist al die werkzaamheden tijdens een raadszitting, die, hoewel onopvallend verricht, van zulk een grpot belang vaak zijn. Dat zag de buitenstaander van hem. Van groote waarde is ook zijn werk -binnenskamers op velerlei gebied tijdens het . vervullen van zijn moeilijke functie bovendien steeds geweest. Hij kende dè g£ m een t e hu isho u - ding öp zijn duimpje met. alle technische voetangels en practische bezwaren. In het gemeenterecht feitelijk groot gebracht, had hij een omvangrijke kennis de: 1 gemeentewetgeving, welke nog dagelijks productief wordt gèmaakt bij de talrijke vraagstukken, die vooral in den tegenwoordigen ■ tijd vaak puzzles gelijk zijn. Roovers, de man, die met den burgemeester alle officieele stukken teekent gaat den dienst ten behoeve van een jongeren opvolger verlaten. En wij zijn allen benieuwd wie in het vervolg met den burgemeester zal teekenen. ---