Marine en Leger. Bij Kon. besl. zijn in hun rang «vergeplaatst: I°. bij de infanterie, en wel bg het regiment grenadiers en jagers, de kapitein H. P. Staal, van den generalen staf; — 2°. bg den generalen staf, de kapitein A. R. Kraijenhoff van de Leur, van het regiment grenadiers en jagers. Vanwege den Minister van Oorlog is aan ieder der provinciale adjudanten een exemplaar toegezonden van het mobilisatie-voorschrift, alsmede van het register met den staat, welke de reisroutes aaugeeft voor miliciens-verlofgangers bij een opkomst onder de wapenen met spoed. Dit register dient tot leiddraad bij het vaststellen of wijzigen van reisroutes. Het bestuur van de Mili tai r e Wi el-rijdors-vereeniging bestaat voor 1892 uit de heeren Otto Cohen, voorzitter, C. M. J. Muller Massis, penningmeester, en H. Berends, secretaris, allen te Amstordam. --- Gemengd Nieuws. Behalve de reeds vermelde scheurkalenders ontvingen wg' nog een tweetal, uitgegeven door de firma BlankenbergenCo-vte Leiden. Beide hebben een kleurig schild met vrouwenfiguren. De eene bevat louter aanhalingen, in het Duitsch, uit de werken van Carmen Sylva, waarbij het de aandacht trekt, dat het meerendeel ontleend is aan Vom Ambo». De andere daarentegen draagt den titel van „La belle France", hier voorgesteld door een juffertje met een vogeltje, — en behelst puntige gezegden en gevleugelde woorden van Fransche schrijvers. Als reclame voor Spratt's patent (benoodigdheden voor honden, hoenders, enz.) ontvingen wg ook een maandelijksche waudkalender, waarop in kleurendruk Terschillende huisdieren zgn afgebeeld. Den 25en dezer zalverkochtworden door de firma E. J. Brill, te Leiden, de belangrijke bibliotheek van wijlen Dr. G. A. Wilken, professor tn de land- en volkenkunde van Ned. 0.-Indië aan de hoogeschool te Leiden. Deze verzameling telt de beste en ook de nieuwste werken over ethnographie en ethnologie in het algemeen. Een zeer uitgebreide verzameling boeken over geheel Nederlandsch Oost- Indië op godsdienstig, staatkundig, historisch en geographisch gebied en ook eene zeldzame verzameling over de Philippijnen en andere eilanden in den Stillen Oceaan. Verder belangrijke werken over taal en taaistudie, gevolgd door eene groote reeks over Oostersche, klassieke en Europeesche letterkunde. Ofschoon niet groot, zgn de rubrieken godsdienst, geschiedenis, wijsbegeerte, rechtsgeleerdheid, vooral in verband met de ethnographie. zeer merkwaardig. Onder den verderen inhoud van de bibliotheek is ook opmerkelijk eene verzameling van 380 photogra phieëa over Java. Het Gerechtshof te 'sGravenhage bevestigde Dinsdag het vonnis der Rotterdam- Bche Rechtbank, waarbij de Berging-Maatschappg t* Rotterdam in het gelgk werd gesteld tegenover den schipper J. de Geus, in zake het voor het binnenbrengen van de in de Maas gestrande stoomboot Yoaford enz., te Maassluis gevorderde loon. Aan W. 8., Rrjks-opziener der jacht te Voorthuizen, is het gelukt zes personen te betrappen, die bezig waren met het houden van eene drijfjacht, en wel in de Koninklijke jacht nabij Garderen. Tegen vgf hunner, die doorhem zgn herkend, is proces-verbaal opgemaakt. Bg het uitzetten van netten vie 1 Donderdagavond in het Lobitsche water een Millingsche visscher over boord. Op zijn hulpgeroep snelden dadelijk eenige visschers uit Lobith toe, doch deze konden den ongelukkige niet meer redden. Nog dienzelfden avond werd zgn lijk opgehaald. De verongelukte was de steun zgner oude moeder. Een ander bericht, als zouden aldaar twee visschers verdronken zgn (waarvan de een vader van 6 kinderen), blijkt niet juist geweest te zgn. Tegenover de toenemende verengelsching van de Transvaal is 't op zichzelf niet kwaad, dat in onze voormalige Kaapkolonie de studie van het Hollandsch weer wat aangewakkerd wordt, gelijk men tegenwoordig doet, maar hoezeer dat op zichzelf noodig is, blijkt uit eenige staaltjes van vertalingen ran het Engelsch in het Hollandsch op het jongste civiele dienstexamen te Kaapstad. Dominé Faure zendt ze aan de Cape Times en wij laten er hier eenige van volgen: De zin : He rejoiced at ü wordt vertaald als volgt: 1 Hg was big te het. 2 Hij wes verblijdt tot het. 3 Hg was big van het. 4 Hg verheugde in dit. 5Hg was big om het 6 Hij was plezierig op dit. 7Hg rejoiced tot het. 8 Gelukkig was hij daarvan. 9Hg was big er aan. 10 Hg big gewesse. 11. Bij deze hij was big. 12 Hij wordt verblijft daarmee. 13 Hij genoot daarbg. 14 Hij bigde zich daarover. 15 Hg lachende nu. 16 Hg bigde was er met. 17 Hg was gelukkig tot het. 18 Hg verblijdde aan het. 19 Hg vreugd op het. 20 Hg was behaagd mits deze. 21 Hij verhuichde daaraan. 22 Daarover verblijde hg. Voluntary wordt vertaald als „zonder praten", „zelfazinnelgk", „waarschijnlijk". He thm alighted, als „hg dan verliohtte". I» my présence signed their names to a contract, als „in my afschrafed ener namen aan de gevolgening". Carried away by his eagerness, als „getemteerd don zgn driftigheid". Be it remembered, als „bg dit gere taeaibereedt". ünderstood by tliem, als „geonderstaadt by hulle". Lost his company, als „verlier zgn samenheid". Sofa, als „kooi". Reasonable time, als „vernuftige tgd", Wages, als „zalery", „wagen". Signed, als „gezesend", „gezigueerd". No sooner had darlcness set in, als „geen vinnag had donker gekomen". Served him as a guide, als „hem geservd als een guid". He roasted an ox newly killed, als „hg bakte een os nieuw geslagen", „hg kookte een os". Appeared before me, als „bleekten voor my". --- Stadsnieuws. Officieele Kennisgeving Uitloting van obligatiën der geldleening van f 18,000,000, rentende Z)/2 pCt, B. en W. brengen ter algemeene kennis, dat op Vrijdag 15 Januari a. s., des voormiddags te 10 uren, in een der vertrekken van het Eaadhuis zal worden overgegaan tot de uitloting van honderd obligatiën uit de bovengenoemde geldleening. Uitlating van obligatiën der geldleening van f 21,000,000, rentende 3 pCt. B. en W. brengen ter algemeene kennis, dat op Vrijdag 15 Januari a. s., des voormiddags te 10 uren, in een der vertrekken van het Raadhuis zal worden overgegaan tot de uitloting van 4 sei-iën, vertegenwoordigende 40 obligatiën der bovengenoemde geldleening. Nijverheid. B. en W. brengen ter konnis, dat op het verzoek van C. Heijnis Jzn., betreffende het oprichten van eene door ga3kracht te drijven koffiebranderij, in het perceel Hekelveld 8, gunstig is beschikt. Ter Secretarie zgn ter lezingnedergelegd : No. 7. Voordracht ter benoeming van eene derde onderwijzeres aan de o. 1. school der le klasse No. 14: Mejn. C. G. M. A. Dull, te Zwolle; G. van Gerven, te Charlois; M. A. I. J. Dreesman, alhier. — No. 8. Id. van id. aan de o. 1, school der le klasse No. 31: Mejn, G. van Gerven, te Charlois; C. G. M. A. Dull, te Zwolle; M. Vreeken, te Haarlemmermeer. --- Ingezonden. Columbus's standbeeld. Zal het aan de hoofdredactie van Het Niemvs van den Dag believen ongeveer zooveel ruimte toe te staan aan mijn antwoord van heden, als in haar nommer van gisteren werd ingenomen door de bestrijding uit Botterdam, naar aanleiding van eene mededeeling aan de bladen, dat hier te lande eene commissie was gevormd tot medewerking voor de hulde, aan Columbus te brengen, waarbü een woord van inleiding, waarin werd aangestipt, dat de jongste nasporingen op geschiedkundig gebied aangaande herkomst en geboorteplaats van den ontdekker der Nieuwe Wereld tot de schitterende uitkomst hebben geleid, dat de rechten, welke Calvi en Corsica steeds hebben epgeëischt, meer in het licht zijn gesteld; dat Columbus niet in de stad Genua zijn bakermat had, is thans eane uitgemaakte zaak, daar op den huidigen dag tout s'dccorde d nous en montrer le berceau d Calvi. Dit Fransche citaat was genomen uit de circulaire, door de Fransche officieele commissie verspreid ter oprichting van Columbus' standbeeld te Calvi, waartoe de President der Fransche Eepubliek bij decreet autorisatie heeft gegeven. Nog was er in dat inleidend bericht te lezen: „terecht is gezegd, dat Christophe G'oloinb is een zoon van Corsica en aangenomen kind van Frankrijk, enfant de Corse, adopté par la France". Den Heer Niermeyer, steller van het stuk uit Rotdam, bleek uit die zinsneden, dat bg het stellen van de mededeeling aan de pers een Fransch voorbeeld is gevolgd. Inderdaad: die citaten konden hem op die gedachte brengen met meer of min gegronde reden, maar met geeu gegronde redenen kon hem uit die zinsneden blijken, „dat de commissie — of liever, indien wij wel zijn ingelicht, hare meerderheid — de overtuiging bezit, dat Columbus geboren is te Calvi, op Corsica." Evenmin kon hg met gegronde reden uit de zinsneden, die het bericht van het bestaan eener Nederlandsche hoofdcommissie voorafgingen, besluiten, zooals hij doet, „dat de commissie dit punt „een uitgemaakte zaak" acht". Niets geeft hem het recht om in die mededeeling aan de pers de hoofdcommissie te betrekken, die hoegenaamd niets te doen heeft met dat bericht aan de dagbladen. Uit dat bericht kan alleen blijken de overtuiging vau wie die mededeeling aan de pers doed, en die bereid is die overtuiging te verdedigen, zooals hg volgaarne bg dit antwoord begint te verdedigen. Niets geeft hem het recht om mijne mededeeling aan de pers voor te stellen, gelgk hij doet, „als eene oproeping door een commissie van mannen van naam en invloed door middel der pers verspreid." Alweer gaat de Heer Niermeyor alle perken van recht te buiten, waar hg zich aanmatigt, terwijl de hoofdcommissie-zelve nog geen voorzitter heeft gekozen, nu reeds te spreken van „den voorzitter der Columbus-eommissie". Mij komt het recht toe hem dit te zeggen, omdat hij zich veroorlooft or mijn naam bij te noemen. Insgelijks moet ik den Heer Niermeyer alle recht en reden ontzeggen om mijne mededeelingen aan de pers voor te stellen als „een oproeping", of bestaat er geen overgroot verschil tusschen „een beroep" en de woorden mijner mededeeling: „ook zal Nederland niet in gebreke blijven. Zyne officieele hoofdcommissie kan reeds worden genoemd." Wanneer het nog waar is, dat hetzelfde kind niet in Berlijn èn in Parijs kan zijn geboren, dan kan ook Cristoforo Columbo niet zgn geboren èn in de stad Genua, op het vasteland, èn iv de stad Calvi, op het eiland Corsica. Is dat waar, dan had ook de Heer Niermeyer, om logisch te handelen, de tweede helft van zgn artikel den letterzetters en den lezers kunnen sparen, want in het eerste gedeelte van zijn artikel zegt hg te hebben meegedeeld, dat onweerlegbaar is geconstateerd, dat de ontdekker te Genua het levenslicht aanschouwde. Is dat zoo, dan houdt alle verdere strijd op; de stelling, dat Columbus te Calvi zou zijn geboren, is vanzelf redenloos, redeloos en reddeloos. Daarover verder te spreken of te schrijven, zooals de Heer Niermeyer doet, is voor een ieder, wien zgn, time is money, tgd geld waard is, noodeloos en waardeloos. Dat Engelsch spreekwoord: time is money herinnert mij de aanteekening, die de Heer Niermeyer maakt aau den voet van het blad: „Een vernuftige geest der 16e eeuw liet Columbus zel£s in Engeland het levenslicht aanschouwen." Wie die vernuftige geest geweest is, zegt de Heer N. niet aan de lezers; mag ik hen verwijzen naar een aanteekening in Sharon Tttrncr's history of England in the lliddle Age», alwaar gesproken wordt over de mogelijke identity of Christopher Columbus met een zekeren Christofve Colyns> die military commandant was van Queenboroughcastle tot in 1485 en toen zou zgn vertrokken naar Spanje? Het bestrijdend artikel van den Heer N. verdeelt zichzelf in twee gedeelten; het eerste spreekt voor" Genua, het tweede tegen Calvi. In het eerste is hg meer dan zwak en bouwt op welzand, de met veel emphaso vertoonde „niet minder dan zeven oorkonden i n de archieven van Genua ontdekt"; in het tweede gedeelte houdt hg voor mg op een ernstig man te zgn. Toetsen wij nu zgn eerste gedeelte. Na te hebben bevestigd, dat Columbus „wel degelijk in de stad Genua geboren is" — legt hij ook de bekentenis af: „Een tiental jaren ge* leden hadden wg dit laatste niet op zoo stelligen toon kunnen neerschrijven. Wel pleitten toen voor Genua reeds vrg sterke waarschijnlijkheidsgronden, maar tal van andere plaatsen in Italië betwistten haar de eer; behalve een twaalftal dorpen, meest in Logurië gelegen, ook Milaan, Modena en Piacenza, zegt de Heer Niermeyer; is, vragen wij, ook Nervi niet eene bijzondere vermelding waard, daar een der grootste wereldgenieën van Spanje, in zijn: El nuevo Mundo descubierto por Cristoval Colon, Columbus-zelven laat zeggen: „Yo soy Cristoval Colou*': Ik ben Christoforus Columbus. „Alto rey de Lusitania": Verheven Koning van Portugal. „Naci en Nervi; pobre aldea": Ik ben geboren te Nervi, arm dorp, „De Génova, flor de Italia": Van Genua, bloem van Italië. Daarop zeggen wg: aldus bestonden er voor Genua, toen er vóór negen-eu-twintig jaren, in 1862, een fraai, geheel in wit marmer uitgevoerd gedenkteeken van Columbus werd opgericht, niets dan vrg sterke waarschijnlijkheidsgronden, en toch was het vraagstuk van Cristoforo Columbo's geboorteplaats al meer dan drie en een lux Iv e eeuw een „vexata quaestio." Bestonden er toen volgens N.'s eigen bekentenis nog slechts vrg sterke waarschijnlijkheidsgronden voor de stelling, dat de stad Genua de geboorteplaats van den wereldontdekker was, dan behoeven ook nu slechts die zeven oorkonden, die bij den Heer fif. den doorslag gaven en hem de vaste steuugrond zijn geworden om zoo verdelgend op te treden tegen Calvi, te worden gewikt en gewogen: worden ze te licht bevonden, zgn ze van geen doorslaande beteekenis ter zake, dan kan voor Genua niets overblijven dan hoogstens vrij sterke waarschijnlijkheids. gronden ; die waarschijnlijkheidsgronden zullen we ook wikken en wegen, ¦en ze zullen bevonden worden van luttel gewicht te zijn om als zekere waarheid te gelden ; en dan, dan zullen wij zien aan welken kant de grootste waarschijnlijkheidsgroiHlen te vinden zijn: aan den kant van Genua of aan den kant van Calvi? Laat nu de Heer Niermeyer met ziju zeven oorkonden, eindelijk in de arohieven van Genua ontdekt, optreden. Uit die oorkonden blijkt, verzekert ons de Heer Niermeyer, dat Columbus' vader, Domenico Columbo geheeten, minstens van 1439 tot 1470 i't Genua woonachtig was, en het geboortejaar van den ontdekker valt stellig na 1439. Welnu,' dan is men op weg om in Genua het authentiek bewijs van de geboorte of den doop tan den stellig na 1439 geboren Christofoms te vinden ! Helaas! eene commissie der Academie van Geuua, vergezeld van een ouden abt der Benedictijnen van het klooster van deu H. Stefanus (waar onze Clu-istoforus zou zijn gedoopt), onderzocht'de registers der communoteit, maar het geboorte-register was er niet te vinden; wel in de meeste der iukomstenregisters, tusschen het jaar 1456 en het jaar 1189, komt de naam van een Douienico Columbo met de betaling zgner huishuur voor. Hoe men ook alles doorsnuffeld heeft te Genua wat er te doorsnuffelen was of nog is, nooit heeft men er een zweem van een geboorte-akte of doopakte van den wereldontdekker kunnen ontdekken. „Uit de onvervalschte documenten van Savona blg'kt", zegt de Heer Niermeyer, „dat Columbus* vader in 1470 van Genua naar Savona verhuisde, om in 1484 naar de eerste plaats terug te keeren." Menig lezer zou het allicht aangenaam geweest zijn, als de Heer Niermeyer de oorkonde had aangewezen, waarin die quasi bewijzen worden aangegeven, hij deed het niet; mag ik den lezer verwijzen naar: Nota di diversi documenti degli Archivi di Genova e Savona reguardanti la famiglia del Cristoforo Colmnbo. „Zijn vader was wever, en Columbus-zelf werd ook in het weversvak opgeleid en bleef dit tot in 1470 te Geuua uitoefenen, daarna minstens tot 1473 in Savona," zegt alweer de Heer Niermeyer. Wie hem "•Wgst, dat hij er hoegenaamd niets van weet? De Gerold-ontdekker zelf, waar hijzelf in een brief van het jaar 1501 schrijft aan den Koning en de Koningin; oe etó molto tenera io entrai in mare navigando, cd, vi Im tontinuato fin' hoggi. .. cd hoggimai passano qujtranta •ftn», elie io vso per tvMe quellc parti, che fin' hoggi si *avigano: al zeer jong ging ik ter zeevaart en ben zeevaarder gebleven tot heden en het wordt nu (veertig jaar, dat ik vaar op alle zeeën, waar men tot ¦heden heeft gevaren. Don Fernando, zoon van Chris(fcoforo, den wereld-ontdekker, zegt ons in zijn werk «ver zgne vaders leven en geschiedenis, „dat zijn vader, veertien jaren oud zijnde, ter zeevaart toog." En die hooggeleerde en door alle gesehiedschrij[Vers, met uitzondering van Harrisse c. s., hooggewaardeerde waarheidlievende schrijver verklaart ons *n het Proemio van zijn geschiedwerk, „dat hg in zgne «nededeelingen niets zal boekstaven betreffend» jhet leven en de geschiedenis van den Admiraal dan fvrat hjj ontleent aan zijns vaders brieven en geschriften of waarbg hg, zoon, zelf tegenwoordig was" Maar, zal nu wellicht menig lezer zeggen, die Chriatophorus Columbus, die wever was enjbleef minstens j*ot in 1473, moet een ander man zgn, die denzelfden naam droeg als d» zeevaarder en wereld-ontdekker. Juist, dat is ons beweren. Hadden wg ruimte om ionz» meening breedvoerig uiteen te zetten, wg zoalden heel wat meer dan zeven oorkonden, ook nit notariëele archieven, aanhalen, waarin sprake is van een vader Domenico Colombo, maar daarom nog niet de vader van den eenigen wereld-ontdekker. iDat staat ook met geen enkel woord in een dier zeven oorkonden. Dat hebben er de tegenstanders van Calvi bggemaakt, er uit afgeleid als hun besluit. J>e Heer Niermeyer-zelf bevestigt, dat de familienaam Columbus reeds in de midden-eeuwen in Noord- Italië zoo algemeen was als thans bg ons Meier en .[Jansen. Heeft de Heer Niermeyer een loopje willen nemen ,«»t het Nederlandsoh lezend publiek met niet een jon wen zeerob, maar een oud-wever te vervormen in •en jonvergelijkbaren, beleid vollen zeeën-braveerder en wereld-ontdekker? _Na zijn artikel te hebben gelezen, zou men genegen Bjjn, het volks-sp reekwoord: „iemand met een klontje Sn het riet sturen" te veranderen in: „iemand met •en Deventer-koek in het riet sturen". Er heeft hier inderdaad verwan U>laats gehad, niet bij ons, die een ing van personen )uden zeevaarder uit Calvi voor den wereld-ontdekker houdon, maar bg den Heer Niermeyer, die een ouden wever uit Genua gaat halen, om hem tot eersten admiraal vaa den oceaan te kronen, als gold het ecu tweeden Jantje van Loidon. Waar de Heer Niermeyer heeft willen meenen ons te moeten opmerken, dat „de historische critiek onzer dagen dezen eersten zeetocht naar het rijk der fabelen heeft verwezen", staat dat gezegde van den Heer Niermeyer voor ous volkomen gelijk met het woord van een socialist, die bg een pleidooi den advocaat der tegenpartij zou toevoegen, dat de juridische critiek onzer dagen bewezen heeft, dat het eigendom diefstal is. Mijn art. is al te lang geworden om nu nog mgne stelling te bewijzen, dat de waarschijnlijkheidsgronden van Genua's wever niet opwegen tegen de waarschijnlijkheidsgronden van Calvi's zeebonk. Ik zal allerkortst zgn met het tweede onwaardig gedeelte van des Heeren Niermeyer's artikel, waar hg spreekt van Graaf Eoselly de Lorgues en van het oprakelen door twee abbé's, die mede zitting hebben, naast M. Emmanuel Arène, Député, Président du Conseil Général. Het werk van Graaf Eoselly is in het Hoogduitsch vertaald door den beroemden geleerde dien Duitschland kent achter den pseudoniem van Laicus, en dat werk van Eoselly durft een Niermeyer uitmaken voor „een boek zonder eenige wetenschappelijke waaide." De analyse, die hg geeft van het boek van Peretti, is voor mg een bewijs, dat de Heer Niermeyer hier in een onbewaakt oogenblik schreef. Het is veeleer een oaricatuur dan een ware inhouds-ontleding. Tegenover den Heer Niermeyer laat ik optreden den geleerden bibliothecaris van Prins Eoland Bonaparte, den Heer Escard, die ook het werk van Peretti beoordeelt in het journaal: La Geographie en onder andere zegt: „De schrijver heeft de quaestie zoo nauwlettend beschouwd en is zoo diep in het hart van het vraagstuk doorgedrongen, dat zeker de meesten zgner lezers bg het sluiten van zgn boek overtuigd zullen zijn, dat de beschouwingen van den Abt Peretti over dit onderwerp, hetwelk zoo nauw het vaderlandsch gevoel raakt, „ressem .«nt d la vérité inême". Zoo de schrijver al niet het stoffelijk bewgs levert, de akte der geboorte van Christophorus Columbus te Calvi, de overtuigende getuigenissen, welke hij aanvoert, wegen in zekeren zin daartegen op. Zg schijnen mg toe, alleen wederlegd te kunnen worden door een authentieke akte, welke tot dusverre geen der steden, die op Christophorus Columbus als een harer zonen aanspraak maken, heeft kunnen overleggen en welker bestaan zeer twijfelachtig is, wegens de veelvuldige branden welke Genua :n de archieven van Corsica heeft doen ontstaan. Mgne stelling tegen Genua vóór Calvi wordt elders uitvoerig behandeld. J. W. BEOÜWEBB. Bovenkerk. S Januari, ---