Kennisgeving. Burgemeester en Wethouders der gemeente Utrecht, Gelet op art. 5, alinea 1, der wet van den z8 Juni 1881, (Staatsblad no. 97), tot regeling van den kleinhandel in sterken drank en tot beteugeling van openbare dronkenschap ; Brengen ter openbare kennis, dat door den volgenden persoon een verzoekschrift is ingediend om vergunning tot het verkoopen van sterken drank in het klein : Hermanns van der Velde, in het perceel aan de Notenboomenlaan, no. 4 Utrecht, den 18 April 1837. De Secretaris Do Burgemeester, DE wArrEvián. W. R. BOER. --- Buitenlandsch Overzicht. lieden komt het huis der Afgevaardigden van Pruisen weder bijeen en hei neemt dadelijk het door het Heereuhuis aangenomen kerkelijk wetsontwerp in behandeling. Het centrum zal waarschijnlijk de amendementen van bisschop Kopp , die door het Ileerenhuis werden verworpen, opnieuw voorstellen, maar al worden zij niet aangenomen, toch voor het ontwerp stemmen, omdat de Paus het wil. Het Lagerhuis van E ugeland heeft , overeenkomstig het verlangen der regeerhs, gister de tweede lezing goedgekeurd van' de lersche dwangwet, nadat het amendement der oppositie met 370 tegen 269 stemmen was verworpen. Den dag te voren had de Tienes een facsimile meegedeeld van een brief van Parnell, gedateerd 15 Mei 1882, waarin naar aanleiding van den kort te voren gepleegden moord in het Phenix-park wordt gezegd, dat het noodig is die daad openlijk af te keuren, maar dat het eene slachtoffer slechts zijn verdiende loon had ontvangen. In de zitting van het Lagerhuis ontkende .Parnell dien brief te hebben geschreven. Dat hij en zijne partij den bijstand van moordenaars niet hebben versmaad, al hebben zij de moorden niet goedgekeurd, is eene beschuldiging, die vroeger door de liberalen en thans door de conservatieven is uitgesproken en zij is tot nog toe niet afboende wederlegd 'geworden. In de Kamer van Italië heeft de minister-president Depretis verslag gedaan van de samenstelling van het nieuwe kabinet. De afkondiging van een programma achtte hij overbodig, daar de ministers voldoende bekend waren. Het is nu zeker, dat hij de verkiezingen voor den Rijksdag van Zweden de voorstanders van den vrijen handel hebben gezegeverd. De Tweede Kamer is samengesteld uit 2111. leden , van welke 69 door de steden en 145 door het platteland worden gekozen. Van de 156 verkiezingen , die eergister hadden plaats gehad, waren slechts 46 ten gunste der protectionisten uitgevallen. In de vorige Kamer hadden zij eene kleine meerderheid. De Eerste Kamer was evenals het ministerie voor vrijen handel. Berichten in Britsch Indië uit Afghanistan ontvangen, gewagen van een nederlaag der oproerige Ghilzais , doch desniettemin . . schijnt de opstand zich nog uit te breiden. Zij, die meenen, dat Rusland den opstand heeft aangestookt, vinden daarvan eene bevestiging in hetgeen aan een Perzisch blad uit de Atghaansche hoofdstad wordt geschreven. De Atghaansche gouverneur van Badakshan, zoo wordt in die correspondentie verzekerd , had herhaaldelijk den Emir gewaarschuwd, cht de Russische autoriteiten in Oostelijk Turkestan twist zochten. Zij klaagden, dat de Russische karavanen niet voldoende werden beschermd , dat te hooge tollen werden geheven , enz. Ook meldde de gouverneur, dat Russische troepen aan de grenzen werden saamgetrokken en dat waarschijnlijk het eerste voorwendsel zou worden aangegrepen om Badakshan te bezetten ; hij vroeg daarom den Emir, hein 15,000 soldaten te zenden. De Emir antwoordde, dat hij wel wist, dat de Russen Badakshan bedreigden , maar dat hij zijn geheel leger noodig had om eene overrompeling van Ilerat te beletten. Dij was niet zeker, of de Engelschen te Ilerat den Russen het hoofd zouden bieden; het was zeer mogelijk , dat zij hen te Kandahar wilden afwachten, Als de Russen Badakshan binnen trokken, moest de gouverneur den heiligen oorlog verkondigen en de geheele bevolking tegen de aanvallers op de been brengen. Te Berlijn zijn berichten uit Transvaal ontvangen, inhoudende, dat een ernstige oorlog dreigt met een der machtigste Kafferhoofden in het Noorden. Reeds lang waren er geschillen ontstaan tusschen de regeering der republiek en den koning der Swazi's, wiens raadsman Shepstone is. Deze heeft hem waarschijnlijk Engelsche bescherming beloofd. --- Persnieuws. De Stand. merkt omtrent het nieuwe re creerinfrsvoorstel omtrent de verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer op, dat dit voorstel meer schijn dan wezen is. «Allereerst treden de uitgeworpen boog staangeslagen weer met alle staatsie binnen. Gij hebt u, o haters der plutocratie met een doode musch verblijd. Gij hebt te vroeg victorie geblazen. De conservatieve Heemskerk laat niet zoo licht »de steunpilaren der maatschappij los." Wat de overige categoriën der verkiesbaren betreft, meent de Stand., dat het bijna van zelf spreekt, dat men zich niet enkel behoort te bepalen tot hen, die eene of meer gewichtige openbare betrekkingen hebben bekleed. Want anders zou er eene groote rechtsongelijkheid ontstaan tegenover hen, die hun vertrouwen bij voorkeur schenken aan mannen, die niet gewend zijn te eten van de staatsruif, en die aan eigen initiatief boven staatszorg de voorkeur geven. Reeds nu wordt vaak geklaagd, dat in de Tweede Kamer te veel ambtenaren zitten. »Nu zal dat kwaad verergerd worden, en zij, die door eigen verdienste zich het vertrouwen des volks hebben verworven , doch geenerlei staatsbetrekking hebben begeerd ; volksvrienden, die zich meer op de behartiging van volksbelangen dan op de verzameling van schatten hebben toegelegd; hoogleeraren, die aan vrije hoogescholen of seminaria, buiten bezwaar van 's rijks schatkist, hun landgenoo. ten hebben pogen voor te lichten; zij zullen moeten worden voorbijgegaan, en de kiezers alzoo vaak juist diegenen, in wie zij het meest vertrouwen stellen, en die hen dus het best vertegenwoordigen, moeten 't huis laten." [Jet Paleis van fust. releveert , dat het rapport van de commissie uit de Tweede Kamer over het adres van kapitein Salomon, gewezen kommandant in den . ruisberg, de erkening bevat, dat de ingediende klachten over den toestand in dat rijks•ogeedingssgestichtl nietsgeheel zonder grond waren, en dat de houding ï. van de commissie !van: toezicht tegenover den directeur tot ernstige bedenkingen i,aanleiding kan geven. Toch is de conclusie .van,,hett rapport en strekking deze, dat er voor de kamer geen aanleiding bestaat om in deze verder op te treden. Wijrt zenschent,- schrijft het P. v. J. ,dat rapp hier niet to ontleden , en evenmin partij te kiezen voor of tegen den heer Salomon, maar wij wenscher, te vragen: bestaat dat thans in een op voedingsgesticht van het er zekerheid, o lfs rijk 'geen tooneelen meer voorvallen als kapitein Salomon schilderde? De Staat , die aan de ouders de opvoeding ontneemt , en die in eigen handen neemt, aanvaardt een inoeielijke taak en een zware verantwoordelijkheid. Zoo de rijks-opvoedingsgestichten kweekscholen werden voor onzedelijkheid en misdaad, de Staat zou zijn vrijwillig aanvaarde taak moedwillig hebben verzaakt , en zedelijk aanspra-- kelijk worden voor de misdrijven , later door zijn k weekelingen gepleegd. Daarom heeft het Nederlandsche volk recht te weten , dat in die gestichten werkelijk tot het goede wordt opgeleid, en misbruiken worden gekeerd zonder aanzien van den persoon , die ze in het leven riep. --et rapport, door de commissie uitgebracht , schenkt die zekerheid niet ; van de Staten-Generaal zij alles zullen doen om haar te geven en te vestigen." mag worden verwacht, dat »Eender honderd" levert in het Hbl. eenige kantteekeningen op de interpellatie, die de heer Fransen van de Putte in de Eerste Kamer tot de regeerins heeft gericht , naar aanleiding van het »adres der honderd." Die handeling verdient allen lof, want zij opent den weg om aan het volk te doen zien, hoe de koloniale regeering over den militairen toestand onzer koloniën denkt en welke maatregels n zij van plan is te nemen, om leger en vloot in Oost-Indie weder in zoodanigen staat te brengen, dat men zich zeker kan achten, ook onder de ongunstigste omstandigheden , die zich zouden kunnen voordoen, de orde en de rust volkomen te handhaven. Het resultaat van deze interpellatie zal echter geheel daár van afhangen, of men zich, als naar gewoonte, met eenige fraaie geruststellende volzinnen zal tevreden stellen, dan wel zal verlangen een kort, maar afdoend antwoord. Een antwoord, dat feiten vermeldt, en waarbij wanneer zulks noodig mocht zijn de eigen persoonlijke ineening van den legerbevelhebber en van den vlootvoogd in adie aan de volksvertegenwoordiging worden ineegeleeld. De vergadering van aandeelhouders van het Dagblad voor Zuid Holland en 's Gravenhage heeft den heer F. baron van Hogendorp (Damas) tot hoofdredacteur van dat blad benoemd. Wij vernemen , dat ook den heer A. J. de Bull , vroeger hoofdredacteur van de Antst. Ct. en thans medewerker van het N. v. d. D. , die betrekking is aangeboden, doch deze heeft gemeend daarvoor te moeten bedanken. In verband met de nu definitief geworden benoeming van Damas , verdient de aandacht eene mededeeling van den Haagschen correspondent vervanging nv ga inngde Middelburgsehe Courant omtrent de van wijlen den heer Doorman. Hij schrijft : »Reeds vóór het overlijden van den heer Doortnan werd hij als diens aangewezen opvolger genoemd , zoodat liet gerucht volstrekt niet vreemd klinkt. Werkelijk wordt dan ook met den heer Van bogendorp door commissarissen van het Dagblad onderhandeld, maar hij schijnt eischen gesteld te hebben, die niet zoo gemakkelijk zijn in te willigen. De voornaamste voorwaarde, waarvan hij het aanvaarden van de opengevallen betrekking afhankelijk maakt , zou zijn , dat het Dagblad breke met de Katholieke partij, die tot dusver in die courant haar hoofdorgaan voor 's'•Gravenhage zag en in den regel op den steun van dit blad rekenen kon. «De heer Van Bogendorp beschouwt echter de tegenwoordige Katholieken als politieke partij zoover afstaande van de conservatieve richting, dat hij het orgaan van deze laatste niet tevens dienstbaar wil gemaakt zien aan die, volgens hem, tegenovergestelde belangen. Integendeel wenscht hij de conservatieve partij zoo mogelijk uit haar verval op te heffen door de macht van een zuiver conservatief dagblad, dat niet ook de Katholieken naar de oogen behoeft te zien en zoo gedwongen zou worden met zijne eigene beginselen te schipperen ten behoeve tva❑ anderen. Als aan die❑ Bestelden eisch wordt vastgehoulen, en commissarissen willige►i;dien in, dan zal dus weldra een geheel nieuwe verhouding ontstaan tusschen de partijen in de residentie. Daar, waar de antirevolutionairen zeer weinig in aantal zijn, zal clan de katholieke partij weer een eigen standpunt moeten gaan innemen. Mocht in die scheuring in de hofstad het sein worden gezien tot losmaking van de slechts met kunsten vliegwerk samengehouden banden, welke de Katholieken in den laude, thans met de Christelijk-historische partij vereenigen ! De staatkundige dampkring zou er waarschijnlijk heelwat zuiverder door worden." --- Binnenland. Door Z. M. den Koning zijn de volgende besluiten genomen : benoemd tot kantonrechter-plaatsverv. in het kanton Roermond mr. Ch. C. M. 11, baron de Bieberstein Rogalla Zawadzky, advoc. en procur. te Roermond ; in het kanton Veghel H. A. Grollenberg, cand.-notaris te Uden, en J. F. C. Meijer , te Erp ; tot notaris te Delft mr. P. A. Tukker, cand.-notaris, advoc., procur. en kantonr.- plaatsverv. te Delft; bij de infant., tot 2. luit., bij liet 1. reg., de cadet G. J. Blom, van de kon. mil. acad.; tot 2. luit. hij de infant. van het leger in Ned.- lndie de cadet E. den Duoren de Jong, van de kon. mil. acad. ; tot offic. van gez. 2. kl. bij den geneesk. dienst van het leger in Ned.-[adie P. van Vliet en H. van Roijen. *— Het vorstelijk gezin is gister ie 11.15 uur met gevolg op het paleis het Loo aangekomen. Twee dochtertjes van jhr. 0. A. Repelaer boden der prinses een fraai bouquet aan. Z. M. de Koning zag er, even als d. M. en de prinses goed uit, en wandelde van den trein naar het paleis. Vele belangstellenden waren bij de aankomst van den trein tegenwoordig. De burgemeester van Amsterdam brengt ter kennis van de ingezetenen, dat Z. M. de Koning hem opgedragen heeft, bij de burgerij de tolk te willen zijn van Zr. Ms. diepgevoelde erkentelijkheid voor de vele en velerle► blijken van liefde en trouw, zoowel aan zijn persoon als aan 11. M. de Koningin en Prinses Wilhelmina, gedurende hun verblijf in de hoofdstad op zoo hartelijke wijze gegeven-Z. M. heeft het zeer betreurd, dat zijn gezondheidstoestand hem langdurig rijden verbood, zoodat hij niet in staat is geweest om alle versieringen, ter eere van hem en zijn huis schier overal aangebracht, persoonlijk in oogenschouw te nemen, gelijk hij ook tot zijn leedwezen door het gure weder is belet, den schoonen morgengroet op 15 April van het paleis balkon te beantwoorden. Herhaaldelijk echter heeft Z. M. zijne warme waardeering uitgesproken , zoowel van dien met ontroering aangehoorden kinderzang , als van zoovele andere treffende uitingen van aanhankelijkheid, waarvan geene enkele aan Zijner Majesteits belangstelling is ontgaan en die allen zonder onderscheid hem innig hebben verblijd, ja, de feestweek van 12 tot 18 April onvergetelijk voor hem zullen doen blijven. Ook de burgemeester betuigt aan de geheele burgerij zijn bijzonderen dank , zoowel voor hare krachtige medewerking in het bevorderen der goede orde gedurende de feesten, die het verblijf van HEI. MM. den Koning en de Koningin en Prinses Wilhelmina in de hoofdstad hebben opgeluisterd, als voor de treffende wijze, waarop zij bij die gelegenheid blijk heeft gegeven van hare gehechtheid aan den Koning en zijn Huis. 11, Ct. Twee zonen van den hertog van Noailles zijn sedert een paar dagen met hun gouverneur te Amsterdam in het Amstel-116tel gelogeerd. Lie audientie van den minister van (handen zal op Donderdag den 21. April a.s. niet plaats hebben. *— liet bestuur van het Pensioenverhond heeft aan de Tweede Kamer een adres gericht, waarin het, met het oog op de aanstaande behandeling van het wetsontwerp tot nadere regeling van de begrooting van het Pensioenfonds over 1887, de Kamer verzoekt bij die gelegenheid den minister van financien te doen blijken, dat zij acte genomen heeft van 's ministers voor eenige maanden afgelegde verklaring, dat een ontwerp tot nadere regeling der zaak van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren in bewerking is, waarmede zooals men weet, de wensch tot het oprichten van een weduwe- en weezenfonds in verband wordt gebracht. liet bestuur wijst er op, dat het onderwerp zoo uitvoerig, nauwkeurig en wetenschappelijk is onderzocht en uiteengezet in het rapport der bij K. 13. van 26 Januari 1881 benoemde Staats-commissie, dat bij goeden wil en voldoenden ijver van hen , die ►net de samenstelling van een ontwerp belast zijn , dit spoedig bij de Kamer zal kunnen inkomen , terwijl zeker de minister wel niet in gebreke zal blijven, voor zooveel dit van hem af hangt, spoed te bevorderen , indien hem de belang. stelling der Kamer in dit onderwerp op nieuw mocht blijken. Blijkens een van den gouverneur-generaal van Nederl.-Indie ontvangen telegram wordt da gouvernements-koffieoogst op Java voor dit jaar thans geraam 1 op 425,720 pikols. Staats-cour. Iffaatsichappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen. Totale ontvangsten 1887 188 G Sedert 1 Jan. f 2,713,8 53.22 0 / 2,658,367.80 in exploitatie 1456 KM. I/ 1426 KM. Ontvangst per dag-kilometer in 1887 f 20.94, tegen f 20.71 in 1886. Bij het examen van stuurlieden ter koopvaardij te Amsterdam is het diploma van 1. stuurman groote zAvaart A. uitgereikt aan H. Soegveld , dat van 2. stutirm. gr. zeiiv. A aan J. van Dijk Blok en 11. Oldenburger, dat van 2n &murw. gr. zeil v. A aan A. van Leeuwen, dat van 3n stuurni. id. aan W. van Smeden, J. van Slooten, D. H. Doeksen, L. Visser, W. Reedeker en J. Burghardt, en dat van 3li stuurm. gr. stoomv. 13. aan P. Zwart. Mailboot en. Noord-Bot/and, van Rotterdam naar Java, vertrok 17 April van Colombo. Prins Frederik , van Batavia, arriveerde 18 April te Amsterdam. W. A. Scholten, van Rotterdam naar New-York, passeerde 17 April Lezard. Conrad, is 17 April te Southampton aangekomen van Amsterdam. Prins van Oranje, is 16 April van Padang vertrokken naar Amsterdam. Koningin Emma ' van Batavia naar Amsterdam, vertrok 17 April van Port-Said. -- De minister van oorlog heeft benoemd bij de Militaire school te Haarlem: tot directeur de kapitein der infanterie L. De Vlaming en tot leeraar bij die inrichting de le luitenants der infanterie 13. W. Mensing, B. Spruyt, J. H. De Wildt en A. A. Van Schilfgaarde. De eavallerie-manoeuvres zullen, naar men verneemt, dit jaar in de eerste helft van September worden gehouden. Van de 16inaelyinist-leerlingen te Helievoetsluis, die eindexamen aflegden, slaagden er 15. Eenige maanden zullen nu deze jongelingen aan boord van het jacht »de Leeuw" zich practisch oefenen. —Ged. Staten van ZuAtiolla nd hebben hunne goedkeuring verleend aan het besluit van den gemeenteraad van Oud-Beijerland, waarbij tot opheffing der tweede openbare school is besloten. De raai der gemeente Oostdongeradeel heeft met algemeene stemmen besloten, zich tot de Tweede Kamer te wenden met het verzoek, dat zij hare bekrachtiging schenke aan de iroJr de regeering voorloopig gesloten overeenkomst niet de Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche wadden. Burg. en Weth. van Leiden hebben het gevoelen van den rechtskundigen adviseur ingewonnen omtrent de vraag , of de gemeente verplicht is de schade te vergoeden, die door of bij gelegenheid van de ongeregeldheden, als bedoeld bij de adressen van A. J. Tegelaar en J. J. P. Slegtenhorst , wordt geleden. Die vraag is door den adviseur bepaald ontkennend beantwoord. Ook is vroeger reeds op dergelijke verzoeken afwijzend beschikt, dewijl op de gemeente geene redelijke verplichting tot schadevergoeding rust. Bovendien zou het verleenen van financieele hulp door de gemeente , in deze , met het oog op de daaraan verbonden verstrekkende gevolgen, een belangrijken thancieelen last op de gemeente kunnen doen rusten. De overige beweringen van adressanten omtrent de handelingen in deze van de politie wenen burg. en wet h. , als zijnde geheel uit de lucht gegrepen , buiten bespreking- te kunrim laten. Zij geven derhalve den gemeenteraad in overweging , adressanten te kernen le geven, dat er geen termen bestaan om aan bun verzoek om schadevergoeding uit de gemeentekas te voldoen. L. Ct. Te 's Ilertogenbosch is ter teekenirig voor de ingezetenen een adres in omloop, waarbij aan de gemeenteraad verzocht wordt, te besluiten de exploitatie eener gasfabriek met 1 Juli e. k. voor rekening der gemeente te nemen. Zonder officiëele plechtigheden is Zondag de gerestaureerde historische zaal van het Prinsentiof te Delft voor het publiek geopend. liet denkbeeld, om de zaal te restaureeren , is, zooals men weet, uitgegaan van den heer van Kerk wijk , lid der Tweede Kamer, en het werd door den minister van binneniandsche zaken met bijval ontvangen, diept.. B. F. W. van Riemsdijk, te's 'lage, belastte met het beheer van toezicht op- en van de uitvoering. De rijksbouwkundige, de heer J. van Lokborst was het, onder wiens leiding de zaal werd gerestaureerd, terwijl de uitvoering was opgedragen aan den heer J. den Braanker, te Delt , en volgens het eenparig oordeel van verschillende deskundigen komt hem alle lof toe voor de uitstekende wijze, waarop hij zich van zijn taak heeft gekweten. Het plafond is gerestaureerd door den heer J. A. Hopman, te Amsterdam, die daardoor opnieuw zijn roem op dat gebied heeft ge- – handhaafd ; de oorspronkelijke schilder (naar wij memen omstreeks 1630) was Leonard Brumert. Prachtig zijn de ramen van gebrand glas , waarop zijn geschilderd : Plet wapen van den Prins, eenige spreuken, de wapens van zijn vier vrouwen, die van de zeven gewesten en van de voornaamste heerlijkheden van den Prins. In de zaal bevindt : 1. Een fraai imtatie-gobelin, met het wapen van den Prins, van den heer A.ll. Trautwein te Amsterdr). 2. Copie van den stoel,waarop Willem 1 heeft gezeten (het origineel is in het museum te a Amsterdam) toen hij aan burgemeester De Graaf aldaar een bezoek bracht. 3. Een der oudste portretten van Willem I, uit Lissabon gekomen; voorts antieke kasten, handschriften enz, De zaal is nog wat naakt en het ware te wenschen, dat de gemeenteraad van Delft alsnog tkon besluiten de portretten der Prinsen van Oranje, die op het raadhuis zijn, aan het rijk voor de nieuwe zaal in leenbruik af te staan. Er waren gister er. 300 bezoekers, o. a. de minister van binnen). zaken mr. J. Deernskerk en familie. Vad. De copijen, schilderijen en studien, vervaardigd door de hoeren Jac. van Looy en Jan Dunselman , op hunne kunstreizen door Spanje in 188(3, zullen kosteloos ter bezichtiging worden gesteld in het rijks academiegebouw van beeldende kunsten te Amsterdam, aan de Stalhouderskade 86, van Maandag 25 April tot en met Zondag 1 Mei a. s:, van des voorm. 10 tot des nam. 4 ure. De uitslag van de heoordeeling, der antwoorden op de prijsvragen, door de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, in 1885 uitgeschreven, is als volgt : le Prijsvraag : het leveren van een plan voor een Turngebouw. Alleen aan het plan, ingezonden onder de kenspreuk »Lleracles", wordt toegekend eer.e premie van f 150. 12e Prijsvraag : het ontwerp voor een Binnenbetimmering van een eetzaal. Aan het plan, ingezonden onder het kenmerk »L?.enwenkop in cirkel", wordt toegekend de uitgeloofde bekroning, (zilveren medaille en het getuigschrift der Maatschappij, beneven f 100 in geld), 3e Prijsvraag : het ontwerp van een Wachthuisje in een stedelijke wandelplaats. Aan het plan ingezonden onder de kenspreuk. »Niet uitverkoren, geen moed verloren," wordt toegekend de uitgeloofde bekroning (bronzen medaille en het getuigschrift der Maatschappij, benevens f 50 in geld). Bet bestuur noodigt den inzender van het plan »lleracles" uit, verlof te geven tot het openen van den naambrief. De Cooperatieve Bouwvereeniging „Vooruit 11" te 's Hoge, onder bescherming van Z. M. den Koning , is sedert een paar weken begonnen met op de haar toebehoorende gronden aan den Loosduinschen weg de woningen te bouwen, die zij zich ten doel gesteld heeft aldaar te stichten. Aan een aantal arbeidslieden is daarmede werk verschaft, zoodat ook uit dat oogpunt het (hel dezer echt philantropische instelling sympathie verdient. D. v. -- Het Genootschap ter bevordering van den landbouw in Drente vergaderde op 15 April te Bellen. Blijkens het jaarverslag van den secretaris bedroeg het ledental op 31 Dec. 1886 1220. _Het hoofdbestuur verloor door het bedanken van mr. L. Oldenhuis Gratama een zijner oudste leden, die gedurend 33 ja-en het secretariaat waarnam, Zijne klimmende jaren en zijn gezondheidstoestand hadden hem genoopt dit besluit te nemen. Hij werd benoemd tot eerelid, terwijl aan het hoofdbestuur werd opgedragen, den afgetreden secretaris een blijk van erkentelijkheid aan te bieden. Dit bestond uit ee❑ zilveren inktstel met toepasselijk beeld en opschrift. In zijne plaats werd tot secretaris benoemd zijn zoon, mr. Menno 0. Gratama. De secretaris bracht mede verslag uit over de oprichting van een provinciaal verzekeringfonds. De slotsom waartoe het bestuur gekomen is luidt aldus : «Het hoofdbestuur is van meening, dat het in t leven roepen van plaatselijke onderlinge verzekeringsfondsen in de provincie Drente groote aanmoediging verdient, en de bestaande fondsen van dien aard verdienen ten volle navolging. Onder dankbetuiging aan den heer W. A. baron van der Feltz voor het ter sprake brenge❑ van dit belangrijk onderwerp en aan de atdeelingsbesturen voor het uitgebrachte advies, drukt liet hoofdbestuur den wensch uit, dat binnen weinige jaren de meeste gemeenten van Drente zich in 't bezit van zulk een veefonds mogen verheugen." Deze slotsom werd bij acclamatie goedgekeurd. Vervolgens was de verkiezing van een thesaurier aan de orde. De voorzitter deelde mede, dat het hoofdbestuur besloten had, van den therausier een borgtocht te vorderen van f 3000. Na levendige beraadslagingen werd die maatregel, van 't bestuur bij meerderheid van stemmen goedgekeurd. Gekozen werd tot penningmeester de heer R. Vos, te Assen. Ter tafel kwam hierop het verzoek van de afdeeling Drente van 't Neder]. Rundveestamboek om subsidie. • De voorzitter deelde mede, dat het hoofdbestuur had besloten, het voorstel te doen , voor ieder in 1887 aangeboden en goedgekeurd rund de helft (f 250) der inschrijvingskosten te betalen, terwijl de eigenaar het ontbrekende zal moeten storten. De heer W. Boelken (Smilde) deed in den loop der beraadslagingen een ander voorstel. Hij achtte het in 't belang der zaak hoogst wenschelijk, om voor het jaar 1887 van alle ingeschreven runderen de inschrijvingskosten uit de genootschapskas te vergoeden, wanneer nl. de eigenaren die vergoeding verlangen. Dit voorstel , ondersteund door andere leden, werd ten slotte aangenomen. Onder de vraagpunten , die behandeld werden, was het eerste : «zou niet door de invoering van een beter bevloeiings-systeem of wel liet op breeder schaal aanwenden van 't water onzer diepe stroomen en kanalen, de aanleg van een groot deel onzer heidevelden tot vloeiwedden, op betrekkelijk min kostbare wijze, aanmerkelijk kunnen worden bevorderd? Zoo ja ! door welke middelen kan dit doel het best worden bereikt ?" Ingezonden door den voorzitter, mr. 11. J. Carsten, te Hoogeveen. Na eenige gedachtenwisseling is dit vraagpunt naar de afdeelingen verzonden, om er verslag, over uit te brengen. liet tweede vraagpunt luidde : «Kan in Drente ook succes verwacht worden van het landbouwvak-onderwijs en op. welke wijze zou men dit kunnen bevorderen ?" Na beraadslaging is het hoofdbestuur gemachtigd deze zaak te overwegen en de resultaten daarvan in eene volgende vergadering mede te deden. liet derde vraagpunt was: Is eene systematische keuring der stieren op de tentoonstellingen in Drente wenschelijk en uitvoerbaar? Na toelichting door mr. M. Gratama is besloten, dit jaar naar cijfers te keuren en de regeling aan 't hoofdbestuur op te dragen. De laatste vraag was : Is het met 't oog op den aanvoer op de algemeene tentoonstelling niet Loolig, dat er wijziging worde gebracht in 't gewone aantal premiën voor de verschillende rubrieken ? Dit punt werd ingeleid door den heer A. Smernan, van Hoogeveen. Hij zou gaarne f6OO uit de kas besellikiarar gesteld zien voor premien. Het hoofdbestuur zal 't voorstel- Smeman in ernstige overweging nemen. Ilbl. De te Zwolle gehouden bestuursvergadering van den All,geineenen Nederlandsche» Wielrijdersbond werd bijgewoond door afgevaardigden uit Noord-Holland, Zuid-llolland, Gelderland, ()verijsd en Friesland. Aan de commissie tot uitgifte van een hondsreisgids werd een krediet verleend van f 1250 ten behoeve van de aanschaffing van duidelijke topographische kaarten. De secretaris bracht verslag uit over eene door hem met Engelsche sportvrienden gehouden briefwisseling over vertrouwbare chronografen ten gebruike bij wedstrijden. Uit dat verslag bleek, dat een werkelijk vertrouwbare tijdnieter minstens f 400 zou kosten. In verband met de kostbare uitgifte van een nieuwen reisgids werd besloten tot de aanschaffing van een chronograaf voorloopig niet over te gaan. Voor de herziening van de bondsreglementen werd eene commissie benoemd, bestaande uit de heereg Edo J. Bergsma , J. C. Burkens, W. E. baron van Wassenaer, W. E. Voute, C. M. V. Roothaan, jhr. W. E. Bosch en 0. 11. Wildt. De vergadering benoemde verder : tot afgevaardigde van bond swege bij de sporttentoonstelling te Nijmegen in 1888 den heer W' Hoevenaar, onder-voorzitter van den Bond ; tot leden der regelingscommissie van de bondswedstrijden te Nijmegen op 6 en 7 Aur. eet slomende de hoeren Edo J. Bergsma, W. E. baron van Wassenaer, W. Hoevenaar, jhr. F. V. A. ridder, de Stuers, W. E, Bosch en C. Roothaan ; tot voorloopig bestuurslid voor de :Meeting »Duitschland' den heer A. L. Couvée te Delft ; tot 2. bestuurslid voor de arieeneg »Nederlandsch Limburg" den heer Op de Coul te Verdoet. Goedgekeurd werd het besluit van de commissie voor reisaangelegenheden tot publiceering van de tarieven van onderscheiden goede hotels in het Bondsorgaan De kampioen. Blijkens mededeeling van den penningmeester was op 13 April in de Bondskas een batig saldo van j' 3501.60 aanwezig Z. C. De bevolking der prov. Noord, holland bedroeg OP 1 Jan. 1887 380,114 mannen en 406,002 vrouwen, totaal 786,116. —Te Wedden, een dorp in de provincie Groningen , stierven in de vorige maand 12 personen, en van deze 11 aan de mazelen. Zulk eene absoluut en relatief groote sterfte aan mazelen komt zelden voor, doch bewijst, dat die ziekte niet steeds van zoo weinig beteekenis is, als velen schijnen te! rsddeenl;ien. daar Te Winschoten was het weinig anders overleden toen 32 personen, onder welke 14 kinderen aan de mazelen. *— Uit Zitten wordt ons gemeld : Het aantal verpleegden in de Ilteldringgestichten bedroeg tot hiertoe niet minder dan 3716. Thans worden er 380 verzorgd, als: op Steenbeek 51, Nagdalenahuis 18 vrouwen en 12 kinderen, Bethel 54, Talitha Kumi 138, opleidingshuizen 18 en normaalschool 39. In de gemeente Engwirden heerscht onder de schapen de schurft. Bij een 20- tal schapenhouders zijn de dieren daaraan lijdende verklaard. De schade is groot, daar de lammeren van deze schapen nu niet zoo gewild zijn. Uit Biezelinge wordt aan de N. R. Cl. gemeld : Op eene uit 97 schapen bestaande kudde, toebehoorende aan de wed. M. alhier, is beslag gelegd, omdat die schapen buiten de grenzen van Kapelle liepen te grazen, hetgeen is verboden, wegens het heerschen van schaapspokken in die gemeente. Veenendaal, 18 April. Tot tegenschatlers voor de personeele belasting zijn alhier benoemd de bh. P. van den Bosch Jzn. en J. C. Ilardeman. Montfoort, 18 April. De door het bestuur van het waterschap »de Gemeene Boezem van Rapijnen, IJselveld, Catten broek en Baanwijk" over 1886 opgemaakte rekening van stoombemalingskosten bedraagt in ontvangst .1'5734.37 en in uitgaaf ƒ4968,625, zoodat het batig saldo beloopt f 765.74.5. De in dezelfde vergadering ter tafel gebrachte rekening van het waterschap Rapijnen en IJsel veld geeft aan eene ontvangst van / 3654.325, eene uitgaat van I 3435.70, en alzoo een batig saldo van f 218.62. Maartensdijk, 18 April. Ter gemeente-secretarie werd heden morgen aangifte gedaan van twee gevallen van »roodvonk" beiden voorkomende in het huis Wijk A. No. 91. Loosdreeht, 18 April. Met het oog op de vernieuwing der Mijudensche sluis zal de scheepvaart door die sluis van af 3 Ilei tot en met 16 Augustus a. s. gestremd zijn. Hoogland, 18 April. In eene den 12.11. gehouden kerkeraaactsvergadering met stemgerechtigde manslidmaten ter verkiezing van een ouderling, in plaats van A. Boekhout , overleden , is gekozen de heer C. van Broekhuizen , die zich bereid heeft verklaard de benoeming te aanvaarden. Mochten wij ons verleden jaar verheugen, onzen dokter J. F. Bos weder te behouden, thans is het zeker, dat hij zich metterwoon te ?duiden gaat vestigen ; een ieder betreurt dit verlies, wijl hij zich heeft doen kennen als een bekwaam geneesheer en humaan meusch. --- Feuilleton. Door liefde gewonnen. 91) NAAR HET ENGELSCR VAN EDNA LYALL. Het rumoer, de angstkreten van hen, die binnenshuis waren , en de haast waarmede dezen naar den voet van de trap snelden, dit alles droeg er toe bij om Cornelia enEspérance te laten weten, dat er een ongeluk was gebeurd. Cornelia snelde aanstonds naar binnen en Espérance volgde haar onwillekeurig; maar nog bijtijds herinnerde zij zich, dat zij Claude beloofd had niet in huis te gaan; zij hield zich iu , hoezeer haar verlangen om te weten ot hij ongedeerd was , bijna onweerstaanbaar was. Het was voor 't eerst, dat hare gelofte van gehoorzaamheid lijnrecht in botsing kwam met haar verlangen ; de verleiding was groot, maar zij weerstond die, zonder te weten, dat die gehoorzaamheid haar tot redding was. De schok, dien het vreeselijke schouwspel bij baar zou hebben teweeg gebracht, dat Cornelia in het oog kreeg, toen zij zich bij de groep voegde aan den voet van het trapportaal, zou voor haar noodlottig hebben kunnen zijn. Een der ~standers had den deken heelhuids naar beneden gebracht, maar Cornelia kon zich om hem ter nauwernood bekommeren ; zij bleef als aan den grond genageld staren op Claude's Zielloos en op het bloed, dat uit een mond in zijn hoof 1 vloeide. Was hij slechts bewusteloos, ot was dit . , ? Hare lippen wei. genten den dienst om die vraag uit te spreken, en geen der aanwezigen had haar ook een antwoord er op kunnen geven. De heer White zond terstond een van de dienstboden naar den dokter, en Cornelia, bedenkende, dat Espérance moest worden voorbereid, opdat de verpletterende indruk zooveel mogelijk zou worden verzacht, ging terug naar de deur. Maar het hart zonk haar in de schoenen, toe zij de uitdrukking van angstige verwachting bespeurde op het gelaat van het arme vrouwtje, . . . . was zij vrouw of weduwe? Zij stak haar de handen toe en beproefde te spreken , maar zij kon geen woord uiten. Espérance maakte daaruit op , dat haar iets vreeselijks boven het hoofd hing ; maar die angstige oogenblikken van spanning waren niet geheel voor haar verloren; zij putte daaruit de kracht om zich voor te bereiden op de smart , die haar wachtte , en als bij instinkt was hare eerste gedachte , dat zij Cornelia te hulp moest komen. »Zie er niet tegen op het mij te zeggen zeide zij op onnatuurlijk kalmen toon ; »de waarheid kan mij niet pijnlijker treffen dan deze onzekerheid. Claude is . . ?" »Ernstig gewond, lieve Esperance ; hij is gevallen en ligt bewusteloos." »Is dat werkelijk waar? Zijt ge er zeker van? „Wij hopen het althans , lieveling. Zekerheid zullen wij hebben, zoodra de dokter komt." »Ik moet naar hem toe gaan ; breng mij bij hem, Cornelia", en zij stak hare hand uit, opdat Cornelia haar er heen zou Maar Cornelia wilde niet toelaten , dat zij verder kwam dan het voorportaal ; zij durfde haar niet brengen bij de plek, waar het ongeluk was geschied ; het zou beter zijn, dacht haar, wanneer Claude naar buiten werd gebracht. De heer White en de huisknecht beurden den bewustelooze op en droegen hem naar voren. eette onmacht nabij, maar Espérance was toen zij haren man in het oog kreeg, herleefde vloer van war zij ; zij, hoe vreeselijk haar dit moest aandoen, Zij deed haren omslagdoek af en spreidde omoofd te steunen en dien uit op den zij gaf de dragers een wenk, waar zij wenschte, rharen zakdoek af te wisschen. dat hij zou worden zijnepgelegd, en knielde toe ; zij hadden eer. Cornelia zag de komst nzijaaestgehlaeaT mneeet keken treurig bijna met vrees tegemoet, zoo zeer hield zij zich verzekerd, dat diens eerste bijnavpaen d° evgneerei dokter ee khn toeorp r n gelaatskleur had hen echter woord aan alle hoop van de arme Espérance den bodem zou inslaan. dwaalspoor gebracht. De dokter stelde hen gerust ; hij was nog in leven , etlearudee p ' eemaar bewusteloos, omdat de hersenen waren sr) clsbleeke beleedigd. De deken, die tot dusver te zeer was aangedaan geweest om te kunnen spreken, barstte in tranQll los, toen hij dit hoorde; q.' zijne deftigheid liet hem in den steek en hij snikte als een kind ; "liet is mijn schuld, mijn schuld I" Cornelia kon hem niet tot bedaren brengen, maar toen Claude op een matras was gelegd en langzaam werd weggedragen naar het hotel, schenen Espérance 's gedachten een °ogenblik bij de anderen stil te staanwe ; zij overzag den woning te gaan. Tot verlichting van Cornelia, gaf hij toestand in een oog k en verzoek haren niet geringe daaraan terstond gehoor, gaf Espérance een arm en verwijderde zich met haar van het met haar naar hare tooneel van het onheil. tiet. onweder was voorbij gegaan en de regen had opgehouden ; het was heerlijk frisch en koel in den dampkring, terwijl zij den korten «Vliegenden Adelaar ' aflegden. yerdooving, dat Espérance afsotaentd gneaavoredien van bevangen had, week weder van haar in deze atmosfeer; smart en wanhoop maakten zich wederom van haar meester en al hare geestkracht moest zij te hulp reepen, om zich op de been te houden. Zij had een moeielijken strijd met zich zelve te voeren; de deken merkte dit aan hare gejaagde ademhaling en vertraagde zijne schreden. Juist kwamen zij voorbij de kathedraal ; de maan scheen dien avond niet; maar zij konden den omtrek van het groote, massieve gebouw zien, die zelfs tegen de omringende duisternis donker afstak. Het maakte een indruk van grootheid en onveranderlijkheid, die Espérance ontzag inboezemde en troost schonk. Een zacht schijnsel, de weerschijn van de gaslantaarns op eenigen afstand, gleed over het zachte grastapijt en deed de oude witte grafsteenen uitkomen, die daarin verspreid waren ; op den achtergrond stak weder de donkere schaduw van den machtigen toren tegen den nachtelijken hemel af, ongedeerd door den storm ; stevig, grootsch en onbewegelijk , zooals hij eene reeks van eeuwen had getrotseerd. Het was haar, alsof de oude muren de tonen terugzonden van een op verren afstand gezongen lied , en onwillekeurig vulde hare verbeelding de woorden er van aan : «Heer, gij zijt onze "toevlucht geweest van geslacht tot geslacht 1" Dien avond had zij hare wilskracht aanhoudend noodig ; in weerwil van hare vermoeienis, hield Espérance 7;0 moedig op de been ; zij maakte de noodige schikkingen met bedaardheid en zonder noodeloozen omhaal • zij sprak den deken troost in , trachtte 'Cornelia gerust te stellen en deed alles, wat de dokter haar zeide, dat voor Claude kon gedaan worden. Doch het eene uur na het andere verliep, zonder dat er een zweem was van terugkeerend bewijstzijn. De dokter verheelde Cornelia niet, dat hij het ergste vreesde. Het duurde tot vijf qqr ir den morgen, voordat zij Espérance terugzag, die toen buiten kwam met een bleek en ontdaan gelaat, om versch kokend water voor de kruiken te bestellen. Had Cornelia haar niet tegengehouden, dan zou zij terstond weer naar binnen zijn gegaan. »Je moet je een klein weinigje ontzien, lieve ; kom, neem een poosje rust ; dan zult ge later des te meer van nut kunnen zijn", zesde zij dringend. «Ik kan hem niet verlaten; wie weet, hoe ..." Zij kon den volzin niet ten einde brengen , en Cornelia drong er nogmaals op aan, dat zij voor een paar uren naar bed zou gaan, onder belofte, dat zij zou gewaarschuwd worden, zoodra er verandering in den toestand te bespeuren viel. Zij was te zeer uitgeput om verder tegen te streven, en Cornelia bracht haar naar de kamer, waar de kleine Noël rustig in zijn wiegje lag te slapen. Zij ging naast hem liggen op Marie's bed ; de tranen stroomden haar langs de wangen, en Cornelia, die nu bij ervaring wist, hoezeer haar dat verlichting schonk, was daarvoor innig dankbaar. Het duurde niet lang, of zij sliep in, en zij ontwaakte niet eerder, dan toen het helder' dag was ; de zon scheen door de half neergelaten gordijnen naar binnen , en Noël, die t wellicht vreemd vond, dat er niemand naar hem kwam omkijken, had zich in zijn wiegje blootgewoeld en aaide met zijn mollig artnpe, dat hij ?ver den rand had heengestoken, haar in het gezicht. liet was zeker het weldadigst ontwaken, dat er voor haar denkbaar was, en toch was de smart haar bijna ondragelijk ; zij nam het ongske in hare armen en het schonk haar in liet eerste oagenblik eenigen troost, dat zij het zachte kindergelaat tegen haar wang kon drukken ; maar heete tranen biggelden langs hare wangen, en Noël, die zijne moeder nimmer te voren had zien weersen, staarde haar met verwonderde oogjes aan, Wordt vervolgd. ---