EEN SUCCESBOEK VAN GROOTE BETEEKENIS! KUNSTGESCHIEDENIS DER NEDERLANDEN De eerste Geschiedenis der Nederland» sche en Vlaamsche kunst v. h. begin tot op heden, onder redactie van Dr. H. E. VAN GELDER en met medew. van 14 onzer beste kunsthistorici. Het werk is prachtig en royaal uitgegeven, omvat 580 pagina's en Is zeer rijk geïllustreerd met 12 vierkleuren repro» ducties en circa 300 illustraties tusschen den tekst. En de prijs? 't is ongelooflijk! -J M (luxe uitg. in kunst» 4a 22 leer »HOl geb. EEN VOORNAAM GESCHENK TEGEN EEN ZELDZAAM LAGEN PRIJS ! Voorradig in lederen boekhandel en uit» gegeven door Uitg. Mij W. H. HAAN N.V. Utrecht. --- EEN NIEUWE «OMAN VAN ! CONSTANT VAN WESSEM ' MARGREET VERVULT DE WET Geen vrouw mag dezen roman ongelezen laten en geen man Kan hem ongelezen laten Prijs f 2.15 ingen., l 2.95 geb. Verkrijgbaar in den Boekhandel Van l.«ghum Slaterus N.V., Arnhem --- Kunst en Letteren TOON KELDER Een romantisch sensitivtst Kunstzaal Martinus Liernur let speet ons te vernemen, dat de heer Liernur uit gezondheidsoverwegingen zich teruggetrokken had uit de Haagsche kunstwereld; maar zijn opvoler. de heer Aug. E*"fllnger. steekt In elk geval van wal met een tentoon» stelling, die er zijn mag. Het zou onmensche» lijk zijn te verwachten, dat alle volgende ex» posities op dit peil zullen staan, niettemin mag men hopen, hier ook lh de toekomst altijd goeds te zlen. - In het algemeen worden er immers hier ter stede te veel tentoonstellingen van middel» matig en beneden-middelmatig gehalte gehouden; slecht werk zlet men relatief zelden. maar het superieure, het uitzonderlijke, vormt een nog grootere zeldzaamheid) In deze moeilijke tijden kan van den kunsthandel niet worden verwacht, dat de post ons op een goeden dag verrast met 'n ulthoodlgingskaart voor een overzichtstentoonstelling van het ln Nederland bijna onbekend, in elk geval veel te weinig gewaardeerd oeuvre van laat ik zeg» gen Renoir of Ploasso. Maar waarom zlen wij hler nlet een maal per jaar om beurten de beste Amsterdammers bijv.? En hoevele Bel» gen van beteekenls zijn er niet, die toch zoo moeilijk niet te bereiken zijn en die hier hoogst zelden ten tooneele verschijnen? Inmiddels mag men op het oogenblik niet klagen, gezien dat Kelder bij Llemur zijn beste been heeft voorgezet en ook elders in de stad eenlge merkwaardige dingen te zien zijn. Reeds naar aanleiding der expositie by Van Wisseüngh op het llokin. waar veel van hetzelfde getoond Is geweest, werd opgemerkt, dat deze harde doelgerichte werker voortdurend wint aan zoowel kunde als fijnheid. Het werk blijkt voller en rijker geworden dan het een jaar geleden was, dit speciaal in plastisch, maar toch mede in cnlorlstlsch op» licht. Het mag niet meer dan een subtiel ver» schil zijn — hoe verder men komt. des te sub» tieler worden alle verschillen! — maar 2e thans aanwezige naakten zijn somptueuzer, dan het in 1935 geëxposeerde Bacchanale, en het 'portretje van mevr. Kelder overtreft stellig vorige portretten. Het laatste doek komt thans nog iets meer tot zijn recht dan b^j Van Wisseüngh. Kelder is een romantisch sensltlvlst. Toets en kleur zijn bij hem voür alles van betêékenis: het geestrijk, glanzend spel der behoedzame penseelvoering, en het zacht stroomend oppervlakteleven der kleurpartljen, dle koo zend in elkander overgaan en nauw merkbaavervloeien als dralend teere viooltonen. D Structuur wordt hieraan ondergeschikt gehou den, echler niet verwaarloosd. Het groote lig gende naakt bijv. Is even vast van bouw al het meer tastbaar plastisch behandeld pbrtietje van mevr. Kelder; meesterlijk zijn ii dit naakt de volle vormen gesuggereerd dooi middel van allerlijnste overgangen van kleur* toon. Men kan daarbij denken aan het weinibegrepen en toch zoo zinrijke woord van <*szanne: On ne devrait pas dlre modeier, on «levralt dlre mcdv ler. Is dé figuur. -Zlle verijling ten spijt, toch we* zenlijk plastisch behandeld, het kenmerkt dan echter Kelder, dat hlj dit naakt meer laat zweven dan liggen: de gestalte rust als op 'n wolk van breede kleurdampen, een poging van den schilder alle aardsche zwaarte op te heffen en het werk uit te tillen tot een ontij» «lelijk plan. In tegenstelling tot bijv. Lluyter, die meermalen met opzet het particulier aspect eener naaktschlldering doet uitkomen door gedeeltelijke toevoeging van kleedlngstukken en sieraden, of door accentueering van 'n realistische omgeving, wenscht Kelder het zin» nelijk element als droom te ervaren, In die male te doen vervluchtigen, dat enkel de geur der herinnering en de muziek van het verlangen behouden blijven. Deze gesteldheid doet in het zware zittende naakt (nr 0) eenigszlns Oostersch aan. In de compositie der beide naakten met flultspelend bokspootje (nr 7) eerder Engelseh. Het laatste doek treft namelijk door een intense, als irizeerende lieflijkheid, welke in het land van Galnsborough, Turner en Whistier vermoede» lijk sneller begrepen zou worden dan bij ons. Waren deze drie werken, waartusschen een keuze heel moeilijk lijkt, ook bij van Wisseüngh te zlen, nieuw zijn hier OH. een circustafereel (nr 16), een der doeken uit de reeks van Don «Huichotte (nr 14), en het kostelijk portretje van Renee, het jongste lid der fa» mille Kelder. Het schuchter afwachtend kinderportretje, om zoo te zeggen niets dan een blik, waar ook nog een neusje, een precieuse mond ais de kleinste aller knoppen, twee babywangen en een luchtig aangeduid lijfje blj komen, is charmant genoeg om ledere verdere uitweiding mijnerzijds overbodig te maken. Het boven bedoeld doekje van Don «lulchotte doet minder ironisch en tragischer aan. dan gewoonlijk bij dezen schilder 't geval ls; mooi werd de vermoeidheid van het paard uitgedrukt, haast realistisch beklemtoond tegenover de onwerkelijkheid van zijn ook geestelijk verdwaalden, schlmmlgen berijder. Tot slot mogen nog afzonderlijk de gulle rugstudie van Nenee in pastel en een oorspronkelijke compositie eener kruisdraging vermeld worden. Dc belangrijke tentoonstelling duurt tot 12 December. Jos. de Gruyter. **«>» Kelder. Nenee Kelder. (Kunstzaal Liernur'. TIEL. LANGS DEN DIJK „ALS MOEDER VAN HANS EN GRIETJE VERTELT." --- J. LODEIZEN BIJ d' Audretsch Van Lodelzens vorige tentoonstelling in dezen .unsthandel zal men zich herinneren, dat het verk toen klaarblijkelijk in een overgangstoe» »tand verkeerde van een strenge vormelijke naar oen meer vrije en picturale opvatting, waardoor het noch het een noch het ander scheen en 'n zeer on**ekere*n indruk achterliet, •"thans op mij persoonlijk. Het thans getoonde geeft opnieuw vertrouwen Ook nu verschillen de onderscheiden werken nogal aanmerkelijk, zlj vallen min of meer in twee groepen uiteen; maar wij mogen aan» nemen, dat de eene groep, een Dultsche. kleurig lineairs opvatting vertolkend, overwegend ouder van dagteekenlng zal zljn dan die stukken. waarin Lodeizen zich spontaner heeft laten «gaan in een naar 't monochrome geneigd colo» riet van gevoelig vale grijzen, grljsblauwen en okertinten. Deze latere werken, goeddeels met paietmes gedaan, zijn meer Fransch georiënteerd en zij doen levender aan; het starre, leerstellige, vaak meer harde dan werkelijk ge» spannene, dat in deze voortbrenging kon storen, blijkt er ln overwonnen. . Begrijpelijkerwijze komen thans nieuwe pro» blemen en moeilijkheden aan de orde. die nog niet overal geheel werden opgelost. Het zeestuk nr. 10 bijv. is verdienstelijk van factuur en breed gezien, maar men zou de kleur meer door» werkt, minder simplistisch wenschen. Misschien geldt dit mede voor het overigens loffelijk stilleven nr. tl. Een ander stilleven met boeken nr. 3 — oude romandeelt.es met verschoten gele omslagen en afleveringen van Gil Bias, in verfijnde achakeeringen tegen llcht fond ge» plaatst — bevredigt echter ook in colorlstlsch opzicht volkomen en mag zonder twijfel het beste doek heeten, dat Lodeizen tot dusver maakte. Wlj hadden een met zooveel élan ge» «laan schilderij niet aanstonds van hem ver» wacht, maar moeten toevoegen, dat het andere aanwezige werken nogal hard en nadrukkelijk doet uitkomen. Interessant, is mede nr. 7. waarin een vleugje van De Ghlrlco's bovenzinnelijk verlangen in overgewaaid schijnt. Het hier tegenover gehangen stilleven van groote kooien, op eén kozijn liggend en tegen een achtergrond van water afstekend, toont " duidelijk nog een aarzeling tusschen de boven bedoelde oude en nieuwe opvatting. De fiks voorgedragen kooien passen dan ook nlet geheel In de meer vlak en lineair behandelde omgeving, maar men twijfelt er niet aan. welk gedeelte van het doek het best is geschilderd en Lodelzens bedoeling het zuiverst weerspiegelt. De tentoonstelling sluit 30 «lezer. Jos. de Gruyter. --- WAT IS KUNST? De architect A. J. Kropholler schrijft ons: Al het bestaande tezamen Is een eenheid, die in God haar oorsprong vindt Het ls een mystieke eenheid. d.w^> die slechts realiteit heelt voor wie zich boven het lager-menschelijke kan verheffen. Het hoogermenschelijke bestaat juist ln dit bewustzijn. Het vindt niet alleen uiting in het Christelijk gebod van naastenliefde, doch even» zeer in het Brahmaansche ' „Tat kwam ast" dwH. „dlt zljt gij" (van alle medeschepselen gezegd) in he» Boeddhistisch verbod om eenlg levend wezen te dooden. in het menschelijk medegevoel voor het lijden van andere wezens, in de pogingen, dit te verzachten en in de reddingspogingen waarbij dikwijls het eigen leven geotterd wordt Is het medegevoel een intuïtieve en spontane uiting van het bewustzijn der mystieke eenheld van het al, ook de drang naar religie d. l. gebondenheid en Godsdienst Is een uiting van «Ut bewustzijn en ook het geweten is een al» menschelljke stem die voortkomt uit dit be» wustzijn. Tenslotte i» ook de kunst een Intuïtieve en spontane uiting van het bewustzijn der mystieke eenheid van het al. Is het medege» voel de onbepaalde vorm van dit bewustzijn, de religie de gebiedende, het geweten de voor» waardelijke. de kunst is de aantoonende vorm hiervan, zy toont on, in beeld in de eerst* plaats het hoogere in den mensch. datgene, «at hem tot de gemeenschap Gods doet behooren. Literatuur en tooneel, beeldhouw» en schilderkunst zijn hiertoe van de oudste tijden af de middelen geweest. In de tweede plaats toont de kunst ons de hoogere eenheid van alles, zelfs van het heterogene. Aldus geven de literatuur en tooneel b.v. de handeling of strijd der verschillende tegengestelde, maar in hel wereldbeeld als eenheid tezamen voorkomende karakters, de dichtkunst ook de persoonlijke gevoelens, belde steeds op het hooger-mensche* lljke afgestemd. Schilder, en beeldhouwkunst geven het als hoogere eenheid geziene van de voorstelling door de geheele compositie, in beeld of naar schildering door styleerlng. en In de schilderij door de gekozen of gefantaseerde lichtwerking, waardoor het kunstwerk zich essentieel onderscheidt van de op auto* matische wijze, bv. fotografisch, verkregen voorstelling. Ook de muziek en de bouwkunst zijn in de eerste plaats uitingen van het bewustzijn der mystieke eenheid van het al. evenals de andere kunsten in aantoonendcn. aanschouwelijker" vorm. Vandaar de in de muziek op velerhande wijze dooreengewezen figuren, karakters, die tezamen In al hun ulteenloopendhcld een een» held uitmaken. Vandaar in het bouwwerk de bonte mengeling van vormen welker bctecke* nis onderling geheel verschilt; waarvan de een louter praetlsch. de ander symbolisch, weer vele anderen elk op hun eigen verschillende wijze te verstaan zijn; en die toch tezamen het beeld eener ideale eenheid kunnen wekken. Aan het verstaan van hun zoo uiteenloopende beteekenls zijn reeds eerder eenlge artikelen in dit blad gewijd. 1) Het scheppen van kunst kan gestimuleerd worden door het Innig medeleven met een religie, doch ls ten deele ook een gave, hetzij als vluchtige, voorbijgaande „Inspiratie", hetzij als blijvende visie, waaraan alleen de groote kunstwerken ontspringen, die voortdurende en gespannen arbeid vorderen. Hun sterke innerlijke consequentie kan een bijzondere suggestie uitoefenen op den beschouwer of hoorder, die hem opheft in een sfeer waarin tijd. plaats en persoonlijke betrekkingen hun beteekenis verliezen. De zg. lichte kunst mist deze macht en is als een. veredeld, vermaak te beschouwen, weshalve men haar in de muziek of op het tooneel ook amusementskunst noemt De naam „profane kunst". Is eigenlijk altijd misplaatst daar de kunst juist het profane opheft en er een glimp van de eeuwigheid en daarmede een sprankje schoonheid aan geeft Zelfs de zg. lichte kunst verdient dus deze naam nauwelijks. Voor een zeer groot deel behooren de belangrijkste kunstwerken van het verleden tot de religieuze kunst d.WH. zij geven uitdrukking aan een geloofsleer. Daartegenover ver» toonen In onzen tijd juist vele religieuze voor» stellingen en gewijde gebouwen wel de bijzon» dere teekens eener geloofsleer, maar ademen een a-religieuzen geest Laten wij echter aan» stonds bedenken, dat het bulten de religieuze kunst geheel hetzelfde is. Een bitter klein ge» deelte van onze schilderijen, van de in onze steden aangebrachte beeldhouwwerken bv. zijn meer dan aardige gevalletjes, en missen het essentleele van het kunstwerk. Evenzoo is het gesteld met het meerendeel der bouwkunst» producten. Vanwaar overal die onmacht ln de kunst? Het leven is meer en meer eenzijdig op het verstand en de rede ingesteld. Ook de godsdienst ontkomt daaraan niet omdat hij zich tegen verstandelijke en redelijke aanvallen moet verdedigen, teneinde niet door school» meesterswijsheid te worden omver geloopen. Hierdoor hebben ook bij de beleving van den godsdienst verstand en rede meer aandeel verkregen, soms te veel aandeel: nJ. daar waar men den Godsdienst beoefent ais zoo en zoo doen (opdat alles later terecht kome) en niet met het hart beleeft. Aldus is het ook in de kunst. In de wereld is — wellicht nog meer dan vroeger — met praten alles te bereiken en wie verstand en rede nlet vlot weet te hanteeren. is maatschappelijk verloren, om het even, welken hoogen geest of kunst hij vermag te uiten. Wee ook den kunstenaar, die niet belde geestes-functles tevens als wapens in den strijd om het bestaan weet te gebruiken. Hij valt met zekerheid ten prooi aan de grillen en het wan» begrip der veelpraters, voor wie de kunst een jachtveld i» waarop zij met woorden als kogels, jagen ter bevrediging van eigen Ijdel» heid en hebzucht. Het zijn deze lieden, welke de wijsheid in pacht hebben en die slechts een onderscheiding kennen, n.l. modern of antiek. De geest van een kunstwerk is echter slechts die eener hoogere almenschelijkheld, ten opzichte waarvan geen modern of antiek bestaat, evenmin als hier van verouderen sprake kan zijn: het is voor de geheele menschheid en voor alle tijden. 1) Dezer dagen ln uitgebreider vorm ver» schijnend onder den titel ..Bouwkunst als levensuiting*. --- In dezen tljd van waardevermindering waar ledereen zijn geld zoo goed mogelijk wenscht te besteden, is het van nut te weten wat men met Sint Nicolaas cadeau kan geven., en wat ook nog waarde houdt, nadat het feest reeds lang weer Is vergeten. GOEDE BOEKEN: EEN GESCHENK VAN BLIJVENDE WAARDE l „BALLINGSCHAP". De nieuwste Pearl S. Buckl De geschiedenis van de moeder der schrijfster wier familie uit Utrecht komt en naar de nieuwe wereld ultwanderde. Ing. 2.15. geb. 2.90. „DE VEROVERAAR". Een boeiend levendig verhaal ult het Nederlandsche verleden; raak verteld door A. Uilt*. Ing. 2.15; gcb. 2.90. „MONSEIGNEUR". Een prachtig gegeven dat in een kerke» lijk milieu speelt, maar toch zonder uitgesproken kerkelijke strekking is. De schrijver is Doran Hurlcy. Ing. 2.15. geb. 2HO. ..PITCAIRN'I* EILAND". Het zoo pas verschenen nieuwste boek van de auteuren van de beroemde „Mui. terlj op de Bounty": Ch. Nordhoff en G. N. Hall. Ing. 2.15; geb. 290. «JO OF RENé". De ontroerende strijd van twee moeders om hun zoon; zeer frisch verteld en met een verbazende vaart geschreven door H. Westenberger. Ing. 1.75.. gcb. 2*50. U. M. LITERBO N.v. - AMSTERDAM --- Leo Visser Kalender Voor de l?e maal heeft Leo Visser een kalender ontworpen en in al die jaren heeft hij er kans toe gezien om een werk te leveren, dat het aanzien waard blijft Visser heeft zich steeds bepaald tot het styleeren van dieren en planten en hij deed dit zonder de vormen te verwaar. loozen. Bovendien is zijn kleur steeds frisch gebleven, zoodat men aan den wand een aan» genaam vlak krijgt Het gebrek in zijn kalenders — een fout. die hem door dogmatici zwaar wordt aangerekend — is. dat de dagen en cijfers niet zeer duidelijk zijn. Maar deze fout zij hem gaarne vergeven voor de wijze waarop hij zijn kalenderbladen gevuld heeft Ook voor 192? is Leo Visser gelukkig ge» slaagd. Niet alleen, dat dit jaar de kalender weer in het oude formaat van zes bladen ver» schijnt en één kleur meer. n^. goud heeft maar hU is bovendien goedlcooper dan verleden jaar. Het eerste blad heeft «en eenigszlns symbolische voorstelling: een Oostersche wijze en een aap op een olifant gezeten •— Wijsheid — Humor — Kracht — zijn de hoofdmotieven: links de zon. rechts de maan. De bedoeling van Visser is, dat wij door kracht wijsheid en opgewekt» heid ten slotte ult het duister in het licht zullen komen. De andere bladen zijn te zien al, dierverbeeldingen, die zich door kleur en «temming bij de jaargetijden aansluiten. Op het tweede blad een Lady Amherst-lalsaint tegen een buiige lucht, op den -«htergrond een troep herten. Het blad Mei—Juni geeft een groep tropische vogels n.l. bovenaan de Turkouis buul» buul, onderaan een glansspreeuw en in het midden Oranje troepialen. Op het vleide blad zebra's, op den voorgrond een pelikaan; op het vijfde blad een kroon» of Inca-kakatoe en op het laatste een kalkoen en eenlge ganzen. De uitgave is wederom van 8. Wier-ma v/l». j?eli*l *?. Adrahamson te A*«tei*ó'am. --- „EEN VOLKS-GRESHOFF" Nieuwe uitgave van des dichters complete poëtische werk Uitgebreid met belangrijke ongebundelde gedichten J. Greshoff, Gedichten. (Kaleidoscoopserle, A. A. M. Stols, Maastricht 1938) In de reeks Eolemprlse Is In 1924 het complete dichterlijke oeuvre van 5. Greshoff verschenen. Het was een fraaie en daarom niet al te goed» koope uitgave, die echter binnen enkele maan» den was uitverkocht. Zooals dit deel op zichzelf bewees, welk onrecht men Greshoff doet door hem voor te stellen als een soort leutlgcn grappenmaker, zoo bewees het succes van dit bock. dat de dichter in den besten zin van het woord een volksdichter genoemd mocht worden. Ik heb over dit begrip nog zeer onlangs uitvoerig geschreven en refereer mij daarom aan dat opstel. Greshoff is geen volksdichter, omdat hij concessies doet aan de populariteit, maar omdat hij, na begonnen te zijn als een „hemelsch** dichter, de „aarde" In zijn later, belangrijkste werk hervonden heeft. Over die tegenstelling van hcmclsche en aard» sche poëzie schrijft Vestdijk in de inleiding, die toegevoegd is aan dc thans in dc Kaleldoscoopreeks van A. A. M. ülols te Maastricht verschenen volksultgave van Greshoffs complete dichterlijke werken. Men kan het betreuren, dat onze beste poezlecrltlcus (lees zijn studie over Nijhoff in het laatste nummer van „De Stem"!) voor deze gelegenheid zijn aandacht niet wat concreter bepaald heeft bU Greshoff alleen; maar als karakteristiek li dit essay, zoodra het zich tot den dichter zelf bepaalt, niettemin moeilijk te verbeteren. Mogen in een herdruk, dle, naar ik hoop, spoedig noodzakelijk zal zijn. de scholastieke passages in deze inleiding worden weggewerkt; want wat dies ook zij. In dc spanning hemcl-ch* aardsch Is de geaardheid van Greshoffs gedichten uitstekend geformuleerd. In veel opzichten lijkt Greshoff op Hcine- hij zou vooral op Hcine kunnen lijken door de plaats, die hij langzamer» hand stellig in onze cultuur zal «zaan innemen: dle van den tot populariteit voorbeschikte--,, en door zijn inlclloctucelc rechtschapenheid tot slechts halve populariteit gedoemden dichter van het Nederlandsche volksgeweten. De nieuwe uitgave (voor een goedkoope editie uitstekend verzorgd) is meer dan alleen een herdruk van de uitverkochte. Zij bevat zoowel de gedichten, die GreshoU na 1024 heelt gepu» bliceerd in de tijdschriften als ook nog werk uit de vroegere perioden, dat in den eersten druk geen plaats vond. In de eerste plaats is een zeer belangrijke aanwinst voor lederen min» naar van Greshoffs poëzie de cyclus „Voces Mundl". dien ik beschouw als het beste werk van den dichter uit *Hn laatste, sociaal georiënteerde levensperiode. Zoowel den «volkstoon" als het bij Greshoff altijd aanwezige individualistische tegenmotlef vindt men hier in een prachtige synthese van gloeiende verontwaardiging en soms apocalyptische visie. Het pathos doet soms denken aan een strijdlied van Adama van Schcltema. maar hoeveel gevarieerder is Greshoffs persoonlijkheid! In dezelfde sfeer liggen de .Sruine Liedjes", gewijd aan de ..Wo» danstelgen in een leeren vest": De dood «Ne orde schept «telt paal en perk Ook aan uw haat. uw roes. uw Jederwerk. Want htl «Heen Is werkelijk sterk, veen naam ol voornaam komt er op uw zerk, Een nummer en een zinloos merk. Nieuw, «en individualistisch motief weer naast het meer sociale ..Voces Mundl", is ook de cyclus «Een Verloren Zoon"; ongetwijfeld de zuiverste openbaring van Greshoffs levenshouding. Want ook hier weer het tegenmoUef der mcnschelijke broederschap: Vaar lk mlj I» verlies en herontdek: Nomade**, broeders op den grooten trek Tot vrijheid onherroepelijk besloten. Want zonder die Is alles katlendrekl En overal herken Ik lotgenooten Moge deze uitgave nog spoediger uitverkocht **ijn dan de eerstel En moge Nederland lang» zamerhand gaan beseffen, welk een sterke en vooral warm-menschelijke persoonlijkheid het bedt in dezen Janus Blfrons op de grens van gemeenschap en individu! M. i. B» d LytM^fj^ --- Nederlandsche Serie-uitgaven De Ulenreks. In de sympathieke reeks kleine boekje», die zich uitstekend leent voor een kort verhaal of een korte beschouwing, en dle onder den naam Ullenreeks zich reeds een goeden naam heelt verworven (uitgave Bigot & van Ros-um, Amsterdam) zijn weer eenlge nieuwe deeltjes verschenen. Vooreerst Een Ktnd van Uncle s*am van C. 5. Kelk. een novelle zonder pretentie geschrevan: van dezen auteur verscheen in dezelfde serie reeds eerder Variatie op het Thema Vrouw. Vervolgens zag het llcht een religieus getint bundeltje van Tony de Ridder: Van den Akker. --- DE HERMENEUS-SERIE. BU H. **. Pari, te Amsterdam begint een reer aantrekkelijke serie te verschijnen, dle klassieke teksten brengt naast een Nederlandsche vertaling: de «ermeneus-serte. De twee eerste dcc» len. die het Ucht hebben gezien, zijn typografisch uitstekend verzorgd en voorzien o. I. in een behoefte. No. 1 brengt een uitgave met vertaling van den Christelijken apologeet Uarcus «lnueius Feil», ingeleid en bewerkt door dr l». H. Damste. Als no 2 bewerkte dr H. Wagenvoort volgens hetzelfde systeem Dlvl Claudlt Apoeoloeyntosts van 3eneca.de apotheose («verandering tn een pompoen") van den leeg» hooldigen keizer lTlaudlus (41—54). Een reeks, dle voortgezet moge worden! Zoowel de gedachte, dle er aan ten grondslag ligt. als de uitvoering verdienen het --- DE LIBELLEN-SERIE. ****) vermeldden onlangs al een bloemlezing uit het werk van Jacobus Revius. In de LI» bellenserie (Bosch Sc Keunlg. Baarn, ver«ebenen. De aandacht verdient ook een bloemlezing uit de gedichten van Dirk «*.amphuy-en. samengesteld en ingeleid door dr K. Heeroma, en «e» yens een nieuwe (ml«ehier. minder noodzakelijke) bloemlezing uit de poëzie van Oerbrond Adrlaensz. Bredere, dle dra M. C. Schenk verzorgd heeft --- GEMEENTEMUSEUM. Het programma van het Gemeentemuseum in do volgende week luidt: Woensdag 25 November te B*4 uur: Speciale rondleiding Muzlek-Historische Afd. met 't, mannenzangver. „De Vereenigde Zangers*'. Alg. rondleiding Historische atdeeling. Lezing «foor don heer Henri Gil-Marcne**. leeraar aan de „Ecole Normale de Musir-uc" e parijs, over „De Muziek in Japan" toegelicht door gramofoonplaten en lichtbeelden onder auspiciën van de vereeniging van Vrienden dor Aziatische Kunst Bezoekers van het Museum bobben tot deze lezing gratis toegang. waterdag 28 November te 3 uur: Algem. rondleiding Muzlek-Hlstorische Afdeeling. ---