Tweede (laatste) Blad. De Directie herinnert den Medewerkers van dit Blad en het Zondagsblad, dat aan het einde van ieder jaarkwartaal de opgaven van het verschuldigde voor geleverden arbeid bij de Directie worden ingewacht. Na onderzoek wordt alsdan het bedrag ten spoedigste overgemaakt. --- MAIL-COURANT. Advertentiëu voor de Mail-Coarant ran Zaterdag 5 Jan. dienen uiterlijk Donderdagavond 3 Jan. in ons bezit te zijn. Nummers van het blad ter kennismaking worden op aanvrage gratis verstrekt. DE DIRECTIE, --- Buitenlandsch Nieuws AMSTERDAM, 1 Jan. Gelijk eenigszins te begrijpen is, heeft Lm Kun-Yi, de nieuwstbenoemde opperbevelhebber der Chineesche strijdkrachten, eenig bezwaar gemaakt om deze gevaarlijke betrekking, waar de val vaak zoo snel op de verheffing pleegt te volgen, te aanvaarden. Hij moet zich ziek gemeld hebben, naar men verzekert; maar de Keizer heeft van dit voorwendsel niets willen weten en de benoeming gehandhaafd. Met dezen on willigen Generaal zal het kwaad overwinnen wezen. De correspondent van The Ti-mes te Tientsin geeft de volgende, even vermakelijke als leerzame beschrijving van de Chineesche Generaals: Deze generaals behooren eigenlijk in de oudheid thuis. Zij zijn feitelijk niets meer dan legerondernettïers. Evenals de Mandarijnen koopen zij hunnen post als belegging. De generaal ontvangt een bepaalde >om van de Begeering, en daarmede moet hij alle uitgaven voor zijne legerafdeoling bestrijden. Om te sparen, vervalsebt hij nu de lijsten van de getalsterkte zijner troepen, of beknibbelt zijne soldaten. Vele soldaten, die aan den slag bij Ping-Vang deelnamen, hadden in drie, vier of vijf maanden geen soldij gezien. Om die reden beschouwt een Chineesch generaal het sneuvelen en de desertie zijner soldaten ook niet als een ongeluk. Generaal Wei, bekend uit den slag bij Ping-Vang, had slechts de helft van de soldaten, voor wie hij soldij ontving, en zijn manschappen bestonden nog grootendeels uit ongedrilde koelies. Niet alle Chineesohe officieren echter —er zijn en kelders en zwommen lustig rond. Nog erger was het in Morsens. Het geheele stadje stond blank. De meubelen dreven in de huizen en vele families redden zioh op de zoldertrap. Het water steeg 15 duim hooger dan by den grooten stormvloed in 1872. Menschenlevens heelt men niet te betreuren. --- Buitenlandsch Nieuws. — 1 Januari. — hOTA HETRGFFINDE DE GEBEURTENISSEN OP LOMBOK. LOMBOK. De Deensohe koopvaardij-vloot leed een gevoelig verlies. Een ijzeren stoomschip Alexander TTI van 1842 ton, 260 Engelsche voet lang, 37 breed en IS diep, met een machine vau 825 paardenkrachten. is ZondsgmortfMi in zee omgeslagen en vergaan. Slechts 6 personen werden gered, waaronder de kapitein. Bij den noordenjtcen uitgang van Tjakra, waar het sawahteri-ein buitengewoon steil is, moesten da vuurmonden worden achtergelaten, doch niet dan nadat zij door het afnemen der sluitstukken onbruikbaar waren gemaakt. IV. *) Ofschoon de vervolging en de beschieting niet ophielden, bleven de troepen, op de vinkte gekomen, nog een groot half uur in stelling, en werd aanhoudend bet signaal van verzamelen voor de 2e compagnie onder bevel van kapitein Lindgreen geblazen, totdat de vijanden zich in grooten getale in den rug begonnen te vertoonen en er gevaar ontstond, dat zij de colonne zouden omtrekken. De afinarsch werd toen in N. O. richting hernomen en verder onder bedekking der duisternis eerst noordwaarts en toen westwaarts voortgezet, dwars door sawah's, ravijnen, rivieren en andere hindernissen telkens nog door den vijand verontrust, totdat tegen 11 uur 's avonds, ongeveer 1000 M. benoorden Ampenan, het strand en kort daarna het bivouak aldaar bereikt werd. De achterhoede der colouueVan Lawic- van Pabst, waarover de kapitein der infanterie J. C. Lindgreen het bevel voerde, was, met gewonden en eenige dwangarbeiders, bij eene kromming van den weg binnen Tjakra Negara, tengevolge vau het hevige vuur, van de rest dier colonne afgeraakt. Zij nam, ten einoe de gewonden tegen de vijandelijke kogels te kunnen dekken, ter zijde van deu grooten weg in eene ommuurde ruimte stelling, van waaruit nog te vergeeüs ! beproefd werd de verbroken verbinding met het voorste deel der colonne te herstellen. De bezette 1 ruimte werd zoo goed mogelijk in staat van verdediging gebracht, en men slaagde er den volgeuden dag in om, zij het onder het aanhoudend vuur van den i vijand, nevens eenige vivros en de reserve-munitie, : ook een aantal gewonden en dooden, die op den j *) Zie Het N. v. d. D. van 31 Dec. weg waren blijven liggen, naar binnen te halen. Onder de laatsten was ook de luitenant kolonel Van Lawiek van Pabst, wiens lijk met die van 8 anderen binnen de eneeinte begraven werd. Vier dagen lang, gedurende welke tot tweemaal toe een briefje van Badja Anak Anceng K'toet ontvangen werd, waarin vrije aftocht tegen oTergave der wapenen werd aangeboden, bleef men binnen de ommuurde ruimte stand houden, hopende dat van buiten hulp zou worden verleend ; maar de toestand werd onhoudbaar, toen de aanwezige waterput opdroogde, de levensmiddelen gingen ontbreken en de lucht verpest werd door de op den grooten weg liggende lijken der paarden en muildieren, en door de branden, die de vyand in de onmiddellijke nabijheid der muren stiohtte. Herhaalde verkenningen, dikwerf door den commandant zelf ondernomen, om eon uitweg naar de sawah te vinden, bleven zonder resultaat, totdat de commandant in den nacht van 31 Augustus op 1 September in noordelijke riohting eene andere ommuurde ruimte ontdekte, die van een waterput voorzien was en waarop een vOetpad uitkwam, dat naar de sawah scheen te leiden. In de hoop van hieruit buiten Tjakra-Negara te zullen komen, werd onverwijld deze nieuwe wgkplaats in alle stilte bezet en eene verkenning ondernomen, die echter door de Baliërs ontdekt word en aan den lsten luitenant De Graaf het leven kostte. De nieuwe wjjkplaats, waarheen inmiddels ook de gewonden waren overgebracht, bleek echter, toen het daglicht gelegenheid gaf haar nauwkeurig op te nemen, sleohts weinig bescherming tegen het vuur en de steenworpen des vijands aan te bieden, en hoewel hierin, zooveel men kon, verbetering werd gebracht, was het toch duidelvjE, vooral toen de Baliërs ook brandende stoffen naar binnen begonnen te werpen, dat de tegenstand niet lang meer kon worden volgehouden. Het pad, waarop men als een uitweg naar buiten zijne hoop had gevestigd, bleek bovendien niet in de gewenscbte richting voort te loopen, en aan vivres waren nog slechts 8 blikken gehakt voor de omstreeks 100 monden beschikbaar. Men besloot daarom onderhandelingen met de Baliërs aan te knoopen, en den In September/s namiddags om één uur, had do capitulatie op de vroeger aangeboden voorwaarden plaats. De bezetting zou de wapenen en patronen afgeven en daarna onmiddellijk naar Ampenan mogen vertrekken. De laatste voorwaarde werd echter niet nagekomen. Nadat de wapenen en patronen in handen van de Baliërs waren overgegaan, werd de geheele colonne naar de poeri geleid, waar rijst on vruchten werden uitgedeeld en kapitein Lindgreen met den officier van gezondheid Djlaki voor den ouden vorst moest verschijnen. Hier werden hun verschillende vragen gesteld, die zij zoo goed mogelijk beantwoordden, waarna allen naar een ommuurde ruimte werden overgebraoht, waar zij bijkans onbesohut en zonder eten of drinkwater, den nacht doorbrachten. Den volgenden morgen werden de beide officieren opnieuw iv de poeri ontboden, waar zij echter den vorst niet weder te zien kregen. Het beklag, dat kapitein Lindgreen daar inbracht over de schandelijke behandeling, hem en den zijnen aangedaan, had echter ten gevolge, dat men in een der lusthof en van den vorst een betai-verbljjf kreeg en behoorlijk va» levensmiddelen werd voorzien. Aan hat verzoek, dat zoowel te Tjakra Negara als te Mataram (waarheen allen voor enkele uren werden overgebracht) tot hem vt werd, om op een brief dien de vorst voor den opperbevelhebber gereed had gemaakt, te schrijven dat deze aan de gevangenen htt leven had geschonken, weigerde kapitein Lindgreen beslist ts voldoen, er bij voegende, dat zeer zeker geen brief aan het hoofdkwartier in ontvangst genomen zou worden, als niet allen medegingen, om dien over te brengen. In een goed verblijf in de poeri, waar men geregeld het noodige voedsel ontving en verschillende hoofden herhaaldelijk bezoeken kwamen brengen, bleef men gevaugen tot den 6en September, toen in den namiddag aan kapitein Lindgreen een brief van den vorst,, voor den resident van Bali bestemd, werd ter hand gesteld, en hem vergund werd mot al de zijnen af te trekken. Door een aantal gewapende Baliërs tot voorbij Schar Bela geleid, bereikte men, de gewonden iv eenige primitieve tanuoe's medevoerende, tegen 4 uur onzen post te Kaleh, waar de gewonden werden achtergelaten, terwijl de overigen zich nog denzelfden avond naar Ampenan begaven. Van den brief, waarvan zij de overbrengers waren, is de inhoud resds op bladz. 14 der vorige Nota medegedeeld. (Slot volgt) --- Tweede Kamer. ONTRIGENING VOOR DEN AANERG VAN EEN LOSWAE TE BAVERVIJK. Aan de Tweede Kamer is een wetsontwerp ingediend voor de onteigening van eigendommen voor den aanleg van ecu doorloopenden loswal langs de haven in de gemeente Beverwijk, hoofdzakelijk noodig voor het lossen en laden van groenten en dergelijke, beige^u thans belemmering ondervindt door dat onderscheidene gedeelten van de kaden onmiddellijk langs de have» in eigendom aan particulieren toebehooreu en dientengevolge die gedeelten kaden, waarover de gemeente de vrije beschikking heeft, niet aaneensluiten. Bepalingen ter uitvoering van art. 152, 2e lid, der Grondwet (het gebruik vau eigendom tot het voorbereiden en stellen vau militaire inundatiënj. Ecu nader gewijzigd ontwerp van wet is der Kamer toegezonden. De uitdrukking: ..door of tengevolge van," in het eerste lid van art. 5 van het vorige gewijzigde ontwerp, scheen der Keg. te ruim, en zij achtte het verkieslijk het Burg. Wetb. te volgen en te spreken, van de schade, welke als onmiddellijk en dadelijk gevolg van het voorbereiden of het stellen der inundatiën moet worden beschouwd. Voorts heeft de Ecg. gemeend, de in het vorige, gewijzigde ontwerp voorkomende bepalingen omtrent de instelling eener commissie voor elke provincie, welke zal worden belast met het begrooten vau de eventueel geleden schade, ingeval geen minnelijke overeenkomst is kunnen worden getroffen omtrent het bedrag der te verleenen vergoeding, niet te moeten behouden. Dit behoeft naar hare meening niet bij de wet te worden bepaald De wet behoeft niet anders te regelen dan de weder- en de belanghebbenden anderzijds. Daarom moet in het ontwerp eene bepaling behouden blijven, volgens welke de Min. v. Oorlog verplicht wordt, binnen zijdsche verplichtingen van de ïtegeering eeuerzijds een aangegeven termijn aan belanghebbenden een bod te doen omtrent het bedrag der schadevergoeding, terwijl ook de bepaling omtrent het beroep op den rechter volgens de Reg. niet kan worden gemist. --- RUILING VAN GROND ONDER GINNEREN EN BAVEL. PRINSENHAGE EN GILGE EN RIJEN. 1 Een wetsontwerp is der Kamer aangeboden, houdende goedkeuring eener overeenkomst, waarbij de Staat met Mr. H. E. Baron van der Borch, te Ginne- ken, eenige gronden, liggende in de hierbovengei noemde gemeenten, heeft geruild en een toegift heeft I bedon«reu van f 1450.28. Leze ruil strekt om te voor- komen, dat het jonge dennenboseh. door den pachter bovengenoemd aangelegd, weder zou moeten worden gerooid. De prijs van ƒ 100 de H. A. is hooger dan. de waarde van den grond, van het hout ontdaan. De St.-Ct. No. 305 bevat twee wetten van 1 December j.l. : I°. tot wijziging van Hoofdstuk IX der Staatsbegrooting voor 1893 (Waterstaat), — en 2°. tot wijziging van de begrooting van uitgaven voor den aanleg van Staatsspoorwegen, dienst 1894. Voorts een Kon. besluit van 14 December j.1., tot aanvulling en wijziging van het bijzonder reglement van politie voor de soheepvaart op de rivieren beneden Eotterdam tot in zee. De St.-Ct. No. 1 bevat de wetten van 31 December 1894 tot vaststelling van Hoofdstuk I (Huis der Koningin) en Hoofdstuk VHa (Nationale Schuld) der Staatsbegrooting voor 1895, alsmede de Wet tot aanwijzing van de Middelen tot dekking van de uitgaven dier Staatsbegrooting. Voorts de Wet van 31 Dec. j.1., tot wijziging van Hoofdstuk VIIb (Financiën) der Staatsbegrooting voor 1893. By Kon. besl. is benoemd tot ontvanger der registratie te Wageningen C. F. Lebret, thans te Eindhoven; — tot id. te Doesburg H. F. Spoor, thans te Loenen. De statuten der navolgende Naamlooze Vennootschappen zijn opgenomen in de St.-Cl. No. 305: Cartonnagefabriek „Neerlandia", te Schiedam, kapitaal ƒ15,000; — „De Nederlandsche Phosphaatmaatsohappö", te Amsterdam (wijzigingen); — Maatschappij tot exploitatie van bouwterreinen „Duinave", te 's-Gravenhage, kapitaal ƒ200,000 ; — ..Maatschappij tot exploitatie van steenfabrieken", te Rotterdam (verlenging van termijn voor plaatsing van aandeelen, met 10 jaren). Hetzelfde nummer der St.-Ct. bevat de statuten der navolgende vereenigingen: „Vereeniging tot oprichting en instandhouding der Spaarbank", te Hoorn ;— „Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwgs", te Doesburg (wijzigingen); — „Vereeniging Armenzorg", te Assen (wijziging). Te Enschede is door de centrale kiesvereeniging Nederland en Oranje tot candidaat voor de Prov. Staten (vacature-G. A. Lasonder) gesteld de Heer H. Beef, te Twekkelo, gem. Lonneker. In de Vereeniging voorde Staathuishoudkunde en de Statistiek zullen als praeadviseurn over het vraagstuk van minimum-loon en maxirnumarbeid optreden de heeren: D. E. C. Knuttel, Kjjkßbouwmeester te 's-Gravenhage, Prof. Eeiger, te Groningen, D. W. Stork, fabrikant te Hengelo, en Mr. M. W. P. Treub, wethouder te Amsterdam. Den 2 7n Januari wordt te Brussel eene vergadering gehouden van het Internationale Tariefcomité voor het vervoer op de Spoorwegen. Aan deze vergadering zal ook worden deelgenomen vanwege de Nederlandsche spoorwegen. Dit internationaal comité heeft ten doel zoo mogelijk in de verschillende tariefbepalingen tusschen Oostenrijk-Hongarije, België, Luxemburg en Nederland overeenstemming te brengen. De Arnhemsche Ge meenteraad had de inwerkingtreding der pensioenverordening gesteld op 1 Januari 1595. Door enkele coramibi-iën en hoofdambtenaren waren hiertegen bezwaren ingebracht, zoodat de Baad Zaterdag 1. 1. heeft besloten de verordening, wat de kortingen betreft, te doen ingaan op l Maart 18H5. Ten einde geene opgewekte verwachtingen te leur te stellen, zullen de rechten der ambtenaren reeds 1 Januari 1895 ingaan. Op voorstel van den Heer Mos werd besloten de voorjaarspaardenmarkt, welke steeds minder bezocht wordt, te verzetten op Vrijdag vóór Palmzondag. Op die wijze ziju de kooplieden in de gelegenheid, op weg naar De Bilt en Utrecht, ook Arnhem aan te doen. Ten einde de dagelijksche poppenkastvertooïüngen en hardlooperskunstverrichtingen op de openbare straat tegen te gaan, z\jn deze beide beroepen in de politie-verordening opgenomen in het artikel, waarbij de uitoefening van die bedrijven van politietoeatemming wordt afhankelijk gesteld. Om het zingen van ongepaste liedjes te voorkomen, is bepaald dat beambten van politie te allen tgde het zingen op straat kunnen verbieden. Het groote plan van stratenaanleg in het onteigende gedeelte van Klarecdal dat op de agenda voorkwam, zal eerst in de vergadering van 12 Januari a. s. worden behandeld. Op eene vraag van den Heer Bijleveld werd door den voorzitter in uitzicht gesteld, dat de gemeentebibliotheek, thans gevestigd in de Mariënburgstraat, meer dagen en uren voor het publiek zal worden opengesteld. --- NEDERLANDSCH GYMNASTIEKVERHOND. Zondag 30 December is te Groningen de jaarlijksche vergadering gehouden van het Noordergewest, onder voorzitterschap van den Heer Dr. P. H. van Eden. Behalve het gewestelijk bestuur waren afgevaardigden vertegenwoordigd van de Gymnastiek-Vereenigiagen: „Sparta" en „Gruno", te Groningen, „Bato", te Winschoten, „Brinio", te Leeuwarden, „uitspanning door Inspanning", te Sneek, „Priso", te Heerenveen, „Olympia", te Praneker, en de Harlinger Gymnastiek-Vereeniging, te Harlingen. Dit het jaarverslag van den secretaris bleek, dat het gewest thans 15 vereenigingen telt met 245 leden. De ontvangsten van den penningmeester bedroegen f 481.74, en de uitgaven f 159.55, H', zoodat de kas met "een voordeelig saldo sloot van ƒ 256.18>j. Dooreene daartoe benoemde commissie, bestaande uit de heeren Pijttersen, te Sneek. Wijgs, te Praneker, en V; n Slooten, te Harlingen, werd de rekening en verantwoording nagezien en onder dankbetuiging goedgekeurd. Tot bestuursleden voor 1895 werden herkozen de heeren Dr. P. H. van Eden, voorzitter, te Harlingen, A. Z. Upes. seoretaris, te Leeuwarden, J. W. van Les3en, penningmeester, te Groningen, en H. Edel» man, commissaris, te Winschoten, en gekozen werd tot commissaris de Heer J. Meulman, te Groningen. Ais plaats vooi- de volgende vergadering werd Leeuwarden gekozen. ..Er waren bij het bestuur geen aanvragen van vereenigingen ingekomen voor de in 1895 te houden gewestelijke uitvoering. De afgev. van Sneek, de Heer Pijttersen, deelde aan de vergadering mede, dat „Uitspanning door Inspanning" de bedoelde uitvoering gaarne in den zomer van het volgende jaar zag gehouden, wanneer het Koordergewest geldelijken steun toe ken zeggen. Met het oog op de bijzonder ruime kas, werd hiertoe besloten en Snee- als plaate aangewezen, waar in 1895 de gewestelijke uitvoering zal gegeven worden. Alb leiders voor de in 1895 te houden voorwerkers- klasse werden gekozen do heeren J. J. van der Est, te Harlingen, en J. H. G. Casparie, te Groningen. Een levendige gedachtenwisseling volgde bü de bespreking van de door het hoofdbestuur voorgestelde svetswüzigingen (gewestelgko vertegenwoordiging), waarbü door den Heer M. P. Basker, te Groningen, de volgende motie werd voorgesteld: „De vergadering, gehoord de daarover gevoerde discussiën, besluit hare adhaesio te betuigen aan de voorstellen van het Bondsbestuur, in zake de gewest tolijke vertegenwoordiging." De voorzitter wekte de aanwezigen op om vooral afgevaardigden te zenden naar de op 27 Januari e.k. te {imstei-dara te houden Bondsvergadering, ---