Een onderhoud met „Generaal” Booth Londen, 16 Februari. (Part. corr.) Toen de heer Booth zgn „In darkest JSngland — and the Way out" uitgaf, maakten •ommigen de opmerking dat de beschrijving ▼an het „donkerste Engeland" veel duidelijker was dan dio van den „uitweg". In weerwil daarvan heeft men den „Generaal" tijd gegeven zijne verlossingsplannen tot rijpheid te laten komen, en leende men een bereidwillig oor aan zgn verzoek om de kleinigheid van £ 100,000. Zgno reis naar do Kaap, Indië, Australië en New-Zeeland heette voornamelijk ondernomen te zijn met het doel te zoeken naar de meest geschikte'plaats voor de buitenlandsche arbeidskoloniën, en nu de Generaal tot zijn leger is teruggekeerd verbeidt men met ongeduld de afkondiging der groote plannen. Met het doel iets naders omtrent die plannen te vernemen, begaf ik mij heden naar 101, Queen Victoria Street, in de City, waar ïk na eenig wachten tot den „generaal" werd teegelaten. De hoofdbureaux van het leger fcoslaan thans het geheele bovengedeelto der vier [perceelen N°. 101—109, die in talrijke kleine vertrekken zgn verdeeld, waarin de „colonels", „officieren" en andere leden van den .'„generalen staf" aan het werk zgn, terwgl men er tevens de magazijnen vindt waar lucifers, bezems, lintjes, uniformmutsen, gordels, enz. worden bewaard. Terwgl allo overige vertrekken zich door strengen eenvoud onderscheiden, is dat van den generaal goed gemeubileerd. Dubbele, met rood laken bekleede deuren houden tocht en geraas buiten; er staat een mooie ronde schrijflessenaar van Amerikaansch maaksel met een draaistoel, en er ligt een mooi tapijt. De bezoeker wordt uitgenoodigd op een der drie gemakkelijke leuningetoelen plaats te nemen, en wanneer hij met een paar blikken den inventaris opmaakt, ontwaart hij, behalve de reeds vermelde dingen, electrische lampen en bovenal het goed gelijkende portret van wjjlen mrs. Booth. Het vertrek kenmerkt zich echter volstrekt niet door weelde of kostbare stoffeering, maar getuigt er van, dat zijn bewoner de kunst verstaat het degelgkste te koopen dat hij voor een bepaalde som kan krggen. Do „generaal" is een man op gevorderden leeftijd. Hij is 63 jaren oud, niet zeer groot van gestalte, alles behalve corpulent, en hij .neemt gewoonlijk eene gebogen houding aan. Hij heeft schrandere, grijze oogen, een langen baard en een flink voorhoofd, terwijl zijn haren steeds netjes zgn opgekamd met een kuif. Zijn mond heeft een vastberaden snit, zijn neus is groot, zgn oogen, door dikke wenkbrauwen overschaduwd, duiden op wilskracht en een zonnig humeur. Hij is gekleed in een rok van blauw serge, met het wapen der Salvation Army in zilver op de kraag gestikt, en hij draagt hot roode vest mot de gele letters dat tot de uniform der Heilssoldaten behoort. „Ik kom hier, generaal, om u voor het Handelsblad to interviewen, en vooral om te vernemen welken vorm uwe kolonisatieplannen tijdens uwe reis hebben aangenomen". Daarop zeide de generaal dat hij van plan is op businesslike wijze te werk te gaan. Hij begon met te zeggen dat zijne reis geene reis was, op touw gezet met het doel fondsen te verzamelen of het leger uit te breiden, hoewel hg terloops toch zoowel voor heteeno als voor het andere zorgde. Hjj ging voornamelijk op reis naar de koloniën, om te zien waar hg de meest geschikte landerijen voor zjjne kolonisten kon vinden, en om de groote lui in de koloniën voor zgno plannen to winnen. Hij werd overal met geestdrift door zijne legers ontvangen, met geestdrift die hem vaak de tranen in de oogen bracht; en de grooten der overzeesche landen begroetten hem met de meeste enderscheiding. Dus vertelde de generaal allerlei dingen, dio reeds to over bekend zijn. lljj spreekt ■vrij snel met veel gebaren; uit de taal die bij bezigt, ziet gij aanstonds dat hij gewoon ia tegen lieden te spreken die geen hoogdravende termen verstaan en wien elegance of diction onverschillig is. Tevens echgnt hij gewoon te zijn jacht te maken op effect, maar effect op minder beschaafden. Meer ontwikkelden kunnen vaak eon glimlach niet onderdrukken, wanneer hg zijne holle zinnen uitspreekt op eene wgze die het midden houdt tusschen eene zalvende spreekwijze en de wgze waarop socialistische volksredenaars hunne hoorders toespreken. Het kostte mij groote moeite den generaal bij zijn onderwerp to houden, of liever bg mijn onderwerp. Ik wilde namelgk nauwkeurig weten, welke de kolonisatieplannon van den generaal zgn. De generaal echter scheen niet op mgn plan te willen ingaan. Hij dwaalde telkens van de hoofdzaak af naar iets hetgean do heer Cecil Rhodes gezegd had, of naar de lom-toms van Ceylon, of naar de uitgestrektheid der landerijen in Australië; maar hij scheen niet zich tot het ééne onderwerp, den tegenwoordigen vorm zijner plannen, te willen bepalen. Daar mijn bezoek echter geen ander doel had dan iets zekers omtrent dio plannen te vernemen, kwam ik er telkens op terug. Er ontstond tusschen ons eene zeer interessante (worsteling over de heerschappij over het onderwerp. De generaal stond tegenover een journalist, dien hjj moest tevreden stellen zonder hem te geven wat deze wilde hebben. Ik moest pogen van den generaal te vernemen wat hjj niet wilde zeggen. Een paar dagen geleden slaagde da heer Booth er volkomen in den bij zonderen correspondent van The Daily News veel to vertellen zonder iets te zeggen, en ik voorzag dat ik het lot van mijn collega zoude deelen. Wanneer ik don generaal liet doorpraten, zoude ik niets vernemen; dus begon ik van taktiek te veranderen: door te vragen ging ik tot den aanval over. „Hebt gg plannen, volksplantingen in de Kaapkolonie op te richten?" „Daar denk ik over na. Het klimaat is er uitstekend en er is goedkoop land, maar op de arbeidsmarkt heerscht evonveel aanbod als vraag." „Hebt gij het oog op eene bepaalde strook in de Kaapkolonie of vasto plannen voor koloniën in dat land?" „Neen, geen vaste plannen. Maar de heer Cecil Khodes ontving mij met groote welwillendheid, en is zeer met ons leger ingenomen". „Hebt gij plannen voor emigratie naar Indië? „Noen, het klimaat is er te heet". „Voor Australië? „Dat is een zeer ingewikkelde vraag". „Is het land er geschikt?" „Ja, vooral in Nieuw-Zeeland, en langs de Zuidkust." „Hebt gij er eenige voorbereidende maatregelen genomen tot oprichting van koloniën?" „Ik ben van plan hier te beginnen met de verlorenen uit hunne verzonkenheid op te beuren, en vorm dan pool N\ 1, bestaande uit lieden die werken witten .. ." (Het is geheel overbodig hier stil te staan bg de bekende drie pools, reeds in Darkest Eng land besproken. Hoofdzaak is dat de generaal mjjno vraag ont wijkend beantwoordde, om welke reden ik haar herhaalde, zjj het dan ook in anderen vorm.) „Waarheen zult gij dan de lieden uit pool n°. 3 brengen? Gjj zegt niet naar do Kaap of Indië; naar Australië dan?" „Dat denk ik, maar ik kan het niet met zekerheid zeggen. Met mijn staf zal ik plannen moeten bespreken." „Is de arbeidsmarkt in Australië gunstig?" „Ja. Er is groot gebrek aan werklieden. Ook zijn er goede vooruitzichten voor iedereen. Ik ontmoete er iemand die er met vgf shillings was gekomen^ en dio thans £ 200,000 rijk is". „Denkt gij dat de labour party, die er thans aan het bewind is, gunstig over uwe plannen denkt?" „Die is er tegen. Zij wil overbevolking tegengaan en den prijs van arbeid hoog houden". „Zoude dat uwe plannen verijdelen?" „Neen; ik heb gezegd dat mijne koloniën geheel en al coöperatief zijn, en noch concurrentie, noch vraag op de arbeidsmarkt zullen veroorzaken." „Sympathiseert uwe army mot do labour party?" „Dat kan niot. De arbeidspartij is egoïstisch. Wij leven in Christelijke liefde, de eon voor den ander. Wjj werken en bidden voor elkaar." „Hebt gij nu eenig vast plan voor Australië of Nieuw-Zeeland?" „Niet vast, maar het land komt mij zeer geschikt voor." „Dus hebt gg noch voor do Kaap, noch voor Indië, noch voor Australië eenig vast plan?" „Ja on neen." (Zoo ziet mon, dat bij ean interview ook al niet alles van een leien dakje gaat.) „Dus bewerkte uwe reis niet, dat bij u vaste plannen ontstonden. Sedert uw vertrek nam de populariteit uwer plannen niet toe, omdat gij tot dusverre doet vrat de heer Gladstene met Home Rule doet; gij zegt dat gij bepaalde plannen hebt omtrent eene zekere zaak, maar al het aandringen op détails is vergeefs." „Uwe vergelijking is juist. Evenals do reputatie van Gladstone, volgons zijne aanhangers, een waarborg oplevert voor de wenscheljjkheid der uitvoering zijner plannen, en volgens zijne tegenstanders eon bezwaar er tegen, zoo vertrouwen mijne volgelingen in dezo op mij en vallen mjjne tegenstanders mij aan." „Kunt gg mg zeggen, waarom men u met do uitvoering der kolonisatieplannon zoude belasten en niet do gewone vereenigingen? Dezo vraag hoort mon thans algemeen". Ik wenschte wel dat ik die vraag niet had gedaan. Tot hiertoe had ik het oorlogugeluk aan mjjne zjjde, maar nu had ik een zwak punt aangeroerd, waarvan do genoraal, zooals dit een goed generaal betaamt, aanstonds partij trok. Hij liet zgno legers van Bloed en Vuur aanrukken, en richtte al zijn zwaar geschut op mij. In een oogwenk was ik nabg verstikking door den rook die de gewone salvationistische argumenten veroorzaakte, on ik kon niets meer zien. Alleen hoorde ik het gebulder van het zwaar geschut: moreel© verzonkenheid, redding door het leger, Christelijkheid, leef in God, bestrijd den Booze, en wat dies meer zij. Toen de rook optrok en het geschut zweeg, zag ik alleen dat ik geslagen was. Voor mg lag do onneembare vesting, de plannen van den generaal. Toch is het van groot belang te weten wat dio plannen zijn. Over het leger zelf zal ik maar niets zeggen, omdat men beweert dat het 't goede bevordert; om dio reden zwijg ik over da last die het veroorzaakt, en over de ergernis die het hier en daar geeft, zooals bij voorbeeld te Eastbourne. Maar de generaal vraagt do kleinigheid van £ 100,000 voor een proefneming, en zij dio dozo som ter wille van de submerged tenth willen geven, willen ook weten hoe do generaal haar wil besteden. Men dringt er dagelijks meer op aan, in de pers on daarbuiten: en tenzij de generaal ons iets meer stelligs omtrent the way out vertelt, worden de kaneen op geld voor Darkest England met den dag slechter. Op mijne vraag of ook Nederlandsche Salvationisten naar de Eng. koloniën komen, kreeg ik een ontkennend antwoord. Wel denkt do generaal reeds sedert twee jaren aan de „verovering" van Ned. Indië, en zal hij tien aanval op Amsterdam verscherpen. Hg gaat in den herfst naar Amerika om te zien of daar in Texas of elders soms betere gelegenheid voor kolonisatie bestaat dan aan de Kaap of bg do Antipoden. CT-»»» ■■ --- Op het kerkhof. NAAR HET DEENSCH VAN S. schandorph. ») Ik verlangde er naar de oude snaren weder te doen trillen. „Goeden dag, Niels!" zjide ik met luide stem. Hij schrikte op uit het gepeins, waarin hg verzonken had gezeten, en wendde het hoofd naar mij, waardoor ik gelegenheid vond op te merken, hoe de ouderdom zgn stempel op dit gelaat had afgeirukt en hoezeer hg veranderd was. Hij keek mij aan met een verstrooide, half w«zenlooze uitdrukking, als iemand dia plotseling als met tooverstaf in een geheel ander j wereld wordt gebracht. „Ge kent mg z-innert go u Theodor Hoberg dan niet, Niela?" „Theodor, dat kiene ventje — het zoontje van onzen ouden directeur? Ja, zeker Die is immers nu te Kopenhagen aan do stadie?" „Geweest, N'els; het is al vijftien jaar ge-1 den sedrrt hij daarheen ging." „Vijftien jaar; zoo lang al? Wel, wel, W.t vliegt die tgd in de laatste jaren!" „Ta; nu zie mij eens aan. Ik ben Theodor Hoberg." „He, nu zie ik het ook!" riep de oude man nit, en oen glans van blijde verrassing verspreidde ziuh over zijn gelaat. Ja, nu herken ïk u heel goed. En u ia dus luitenant geworden. Och, dat de oude directeur dat niet heeft mogen beloven! Hij was een best uienscb, uw vader, al kon hjj soms erg drifug zijn en iemand do huid vol schelden, wanneer men maar een enkele minuut over zijn tgd kwam. Na zgn dood is het er voor ons niot beter op geworden, en dat was voornamelgk do schuld van die ellendige spoorwegen. Was hg maar in het leven gebleven, dan hadden we zeker wel do post met onze diligences mogen blijven bedienen, of misschien hadden ze dan wol wat anders uitgevonden." „Ja, daar ben ik ook bang voor, Niels." „'t Kan best wezen," zeide Niels, terwijl hg peinzend het hoofd schudde en zgn hand aan zgn neus bracht. Ik zag, dat hg" ouder gewoonte een takje jasmgn tusschen zgn vingers had. „Zoo, houdt go neg zo veel van jasmgnen, Niels?" vroeg ik. Hg antwoordde niet, maar knikte oven bevestigend. „Dit is zeker zoowat de heele familie Stub, die hier begraven ligt?" vroeg ik verder. „Ja, bijna allen. Daar ligt do patroon, Paul Stub, al verscheidene jaren. Hg was nummer een, die op hot nieuwe kerkhof begraven werd. Daar heb u Lise, die altijd zoo met do maag sukkelde, on daar de oude juffrouw; zij werd over de tachtig, en het schoen wel alsof zij niet kon scheideb. Wel tien jaar is zg sukkelend geweest. En daar ligt hg, die Peter — die student; ja, God betere 't, een mooie student!— Hij heeft zgn oude moeder wat geld gekost! — En nu is alleen nog de gebrekkige Lotto over.... Zij is do taaiste van allen." „Maar go slaat er oen over; dit graf " Niels bracht do jasmijn op zenuwachtige wgze aan zijn neus en knoop de oogen vast dicht; blijkbaar deed hij zich geweld om zgn gevoel meester to big von, maar het mocht hem niet baten. Hjj barstte los in oen eigenaardig snikkend gekerm, dat hem al meeren moor overmande, en liet het hoofd bijna tot op de knieën zinken. Ik was geheel verlegen met do zaak; maar toen de oude man roerloos bleef zitten in dezelfde gebogen houding, schoof ik dichter bij hem, en mijn hand op zgn schouder Wgende, zeide ik zacht: „Zg was dus wel do parel onder al die anderen, Niels?" Hg richttj zich overoind en keek mij aan met grooto tranen in zijn zachte, lichtblauwe oogen. „Daar zegt u een waar woord, tnjjnheer." „Ik bemerk, dat ge veel van haar hebt gehouden, Niels." Er moet iets in den klank mijner stem hebben gelegen, dat den ouden man trof. Althans hij drukte mij met warmte de hand en zeide geroerd: „Ik vind het h el mooi, dat een voornaam heer als u zoo deelnemend zjjt voor een armen stumpert als er van mij geworden is. Het is mg juist alsof ik in vroegere dagen uw vader hoorde spreken, aan wien een mensch ook wel kon toevertrouwen, wat hem op het hart lag, zonder uitgelachen to worden." Intusschen was in mjj do begeerte levendig geworden iets naders aangaande Niels Mathisen's liefdesgeschiedenis to vernemen; want naar zijne woorden te oordcelen leed het geen twjjfel, of zulk een verhouding moest tusschen hem en haar, aan wier graf hjj thans gezeten was, hebben bestaan. Langs omwegen zou ik mijn doel misschien nimmer bereiken, en daarom besloot ik maar recht op den man af te gaan en vroeg ik hem: „Hoe is hot toch gekomen, Niels, dat go dat meisje niet hebt gekregen, terwijl go toch zooveel jaren da zaken voor die vrouwen hebt waargenomen?" „Och, mijnheer, ik zou n dieheelogeschiedenis wel eens knnnen vertellen, maar het zal een lang verhaal worden, want or is heel wat te koop geweest. Laat ik u eerst zoggen boe ik daar aan huis ben gekomen. Ik ben vroeger onder dienst geweest bg de cavalerie, zoodat ik goed met paarden had leeren omgaan, en daarna ben ik te Kopenhagen in een stokerjj terecht gekomen, waar ik een heelon tijd bleef, en waardoor ik geheel op do hoogte kwam van dit vak. Toen nu Paul Stub zoo ellendig werd van de jicht, dat hij het ternauwernood van den stal naar de stokerij kon brongen en zgn affaire door gebrek aan toezicht leeljjk begon achteruit te gaaE, zocht hij een persoon, die van al die verschillende dingen verstand had, en op recommandatie van iemand hier uit de plaats, die mij onder dienst had leeren kennen, kwam ik met hem in aanraking en nam hij mij als knecht. Het beviel mij nogal redelijk bij hem, alhoewel hij altijd liep te grommen en te pruttelen, maar ik hield het er maar voor, dat de jicht daarvan de oorzaak was. Ik geloof wel u te mogen verzekeren, dat ik mijn handen durfde uit steken, en dat er geen karreweitjo was waarvoor ik mij te goed hield. In onze dagen wisten wij nog eens wat werken was! Tegenwoordig moet men daarom komen! Een kwajongen, die kersversch van school komt, durft een grooten mond opzetten, wanneer hem iets wordt gelast waarbij mijnheer zgn handjes vuil zou maken; en wat is er tegen to doen? In mgn tijd behoefde men zich niet te ontzien, waar het pas gaf zijn jongens op een pak slaag te trakteeren, en toen was het dan ook geen kuDst ze onder appel en den boel goed in orde te houden. Enfin, de patroon was van zjj n kant ook tevreden met mg. Da stokerij zag er proper uit en werkte naar wensch; de diligence, dio ik tweemaal per week moest rijden, kwam altijd op tsd aan; ja, — behalve één enkelen keer, toen de conducteur van den bok was gevallen, omdat hij er eentje te veel had genomen, 't Was nog een geluk, dat de kerel or het leven afbracht, want het was een hoogte; —en ik heb aan de bjj-de-bandsche de schuld maar gegeven, omdat ik bang was dat de conducteur zijn betrekking zou verliezen, en de man bad een vrouw met zes kinderen. Ik begrijp noS n^et hoe bet hem heeft kunnen overkomen, want hjj reed dag in dag uit dienzelfden weg, en dikwijls's nachts ook nog. Misschien hebt u hem nog wel gekend: hij heetto Packer. „Nu, met den patroon kon ik het dus best vinden. Met de juffrouw ging het ook wel, en van de dochters nam ik in het eerst niet veel notitie, want ik had met hot huishouden zoo goed als niets te maken. Maar toen kwam dio eenige zood, Peter, met vacantie over, van eon school ergens buiten, waar hij voor burgemeester of staatsraad moest studeeren. Hij was een lange lummeJ, mager en bleek, met een gezicht alsof hij altijd iederoen voor den gek l:op te houden. Hij had nog zoon student meegebracht, van hetzelfde soort als hjj; en die beiden voerden den heelen dag niets uit als kwajongensstreken, dan in de stokerij en dan in den stal, waar ze het volk ophielden en de beesten plaagden, en dit orgordo mij, want ze badden er niets te maken. „Om kort to gaan, eens op een voormiddag zat ik bij den haard een beetje warm eten te nuttigen, want ik had 's nachts de diligence gereden, toen de twee lummels binven kwamen slenteren en begonnen mij in het ootje te nemen. Eerst liet ik hen begaan, want zo waren mij te gering, maar eindelijk word het mij toch al te bont. Ik werd door en deor driftig, greep Peter aan om hem zulke kunsten eens en voor altoos af te loeren, maar door do kracht waarmode ik hem te pakken kreeg, tuimelde hij omver en kwam hij zoo lang als hij was op den grond terecht. Toon natuurlijk aan schreeuwen en kermen geen gebrek. De juffrouw kwam op het spektakel af, en daar hadden we de poppen aan het dansen. Zij begon geweldig tegen mg uit te varen, omdat de twee jongens natuurlijk elkanders partij kozen en mjj de schuld gaven, en het eind van het relaas was, dat zjj mg gelastte het huis te verlaten, en dat op staanden voet. „„Dat zal ik ook," zeide ik, „maar dan zal ik toch eerst nog dien rakker zgn verdiend loon geven!" „Ik was door en door kwaadaardig on wou dan ook opnieuw op den jongen losgaan, die voortdurend stond te huilen en zich aan zgn moeders rokken vasthield. De dochters waren er intusschen ook bij to pas gekomen, — de patroon, die geen voet kon verzetten, zat bjj de kachel to razen en te vloeken — maar dit verhinderde mij niet mijn wraak te koeler, en ik had daartoe juist den jongen hij den kraag gegrepen, toen ik door een klom handja, dat zich op mijn arm legde, werd tegengehouden. Hot wa 3 Line, de jongste dochter, toen een meisje van eon jaar of achttien. Ik keek haar eens over mijn schoudsr aan, en ik weet niot wat ik gevoelde, toen ik in hare vriendelijke oogen zag, waarmede zij mjj zoo verwijtend en toch zoo smeekend aankeek; — nog nooit in mijn leven had ik zulke oogen gezien. „Er r>icg mij een rilling over 't ljjf, van het hoofd tot de voelen, en mijn arm viel machteloos neer. Toen zeide zij met hare vriendelijke, ovorredende stem: „„Hoo zou hot wel met de zaak gaan, wanneer Niels wegging, torwgl vader zoo zwak en ziek is?" „Tk stond geheel beteuterd, dat zulk een jong meisje zoo bedaard kon blijven, terwijl ik, een man van volle vjjf-en-twintig jaar, mij .z boos tad gemaakt. .. u „„Mij dunkt, het beste was maar, dat I*l. moeder om excuus vroeg, want hij bad n brutaal moeten zijn; en dat Peter e^B,leß hand gaf en beloofde hem niet weer to zu' plagen," ging zg voort, ons beurtelings ** ziende. .*. „Op dezo wijze werd de zaak^dan ook j gelegd, want zij was zoo lief en aardig, ik haar onmogelijk iets had kunnen weiger / en ik ging als gewoonlijk weer aan mün Wö maar van dat oogenblik af aan is bet m met mjj geweest. Waar ik ook ging en * { ik ook onder handen nam, altjjd scheen " mjj alsof de oogen van Line mjj volgden °.. mij met hun zachton glans to betooveren; .^ was er geheel van in do war en al wat dood was glad verkeerd. < flt „Ik had tot dusverre zoo heel veel niet n> de meisjes op gehad. Wel had ik over waar ik diende, er voor geborgd goede m*alJj0 te blijven met de keukenmeid, maar daarm° had ik meer het eten op het oog dan liefde. Er schoot zoodoende nog eers e., smakelijk hapje of een stukje worst voer . over, en ik was op een leeftijd dat men wat lust; nu, op zulk eon voet had ik nu gestaan met Anna, do keukenmeid bij «'t meer had ik er nooit meê voor gehad. o 0 „Enfin, ik laat dien dag voorbijgaan *^ goed eu zoo kwaad als het kan, en 'savo s;a ik naar bod met de gedachte: ziezoo» kun jo eens lekktr slapen; er rijdt vft0"*'D; goen diligence, er is geen poet te waCi,ftar dus, je hebt je aan niets te storen! a neen, omgerekend! Esrst raakte ik al .^ het mgmeren terwijl ik met mijn 6°k .0, de hand op de beddeplank zat. E'ndelg" sloot ik h(?t er maar op te wagen en.. °nftar de dekens te kruipen, maar jtwcl, of i* links of naar rechts woel, of plat op m 0"«De ga liggen, er komt geen slaap over M^ oogen, voortdurend zie ik de lieie oogen Line voor mij, on ii hot of ik haar m naar zachte, bedaards stem hoor spieken. --- Reisbrieven uit Amerika. Van het Zoute Meer naar Portland. Portland, Oregon, Jan. '92. {Part. Corr.) Salt Lake City werd, voor zoover men dit kan nagaan, aldus genaamd, omdat het niet aan Salt Lake ligt; toen ik, direct na mfln aankomst, oven naar dit moer wilde gaan kijken, vernam ik tot mijne verbazing, dat do stad 18 Engelsche mijlen van de kusten van het grooto en merkwaardige meer ligt. Men moet met den trein naar Garfiild Beach, wanneer men do Doode Zee der Nieuwe Wereld wil zien. Salt Lake is omstreeks zoo groot als half Nederland, en ligt vrij w°l 'n hot midden van den staat Utah. Het water in dien vrij groeten plas is het zoutste tor wereld, en bevat grooter percentage vaste stoffen dan de Doode Zee; en daar hot specifiek gewicht zeer groot is, is het onmogelijk er in te verdrinken. Dit is intusschen niet het eenige vermeldenswaardige kenmerk van het mear zelve; visschen kunnen er niet in leven. De oevers zgn rotsachtig en op sommige punten zeer schilderachtig, vooral bij zonsondergang. Men heeft aan de oostkust van het meer geregeld prachtige zonsondergangen, dio hun luister aan den eigenaardigen toestand der atmosfeer ontleenen, en een fata morgana is er niets zeldzaams. Wegenß het heerlijke klimaat en de hooge ligging is Garfield Beach een snel in de gunst van het publiek rijzende badplaats, want de afstanden tellen in Amerika voor zeer weinig, en dus komen er vele badgasten uit het Oosten hierheen. Na een kortstondig bezoek aan het Zoute Meer nemen wjj afscheid van den Mormonenstaat en bestijgen opnieuw den trein naar Pocatello. Een dozijn mijlen ten noorden van Ogden springt in ons stoomros een lek en big ven wij een uur of zes midden in de wildernis staan; maar dat is van weinig beteekenis, omdat men op zijlijnen in het Verre Westen toch nooit op tijd is. Wanneer de conducteur het feit komt aankondigen, loopt iedereen den trein uit. De meesten gaan met hunne revolvers op wildo eenden schieten, maar een achttal improviseert een baseball club en gaat spelen, baseball is in Amerika wat cricket in Engeland is, en nog veel meer. Toen ik te Chicago was, kreeg ik op een mooien dag een telegram van een mijner nieuwe kennissen in „Piggopolis", houdende het laconieke beseheid: „kom direct". Ik kwam direct, en de vriendelijke man ontving mij met Amerikaansche geestdrift. Hij had a grand sight voor mij, Chicago togen Philadelphia, en een heet gevecht. Niets kwaads vermoedende, dacht ik eerst dat or een boxing match was, maar vernam weldra hot ware van do zaak. Wg gingen naar eon kolossaal amphitheater aan de South Side, waar tienduizenden menschen op houten banken zaten te wachten. Weldra verschenen do „Chics" en de „Phillies", en het spel begon. Hoewel mijn vriend mg de regelen aan het verstand poogde te brengen, gebruikte hij zooveel technische termen, dat ik er geen tonw aan kon vast maken. Natuurlijk had ik niet het minste genot van het schouwspel. Anders echter was het met do overige toeschouwers gesteld. Om de minuut was er een verschrikkelijk rumoer. ledereen sprong op en begon te stampen, in de handen te klappen, te schreeuwen en op andere wijzen leven te maken. Men dronk tienduizenden flesschen Sarsaparilla zonder er glazen bij te bezigen, en smeet ledige flesschen naar de spolers, wanneer zjj bijzonder goed raak sloegen. In een oogenblik van buitengewone geestdrift wierp mijn mentor zelfs zjjn hoed weg, en toen dit zgn geestdrift nog niet bekoelde, wierp hjj orden mijne bg. Uit dat alles kunt gij opmaken, dat base ball een buitengewoon spel moet zgn. Ik zelf zag het natuurlijk niet in; maar het is toch moeilijk aan te nemen, dat uw correspondent onder 10,000 toeschouwers de eenige was die de zaak van hare ware zijde zag, en ik ging naar huis met de overtuiging, dat 6a.se ball een zeer interessant spsl moet zgn. Keeren wij na dezen lofzang op het nationale spel der Amerikanen tot ons onderwerp terug. Te Pocatello krijgen wjj opnieuw den grooten en goeden Pacific-sneltrein, die scherp en ernstig afsteekt bg de gewone en gemoedelijke treinen op de zijljjoen, iets dat vooral bij maaltijden in het oog loopt. Een diner is iets zoo gewichtige op d**ze reizen, dat de aanwezigheid of afwezigheid van een dining car over onzen gemoedstoestand beslist. Op de zijlijnen heeft men geen dining cars, en eet men in de eating houses, die in de „steden" aan do lijn zgn opgericht. De „steden" bestaan gewoonlijk uit tien of twaalf huizen, en zgn natuurlijk alle „metropoles in wording". De eethuizen zijn meestal beneden critiek, althans op deze lijn. Ik liet mjj ééns verleiden een beef and kidney pie te eten, maar: einmal und nicht wieder. Ik heb bg den baard \-an den Profeet gezworen nooit meer pie in een eating house te eten, noch iets anders toegankelijk voor the hand of man. Indien het den goden behaagt mij te dwingen ooit nog iets in een eating house te nuttigen, dan zal ik mg tot eieren bepalen. Er kan ten minste nooit een dikke, zwarte krekel in een ei zitten. Nochtans maken de cethuizei. goede zaken, want wat de Amerikaan ook zijn moge, hy is noch verwend, noch kieskeurig. Wanneer wij te Pendleton komen, waar de spoorweg midden door de hoofdstraat loopt, komen wij tot de conclusie, dat de eethuizen grooto zaken moeten doen. Die stad verheugt zich in het genot van wel twintig van die instellingen, en elk eethuis plaatst een man met een gong voor de deur. Zoodra de trein binnenloopt, beginnen al die gong* te luiden, en het kabaal is verschrikkelijk. Nergens op dit ondermaansche hoort men zulk belsch rumoer, als dat waarmede men te Pendleton den trein begroet. Maar het lawaai is niet het eenige dat dezo beroomdo stad kenmorkt. Zoodra gij uitstapt begroeten do gong-muzikanten u met uitnoodigingen, hun etablissement te begunstigen, en iedereen belastert zjjne beide buren op de meest verschrikkelijke wgze en zingt zgn eigen lof op nog hinderlijker manier. De man van het Washington-Hotel verwekt in uwe borst twijfel aan de zindelijkheid in het Royal United States Hotel; de man van het Royal United States Hotel zegt, dat het vleesch in het Washington Hotel een beetje te veel haüt gout heeft, en ik ben er zeker van, dat een Europeaan, die door do hoofdstraat van Pendleton wandelt en naar deze lieden luistert, dien dag niet meer aan eten denkt. Do menschen in het Westen echter storen zich niet aan dergelijke kleinigheden, ook dan niet wanneer de lasterlijke aantijgingen zijn wat de rechtsgeleerden zouden noemen trtte in subslance and in fact.. Zij eten soep, visch, vleesch, aardappelen en pannekoek van hetzelfde bord, in de meeste onmogelijke volgorde en in vliegenden haast, in spijt van den eigenaar die rondloopt en roept: „haast je maar niet, dames en heeren, plenty of timcl'1 Het is dan sok niet de angst den trein te missen, dio de meesten tot spoed drijft, maar de angst iets eetbaars te missen. ledereen neemt de beste brokken die hij krijgen kan en legt ze op zijn bord, alles dooréén; en wanneer hij dat gedaan heeft, legt hij er zich met veel talent en met onbegrensde energie op toe zooveel voor zgn halven dollar te verorberen als hij kan. Het is een verheffend iets een dergelijke eetzaal gade te slaan De route loopt nu van de grens van den Btaat Oregon door de maagdelijke reuzenwouden van het grooto Paciflc Northwest, wouden die zich onafgebroken over tienduizenden vierkante mijlen uitstrekken. Men ziet er do heerlijkste boomen, sommigen twee- en driehonderd voet hoog en duizend jaren oud; pas onlangs zond men „den grootsten stok der wereld" naar Chicago, een kaarsrecht stuk hout, 311 voet lang, afkomstig van den groot»tin boom, die een special eommissioner kon vinden. Deze bosschen bedekken het geheele land, maar worden geleidelijk langs de spoorbaan gelicht. Evenals de voormalige groote wouden van Ohio en Indiana, zgn zij tot ondergang gedoemd. Behalve wouden ziet men langs de geheele ljjn vele Indianen, dio naar de stations komen. Zg zien er vreesolijk vuil uit en dragon wollen dekens, die Oom Sam hun ten geschenke gaf, terwijl zjj om pasmunt vragen. Hier en daar ziet men een „Indian Reservation" met een paar wigwams, maar evenals de eeuwenoude pij nboomen most de roode man voor den blanke wijken. Van Pendleton uit maakte ik een uitstapje naar Walla-Walla, in den staat Washington, gelegen te midden van een veelbelovend graandistrict, dat zich zeer snel ontwikkelt. In weerwil daarvan echter zijn do tijden er niet goed; or was een paar jaren geleden een verschrikkelijke boom in het Pacifio Northwest, en het geheele land gelijkt een krauke, die zich in het afgematte stadium bevindt, dat op hevige koortsen volgt. Van Walia-Walla tot Spokane . Falls was alles ééne koortsachtige opwinding; er was een kolossale speculatie, er kwamen spoorwegen, er ontstonden steden bij dozijnen; thans is alles er duit and dreary. Het sohgnt dat de Amerikaan van deze schommelingen, van deze ups and downs houdt, anders zoude hij zoo dwaas niet te werk gaan; hij moet, dunkt mjj, toch reeds lang hebben geleerd, hoe die booms moeten eindigen. Ik ben er zeker van, dat Amerika zonder booms het meest welvarende land zoude zgn dat ooit bestond. Van Pendleton gaat het verder langs den Union Paciflc, nu weder mot een langzamen trein, want wegens ons reisje naar Walla- Walla misten wij den „Flyor". In do rookkamer van de coupe zit eon dik man, die ons fixeert en weldra begint te spreken. „Ik zie jo komt van do overzijde?" „Ja." „Hoe maakt het de oude vrouw?" „Welke oude vrouw?" „De koningin." „O, onze koningin is nog geen oude vrouw; ze gaat nog school." „Kom, kom, maak geen gekheid." „Volstrekt niet." „Ik dacht Victoria is eene oude dame." „Ja, maar ik ben geen Engelschman; ik ben een onderdaan van Hare Majesteit koningin Wilhelmina der Nederlanden." 10 minuten pauze. „Zeg ereis, vreemdeling, kun je dit in Europa doen?" „Wat?" „DM" „Wat?" „Hier zitttn." „Neen, dat gaat niet. Maar ik versta u niet." „In Pullman Cars." „Ja zekor; de Société génerale des Waggons Lits " „Kom, dat bedoel ik niet. Ik meen of een werkman in Europa in eon Pullman car kan reizen. Ik ben een Amerikaansch werkman." ,4Ja, ik geloof niet dat onze werklieden eerste klas en nog een beetje beter kunnen reizon," gaf ik dadelijk toe. Een triomfantelijk lachje speelde om de lippen van mijn vriend, zijne oogon schitterden van vreugde. Hjj stond op, en, zijn kauwtabak uit den mond nemende, sprak lig mjj aldus toe: „Er is op dezo wereld geen grooter, sohoonor land dan Amerika. Het is eon vrjj land. Europa is vol slaven en vol bedelaars. Het is arm en ouderwetsch. Gij houdt er koningen en edelen op na, die het volk dwingen en uitzuigen, en er is geen geld. De Europeanen komen naar Amerika om er geld te maken, om niet in het benevelde Europa te verhongeren. Wjj hebben hen niet noodig, maar zjj zijn welkom. Het land is groot en heerlgk, en er is plaats genoeg. De slaaf die hier komt is vrij, zoodra hg te New-York landt. Hier regeert het volk! Hier is de werkman oven goed als do President! Ik zeg, Harrison kan mij niets schelen. Ik geef geen cent voor Harrison, hg is gsen cent beter Jan ik; ik heb eerbied voor zjjn betrekking, maar de man is even gewoon als ik. Hier, mgnheer, ik ben een gewoon werkman, maar ik reis eerste klas en Pullman Car. Sidney Dillon, do president van den Union Paciflc, kan mij geen zier schelen. Ik kan het zonder hem af, en hij zonder mg. Laat dat eens iemand in Europa zeggen. Europa is no good. Schaf uw koningen af, en uw lords, en maak er een republiek van. Niets beter dan een republiek. Hier regeert_ het volk. Hier is geen koning. Het land is rijk en er is geld. Goddank, ik ben een Amerikaan!" Hg had gesproken, en hjj en zjjn kauwtabak hadden hunne vorige plaats weder ingenomen. Wat moest ik hom antwoorden? Als spreker was hij mjjn meerdere, en een debat wa 6 dus niet aan te bevelen. Daarom zeido ik maar: er is wel wat voor te zeggen. Ik wil nog vermelden, dat de man later zgn horloge verruilde met dat van een conducteur, die mij eveneens gezelschap kwam houden. De conducteur komt in het vrije Amerika _?**' u zitten en praat met u. Wanneer hij hfl einde zijner divisie bereikt, komt hij bg en reikt u de hand: „Mgnheer, ik zeg u vaarwel. We hobben samen prettig gereisd, en hoop u gauw eens weór te zien!" In Amerika houdt iedereen eenander voor zflD gelijke, vooral zjj die hot laagst staan. W» ' o wat is heerlijker dan de vrijheid, gelijkhe1 en broederschap van Amerika? --- Gemengde buitenlandsche berichten. Volgens de Agenzia Jlaliana is het cc publiek geheim dat de tentoonstelling „ Palermo geheel mislukt is. Dit is voornamelO' te wgten aan de slechte maatregelen v*^ prins Camporeale on het tentoonstellii'S*' comité, waarvan hg voorzitter is. Hg is aig^" vaardigde en de stiefzoon van Minghet»1' Onlangs is er nu in het Theator Santo Ccci" eene vergadering van 1500 piweonen bijooo' gekomen maar daar deze zeer rumoerig wl* kwam mon niet tot een besluit. Men er echter mede tevreden, den prin/< en h comité het ongenoegen der bur^erg te hebbe doen kennen. — Binnenkort zal te Parijs een werk »' licht zien, getiteld: „Souvenirs du Jdarécb* Maedonald, Duc de Tarente" uitge.?even.,^ van eene voorrede voorzien door C'ftß> a Rousset, van de Fransche Academie. Der iiert"» van Tarente was de zoon van Neil n donald, een Schot en Jacobijn, die *". ontslag nam uit het Fransche leger en B"j. te Sedan vestigde, waar de latere maarsc.t* in 1765 werd geboren. Hij diende Lodew fl XVIII even goed als Napoleon, maar w * zoo openhartig aan zjjn koninklijken gebied"1 te zeggen dat hg do revolustie vereerdM daar zg hem gemaakt had wat hij was. In 1785 nam Maedonald dienst in het Ho 1" landsche leger en daarmede beginnen " „Souvenirs". Uit eon letterkundig oogPuD heeft het werk weinig waarde, des to nre* als geschiedkundige bijdrage. — Baron Nathaniel do Rothschild to Wesnon ontsnapte dezer dagen aan oen gr°° govaar. Hij reed in een rijtuig terug v*a Carcassonne, toen de disselboom brak en " paarden op hol gingen. Do weg loopt aan «e eene zijde langs een steilen muur terwijl a*" de andere eon afgrond gaapt. Gelukkig behie1 do koetsier zijne tegenwoordigheid van geoß' en na eenige oogenblikken slaagde bg °* in, de paarden te doen zwenken zood» zo tegen den muur opreden. De schok ** hevig; maar hoewel de paarden on het rijt"'* deerlijk beschadigd waren, hadden noch <*• koetsier, noch baion De Rothschild of "* bloedverwant van hem eenig letsel gekregt0' — Prins Rgngraaf Otto van Salm—&?lB~ mar, lid van het Pruisische Heerenhuis, ' Dinsdag te Bonn overleden in den ouderdom van 59 jaren. — Laur heeft aan den redacteur van 1* France gezegd, dat hij eerst b$ den Sena» on vervolgens bij Carnot voldoening zou trftC?' ten te verkrijgen voor den smaad hem in Kamer aangedaan. „Als ik al deze middelen vruchteloos zal hebben aangewend," voegdjf hjj er bij, „dan zal ik mjjzelf recht verschaffen- — Do Voss. Zeitung meldt, dat een hoog' geplaatst ambtenaar naar den hertog ¥* Cumberland is gezonden, niet alleen om ov»' het Welfoofonds te onderhandelen, maar o»*--de teruggave van Brunswjjk aan te bieden, wanneer hij ten minste afstand doet van zgn rechten op Hannover. — Men schat de vermeerdering van do onkosten der Fransche regeering aan de dou»D ten gevolge van de nieuwe tarieven, " 1,440,000 gulden per jaar. Op de Belgiëo"^ Italiaansche en Spaansche grenzen zullen i° h, 500 ambtenaren meer noodig zijn en ▼el nieuwe kantoren moeten worden gebouwd. — De gewezen minister-president v * Noorwegen Johan Sverdrup is te Christian1 op 76-jarigen ouderdom overleden. Hij *ft_ de stichter der radicale boerenpartij dio 'aD£t zamerhand in het Storthing grooto m&cß heeft verkregen. — Het proces van den heer ArmstroDg tegen do operazangeres mevr. Molba en « hertog van Orleans, is to Londen voor n echtscheidingshof behandeld. De advocaat"8 gedaagden kwam op tegen het voorne© van den eischer om de bedienden van hotel waar de hertog van Orleans en me Melba te Weenen vertoefden in verh°* to nemen. De rechter beslitee in dez zin, maar besloot dat den hoer Armstroßg zal worden overgelaten of hjj de zaak vO,. het gerecht te Londen of to Weonen *l doen vervolgen. ---