Duitschland. Alvorens de Duitsche kroonprins Berlijn verliet, om zich naar Petersburg te begeven, heeft bij een onderhoud gehad met den Rykskanselier, hetwelk ruim een half uur heeft geduurd. —Deßank-und Hand.-Zeitung deelt mede, dat de Rykskanselier Berlijn nog vóór de bijeenkomst der aanstaande conferentie zal verlaten. — Van algemeene bekendheid is het hoe hevig de ver ■ schillende ofticieuse. organen in Pruisen tegen den heer Delbriick uitvaren, terwijl de heer Falk tot heden van dergelijke aanvallen is verschoond gebleven, hetgeen niet weinig de aandacht heeft getrokken. Aan dezen stand van zaken zal spoedig een einde worden gemaakt. De Rhein-Kurier is op grond van zekere feiten, welke ter kennis van het genoemde blad zijn gebracht, ten stelligste van gevoelen, dat de zoolang verbeide storm weldra zal losbarsten en dat hij des te heviger zal zijn naar mate hy langer dan men verwacht had, is uitgebleven. Men weet reeds te spreken van zekere uitdrukkingen, die men zich ten aanzien van den heer Falk heeft veroorloofd, waarbij hetgeen betreffende diens ambtgenoot, den voormaligen minister Friedenthal van diezelfde zijde indortijd is gezegd, een hoogst verschoonende wyze van beoordeeling moet worden genoemd. Van den anderen kant behoort niet onvermeld te worden gelaten, dat Fulk's houding in de jongste debatten hem vele vrienden heeft verworven; velen van hen, die de openbaarmaking van den bekenden brief tot den uitgever der Deutsche Revue gericht, gispten, zijn hem thans weder zeer genegen. Wyders moot hierbij nog worden gevoegd dat in de kringen der oud-liberalen zich een geheel andere stemming vertoont dan vroeger onder hen werd waargenomen. Waren de oud-liberalen destijds zoer Bismarcks-gezind, thans is de stemming zeer bekoeld. Het lag eigenlijk niet in het oorspronkelijke plan des heeren Falk om reeds zoo vroeg een gewichtig aandeel te nemen in de beraadslagingen over de kerkehjk-staatkundige voordracht. Hierin is echter een wijziging gebracht door tusschenkomst van eenige invloedrijke nationaal-liberalen, die van oordeel waren, dat de woorden des voormaligen ministers van eeredienst krachtiger invloed zouden uitoefenen, indien hij reeds in het begin der debatten zich in den strijd mengde. Te Lichterfelde, bij den voormaligen minister Hobrecht, alwaar nog andere leden der liberale fractie waren vereenigd, allen gelijk de gastheer verklaarde tegenstanders van de voordracht, is dit besluit genomen. De tweede zoon van den Rijkskanselier, lid van den Rijksdag, graaf Willem von Bismarck, zal zijn mandaat moeten nederleggen, zoodat in het district Miihlhausen-Langersalza eerstdaags een nieuwe verkiezing zal plaats hebben. De heer von Bismarck is namelijk benoemd tot landraad van het Holsteinsche district Stormarn. Hij is de jongste landraad in gansch Pruisen. --- Zwitserland. De Nationale Raad heeft zich in zijn jongste zitting onledig gehouden met verschillende onderwerpen, betreffende de wyze waarop de departementen van algemeen bestuur gedurende het jongstverloopen jaar zich van hunne taak hebben gekweten. Daarbij is onder anderen ten opzichte van het ministerie van oorlog door den rapporteur der commissie, welke de handelingen van dit departement speciaal had onderzocht, breedvoerig aangetoond, dat aldaar eene buitengewone spaarzaamheid is in achtgenomen. De commissie was van oordeel, dat een dergelijke handelwijze zeer krachtig zou bydragen tot populariseering van de nieuwe legerorganisatie. Hieraan werd door den rapporteur de wensch gevoegd, dat de Bondsraad ter gelegener tyd de vereischte voorstellen zou indienen, ten einde te goraken tot eon voldoende oplossing van het veel besproken vraagstuk der bevestiging van de zwakke punten des lands. Door den Stendenraad is onder anderen goedgekeurd de begrooting voor 1879. Ook bij dit college is het vraagstuk der bevestiging van de zwakke punten des lands zeer uitvoerig behandeld. De rapporteur der commissie verklaarde, dat zij algemeen dit gevoelen was toegedaan, alvorens men overging tot het gevem van uitvoering aan een der bestaande plannen te dezen aanzien, moest een zeer grondig onderzoek vooraf gaan, opdat men zich zou kunnen vrywaren vóór geldverspilling. --- FEUILLETON. IN BERLIJN, DOOR JOHAN GRAM. XV. EEN UITSTAPJE NAAR POTSDAM. Berlijn zonder Potsdam is een diner zonder dessert, .„morde--' zonder zonneschijn, een huwelijk zon- SkXn,0 Parijs zonder Versailles Potsdam-zelf b «oo byzonder mooi niet, maar het ligt schilderaehl aan de Havel, teert op den roem van Frederik den Groote en op zijn prachtige omgeving. HeT uitstapje van Berlijn naar Potsdam vergt slechts JrrAt van een "root half uur, waarbij men een spoorw gut vn een, PotsPotsdamnierhet voorred, heeft het; .«.me . P £ fe kunne„ station, aan het einde der l.eipzineist , Aderen, en zich tevens te verhazen, dat de breed toe-an- gedeeltelijk belemmerd wordt d00i...... een kerkhof. De grootste drukte en de snelste beweging naast de stilste rust. Potsdam is een echte soldatenstad: 4300 inwoners en 7000 militairen. In de straten ontmoet men bijna niets dan soldaten en. . . dienstmeisjes ; de laatsten zijn er vermoedelijk om de eersten. Vóór het paleis ligt een uitgestrekt zondplein, zoo ot dat het garnizoen van 7000 man er parade kan houden en manoeuvreeren, hetgeen dan ook eiken zomer, in tegenwoordigheid van de keizerlijke familie, PlZotnder')de'vele herinneringen aan den ouden Frits 7ou het paleis-zelf geene bijzondere waarde hebben. De oudste zoon van den Kroonprins bewoont een gedeelte daarvan, en in de overige zalen en verrekken iordt men door een spraakzamen en vnendelykcn Castellan rondgeleid. Bü het binnentreden van den hoofdingang treffen u twee als goud blinkende kanonnen, die aan weenzijden van de dubbele trap zijn opgo*tcld. Het is een geschenk van den grooten Krupp aan keizer Wilhelm, en dit getrokken geschut, prachtig gepolijst gelijk een salonmoordtuig betaamt, werd op last van Z. K. M. aldaar geplaatst. "Bij feesten", zei de Castellan, "wordt de vestibule met bloemen versierd, en zien de binnentredende sasten, slechts tusschen de rozen en camehaa de monden der kanonnen glinsteren." Point de roses sans épines! Eene kleine herinnering aan de gasten dat macht boven recht gaat. In een der eerste vertrekken vonden wij eene maat aan den wand, waaronder Frederik de Groote de manschappen liet plaatsen, die hij voor zijn regiment grenadieren bestemde, en die allen minstens 6 voet lang moesten zijn. De keizer van Rusland, die nog prachtiger kanonnenvleesch had, gaf Frederik 1»50 man van 7 en 8 voet ten geschenke, «n de hertog van Coerland, die 'nog langere onderdanen had, zond hem er 50 van 8 voet. Welk een voorrecht, in een tijd toen men menschen cadeau >-af alsof het eendvogels of honden waren, een bultenaar of onderkruipsel te zijn geweest ! Aan het raam van een volgend vertrek zagen wij den Lindeboom uit Frederik's tijd, vol zorg met ijzeren banden en linnen omgeven en door ijzeren staven gestut. Die boom werd zeer eigenaardig "Bittestelle-Linde" genaamd. ledereen, die zijn koning wat te vragen had, lei of hing het schriftelijk verzoek eenvoudig op of aan een der takken van den jongen lindeboom, tegenover 's Konings woonvertrek. Zag deze, dat de boom eigenaardige vruchten droeg, die voor hem bestemd waren, dan ging hij lang 3 een daarvoor gemaakt afzonderlijk trapje naar beneden, en haalde het verzoekschrift er uit. Soms gebeurde het ook, dat Frederik in den spiegel vóór zijn lessenaar — die er nog staat — een papierrol in den boom bespeurde, of dat iemand een request of brief aan den stok tegen den boom omhooghield; dan liep de Koning onmiddellijk naar beneden en nam het smeekschrift in ontvang. Zoo traden wij ook hier 't bekende kabinet binnen, waar Frederik de Groote de gasten ontving met wie hij geheel alleen, zonder luisterende kamerdienaan of beluisterende kamerheeren wilde zijn. Zijn ver* trouwde kamerdienaar hield dan in de aangrenzende zaal de wacht voor een gesloten tribune, die alle onbescheidenen op behoorlijken afstand van het kabinetje deed blijven. De ronde tafel in dit gezellig hoekkamertje ging door een mechanische inrichting naar beneden, en evenzoo twee bakken, voor gebruikt vaatwerk en flesschen wijn bestemd. In de keuken werd daarop alles gevuld, en zoo kwam de tafel als in een tooverstuk weder naar boven zonder dat eenig bediende in de nabijheid behoefde te zijn. Wie weet hoe dikwerf Frederik en Voltaire hier prettig gezeten hebben. Nog zien wij er den muzieklessenaar van den grooten Koning, met muziek door hem zelven voor twee fluiten gecomponeerd; ook een sopha, die zijn geliefde jachthonden kapot gescheurd hebben, een bibliotheek met bijna uitsluitend Fransche werken, zooals men verwachten kan van Voltaire's boezemvriend, die voor de vaderlandsche letterkunde de schouders ophaalde. Ook verzuimt de Castellan niet op een prachtige staande klok te wijzen, die een geschenk van de markiezin de Pompadour zou wezen. Daar men er echter èn te Sanssouci èn in het "Neue Palais" ook een dergelijke klok met dezelfde bijvoeging laat zien, dient men het op te nemen als de drie ringen uit Nathan der Weise. Karakteristiek is het speelgoed, dat den tegenwoordigen Keizer en zijn broeder in hunne jeugd vermaakt heeft, en dat in een der kamers zorgvuldig bewaard wordt. Daaronder komt vooral een zeer groote doos uit, waarop Tactisch es Kriegsspiel geschreven staat. Hun spelen was leeren. Ook hier treft weer de innige vereering voor koningin Louise. Toen wij de kamer binnentraden, waar deze veel beminde vrouw gestorven is en alles in denzelfden toestand bewaard wordt, sprak uit den toon, waarmede de geleider dit vertelde, de diepe eer. bied voor die moeder haars volks. Door Potsdam's stille straten naar het park en Sanssouci is eene aangename wandeling. Bij den ingang van het Park zat de oude portier naast het hek, en toen hij mij de grenzen van dit vorstelijk gebied met een rookende gigaar zag overschrijden, bromde hij met militaire barschheid: "Man raucht hier nicht!" "Richtig," luidde 't antwoord, "Sic rauchen nicht, aber bitte, mag ik u een paar lekkere sigaren aanbieden?" En de daad bij het woord voegende, werden den brompot eenige sigaren in de hand gestopt, die hij stilzwijgend aannam. Nu sloot hij een oog voor de heiligschennis van zijn gebied, om met het andere naar het fijne rooktuig in zijne hand te zien. In het hart van den zomer, wanneer de natuur in eisenen eens vorsten. Naast dien molen voert een schilderachtige landweg, langs den zoom van het park, naar het s' ... vi i„~, Frederik den Groote nieuwe paleis, insgelijks door * reuen». . , ï .„„^wnordiire kroonprins een gesticht, en waar de tegenwoordig r «n-oot gedeelte van den zomer doorbrengt. Het gaat echter met paleizen zien als met het bijwonen van een reeks feestmalen; zy gelijken machtig veel op elkaar en men hoort overal ongeveer hetzelfde vertellen. Al de eastellans of conciërges hebben dezen trek gemeen, dat zij den bezoeker vooral denken te treffen door het opnoemen der fabelachtige sommen, .. „p «„der kunstwerk betaald zijn. Dit die voor een ot anuei »» j "neue Palais" met zijn 200 kamers, echt koninklijk Uj midden cenei' «Uw*» natuur gdegep, heeft ecluer ééne bijzondere merkwaardigheid, die men nooit vergeet, namelijk de "Grottensaal," wier wanden en gewelfde zoldering eene zeldzame mozaiek van de fraaiste schelpen en horens, de schitterendste en kostbaarste mineralen, kristallen en edelsteenen vormen. Veelkleurige en weerschijnende schelpen zijn tot de vreemdste ornamenten, draken, slangen, ruikers, bloemen en festoenen ta zamengebracht. De fries en de benedenlijsten fonkelen door de ingelegde steenen en kristallen, waarvan enkele in lateren tijd door von Humboldt en anderen uit verre landen zijn meeo-e--bracht. Dit alles maakt zulk een zeldzaam en schitterend effect, dat men een hoofdstuk uit de Arabische Nachtvertellingen in beeld meent te zien. Geen wonder dat de Schach van Perzië, die hier eenige dagen doorbracht en ter wiens eere men de grotzaal des avonds onbekrompen verlichtte, nauwlijks woorden vond om zijn ooetersche opgetogenheid daarover uit te drukken. Men, had de zaal met duizenden waskaarsen voorzien, wier pitten onderling met schietkatoen verbonden waren. Toen nu de Schach van het terras de zaal naderde, ging die duisternis plotseling ;n het weergaloos tooverschouwspel over. In deze zaal had ook de trouwplechtigheid van onzen hartelijk beminden prins Hendrik met prinses Marie plaats. Van dit nieuwe paleis langs Charlottenhof, door Schinkei's meesterhand van een eenvoudig buitenhuis m een pittoreske Italiaansche villa herschapen, en voorbij het oud-Romeinsche badhuis is een onvergetelijke wandeling, vooral omdat die klassieke lijnende waarde van het landschap zoo verhoogen. Men kan zich voorstellen, dat het voor den Berlijner, die steeds in drukke straten en tusschen hooge huizen leeft, een heerlijke verademing moet wezen, te Potsdam rust en lommer onder hoog geboomte te vinden, ervan den Pfingstberg naar het Mannor- Palais en Glienicke te rijden en 's avonds teru-r Keerende, uit te roepen: "als ik niette Berlijn woonde zou ik te Potsdam willen zijn!" --- AMSTERDAM , Zaterdag 12 Juni. Hot lot van het Pruisische kerkelijke ontwerp in de commissie doet niet veel beters verwachten in den Landdag. Alleen wanneer het centrum zich van de stemming onthoudt, zou het met eene meerderheid van conservatieven kunnen worden aangenomen. Maar tot dusverre kan men niet anders verwachten dan dat het centrum in de volle vergadering handelen zal als in de commissie en dan wordt ook daar het voorstel verworpen. De Köln. Zeit. meent, dat er nog kans wezen zou op eene meerderheid van conservatieven en liberalen, maar dan zou de regeering art. 4 moeten doen vervallen. De nationaal-liberalen zouden zich kunnen nederleggen bij art. 1 en 5 der voordracht, maar de bepaling, waardoor de bisschoppen zouden kunnen terugkeeren, achten zij onaannemelijk, vooral in den vorm, waarin zij gebracht werd door een voorstel van den heer Rauchhaupt. In de bezwaren der geestelijkheid zou kunnen worden te gemoet gekomen door de benoeming van coadjutoren voor de bisdommen, die [thans onbezet zijn. Hetzelfde is gebeurd in 1840, tijdens het geschil mot den aartsbisschop v. Droste-Vissering. Verder te gaan zouden zij voor den Staat zeer bedenkelijk achten. Ook omtrent andere bepalingen hebben de liberalen bezwaar, maar met eenige inschikkelijkheid zou dit uit den weg zijn te ruimen en het geheele ontwerp kon dan door de vereeniging van liberalen en conservatieven worden goedgekeurd. Of de regeering in die richting stappen zal willen doen, blijkt niet. Men zou eer iets anders kunnen verwachten. Maar het zou zeker voor Duitschland niet gewenscht zijn, wanneer ten slotte het voorstel zoo wierd veranderd, dat het door eene vereeniging van conservatieven en clericalen kon worden aangenomen. De National-Zeitung gelooft nog altijd, dat het centrum zich van stemmen zal onthouden. Maar dit kan niet veel meer dan eene gissing wezen. De fractie zelve is het blijkbaar nog niet eens over hetgeen zy doen zal. Uit de mededeelingen van den heer Gladstone, gisteren per telegram overgebracht, zal men hebben gezien, dat de kansen voor hernieuwing van het handelsverdrag tusschen Frankrijk en Engeland gunstiger staan, dan men eerst heeft gedacht. Dat de heer Say nog eenige dagen in Londen bleef staat met deze onderhandelingen denkelijk in verband en Frankrijk zal dan van zyn kortstondig gezantschap toch wil hebben gehad. Men schijnt het eens te zijn geworden over de volgende grondslagen. I°. verlaging van de rechten op den wijn; 2°. vee en landbouwproducten uit te sluiten van het tractaat; 3°. middelen te beramen om meer dan tot heden valsche aangifte te voorkomen; 4°. in het algemeen verbetering van het status quo en bevordering van het handelsverkeer. Aangaande de nieuwe Turksche ministers kan het volgende worden medegedeeld: Kadri-pacha, de nieuwe eerste minister, heeft beter opvoeding gehad, dan de meeste Turksche ambtenaren. Hij verstaat niet alleen Arabisch en Perzisch, maar ook Fransch en Engelsch. Omstreeks den oorlog in de Krim begon hij' zijne ambtelijke loopbaan als translateur bij den grooten raad van hervormingen en sedert klom hij geregeld op, zonder ooit belangrijk aandeel te hebben in de staatkundige gebeurtenissen. Hij was herhaaldelijk gouverneur en het laatst gouverneur-generaal van Bagdad. Bij den val van Khaereddin-pacha werd hij minister van binnenl. zaken, maar al» zoodanig werd hij in October vervangen door Mahmoed-Nedim. Hij werd toen minister van koophandel en blijft dit ook nu. De nieuwe eerste minister zal omstreeks 50 jaar wezen en men gelooft dat hij krachtig zou kunnen handelen. Abeddin-pacha,de nieuwe minister van buitenlandsche zaken, is ongeveer even oud, maar werd vroeger ambtenaar en klom dus spoediger op. Van geboorte is hij Albanees. Ofschoon Mohammedaan kreeg hij eene Grieksche opvoeding en hy spreekt niet slechts vlot Grieksch, maar is zeer vertrouwd met de klassieken. , Eenige der voornaamste heeft hij in het Turksoh vertaald. In 1875 was hij controleur van de beurs te Galata en in 1877 lid van de Nationale Vergadering. H(j trok toen de aandacht door zyne vaderlandslievende redevoeringen. Bij de eerste onderhandelingen met Griekenland op den grondslag van het congres van Berlijn was ny tweede Turksche commissaris, en toen deze werden afgebroken benoemde men hom tot eersten commissaris voor de hervormingen in Klein-Azie. Als zoodanig en later als gouverneur van Diarbekir trad hij zeer krachtig op tegen de Beys , die de Armeensche boeren plunderden. Van Diarbekir ging hij naar Sivas, waar zijn bestuur zeer geprezen werd door kolonel Wilson, Engelsch consul-goneraal voor Anatolië. Voor omstreeks eene maand werd hij uit Sivas teruggeroepen en tot gouverneur van Saloniki benoemd, in de hoop dat hy daar een eind zou kunnen maken aan de rooveryen. Hij had daartoe reeds omvangrijke maatregelen genomen, toen hij eene week geleden naar Konstantinopel werd ontboden en benoemd tot minister van buitenlandsche zaken. De Oostenrijksche minister, graaf Taaffe, is op het ongelukkige denkbeeld gekomen, om alle middelbare scholen in Dalmatië tot Slavische instellingen te maken. De maatregel moet strekken ter bestrijding der partij van het onverlost Italië, maar zal denkelijk slechts aan deze beweging nieuw voedsel geven. De geheele beschaving toch in Dalmatië is wezenlijk een Italiaansche en ook in het belang van handelen verkeer schijnt het niet wenschelijk,pogingen te doen, om de Italiaansche taal door do Slavische te verdringen, daar het Italiaan sch in deze streken en in den geheelen Levant de taal van den handel is. Men kan dus niet veel anders verwachten, dan dat door zulke maatregelen een partij gevormd wordt, die hare bevrijding van de irredentisten verwacht en zoo zou men dus juist het tegendeel bewerken van wat men beoogt. Het Lyonneesche centrale comité, welks candidaat verleden Zondag de zege over Blanqui behaalde, heeft aan de kiezers van het eerste kiesdistrict van Lyon eene circulaire gezonden, waarin wordt gewezen op de belangrijkheid der verkregen uitkomst, als een bewijs dat de bevolking niets wil te maken hebben met eene partij, welke geweld boven recht stelt. Doch tevens is zij eene vingerwijzing aan de regeering, om aan Lyon niet langer het bezit zijner gemeentelijke vrijheden to onthouden. "De verkiezing van 6 Juni zal hare vruchten dragen en onzo hoop rechtvaardigen," zegt het comité. «Zy is een krachtigen steun voor de regeering in de toepassing der maatregelen, welke ons weldra van de Jezuïeten zullen bevrijden. Doch tevens zal zy leiden tot de uitvaardiging der amnestie, waarnaar wij met verlangen uitzien." Dit schrijven is in zoover belangrijk, omdat het 't bewys aflegt van het besluit tot strenge eerbiediging der wet. Dat 'de Lyonneezen hunne gemeentelijke vrijheden terugverlangen, kan geen verwondering wekken, wanneer men bedenkt dat zij die zelfs onder het keizerrijk bezaten. Wat de amnestie betreft, heeft de uiterste linkerzijde besloten het Kabinet door eene deputatie te verzoeken, de algemeene amnestie tegen 14 Juli af te kondigen, opdat het dien dag te houden volksfeest tevens een feest van volkomen verzoening zij. De uiterste linkerzijde wil echter, eer zij tot dezen stap overgaat, zich met de andere groepen verstaan. De groote meerderheid der «Republikeinsche Vereeniging" (Gambettisten) is voor de amnestie. Derepublikeinsche linkerzijde is van gevoelen, dat nu men Humbert en anderen van gelijke kleur naar Frankrijk liet terugkecren zonder dat de openbare orde gestoord is, de terugkeer van Rochefort, Felix Pyat en overige veroordeelde communisten, wier namen de Parijsche bevolking zich niet eens meer herinnert, geen gevaar zou opleveren. Uit de telegrammen heeft men gisteren kunnen zien, dat ook de ministerraad voor de amnestie is. Uit Trebisonde wordt gemeld, dat de landverhuizing aldaar op in het oog vallende wijze toeneemt. Volgens deze berichten schijnt de Christelijke bevolking der districten Atkieui, Keras en Bulaugiak door eene ware landverhuizingskoorts bevangen te zijn. Zoo verlieten in de laatste weken opnieuw talryke huisgezinnen die streken en gingen aan boord van verscheidene zeilschepen naar Rusland. Dit doel, — en. hierin ligt het opmerkelijke dezer emigratie, — hebben allen gemeen; doch of ditzelfde kan gezegd worden van de beweegredenen, welke de Grieksch-orthodoxe Christenen doen besluiten om de heerschappij des Sultans met die van den Czaar te verwisselen, is nog niet opgehelderd. Zooveel schy'nt intusschen zeker, dat de vrees voor de reeds aangekomen en nog te verwachten Mohammedaansche Lazen, of voar de verdrukking van den kant der Turksohe ambtenaren, niet de eenige beweegredenen tot de landverhuizing zijn. Anderen zoeken de oorzaak der emigratie in de gewelddadigheden van Kara Ibrahimbey en zijne zonen, die zoowel Christenen als Mohammedanen van hunne gronden verjagen, of hen dwingen hunne velden voor hen te bearbeiden. Toen de van hun eigendom beroofde gezinnen zich naar de aanlegplaatsen begaven om scheep te gaan, werd hun door den mudir en kadi hunner districten, onder voorwendsel van achterstallige belastingen, geld afgeperst, en het weinige wat de Turksche overheid hun gelaten had, werd hun door de roofzuchtige Lazen ontnomen, zoodat zij als bedelaars In Rusland aankwamen. De gouverneurgeneraal van Trebisonde toont do grootste onverschilligheid bij deze gebeurtenissen, en ofschoon hem nog kort geleden gemeld werd, dat te Domirkieui, Abdal en Bulaugiak 75 gezinnen tot vertrek gereed waren, deed hij niets om hen van besluit te doen veranderen. Te Altina, een nabij Trebisonde gelegen Muzelmansch dorp, werden op de bezittingen der bevolking barakken voor de verwachte Lazen gebouwd. Aanvankelijk dreigde ook deze bevolking met vertrek, doch later haalde zij de barakken eenvoudig tegen den grond. De ambtenaren hebben alle aanzien verloren en daar zij geen betaling van de Regeering krijgen, is üun geen middel te slecht om in kun levensonderhoud te voorzien. Volgens de laatste uit Petersburg ontvangen berichten zal de admiraal SchestakofF tot bevelhebber der Russische schepen in de Chineesche wateren benoemd worden. Bij het vertrek naar de plaats zijner bestemming zal hij nog verscheidene schepen medenemen, en ook de Siberische vloot (in de krijgshaven WladiwostofT), slechts tien gewapende stoombooten met 14 stukken en 13 kleine niet gewapende stoomschepen, zal zich onder zijne bevelen stellen. Aan de blokkade der Chineesche havens, uit een handelsoogpunt door de Engelschen zoozeer gevreesd, is dus voorloopig niet te denken, of althans slechts aan een gedeeltelijke. Voordat de Oostzee vloot den verren weg door het Suez-kanaal heeft afgelegd, zal in olk geval nog een geruime tyd verloopen. De Taku-forten aan de Peiho, tot bescherming van Peking aangelegd, zijn bovendien sedert 18 GO, op den aandrang van Li-Hung- Tschang, zoo aanmerkelijk versterkt, dat de Russen hier eene zware taak zouden hebben. Krupp heeft tot het einde van 1879 niet minder dan 150 stukken vestinggeschut van verschillend kaliber aan China geleverd , welke in de genoemde forten opgesteld zijn. Aan veldgeschut leverde hij 275 stukken. Het groote onderscheid tusschen het eigenlijke Chineesche leger (Patschi) en de nationale militie of provinciaal leger (Lujing) bestaat hierin, dat de militaire bevelhebbers van laatstgenoemde aan de burgerlijke overheid ondergeschikt en in zeker opzicht afdeelingchefs van den gouverneur zijn. Is deze een onbekwaam man, dan werkt dit op den geheelen militairen toestand zeer ongunstig terug; bovendien staan de officieren in weinig aanzien ; hunne soldij is niet veel hooger dan dat van den gewonen soldaat; hun examen bepaalt zich tot het afleggen van proeven hunner lichamelijke geschiktheid en kracht, en daarom worden ook de hoogere posten door //burgerlyke ambtenaren" bezet. Slechts weinig gouverneur» zyn zulke krachtige en voortvarende mannen als Li-Hung-Tschang, gouverneur van Tschili, die zyne militie door Europecsche instructeurs liet vormen en voor wapening met achterladers zorg droeg. Intusschen wordt het aangeleerde spoedig vergeten, waaneer de afgeëxerceerde troepen weder aan zichzelven worden overgelaten. Toch kan het niet ontkend worden, dat de Chineezen meer en meer met den sleur trachten te breken; zoo verscheen in het jaar 1876 eene Chineesche vertaling van den laatsten Duitsch-Franschen oorlog, waarin vooral de slag van Sedan uitvoerig beschreven wordt. Volgens berichten van Fransche zijde zou de wapening der Chineezen, gedeeltelijk nog zeer verouderd, onlangs vernieuwd zijn; althans de Chineezen ontvingen groote toezendingen van wapenen uit Amerika, vooral uit San Francisco; bovendien bezitten zij, sedert vele jaren, door Europeanen ingerichte tuighuizen, waar onophoudelyk Remmingtongeweren en metalen patronen vervaardigd worden. Voorts wordt uit Shanghae en andere plaatsen gemeld, dat reeds sedert geruimen tyd de lieden bij duizenden onder de vaandels zijn geroepen. Het is intusschen zeer wel mogelyk, dat die mededeelingen overdreven zijn; evenzeer als het bericht, dat de Japaneezen gemeene zaak met de Chineezen zouden kunnen maken, trots den afkeer, welke tusschea beide volken bestaat. Het heet nu, dat China, in geval van een oorlog, tegen de Amoer zal oprukken, dus den -aanval beginnen, en daarvoor zou wel reden bestaan. Immers het oorlogstooneel in het Westen bij Koeldsja, door een langdurigen opstand en daaruit gevolgden oorlog verwoest, zou buitengewone moeilijkheden aanbieden voor de verpleging der Chineesche troepen. Koeldsja, hun vroegere graanschuur, is hun door de Russen afgesloten, ongerekend nog het gevaar van een nieuwen opstand; buitendien is de Russische bezetting van Turkestan sterker dan die in het verwy derde Amoerland. Terwijl nu de Russen aan de Amoer en Ussuri ver verwyderd zijn van hun oorlogsbenoodigdheden en van de middelpunten van versterking, is dit niet het geval bij de Chineezen, wier basis van operatie in bevolkte streken ligt. Men zou haast zeggen, dat de voordeelige strategische ligging van China, dit rijk als het ware tot den aanval noodzaakt, terwijl Rusland meer op verdediging moet bedacht zijn, althans zoolang zijn troepen aan de Amoer en zijne vloot niet aanzienlijk versterkt zijn. De tijd zal leeren, of China het gunstige oogenblik weet te kiezen, indien de onderhandelingen, waarvoor de Chineesche gezant markies Tseng naar Petersburg reist, mochten mislukken. Alle berichten komen vrij wel hierin overeen, dat China niert tot toegeven geneigd is, en ook de houding van Rusland, dat thans in Europa de handen ruim heeft, is niet tegemoetkomend. De zitting van de wetgevende macht in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika is gesloten, zonder dat verscheidene belangrijke ontwerpen tot afdoening zyn gekomen. Daaronder telt men: de herziening van het tarief der in- en uitgaande rechten, het vraagstuk der - ■ "I • Indianen, dat der landverhuizers, en verscheidene' andere, welke tot het volgend zittingjaar zijn uitgesteld. Het is vooral de quaestie betreffende de Indianen, welke afdoening eischt. De streken, welke de Utahs thans nog bewonen, moeten, gelijk men weet, in het bezit der blanken worden gesteld, zoodra do nieuwe overeenkomst door het Congres zal goedgekeurd zijn; doch thans reeds trachten de kolonisten die streek binnen te dringen. Dit geeft aanleiding tot botsingen. Sedert de gevechten van het vorige najaar zijn de Utahs steeds onder de wapenen gebleven, en verzetten zich met kracht tegen hetgeen zij als een inval op hun wettig gebied beschouwen. Men verzekert, dat een troep van 25 avonturiers door de Indianen in de White-River-vallei is vermoord. Indien deze toestand voortduurt, zal men de vruchten verliezen van de langdurige en moeilijke onderhandelingen, ïn den afgeloopen winter met de Utahs gevoerd, en eene belangrijke proefneming onmogelijk worden. De nieuwe overeenkomst bepaalt dat ieder volwassen Indiaan recht heeft op den eigendom ran 160 acres (ongeveer 05 hectaren) grond, onvervreemdbaar gedurende twintig jaren, zoodat de meer denkbeeldige dan werkelijke eigendom van groote uitgestrektheden terrein vervalt. Deze nieuwe maatregel werd aanvankelijk wel wat gewaagd geacht, doch de ondervinding heeft bewezen, dat men hierbij juist heeft gezien, daar velen der Utahs reeds aan hun zwervend leven vaarwel zeiden. Gelijk wij onlangs mededeelden, bestaat sedert eenigen tijd ernstige oneenigheid tusschen de wetgevende macht in Noorwegen en koning Oscar. De Storthing had voorgesteld, dat de ministers voortaan zouden gehouden zijn, do beraadslagingen der Kamer bij te wonen, •spdat men tot een werkelijk parlementairen regeeringsvorm mocht geraken, onder invoering der ministerieele verantwoordelijkheid. Tegenwoordig wonen de ministers de zittingen niet by, en vandaar de klachten uit de plattclands-districten, wier vertegenwoordigers de meerderheid in de Storthing vormen, dat zij bestuurd worden door eene twistzoekende bureaucratie, welker bcstanddeelen voornamelijk worden bijeengebracht ia de steden, waar het nationaal gevoel minder sterk ontwikkeld is dan op het platteland. VolgeHs de grondwet van Noorwegea kan de Storthing elk ontwerp tot wet verklaren, wanneer het driemaal is aangenomen, zelfs indien de Koning zijn veto stelt. Het gold nu de vraag of de Storthing, die reeds driemaal het voorstel had aangenomen, waarbij de tegenwoordigheid der ministers in de Kamer wordt voorgeschreven, van dit recht zou gebruik maken. Eene depêche uit Christiania meldt thans, dat de Storthiag op 9 dezer de beraadslagingen over dit vraagstuk gesloten heeft. Met 74 tegen 40 stemmen heeft de Kamer zich vereenigd met het voorstel van den president Sverdrup, strekkende om aan de Regeering mede te deelea, dat het besluit der Storthing van 13 Maart dezeB jaars betreffende de deelneming der ministers aan de beraadslagingen van dat Staatslichaam, •eene grondwettige bepaling voor het koninkrijk Noorwegen is, ofschoon de Koning zijne bekrachtiging aan deze wet heeft onthouden. Ter Secretarie zijn ter lezing nedergelegd de volgende te behandelen stukken: X". 193. Voordracht van B. en W., om voor ƒ 33,6 '0 aan A. van Griethuijsen te verkoopen 16,82 aren gemeentegrond aan de Houtmankade tusschen de le Mairegracht en de Boggeveenstraat, om daarop eenige graanpakhuizen te stichten. N". 194. Voordracht tot benoeming van een eersten hulponderwijzer aan de Burgerscholen lste klasse voor jongens; drietal: J. H. Brockmann, Th. v. d. Velden en V. A- Seket. N°. 195. Voordracht van een tweeden hulponderwijzer aan dezelfde scholen;_ drietal: P. Wit, E. F. A. Bosberger en W. S. van Leeuwon. N°. 196. Id. van een tweeden hulponderwijzer aan dezelfde «cholen; drietal: E. F. A. Bosberger, W. S. van Leeuwen en P. Asjes N". 197. Id. van een derden hulponderwijzer aan dezelfde scholen ; drietal: J. G. W. Zegers, W. van der Heyden en H. Woortman. Nu. 198. Id. van een derden hulponderwijzer a^n dezelfde gcholen; tweetal: W. van der Heijden en H. Woortman. N". 199. Id. om met verandering der richtingsliJH aan den Z. O. hoek van de Eiland-gracht aan C. J. Maks te verkoopen een oppervlakte gemeentewater, groot 8 vierk. meter, voor ƒ 6 en van een stuk groot 13.5 vierk. meter aan de gemeente. Door deze nieuwe richtingslijn kan aan de zijde der Haarleramerhouttuinen de hoogst onregelmatige oever worden verbeterd en aan de eigenaars der overige erven aan die zijde der gracht gelegenheid gegeven om het water tusschen die lichtingslijn en den oever aan te koopen onder verplichting •arau aanplemping en besebociing. N°. 200. Id. tot benoeming van eon eersten hulponderwijzer «an de Tusschenscholen; drietal: G. 11. Barneveld, H. H&a en H. J. Honig. N". 201. Id. van een eersten hulponderwijzer aan de Tusschenscholen, H. Sas. C. Orbaan en J. S. Michels. N°. 202. Id. van een derden hulponderwijzer of derde hulponderwijzeres aan de Tusschenscholen; drietal: H. B. Bone, H. Woortman en mej. J. C. Mnlder. X". 203. Id. van een 3den hulponderwijzer of de hulponderwijzeres aan de tusschenscholen; drietal: H. Woortman, mej. j. C. Mnlder en mej. L. J. Soff. N". 204. Id. van' een 3de hulponderwijzeres aan de kostelooze scholen; drietal: mej. W. C. Cooymans, C. Duijker en 3. C. Mulder. N". 205. Id. van een 3de hulponderwijzeres aan de tusschenscholen ; drietal: mej. J. C. Mulder, L. J. Soff en A. G. Hebbenaar. N". 206. Id. van een treeden hulponderwijzer aan de Kostelooze scholen; drietal: A. Brand, J. Ypenburg en P. ABJes. N°. Id. van een 2den hulponderwijzer aan de tusschenscholen; drietal: J. Ypenburg, P. Asjes en'L. A. Cossaar. Het Kon. Oudheidkundig Genootschap houdt eene vergadering Maandag a. s., des avonds te 8 uur, in het Museum-gebouw. Aan de orde is eene Bijdrage uit den Atlas van Amsterdam, van het genootschap. ---