ENGELAND. Londen, 14 M-aart. Is de spanning tusschen ons gouvernement en dat van Frankrijk voor het oogenblik voorbij, niet alzoo is het met de openbare meening en de drukpers, liet schijnt dat deze laatste ontevreden is over den gunstigen uitslag der gevoerde correspondentie en bijna zou men genegen zijn, de aan het roekelooze grenzende taal van onze dagbladpers aan zucht tot oppositie tegen het gezag, onverschillig wie d«t in handen heeft, toe te schrijven. Toen de groote dagbladen gedurende de jongste onderhandelingen als het ware eene afwachtende houding aannamen, meende men dit aan de groote mate van bezadigdheid en voorzigtigheid te moeten toeschrijven, doch jammerlijk werd men te leur gesteld. Naauwelijks is het bekend, dat het aan het beleid van lord Malmesbury en graaf Walewski gelukt was, tusschen zoo veel moeijelijke klippen door te zeilen, of de pers haast zich, om het met moeite opgetrokken gebouw weder af' te breken , door een taal tegenover Frankrijk en zijn' Keizer te vooren, welke, zoo zij in Frankrijk ten volle werd gekend, de nationale trots niet weinig zou krenken , terwijl ook zeker Keizer Napoléon een bitter gevoel jegens het land zal ondervinden, waar zijn naam en persoon gedurig door het slijk worden gesleept. Zoo leest men in de Saturdag Review, waarin de bekende brochure wordt behandeld: Hoe edelmoedig toch en hoe grootmoedig heeft Keizer Napoléon zich op den 2 December tegenover Engeland gedragen ; toen hier te lande dweepzieko en verraderlijke schrijvers werden gevonden, die durfden zeggen, dat de 2 December een bloedige dag was geweest, ja toen men zelfs zoo ver ging, de staatkundige voortreffelijkheid van het schrootvuur en van de verbanning naar Cayenne in twijfel te trekken! En dit alles heeft de groote, de goede Napoléon, met engelengeduld gedragen.... Maar begrijpt Keizer Napoléon dan niet, dat de beste wijze om ons bondgenootschap te verzwakken, zoo niet geheel te verbreken, is om te betougen, hoeveel wij aan zijne edelmoedigheid te danken hebben. Het is , alsof hij ons had kunnen verpletten , maar uit genadige goedertierenheid het leven laat. Wij werpen de bewering verre van ons, dat wij ons nationaal bestaan aan de verdraagzaamheid en grootmoedigheid van Louis Napoléon te danken hebben, evenzeer als de lastering, dat onze instellingen tirannenmoord verdedigen. * De Times, ofschoon minder hevig jegens den persoon des Keizers, behelst evenzeer een tegen Frankrijk gerigt artikel, van zeer oorlogzuchtigen inhoud. Nadat de schry ver in het breede uiteengezet heeft, over ¦5. " ...-'militaire middelen Engeland «p dit oogenblik kan beschikken, vraagt hij, welk ander land daar eene zoo geduchte magt kan tegenover stellen. « Het eerste wat het nieuw kabinet gedaan heeft» gaat de Times voort «is zich van den toestand van het leger en der vloot te overtuigen en wij zijn er lord Derby dankbaar voor Wij zijn sedert 1815 nooit zoo ruim van soldaten, artillerie en ander oorlogsmaterieel, 9chepen, kanonnen en matrozen voorzien geweest. Binnen vier-en-twintig uren zouden wij eene ontscheping op alle genaakbare punten kunnen beletten, of, zoo die reeds geschied ware, kunnen verpletteren. Binnen veertien dagen zouden wij elke binnen de zeehavens onzer naburen vereenigde vloot kunnen blokkeren en de haven van Cherburg binnen stevenen, om alles wat daar lag te vernielen. » Men ziet, dat deze taal weinig geschikt is, om de verzoening, waaraan de regeringen werken, te bevorderen. Gelukkig dat de nota van graaf Walewski een anderen geest ademt; daarin wordt gezegd , dat het geheel een misverstand is geweest en dat Frankrijk zijne vroegere cisehen laat varen en niets meer van Engeland verlangt, het aan de wijsheid van de bevolking overlatende, om die maatregelen te nemen , welke het in het belang der openbare veiligheid noodig oordeelt. --- BINNENLAND. 's GRAVENHAGE, 16 Maart. B\j besh van den 13, n'°. 55, heeft Z M. de Koning goeugevonden, ten gevolge van het overlijden van O. baron van Wassenaer Catwyck , in leven jongsten commandeur der Duitsche orde, bnlye van Utrecht, te agreüren de. opklimming van J. D. graaf van Rechteren van Ahnem, tot jongsten commandeur der orde. '/_. M. heeft benoemd tot officier der orde van de Eikenkroon den gepensioneerden kapt. der artillerie W. A. Sodenkamp: tot ridders dier orde, de lste luit». Pippenghegen en van Bell, van het regement grenadiers en jagers. Door de Regering is aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een ontwerp van wet aangeboden, om eene som van ƒ160,000 to voegen by hoof Istuk V der Staatsbegrooting voor 1858 , tot tijdelyke instandhouding van de koloniale instellingen der Maatschappy van Weldadigheid. De begrooting voor die Maatschappy' voor 1658, bedraagt in ontvangsten f 900,558 en de uitgaven / 1,056,310, zoodat er een vermoedelijk tekort zal ontstaan van ƒ 155,80., dat uit de genoemde som van j 160,000 zal gevonden worden. Het voorstel van den heer van Nispen van Zevenaer e_ acht andere leden der Tweede Kamer, tot inkoop en amortisatie van rentegevende Nationale Schuld heeft, bij het onderzoek in de af deelingen dier Kamer, tot verschillende bedenkingen aanleiding gegeven. Na wisseling van denkbeelden werd men het echter vrij algemeen eens , dat in den zamenhang van dit voorstel met dat tot afschaffing van den accijns op het geslagt geen afdoend bezwaar tegen het eerstgenoemde voorstel gelegen is. Verscheidene leden verklaarden evenwel uitdrukkelijk , dat zoo zij voor de amortisatie stemden , zij daardoor niet gerekend wilden worden, ook aan de afschaffing van den accijns hunne toestemming te moeten geven. De graaf Sievers , eerste secretaris van het Russisch gezantschap bij het Nederl. Hof, is van zijne reis naar Berlijn, in deze residentie terus;aokeerd. Men verzekert, dat een aantal advocaten bij den Hoogen Raad der Nederlanden, een adres gerigt hebben aan den Raad vein toezigt by dat collegie , waarbij zij voor ele waardigheid der orde opkomen tegen de uitdrukkingen, die de advocaat-generaal bij het Prov. Geregtshof in Gelderland ,de heer Pringle, zou gebezigd hebben te-gen twee leden van die orde in de zaak der vier Maleijer»?, on in welk adres zou verzocht worden, dat de Raad zich eleze zaak zou aantrekken en er gevolg lifRT geven. Men wil weten, dat de Raad van toezigt aanst. Donderdag zou bijeenkomen , om dat adres te behandelen. Men verneemt, dat by de op den 16 dezer gehoudene aanbesteding tot daarstelling van een droog dok op het maritime etablissement Willemsoord, niet meer dan drie aanbiedingen bij inschrijving zijn gedaan. De Minister van Marine heeft echter geene toewijzing van het werk gedaan, omdat de daarvoor gevraagde geldsommen buitensporig hoog waren. De aanbouw van twee stoomschepen , het eene genaamd hetLoo, en het andere de Sprinkhaan , waarvan de aanbesteding op den 3 dezer bij het Depart. van Marine heeft plaats gehad , is aangenomen door den heer K. Smit Jr. , te Krimpen aan de Lek. Den 13. De Boven-Rijn to Keulen zonder ijs. Den vorigen dag was op de Moezel tamelijk veel sneeuwijs In den Gelderschen IJssel het ijs boven de brug te Deventer los. Overigens de toestand der rivier dezelfde. Te Gorinchem het ijs nog vast. Hoog water, 1.08 el + A. P. Laag water 0.86 el -f- A. P. In de Maas bijna geene verandering in den toestand der rivier. To Heusden het ijs in de Maas dik 9 duim. Waterhoogte ten 8 ure 1.24 el 4- A. P. In den Neder-Rhijn is 'savonds een gedeelte van het boven de brug te Arnhem vastzittend ijs los geraakt , on tot het benedenwaarts vastzittend ijs afge dreven. Te Dordrecht is het open vak in hot ijs voor den Riedijk tot het Mulkpoortje vergioot. Benedenwaarts en in de Noord werden de open vakken grooter. Hoog water 1.01 el _f- A. P. Laag water 0.42 el -f A. P. Te Krimpen beneden het dorp voor een groot gedeelte open water; bovenwaart» het ys in groote vakken dry vende. Vóór den mond van de Noord was ingelijks eene opening gekomen. Te Rotterdam was 's avonds te voren het ijs vóór het benedengedeelte der stad losgeraakt. Vóór het andere gedeelte zat het nog vast, met eenige open vakken. Den 14. In den Neder-Rhijn te Arnhem open water. Overtogt in het veer met de pont aan den reep. Te Vreeswijk het ijs nog vast, raet steeds grootere open vakken. Te Gorinchem het ijs vast; doch zwakker; het open vak aan de noordzijde der plaat wordt breeder. Hoog water 1.40 el -f A. P. Laag water 1.02 el -\- A. P. In de Maas te Hedel het ijs dik 11£ tot 12 duim. Overtogt in het veer met de pont. Te Heusden in de Doode Maas dik 17^ duim. Waterhoogte ten 8 ure 1.29 el + A. P. In den Gelderschen IJssel het ijs in denzelfden toestand. De in het vorige jaar te Leiden tot stand gekomen inrigting, van Dr. P. de Raadt, in het belang van de aankomende studenten der Hoogeschool, heeft niet geheel aan de verwachting beantwoord , en zal daarom den 1 April eerstk. worden opgeheven. Door burgemeester en wethouders te Delft is Vrijdag 11. aanbesteed de levering van 600,000 getrokken waalklinkerts; aannemer daarvan is geworden Nicolaas van Heiikelum, steenlabrikant te Erlecom by Nijmegen, voor den pry's van /'11.94 per 1000 stuks. De daders van den diefstal, op den 4 Maart 11. gepleegd, ten huize van W. Bade op den Rotterdamschen weg^ in de gemeente Vryenban, zijn dezer dagen , door tusschenkomst van den burgemeester dier gemeente en der politie te Delft, gearresteerd, en naar het huis van bewaring alhier overgebragt. Dat de bedelaars van professie doorgaans geen lieden zyn die armoede lijden, en dat men dus wel doet aan zulk slag van volkje niet onbedachtzaam aalmoesen uit te reiken , moge weder uit het navolgende blijken : In de maand November des vorigen jaars hadden een paar lieden, die hunne kostwinning van bedelen maakten, hunne woning te Delft verlaten, om, als naar gewoonte, eene bedelaaretournée buiten die stad te houden. Tot nu toe niet wedergekeerd zijnde heeft de eigenaar hunne woning, na aangifte aan de politie, doen openen, en men heeft daar, ineen kistje, ruim honderd en twintig gulden aan centen en kleine zilveren munt, vermoedelijk vergaarde bedelpenningen , ; gevonden. Naar men verneemt, zal de 21ste tentoonstelling van het Genootschap voor Tuin- en Landbouw: Dordrechtsche Flora , onder bescherming van Z. M. den Koning, aldaar plaats hebben op Zaturdag, Zondag en Maandag, 17 , 18 en 19 April aanst., in het Hof van Holland. De inzending der voorwerpen moet geschieden op Donderdag den 15, vóór 4 ure des namiddags , terwijl de beoordeeling op Vrijdag den 16 April zal geschieden De schrijver der Geschied-, Regts- en Staathuishoudkundige Verhandeling over de Gilden te Grave, als antwoord ingezonden op de door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noordbrabant uitgeschreven prijsvraag , en voorzien van de zinspreuk: 11 De Nederlandsche volksvlijt dankt aan haar onvermoeid streven , grootendeels den aanzienlijken trap van bloei, dien zij reeds in elie vroege eeuwen bestegen heeft.» kan zijne verhandeling, tegen behoorlijk bewijs van eigendom , terug erlangen bij den secretaris des Genootschap.-*. Het antwoord is niet volledig genoeg geacht, om daaraan de uitgeloofde bekrooning te kunnen toewijzen. In eleen jare 1851 werd door het Prov. Genootschap van Noordbrabant als prijsvraag uitgeschreven: eene. geschiedenis der heeren van Cuyk. De uitgeloofde zilveren eerepenning werd behaald door eene omvattende vorhandeling, onder de zinspreuk: sparsa coëgi ingezonden, on waarvan bleek de schrijver te zijn Dr. .1. J. F, Wap, te Utrecht. De historische prijsverhandeling met vele bijlagen en toelichtingen, heeft thans in een 4°. deel, in evengenoemde stad het licht gezien, onder den titel van: Geschiedenis van het land en der heeren van Cuyk, en is opgedragen aan Z. K. H. Prins Frederik der Nederlanden, die, naar men verneemt, elen schrijver voor de opdragt van dit voor Vaderlandsche oudheidkunde en geschiedenis belangrijk werk, met een geschenk heeft gelieven te begiftigen. Zeer net uitgevoerde afbeeldingen prijken ten slotte, zoowel tot aanwijzing van de plaatselijke bijzonderheden van het land van Cuyk, van do tijden der Romeinen af, als tot voorstelling van de wapens der aan Cuyk verwante geslachten , de zegelen uitdatgeslacht.de burg vau Grave, enz.; terwyl men hier tevens vindt eenen verzameling der oirkonden betrekkelijk het land en de heeren van Cuyk, alle getuigend»! van de groote zorgvuldigheid des schrijvers tn het bijeenbrengen van oude stukken en het raadplegeu der zeer verspreide bronnen over zijn onderwerp. De schrijver zegt o. a., als vrucht van zyn onderzoek : » Dé heeren van Cuyk waren eeuwen lang helden, beroemd in den krijg; doch dat een hunner Dirk van Holland zou hebben gedood met een vergiftigden pijl, daarvoor bestaat evenmin eenig historisch bewijs, als voor het sluipenderwijs vermoorden vnn Ftoris I, door' Herman I van Cuyk, in persoon.» Uit Twenthe schrijlt men, dat het oliezaadgewas door den oostenwind en sterke vorst afs geheel misduk't kan worden beschouwd, zoodat de landbouwers Izich op het zomorzaad zullen moeten toeleggen. Ook de rogge heeft veel geleden. Tooreenigeu tijd werd zekere vreemdeling, H. Bohlen, uit de gevangenis ontslagen en over de grenzen des Rijks gebragt. Deze voor de veiligheid zoo gevaarlijke persoon had zich in den laatsten tijd weder in Westerwolde vertoond, en sedert zijne terugkomst hoorde men gedurig van inbraken en diefstallen in die streken. Op zijue aanhouding werd derhalve hooge prijs gesteld. In den nacht van den 11 dezer ontmoette hij, in gezelschap van nog een ander persoon , tusschen Onstwedde en de Nieuwe Pekela, den Rijksveldwachter Starke. Deze wilde hem arresteren, maar werd met den dood bedreigd, zoo men hom wilde vatten. De booswicht, die met eene pistool scheen gewapend te zijn, trachtte zich door dc vlugt te redden, terwijl ook zijn kameraad de vlugt nam. De Rijksveldwachter riep zekeren Jan Aloering te hulp, die bij deze gelegenheid eenen moed aan den dag legde , die openlijke vermelding verdient. In zijno onderkleederen zette hy met eene buitengewone vlugheid den gevaarlijken boef na, — deinsde voor de zwaarste bedreigingen niet terug om hem in het veen te vervolgen en te vatten, by welke gelegenheid hem door Bohlen eene belangrijke wonde aan het hoofd, door middel van een zwaar breekijzer, toegebragt werd. Bohlen werd toen door den Rijksveldwachter en Aloering overweldigd en gevankelijk naar Onstwedde opgebra^t. Breekijzers en alles wat het plegen van inbraak en diefstallen bevorderlijk kan zijn werden bij hem gevonden, alsmede een zilveren reukdoosje. Uit een onmiddellijk daarna ingesteld onderzoek is gebleken, dat dit doosje dienzelfden nacht te Stadskanaal bij zekere Weduwe Kros is ontvreemd, terwijl de dieven ïn hare woning waren gebroken en de arme Weduwe met den dood hadden bedreigd, zoo zij eenig gerucht maakte. Men zegt, dat de justitie ook den medepligtige van Bohlen op het spoor is. De verdienstelijke historicus Gar, die het voornemen heeft eene geschiedenis van Tyrol te schrijven , heeft de archieven van het slot Thun onderzocht en daarover een verslag in het licht gegeven. Sedert de veertiende eeuw zijn zij voor het gebied van Trente in grooten getale aanwezig: in latere dagen blyken zij voor de algemeene geschiedenis van Duitsehland van niet minder belang. Graaf Sigmund Thun waa gezant des Keizers bij de kerkvergadering van Trente geweest en had vele oorkonden voor de gebeurtenissen , waarvan hij getuige was, bijeengebragt. Doch inzonderheid wordt de ry'kdom van het grafelyk archief voor de geschiedenis van den dertigjarigen oorlog geroemd. Meer dan 800 brieven hebben daartoe betrekking, waarvan sommige worden opgegeven als veel licht verspreidend over de ondernemingen en het uiteinde van Wallenstein. (Alg.K.enL.) Vrijdag middag is Dr. Livingatone aan boord van de Pearl naar Sierra Leone vertrokken, om van daar naar de Kaap en de Zambese-rivier te gaan. Zijn reisgezelschap bestaat, behalve uit zijne vrouw en zijn zoon, uit den kapitein Bedingfield, die op last der regering de leiding der expeditie op zich genomen heeft, den kruidkninlige en geneesheer Dr. Kirk, uit Edinburgh, den geoloog Thornton, den ingenieur Rae en een schilder, genaamd Baines, die een phothographisch toestel bij zich heeft. Zij worden allen door de regering goed bezoldigd, welke de kosten dor expeditie betaalt, waarvan de duur vooreerst op twee jaren bepaalel is. Vlaai dingen, 13 Maart. Het liceft Z. M. den Koning behaagd , eene gift van f 100 te zenden , teu behoeve van de nagelaten betrekkingen van het achtergeblevene schoonerschip Jan van Harwegen, kapt A. Boer , van Manzanilla naar Rotterdam gedestineerd geweest, terwijl door Z. K. H. Prins Hendrik dei- Nederlanden ƒ 50 tot hetzelfde doel is geschonken. Gouda, 12 Maart. Heden namiddag liep alhier met het gunstigste gevolg van stapel hot nieuwgebouwde barkschip, genaamd Gebr. Houtman, kapitein Bax , gebouwd op de scheepstimmcrwerfde Kromhout, voor rekening eener rcederij , onder directie vau den heer M. den Breetns Jz., to Vlaardingeii, groot 260 gemeten lasten , eu bestemd voor de groote vaart. * Harder «ijk , 15 Maart. Op den 23 dezer zal vau hier vertrekken ecu detachement suppletie-troepen , sterk 125 onderofficieren eu manschappen , onder bevel vau den lsten luit. der infanterie Eras, medegeleiders de 2de luit. der artillerie Gecrtsema eu de officier van gezondheid 3de kl., Roskes , om den 24 daaraanvolgende over to gaan aan boord van het schip Luconia , gezagvoerder Hulshof; —op den 30 dezer een detachement , mede 125 man , onder bevel vau den lsten luit. der inf. 801, medegeleider de 2de luit. der artillerie van der Hoek , om den 31 over te gaan aan boord van het schip Reginu Maris ,• beide schepcu in lading liggende te Rotterdam en bestemd naarOostiiidië. Franeker, 13 Maart. Gisteren arriveerde alhier de officier van justitie, benevens de regter-commissaris en de substituut-griffier by do regtbauk te Leeuwarden . ter bijwoning eener lijkschouwing van den in het begin dezer week plotseling alhier overleden politiedienaar P. F., vermoedelijk bezweken aan de gevolgen eener kwetsuur aau het hoofd, hem toegebragt by gelegenheid eener vechtpartij tusschen beschonken jongelingen , op den dag der onlangs plaats gehad hebbende lotidg voor de nationale militie. Middelburg, 12 Maart. De in deze week gewoed hebbende hevige storm schijnt ook in de nabijheid onzer kusten veel ongelukken to hebben veroorzaakt; althans aan het strand bij Zoutelande is aangespoeld een bord met do letters Minor, en te Arrauiden een plank waarop was geschilderd : British Qucen ; terwijl in het binnnenwatcr « de Zandkreek » eene schuit met garst geladen op zijde is geslagou , waarby de schipper en diens knecht ztijn omgekomen ; heden zijn hunne lijkeu opgevischt. -_lerlkr.ee, 13 Maart Onderscheiden inwoners van do eilanden Schouwen en Duivelend hebben zich gisteren naar Antwerpen begeven, ton einde zich van daar naar Brazilië in te schepen. Eene Belgischo maatschappij van kolonisatie heeft zich verbonden, hen kosteloos over te voeren. Mon denkt, dat uithoofde der gunstige voorwaarden , hun voorbeeld weldra navolging zal vinden. Maastricht , 13 Maart. Heden is door het provinciaal geregtshof uitspraak gedaan in de zaak der dertien ingezetenen van Luttcrrede, die op aangifte van het gemeentebestuur te Geloen beschuldigd waren van feitelijke wederspannighoid door meer dan twintig gewapende personen gepleegd , en waarvan het meerendeel gedurende zes maanden in preventieve gevangenschap was geweest, liet hoMieeft de feitelijke wederspannighoid door racer dan twintig gewapende personen gepleegd niet als bewezen aangenomen , maar dc zeven eerste beschuldigden schuldig verklaard aan het wanbedrijf van wederspamiighcid tegen agenten der openbare magt, door eene vereeniging, waarvan slechts eon persoon gewapend was; sommige daarenboven aan het toebrengen vau slageu of stooten en belccdigingen, en, raet aanneming van verzachtende omstandigheden ten opzigtc van vijf beschuldigden , eeue correctionele gevangenisstraf uitgesproken , te weten tegen den eersten besch. vau zes maanden , tegen de tweede, huisvrouw van don eerste besch., van eene maand en tegen de overige vijf beschuldigden vau drie maanden. Al de andere beschuldigden zijn vrijgesproken. ---