Tweede Blad. Binnenlandsch Nieuws De Heer Schepel heeft zijne memorie *an beantwoording ingezonden nopens het door hem aan de Tweede Kamer gedane voorstel van wet tot het beperken van het vestingstelsel tot de stelling van Amsterdam. In die memorie wordt breedvoerig wederlegd wat in het verslag der Kamer tegen het voorstel is aangevoerd. Daaruit blijkt, dat het voorstel juist wil wat de Heer Den Reer Poortugael gezegd heeft, nl., dat de buitenliniën desnoods verlaten maar het kapitale punt, bij ons de stelling van Amsterdam, deugdelijk moet worden bevestigd. Voorafgaande regeling der levende strijdkrachten is z. i. niet noodig als grondslag van zijn voorstel, omdat wij veel meer levende strijdkrachten bezitten dan de verdediging der Amsterdamsche stelling vordert. Hij erkent het helang van de stelling van Helder ter bescherming van de vloot. Rij de nadere aanwijzing van zijn voorstel, en vooral tot weerlegging der bestrijding van financieele zijde, gaat de Heer Schepel uit van het standpunt, dat de verdediging der werken van de vestingwet verhooging der financieele — uitbreiding en verzwaring der persoonlijke lasten eischt; het voorstel verlaging van de eerste, inkrimping van de laatste toelaat. Hij beveelt het wijders aan als een stap tot instelling van een departement van Defensie, in de plaats van de departementen van Oorlog en Marine. Hij verwacht van aanneming van zijn voorstel dit gevolg, dat niet licht een vreemde Mogendheid besluiten zal tot een geregeld beleg op de moerasvenen ten zuiden en ten noorden van Amsterdam, noch dat zij hare vloot naar de oost-en de westzijde zal zenden. De noodzakelijkheid van verplaatsing der geschutgieterij te 's-Gravenhage ziet hij niet in, al acht hij uit een financieel oogpunt vereeniging van die inrichting met die te Amsterdam, ook met behoud der vestingwet, wenschelijk. Met zijn voorstel wil hij bij het volk het bewustzijn wekken, dat wij verdedigen kunnen wat wij verdedigen willen, waardoor het vertrouwen in de verdediging zal toenemen en daarmede de lust voor vrijwillige oefening in den wapenhandel. De voorsteller houdt vol, dat de nieuwe Hollandsche waterlinie in geen enkel opzicht aan de eischen van onzen tijd voldoet. De Heer Schepel aarzelt geen oogenbiik om aan te raden af te zien van de verdediging van Zuid-Holland, dat hoe langer zoo kolossaler personeele en financieele offers zal eischen, en ten spoedigste uit te voeren de nog ontbrekende werken van de stelling van Amsterdam, als wanneer wij weerbaar zullen zijn, in dien zin, dat de nationaliteit kan worden gehandhaafd. Het antwoord treedt daarna in eene weerlegging ran de bedenkingen, in paragraaf 7 van het voorl. verslag medegedeeld, waarbij hij voornamelijk doet uitkomen, dat in de behoefte aan proviandeering van Amsterdam, vooral bij eenigen voorzorg, in korten tijd is te voorzien. Tot slot behandelt hij nog de handhaving der onzijdigheid. Hij ziet geen heil in gewelddadige handhaving der onzijdigheid op ver van de vestingwerken verwijderde punten, 't zij aan de grenzen, 't zij meer binaenwaarts, om 'teven, of wij wat meer of wat minder reldtroepen hebben. De diensten van onze mobile strijdkrachten buiten de stelling van Amsterdam schat bij daarom echter niet gering. — 12 Februari. — Het saldo van 'sßijks schatkist op 9 dezer bedroeg bij de Nederlandsche Bank ƒ4,829,825.23 en bij de betaalmeesters ƒ1,464,943.97. Te zamen ƒ6,294,769.20. Bij Kon. besl. is aan J. A. Schenkel, geweien bewaarder 2e kl. in het huis van arrest eu bewaring te Assen, verleend een pensioen van ƒ263 sjaars; — is aan de artsen: O. Schloth, geboren te Mordheim in Beieren, Dr. M. Morris, geboren te Berlijn, ïn Dr. C. Warnecke, geboren te Meinertzagen, ver, zunning verleend de geneeskunst uit te oefenen op Nederlandsche zeeschepen, met uitzondering van oorlogsvaartuigen, onder voorwaarde, dat zij de wettelijke bepalingen omtrent de uitoefening der geneeskunst in Nederland stiptelijk nakomen; — is, te rekenen van 1 October 1883, aan J. Fredriks, gewezen brievenbesteller te Amsterdam, pensioen verleend, ten bedrage van ƒ416 'sjaars. De gewone audiëntie van den Minister »an Marine zal Vrijdag 15 dezer niet plaats hebben. De officier van administratie 2e kl. C. V. Veldman, uit Oost-Indië in Nederland teruggekeerd, is op nonactiviteit gesteld. Aan den kapitein-ingenieur P. G. van Schermbeek, met verlof onzer Regeering in Japan- Bchen dienst, moet daar, volgens Het Vad., de rang van generaal toegekend zijn. Bij Min. beschikking is aan den ca de tkorporaal Pieters, uit het 4e studiejaar voor het wapen der art. hier te lande, wegens lichaamsgebreken, intheffing van zijne loopende dienstverbintenis, en in verband daarmede eervol ontslag uit zijne betrekking verleend. Blijkens mededeeling van den consulgeneraal der Nederlanden te Lissabon, is de haven ran Bombay door de Portugeesche Regeering, te rekenen van 1 Januari jl., met cholera besmet verklaard. De overige havens van het presidentschap Bombay worden door die Regeering verdacht, van hetzelfde tijdstip af, met dezelfde ziekte besmet te zijn. Opgaaf van het aantal bezoekersder Aijks-verzamelingen en monumenten gedurende het ie kwartaal 18b3 en het geheele jaar 1883: Het Kon. Kabinet van Schilderijen (Mauritshuis) te 's-Gravenhage 3687, 35552, het Museum Meermanno- Westreenianum te 's-Gravenhage 16, 70, het Kon. Penningkabinet te 's-Gravenhage 34, 297 a), het Nederl. Museum te Amsterdam tijdelijk gesloten, het Rijkstnuseum van Schilderijen te Amsterdam 8237, 61298, het Rijks-Prentenkabinet te Amsterdam 115, 742, de Rijksverzameling van Moderne Kunst te Haarlem 1411, 12,093, het Rijks-Museum van Oudheden te Leiden: o. Museum op de Breedestraat 763, b. Gebouw op het Rapenburg, waarin de afgietsels van Olympbia ziin tentoongesteld 118, te zamen 881, 4996, het Rijks-Ethnographisch Museum te Leiden 393, b), het Kabinet van prenten en pleisterbeelden te Leiden 42, 116 c), De Gevangenpoort te 's Gravenhage 2490, 20,154, het Mmderslot 54, 1847, de Ruïne van Brederode 96, 7561, het Monument te Heiligerlee 84, 945. a) Gedurende het 2e, 3e en 4e kwartaal, b) Gedurende het le, 2e en 3e kwartaal gesloten, c) Sedert 5 Juni 1883 geopend. Verkorte Balans der Nederlandsche ftank on 2 Febr. 9 Febr. D^co'nto-Rekening ƒ51,289,134.29' ƒ52,300,232.86» BeleeninK-ReSgi 42438,415.- » 42,644,515.- Runt Golid . » 18^956,710— » 18,966,090.--» Zilver enz » 93,163544.69 » 93,598,445.63 MuntmSaaT: s^" ! I»90 Belegd Reservefonds» 4»°-- » 4gSS?fc Geb.enmeub.derß. » W**).-- » «°-™-- Diverse rekeningen t 644,b0i.09 » 642,300.01' ƒ215,999.752.97» ƒ 217,608,928.41 Kapitaal .... ƒ 16,0 W,000- ƒ IMW**-- Reservefonds.. . » *$&s£& * eJtèSiïSP* Bankb. in omloop »189,009.095.- » Bankass. in omloop» 782,353.96 » E^>269.48» Rekening-C. saldo's» 2^2,451.83 » WW Diverse rekeningen» 3,289,712.81_ » 3^64,190.65' ƒ215,999,752.97» ƒ217,608,928.41 --- Gemengd Nieuws. In de vergadering der afdeeling Natuur-, kunde van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, van Juni j.1., werd eene commissie benoemd, ted eindede^fd^oortMichtenomtren^ebestewh^ ¦waarop men zou kunnen geraken tot eene uitgave der werken van Christiaan Huygens, eene uitgave, die naar het oordeel der afdeeling het vaardigste monument zou zijn, dat voor onzen grootea landgenoot kan worden gesticht. De voorloopige nasporingen der commissie hebben reeds een denkbeeld gegeven van den rijken schat, die in tal van nog niet gepubliceerde brieven van Huygens ligt opgesloten; tevens echter is het gebleken, hoe tot recht verstand van het werk van Huygens en van de wijze, waarop zich zijne denkbeelden ontwikkeld hebben, elke bijzonderheid van gewicht kan zijn. Wellicht bevinden zich nog in handen van genootschappen of van bijzondere personen geschriften, brieven of voorwerpen, die op eenige wijze op Christiaan Huygens of op zijne familieleden betrekking hebben. Daar de commissie het zeer zou betreuren, wanneer zij hare taak niet zoo volledig mo- gelijk ten einde kon brengen, doet zij een beroep op allen, die een of ander van bovengenoemdeu aard mochten bezitten, en verzoekt hen beleefdelijk haar daarvan mededeeling te willen doen. Voorzitter der commissie is professor D. Bierens de Haan, secretaris professor H. A. Lorentz, beiden te Leiden. Het terechtbrengen van een per post verzonden stuk met een in alle opzichten foutief adres mag ongetwijfeld gelden als een bewijs, dat de postambtenaren niet machinaal hunne taak vervullen, en uit dat oogpunt zendt men ons een uit New-York gekomen postomslag met het adres: H. VonderHorst-Institüte-Spaanschweid-Breemmen. Hoewel dus noch de eigennaam, noch de naam van het bekende instituut, noch de plaatsnaam deugde, kwam het gezondene behoorlijk te Brummen terecht. Veel vingerwijzing hebben de postambtenaren trouwens niet noodig, dit zien wij dagelijks aan de zonderlinge adressen van onze Fransche en andere couranten, die gericht worden aan een denkbeeldigen »M. Nienars vanderday«, of »Nies day«, of het eenvoudige adres dragen : »Aan het bureel van dit blad«; ook hindert het hun in de richtige bestelling volstrekt niet, dat een binnenlandseh blad zijn exemplaar nog steeds adresseert: » Warmoesstraat bij de Vischst,eeg«, schoon dat adres reeds 13 jaren verouderd is. Zondag is te Zwolle eene collecte langs de huizen gehouden ten behoeve van den verdronken polder Dieze, welke met inbegrip van enkele individueele giften ƒ1367,10 heeft opgebracht. De watertoestand aldaar is door den langzamen val der laatste dagen zoodanig, dat de vluchtelingen hunne woningen weer hebben kunnen betrekken, en dat langzamerhand alles weder in orde komt. De doorbraken zijn zoo goed als dicht gemaakt. Onder de' Duitsche slachters is een beweging ten' gunste van keuring van het wild ontstaan! Zij verlangen, dat het wild, zoo goed als ossen- of kalfsvleesch, aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen zal Worden, vooral ook wat lever, milt en longen betreft, en dat men bij de wilde zwijnen evengoed naar trichinen zal zoeken als bij de varkens. Het verlangen is billijk; want hoewel het bekend is, dat onder het wild: hazen, herten, reeën, enz., vele ziekten voorkomen, wordt het vleesch van al deze dieren, zonder eenig toezicht van overheidswege, verkocht en verbruikt. reurige zaak van het vermoorde 12jarige meisje te Brussel onschuldig gebleken. Pierre Xavier was, gelijk men zich misschien herinnert, zijn naam. Zeven maanden was de ongelukkige in voorloopige hechtenis. Wederom is een verdachte in de Opmerkelijk is het verschil van handelen tusschen de Belgische justitie en de onze in.dergelijk geval. Ook ten onzent bestaat nog een geheimzinnig geval van een kind, dat te Delft vermoord gevonden is. De dader van dezen even afschuwelijken moord is ook nog niet gevonden, maar de justitie heeft ook niet herhaaldelijk onschuldigen gevangen gezet. --- Stadsnieuws. De voortreffelijke zanger Messchaert is uitgenoodigd op de eerstvolgende Bach-uitvoering op Goeden Vrijdag te Leipzig zijne medewerking te verleenen. Uitnoodigingen van dezen aard zijn voor ons land zeldzaam. Hier ter stede worden de voorbereidende oefeningen gehouden voor de uitvoering van het frissche Kinder-oratorium van Benoit, eene uitvoering, met welker opbrengst men het fonds voor de vacantie-koloniën voor kinderen hoopt te stijven. Aan het eerste jaarverslag »des Deutschen Hülfsvereins« te Amsterdam, ontleenen wij het volgende: In October 1860 werd alhier door eenige jonge Duitschers het «Deutsche Tumverein« opgericht. Bij de lichaamsoefeningen, die de Vereeniging zich als hoofddoel stelde, werd ook weldra de behoefte aan ontwikkeling desgeestes gevoeld, en zooontstond in Mei 1867 te. Amsterdam de »Deutsche Verein«, die de »Turnverein« als afdeeling in zich opnam, en waaraan tevens afd. voor Letterkunde en Zangoefeningen werden toegevoegd. Het gevolg hiervan was, dat niet uitsluitend meer jongelieden, maar ook meer gevorderden in jaren zich aan de Vereeniging aansloten, zoodat de »Deutsche Verein» inderdaad een Vereenigingspunt voor de Duitschers in Amsterdam werd, welke in haar midden ook hen opnam, die in den strijd om het bestaan tot de minder bevoorrechten behoorden. Hieruit ontstond het denkbeeld, om aan de Vereeniging ook eene afd. tot ondersteuning van hulpbehoevende landgenooten toe te voegen, en zoo werd dan 18 Februari 1883 het sDeutsche Hülfsverein« te Amsterdam geboren. Haar hoofddoel was natuurlijk om in bekrompen omstandighedenverkeerendeninhun nood bij te staan, waardoor de hier wonende Duitschers in de uitoefening van milddadigheid worden te gemoet gekomen, en men zooveel mogelijk de zekerheid had, dat;de hulp, die men verleende, uitsluitend hun die het verdienden ten goede kwam. De nieuwe afd. vond verblijdenden bijval, en toen den 15den Maart de eerste algemeene vergadering werd gehouden, was er voor ƒ5OOO aan giften in eens, en voor ƒ3OOO aan jaarlijksche bijdragen geteekend. Hoewel uit desDeutscheVerein» ontstaan,isde»Deutsche Hulfsvereincc eene zelfstandige, onafhankelijke en onder eigen bestuur beheerd wordende Vereeniging. In Mei vingen de geregelde zittingen van het hulpcomité aan. Van dat tijdstip af heeft het in 511 gevallen ondersteuning verleend, en wel: 65 maal door werkverschaffing, 222 maal door huisvesting en voeding, 45 maal door aanschaffing of lossing van werkgereedschap, kleederen en huisraad, 112 maal door vergoeding van reiskosten en 67 maal door geldelijke ondersteuning. De ervaringen der Vereeniging waren op enkele uitzonderingen na verblijdend en ze ziet op dit eerste tijdperk van haar' bestaan met voldoening terug. De winst- en verliesrekening levérde een batig slot op van ƒ5848.51, waarbij echter in aanmerking moet genomen worden, dat de bijdragen er over een geheel jaar, en de verleende onderstand slechts over acht maanden op voorkomen. De Vereeniging telt 1307 contribueerende leden, waaronder ook zij die giften in eens van ƒ 100, ƒlOOO en f 2000 bijdroegen zijn opgenomen; terwijl voorts de jaar'lijksche contributiën varieeren van ƒ5 tot ƒlOO. In het café »d e Poort van Muid e n« hoek Commelinstraat, daartoe door den eigenaar kosteloos beschikbaar gesteld, had gisterenavond eene druk bezochte bijeenkomst plaats, belegd door de afd. Amsterdam van den Sociaal Democratischen Bond. Het debat over de vraag: »Wat willen w4j ?« werd ingeleid door den Heer J. A. Fortuijn, die, na breedvoerice uiteenzetting der bekende grieven, die de Sociaal" Democraten tegen den bestaanden maaischappel ijken toestand hebben, de gestelde vraag in dier voege beantwoordde: Geen particuliere liefdadigheid wordt verlangd. Ondersteuning van Staatswege wordt geëischt "" van de Regeering, verkozen door den wil des volks. Algemeen stemrecht: afschaffing van het staande leger en opheffing van het erfrecht. Voorts hoogere belasting der rijken ; betere uitvoering' der bouwverordeningen en werkverschaffing van gemeentewege. Aan hét daarop gevolgd debat werd door verscheidene der aanwezigen deelgenomen. Het vergrooten van het mol e r. gebouwen het maken eener nieuwe machinekamer aan de Meel- en Broodfabriek «Holland.) alhier, voor rekening der heeren B. van Marwijk Kooij, is, volgens de plannen der achitecten Wilkens & van Arkel. bij aanbesteding opgedragen aan de heeren D. Verbeek & Zn., voor ƒ44,077. Het reeds voltooide ketelhuis werd gemaakt door den Heer J. Koster, voor ƒ17,540. Als eene bijzonderheid bij dezen bouw wórdt opgemerkt, dat de machine moet geniaalst worden in een waterdichten kelder van 9 x 14" Meter, op een diepte van 3.50 Meter beneden de straatlijn. --- MUZIKALE KRONIEK. Donderdag 11. werd hier eene Soiree gegeven, die ik tot mijn spi]t zelf niet kon bijwonen, maar die ik toch niet onbesproken wilde laten, wijl de uitvoerenden waren twee Nederlandsche kunstenaars, die voor 't eerst hier ter slede optraden. Hei. waren de heeren Michelsen, pianist, en Spoel, baszanger; zij werden bijgestaan door Mej. Pfeiffer, zangeres uit Berlijn; Ik noodigde daarom een mijner vrienden uit de Soiree bij te wonen en mij de noouige gegevens te verschaften, om over dit jeugdig drietal een en under meê te deelen. Mijn zegsman uu meent in den lieer Michelsen een pianist te zien, die zeer ernstig en consciëntieus zijne kunst opvat, zijn mechanismus is zeer ontwikkeld, zijn aanslag schoon, zijne uitvoering correct. Toch meent hij, mijn zegsman, te kunnen opmerken, dat deze kunstenaar nog in 't algemeen zal winnen, wanneer hij gedurende eenigen tijd de vjrtuosen-loopbaan heeft doorloopen, de vrijheid, de volkomen beheersching van het geestig gedeelte zijner taak laat nog iets te wehschen over. De indruk is daardoor niet zoo groot als men 't zou verwachten, wanneer men zijne zeer ontwikkelde techniek nagaat. De Heer Michelsen speelde een viertal werken van Chopin en de Fantaisie in C. van Sehubert, volgens de zetting van Liszt. Het behoeft wel niet te worden opgemerkt, dat, wie zulke werken in het publiek met zekere volkomenheid voordraagt, zeker van zich zelf moet zijn. Omtrent de voordracht van de Ballade «Archibald Douglas,« van Löwe, en »Wanderer« van Schubert, door den lieer Arnold Spoel, meldt mijn vriend mij veel goeds, zoowel de stern en ontwikkeling als de voordracht roemde hij zeer. Ten opzichte van de nuanceering looft hij den zanger in 't bijzonder. Wij mogen dus hopen in den Heer Spoel op nieuw eenen zanger voor de toekomst in ons vaderland te bezitten. iDaar mej. PJeüï '.olil «sas, maar ter wiile van de goede orde toch medewerkte, meent mijn vriend over haar in hoofdzaak te moeten zwijgen en den goeden wil voor de daad te moeten nemen. Dit is trouwens het eenige wat men in zulk een geval kan doen. Daar deze jeugdige kunstenaars liet plan hebben in eenige steden van ons land op te treden, voeg ik hier gaarne een woord bij om hun. een goed succes op hunne onderneming te wenschen; het Nederlandsch publiek zal zeker niet nalaten deze jonge kunstenaars naar waarde te schatten. Den avond na de hoven besproken soiree, was het woord aan de dramatische kunst. Eene buitengewone voorstelling van Wagner's I.ohengrin was voor dien avond door het Rotteröamsche opera-gezelschap aangekondigd. De opkomst van het publiek was buitengewoon, en de medewerking van het Rotterdamsche orkest was eveneens buitengewoon; voor 't overige was de voorstelling als bezetting gewoon, t. w. Lohengrin (Kerstens), Telramund (Schaffganz), Koning (Behrens), Heerrufer (Ziehmann), Elsa (Belaque) en Ortrud (Jaïde). Reeds herhaaldelijk besprak ik de verdiensten dezer medewerkenden, ik kan daarom niet besluiten nogmaals ieder kunstenaar afzonderlijk te bespreken. Mevr. Jaïde en Schaö'ganz waren m. i. het meest in overeenstemming met de eischen van een opera van Wagher; Behrens leverde veel schoons als Koning, maar deze partij is toch niet een zijner glanspunteu, wijl zij over 't algemeen, een weinig hoog ligt en daardoor de stem van dezen voortreffelijken zanger niet altoos in haar vollen glans schittert. Op vele plaatsen echter is hij zeer schoon en vergoedt dan ruimschoots wat hij op andere plaatsen te weinig kan geven. De personen, aan wie ik eenige regelen wil wijden, zijn Mej. Betaque en de Heer Kerstens. Eerstgenoemde bewees op nieuw, dat zij veel talent als tooneel-zangeres bezit, haar emplooi toch als soubrette stelt geheel andere eischen als de rol van Elsa. Het plooibaar talent van Mej. Betaque wist zich bijna overal te schikken naar de hoogere eischen der Elsa-partij. Wel stel ik mij Elsa voor met iets meer waardigheid, maar ten opzichte van de naïveteit, eveneens een der hooldtrekken van deze figuur, liet zij weinig te wenschen over. Ik betwijfel ook niet of Mej. Betaque zal binnenkort een Elsa weten voor te stellen die aan betrekkelijk hooge eischen kan voldoen. Zij wake echter over de hooge tonen harer schoone en milde stem, de neiging bestaat bij haar, om die tonen door inspanning tot kracht te dwingen. Doch met het talent dat zij bezit, zal deze lieve kunstenares gemakkelijk alle klippen omzeilen. Haar komt reeds thans toe, dat men met erkentelijkheid hare uitvoering roemt. De Heer Kerstens kon mij niet behagen, zijne stem is niet machtig genoeg voor deze partij, zijn talent als daarstellend kunstenaar schijnt mij te zwak, om in deze rol de noodige verheven rust te doen uitkomen, zonder bij den toehoorder en aanschouwer eene zekere mate van verveling op te wekken. Ondanks de goede hoedanigheden, die ik hier en daar opmerkte, liet mij dus de voorstelling van den Heer Kerstens onvoldaan. Behoef ik het te zeggen van welken invloed dit is op den indruk door het geheele werk teweeggebracht? De Heer Ziehmann vervulde de rol van den Heerrufer op de hem eigene talentvolle wijze. Met uitzondering van Lohengrin, verdienen alle medewerkenden lof, want ook de samenwerking was zeer verdienstelijk. Tot mijn spijt kan ik over het koor met niet zooveel lof spreken; herhaaldelijk het de intonatie te wenschen over, en het zeer sterk gedeclameerd zingen van 't koor ontaardt van tijd tot üjd in onschoon . . . .' Het orkest daarentegen verdient in menig opzicht lof. Ware het niet, dat hier en daar de stemming iets te wenschen overliet en het koper wel eens wat al te schetterend optrad, ik zou niets dan goede woorden vinden voor het orkestrale gedeelte. Er ligt een voordeel voor de uitvoering in om die met het eigen orkest te geven; wanneer tet Amsterdamsche orkest meewerkt, dat ten minste evenzeer in staat is eene voortreffelijke uitvoering tot stand te doen brengen als' het Rotterdamsche. dan moet men zich tevreden stellen met het doorloopen der partitie, zonder medewerking der solisten en koren. Al zou men nu louter kunstenaars van den eersten rang bij elkaar brengen toch zou men met éene zoodanige repetitie geen geheel van eene uitvoering kunnen maken. De lof, dien ik dus ditmaal aan het orkestrale gedeelte toebreng, sluit geen blaam in zich voor onze voortreffelijke Amsterdamsche musici. Mij althans is het te goed bekend op welke voortreffelijke wijze zij de grootste moeilijkheden overwinnen. Wij bezitten mannen die sieraden zijn voor ons land; maar ziet men de rangen na der Rotterdamsche kunstenaars, dan vindt men ook daar talenten, die in de voorste gelederen hunne plaats innemen. In liet geheel genomen, was de voorstelling van Vrijdagavond zeer goed gelukt. Dan. de Lange. --- Indisch Nieuws. Onder de voorwerpen uit de drie rijken der natuur, welke Zijne Exc. de Gouverneur-Generaal als eene herinnering aan zijn verblijf onder de tropen medeneemt, wilde de landvoogd ook gerangschikt zien een levende wouw-wouw. Men kent die apensoort, met een bijna wit gelaal en grijzen baard, langzaam in hunne bewegingen en meestal geheel in zich zelven gekeerd, waardoor zij op den mensch den indruk maken van afgeleefde grijsaards in miniatuur, 't Was echter moeielijk een exemplaar van die diersoort machtig te worden, en daarom was het bericht aan het hof welkom, dat zich hier te Batavia iemand bevond, in het bezit van een prachtige wouw-wouw. Misschien was dat beest wel voor een goed bod te krijgen. Op den laatsten Zondag namiddag-rijtoer was last gegeven voor het aangewezen huis stil te houden; Z. Exc. wilde zelf de wouw-wouw zien en daarna al of niet besluiten tot den aankoop. Ongelukkig was de eigenaar van den aap niet te huis, zoodat de landvoogd ontvangen werd door diens eerste vrouwelijke bediende. Deze, de eer waardeerende, die haar heer en meesier door dit hooge bezoek te beurt viel, noodigde den gouverneur binnen en liet Z. E. de wouw-wouw zien, die op het achtererf vastgebonden was. »Een mooi dier,« zei de landvoogd, den aap over de zachte huid streelende, sen hoe is de naam van dat heestje?« y>Ja, toean besaar,« luidde het antwoord, vdjanganmara, ja! Dia poenja nama iiJacoba djoega.tt Tableau! --- Trouw-, Geboorte- en Doodberichten. Uit de Indische bladen. GEHUWD: L. Hartog met B. Hup, Samarang. — T. Hellwig met A. Fol, Djokja. — J. L. ten Cale met jonkvr. L. C. E. Goldman, Batavia. — A. W. de la Rambelje met S. W. Gijsbers, Soekaboemi/Tegal. — Mr. L. W. C. v. d. Berg met M. F. Steup, Batavia. BEVALLEN; J. A. S. C. Van Ruyven—Van Dompseler, D., Batavia. — Mevr. Pielat, Z., Soerabaja. — Mevr. B. W. Meyer, Z., id. — L. C. Davids—Lunel, Z., id. — S. W. Swens—Wijsman, Z., Gending. — Mevr. E. P. F. Duran, d. D., Soerabaja. — Mevr. v. d. Pol, Z., Kedirie. — G. C. E. Soeters—Van den Heuvel, Z., Samarang. — E. S. Steiu—Neijs, Z., id. — D. 11. Voorbij— Tiedtke,' D., Tegal. — J. Obentrap—Das, Samarang. — G. B. M. van Katwijk—Vermeulen, Z., id. — W. Hondius—Van Gessel, Z., Rembes. — Mevr. Waleson— Ovink, D., Makassar. — S. G. Lohr—Van Gennep, D., Batavia. — Eng. den Berger—Hagenaar, 0., Pontianak. — J. Gibson—Arnold, U., Batavia. — E. L. A. Pluim Meiitz— Van der Star, Z., ïd. — G. E. P. Milar—Schluter, D, id. — M. Warrnbold—Muller, Z., id. — L. Baronesse v. Heede v. Oudshoorn—Van Recking Colenbrander, Z., Soerabaja. OVERLEDEN: J. Bemma, Padang Pandjang. — H. ,1. Roost, Soerabaja. — VV. B. Kuitert 4 m., id. —J. W. Loysen Dilié, Soekaboemie. —Willem Sc nas 21 j.— Samarang. — P. W. Tremio, 8 j., id. — W. C. Roods, 14 m., Hembang. — Mevr. A. S. P. E. Cheriex—Eijsbach, Bi j., Cheribon. — 't kindje van C. Priebee, 6 d., id. — .Mevr. de wed. S. J. M. Rijckmans—-Mallet, 48 j., Batavia. — S. E. Hartiioorn, 53 j., u/b. Sunmtra. — C. A. F. Richir, 2 m., Batavia. — Mevr. V. E. Ritter— Mathey, 40 j., Batavia. — J. F. W. Beekman v. Davelaar, id. — G. D. L. Lilienfein, id. — F. Siermans, id. --- Familie Berichten UIT ANDERE COURANTEN. Bevallen: G. J. v. Woerkom, geb. v. Suil, Z-, Nieuw Beierland, 10 Febr.; — A. W. Timmers, geb. v. Vreumiiigen, D., 10 Febr., H. Rens, geb. Neuman, D-, 10 Febr., beiden te Rotterdam; — G. S. .1. Spoor, geb. Pronk, D-, 10 Febr., C. Wissing, geb. Maters, Z., 10 Febr., F. A. Koudijs, geb. Niemeyer, D., 10 Febr., J. J. Schmitz., geb. de Kok, D-, 9 Febr., A. H. Mutters, f eb. Caron, teven! Z., 10 Febr., allen te 's Hage; — . Wijsmuller, geb. Koolhaas, Z., 10 Febr., H. lless, geb. Heumanu, D-, 10 Febr., C. Wolff. geb. Rothschild, Z., 10 Febr., A. Thole, geb. Luykx, Z-, 10 Febr., N. v. Ttibergen, geb. v. Andel, Z-, 11 Febr., allen te Amsterdam. . Overleden: M. v. d. Have, geb. Geelhoed, /4 j., 's Gravenpolder; — C. M. Bies, 31/ a j., Haarlem, 10 Febr.; — M. Oppenheimer, 73 j., 11 Febr.,':' .1. de Mever, 87 j., 11 Febr., beiden te Rotterdam; »$ A. Bekker, geb. Noordzij, 56 j., Charlois, 10 Febr.: — H. A. v. Vreeswijk, geb. v. d. Sanden, 29 j, 11 Febr., Wed. A. v. d. lios, geb. Lokhorst, 78 j., 9 Febr., beiden te Rotterdam; — A. J. Barnouw, Delft, 10 Febr.; — J. v. d. Linden, geb. Zwart, 78 j.. Kralingen, 9 Febr.; —C. J. Damme, 65 j., Middelburg, 11 Febr.; — Wed. J. F. A. Boden, geb. M. v. Dijk, 71 j., Charlois, 11 Febr.; — A. L. Folkers, geb. Zantiwijk, 39 j., 10 Febr., Wed. A. J. G. Bekking, geb. M. C. Bernhard, 83 j., 10 Febr., A. J. Jautze, 4! j., 8 Febr., allen te 's Hage; — P. N. H. Capitein, 18 j., 8 Febr., A. C. Rabanus, 66 j., 8 Febr., beiden te Amsterdam; — L. J. Bauduin, 66 j„ Utrecht, 9 Febr.; — Wed. Dr. H. Menalda, geb. A. G. v. Delden, 73 j., Deventer, 11 Febr.: — Wed. D. A. Timan, geb. M. Kouwenhoven, 74 j.,' 10 Febr., M. C. Filz, 9 j., 10 Febr., beiden te Arnhem; — W. M. J. Ipsen, geb. v. Munnen, /O j-, Amsterdam, 9 Febr.; — Wed. R. Ü. Brandon, geb. de Miranda, 82 j., 's Hage, 7 Febr.; — J. Besseling, 4» j, Nieuwer-Amstel, 8 Febr. | --- Verkooping van Huizen. Op Maandag 11 Febr. (6 «.) m »