Oranje-Kalender voor 1898 Oranje-Kalender 1888, ! ontworpen en geteekend door --- T. VAN DER LAARS. Deze Wandkalender is gedrukt op kunstdrukpapier, op 16 bladz., formaat lang w. 4to 27 cM. bij 20 cM. Elke maand bevat het portret van een Stadhouder, Koning of Koningin uit het Huis van Oranje, omgeven door de wapens van den voorgestelden persoon in rijke, op iedere [afbeelding verschillende, ornamentatie. „De verschillende wapens zijn uitmuntend „gestiliseerd en herald'sch-juist, terwjjl de „portretten van Prinsen, Koningen en Koninginnen uitnemend van gelijkenis er „tusschen zijn gevlochten." C. VEESTEE, (Leidsch Dagblad.) „De Oranje-Kalenderis wel een dersmaak„volste, die ons in den laatsten t*jd onder de „oogen kwam." De Opmerker. ¦ Ook andere dagbladen (als: De N. Amersf. Courant, de Amhemsche Courant, het Dagblad van Zuid-Holland, het Handelsblad, de Middetburgsche Courant, De Nieuwe Rolt. Courant, de Utrechtsche Courant, Het Vaderland, de Zutphensche Courant) spraken met lof over dezen Kalender. Prijs, afgehaald aau ons Bureau, 30 Cents, franco per post 35 Cents. De Directie van „Het Nieuws van den Dag". --- Brieven uit de Residentie. OCLV. 27 Januari. De tijden mogen slecht zijn, en vooral voor ' iet zwaar gedrukte kapitaal, nu en dan heeft lit evenwel nog er eens gelegenheid om zich ie rattrapeeren, ziju schade in te halen. En ik tloel hiermede niet op onzekere petroleum-ondernemingen e. d., waarmede men groote sommen verdienen kan, maar ook de kans loopt van zware verliezen, maar op een zeer soliede en veilige belegging in Nederlandsch onroerend goed. Een Haagsche bouwgrondmaatschappij — een dergenen, die zich het bezit van uitstekend gelegen terreinen bijtijds wist te verzekeren — bericht, dat zij over het afgeloopen jaar aan hare aandeelhouders de bescheiden winst van 145 percent uitkeert. Het bezit der maatschappij aan vaste goederen is daartoe natuurlijk verminderd; zulke ondernemingen hebben uitsluitend ten doel, een bouwterrein gaandeweg in perceelen • aan den man te brengen. Maar reeds één uitdeeling van 145 percent zou een goede zaak en een mooie winst kunnen geacht worden, _ en toch gaat dit zoo eenige jaren voort. Er is dus nog wel gelegenheid om rijk te worden door grondspeculaties met weinig of geen risico, dank zij de volharding der gemeente om dit aan particulieren over te laten, in plaats vau die voordcelen ten algemeenen nutte te doen strekken. Bovenbedoelde maatschappij, die terreinen in het Meerdervoortsche exploiteert, is nl. niet de eeuige, die zulke mooie zaken maakt. „Duinoord" geeft misschien niet zooveel, maar toch ook prachtige dividenden. Aan den kant van het Bezuidenhout ontmoet men een dergelijke maatschap, die ook al eenige malen het volle kapitaal op hare aandeelen heeft uitgekeerd. En aan verscheiden andere hoeken der stad zgn er verder nog met meer of minder schitterende resultaten werkzaam. Zoo is nu, en langzamerhand voor een vrij verre toekomst, Den Haag ingesloten door bezittingen van combinaties, die, de eene voor en de andere na, aan de beurt komen om plotseling tot het twintigvoud harer vroegere waarde te stijgen, —¦ combinaties, in wier handen de bouwondernemers moeten vallen, die de zaken in 't klein drijven en geen kapitaal en tijd tot afwachten genoeg hebben, om zeiven de voordcelen der grondconcessie te genieten. Verbeeld u, dat een man met een blik op de toekomst een kwart eeuw geleden aan het roer der gemeentezaken gestaan en gaandeweg, te juister tijd, die gronden voor de gemeente aangekocht had. Den Haag zou nu een der rijkste steden van de wereld zijn geweest, vrij van schuld, badende in overvloed. En misschien zou daarnevens de revolutiebouw er wat door gematigd zijn, omdat de gemeente, niet uitsluitend op het voordeel lettende, den bouwers het vel niet over de ooren had behoeven te halen en ook wat meer op de quaiiteit van het te leveren werk had kunnen toezien. Maar wie wist dat vooruit ? zult ge vragen. Eea gemeente mag niet speouleeren op onzekere kansen Ja, dat was een tiental jaren geleden ook de bewering van den toenmaligen wethouder Du Tour van Bellinchave. Maar waar was het onzekere van de kansen ? Was er één aannemelijke reden, om stilstand in de toeneming der bevolking te voorzien ? Allerminst waarlijk, wanneer de gemeente, schatrijk wordende, naar den ideaaltoestand ware gekomen, dat geen stedelijke belasting noodig was. Wat was er dan speculatiefs P Had men niet sinds 1860 het voorbeeld van tal van particulieren, die van menschen zonder een cent fortuin tot grootkapitalïsten waren geworden? Wist men niet zeker, dat ditzelfde in nog veel grootere mate zou blijven voortduren ? En is 't dus niet eenvoudig een reden om zich te beklagen over de kortzichtig, heid onzer stadsbestuurders, als men nu door enkele particulieren 145 percent 's jaars winst ziet opstrijken, terwijl de stad nu daarvan alleen de lasten te dragen krijgt in do verplichtingen om voor verlichting, politie, onderwijs enz., enz., te zorgen ? Maar 't zal, vrees ik, nog heel wat jaren duren, voordat men in dat opzicht den waren weg gevonden heeft. *# * We kregen_ er weer een proeve van in de jongste raadszitting. Sedert 1890 bezitten we hier een kinderziekenhuis, dat zioh in de algemeene sympathie verheugt, die het dan ook ten volle verdient door de uitstekende inrichting en leiding, onder opperbestuur van Dr. Van Wely. Zoo absoluut is die sympathie, dat het bestuur nu en dan, als de behoefte nijpt, eenvoudig het bericht; uitzendt, dat 't een algemeene kwartjescollecte zal houden, waarop men dan vrij algemeen antwoordt met zonder aarzelen het gevraagde kwartje te geven. Welnu, die inrichting — populair ook bij den zg. minderen man —¦ verzocht herhaaldelijk aan het gemeentebestuur, in ecu of anderen vorm eene vergoeding te mogen ontvangen voor de gratis-verpleging van een aantal armlastige kinderen, die anders ten laste van het gemeenteziekenhuis zouden gekomen zijn. Maar te vergeefshet Dag. Bestuur hield zich doof en antwoordde ten slotte zelfs niet meer. Toen ging liet bestuur der inrichting naar den gemeenteraad en verzocht aan dezen, eene overeenkomst te sluiten voor de verpleging van arme kinderen. In Mei 1597 kwam die vraag in, —in Juni pracadviseerden Burg. en Weths. afwijzend: er wasplaats genoeg in het stadsziekenhuis, en dus had men die particuliere hulp niet noodig. Er volgden in de dagbladen eenige artikelen, die de onjuistheid van dat standpunt duidelijk aanwezen, en het praeadvies werd ter ruste gelegd, tot tijd en wijle dat de indruk van die betoogen wat zou bekoeld_ en vergeten zijn, en plotseling kwam het nu in deze week eensklaps aan de orde. Maar ook de andere partij was waakzaam. „Geeft acht!" weerklonk er. En in de raadszitting waren zij, die het gevoelen van het Dag. Bestuur niet deelden, op hun post, om het tegenovergestelde stelsel te bepleiten. Met succes. Want al koos de raad den zachten vorm eener uitnoodiging — „zoo beleefd mogelijk", zei dr. Mouton — aan Burg. en Weths., om alsnog met het kinderziekenhuis te onderhandelen over eene regeling, het feit bleef bestaan, dat het praeadvies werd afgekeurd en in beginsel het verzoek ingewilligd. Het principe is daarmede aangenomen, dat, mits_ op voordeelige voorwaarden, de gemeente bereid is, hare armlastige zieken aan de particuliere inrichtingen uit te besteden en aan de armen dus de keus te laten in welk ziekenhuis zij wenschen te worden opgenomen. Het veelboteekenende van dit beginsel zal niemand ontgaan (ongerekend het voordeel, dat er voor de stadskas uit voortvloeit). Maar 't meest opmerkelijke is toch eigenlijk, dat men voor zulke beginselen, waarvan de juistheid zonneklaar schijnt, een paar jaren strijd heeft te voeren en 't dan nog maar met 19 van de 34 stemmen wint. *#* Daar de wereld bedrogen wil worden, is 't van de overheid niet te vergen, dat deze allerlei bedrog zal tegengaan. Toch vroeg ik mij af, of tegen zulke geoorloofde aftroggelarij niets te doen is, toen 'k dezer dagen in een der bladen zag, dat iemand (in een advertentie van eon paar hoijderd regels) den eenvoudigen man tracht te verlokken tot het betalen van ƒlO voor één jaar trekkingen van een achttal Oostenrijksche en Belgische loten. Ik mis de gegevens om na te cijferen, of een huurprijs van ƒlO daarvoor aanmerkelijk te hoog is; maar waar ikin zedelijken zin bedrog in zie (tegenover den onontwikkelden man, die zijne tien gulden wel beter kan gebruiken), dat is niet alleen de toevoeging, dat die certificaten „van Hollandsch zegel zijn voorzien", wat er voor den kleinen man een waarde aan moet bijzetten, die natuurlijk hoegenaamd niets beteekent, maar vooral deze bedriegelijke zinsnede: „Van deze loten hebben tot en met 25 Januari „1899 32 trekkingen plaats met een meer dan „buitengewoon groote kans om bovenstaande volle „prgzen te trekken". ledereen weet, dat de kans om er in één jaar in een dier loterijen uit te komen buitengewoon gering is, en die om een der groote prijzen te krijgen „meer dan buitengewoon" gering. Is het dan niet ergerlijke en voor overheidsinmenging vatbare beetnemerij, den kleinen man met zulk een leugen graag te maken en hem ƒlO uit den zak te halen P Gewoon gezond verstand ziet dat in, zal men zeggen. Best! Maar waar is het gezond verstand bij menschen, die zich door den speelduivel laten grijpen ? ** * Het bericht dat, er uit Amerika een nieuwe vijand van onzen landbouw dreigt, doet mij denken aan wat er ten tijde van den minister Heemskerk geschiedde met den aardappelkever. Men herinnert zich de waarschuwingen, met manifesten en gekleurde prentjes, —het: „dood hem oogenblikkelijk !" Welnu, eenige jaren daarna vernam 'k eens, toevallig, dat om al die departementale drukte was gelachen door de „Ned. Entomologische Vereeniging", die, als ik 't wel heb, zelfs door het Rijk wordt gesubsidieerd, maar in die entomologische quaestie heelendal niet was geraadpleegd, daar zij anders aan den minister had kunnen antwoorden, dat zij alles van den coloradokever_ wist, o. a. ook dat hij in ons klimaat niet kan overwinteren en dus niet ernstig te vreezen was. Zou men nu ook wellicht verstandiger hebben gedaan en thans wèl aan die zeer deskundige vereeniging gevraagd hebben wat zij aangaande dien nieuwen vijand weet ? *#* Binnen eenige dagen zijn wij in een verkiezingsperiode, een acuten aanval van politieke malaria, veroorzaakt door de bevordering van Mr. Borret tot den Raad van State. En Burg. en Weth. hebben gezorgd, dat we er tweemaal pleizier van hebben ; want de gelegenheid om „en passant" een raadslid in de plaats van den Heer Michiels te doen kiezen lieten ze ongebruikt. De belangstelling is, voorloopig, beneden 't vriespunt. De mogelijkheid, dat Prov. Staten van Zuid-Holland eerlang „om" gaan, is nog niet tot 't bewustzijn van den Hagenaar doorgedrongen. Misschien komt er nog leven in, maar ik vrees.... Wanneer zou men toch eens tot een kiesmethode komen, die al het tusschentrjdsche steramen, dat langzamerhand permanent begint te worden, vermijdt, door bij de twee- of vierjaarlijksche verkiezing meteen een staat op te maken van degenen, die bij eventueel uitvallen van gekozenen rechtens in hun plaats treden ? *** De Heer H. W. Mesdag — zoo werd gemeld — heeft het huis van Mr. G. van Tionhoven in het Voorhout gekocht. Eu er bestaat reden om te vermoeden, dat hij, die naast zijne woning zijn eigen museum heeft, niet zelf wil verhuizen, maar den koop sloot om over eenige maanden „Pulchri Studio" naar het Voorhout over te brengen. Nu er toch geconcurreerd moet worden te^en den „Kunstkring", is dat een gelukkige keus. Een mooi ouderwetsch huis, een zeer groot paud, en op een eersten stand: — wat wil men meer P Dat 't noodig was, bewees misschien niet het bezoek aan „Pulchri's" tentoonstellingen, maar wel het feit, dat die vereeniging, ofschoon eigenares van een gebouw met flinke zaal, nu weer een andere zaal heeft moeten huren voor haar jaarfeest. Trouwens een feest, dat bewijst, dat ook daar de oude traditie verloren gaat. Een gemaskerd bal, zooals iedere vereeniging geven kan, komt in de plaats van die vermaarde intieme avondjes, waarvan de ouderen de herinnering bewaren Maar de geest ging er uit, en ... toen de dames zien wilden wat er op die jaarfeestjes werd uitgehaald, toen was het intieme er af, het „onder ons", dat nog tot voor weinige jaren zijn karakter vond uitgedrukt in het absolute verbod om er over ?in de krant" te schrijven, 't Is nu natuurlijk veel mooier geworden, maar — het ware is er toch af. --- Land-ontginning on alles, wat daarop tietrekking heeft. OCXLVn. *) De Maatschappij van Weldadigheid. (Vervolg.) De grond, de wijze van ontginning, ontwatering, bewerking en bemesting, maar vooral het tegenwoordig beheer waarborgen een schitterend succes als men alle zeilen bijzet, vooral ook op de kleine hulpbronnon let. Reeds is voor ruim ƒ 10,000 aangenomen het bouwen der coöperatieve zuivelfabriek „Dcli" te Frederiksoord, waar alle vrij boeren hun melk kunnen brengen en daarvoor zuiver ontvangen wat die waard is. Een directeur is reeds benoemd, van wien meu zegt, dat hij de rechte persoon op de rechte plaats is. Nu moet de inmaakfabriek volgen, waarvoor het vroegere of een ander bestaand gebouw allicht gebruikt zou kunnen worden. Bezwaren daartegen: Van zeer geachte en vertrouwde zijde vernam ik alle oorzaken, welke daartoe in den weg staan, zooals reeds vroeger bleek. Gelukkig ziju deze niet van overwegenden aard voor Prederiksoord; ze gelden bijna overal. Voor Prederiksoord slechts een coöperatieve fabriek. Overigens kau ook een niet coöperatieve _ *) Zie Het Nieuws van den Dag van 21- Jan. even goed zijn, mits de eigenaar ecu eerlijk man is, die geeu misbruik maakt vau zijn macht. Zeer dikwijls toch gebeurt het,.dat hij, zonder contract met zijn leveranciers, hun uitmuntende producten eerst weigert en daarna voor spotprijzen aanneemt, waarvoor die groenten zelfs niet geplukt kunnen worden. Waar blijven nu pacht, bemesting, bewerking en vooral het arbeidsloon ? Dan wordt coöperatie een gebiedende eisch. Aan het hoofd moet staan eon uitmuntend kok-inmaker, die de groenten en verdere iv te maken producten grondig kent. Zelfs voor onze ingemaakte bruine boonen worden prijzen besteed, waarover te denken valt. „Bruine boonen per Litersblik 1*0.60; >_" L. ƒ0.35; ]4. L. ƒ 0.25," lees ik in onze prijscouranten. Hiervan nioot de winkelier 30 i_>Ct. genieten, de stadsreiziger, die ze plaatst, 10 pCt., vracht en andere onkosten, ruim gerekend", komen op 10 pOt. samen, zoodat de inmaker zuiver ontvangt ƒ0.30. lumaakloon per L. 2 cent, rente van kapitaal 3 cent, blijft 25 cent. Hiervan 14 cent voor een nienw soort bus met luohtfiltersluiting van 't zwaarste fijnste blik, zeer fijn vertïnd en, waar dit verlangd wordt, gevernist met „tinlak," geeft 11 cent voor den inhoud van 1 Litersbus bruine boonen, na aftrek van alle onkosten, zelfs rente en aflossing van kapitaal. Wanneer alle bruine boonen van den overvloedigeu oogst van 1897 en 1896 op deze wijze waren ingemaakt en naar Indie verzonden, zou de M. v. W. uit die winst reeds e_a groot deel vau het bedrijfskapitaal kunnen teruggeven. Witte boonen kosten 't zelfde, kievitsboontjes 5 cent duurder. De bruine boonen, welke de Mij. thans heeft en die ook nog bij den directeur verkrijgbaar zgn, mogen de scherpste critiek doorstaan. Ze zijn fijn van schil, keurig van smaak en zwellen sterk, zoodat met Vn L. boonen en 't afkooksel daarvan een Litersbus gevuld wordt. Voorts „koken" ze uitmuntend, zelfs in duinwater. Ze zijn spoedig zacht, en wel alle tegelijk, zonder tot moes te koken. Ook worden ze ingemaakt met vleesch of spek en kosten dan ƒ1.30 per Litersblik. Het daartoe benoodigde vleesch of spek wil de Mij. voordien prijs zeker ook gaarne leveren en is ookle soort. Kunnen do menschen dan zeiven geen bruine boonen koken P In de groote steden is tijd geld en kan een vrouw, die zeer veel commensaals houdt en daarvan moet leven, niet den noodigen tijd en de noodige zorg besteden aan al haar gerechten, vooral daar zij op verschillende uren telkens weer een warmen maaltijd moet gereed hebben. Opwarmen of warm houden verraadt zich door den smaak. Zelfs een hooikist is hier niet afdoende, ook wijl niet allen van dezelfde gerechten houden. Bruine boonen eischen veel tijd en zorg, ook rundvleeßch. De inmaker kookt IH.L. boonen tegelijk, braadt in eens het daarvoor benoodigde vleesch, doet alles in de bussen, velst ze dicht en steriliseert ze onder vrije toetreding vaa gefiltreerde lucht, eea vol half uur op 110° Celsius, in een autoclaaf. Dan is hij verzekerd, dat ze altijd goed blijven en geen ninaaksmaak krijgen. De huisvrouw, ook zonder commensaals, koopt een bus, plaatst die 10 minuten in kokend water, en haar maaltijd is gereed. Natuurlijk kan men I ook steeds aardappelen, soep, groente, vischj vruchten, enz., daarbij krijgen, alles sameuinlO | minuten te verwarmen. ' Hotelhouders in buitenhotels kunnen thans inden slappen tijd zeiven veel op deze wijze inmaken, vooral vleesch en visch. Velen doen het dan' ook wijselijk en hebben daarvan veel voor-; deel en gemak. De groenten te Frederiksoord waren niet gei j lijksoortig, niet van denzelfden ouderdom, niet. j altijd van de verlangde variëteiten. | I Dit is een hoofdzaak. De directeur verstrekke de zaden tegen kostenden prijs. Hij contracteert 1 de uitgestrektheid te bezaaien grond, vooral li ook de bemesting. Hij zorgt, dat alleen jonge groenten worden geplukt voor le soort, andere voor 2e soort, niet door elkaar (oude en jonge nl"> zooala vroeger meermalen geschiedde. Van hun 40 A tuin achter't huis, meest zeer vruchtbaar, kunnen de arbeidersgezinnen geheel of gróotend _rS hln T.bestaaln ™»len bij goede regeling. Men heeft ons bang gemaakt voor de Engel- I Bche concurrentie: ze blijkt, volgens .enieuwste statistiek, weinig te vreezen (Wordt vervolgd.) Eeicüs. j --- Uit de Scheldestad. Antwerpen, den 27 Januari 1898. Het zangspel Lika. — Een Hollandsche tooneelzangeres: Mej. Carnphuyzen.—De HeerLamberts Hurrelbrinck in Het Kunstverbond. — Een statistici van beteekenis. Hét zij mij vergund, een woord te zeggen van een klein, oorspronkelijk zangspel in 2 bedrijven, dat onlangs door de artisten van ons Nederlandsch lyrisch tooneel met meer dan gewonen bijval werd opgevoerd. Lika, zoo luidt de titel, is het eerste werk van een jong Leuvenaar, Arthur van Oost. leerling van Peter Benoit en Jan Blockx, en — hoe jong ook — sedert een paar jaar bestuurder van de muziekschool te Diest. Het libretto, onderteekend door een Brusselsch tooneelschrijver den Heer O. de Visschere, is een op zichzelf werkelijk gelukkige greep uit de Boerenkrijg, waarvan men hier te lande, in den loop van dit; jaar. de voornaamste gebeurtenissen plechtig zal herdenken. (Over dezen krijg en deze viering eerlang meer.) Ongelukkiglijk heeft de schrijver maar zeer onvoldoende partij getrokken uit al do voordcelen, welke dat onderwerp opleverde. Na vooral dat in IS Attaque du Moulin van Zola ca in La Sêvillane episoden van denzelfden aard ¦ en wel met werkelijk talent — behandeld zijn, had de heer C. de V.vanzijnsfcof ietsanders en ookiets beters moeten maken. Wat mij nu van dit middelmatige werk doet spreken, is het onloochenbare talent van den jeugdigen componist. Ik geef gaarne toe, dat de inleiding voor orkest meer dan een, nauwelijks vermomde, herinnering bevat, tot zelfs van zijn meester, Jan Blockx, en zijn mooi ballet, Milenka, toe! Ik beken gereedelijk ook, dat de geheele muzikale bewerking getuigt,_ vooral in het al te hoog spannen van het register van de stemmen, van opvallende en bij een_ debutant niet bevreemdende onervarenheid ; ik aarzel evenmin in zekere motieven weinig smaak te vinden. Maar er gloeide in het geheel een enthousiasme, een f aria; er sprak, vooral uit de hoofdrol, een kracht, een passie, die — ik beu er geenszins bang voor mij te vergissen — in den Heer A. van Oost den geboren dramatischen componist doen erkennen — van heden af al. Een jonge H llandsche zangeres, Mejuffrouw; Camphuyzen, die zich, overigens, reeds in vroegere vertooningen, o. a. in de Tooverfluii, als I'amina, had onderscheiden, veropenbaarde zich in het dx-ietal opvoeringen, die Lika nu reeds beleefde, als een artiste, die nog enkel wat meer school, wat meer dressuur behoeft, om in elk midden goed figuur te maken. Zij zong met ware, zich aan het publiek meedeelende overtuiging; het welde haar uit de ziel, — 't was beter dan enkel aangeleerd spel! En des te grooter was haar verdienste, daar de rol van Lika o die jonge toondichters sans -piticl — een uiterst vermoeiende is. Nog van een ander landgenoot wil ik den bijval aanstippen. Mr. Lamberts Hurrelbrink, de te Amsterdam genoeg bekende Limburgsche verteller, trad als spreker op in de Nederlandsche afdeeling van Het Kunstverbond. Wat hij ten beste gaf was alles — natuurlijk —in en door Limburgsch! Limburgsche verzen en Limburgsch proza! Verzen in 't Limburgsch en proza over Limburgers! En dat alles voorgedragen met heusche Limbargsche... warmte, met teekenachtige gebaren opgeluisterd evengoed als gezegd met sympathieke, helder-mooie stem. Vooral zija novelle: Carnaval schijnt opgang te hebben ge» maakt. Een Vlaamsch dagblad-correspondent aarzelde dan ook niet te schrijven, dat al de aanwezigea betreurden, dat de tijd zoo spoedig verstreken was. Nu, is dat dan geen succes — ja, het succes, het ware, voor een lezer P Dezen brief wil ik sluiten met een — wel is waar gewichtige, maar o! zoo treurige, treuri». statistiek. De Luiker hoogleeraar in het boetstrafielijk recht, Mr. Thiry, heeft uit persoonlijke ondervragingen van al de te Luik in de gevangenis verblijvenden en ook uit een nauwgezet onderzoek van de registers opgemaakt, dat, op 168 veroordeelden, 70 in dronkenschap verhoorden op het oogenblik van de misdaad en 33 tot het soort van de gewone dronkaards behooren. Dus: 45 pCt. voor de eerste en 33 pOt. voor de 2e groep. Op 39 veroordeelden voor moord, kwetsuren, enz., waren 26 in staat van dronkenschap, — dus 66 pCt.; op 21 veroordeelden voor aanslagen op de zedelijkheid, 13, — dus 61 pCt.; op 46 veroordeelden voor oneerlijkheden, 16, — dus 34 pOt.; op 14 veroordeelden voor opstand tegen 5e politie, 6, — dus 42 pOt. In 1896 had Prof. Thiry reeds de volgende, nog meer bedroevende uitslagen opgetee.end: „In 1895 was het procent van hen, die veroordeeld waren door de schuld van den alcoho',. 45; in 1890 was het 50. Dronken gewelddadi'-en waren er ditmaal 73, in plaats van 66 pCt. Ziehier het verslag voor al de gevangenen van Parijs: Op 100 veroordeelden voor moord : 53 drinkers. ! Op 100 veroordeelden voor schandelijke feiten: 53 drinkers. Op 100 veroordeelden voor brandstichting: 57 Brinkers. • Op 100 veroordeelden voor bedelarij: 70 ïrinkers. : Op 100 veroordeelden voor vechtpartijen, enz.: TDI drinkers." Hierbij zou alle commentaar wel overbodig uijn; is 't niet zoo, lezer ? ---