„HET GELDERSCH LANDSCHAP” stichting, die „het gewone" wil dienen, brengt verslag uit „De toekomst is aan hen, die het bereikbaar-goed Eens op een vroegen voorjaarsdag, heb ik op een van de Silvensche heuvelen op heel bijzondere wijze genoten van zulk een vergezicht mast een rnemch. die met al de vezelér van zijn bestaan vastgegroeid was in dit schoone stukje van de wereld. Het was een klein, gebogen manneke, met een grauwbehaard gezicht en grauw-behaarde handen. Zijn zware wimpers hingen als een gordijn voor zijn oogen. Ais hij goed wou zien, moest hij 't gordijn even oplichten. Soms riep hij den dokter binnen en zei: „Dokter, te moste rnien de oogharen 's afknippen, ik kan niks meer zien". Naast dezen mensch stond ik op dien onvergetelijken morgen. Eerst had hij mij zijn tuintje getoond, waarin een paar schamele zwarte-bessenstruiken al vol in 't blad stonden. Met een pik-zwarte duim en wijsvinger streek hij liefdevol langs een geurend takje en duwde het mij vervolgens onder den neus. „M6-je's ruuken", zei hij, „ie rutikt de lente!" Daarna had hij mij langs een, ach zoo smal strookje korenland den heuvel opgebracht. ,Mien koorn", wees hij in 't voorbijgaan. Dan, plotseling mankte hij een merkwaardige beweging, die ik nooit zal vergeten. Met één grooten armzwaai nam hij bezit van alles wat hij zag, zoover het oog maar reikte: zijn koninkrijk. „Daor hé-je noe Dèventer", wees hij, „en daor hé-je noe Zutphend!" 't Was alles van hem. Hij bezit in zijn armoede inderdaad een koninkrijk, omdat hij de begrenzing van den rijkdom niet kende".... „Wat zich als buitengewoon voordoet, gaat voorbij en wie dan het vermogen verloren zpu hebben om het heel gewone • als het wezenlijke tè aanvaarden, zou van een hecht standpunt zijn beroofd”. Deze wijze woorden vormen een alinea ,Can het „ten geleide", dat het bestuur der Stichting „Tet Geldersch Landschap" Mr. S. Baron van Heemstede is voorzitter en B. de Goede waarn. secretaris) meegeeft aan het Pas verschenen verslag dier stichting over de jaren 1936-1940. , Het aangehaalde kernwoord wordt, verklarend, gevolgd door een even concrete taamvatting van wat deze stichting beoogt: „Dat gewone de mogelijkheid om zichelf terug te vinden in een onvijanclige naom bij de gestage wisseing van den 'ijd• althans in de natuur de bestendigheid te Ontmoeten '.— beoogt de stichting te dienen" Het Stichtingsverslag is niet „gewoon" . , Men kan dit aanvaarden, zonder daarmee te kunnen toegeven dat het dan ook iets p,gewoons" zou zijn wat „Het Geldersch Landschap" nadat ze in 1929 als stichting voortgekomen is uit de „Vereeniging tot behoud tiran Natuurmonumenten in Nederland", al Verricht heeft voor het behoud van en de bekendmaking van de heerlijkheden van ons onvolprezen Gelderland. Om aan de hand van dit ,verslag eenigen Indruk van haar werkzaamheid te geven de Stichting kocht 'of kreeg achtereenvolgens e landgoederen De Dellen, onder" Heerde en B,.pe, De Duno te Renkum. Warnsborn De n van , eijyrvceAhrerbnne,hr ged,me 1\ (i _. oel anre ihne ener ndn aks cauhlme ,e BndeerLgKi;c ahßst teee eni mb j toeuenikt e, ' oo nn -.. der Wageningen het kloosterK Hulsbergen bij Wapenvelde, De' Wilde donder Gardeten, het Bronhuizerboscr) Zoo is het totaal bezit der gei% libber"ll. eerste 12 jaren tot bijna 1200 ha gnegg inid ci2 pp deze bezittingen bevinden zich 6-21' -- zijnde landhuizen ,ingerichi als hotels, huizen,her iderijen, grootere en kleinere landhuizeno--- en twoningen voor landarbeiders. Voorts •heeft het Geldersch Landschap krachtig medegewerkt, overeenkomstig haar doel, aan de opvoeding van het Nederland.. 'che Volk, in dien zin, dat de oogen open 'gaan voor het schoone, in de ons omringende giatuur, waartoe tentoonstellingen, excursies, ivoordrachten en lectuur zulke treffelijke !middelen zijn. ; Ook het verslag, dat wij hier bespreken 'ls een teekenend staal van de wijze waarop „ Dit en nog veel meer schrijft Wilma over den mensch in Gelderland. M. de Koning schrijft over het dier in het Geldersche landschap: over het hert, het zwijn en den vos die de meesten onzer op de Veluwe nooit te zien krijgen maar die er toch wel degelijk zijn —, over den boom..., ~..... ~---...... ----- bet stichtingsbestuur zijn taak opvat. 'Hoe keurig is het verzorgd, zoowel wat den tekst ls de illustraties aangaat. Zonder zelfoverschatting wordt daarin ,Het Geldersch Landschap" aangeduid ab ,een wilskrachtig voorwaarts strevend lichaam. Meer dan ooit zoo lezen we —• is het noodzakelijk om waakzaam te zijn ten opzichte van het bij uitstek vaderlandsche goed: het landschap, dat den vaderlandschen / aard mee heeft helpen vormen. onmisbare bron vormt voor de studie van eigen land en onvervangbare gelegenheid biedt tot rust, verpoozing en herstel van geschokte kracht. Welke gevaren dit behoud van ons Vaderlandsch landschap bedreigen, weet men liet verslag recapituleert het nog eens en wijst er op, dat ook nu nog te veel aan de toevalligheid iS prijs gegeven en dat een algezneeneen nationaal bestemmingsplan op den duur niet kan worden gemist. Laten wij in dit verband nog eens een kernachtige zinsnede overschrijven: ~En zooals het steeds gegaan is, zoo zal het ook thans zijn: de toekomst is piet aan hen, die zich een irreëel ideaal in de wolken bouwen, maar aan hem, die in nauw contact met de werkelijkheid het bereikbaar goed willen",, Onder dezen schat het bestuur stellig "iet sterk gestegen aantal contribuanten of begunsttigers van „Het Geldersch Landsctap" (1936 462 1940 764), die dit prachtige werk st'eunen met hun,bijdragen. Mensch, dier en plant in Gelderland Men treft maar zelden een organisatieverslag waarin dermate het idealisme, dat de leden en bestuurders bezielt, op zóó voorname Wijze tot uiting wordt gebracht. Door de litteraire bijdragen van W ilm a, M. de koning, P. J. Drost en Jac. Ga z e nbee k, wordt de liefde van den lezer voor onze Geldersche schatten op ongewone manier aangeblazen. En een reeks kunstfotografien brengt ons een en ander nog nader. Wilma schrijft over „De mensch in 'het Geldersche Landschap" 0.a.: „Is het wonder, dat de bevolking, de bewoners van het platteland, iets in zich bergen van de eenz'ame pracht en warmte van de altijd-groene dennenbosschen, ook iets van het naakte norsche zwijgen van de uitgebe, ten, door ele wind getempteerde zandbulten, iets van de ruigte der heidevlakten? Maar Ook lets van de mystiek der blauwe verten? marter, den egel, den eekhoorn, de boschmuis, over de rijke vogelwereld, waaronder voóral de roofvogels en de spechten opvallea, over de vlinders en kevers en andere insecten. r. J. Drost doet op gelijke wijze den overweldigend rijke flor a van Gelderland leven. Wie daar oog voor mag hebben kan op een wandeling in de natuur onder alle omstandigheden genieten. En dat geldt in zeer hooge Mate voor het Geldersche landschap: „Men behoeft zich werkelijk op een wandeling in het bosch, op de heide, langs den zandweg, houtwal' of beek nimmer eenzaam te gevoelen." De Geldersche sagenwereld Ten slotte: „De sage in het Geldersche landschap, geschetst door dien intensen vereerder in foto en woord van dit natuurjuweel, Jac. Gazenbeek. „Als ge door de onvolprezen schoonheid van het stille Geldersche land gaat, moet ge niet alleen overal aandachtig rondom u zien, maar ook altijd heel gded luisteren. Want daar fluistert de Sage u immer weer haar melodieuze verhalen in en over de eenzame heide en in het verlaten foreest roept zij het , geheimzinnige tooverleven van een andere wereld voor u op; daar trekken wondere gestalten uit den grijzen voortijd aan u voorbij". Zoo begint deze interessante bijdrage en ze eindigt zoo: „Sagen zijn droomen. Daarom vertellen zij u ook van hetgeen er leeft achter de stugge voorhoofden en in de trouwe harten van het Geldersche boerenvolk. In hun sagen en' wonderverhalen droomden ,zij hun diepste wensehen, bewaarden zij hun ho.ogste wijsheid. Van het -heimwee naar een 'nieuwe orde, waar alle boosheid verkeert in gerechtigheid, van het geloof in de eindelooze/ontfermlng van den Almachtige, van de zekerheid, dat geen misdaad ongewroken blijft volgens de eeuwige wet, van een vaag verlangen naar schoonheid en een sterk ,gevoel voor ridderlijkheid en trouw, van al deze dingen vertelt de sage van het Geldersche land. „Rijk is de folklore: een edelsteen, die het lidht der eeuwen veilig in zich bewaart. Zij is vol van een diepzinnige, bekoorlijke poëzie, die zwerft langs alle oude wegen en door stille, vergeten dalen. Zij is ook als de schoone slaapster in het betooverde bosdh. Honderden gaan haar voorbij in haar slaap, totdat de prins komt, de langverwachte, die haar kent en wakker kust en met haar gelukkig •i • --- 3e Kwartaal 1941 Steeds meerderen maken gebruik van de rnogelijlsheid om het abonnementsgeld automatisch over te laten schrijven. Zij, die dit nog niet deden, kunnen even een machtiging bij ons aanvragen, waarna wij hen een machtiging toezenden. Gireert U zelf dan is het goedkooper dit vóór 1 Juli te doen, dan voorkomt U f 0.15 incassokosten en U steunt sinze administratie. U kunt ook op ons Bureau Drift 13, Utrecht, betalen. Bij voorbaat onzen hartelijken dank. Ons gironummer is 31251. ADMINISTRATIE N.U.C. --- STADS NIEUWS DE VECHTPARTIJ OP HET PRIVéKANTOOR • . Prettige verstandhouding tusschen , twee directeuren 1 , Het Was niet bepaald een Prettige verstandhoudng i. welke er bestand tusschen twee directeuren van een naamlooze venndotschap in Oudenrijn. De héeren zaten ruzie 'liet. ~op één stoel". zooals dat heet, en : waren aan de orde van den dag. OP gekomen den 2den Mei was het tot een uitbarsting " De• m'n, was van directeur, die in Utrecht meening', dat hij nu eens een tijd'ang de kas moest houden en hij had daartoe