PREIIE-ATLAS VAN HET NIUWS VAN DEN DAG. 100 KAARTEN, DOOR J. KUYPER. De 10e aflevering van dezen Wereld-Atlas is heden aan al onze Abonné's franco verzonden. Deze aflevering bevat: No. 14. Noorwegen (Zuidelijk). — No. 18. Portugal. — No. 19. Spanje (Noord-West). — No. 44. Arabië (Zuidelijk). — No. 60. Zuid- Afrika (Kaapland enz.). Zij, die zich als nieuwe abonné's op Het Nieuws van den Dag aanmelden, ontvangen de nog uit te geven Kaarten van dezen Atlas gratis, naar de volgorde waarin zij verschijnen. Ten einde echter ook onzen nieuwen ahonné's gelegenheid te geven dezen Atlas compleet te bezitten, zenden wij aan hen op aanvraag de thans verschenen Kaartjes tegen eene tegemoetkoming van 2 Cents per stuk, dus 80 Cents voor de 40 nummers. Beschadigde of verloren geraakte Kaartjes vullen wij aan tegen 5 Cents per Kaartje. Beide laatste bepalingen gelden alléén voor onze Abonné's. In geen geval wordt eenig nummer van den Wereld-Atlas aan rctó-geabonneerden geleverd. Betaling der aangevraagde Kaartjes vooruit sn franco. Eveneens geschiedt onzerzijds de toezending franco. DE DIRECTIE. --- Buitenlandsch Nieuws. AMSTERDAM, 18 Aug, Aan canards is in de Fransche bladen, bij de volslagen windstilte op staatkundig gebied, tegenwoordig geen gebrek, en de telegraaf moet heden de moeite nemen er twee tegen te spreken. De. eene betreft een ongeluk, dat te Nogent-sur-Marne zou zijn voorgevallen en waarbij acht personen zouden zijn omgekomen, de andere hield in, dat de Italiaansche gezant te Parijs eene hevige woordenwisseling met Waddington zou hebben gehad en dientengevolge genoodzaakt zou wezen Parijs te verlaten. Van het eene is evenmin een woord waar als van het andere. Te Nogent is niets gebeurd, en tusschen Waddington en de Italiaansche gezant is niet de geringste moeilijkheid gerezen. Over een ander werkelijk ongeluk, dat licht 3rnstige gevolgen had kunnen hebben, maar ze gelukkig niet gehad heeft, het springen van den ballon, captif namelijk, vindt men 3lders in ons blad nadere bijzonderheden. Verder heeft tusschen Fiers en Monsecret 3ene ernstige botsing plaats gehad tusschen twee spoortreinen. De treinen liepen in een bocht van den weg op elkander en op meer _lan vijf kilometers afstand kon men den schok hooren. Beide locomotieven werden als het ware in elkander geperst. Acht personen werden onmiddellijk gedood, twee stierven aan hunne kwetsuren en het aantal zwaar gekwetsten bedraagt 28. Heden worden de zittingen der Algemeene Raden geopend. Met belangstelling verbeidt men de beraadslagingen en besluiten dezer corporatiën. Ferry's onderwijswet toch zal er zeker lang en breed worden besproken. Besluiten evenwel mogen in deze, gelijk men weet, door de Algemeene Raden niet worden genomen; Gelijk men weet is de Duitsche Schoutbij-nacht Batsch, wegens het gebeurde met de Grosser Kv rfsret tot zes maanden vestingarrest veroordeeld en is deze straf later dooiden Keizer in eene andere van gelijken duur veranderd. Thans verneemt de Kreuz-Zeitung, dat aan Batsch niet alleen volledige gratie zal worden verleend, maar dat zelfs zijne benoeming tot directeur bij de Admiraliteit, als opvolger van vice-admiraal Henck, binnenkort wordt, tegemoet gezien. Er is zooveel gesproken over de redevoering, door den nieuwen Pruisischen Minister van Eeredienst, den Heer Von Puttkamer, te Cöslin gehouden en de conservatieve bladen hebben zooveel te vertellen gehad over de wijze, waarop hij daarin over zijn voorganger, Falck, zou hebben uitgeweid, dat de Reichs-Anzeiger het noodig heeit geacht den tekst der redevoering mede te deelen. Daaruit blijkt, dat Von Puttkamer met waardeering heeft gesproken van de energie en de verdiensten van Falck, verdiensten, zeide hij, waaraan ook hulde werd gebracht door hen, die hem niet altoos met instemming konden volgen. Openlijk erkende hij voor zich niet in alle opzichten de kerkelijke en staatkundige gevoelens van zijn voorganger te deelen, maar hij zou de eerste wezen om te verklaren, dat het land aan den Heer Falck toch grooten dank was verplicht. Puttkamer verklaarde liever geen Minister van Eeredienst te zijn geworden (hij had de prachtige betrekking van gouverneur van Silezie) maar niet bestand te zijn geweest tegen den uitdrukkelijken wensch des Keizers en het aandringen van Von Bismarck. Men ziet dus, dat de elericale en conservatieve bladen op zijn zachtst gesproken grootelijks overdreven hebben toen ze Puttkamer. redevoering te Cöslin eene veroordeeling van Falck's stelsel hebben genoemd. Uit Zuid-Afrika wordt bericht, dat Cetawayo telkens en telkens boodschappers zendt, om "te vragen b. v. of men zijn leven zal sparen wanneer hij zich overgeeft enz. enz. Hierop is hem geantwoord, dat men hem niet alleen het leven zal laten, maar hem zelfs eene goede behandeling waarborgt. Men houdt evenwel deze boodschappen voor gemaakt en de boodschappers voor spionnen. Garnet Wolseley is van meening, dat Cetawayo in de waan verkeert, dat de Engelschen van Ulundi zijn weggetrokken wegens de enorme verliezen die zij zouden geleden hebben. Zoolang de Koning zich staande houdt zullen nog een aantal hoofden hem getrouw blijven, maar dit zal, meent Wolseley, wel spoedig uit zijn, wanneer, gelijk geschiedt, eene voldoende troepenmacht naar Ulundi terugkeert. Een nieuwe ramp zou Szegedin getroffen hebben. Volgens de Parijsche Globe en de Figaro (geen zeer vertrouwbare bronnen) is het niet overstroomd gedeelte der stad in brand gevlogen en gedeeltelijk vernield. Uit St. Petersburg wordt gemeld, dat de bekentenissen van Mirski, (die op Von Drenteln schoot), tot veel arrestatiën hebben aanleiding gegeven. Eerstdaags verschijnt een nieuw reglement voor de Universiteiten. In Italië doen de liberalen moeite zich weer tot eene enkele partij te hereenigen. 't Wordt bepaaldelijk tegengesproken, dat Z. H. de Paus ongesteld, althans eenigszins ernstig zou wrezen. Het huwelijk van Z. M. den Koning van Spanje is bepaald op 28 November. Donderdag a. s. zullen tusschen Turkije en Griekenland de onderhandelingen over de grensregeling een aanvang nemen. De Poi'te zou, in plaats van het door Griekenland zeer begeerde Janina, Larissa willen afstaan. De Republiek der Vereenigde Staten heeft hare goede diensten aangeboden tot beslechting der geschillen tusschen Peru en Chili. Aanvankelijk verwacht men een wapenstilstand. --- FEUILLETON. SONIA, naar het Fransch van HENRY GRÉVILLE. Zacht gleed haar hand in de andere terug; Boris kuste beiden, bracht die onder den doek, welken men der zieke had omgeslagen, en plaatste zich weer in den armstoel. De roode straal was verdwenen, en langzamerhand vertoonden zich de helder flonkerende sterren aan den grijsachtig blauwen hemel. Het scheen Boristoe, als werd alles eensklaps koudom hem heen. Hij stond op, liet zachtjes de gordijnen vallen, en stak een kaars aan. De flikkerende vlam wierp een flauw schijnsel op de omringende voorwerpen, . . en eensklaps werd Roris door zulk een onverklaarbaren angst aangegrepen, dat hij de deur opende en zachtjes Dacha riep. Toen hij geen antwoord kreeg, deed hij de deur achter zich toe en riep eenigszins luider: «Sonia !< waarop deze dadelijk toeschoot. «Breng een lamp.« luidde het nu, «de kaars brandt zoo slecht, ik kan niets zien.« Toen hij weer binnenkwam, lag zijn moeder daar nog even onbewegelijk, on met dezelfde kalme uitdrukking op het gelaat, als toen zij het laatst tot hem sprak. Boris sloeg haar oplettend gade, kwam nader, boog zich over haar heen, maar zij Verroerde zich niet. Hij raakte haar handen aan, die hij met den doek had bedekt, zij voelden klam, maar de vingers waren nog lenig. . . . «Moeder,» riep hij angstig, maar er kwam geen antwoord. Op dit oogenblik kwam Sonia binnen, en hij wenkte haar nader te komen. Met de lamp in de hand bleef het meisje achter den stoel staan, zoodat het volle licht op mevrouw Grebof viel, maar de oogen bleven gesloten. . . «Moeder, o mijn moeder!« klonk het nu hartverscheurend door de kamer, en Boris wierp zich over haar heen. Ontzet deinsde hij terug, en viel met een rauwen gd naast het lijk zijner moeder neer. «Meester, vroom en heilig was haar leven, ons allen ten zegen, verstoor niet de rust, die zij nu is ingegaan.» Onwillekeurig keek Bons op. Daar stond de kleine pijpenzoekster, heete tranen besproeiden haar gelaat, dat de sporen droeg van hevige zielesmart, terwijl zij op de trekken der geliefde doode staarde. Getroffen door die stille smart, stond Boris werktuigelijk op. Sonia plaatste de lamp op tafel, naderde net bed, en niet met de hartstochtelijke warmte van den vorigen avond, maar met eerbiedige vrees, als gold het een heilige, kuste zij de handen der geliefde doode, die handen, die zich nooit meer zouden openen om wel te doen. Daarna keerde zij zich tot Boris, die haar verstomd en wezenloos aanstaarde. . lüd, meester, bid, zij is een heilige, en God verhoort haar gebed. Smeek haar dat zij u troost en onderwerping zende.tc En Boris knielde neder, en barstte ia een vloed van tranen los. XX. Volgens de gewoonte dier plaats, werd de doode gedurende drie dagen in de groote zaal tentoongesteld op een tafel, met sparretakken en een wit laken bedekt. Van uit de verst verwijderde dorpen kwamen mannen en vrouwen nog een laatsten blik werpen opliet vriendelijk gelaat, dat zoo meelijdend naar hun leed had geluisterd, en een laatsten kus drukken op de weldadige hand, die zooveel ellende had verzacht. Verheven en kalm was de uitdrukking van het gelaat, waarop Boris gedurende die drie dagen onafgebroken staarde, ten einde het onuitwischbaar in zijn hart en geheugen te prenten. Wanneer haar meester daar was. sloop Sonia zachtkens naar binnen, en liet haar blikken gaan van de moeder naar den zoon, want zij wilde Boris niet uit het oog verliezen, uit angst dat hij zich door zijn droefheid zou laten overmannen. Maar haar vrees bleek ongegrond; hoewel zijn hart was gebroken, wist Boiis zijn kalmte te bewaren. Op de eerste oogenblikken van smart over het verlies zijner moeder, volgde weldra de herinnering aan het zachte uiteinde der geliefde doode, en aan de laatste gelukkige maanden in haar bijzijn gesleten, en vrede daalde neder in zijn ziel. Zoodat op den vierden dag, toen men van heinde en ver kwam om de laatste eer aan de doode te bewijzen, iedereen getroffen was over de kalme, waardige wijze, waarop Boris zich naast de lijkkist plaatste en een der handvatsels greep, zoodra het uur der begrafenis sloeg. De boeren uit den omtrek vroegen, als een gunst, of zij om beurten hun wéldoenster naar haar laatste rustplaats mochten dragen, terwijl een menigte landeigenaars en eenvoudige beambten zich bij den stoet aansloten. Piachtig scheen de zon op de sneeuw, en op de welriekende sparretakken, waarmee men den weg naar het kerkhof had bezaaid. Men trad de groote deur uit, ging den tuin door, en Boris wierp een blik op de houten hut, waar zijn moeder hem nooit meer zou opwachten. — Vervolgens ging de stoet langs den vijver tot eindelijk de kerk zichtbaar werd, die grauwachtig tegen de sneeuw afstak, terwijl haar eenvoudig koperen kruis zich glinsterend in de zonnestralen boven het groene koepeldak verhief. In de gebruikelijke rouwkleederen stond de priester den stoet aan de kerk op te wachten, heete tranen bevochtigden het kruis, dat hij in de hand hield; ook hij was niet jong meer, en gedurende vijf en twintig ja- ren had zijn bejaarde vriendin hem met raad en daad in lief en leed bijgestaan. . . De stoet trad de kerk binnen, en nadat men gezongen en gebeden had, daalde de kist in het graf, waar Boris' vader reeds lag hegraven, en rustten zijn geliefde ouders onder denzelfden steen. Stilzwijgend werd het begrafenismaal gebruikt, uit eerb'ed voor de smart van den jongen man, die stil, maar met waardigheid de eer van het verlaten huis waarnam. Weldra bevond Boris zich alleen op het erf, waarvan hij nu de eenige eigenaar was; maar hoe groot en koud scheen hem die kleine woning! Nadat hij gedurende eenige dagen orde op zijn zaken had gesteld, liet hij al degenen, die hij zijn moeder hadden gewerkt, bij zich komen, beloonde hen naar hunne verdiensten of den tijd hunner dienstjaren, en kondigde hun zijn vertrek aan. «Gaat ge weer naar den vreemde, meester ?« vroeg de oude Dacha, wier gezicht zeer verminderd was door al de tranen, die zij sedert den dood harer meesteres had gestort. «Neen, voor het oogenblik blijf ik te Moscau.c. Waarop de oude vrouw hernam: «lemand moet met u meegaan, om voor u en uw goed te zorgen; ik hoopte mijn zoon bij u in dienst te zien treden — maar hij heeft niet willen deugen, neem dus Sonia mee.« Het meisje, dat onbewegelijk dit gesprek volgde, verbleekte en sloot een oogenblik de oogen, als om nieuwe kracht op te doen; en daarna opende zij die weer, en wierp toen op Dacha zulk een innigen, dankbaren blik, dat het een steenen hart zou vermurwen — maar voor de blinde vrouw ging die, helaas! verloren, (Wordt vervolgd.) --- Binnenlandsch Nieuws. De President van Venezuela heeft den Heer D. G. Kröher jr., te Middelburg, benoemd tot Commandeur der Boüvaorde, wegens zijne verdiensten in zake typographie. — 18 Augustus. — Voor de verkiezing van een lid der Prov. Staten van Drente moet eene herstemming plaats hebben tusschen de hh. L. B. .1. Dommers en jhr. mr. R. O. van Holthe lot Echten. Tot lid van den Raad der gemeente Sleen is benoemd da Heer G. J_. Gratama. Te Knkhuizen is gekozen de Heer H. ,T. Oostarveen ¦