PERSONALIA. Buitenzorg. Op vcrz. eervol ontsl. verl. met 2 Mei 1930 aan het hoofd van het S.S.bcdrijt in die Buitengew. J. M. Sloos, onder dankbetuiging: >d. met 2 Aug. 1930 aan het hoofd van den P.T.T. ir. F. F. van Weelderen. Ben. tot lid v. d. 11. v. J. te Batavia mr. B. van Giffen,' tot tijd. bii-itc>-.>-;. w. *'.»* v. d. R. v. J. te Soerabaja mr R. 11. Rentcma: tot id v. d. R. v. J. te Batavia mr. A. W. ten Bosch en mr. A. S. Bleek. Bevorderd bij de genie tot kapitein P. Proost en P. A. G. Ilube'.-ir. Benoemd tot nota--i5'2e.v.!!.!i.i,. te Bandjermassin J. de Vrij. Batavia. Dc Iniitengcw. hoog!, in psychiatrie en i-eu-oloF-ie dr. P. .5. van Wulfften Païthe zal in J.in. 1930 een korte studiereis maken en de psychiatrische onderwijsinrichtingen te Zürich. Wcenen en Berlijn bezoeken. Ben. tot pred. te Batavia ds .1. .looy. Onl.li. van zijn functie bij den Laii'l.ou-vvoorli.Klingsdicii't te Ta.ai.oe!> de consulent N. J. Keyzer. Belast met dc functie de !*!nle!it ir. 11. Von,k. Acht mdn, verlof verl. met 2 Juni 1930 aan de» voorz v. d. Landraad te Socrabaja mr. J. E. E. V. Brouwer. I.c-v. onth. va» de functie van chef van den marinestal dc kap. ter zee H. M. Ma» nikus: tijdelijk met die functie belast de kaot.» li-it. ter ..e J. S. C. Olivier. Bel. met de betr. van le-off. a/b Hr. Ms. Sumatra de luit. ter zee J v. d. Peer; met dc betr. van le-oft. a/b Hr. Ms. Pelikaan , goudzoeker. - ' over bel- nel. werden door dezen en- Kele v.id-tcn ge-'**»n. waarbij mooie nuggcts *"«** **-* !.?ne.et oiien ll*--'. deze vondsten waren zeer spo-adi**' e-, wat er verder ontdekt is. Kan „,et anders dan tot het schrale alluviale «.oud worden ..''rc!,->-'-_. _t^' !S-!'"S '" •-"'' ***"'2* cc" -•->•>!<. waaris. Kleine linden z.rh kunnen interesseeren: het «evel.. ..<•..,-,,,,,,...,. „,'5<.,„ geld, veel geld. ter">*> geenszins vaststaat, dat dc verdere vondst 1!^ ""Y1. "* ''e ""-e ver-c dc gegeven voorstel""R zal benaderen. Het is inderdaad aan te nemen det dc «teller "er advertentie, die h._ goud glinsterende ».on» tuur wil beginnen, bonafide is. doch het vinden van enkele nuggcts en het aantreffen van snoertjes (nietige adertjes) goud is nog geen ondergrond, waarop de ontginning van de concessie met andermans (kleine mans) geld gemotiveerd is. Daarom is het zaak dat de Nederlandsche bladen er terdege de kleine luiden op wijzen, hoe geenszins vaststaat dat de goudvondst het karakier draagt. als voorgespiegeld, en dat door het gouvernement nimmer een serieus onderzoek in dat gebied werd gedaan, omdat op geologische gronden alle aanleiding hiervoor ontbrak. Immers liggen dc concessies in een granaatgebied of juister nog in een terrein, waarvan de formatie bestaat uit glansleien met granietkernen. De streek is nog niet eens gekarteerd en geologisch dus niet in details bekend. Het is echter wel bekend, dat het daar voorkomende alluviale goud afkomstig is van de graniet-camcnstcllingcn. waarin kleine snoertjes zitten, die waarschijnlijk door afspoelingen in de rivierbedden terecht komen — nietige adertje... , Met deze wetenschap zal mei er in Indië daarom ook niet toe overgaan, zich geldelijk in dc zaak te interesseeren. omdat hier bekend is dat goudvoorkomens, waarvan graniet het mocel.rgc.tccn.c ,*., tot no*. toe onontginhaar bleken. De in Indië als ontembaar bekende goudas. zettingen behooren alle tot de jonge goudzilver. formatie en zijn gebonden aan tertiaire cffusiva (andecicten. dacielcn, trachtten). Dc streek, waarin Boclangsi I en II gelegen zijn. is, naar bekend, geen waarin oude vulkaanmantels liggen, dus dat daar tertiaire cffusiva zou voorkomen, is als redelijk aan te nctncl,: uitgesloten. --- KUNST EN LETTEREN ESAC. (EXPOSITIONS SÉLECTES D'ART CONTEMPORAIN). Pulchri. Wij zijn 't er allen over eens, dat de waarde van het kunstwerk door het onderwerp niet bepaald wordt. Waardoor dan echter wèl? Welke zijn de elementaire waarden der kunst? Verhouding, rhvthme, het evenwicht der kleuren en lijnen, de expressie der kleuren en lijnen, het persoonlijke „handschrift", de stijl. Llementarist noemt zich de ijverige theoreticus dezer abstracte kunst. Theo van Doesburg. De titel is goed gevonden. De beteekenis dezer kunst schijnt mij deze, dat zij die elementair-ae.theti.ch. waarden puur geeft, zender bijmengsels. Het is haar kracht en haar beperking. Men ga naar deze tentoonstelling om te studeeren. Er zijn interessante dingen. En mevrouw van Doesburg, de organisatrice, heeft alle eer van haar werk. De schilderijen zijn voortreffelijk gehangen.. kir is daardoor een éénheid geschapen, die het overzicht vergemakkelijkt. * Wie hier tot onderscheid des oordeels komt, wie voor zichzelf weet. dat hij .om» mige dingen weergaloos echt vindt, andere zwak. of bedacht, of gelogen, wie de per...-.lijkheden gaat herkennen (dit moet van denzelfde zijn, die ook dat maakte, enz.), die heeft zich zeker in het elementaire wezen der kunst verdiept, ook al zal hij zich wellicht niet bewust kunnen maken, waarom het eene werk hem iets zegt en het andere niets. Zich dit bewust te maken is des te moeilijker, juist omdat wij hier de kunst in haar elementairste verschijning zien. Moeilijk rijpt het intuïtieve voelen tot een bewust verstaan. Men beginne zich duidelijk te maken, dat deze werken in volkomen ernst en in bezinning zóó en niet anders zijn geschilderd. Men make het zich niet makkelijk (grapjes bv. zijn makkelijk). De propagandisten dezer kunst hebben door hun dogmatiek de sfeer vaak vertroebeid. Zij hebben hun aanvankelijke waarheid soms zoozeer met theorieën omkleed, dat ze geen waarheid meer zijn. In hun ijver hebben zij over de andere kunst dingen gezegd, die aan hun goede trouw doen twijfelen. Er zijn intellectueel, baldadigheden door hen gezegd, die men moeilijk dulden kan. Nog in de Groene Amsterdammer van 30 November schrijft van Doesburg: „Het behoeft (daarom) geen nadere verklaring waarom het klassicisme en realisme geacht worden met kunst niets meer te mal.en te hebben- zij behooren tot het gebied der observatie en der documentatie. Als een jongen van 16 zooiets zegt, is het wel grappig. Er is ons te verstaan gegeven, dat de kunst der gepasseerde vijftig eeuwen eigenlijk nog slechts een poover Ersatz was en dat de ware kunst, de kunst-an-sich, omstreeks 1914 begint. Simplistisch denken is onjuist denken. Nooit was Rembrandts Joodse!, Bruidje een zoo groote uiting geworden, indien hij niet voor het motief had gevoeld (zeer menschelijk gevoeld nl.). Er wordt al te veel voorbij gezien. En in deze kunst blijft a! te veel men-chclijkheid verdrukt. Welk een verarming, indien deze rigoureuse abstracties den kunstvorm deitoekomst bleven lot in lengte van eeuwen! Naar mijn persoonlijk gevoelen heelt dit werk de tendens de schilderkunst op te heffen en zou het tot zijn ware bestemming komen, indien deze schilders niet dingen in een lijst maakten, doch intérieurs schiepen. Intusschen mag de directe beteekenis van dit werk niet onderschat worden. M. i. heeft het reeds nu een onmiskenbaren invloed geoefend op het moderne vormgevoel en zelfs practisch op de moderne architectuur. Indien een beeldende kunst stijlschcppende* kracht bezit, is zij nooit onbelangrijk en berust die kracht altijd op psychische factoren. Ik kan mij voorstellen, dat iemand, van deze tentoonstelling thuis komend, plotse<.,..,'.i-t 7,.--,, -„<,<.- schilderachig intérieur ontgroeid te zijn, of dat hij zich zelf ... „.. >..^c> te liouuen van een Japanse!,, prent dan van Jaap Maris.meer van Wouda's meubels dan van een Louis X V-stoelt ie. meer van de architectuur van Oud dan van de Sint Pieter. Er gaat van zulk werk een zuiverende stijlkracht uit, .ok al kunnen wij er m.i. niet bij blijven stilstaan (we kunnen nergens bij stilstaan) en ook al vinden wij het zeer gelukkig dat er nog Maserc.'. zijn, Charley Toorops en Radeekers, wier werk zoo on» eindig rijker is aan mcnschelijke gevoelens. (Het woord menschelijk is noch in de gratie, noch in de mode. maar de wereld wordt me niet recht duidelijk meer, als ik de menschelijkhe'.d uitschakel). Doch nu deze tentoonstelling in haar bijzonderheden. Niet alles is gelijk*, nog minder is 't alles gelijkwaardig. De werken van Van Doesburg b.v. schijnen wel gelijk aan die van Mondriaan, maar zijn zeker niet gelijk» waardig. Men begint de zuiverheid van den laatste eerst recht te begrijpen, door zijn composities te zien naast die van Van Does» burg. Men zou Mondriaan niet kunnen imileeren; wei echter zou men een zijner werken volkomen kunnen copieeren zonder een grijntje artiest te zijn, want bij hem missen lijn, kleur en schilderwijze welbewust elk persoonlijk karakter. Het.„handschrift" is hier volstrekt vermechaniseerd. Ik persoonlijk waardeer in Mondriaan* latere werk bijna uitsluitend het negatieve: de zuiverheid en zijn waarlijk heroïsche stelselmatigheid en consequentie. De rijke, bl.emenleedere schoonheid van Scverini'. kleurmozaiiek zal makkelijk wor» ! den gevoeld, evenals Viilons wecke kleur» suggesties, of de gedempte en gebroken ! toonwaarden van Daura. Zu'^ke werken behouden een zekere visuecle schoonheid. Maar veel machtiger en dieper vind ik dc composities van Kiipka. Zijn lijn heelt ecu zeer sterke spanning, een dynamische vaart, terwijl zijn .tralende of zwaargestcmde kleu.symphonicën onmiddellijk treffen. Tegenover dit strenge, sterke werk is Férals b'.cck-blauwc, grijze en mauve stilleven een uiting van lichte, nerveuze bewogen!,. luchtig-sierlijk. In Miro's visioen geloof ik niet; Galm doet mij cerebraal aan. ck-I. loss .1.-p. Grolti problematisch. Fernandez fijn. maar schraal en bleekjes; Survage heeftblijkbaar zijn beste werk thuisgehouden. Maar het sombere en rulle werk van Garcia, het kristalachtig verklaarde van Shwab. het ephemaire en spiritueel, van Tudundjian vertrouw ik onmiddellijk. Een dezer schilders houdt zich nog aan de natuurvormen: Campigli. Zijn vrouw voor den schildersezel kan als introductie dienst doen. Ongetwijfeld heb ik mij. naar het oordeel der .lem-i-lar-sten. afschuwelijk geblameerd, zoowel door mijn affirmaties als door mijn nei-alics. Het zij zoo! La critique nest qu vn monsieur.... Just Havelaar. --- HET VADERLAND NEDERLADNSCH-INDIE Telegrammen van 12 December. DE VEREENIGING VAN AMBTENAREN B. B. BANDO_.I.G. Net A.I.D. meldt, dat de Dir. van het Dep. van B. B. Mühlenleld bedankte als lid der Vereen, van Ambt. B. B. Ook de heer E. Gobee, wn. adv. voor Inl. Zaken bedankte, daar hij groote bewondering koestert voor de moedige houding van den heer Middendorp bij het mededeel.» van zijn overtuiging, ook al was de heer Gobee het met die meening oneens. (Aneta) * * * Net uittreden dezer beide leden is blijkbaar het gevolg van de» uitslag van het referendum, onder de Indische leden gehouden over de wen schclijkheid van het al of niet bedanken van het lidmaat*;.hap door het Volk.raadslid Midden» dorp. wegens diens optreden in en buiten den Volksraad. Zooals men weet sprak de vereeniging ziel, tegen het lidmaatschap van den heer Middendorp uit, waarna deze bedankte. (lied.) --- Theo Frenkel en L-iNv kinkelßouwmeester in „Een ondernemend meisje", waarvan het liotterdamLoh-HotLtad-Tooneel hedenavond alhier zijn eerste vertooning geeft. --- ZELFPORTRETTEN VAN VINCENT VAN GGGH ONTDEKT Het is algemeen bekend, dat tal van schilders, als een werk. dat zij voltooid hebben, hun niet meer bevalt, het over» schilderen. Bij Van Gogh gebeurde het zeer vee! Men kan op tal van doeken de vormen zien van het vorig schilderij. Het gevolg hiervan is. dal de verf gaat barsten of de lichte ondergrond door het donkere fond heen komt. Een particulier verzamelaar heeft nu aan den heer Traas, restaurateur van het Musi-un. Mesdag alhier, verschillende schilderijen ter restauratie gegeven. Ook een aantal studies op linnen, geplakt op karton, waren daarbij. Deze studies (een 2(!-tal) moesten op ramen gespannen worden, en dus van het karton losgeweekt. Bij drie studies uit den Brahantschen tijd van Vincent beeft cle heer Traas aan den achterkant zelfportretten van hem gevonden. Achter De aardappeleters en de Vogelnestjes zijn twee zelfportretten zonder hoed gevonden. De achtergrond is blauw; dc schilder draagt een lichtblauwcn kiel. de baard is bruin-geel en de haren bijna stroo-geel. Achter een stilleven is hel beste van deze drie zelfportretten te voorschijn ...komen. Hel stelt den schilder voor met cen grooten. gelen strooien I, .cd op. een bruii.-gcl.ri baard en ecu rosé gezicht. Ook bier is de achtergrond blauw. De zelfportretten zijn waarschijnlijk uit den Parijschcn tijd en het bezien, vooral nat met den hoed, zeker waard. Hei is een interessante ontdekking zonder twijfel, ___„- ►- • --- ITLIAANSCHE OPERA. Lohengrin. In Maart van het vorige jaar gaf het» zelfde gezelschap Lohengrin met een Franschen gast in de titelrol en Ferrari als dirigent. De laatste had toen den Ring in Amerika reeds achter den rug en slaagde er in, ook dit typisch Duitsche werk tot een succes op te voeren. We stelden toen na afloop de vraag, waarom aan Bcllussi niet de titelpartij was toevertrouwd. Hij was nl. jonger en zeker Uiterlijk beter partner voor Sara Scuderi, die een klassiek schoone Elsa in elk opzicht had geschonken. De auditie van gisteren echter zou ons voorgoed van een Italiaan» sclien Lohengrin kunnen genezen. Laten we niet te veel in. détails treden, maar. in het bilzorder. het eerste -bedrijf i werd een erbarmelijke 'persiflage. Wat daar vooral op koorgebied is gezondigd, was we! heel erg en v.armeer hel koor zich op het laatst van den avond wat geredresseerd heeft, is daarmee de totaalindruk niet uitgewi'c'-t. Het debuut van de titelrol zonder begeleiding was al even teleurstellend en het spijt ons te moeten toegeven, dat het inzicht der toenmalige directie juist is gebleken. Wel was Bcllussi een imponeerende verschijning, een prachtfiguur, zoo uit de sage getreden in zijn heldenwapenrusting, maar deze parlij bood hem nagenoeg alleen gelegenheid de schaduwzijde van zijn talenten naar voren te brengen. De Elsa van signorina Rosa Bardelli had wel ■■ bekoring, maar ook zij kon zich niet geven in het vreemde harnas en het er tegen . aanzingen, om het maar zacht uit te drukken, werd bij de beide hoofdpersonen een obsessie, zij het bij de Elsa in mindere mate. Stoer, prachtig van standen was de Ortrnd van Lucia Abbrescia. die aanvankelijk ook ten opzichte van de intonatie zeer gelukkig was. Zuiveren zang met fraai, warm timbre gaf eigenlijk alleen de Telramund'ignor Spartaco Marchi, die ons in het eerste bedrijf enorm heelt ingepalmd. Melnik als koning is als steeds waardig van actie, maar de partij biedt hen, zeker geen gelegenheid om zich voldoende warm er in te zingen, terwijl de heraut van Franco Franchi later meer volume gaf, maar toch ook weer niet bij een Piccioli haalde. De dames op de Bühne hebben soms de ensembles wat opgehaald, doch het Brautkoor b.v. werd een wedstrijd tusschen het onzichtbare dameskoor en Parcnli met zijn orkest, waarbij de dames voor waren en bleven. Waarom zoo matige voorbereiding, waar het nu eens een niet ltaliaansch werk gold? Want zelfs het orkest (houtblazers) vertoonde duidelijk zonnevlekken en slechts bij het duet van Elsa en Ortrud in II (waarin beiden trouwens op haar best waren) kon men een oogenblik zich ongestoord laten gaan op dit nog volkomen ongerept schoone orkestfragment. De kleuren van eerste en laatste bedrijf waren frisch en •dc helmen schitterend model, maar de orde leek minder dan anders en de pages waren dit keer ook al onfortuinlijk. Deze opvoering als geheel heeft de tecre muze van Wagner naar beneden gehaald, althans getracht dit te doen. Het volle huis klapte, zooals dat gebruikelijk is. E. P. D. --- Dr. M. Valkhof", die met een proefschrift over het oude Waalse!, aan de universiteit te Groningen in de Roniaansche filologie is gepromoveerd,, bereidt thans ce» studie over dc moderne Waalsche letterkunde voor. Het is zijn bedoeling, cc» overzichtelijk werk samen te stellen, dat een duidelijk beeld zal geven van de beteekenis der hedendaag.chc Waalsche litteratuur. Een dergelijk werk is tot dusver in geen enkele taal geschreven. Loms I-iér...!.. dc bekende Waalsche letter» kundige, journalist en politicus, heeft in dc Waalsche weekbladen en maandschriften een oproep gericht tot dc Waalsche dichters en prozaschrijvers, ten einde hen aan te sporen, dr. Valkhoff dc grootst mogelijke medewerking *!>. verleenen. — --- VEREENIGING VOOR KAMERMUZIEK. Strijktrio-Wolfsthal C.S. Ook een welkome afwisseling van de kwartet-ensembles. Nu echter een strijker minder, wat intusschen nog wel eens moer» der winst zou kunnen worden. De heeren Wollsthal, Hinmilh, Feuermann, die we individueel als eminente instrumentalisten kennen, vormen samen zulk een Streichtrio. Het strijktrio, kortweg trio genoemd, was een heel geliefde combinatie in den klaszieken en voorklassieken tijd, (denken we eens aan het bekende deuntje* Twee violen en een bas, bas, bas, met een strijkstok waar geen haar op was. da capo ad librium). Veelal had het de serenade» of diverlimenloidee. Twee van die strijktrio's stonden op hel program. Een van lïavdn, een van Beetho-. ven. Daartusschen, wel wat wonderlijk verzeild, twee duo's*, de Sonate voor viool en cel van liavcl, en een Duet voor alt en cel, van Beethoven. Met het eerste werd (een kwartier te laat) begonnen. Althans, zoo zal menigeen gedacht kunnen hebben. Echter is het ver» vangen (totaal onhoorbaar door den voorzitter meegedeeld) door een Strijktrio van Schubcrt, het eenige dal hij schreef (in Bes). Het heeft geen opusgetal, is een zeer zwak werk, en zou heel wel van een ander kunnen zijn (er werd vroeger op d«l gebied soms wonderlijk gescharreld en overgenomen, Handel bijv., enz.) Louterde speelwijze boeide: een superieur ensemble, in alles uiterst verzorgd en door en door muzikaal-warm en -geestrijk. Alle drie hebben prachtinstrumenten, vooral de viool van Woifsthal. Flesch' schitterende discipel, klonk overal even sonoor-welluidend. De temperamenten zijn kostelijk op elkaar ingesteld of aangewezen. Over het algemeen vond ik in enkele vurige forte-episodcn de cel van Fcuermann in verhouding wel eens wat te vol-ton ig. Dan komt in eens de a-mineur(.)3onale van Ravel'op de proppen. Van Ravcl? Het heet zoo, maar wie hoort er iets in van den componist van Ma Mère l'Oye, van de Sonatine, het Klaviertrio, de Rhapsodie voor orkest, de oude-nicuwe liedjes van Marot? 't Is een raadsel, hoe zoo iemand aldus kan afzakken als in dit broddelwerk. Hel is een penitentie, dal gekras aan te hooien, en waren er niet enkele nog niet gehoorde pikanterieën van klankeffecten, strijkerstechniek (!), dan zouden we de.e seniele aftakeling van composiloria'e vermogens (om wijlen dr. Kuyper te van-ieren) nog eerder naar de stille drukbladzijcle terug verwensehen, om er eeuwig te blijven sla» pen. Er was heel wat applaus (what is in 2. name. zou beter te veranderen zijn: in applaus?). W..s het méér dan bewondering voor de technische zijde, waarlijk schitterend genoeg, of blijdschap dal het uil was? Wie zal 't zeggen? Als er een ap.'au'dis.... rend schaap.... (pardon, niet kwaad bedoeld), maar zoo gaat het wel eens. Het Ductt van Beethoven (alt en cel) heeft ook geen opusgetal. Wel een door den componist-zelf genoteerd bijschrift „mit zwei obligaten Augenglasern', een scherts van Beethoven, als toespeling op twee kortzichtige musici onder zijn vrienden, die het te Wcenci, zouden spelen. Ricmann-Thayer geven als o*it*:.iai'.*tijd 1795 93; Bekker pertinent 1796: Altmann (in Die Mus-ik) zegt, dat het blijkbaar uit den lijd van Bonn (voor '92) stamt, en ik voor mij geloof dat zeer stellig ook. (Dr. Stem gaf het in 1912 bij Peters uit). Er komen c-.nige vrij duidelijke Bectho-cnianismen in voor, maar de ideeën zijn die van den doorsnee-componist van dien lijd. de factuur en de smaak zijn van een in vorm en stijl doorknced vakman. He» is één Allegro- Salz. vol concertante thematiek, vlotten geest en geestigheid, sierlijke overgangen, slanke tijcl-pathetick. boeiende schrijfwijze, nog zonder genie-.anken. Een dankbaar, prettig speelstuk, door Hinde-mal, en Feu..-mann in de perfectie gespeeld, met heel boeiende opvatting (bijv. vlak vóór de herhaling). Intusschen was het voor de Hagenaars niet geheel nieuw, want Swaap en v. Isterdacl hielde» liet al ten doop (en ik heb er toen uitvoerig over gesproken). Hei Duo van Ravc! (men .nu het in d i : geval kunnen noemen „mit zwei non-obiigatcn Augcngla.e.!.") viel heel wat minder in don smaak dan dit mit zwei obligaten dito, van Beethoven, dat naar behooren gewaardeerd is. Lest best, het eerste trio, van opus 9 van Beethoven. Ook een jong werk (van '96), dat de componist opdroeg aai, den Graat' Browne, „au premier _.!-'-__:•_ de sa Mu>c la meiücurc dc scs oeuvre-.." (het ging destijds vrijwel altijd ii, het Fransch). Beethoven verlustigde zich in dien' eersten Ween-chcn tijd sterk in al wat strijkenscmble was. De svrnphonicus zou er de vruchten van plukken (al dadelijk in cle Eerste, van 13(M). Al het jonge .*chepper**seluk, de nobele, onzwaarwichtige ernst, de barnemle geest, vol invallen en bouwvermogen. vol Icntcblijlicid en zomerwind, geestige stormen van perpetuum mobile, al die tronvaillcs en onbegrijp.lij'.c bchc-i-r.'ching van de groote lijn. al die jonge geesteskrachten van Lodewijk den Groote hooren we in dit levenslrissche en zeldzaam opwekkende opuscule. zooals die eerste Weener tijd er méér heeft zien geboren worden. En wat een volte en een volume met eL-ze twaalf snaren. Welk een finale, waar de o-lovcn-melodiecn et, dc perpetuum mobile» tinteling zoo verrassend afwisselen. D a t was de winst van den avond. Schil» terend van geest, van klank, zang, techniek en samenspel, was dc vertolking. Opgetogen de hoorder*. Het lange laten wacht.i, na de pauze was al weer vergeven. A. d. W. Het Residentie-Orkest geeft Woensdag 25 December (len Ke-r-tdag) een extra Be.Üiovenmatinc» in bet Gebouw, met den pianist Wilhelm Backhaus als solist. Het programma luid:: ouverture Lconore 3, .ie pianoconcert en 7« «)-mphonie, --- ZIJLICHTJES Het nabije Ideaal. We zijn er heusch niet ver at*- nog even volhouden en het ideaal is bereikt. Hei gaal om de laatste loodjes. En dan? En dan ? U vraagt.* en dan? Dan heeft iedereen ln zijn huiskamer 'n ingelijste reproductie van een of andere v. Gogh, of een.andere v. Ostade. Dan zijn we allemaal een beetje theosovig en een tikje anthropopulair. Dan eten en drinken we van louter kunstnijverheid. Dan kent de stomste ezel de plaats van Dostojefsk! in de Slavische litteratuur der laatste drie en een halve eeuw. Dan bezitten we allemaal '•rachtuito-avcn van Erancesco Gampana en hoe heet dat andere joch ook alweer? (— Bedoel je soms Mcrijntje Gijzen? -»> Red.) —• Hoe raadt U het zoo? — sG. E.) Dan zijn we allemaal lid en donateur van volksuniversiteiten en dergelijke genoot» schappen. Dan mankeert er niks meer aan. Dan hoesten we met een hand voor den mond en zijn we toegankelijk voor de geestelijke stroomingen van onzen materialist!» schen tijd. Ik zie het gebeuren! Het is op komst. Het is zéér nabij. De laatste spurt nog maar even doorzetten en alle leed is geleden. En dan? U vraagt: en dan? Als de heele mikmak heusch ethisch» ?.e-tl,etis.l>'ge-,.pular!se_rd i 5.... als alle mannen lage boordjes dragen en alle vrouwe» een hoog woord.. N0u.... dan is het ideaal bereikt. Dan nóg niks! Dan nög zullen er ezels en stommelingen zijn. pedanten, .choolvos.en, lastposten en ruziezoekers, kunstzinnige», propagandisten, vcrhevclingen en mispunten. En nóg zal er gezanikt worden. Hei zou niet helpen. Wij zijn en wij b I ij» ven vervelend. En bedilziek. En lastig. Vooral lastig. En een lastig mensch die zijn zin krijgt, wordt nog veel lastiger. En daarom is het misschien juist maar hee! goed. dat het nabije ideaal nog maar niet bereikt is! Garruli Filius. --- DE THIMIGS. Een tooneelspelersgezin. De tooneelspelersiam!''.. zijn langzamerhand aan het uitsterven. Vroeger had men ook in enz land namen, die op de theaterprogramma*' e.nig. eeuwen voorkwamen. Op het cogenldik behooren ze niet alleen tot de zeidzaamheden, maar merkwaardig is, dat geen nieuwe toencelfarniiies ontstaan. In de serie Biografieën, die Erich Weibergahl te L.i-'.i'g ui'-eeft. heeft Ar'hur Kahane over Theater ais Schiehsal einer Familie g-schreven, waarin hij de Thimigs aan een nadere beschouwing onderwerpt. Men heeft hier te doen met het verschijnsel, dat vier leden van één gezin aan bet tooneel verbonden zijn en wat nog eigenaardiger is. samen op één avond vóór het voetlicht gestaan he.__*n. Vcor den Nederlander, die niet .-.-e.» de grenzen van 'net toon.cl genoten heeft, zal de kennis van het spe! der 'tliini-igs zich vermoed.lijk beperken tot die van den jongsten z0.,. Hans, d:c eenig. jaren geleden met liet Burgtheater ais gast in verschillende stede-n is opgetreden en die zich toen deed kennen als een prachtige jeune premier. Voor het overige is . voor vele looneelbolangstellcnd-n de naam Thimig een klank gebleven (waren ze in het buitenland, dan hebben ze ben zeker, althans wanneer ze midden in het seizoen te Berlijn waren gezien*,, maar stellig dan één, die voortdurend terugkeerde en die in de meeste geval» len met waardeering werd uitgesproken. Kahane schenkt ons van hen (alleen de moe» der en een jongen Pritz zijn ni*t op de plan» ken gekomen, al vordt beweerd, dat deze laat» ste het grootste to.nee-h_l.nt bezit) een uit» stekend suggestie* beeld, waardoor het ons mogelijk is 0:15 in h-.-n spe! in te leven. Hij geeft ook zoo Ziiiver dc sfeer, waarin zij a-root geworden zijn. Eerst dat van den ouden llugo 'ih-mig. die één der kopstukken was van het zoozeer geroemde Burgtheater. Dc vi. comica heeft Hermann van hen, geërfd ei: Kahane laat we! scherp uitkomen welke overeenkomsten, maar co*- welke verschil!-n, ontsproten aan een andere generatie in beider spel waren op te merken. Naast en tegenover dit tweetal slaan Helene en Hans. Haar spe! is allicht bezonkcner en universeeler, het is misschien Lader verwant aan dat van de kunstenares elan aan dat van de coniediaiite. He: is meer ingestel,! op het psychologisch, dan op het fotografisch nauwkeurige en in die richting g^iat eveneens de aanleg van Hans. die eigenlijk pas m den aanvang van zijn carrière staat. Nollen noemen en voorbeelden geven is hier niet op zijn plaats, Wie één der Th'mig. ooit gezien heef! (wat was Hermann in dc Flcdcr» mans bij Keiüii.rdl aan bet eind van het vorig seizoen onverbeterlijk!, zal zeker met belangstelling naar Kabanes boek grijpen e» er menig gevoegelijk uur mee doorbrengen (de mieidende hoofdstukken bijvoorbeeld getuigen va» een oi.s vrijwel vreemde aan! v:ikelij!;lieid .» arbeid voor bet tooneel). Degene, die hen nog moet leeren kennen zal er machtig niater-.-'.-iï vind.ni (van Helene bestaat'een kleine studie van Fritz 3c!iwiefc7t) ter oriëntatie. De foto's, tezamen gevoegd achter den tekst, dragen bij tol verduidelijking van het ge-schre» "'"* E. X. Ter viering van het 25.ji.rig bestaan van da aldeeling Biissiin-. van '!oel-.k,i:ist zal op 21 dezer een uitvoering worden gegeven, waarbij o*., de e.percüe He Drie Kabouters van Hen» drik-a van Tussenbroek za! worden uitgevoerd, onder leiding van den directeur der school, den heer F.me.t W. .luider. Dc regie is in handen van oen heer R. J. spitz. naar wiens ontwerp nieuwe decors zijn vervaardigd. Lr is voor deze feestviering een eerecomitc • gevormd, waarvan dc burgemeester van Bus» "im. dc heer H. de Bordes, eerevoorzitter en { de wethouder van onderwijs, mr. A. Mooie.» t»ur«hi voorzitter i«. --- STEEDS MEER OOGEN LEZEN HET VAldeNl./^.*) -J-SPOOR HET STIJGEND AANTAt LEZERS.», --- IDAT Wil IEGGEN DAT DE RRI.S DER PUBUCITEIT GOE.KOOPER Wüi._. a !««**«*_«_«* r_U2 GELD VOOR DEN ADVERTEERDER l*********** ) --- EEN AANBOD VAN DN GEMEENTE BANDOENG. BANDONNG. De Gemeenteraad besloot met algemeene stemmen voorloopig een terrein voor den bouw van een departement voor justitie gratis .ia„ het Gouvernement aan te bieden Hierdoor zou Batavia vier ton bespaard worden. (Aneta) * * * _ Maar Batavia zou het Departement van Justitie misse». Zooals men weet, ijvert Bandoeng zeer voor de vestiging der departementen binnen deze genie.»*., terwijl Batavia de overbrenging naar de Bandoengsche hoogvlakte ongaarne ziet. (lied.) . --- DE HOFARTS GAAT HEEN. SOLO. De holarts van den Soesoehoenan van Solo Prawiro Winoto is eervol ontslagen, zulks naar aanleiding van zijn onjuist gebleken diagnose, dat de Ratoe ix-emas in gczegenden toestand zou hebben verkeerd. (Aneta) --- DE CHINEEZEN IN INDIË. Naar aanleiding van de uitlating van den pas vit China gearriveerde,, tandarts dr. Tan Po Sm schrijft dc Pernigaan een nauwkeurig aan het adres van baar land_eneoten.pranakans neer om niet te pogen in China een betrekking te zoeken. China heeft zelf al teveel !n!e!!...-ie.!e», academisch-gevorniden, die werkloc. moeten blijven, wegens gebrek aan een „baan". leder, pranakan uit In_ic. die in China zijn bood wil verdienen, zal daar beschouwd worden al. een concurrent en dus niet erg vriendschappelijk worden ontvangen. Trouwen., iedere pranikan in China leeft daar in herinnering aan Ind'ë. Hijzelf en de familie zitten te veel aai, Indië gebonden — vide het geval van dr. Tan zelf — om in China te blijven leve-.-. zij nicxten zich stee., voelen als in «en vreemd land. De band met Indië is te sterk. --- DE P.S.I. De redacteur te Batavia van het A. I. D. Meldt, da! in de Maleische pers thans de uit» slag wordt gemeld van een conferentie over de leiding der Partij Sarikat Islam, die in D.okja heeft plaats gehad. Tjokroaninioto wil met twee jaar verlof. In diicn tijd zou men gaarne dr. Zoekiman zien optreden. Vergissen wij ons niet. dan is dit dezelfde leider, die in Nederland dc aandacht op zich vestigde bij de uitgifte van het jubileumboek ele-r Perhimpccnan li.d_n.sia. Men wil Sn urn telegrafceren om te zorgen, dat hij uiterlijk einde December zorgt weer in Indi aanwezig te zijn om het congres te kunnen bijwonen. ---