Rivierberigten. IN LADING LIGGENDE SCHEPEN. Bkoon,schepen Torn Ponce, Castor fr Pollux en Josephus, n. Emmerik, Wesel, Imisburg, Ruhrort, Urdingon, Dusseldorf en Keulen. - G. Koenen, Nictierrhein N*. 10, Dusseldorp en Duisburg. - W. Klarenaar, Gebriider, n. Keulen. - C. Dreis, Nicolaas, Mannheim en Ludwigshafen. ARNHEM, 10 Nov. Rijnhoogte 6 p. 5 d., gev. 2 d. KEULEN, iO Nov. Aangekomen (i. Höndersp met 4000 c. van Rott. - Rijnhóigte: 3 v. 9 d. Keulseli (3 v. 11 d. Rijnl.) --- Carga-Lijsten. DAM. BATAVIA, County of Renfrew, Nicol: 1138kr.Suiker, 2780 Huiden, 30 v. Notciimuscaat, A. C. Fraser en O».: 1822 p. Tabak, N. H. M.; 1184 p. Tabak, A. v. Hoboken en Zn.; 575 p. Tabak, Bezier en Jenkheijni; 104 kr. Suiker,Siiei-mondtenC".; 940 b. Koflij, E. Suermondt en Zn. en Cü.; 22kn. Indigo. Dorrepaal en Loopuyt en C".; 23kn.Indigo,KreglingerenC.; 4 kn. lmligo. Order. Voor Amsterdam: 525 b. Koffij, Cramerus en C".; 1288 b. Koffij, van Staphorst Lantzen C».-, 880 Huiden, Spengler en CO.; 750 Huiden, Crameros en C. 15 kn. Indigo, Gebr. Hartsen. --- AMSTERDAM, Zondag 11 November. EFFECTEN-SOCIETEIT VAN 3-4 URE. 5 pCt. Oost. Leening 1866 41. 5 pCt. Turken 29 ii/m , %. 6 pCt. Amerika 1882 73%, 3/4l 3/4. 8 pCt. Onb. Dcbentures Ohio 60%. Alleen in Amerikanen was de omzet tot hoogere koersen zeer levendig, --- ADVERTENTIEN. De Liberale Kiezers gelieven zich niet te laten misleiden of ontmoedigen door de tallooz* Advertentien voor den Heer VAN DEK 111 welk een sniert voor ing, In plaats dat gij als ik, met raad hun kwaamd beschermen, zijt gy' den schrik des volks, aan 't Scheep en Koopryk IJ. Had ik zulx oogt gedagt! Ik had wel voor mijn sterven als een Rechtzinnig Oom, uw dit vast afgeraan, En aangetoond, zo gy dat Koopland hielp bederven dat dan uw Rijk zo min, als 't hnnne Kan bestaan. Waar by' nog komt, dat dees verEende zeeven Landen van alle Moogentheen, gevierd zijn, en GeEerd, Omdat al 't Koopgelnk, Leeft in hun Ingewanden waardoor Vervan Geweld, hun Groodheyd is vermeerd. En gaat gij zulk Een volk dat 't saam reeds twist vervolgen Gij hebt my in den slaap des Doods daar door ontrust, En hoe ik uw heb bemind, gij maakt mij nu verbolgen Ja 't smert mijn , dat uw Mond mijn Doodshand heeft gekust. Ach! zo mijn Geest uw nog iets aakligs kwam voorspellen, Gy schrikten dan gewis zelfs Eer 't nw overkwam, Maar ik wil in mijn Graf mijn Rust liefst weer herstellen en wenschten dat g'op 't laast dees Raad nog vau mij nam Welk daarin slegts bestaat, dat gij in 't vervolg der daagen, Uw meer voorsigtig, meer bedachtsaam kwijten moogh Augustus Deugd kon meer, dan Neroos nnd behagen, hou dus dit bid ik uw, de vreed' met Elk in 't oogh. Dog zo gy tot den strijd gedwongen word te treeden Gedraag Uw dan als Held, met wijsheijd en beleijd, En bid dat God uw helpt! in oorlog en in vreeden, Dus sleeten Salomon en David hunnen tyd. Daar in volgd' ik hen na, en kreeg des Heemels zeegen, dit hielp mijn Rijk, en Naam, G'Eerbiedigt allerweegen. --- FRANSCHE BRIEVEN. PARIJS, Vrijdag 9 November. -7*Ü. g Ü bij de revue geweest ?De Keizer ziet er goed uit! Dc Keizi-r ziet er slecht uit. De Keizer zat zeer goed te paard! Ja, maar dat moet de Moniteur altijd zegeen, enz. enz. x .ƒ_ 9 fezeV «o as, waarom de gesprekken in het vertrek van don conciërge, i„ _0 salo_s,0_s, op de straat, in het koffijhuis, evt., gedurende dd laatste dagen ronddraai).n. Meng daaronder een beetje Pruisisch-Russische alliantie-vrees, eene onbeteekenende dosis von Beust, eenige onbetaalde coupons van crediet-maatschappijen, een schijn van eene Mohkvisch-Wnllachysche leening en cenige lofredenen op Patti, dan hebt gij een volledig mengsel der bestanddeelen, waarmede sedert acht dagen de bevolking der hoofdstad van het rijk, dat aan het hoofd der beschaving staat, geestelijk gevoed wordt. Lacht gij daarom? Goed, dan wil ik u over wat anders onderhouden. Ik weet dat dank onze moderne versfabriekanten en Cidnavolgers wij zoo ver gekomen zijn, dat men tegenwoordig even gaarne een nieuw stuk in verzen aanhoort, als met Mr. Blondin over een koord te wandelen of crediet-actien « la hausse te koopen. Maar de Heer Louis Bouilhet wai geroepen door middel van ziju drama: de zamenzwering van Amboisc, de verzenfabricatie te rehabiliteren en ziju stuk heeft —en dat nog wel in het Théatre del'Ode'on — zuWeen opganfj gemaakt, dat ik mij verpligt ucht u daarheen te geleiden. Dc gebeurtenis door den schrijver gekozen, is niet ouder of nieuwer dan ieder ander geschiedkundig feit* het is een bekend portret, maar niet meesterhand geteekend. Gij weet dat de zamenzwering te Amboisc ten doel had, den jeugdigen^ koning Frans II aan de zoo schadeliike heerschappij der Gnise's te onttrekken. Het zoogenaamde hoofd der zamenspanning was zekere la Renaudie, maar hare ziel was Condé. De zamenzwering mislukte, de deelnemers werden gevangen genomen, veroordeeld en teregt gesteld en Condé zelf had het behoud van zijn leven slechts te danken aan den dood van Frans 11. Dit is de grondstof, waarop Louis Bouilhet zijne intrigne borduurde. Catharina de Medicis, wie de eerzucht der Guise's hindert, is in den grond den Prins van Condé, in wien zij het tegenwigt vindt, dat zij voor hare politiek noodig heeft, niet al te vijandig. De listige Italiaansehe hoopt zich door de eene partij van do andere te ontdoen en op die wijze meesteres van den toestand te blijven. Derhalve wenscht zij Condé aan het hof en onder haar bereik te houden, en gelooft zy dat doel het gemakkolgkit te bereiken door hem in eene liefdes-intriguo te wikkelen. Een oude edelman', de graaf Brisson, gehuwd met eene jonge en bovendien bekoorlijke vrouw, deelt geheel de zienswijze der koningin, maar — nadat hij H. M. den bedoelden raad heeft gegeven — acht hij het raadzuii,; zijne echtgenoot , waarop hij zeer ijverzuchtig is, dadelijk uit Parijs te verwijderen en naar een zijner landgoederen te zenden. Maar by' sommige berekeningen, specuktien, ondernemingen is de uitkomst (verhevene voorbeelden hebben het bewezen) dikwijls geheel anders dan men hoopte en verwachtte. Dit ondervond ook de arme Biisson. Het rijtuig der gravin wordt door een troep der zamenzweerderi aangehouden, daar zij haar voor eene verspiedster houden; Condé bevindt zich onder hen en het gelukt hem de schoone vrouw, niettegenstaande het gemor der bende, naar hare koets terug te geleiden. Gij hebt reeds geraden, lezeres, wat nu volgt. De weinige oogenblikken, dat Comlé de gravin gezien heeft, waren voldoende om hem smoorlijk op haar te doen verlieveu; en do gravin Briesen kan, niettegenstaande hare echtelijke trouw en vrouwelijke deugd, niet ongevoelig blijven voor den heldhaftigeu, ridderlijken redder, wiens naam zij overigens niet kent. Om de dame van zijn hart weder te zien, neemt de Prins, als een echte romanheld, het besluit naar het kasteel terng te keeren, hoewel de zamenzwering reeds ontdekt is en een aantal der deelnemers reeds het hoofd op het schavot verloren heeft. Door Guise daartoe aangespoord, zou Fr.an3 II inderdaad dan ook niet geaarzeld hebben den prins te doen gevangen nemen, indien dezen niet tijdig gewaarschuwd, de vlngt had genomen -, vluchten ja, maar niet zonder, al ware het slechts voor een oogenblik, haar weder te hebben gezien, voor wie hij zijn leven op het spel zette. Hij vraagt haar eene bijeenkomst, er bijvoegende dat het zijn dood of leven geldt en de gravin begeeft zich naar de aangeduide plaats. Heeft ook hij haar niet het leven gered? Zij spreekt den prins over het levensgevaar waarin hij verkeert; hij Bpreekt van zijne liefde, van zijnen hartstogt; zij wyst hem standvastig terug. Ook zij bemint — maar zij wil niets anders voor hem zijn dan eene toegewijde vriendin en liefhebbende zuster. Er wordt aan de deur geklopt, die weldra in spaanders vliegt. Condé heeft nog juist even den tijd de gravin Brisson te verwijderen; de oude graaf snelt het vertrek binnen, met den degen in de vuist en door een aantal soldaten gevolgd. De Prins verdedigt zich als een tweede ridder zonder vrees en zonder blaam — maar de uitslag zou toch niet twijfelachtig zijn geweest, indien niet Poltrot de vertrouwde vriend vau Condé met eenige overgebleven zamenzweerders ware toegesneld om den Brins te redden. Poltrot ziet in de gravin eene tweede Judith, en in Cond» een Holophernes; hij verwyt den Prins op hevigen toon zijne vrienden , zijn geloof, zich zelven aan cene vrouw uit het vijandelijke kamp op to offeren. Condé echter wil daarvan niets hooren; hij stelt vertrouwen in de gravin Brisson, wier schoone en reine oogen niet kunnen bedriegen. Het volgende bedry'f speelt weder aan het hof. Antoine de Bourbon en do Prins van Condé hakten zich onderworpen en komen om den Koning hunne hulde aan te bieden. De gravin Bnsson heeft niet gering aandeel in het besluit van den jongen prins, dat echter meer een bewijs is van zijne liefde dan wel van zijn doorzigt. De Koning beveelt op aanraden van den Hertog van Gnise, zich van den gevaar! yken zauienzweerder meester te maken en hem zijn degen te ontnemen. Condé werpt een blik op de gravin Brisson en in den blos der ontsteltenis meent hg' de wroeging over een gepleegd verraad te lezen. De gravin kan die verdenking niet verdragen en zij snelt naar de gevangenis, waar de vurig geliefde man zich tot den dood voorbereidt. Het valt haar niet moegelijk zich te regtvaardigen. Hare met kracht onderdrukte liefde geeft zich lucht; zij verbergt niet langer do gevoelens die haar bezielen — maar thans wil zij den geliefden ook niet overleven. Zij neemt de helft van het vergif dat zij den prins brengt, als het eenige middel om het dierbare hoofd aan de bg'l des beuls te ontrukken. Condé echter wijst het vergif af. Hij heeft de partij verloren en wil den inzet betalen-, op den helderen dag voor ieders oog wil hij sterven en toonen dat hij niets vreest-zelfs niet het schavot. Zijne laatste oogenblikken zijn geheel aan de liefde gewijd; hartstogtehjk drukt hij de jeugdige vrouw aan het hart, zij wederstreeft niet langer; en hare hand in de zijne beantwoordt zij zijne vurige kussen. De grendels knarsen; de sleutel wordt in het slot gestoken, de deur geopend; de jkoniDgin moeiier treedt aan het hoofd van een talrijk gevolg de gevangenis binnen, en zegt: *-De koning is dood; Condé gij zijt vrij!" En de ongelukkige gravin ? Levend behoort zij haren echtgenoot; dood den geliefde. De dood slaakt alle banden en zy valt, terwijl zij een laatsten blik der liefde op Condé slaat, en haar laatste zucht hem gewijd is, stervende voor hem neder. Onmogelijk echter, waarde lezeres, kan ik u onder den indruk dezer treurige ontknooping laten; ik moet dus trachten dien indruk uit te wissen en dat wel tot eiken prijs, zelfs tot dien van een afschnwelijken Calembour. In een Belgisch theater had eene repetitie plaats van de beide stukken : l'Homm e nest pat parfait en les Pallet de Mouche. Daar eene der tooueelspeelsters niet op derepetitie wns verschenen, schreef «Ie strenge regissear haren naam op om haar te beboeten, met de laconische bijvoeging: manoué ii l'Homme et aux paites. Dat begrijpt gy niet? Maar ja, gij wordt niet wel. Gij hebt het begrepen? Gelukkig is do doctor bij de hand, de homoeopaath. Je me tarnt I --- CONCERT EN TOONEELNIEUWS AMSTERDAM, Zondag 11 November. Stads-Schot-wbubg. Reeds vroeger, nadat wij: De Zwaardvechter van Ravenna in het oorspronkelijke hadde zien opvoeren , hebben wij de goede eigenschappen erkend van het treurspel, van Fiiederich Halm, en het deed ons genoegen dat de directie van dezen schouwburg eene poging waagde om het hier te acclimateren. Halin's treurspel is een ernstig en degelijk werk, schoen gedacht en schoon uitgevoerd ; er zit zeldzame gloed en kracht en somtyds huivering wekkende waarheid in die schets van dat tijdvak (want dat is het stuk meer nog dan eene schets van personen), dat hoewel nog schitterend voor het oog toch reeds zoo inwendig bedorven was, dat liet ondermijnde gebouw onvermijdelijk moest instorten. Meesterlijk is de schets van het zedenbederf te Rome onder Caligula; deze, Thumelikus en Lyciska vertegenwoordigen dat geheele tijdvak. Daartegenover staat de edele krachtvolle Germaansche vrouw, door het ongeluk gebogen noch vernederd, maar eiudelijk verplet door do laagheid van den zoon, dien zij had willen wijden tot bevrijder van zyn vaderland en wreker van ziju vader. Schoon is de voorstelling dier vrouw, waar zij zich vernedert voor bet bloemenmeisje, wanneer zij hoept dat de liefde haren zoon zal bewegen tot datgene wat hij niet wil doen nit gehechtheid aan zyn geboortegrond of uit teederheid voor zijne moeder; eene vreesclyke waarheid is de taal en de houding van die deerne, die zelfs doer het vooruitzigt van vorstin te worden niet besluiten kan ïhumelikus to redden, omdat :(j weet dat de band die hen verbind niet de liefde, maar de wellust is, omdat zij begrijpt dat op haar levensweg terugkeeren eene onmogelijkheid is. Op die wijze bereidt de schrijver den toeschouwer voor op de ontzettende ontknooping, welke na zulke premissen onvermijdelijk is geworden: de moeder doodt met eigen hand den zoon en daarna zich zelve! Eene andere oplossing was by een schrijver als Halm, die consequent blijft in de ontwikkeling zijner karakters, niet mogelijk. Een enkel woord over de Nederlandsche bewerking, deze verraadt op verschillende plaateen hare Germaansche afkomst; «-zij zullen zich beslissen, vechter, ravenmoeder" zgn enkele voorbeelden onder vele Over de opvoering zullen wij kort zijn. Zeker is het, dat sommige' vertooners het bewijs leverden van gebrek aan studie en van onvoldoende ontwikkeling in het algemeen, en in het bijzonder van gemis aan genoegzame historische kennis, om zich, zij het ook slechts een oppervlakkig denkbeeld te vormen van het tijdperk, waarin de persenen leefden, die zij voorstelden. Ook op de costumes, wapenrustingen, enz., zouden gegronde aanmerkingen kunnen worden gemaakt, V, ie weder als altijd den onverdeelden bijval van het publiek eu den onzen verdient, is Mw. Kleine. Als Thusnelda heeft zij getoond, wat trouwens geen bewijs behoefde, eene groote kunstenares te zyn. Hare poses zyn uitstekend schoon; zy drapeert zich schilderachtig en zy was in waarheid cene classieke gestalte. Al. vorstin, als moeder was zij voortreffelijk; zoo als zij daar nederzat als een beeld der smarte onverbeterlijk. Een fraai bouquet werd haar vereerd en tallooze malen werd zij teruggeroepen. Ook de Hoer Veltman was op de hoogte zijner taak en dat zegt veel, want zij was zwaar. Hoe hoogst verdienstelijk kunstenaar hij is, bleek nit zijne voorstelling van Caligula. De Heer Kistemaker miste de noodige schakering bij de voorstelling van Thumeliktis; die rol vereischt eene diepere studie en naauwgezetter opvatting. Intusschen gaf het publiek «Jen Heer Kistemaker by herhaling blijken van goedkeuring en riep hem terug. Niet onverdienstelijk stelde Mw. Chr. Stoetz Lyciska voor (op het alf-che staat Mw.. bablairolles, waarom deze die rol niet heeft gespeeld weten wij niet). Het onderhoud van Lyciska en Thusnelda was zeer goed. De overige rollen werden vervuld door de Heeren Wijnstok Morin, Vos en Vmk en de Dames Coenen-van Ollefen cv Huiisers- Roseuveldt. J Giiand-Theatbe. De Heer Theodor Strentz, die onlangs als lsten Held und Liebhaber hier heeft gedebuteerd, beschouwen wy als eene aanwißst voor het gezelsdhap. De wijze, waarop hij de hoofdrolvervulde in het tooneelspel: Kean odtr Leidenschaft und Genie bewees, dat hy een geroutineerd acteur is, die wel talent bezit; wij geven hem den raad meer eenvoud en meer kalmte in zijne houding en bewegingen te toonen ¦ zijn spel zal er degelijker en beter door worden, /«er verdienstelijk werd de Heer S. ter zijde gestaan door den Heer Benthack, Ph. Meijer, Pohlmann eu Cassmanu en de Dames I'Arronge Wiese en Graube. ' Op luisterrijke wijze werd gisteren avond de herinnering aan den geboortedag van Schiller in het Grand-Theater gevierd, dat voor deze gelegenheid zeer smaakvol was gedecoreerd. Een uitgelezen en talrijk publiek woonde de voorstelling bij van: DU Karlschiiler, te geschikter voor deze gelegenheid omdat de jeugd van Schiller 'daarin geschetst wordt. Reeds vroeger hebben wij de opvoering van dit stuk besproken , wij bepalen ons dus tot de vermelding dat zy' ook ditmaal bijval verwierf. Het Festspiel van den Heer E. Mohr: Geimania bei der Schillerfeier voldeed algemeen. Het denkbeeld, dat Schiller niet tot ééne natie behoort, maar tot de menschheid in den rui-nsten zin, is zeer schoon ingekleed, en de Duitscher die zóó goed zijn landgenoot op wien hij met regt trotsch is, begrijpt, verdient hulde. Verdienstelijk was de voordragt van het iestspiel door de Dames Graube, Taurow, Schneider en Gerlach, en de decoratie zeer aardig. Salon in de Nes. In de afgeloopen week zijn hier geene nieuwe stukken opgevoerd; met bijval is een aantal bekende Operettes, Vaudevilles enz. herhaald, waarin het personeel, de Dames Sauvlet-Zerr, Gr. Muller, Dnpont, enz., benevens de Heer«»n Dupout, Weigelt, Lehman en Sabano zeer werden toegejuicht. Salon in de Amstelstraat. Met den grootsten bijval is het drama: De Weezen van de brug Notre Dame voor veUe zalen weder opgevoerd* het wordt zeer verdienstelijk gespeeld door de Heeren Bruyn, Jndels' Hermans, Strelitski, Korlaar, en de Dames Coryn, Roos, Korlaarj Kamphuizen, Lamé enz. Ook de mise-en-scène verdient vermelding. Met de grootste belangstelling woont het publiek de nitvoering van het boeyende stuk bij, en daverend juicht het de hoofdvertooners toe. Salon des Variétés Diligentia. Liefhebbers van lagchen mogen niet verzuimen het blijspel: Een arme duivel of de nieuwbakken edelman te gaan zien. Het stuk, met zijne talrijke chansonnettes, duo's quodlibets , enz. heeft baitengewoon voldaan ; de Heeren Karper, Bamberg Bouwmeester worden er ten zeerste in toegejuicht en ook de Dames' Larondelle-Coerdes, de la Bey en Stuttcrbeiiii kwijten zich verdienstelijk. Het publiek erkent dit door genoemde vertoouers by herhaling terug te roepen. --- SCHAAKSPEL. OPGAAF IV. 999. Wit begint en geeft op den 3den zet mat ZWART. --- PROBLEMAS. (Ingezocden door den Heer T. M. J. v. R. to Oosterhont.) 1. Wit. Kon. DB, Rheer C 3, Paarden D 4, 7, Pion F 4. Zwart. Kon. D 6, Kast. F 7, Rheer C 6, Paard D 5, Pion» E 6, F 5. ' Wit geeft op den 3den zet mat. 2. Wit. Kon. Fl, Kgin 84, Kast D 7, Paard 85, Pions C 4, 1) 5, F 2, G 3. Zwakt. Kon. B 8, Kgin F 3, Kast. A 8, Rheer G 4 Paarden B 3, C 7, Pions A 7, B 6, F 5, H 2. Wit geeft op den sden zet mat. OPLOSSING VAN N°. 998. 1. Wit. E 1 op D 2. Zwam. C 1 op D 3. 2. D 2 // D 3. Onverschillig. 3. Dl geeft , en mat (met variatie). OPLOSSING DER PROBLEMAS. 1. Wit. F 2 op G 4, F 1 op F 5, D 1 op D 5. 2. Wit. B 1 op B 8, A 3 op D 6, A 4 op B 6, D 6 op C 7. 3. Wit. B Bop A 7, E 4 op E 5, C 5 op E 4 (met variatie). Wij hebben goede oplossingen vnn do Opgaaf ontvangen van het Schaakgenootscliap Overwinning kroont der. Strijd te Wijnaldum en van de HH. A. A. te Leeuwarden. M. S. Jz. te ibid., M. T. Fr J. P. »• te Wenlum, G. S. & J. D. B. te Dordrecht, J. A. B. te Utrecht, T- te Edam, H. M. v. B. te 's Hage, J. J. C. K. te Voorschoten. L. 11. te Tiel, Twee Beginners te Lisse (den vorigen keer waren do**o abusivelyk onder de Amsterdamsche oplossers vermeld), Piet te Haarlem , S. C. te Veenendaal, C. M., E. P., J. K. v. El, N". 414, Vr. ¦ IS. T. d. M., Jb. H. M. D. C., Libcrtas, Een Beginner, H. J. Fr J. v. V-, A. fr V., Mevr. H. S. W., alhier. De onvernielda waren niet geed ef niot ontvangen. ---