Tweede Blad. De Hobbezak. Het is wel toevallig, dat er boven de plaat de Groene — contra iiector Treub — tweetö&al „Soep" staat. Deze plaat, plus sommige artikelen aan professor Treub gewijd, is soeperig. Men komt met al die soep niet verder. Stellig zou Hector Treub de Reformdarae *iet betitelen met den nu bijna gevleugelden kaam „Hobbezak". Ware zij gekleed als Androttiache! Hij zou nooit de palm schenken aan een karikatuur van de Mode. Zoon Grieksoh kleed, lang, los, drapeerend aïke figuur, omhullend en lijnend tevens. Heerlijk! Reformatie in kleeding: Beet! Laat ons trachten vrouwen uit één stuk te worden. Uit één stuk! tot nu toe was dit een praedicaat voor de Heeren der schepping. Maar daar komt het Reformkleed, oftewel de Hobbezak en breekt ons in tweeën en geeft ons geen taille en toch een taille -— onder de armen ongeveer. Daar komt het onvermijdelijke Figaro-jakje, altijd te kort van rug; verbergend — om niet ja internus van het toilet te vervallen, zal ik beeldspraak kiezen — verbergend de plek waar Waal en Maas te samenvloeien en Professor Treub heeft gelijk! Hobbezakken zijn we, met te kort lijf en te lange schragen. Dit °ver het aesthetisohe van het vraagstuk. En nu de hygiënische zijde. Bef ormkleeding en Ruf ormstof zouden prachtig öja, indien men ook konde invoeren Refbrm- in Reformklimaat. Een voorbeeld: Men moest een ziek kind, dat geheel Reform gekleed was, een degelijke wollen borstrok aantrekken tegen de kou, waar het Reformgoed onvoldoende beschermde. Nu, ik vrees, dat die ouderwetsche wollen Wstrok dikwijls een© rol zoude spelen ook hij gezonden. Men weet: Reformstof voor onderkleeding is zoo iets als een vischnet. Dus stel ik mij voor, dat Ref ormkleeding uit hygiënisch oogpunt zal moeten gewijzigd worden, niet alleen naar het seizoen, maar zelfs fcaar den thermometer. Het zal een oankeer geven in de industrie Sh nijverheid. Men zal bomheurs moeten hebben met loketten waarop de graden der te dragen kleedingstukken zijn aangegeven. Zoon Reformvrouw, volgend de eischen van Aesthetica en Hygiëne, schiet dan 's morgens de dressinggown aan, stapt in de Reformfcauiltjes, kijkt op den thermometer en telephofteert naar boven naar hare kamenier. Japon voor 50, rok 55, pantalon pardon, hansop 60 graden. En als middelerwijl, terwijl toevrouw zich baadt, de thermometer rijst, dient JET weer getelephoaeerd: hansop 55, rok-hansop crediteerden van het bestuur. Het Secretariaat is gevestigd te Utrecht, Maliebaan 59. De brievenbus te Amsterdam is gevestigd Kalverstr. 2. Aangaande heti bericht i„n een vorig nummer omtrent het niet-doorgaan van de examens voor conducteurs der Hoiiandsche Spoorwegmaatschappij vernemen wij nader, dat er niemand was, die vóór 1 Januari daartoe in de termen viel. Voorts dat, indien de examens later worden gehouden — bijvoorbeeld in Februari — de promotiën toch gerekend worden in te gaan met 1 Januari, zoodat van teleurstelling geen sprake kan zijn. Verbetering. De naam van den benoemden geneesheer te De Rijp was niet Albedé, doch W. A. Alberti, arts te Twelloo. --- MARINE EN LEGER. Het pantserschip De Ruyter, op reis naar West-lndië, ter aflossing van de Holland, is Dungeness gepasseerd. De marinier le klasse S., die sedert 19 November van zijn korps was gedeserteerd, heeft zich vrijwillig aangemeld en zal voor den krijgsraad moeten terechtstaan. De le luit. M. J. H. F. A. Schieffer, behoorende tot het 2e reg. inf., thans gedetacheerd bij het Fransche leger, komt na zijne detacheering, 1 Januari a.s., te Maastricht in garnizoen. De 2e luit. G. H. H. G. Bonhomme, die aanvankelijk was overgeplaatst naar Maastricht, zal te Roermond blijven. Aan den serg.-majoor .1. .1. Jamin van het 2e bat. 2e reg. infanterie te Maastricht, is de zilveren medaille voor _l-jarigen trouwen dienst uitgereikt. --- SCHOOLNIEUWS. --- IJS. Het vuurtorenlicht te Durgerdam is weder ontstoken. De stoom- en zeilvaart van Amsterdam naar de Zuiderzee is hersteld, behalve de gemeenschap met hot Oostelijk deel, zooals Lemmer, den IJsel, enawaar het ijs door den storm is opgehoopt. Verscheidene Urker botters, die te IJmuiden ware. »uit«gevroren en in geen 7 weken thuis waren geweest, zijn thans door de Oranjesluis naar hun eiland gestevend. In het ijsveld, d?t nog brj boyengenoemden vuurtoren zat, raakten Zaterdagnacht een paar Volen» dammer botters bekneld. De stoomboot Telephoon, varende van Durgerdam op Amsterdam, is er toen heengestoomd en heeft ze naar Amsterdam gesleept. De Zuiderzee was Zondag vrij van ijs tot op 2 uw afstand van de Lemmer. Het Groot-Noordhollandsch Kanaal is geheel vrij van ijs. De stoombooten en marktschuiten hebben alle den dienst hervat. Het water in dit kanaal is verbazend hoog, door het malen der watermolens van Schermerboezem. Uit rinkhuizen zijn een aantal tjalkschepen, welke alhier waren ingevroren, hedenmorgen uit de haven vertrokken. De scheepvaart op de Zuiderzee is heropend. De stoomboot Stad Edam, van Edam op Amsterdam) heeft den dienst hervat. Zaterdag heeft schipper J. Vreeswijk voor de tweede maal het ijs gebroken in de Nieuwe Vaart bij Montioort, waardoor de gemeenschap tusschen den Rijn en den IJsel aldaar andermaal is hersteld- De vaart van Dordrecht langs Hellevoetsluis naar zee is heropend. Te Nieuwpoort a/d Lek is in vereeniging met hel aangrenzende Langerak, eene ijsclub opgericht, aanvankelijk met ruim 80 leden. De stoompont aan het Keizersveer van den Nieuwen Maasmond doet weer geregeld dienst. De scheepvaart in de Biesbosch is hersteld. Het ijs is bijna opgeruimd. Gieséndam, 22 Dec. Op de Giesen is nog steeds zoo veel ijs, dat de vaart vooreerst nog gestremd blijft. Het heeft op sommige plaatsen nog eene dikte vaa 7 a 8 centimeter. De motorboot de Giessen heeft tevergeefs getracht het ijs te breken. Haar schroef raakte daarbij onklaar, zoodat zij, na een korten afstand gevorderd te zijn, hare pogingen moest staken. In Friesland is op de groote vaarten en kanalen d« scheepvaart hersteld. De Amsterdamsche en Rotterdamsohe stoombooten zijn Maandag van Leeuwarden vertrokken. Uit Maastricht wordt ons gemeld, dat de scheepvaart op het Luiker- en Kemperkanaal weder is geopend. De opening van de Zuid-Willemsvaart wordt eiken dag verwacht. De Deventer IJsclub heeft in een algemeene ledenvergadering besloten, om ten behoeve van het aanleggen eener kunstbaan een haar door de gemeente daarvoor aangeboden terrein op de Bergweide te aanvaarden. --- WED OOST-INDIË. Batavia, 25 Nov. Ned. r__i_, Atjoli. Blijkens een van den civielcn en militaire!-. gouverneur van Atjeh en onderhoorigheden onfevangen telegram van 22 November, werd dpreüendent-suitan door de rnarooha,ussée-pa<-_ trouüie, die het gebergte bij do Pidië-vailei doorzocht, nergens aangetroffen; ze hield echtei zes dooden van eene bende in handen. De pretendent wordt nog altijd in Pidië gesignaleerd; allerwege wordt naar hem gezocht. In Peusaugan werd in een rottanmoeras. ten; Zuiden van Uampong Tjöt Milem, door een© mar rechaussée-patrouiile eene bande overvallen, die ia onze handen liet 22 dooden, 1 repeteerkaiac bijn, 13 voorladers, 1 revolver, munitie ext blanke wapenen. Onzerzijds sneuvelde 1 ma* rechaussée, terwijl 2 marechaussees licht gOr wond werden. Onder dagteekening van 24 Nov. werd vaa genoemden civielen en militairem gouverneur; voorts het volgende telegram ontvangen: Eene patrouille onder luit. P. R. D. de Kockf, sterk 4ö bajonetten, 1 hoornbla-er en 1 ziekenverpleger, voer des nachts in een Atjehsche prauw van Keudé Sampoj Niet in Keureudoë,. de Piadaxivier op, met het doel T. Tji Toenong in Mafcang Raja te overvallen. Plotseling van den oever beschoten, kantelde de prauw, ca raakte de geheele patrouille in de diepe rivier te water, waarbij bijna alle geweren verloren gingen. Den volgenden morgen keerden 5 Europeesche en 8 iulandsche i'useliers met 3 geweren te Lhö' Soekoen terug. Vermist en vermoedelijk verdronken (enkelen misschien ook aaa den oever door den vijand afgemaakt),! zijn: luitenant De Koek, sergeant Buohhorn, korporaals Van Deelen en Thole, fuseliers Zingel, Sauerberg, Molenaar, Callebout, Wilgenkamp, Koster, Tandi, rtins, Pasman, Lambert, Van der Mei, Wils, Wolles, Riesz, Brijs, soldaat-ziekenverpleger Brassert en 14 inlandsche militairen. Eene patrouille van Lhö' Soekoen is dadelijk naar Piada opgerukt tot onderzoek. Bericht hiervan nog niet binnen. Blijkens een van den civielen en militairen gouverneur van Atjeh en o-tderhoorigheden, onder dagteekening van 18 November ontvangen telegram, is de Europeesche fuselier Van Stökkum vermist en vermoedelijk verdronken. (Java-CU) --- De Bankdiefstal. De „Java-Bode" meldt o. a.: De kas der Javasche Bank wordt des Zaterdags te 12 uur gesloten en tegen 1 uur was de kassier, de Heer J. H. van Ommeren, bezig het bankpapier na te tellen, ten einde te controloeren of dit klopte met het geboekte kassaido. Hij legde het daarna in een grooten ijzeren trommel, die naast hem op zijn schrijftafel stond. Er bevond zich voor ongeveer; f 100,000 bankpapier in den trommel. Het vertrok, waarin de kas wordt gehouden, bevindt zich op de bovenverdieping van het gebouw en is door een houten hekje in tweeen verdeeld, dat vroeger afgesloten was, zoodat het publiek niet in do binnenruimte kon doordringen, waar de lieer Van Ommeren bureau houdt, maar sedert eenigen tijd was hst deurtje weggenomen. Dit alles moet bekend geweest zijn aan den stoutmoédigen indringer, die Zaterdag namiddag even na 1 uur plotseling vóór den Heer Van Ommeren als uit den grand oprees, na in gebogen houding langs het hekje te zijn geslopen, zoodat hij ook door het Europeesche personeel niet was opgemerkt. Met een ruk maakte hij zich meester van de ijzeren trommel en snelde daarmede de trap af en, langs de accessoires, door het kleine zijpoortje de Binnen-Nieuwpoortstraat in, waar een dos-a-dos gereed stond. Nadat men van den eersten schrik bekomen was, snelden echter de adjunct-kassier, de Heer J. 0. Reynst, en eenige bureau-oppassers den dief achterna en in de straat ontstond een worsteling om de trommel, waarbij de indringer al dadelijk dreigde met een Browning-repeteerpistool. Het gelukte den Heer Reynst den schat weer binnen de muren der bank te krijgen en toen had de misdadiger, niettegenstaande reeds een groote volksoploop ontstaan was en geroepen werd: „blanda amok I" de ongehoorde stoutmoedigheid zich ook weer naar. binnen te begeven en een schot te lossen op den Heer Reynst, die niet getroffen werd, doordat hij struikelde en viel; den oppasser Pitjcen werden met het wapen twee slagen op het achterhoofd toegebracht, die bloedende doch niet gevaarlijke wonden veroorzaakten. In de verwarring was de trommel weer op straat geraakt, maar werd nu door een der geëmploveerden in veiligheid gebracht binnen de lokalen der firma H. M. van Dorp & Co., waar de Heer Reynst, na zSch hersteld te hebben, dien in ontvangst kwam nemen. Intusschen was de dos-a-dos-voerder, cüc voor het zijpoortje had staan wachten, heengereden en werd den anderen door alle aanwewezigen toegeroepen, den vluchteling niet op te nemen, zoodat deze genoodzaakt was te voet zijn tocht voort te zetten, met het vuur uit zijn pistool Zijne vervolgers steeds op een afstand houdende. Op het rumoer en de schoten waren de schrijver van het verslag in de „Java-Bode" met drie geëmployeerden der firma H. M. van Dorp & Co., een geëmployeerde der firma De Lange fc Ca, en nog, eenige Europeanen, die wij ons niet nauwkeurig meer herinneren, de straat opgesneld. Deze heeren namen voorloopig de taak op zich om te trachten den dader te grijpen. Dit was evenwel een gevaarlijk werk, daar hij voortdurend met zijne pistolen — hij bleek twee van die repeteerwapenen met de noodige munitie te hebben — in het rond schoot. Een poging om hem met een sabel het wapen uit de hand te slaan, faalde om die reden, daar de vluchteling nu zijn vuur concentreerde op den houder van dat wapen. Eindelijk gelukte het den vervolgde in een dos-a-dos te springen, waaruit hij den voerder wierp en met zijn pistool op oen afstand hield. De vlucht werd voortgezet, langs den weg van Jakatra, steeds achtervolgd door de genoemde Europeanen, waarbij zich geleidelijk eenige inlandsche poli ii e-ambtenaren en oppassers aansloten, die •cinrr geen van allen een vuurwapen hadden ;n vergeefs werd daarom gevraagd in de woning t-an den pangeran-ceremoniemeester en bij geb De vluchteling, die reeds eenigen voorsprong verkregen had, stapte later, ter hoogte van Djembatan Merah, in een gele deelemankax. In wilden ren ging het nu met dit versche paard voorwaarts en weldra was de deeleman onttrokken aan het oog der vervolgers. Slechts :loor telkens inlichtingen te vragen aan voorbijgangers kon men het spoor volgen langi de Tjiliwoeng, over de Defensielijn van den Bosch, Parapattan tot aan den driesprong bij Menteng. Hetgeen verklaarbaar is omdat de deeleman daar een oogenblik het erf van den Heer G. opreed om daarna ongemerkt langs Tjikini voort te stuiven. De Heer G. stond met zijn phaeton, bespannen met twee hooge paarden, gereed af te rijden. Een der heeren vroeg hem of hij de bewuste deeleman ook voorbij had zien komen, hetgeen hij ontkende; daarop hield hij nog even in, om een anderen heer toe te voegen : „Dat is me daar een dingetje geweest tu'j de Javasche Bank." Hierop een kort antwoord ontvangende, reed hij verder Menteng stf en over Parapattan den weg naar Buitenaorg op, waar schout Hinne hem geruimen tijd vlak achterop reed. Intusschen had een deel der vervolgers, dat het spoor van den vluchteling weer had gevonden, den rit voortgezet en vond tusschen paal 13 en 14 de deeleman. Eerst ontkende de voerman iets van de zaak te weten, maar nadat de controleur zich hier bij den stoet had gevoegd en de leiding der zaak kon overnemen, kwam het er uit dat hij was de voerman van het kantoor, deeleman van den Heer G., met wien hij naar Djembatan Merah was gereden en dat hij daar een hem onbekenden Heer in khaki had opgenomen, dien hij eerst naar de woning van eerstgenoemde op Menteng had gereden tot op dit punt, waar net paard niet meer verder kon; dat de Heer G., die inmiddels ter plaatse was gekomen, den vreemdeling in zijn phaeton :iad opgenomen en met dezen verder was gereden in de richting van Buitenzorg. „De Java-Bode" verhaalt nu verder, hoe de -ihaeton van den Heer G. nabij Tjiloewan achterhaald werd voor de warong van Bapa Enam. Even vóór genoemd punt verloor de politie de phaeton uit het oog en toen zij, de kromming van den weg volgende, het rijtuig aantrof, zat daarin alleen de Heer G., die zich ¦/>eer verwonderd toonde, dat men hem gevangen vilde nemen en aan den schout Hinno voorgaf, clat hij do reis geheel alleen had gemaakt en zich van niets bewust was. Zonder verzet gaf hij zich over, toen de schout hem tot zijn arrestant verklaarde. De Heer G. werd naar Buitenzorg overgebracht en daar voorloopig in de gevangenis geïnterneerd. Intusschen was de dader van den diefstal, uwens identiteit nog altijd niet was vastgesteld, bij Kedoeng Alang de koffietuinen ingevlucht. Den volgenden ochtend werd de vluchteling op den grooten postweg, vlak bij den zijweg naar Soekasarie, iets ten Zuiden van den grooten pasar, aangeroepen. Hij zat in een kar. Tijdens de vervolging, onder leiding van den fcjamafc Soekasarie, loste hij eenige pistoolschoten op de gardoe-wachters der gardoe tirjgih, Mee de politie op zjjne hielen, rende hij den .Chineeschen kamp in en voor de woning van Thung Tjoen Yo© werd de vluchteling tot slaan gebracht. In het daarop volgend handgemeen, waarbij hij nog trachtte gebruik te mavan zijn pistolen, werd hij overmand en stortte, zwaar gewond door twee golofchouwen, ter aarde. In zijn zak werd nog een pakje patronen aangetroffen. Hij werd. vervoerd naar de woning van den ass.-resident en van daar naar het militair hospitaal, waar de officieren van gezondheid Van 'der Harst en Reddingius hem verbonden. De assistent-resident begaf zich nu naar de gevangenis en gelastte den Heer G. hem te volgen naar de ziekeninrichting, waar hij in een zijgalerij geconfronteerd werd met den zwaar gewonde. Deze lag" buiten kennis en de Heer G. was diep ontroerd toen de doctoren hem, op zijne vraag of er hoop bestond op herstel, met een ontkennend hoofdschudden antwoordden. Toen eerst bekende hij dat de gewonde persoon dezelfde was, dien hij bij zijne poging tot ontvlucliting had geholpen en dat die persoon was zijn jongere broeder C. M. Q^, administrateur der onderneming T. bij S. Teruggeleid naar het bureau van den assistent-resident om daar verder verhoord te worden, bekende de Heer G. dat het voornemen van den diefstal hem bekend was geweest, dat hij dien zijn broeder ontraden had, maar dat hij, toen deze bij zijn voornemen bleef volharden hem zijne hulp niet had willen onthouden bij diens ontvluchting. C. M. G. had nog niet lang geleden het Tjikini-gasthuis verlaten, waar hij geopereerd was van een lever-abces; de wond daarvan was nog niet eens gesloten en het in den wagen aangetroffen verband had hem toebehoord. Dat de Heer H. G. te voren met het voornemen bekend kan zijn geweest, zou blijken uit 'de beweerde omstandigheid, dat hij de beide Browning-pistolen en den vaJschen baard, die gediend heeft voor de vermomming, zou hebben gekocht. In den ochtend van 23 November werd hij onder geleide van den controleur Johan, twee schouten en de heeren Baron Tengnagel en Dupuy, die tot het laatst aan de vervolging hadden deelgenomen, gevankelijk naar Weltevreden overgebracht, alwaar hij, na een langdurig verhoor door den officier van justitie, buiten acces in hechtenis werd gesteld in de civiele en militaire gevangenis. Nog verklaarde de Heer G., dat hij zijn broeder, toen deze voor zijn huis op Menteng uitstapte, een bedrag van f 2300 zou hebben ter hand gesteld; dit geld is evenwel op den gewonde niet aangetroffen. Men deelt aan de „Java-Bode" mede, dat de directie der Javasche Bank voor aan den dag gelegden moed, beleid en trouw bij deze poging tot diefstal, de volgende gratificatiën heeft uitgekeerd aan het personeel der kas: f 1000 aan den Heer J. C. Reynst, f5OO aan den Heer J. H. van Ommeren, f 250 aan den Heer Jaspers en f 250 aan het inlandsen personeel. --- Examen, Wiskunde L. O. art. 65. 's-Gravenliage, 20 December. Geöx. 3 cand. ; terugpetrokken 1. beslaagd de dames: J. A. Berghuys, ie Deventer en J. 0. van Rfjssel, te Dordrecht. --- Examen Delfstof-, aard-, plant- en dierkunde K IV. M. O. •s-Gravenhage, 20 Dec. Geëx. 2 cand. Geslaagd Mej. G. Wilbrink, te Utrecht en de lieer H. Gouwentak, te Venloo. --- Examen Boekhouden K XII. M. O. 's-Gravenhage, l'o Dec. Geëx. 10 cand. Afgew. 8. Geslaagd de heeren L. A. M. Cobben, te Rozeudaal en E. A. Visser, te Amsterdam. --- Examen Hoogduitsch M. O. 's-Gravenhage, 20 December. Akte B. Geslaagd P. P. H. E. Friedemard, te Goes. Akte A. G. Gosses, te Leeuwarden. --- Examen Staatsinrichting M. O. 's-Gravenhage, 20 December. Geëx. 'en afgewezen 2 eandidaten. --- Examen Staathuishoudkunde M. O. 's-Gravenhage, 20 December. Geëx. twee cand, Toegelaten Mej. W. M. Wibaut. te Vlissingen. --- Examen Geschiedenis M. O. 's-Gravenhage, 20 Dec. Geëx. en toegelaten de Heer N. Waterbolk, te Zwolle. --- GEMENGD NIEUWS. Te Hoogwoud (N.-PI.) is door onbekende oorzaak het woonhuis met de ververij van den Heer Rutgers tot den grond afgebrand, waarbij zoo goed ala niets is gered kunnen worden. Verzekering dekt de schade. Te Hoogeveen is een jonge man, R. Nijenhuis genaamd, door het op hol slaan van zijn paard van het rijtuig geslingerd, waarbij hij beklemd geraakte tusschen den wagen en een boom. De ongelukkige kreeg daarbij zulke ernstige inwendige kneuzingen, dat hij reeds den volgenden morgen is bezweken. Te Schijf, onder Rukfen (N.-Br.), is de landbouwer P. Ros van den hooizolder gevallen en daarbij met het hoofd op een« snijmachine terechtgekomen. De ongelukkige was terstond dood. Te Tilburg was een dochtertje van T. S. bezig met waterscheppen uit den put achter de woning, toen eensklaps de balans uitschoot en terecht kwam op het hoofd van haar vierjarig zusje. Het kiud werd zwaar fewond opgenomen en was eenige oogenblik:en later bezweken. DekoopmanC. Vrients, uitß&rgenop-Zoom, die met muilezel en wagen op den rweg naar Tholea door de stoomtram werd aangereden, is aan de gevolgen zijner verwondingen overleden. De muilezel moest wegens zware kwetsuren worden afgemaakt. Tusschen Oostburg en Draaibrug (gemeente Aardenburg) is de vorige week een moisjo van omstreeks 20 jaar door een nog onbekenden man aangerand. Men vond haar bewusteloos en met een doek in den mond naast don wv^; liggen. Het meisje is nog zoodanig door den schrik bevangen, dat zij niet spreken of eenige inlichtingen kan geven omtrent den dader. Zij ligt nog stööds bewusteloos te bed. Bij de politie is terstond aangifte gedaan. Nieuwe uitgaven: Erckmann Chatrian L'ami Fritu, bewerkt voor minder gevorderden, door J. A. Dijkshoorn, Den Haag, drukkerij «Hurnanitasa. Mevr. J. Brink, Grappige stories en andere versies, le bundel, Amsterdam—Kaapstad, Jacques Dusseau &Go. J. F. van Oordt, An Ênglish-Cape Dutch vocabulary, for the use of Enghshmen, Amsterdam—Kaapstad, Jacques Dusseau & Co. Henri David Thoreau, Walden. Uit het AmerikaansGh vertaald door Suze de Jongli van Damwoude. Met een voorwoord van Dr. F. van Eeden en een inleiding van Mr. H. Dircks, Bussurn, C. J. W. Grentzebach. --- WETENSCHAP EN KUNST. Te 's-Hertogenbosch wa 3 Zondagavond de groote zaal der liedertafel «Oefening en Uitspanning» tot den nok toe vol en nog zeer velen hadden geen plaats kunnen krijgen. Alles wat Den Bosch op het gebied van kunst kan voortbrengen, heeft medegewerkt om den jubilé-avond van den Bosschenaar Orelio zoo luisterrijk mogelijk te doen zijn, bijgestaan door uitstekende krachten van elders. Het programma gaf rijkdom van afwisseling. Na de feestcantate van Jan Mosmans, door Theod. van Wamel getoonzet en gedirigeerd, gaf Orelio den Proloog uit Paljas. Daarna een kinderkoor onder directie van Van der Heijden,«Lentebloemena, «Sneeuwvlokken» en «Vogels en Bloemen» van den dirigent; de Heer Rehl gaf zijn concertstuk voor violoncel (F. gr. t.), de liedertafel «Ons Hollandsch", van Zweers, en «Jagerkoor», van Cooijmans. in de pauze werd den jubilaris, bij monde van Jhr. Van der Does de Willebois, burgemeester van Den Bosch, met vriendelijke en van groote sympathie getuigende woorden een gesloten enveloppe als huldeblijk van de Bosschenaren aangeboden en kwamen vele corporatiën en vereenigingen den Heer Orelio begroeten. Vervolgens zong hij nog drie liederen, nMarcia funèbre», van Mestdagh •Het Lied van Grootmoeder» van d'Hooge en «Het verwaend Kwezelken», en gaf een gemengd koor fragmenten uit dep Tannhauser. Als solisten waren — naast den jubilaris — Mej. Th. AUard, uit Amsterdam, en de Heer W. van Son, uit 's-Hertogenbosch. De avond was een waardige hulde aan Orelio. Aan de Naamlooze Vennootschap: »De Nieuwe Muziekhandel» te Amsterdam is opgedragen de organisatie en leiding der voordrachten, tooneelvoorstellingen, muziek-, zanguitvoeringen enz. in de nieuwe tooneel- én muziekzaal: «De Kroon» te Haarlem. ---