Tweede Blad. Binnenlandsch Nieuws. Het voorloopig verslag over „et wetsontwerp tot verhooging der Indische begrooting voor 1830 ten behoeve vanden aanleg van een spoorweg tusschen Madura en Soerakarta ziet het licht. Daaruit blijkt, dat enkele leden ér, met het oog op den tegenwoordigen toestand der Indische geldmiddelen, bezwaar in zagen om bet op de laatst vaslgesielde Indische begrooting voor spoorwegen uitgelrokken bedrag nu reeds weder tè verhoogen. Die begrooting, zeiden zij, sluit met een niet onaanzienlijk tekort, hetwelk, als het tegenwoordig wetsontwerp tot stand kwam, nog weder met omstreeks zeven tonnen gouds zou toenemen. Geen ander middel tot dekking van dit tekort wordt voorgedragen, dan het middel van leening, waardoor volgende begrootingen met posten voor rentebetaling en amortisatie zullen worden bezwaard. Ook met het oog op de moeielijkheid, die men in Indië met opzicht tot het heffen van nieuwe belastingen ondervindt, werd behoedzaamheid in het toestaan van verhoogde uitgaven aanbevolen. De meerderheid deelde dat bezwaar echter niet, wel bestaat er op de loopentle Indische begrooting een te kort van 2 a 3 millioen, maar als men van het totaal bedrag der geraamde uitgaven die voor de havenwerken te Batavia en voor de Indische spoorwegen aftrekt, levert de bedoelde begrooting een overschot op de gewone middelen op van ruim ƒ 8.000,000. Voor het tot stand brengen van zulke nuttige 'openbare werken worden in alle andere landen leeningen aangegaan. Nederland behoeft daarvoor niet terug te deinzen. Het crediet van den Staat is zoo goed gevestigd, dat het ten allen tijde tegen 4 pCt. rente leeningen kan sluiten. Ofschoon dus de meerderheid tegen het opnieuw beschikbaar stellen van gelden voor Indische spoorwegen niet opzeg, toonden eenige leden zich met het thans gedane voorstel niet ingenomen. Er wordt daarbij uitgegaan van het denkbeeld, dat het als van zelf spreekt, dat bij uitbreiding van het spoorwegnet op Java alleen Staatsaauleg in aanmerking komt, terwiji dan toch tot nu toe zoodanige wijze van aanleg alleen bij wijzs van proei'is ondernomen. De wetgevende macht heeft tot hier toe omtrent het voorkeur geven aan Slaat-exploitatie nog nimmer eene bepaalde beslissing genomen. Van die zijde bleef men het betreuren, dat het in liet najaar van 1877 opgeheven Kabinet tot de afstemming door de Tweede Kamer beeft medegewerkt van de toen aanhangige contracten met de Nederlandsch- Indische spoorweg-maatschappij. Deze leden meenden dat die afstemming ten onrechte was geschied, en dat het financieel beter voor den Staat zou zijn geweest aan de verleende concessiën gevolg te geven. Ter beoordeeling van dit ontwerp wenschte men te worden inge-' licht omtrent de financieele resultaten, door den Staatsaanleg en cle Staatsexploitatie der Indische Spoorwegen verkregen. Ook deed men de vraag of de lijn Mathoen—Soerakarta wel het eerst in aanmerking moet komen'? Verscheidene leden geloofden dit niet, maar zouden daarom hunne stem aan het ontwerp toch niet weigeren. Anderen kwamen er tegen op, dat de aanleg dezer lijn reeds bij vroegere gelegenheden, ook van de zijde der Kamer, in beginsel was beslist. Verscheidene leden vereenigden zich niet met de bezwaren tegen de voortzetting van de stamlijn. Men vreesde dat de in de residentie Madioen gelegen suikerfabrieken weinig van den nieuw ontworpen spoorweg gebruik zullen maken. Over de richting van den ontworpen spoorweg droeg men verschillende beschouwingen voor. 24 April. ïïi.i Z. M. besl. is aan C. Budich, op~verzoek, eervol ontslag verleend als consul der Nederlanden te Santos; is A. Zerrenner, benoemd tot vice-consul der Nederlanden ter gemelder plaatse, in die hoedanigheid door de Brazüiaansche Regeering erkend; — is benoemd tot directeur van eon der Rijkstelegraafkanloven J. H. L. Offerhaus, telegrafist 2de kl. De luit. der zee le kl. F. J. Stokhuyzen, behoorende tot de rol van Zr. Ms. wachtschip te Willemsoord, wordt op nonactiviteit gesteld. Met ingang van 25 dezer zal het Rijkstelegra of kantoor te Eindhoven op Zon- en feestdagen open zijn: van 9 tot 10 uren voor- en van 1 tot 3 en van 7 tot 9 uren namiddags. Bij Min. beschikking isde aanG. Dekker te Dordrecht verleende vergunning voor een stoomsleepdienst op de stroomen, rivieren en kanalen in Zuidhoiland, Utrecht en Gelderland, uitgebreid op de rivieren, stroomen en kanalen in Noordbrabant, Limburg, Noordholland, Utrecht en Overijsel, waar sleepbooten worden toegelaten. Naar wij vertieraen worden, in vertod met de op I°. Mei a. s. in werking tredende reorganisatie van het Departement van Oorlog, benoemd tot adjudanten: van den inspecteur der artillerie, de kapitein der artillerie Callenfelsj van den inspecteur der cavalerie, de ritmeester Rijnbende, on van den inspectenr der genie, de kapitein der genie André de la Porte. (N. R. Ct.) De Minister van Oorlog heeft machtiging verleend om de vergunning tot deelneming aan de haringvisscherij ook toe te staan aan de verlofgangers der militie, die vóór hun inlijving het beroep van zeevarende niet hebben uitgeoefend en zich niet hebben aangemeld om bij de zeemilitie te dienen. Bij Kon. Besluit is aan hetgemeentebestuur te Maastricht ontheffing verleend van het oprichten eener burger-dagschool tot het einde van 1882. Tengevolge eener wijziging van-den schoenerdienst tusschen Curacao en St. Thomas zullen de brievenmalen, welke den Isten van elke maand Uit Nederland door middel van de uit Southampton vertrekkende Britsche pakketbooten verzonden worden en omstreeks den 15den van elke maand te St Thomas aankomen, eerst den 25sten van daar worden afgehaald en alzoo 10 dagen later dan tot dusver te Curacao worden ontvangen. Met Mei aanstaande zal eene nieuwe lijn-van Fransche pakketbooten in werking komen tusschen Réunion, Mayotte en Nossi-Bé, in aansluiting op den dienst der pakketbooten van Aden naar Réunion en Mauritius. Daarentegen wordt de dienst der Britsche pakketbceten van Zanzibar naar Mayotte en Nossi-Bé opgeheven. De verzending der brieven en verdere stukken voor Mayotte en'Nossi-Bé geschiedt alzoo in 't vervolg uitsluitend langs den weg van Napels en verder met de Fransche pakketbsoten. De verzending uit Nederland heeft plaats Zaterdag 1 Mei en vervolgens des Zaterdags om de vier weken per trein Rijnspoorweg 7.15 's morgens van Amsterdam. --- Van 't Haagsche Binnenhof. 23 April 1880. Gelijk to voorzien was, liep heden de discussie in de 'tweede Kamer voornamelijk over art. 3 van het wetsontwerp, houdende nadere bepalingen omtrent den accijns op de suiker, d. i. over de vraag: welk middel van onderzoek naar 't gehalte zou worden aangewend in geval van twijfel omtrent de juistheid der kleur als maatstaf van aanslag in den accijns? Zelfs de algemeene beraadslaging werd door die alles beheerschende vraag nog een wijle gaande gehouden. De lieer Mees, die in een even keurige als gromlige rede de quaestie duidelijk uiteenzette, luceclariu.s aantoonde dat het algemeene misbruik —algemeen zoowel hier als elders — om aan cle suikers een kleur te geven als van een mindere soort, ten einde een lageren accijns te betalen, moest worden gekeerd èn om de Javasuiker weder naar onze markt te leiden, èn cm de beetwortel-suikerraffinaderijen in stand te houden, èn om der schatkist haar rechtmatig aandeel in de winsten der suiker-industrie in den vorm van accijns te verzekeren, de Heer Hees betoogde dat daartoe noch liet stelsel van sacbarimetrie noch de exercice in aanmerking konden komen, zoolang wij het premiën „telsel niet konden verlaten, wat thans het geval was. Het typen-stelsel moest dus behouden, maar verbeterd worden. En z. i. geschiedde dit door bet ontwerp der Regeering. Geen wonder dat de Minister van Financiën den spreker voor zijn krachtige verdediging oprecht dank betuigde — oprechter naar wij met alle bescheidenheid geiooven — dan de Heer Heijdcnrijck 't den Minister deed, die hem van dwaling had trachten overtuigen, door 't betoog dat hij geen suikersoert, welke ook, boven eenige andere trachtte te bevoordeelen en door 't herhalen dat alleen het weren van kwade praktijken, van het vermommen van goede als mindere suikers zijn doel was. Uw wetsontwerp gaat echter verder herhaalde de Heer Holtzman ook heden ; — het schept een volkomen onzekeren toestand omtrent het klasseeren der suikers naar kleur of gehalte, en die onzekerheid is nadeelig voor de industrie. De misbruiken te keeren door herziening der wet van 1865 was goed, mits de wet er beter door werd en aan de industrie zekerheid werd gegeven. Om die zekerheid te geven had de Heer II llzman op artikel 3 — de beide eerste artikelen werden na de sluiting der algemeene beraadslagingen, zonder discussie of stemming goedgekeurd — een amendement voorgesteld, strekkende om het onderzoek van het gehalte — door het wetsontwerp ter regeling overgelaten aan oen algemeenen maatregel van inwendig bestuur — te doen geschieden naar de bij den handel gebruikelijke methode van titrage, met dien verstande dat de gehalten van het laagste en hoogste nummer van elke klasse van de stand-monsters van goede gewone Java-suiker naar . die methode bij Kon. besluit, in overleg met de com- - missie, in art. 35 der wet van 1865 bedoeld, vastgesteld zouden worden. Inderdaad werd daardoor zekerheid, verkregen. Maar de Min. v. Fin. was van gevoelen, dat indien de maatregel van inwendig bestuur, tot regeling van de wijze van enderzoek naar 't gehalte, binnen 2 jaren na 't in werking treden van dit ontwerp, aan de bekrachtiging der wetgevende macht werd onderworpen, de waarborg voor den handel even groot was. De heeren Scliimmelpenninck, De Bruyn Kops en van Stolk waren vaneen ander gevoelen; zij meenden allen dat de bevoegdheid die de Reg. bier aan ambtenaren van den fiscus gaf, om naar willekeur te handelen bij den aanslag, en nu eens de kleur, dan weder 't gehalte der suikers tot maatstaf te nemen, gevaarlijk, het regeeringsvoorstel onaannemelijk was. Doch terwijl de Heer Scliimmelpenninck meende.datmen door 't amend. van de Scyïla in den Chorybdis verviel, en dat alle bezwaar zou wijken als.de Min. over den uit, te vaardigen maatregel van inwendig bestuur de Kamers van Koophandel raadpleegde, — ondersteunden de beide andere sprekers het amend. ~ Holtzman,"wijl daarin alleen een waarborg lag, dat de Regeering een middel zou toepassen, dat overal bij den handel bekend is, en niet de methode van Yon Soheibler-Gunning, waarop de Min. 't oog scfee hebben en die nergens wordt toegepast, ook al hebben er, te Gharloitenburg, ep last van clen Duitschen Rijksdag, proeven meè plaats gehad. De Minisier vereonigde zich met 't denkbeeld van den Heer Scliimmelpenninck, om de Kamers van Koophandel'over den maatregel van inwendig bestuur te hooren; maar tegen liet amend. Holtzman bleef hij zich verzetten, voornamelijk op grond dat het titiage-stelsel niet afdoende is om het zuiver rendement van de suikers na te gaan en zeer verschillend wordt toegepast, terwijl, werd dit systeem eenmaal wettelijk vastgesteld, gemakkelijk een middel kon worden ge ronden om clen fiscus toch te misleiden, door nieuwe kunstbewerkingen; bezwaren, die intusschen, gelijk de Heer Holtzman terecht opmerkte, altijd bleven bestaan en elk systeem aankleefden. Dit was zóo waar, dat de Heer Schimmelpenninck op grond van dit motief voorstelde, om dan ook niet binnen twee jaren tot een wettelijke vaststelling- van de methode over te gaan. Het slot van al deze beraadslagingen — door tal van technische bijzonderheden en leek'enopmei"kingen, gelijk de Heer Scliimmelpenninck zijn vertoogen zelf noemde, »gekruid« — was, dat het amendement van den Heer Holtzman met 40 tegen 23 „temmen werd verworpen, en art. 3, zooals de Minister het had gewijzigd, aangenomen met 47 tegen 17 stemmen. Het amendement" van den Heer Schimmelpenninck, om den algemeenen maatregel van inwendig bestuur niet bmnen_twee jaren bij de wet te sanctionneeren, werd met 47 tegen 18 stemmen verworpen, en 't geheeie wetsontwerp, waarvan de invoering op 1 Januari 1881 of op een vroeger bij Kon. besluit te bepalen tijdstip werd vastgesteld, aangenomen met47tegenlBstemmen. Maandag is de Bastert-quaestie 't eerst aan de orde. --- Schoolnieuws. Blijkens het verslag omtrent den toestand van het zeevaartk. onderwijs te Schiermonnikoog over 1870/80, was het getal leerlingen inde laatste maanden van '79 aanmerkelijk minder dan in'7B. Oorzaken daarvan zijn het blijven doorvaren van vele zeelieden, gedurende de wintermaanden, alsook de verminderde ambitie tot het afleggen van stuurmans-examens, welke tegenwoordig door de Rïjks-commissie met meer gestrengheid dan vroeger worden afgenomen. Bovendien heelt de leeraar strengere eischen gesteld wat betreft de kennis van wiskunde en aardrijkskunde voor hen, die de stuurmanskunst wenschen te leeren, waardoor velen, die gebrekkig lager onderwijs hebben genoten, zich terugtrekken. De leerlingen, wier getal gemiddeld 30, in 't geheel 51 van 13—26 jarigen leeftijd bedroeg, maakten goede vorderingen en hun gedrag liet niets te wenschen over. In April werd door twee leerlingen het examen van 2en en 3en stuurman groote vaart met gunstig gevolg afgelegd. Wegens beperktheid der gemeente-flnancien moesten sommige leermiddelen achterwege blijven. Over het onderwijs van den leeraar-directeur, den Heer IL Prakken Jz., bestond alleszins reden tot tevredenheid. De school wordt gesubsidieerd door het llijk met ƒ9OO, de provincie Friesland met ƒ5OO en door den heer mr. J. E. Banck met ƒ2OO jaarlijks. De Raad der gemeente Ginneken heeft de jaarwedden van de hulponderwijzers aan openbare scholen in die gemeente herzien en voor ieder hunner vastgesteld op ƒ5OO. Uitslag der akte-examens voor het lager onderwijs. Friesland. Hulponderwijzer. Geëx. 16, toegel. 8: M. Kluwer, te Heerenveen; J. F. Kramer te Sneek; H. Kuperus, te Steggerda; S. Maurits te' Grouw; P. v. d. Meiden, te Sneek; I. A. Reitsma' te Dokkum; M. Schilstra, te Heerenveen; K. Sijblin^' te Hee'g. Wiskunde. Geëx. «>, teegel. G: S. Osenaa, in d. Schrans bij Iluizum ; J. Timmer en A. Weber, te Wolvega; I. Zijlstra, te Nes (Westdongeradeel); mej. G. Klaasesz, te Leeuwarden; G. I. Piso, te Tjalleberd. --- Kerknieuws. Ned. Rerv. Kerk. Beroepen: naar Eet hen en Drongelen C. v. Dis, te Westmaas; — naar Andijk J. A. F. Sperna Weiland, te Bergeik ; — naar Ovezande .1. 11. Guldenarra, 1e de Yuursche;— naar'sGrevelduin Capelle j. M. C. 11. Mond,-te llijlaard; — naar Heinenoord dr. A. Kuyper, te Amsterdam. Redankt: voor Groote Lindt en Heer Oudelandsambacht dr. J. G. W. Muller Massis; — voor Waspik J. C. de "Vijver, te Scheveningen; — voor Delfshaven P. C. v. Oosterzee, te Enschedé. Aang en o m en: naar Pijna c k e r (t o e z.) E. van Kle! ï'ens, te Drogeham. Zestal: te Joure J. v. Be 1 kum, te Varik; S. R. de Boer, te Ferwerd ; A.H. den Boer, te Muiden; A. Guldenarm te Nieuwpoort; 11. ,1. ter Haar Romeny, te Wichrnond; D. C. Thijm, te Makkum. --- Gemengd Nieuws. Voor do uitrusting der Willem Barenis zijn ten geschenke aangeboden een kist glycerine zeep door den Heer G. Gooi, te Sneek, en de benoodigde waskaarsen door de koninklijke fabriek van waskaarsen, te Amsterdam. Op de door de Ontvang- enßetaalkas te Amsterdam opengestelde inschrijving op 1000 aandeelen a ƒ 1000 in het kapitaal harer vennootschap, is ingeschreven voor ƒ 041,000, krachtens recht van preferentie, en voor ƒ „,$72,000 niet preferent. Men schrijft ons uit 's Hage d.d. 22 dezer: Het was mooi weder .hedenmorgen en uw verslaggever had niets te doen, zoodat ik al niet beter .e verrichten wist, dan als echt Hagenaar in den wind te gaan wandelen en de schoone prachtige omstreken van 's Hage te bewonderen. De Haagsciie lucht, ik woon aan de Veenkade, is nog geuriger dan de Arasterdamsche op een warmen zomevschen achtermiddag, ingeademd op de grachten waar men niets van bet Liernurstelsel weten wil; ja, in geurigheid doet ze veor de lucht achter de Vondelstraat è. costi niet onder. Ik ben dus gaan wandelen, en wel op zoodanige wijze, dat ik aan de pret van windbappen tevens de aangename bezigheid verbinden kon, om stof le verzamelen voe»r een briefje aan liet N. v. d. Dag. Op den nieuwen weg naar Scheveningen hoort men, aan de nieuwe brug gekomen links, de heerlijke tonen en prachtige slagen van den nachtegaal, die reeds in een kreupelboschje gezeten, zijn slag hooren laat als loktoon aan zöu wijfje, dat met het schoone weder niet lang op ;Jeh wachten doet. Of men hoort den leeuwerik zijn vredelied zingen in tegenstelling van de geluiden rechts bij de brug, die niet anders zijn dan het sissen der kogels, afgeschoten door beoefenaars van het spreekwoord: »Si vis pacem parabellum». Het. schijnt dat de vogels nog niet genoegzaam ontwikkeld zijn om de volle waarheid van het spreekwoord te begrijpen, want over de brug de duinen ingaonde, was bet eenige leven wat Ik in een kwartier tijds zag een verdwaald konijn, dat onmiddellijk he pad van zijn vluggeren stamgenoot koos. Steekt men dwars de duinen door, in de richting van de waterleiding, die alleraardigst gelegen is, dan komt men op het strand juist op cle plek waar andere vreelebocefenaars, doch mot zware kanonnen, in het zweet huns aanschijns den vrede helpen verrekenen. Gaan wij thans iiet strand op naar Scheveningen. Op de duinen aan cle massa hotels zien wij dat ook menschen da verkondigers ven rien feanaenden zomer kunnen zijn ; allerwege wordt gewerkt om het den verwachten badgasten zoo aangenaam mogelijk te maken. De duinenrug wordt langzamerhand een gelijkmatig plateau, en het vele aanbouwen doet zien dat Scheveningen het visscherskleed verwisselt met het voorkomen eener voorname badplaats. Beneden op het strand heeft men een gezicht dat den verbaasden stedeling geruimen tijd doet staren van verwondering. Er zijn een zestigtal schuiten met versche visch aangekomen, en alle^liggen zoo nabij het strand, dat de visschers loopende van en naar de schuiten kunnen komen. De vangst, vertelde men mij, was zeer goed geweest; in een paar dagen reis was zooveel gevangen dat van ƒ 40 tot ƒ 60 besomd werd. De schuiten liggen allen naast elkander met den achtersteven naar het strand gekeerd. De visschers, met een mand op de schouders en met hoog opgestroopte broeken, loopen tot de heupen tegen de golven in, alsof wij Augustus in stede van Apiil schreven. De visch wordt uit de schuiten gehaald en op het strand in hoopjes neergelegd, om daarna beurtsgewijze te worden afgemijnd. Deze wijze van verkoopen levert een allerkoddigst en tevens interessant gezicht op. Rondom elk hoopje visch verzamelen zich de koopers of liever koopsters, want de meeste zijn vrouwen. In het midden staat een gewichtig persoon; het is de afslager. Met den meestmogelijken tact, ik geloof dat zulks voor deze betrekking noodig is, bewaart hij tevens rust en orde. In de rechterhand een maarschalksstaf of afslagstok, geverfd met de stedelijke kleuren, wordt de hoop aangegeven die verkocht worden zal en daarna begint hij af te roepen met eene zoo verbazende vlugheid, dat het voor oningewijden onmogelijk te volgen is. Wordt „mijn. geroepen, dan weet hij steeds wie de koopster is, en voor hoeveel, niettegenstaande hij in de tijdruimte, die noodig was om het woord »mijn« uit te spreken en zijn trommelvlies aan te doen, reeds drie of vier getallen is verder gegaan. Het krioelt letterlijk van menschen op het strand, en de velo eigenaardige uitdrukkingen geven ruimschoots gelegenheid om een diepen blik te slaan in bet gemoedsleven dezer van de zee levende vischachtige natuurgenooten. Op de achterstevens van de schuiten ziet men verschillende merken, een zwaantje, een hart, ster, vierkant wit of roode plek enz., naar het mij voorkomt de eigendomsmerken van de maatschappijen. Alle schuiten echter dragen een spreuk, en de aard dezer spreuken, meestal bijbelsche, doet denken, dat het gevaarvolle leven eenzeer godsdienstigen zin opwekt. De zedelijkheidszin der Scheveningsche j onge dames laat, naar ten minste het me voorkomt, notr a"l te wenschen, afgaande op de gevoerde gesprekken. Zoo men eene dezer geed gevormde schoonen iets vragen durft bestaat er veel kans een antwoord te krijgen, waarvan uwe Amstei .lamsche cornetdragende- straatmeisjes eene kleur zouden krijgen, en de'antwoorden, die in het genre zelfs geestig zijn, gegeven op een fatsoenlijke, soms ernstige vraag, doen maar al te zeer zien dat het schoone geslacht, dat altijd meer schuchter is dan wij, te Scheveningen aan beschroomdheid niet mededoet. Nog vóór mijn vertrek gebeurde een droevig ongeluk. Bij het opwinden van een schuit schoot de vijzel los en geraakte een jonggehuwd man onderde schuit; de ongelukkige was onmiddellijk dood en de ontsteltenis was verschrikkelijk. Op den terugmarsch naar den Haag door het prachtige dorp en langs r'en ouden weg ziet men rechts het "Victoria-hotel, dat van eigenaar is veranderd en waarvan de exploitatie dus in andere handen zal overgaan. Zeker herinneren velen uwer lezers zich de prettige oogenblikken aldaar in het café, de skating-rink enz. te hebben doorgebracht, en zal het dan cok velen genoegen doen dat het b.ótel in goede handen gekomen is. lederen avond zullen, zoodra het badseizoen begint, voorstellingen worden gegeven, en van af 1 Mei is er onderricht in het schaatsenrijden op rollen. Thans ben ik in den Haag terug, de lucht is er even geurig als hedenmorgen, maar schijnt me toe ongelukachtig (Haagsch bijv. naamw.) te zijn. Gisterenavond is een oud man onder een rijtuig geraakt en bekwam verschillende verwondingen aan armen en heenen. Heden viel een metselaarsjónaen van het dak en is zwaar gewond naar het gasthuis gebracht. Gisteren wilde een weggejaagd werkman van de fabriek van de hh. Enthoven & C°. zijn patroon vermoorden met een «houten» dolk, doch ging op den loop; heden is de messtekende bediende uit de Witte Sociëteit doop de rechtbank tot 4 maanden celstraf veroordeeld. Ge ziet dat «ongelukachtig- niet ongelukkig beteekent, want in de 2 laatste gevallen is het 1° gelukkig dat de dnlksteker op den loop ging en 2° dat de messteker diep achter de tralies is gezet. Door de heeren L. Wolff, bankier te 's Hage, en L. P. Jacobs, in effecten aldaar, is aan het Haagsche gemeentebestuur aanvrage gedaan om terrein voor het stichten van een Panorama en Diorama. Gisteren is op den Sche ve-n ing se lic» weg een jaloersch jonkman aangehouden, die bezig was zijno beminde om het leven te brengen. Doorhet geschreeuw der ongelukkige kon de nachtwacht nog tijdig den gruwelijken aanslag verhinderen, cloch het meisje had reeds verscheidene wonden bekomen. Onder Hoornaar is door den brigadier der Rijks, elclwacht H. van Houten een persoon opgespoord, die in 1879 een boerenmeisje gewelddadig van bare gouden sieraden beroofd heeft en sedert ijverig, maar vruchteloos gezocht werd. Te Fochteloo is een dienst m gearresteerd, verdacht van eene som van ƒ 200 in haar diensthuis te hebben weggenomen. Aan de diaconie der Ned. llerv. gem. te Ouderkerk a/d. Ysel is door wijlen Mej. de Wed. P. Hoogendijk Az., geb. de Groot, een som van f 4000, vrij van alle rechten en kosten, vermaakt, onder beding dat de rente van dit kapitaal iederen winter in kleeding en dekking zal worden uitgedeell. Erzijn stemmen opgegaan in de Friesche Maatschappij van Landbouw, om haar op betere grondslagen te doen vestigen, overeenkomstig den eisch des tijds. Reeds is een hieuw ontwerp-realement aanhangig, dat op de leest der statuten ven cle Hollandsche Maatschappij van Landbouw geschoeid is. De voltooiing van het kostbare gebouw op de Oosterkade te Leeuwarden, bestemd voor kantongerecht en de ijkinrichting, schijnt thans te naderen. Ook bij dezen bouw zijnde Rijksbouwmeesters niet gelukkig geweest. De materialen zijn gekozen zonder 't hoofd te breken met de kosten; toch is 't geheel niet sierlijk en aangenaam voor het oog. In hoeverre die kosten gemak voor het publiek gebruik hebben bevorderd, zal spoedig kunnen blijken. "Oppervlakkige beschouwing doet nu reeds met Goethe zeggen: »Eigentlich das absurde erfüllt die Welt.« Nu de visscherij van haring langs de Heldersche en Texeïsche kust ten einde loopt, wordt met aanvankelijk goede uitkomsten de geeptrekkerij uitgeoefend. De geepvletten vangen reeds van I—lo tal per reis. De geep wordt thans voor goeden prijs verkocht en brengt van ƒ iO—ƒ2s per tal op. In de Tielerwaard willen de notari s - sen volgaarne, bij verpachting van weiland, voor de gebruikelijke 10 pCt. ongelden,'instaan voor depaelitk sommen. De beheerders van de vicarisgoederen te Tuil, die met een rentmeester, die 5 pCt. geniet, het beheer voeren, meenen dat het beter is bij verpachtingen I_Vjj pCt. ongeld te nemen. Dit bleek nog dezer dagen. De aotaris, die verpacht, staat niet voor het geld in, doch de beheerders behouden een deel der ongelden voor zich zelf. Het Prov. College van Toezicht in Gelderland heeft indertijd in een" adres aan de Tweede Kamer o. a. ook gewezen op de eigenaardige manier, waarop de rijke vicariegoederen te Tidl beheerd warden. Mede daaraan hebben we het Kon. besluit van 28 Febr. 11. te danken, waarbij eene Staatscommissie benoemd werd, ter voorbereiding van een wettelijke regeling van het onderwerp der vicarie-stichtingen. Onlangs constateerde een Engelsch medicus, Dr. Matthews, een niet onbelangrijk geval van vergiftiging bij een lOjarig meisje, tengevolge van het eten van een halve notemuscaat. De pupillen van het kind waren verwijd, als na het gebruik van belladonna, terwijl het herinneringsvermogen geheel verzwakt was en een soort van verdooving te bespeuren was. Door afvoerende middelen genas het meisje. Al weder een bewijs, dat stoffen die, in verdunden vorm en met mate gebruikt onschadelijk zijn — vergiften worden, wanneer ze in geconcentreerden toestand en in groote hoeveelheid in het menschebjk lichaam geraken. Dat hetzelfde van koffie, thee en alcohol gezegd kan worden is, naar w-ij vertrouwen, bekend genoeg --- Stadsnieuws. Ter secretarie zijn nedergelegd de volgende Raadsvoordrachten : No. 143. Voordracht van B. en W., betreffende eene gemeenteregeling met Dokgraaf en Hoogheemraden van Amstelland, over deinrichting en het gebruik van de Amstelsluis en de waterkeering bij de voormalige Weteringpooft die het water van Amstelland op Amsterdam afvoeren.- — No. 14. Geheim ; - No. 115. Adres van de Amsterdamsche Gymnastiekonderwijzers-Vereeniging, waarbij zij verzoeken bij de regeling van het openbaar I.<_„ onderwijs in traktement gelijk te worden gesteld met de onderwijzers van de burgerscholen;—No. 116. Missive van den inspecteur van het M. O. in Noord- Holland, de ontwerp-verordening betreffende tot regeling van het L. O. omtrent de daarbij voorgestelde afd. B. van de burgerscholen 2e kl. voor jongens. De inspecteur komt tot de volgende slotsom: 10. Het Uitgebreid Lager Onderwijs, in den omvangwaarin het aan de afdeelingen B der Burgerscholen der 2e klasse te Amsterdam wordt gegeven, heeft alleen reden van bestaan in gemeenten, waar geen middelbare scholen kunnen worden in 't leven geroepen; 20. Hoogere Burgerscholen van driejarigen cursus', waar hoofdzakelijk onderwijs wordt gegeven in talen, geschiedenis en aardrijkskunde, wiskunde en beeinseleu van natuurwetenschap, teekenen en gymnastiek, moeten zoodanig worden ingericht (en de oudervmdmg, ook in de hoofdstad, heeft reeds geleerd, dat dit kan), dat zij geschikt zijn voor leerlingen van middelmatigen aanleg en ontwikkeling, die goed Lager Onderwijs hebben genoten, daaronder begrepen de beginselen der Fransche taal. De leeftijd van toelating kan op een minimum van 12 jaren worden gesteld. Alleen daar, waar geen afzonderlijke scholen van driejarigen cursus mogelijk zijn, kan men trachten door de lagere klassen der school van vijfjarigen cursus zoo goed mogelijk in de behoefte te voorzien van hen, die geen behoefte hebben aan het geheeie onderwijs aan een vijfjarigen cursus ; 20. Opheffing 'van' scholen voor meer uitgebreid lager onderwijs is niet in strijd met de belangen van middelbaar onderwijs, mits men, evenals tot dusverre* billijke eischen stelle voor de toelating en door gunning van een voldoend getal middelbare scholen'zorg ïlrage, dat deze niet overbevolkt worden; — No. 147. Voordracht van B. en W. om den Heer F. J. A. Pastoors, voor den tijd van hoogstens zes maanden, ingegaan 15 April 1880, onder de door B. en W. goed te° keuren waarborgen, op te dragen de betrekking van sub-ontvanger der pi. dir. belasting in het 5e kantoor alhier: — No. 148. Id. tot goedkeuring van eene door Curatoren van het Gymnasium ingezonden suppletoire begrooting hunner administratie, voor den dienst 1879. In de gisterenavond ten stadhuize gehouden vergadering van de Kamer van Koophandel was allereerst eene" verlichtingsquaestie aan de orde. De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverh. had namelijk een advies gevraagd in zake verbetering van den slechten toestand van het Muidervuur. Helaas! De tijden veranderen en wij menschen desgelijks. Et was een tijd, dat in Muiden het onbluschbare heilige vuur vlamde, en thans blusschen de buien uit het vochtig zuien zelfs het kustlicht, dat daar den zeeman tot baak strekken moet — of wel zij maken het onzichtbaar. De Kamer besloot hare goedkeuring te hechten aan hetgeen de leden voorstelden, in wier handen het ontwerpen van een advies gesteld was, nl. de heeren Hendrichs en Zur Mühlen. Dit advies raadt den Minister, ten einde genoemd vuur aan zijne bestemming te doen beantwoorden, het onaeveer 100 meter N. t. O. t/2 O. te verplaatsen en hef verder minstens 15 voet te verhoogen, zoodat het • „zien kan worden door schepen van om den Oost komende, b.v. van den Eem en Harderwijk. Voorts wordt _ Excell. in overweging gegeven het vuur aanzienlijk te versterken, opdat hef niet alleen een havenvuur voor Muiden, maar ook tevens een geleidevuur op de Zuiderzee naar bet IJ of omgekeerd zij. Ter onderscheiding van het witte licht op den Noordwal aan den hoek van het IJ is het verder gewenscht dat dit licht een rood vuur zij. Conform werd besloten. Een tweede verzoek om advies van denzelfden Minister werd vervolgens behandeld. Het gold hier de vraag, of een eventueele uitbreiding van bet Koninklijk besluit omtrent een onderzoek naar zeerampen van Staatswege noodzakelijk zou wezen. De commissie met het uitbrengen van dit rapport belast, bestaande uit de heeren Bienf-iit, Hartsen en Hendrichs, stelde voor hierop te adviseeren, dat de Kamer van oordeel, is dat het Kon. besluit van 5 Aug. 1878, (Slaatsbl. 105), betrekkelijk een Staats-onderzoek iv zake zeerampen moet behouden blijven. Betwijfeld wordt echter door de Kamer of het onderzoek van den Burgemeester-strandvonder in de meeste gevallen wel van het gewenschte gevolg zal zijn. Immers genoemden ambtenaren staan geen voldoende middelen tan dienste, om weigerachtige personen to dwingen tot het geven van inlichtingen. — Hierin behoorde, naar het oordeel van cle Kamer, te worden voorzien, maar de wet van 13 Nov. 1879 vult het Koninklijk besluit in deze voldoende aan. De commissie geloofde dus, dat in clen bestaanden toestand geen verandering behoeft gebracht te worden. Dezelfde goedkeuring hechtte de K. v. K. aan de maatregelen, door het stedelijk bestuur getroffen omtrent het openen van de Hooge Amstelbrug voor schepen, die geen strijkenclen mast hebben of wier lading niet toelaat den mast te strijken, met een woord van waardeering — een zeldzaam feit — waar 't betreft het verkeer op den vasten wal in de stad — aan het adres van het Stedelijk- Bestuur, voor het streven in deze regeling zichtbaar, om ook het verkeer langs den openbaren weg ter wille te zijn. Van den^Minister": werd verder de voor de hoofdstad zeker belangrijke verzekering ontvangen, ei at Z. Ex. eene bijzondere bewaking van het stedelijk postkantoor voor den nacht instellen zal. Op een verzoek om advies in zake bet postvervoer naar Ymuiden werd, na eenige gedachtenwisseling, besloten te adviseeren, dat het voor de scheepvaart hoogst gewenscht zou zijn, na afloop der beurs een post derwaarts in te stellen. De tegenwoordige pesttijden naar deze haven zijn öf te vroeg óf te laat. De Heer Zur Mühlen bracht verder de bezwaren ter sprake, voor de scheepvaart voortvloeiende uit de spoorwegbrug over de Oosterdoksluis. Bij winterdienst loopen daarover 40 treinen en met den ophanden zomerdienst zal dit aantal klimmen tot ruim 70 per dag. Rekent men bij dit aantal de goederen- en buitengewone treinen en daarbij dat de spoorwegbrug een kwartier voor eiken trein komt gesloten moet zijn, dan is het niet overdreven te beweren, dat dientengevolge het Oosterdok voor de scheepvaart overdag ten minste zoo goed als gesloten is. Hij gaf in overweging dat de Kamer haar aandacht op dit punt vestigen zou. De Heer Plate noemde dezen toestand een govolg van de spoorwegverbinding, waaraan het Oosterdok was opgeofferd, hetgeen de lieer Hendrichs zijnerzijds als een „verwenschten toestand» betitelde, terwijl de lieer ïestas, tot groote hilariteit van de Kamer, berekende dat het Oosterdok van cle 24 uren slechts vier uren in het etmaal voor de scheepvaart te bereiken zal zijn, indien de spoorwegbrug voor de aankomst van 75 treinen een kwartier gesloten blijft voor eiken trein, gelijk de wet op de spoonvegdieasten voorschrijft. Reden te meer om de handelkade daarbuiten uit te breiden, die weldra te klein zal blijken, voerde de Heer Hendrichs aan. Behoorlijke dokken en entrepots voor groote schepen moeten aangelegd worden. De Kamer besloot hierop haar aandacht te vestigen en verder te onderzoeken of in de tusschenruimte in het treinverkeer niet eenige meerdere gelegenheid zal kunnen worden gevonden tot het doorlaten van schepen. Verder vestigde de Heer Hendrichs de aandacht der Kamer op oen ander scbec-pvaartsbelang. De ligplaats van een steiger in de vaart langs het Kattenburg, "tegenover de Merhrouwerij van Oe hoeren Van Vollenhoven, oorspronkelijk bestemd voor de kl me scheepvaart, is door de gemeente reeds grootendeels in huur afgestaan toot cic groote vaart. Het overblijvende gedeelte van dezen steiger zal thans waarschijnlijk'door de gemeente in buur worden a-gestaaa aan de H. IJ. S. M., naar spr. vernomen had, en vestigde de aandacht der Kamer op het feit, dat aldus de kleine scheepvaart daar ook zou verdrongen worden. De Kamer besloot ook in deze zaak hare bemoeiingen te doen gelden. Op voorstel van den Heer Zimmerman besloot men eene. permanente commissie uit de Kamer ie benoemen, die eene spe: j :ie soidie maken zou van alle schrifturen en plannen tot verbetering der Rijnvaart. Tot leden dier commissie werden benoemd de heeren Zimmerman, Hartsen en Zur Mühlen. Kiezersvereeniging de Grondwet. Algem. Vergadering Maandag 26 April (8 u.) Odéon. Verkiezing van 17 candidaten Prov. Staten. Kon. Oudheidkundig Gen. Verg. Maandag 20 April, (8 u.) Museum. Voordracht van Prol. J. A. Alberdingk Tliij'ni. «Twee Pieters». ---