Buitenlandsch Overzicht. Da Italiaansche gezant, baron De Fava, is nog te Washington. Da Amerikaansche gezant te Koma, de heer Por ter, bracht een bezoek aan den minister-president, tevens minister van buitenlandsche zaken, markies Di Rudini en herhaalde de betuigkgen van leedwezen der Amenkaaoscho regeering over hetgeen te New- Orleans is voorgevallen. Tevens verzocht de gezant dan heer Di Rudini om de uitvoering van kat besluit tot terugroeping van baron De Fava nog 48 uren uit te stellsn eu eerst het antwoord af te wachten, dat de regeerÏDg te Washington zou geven op do nota, welke ds Italiaansche gezant haar bad gezonden. De voornaamste New-Yorkscho bladen gelijk o. a de Tribune, de Herald, de Wotld en de New-York Times, veroordeelon het besluit der Italiaansche regeering, daar leze, hun. lnzienS) al7üren3 tQt dergejijke kragge maatregelen over te gaan, eerst den uitslavan liet onderzoek in Louisiana had moeten af- Zl£•\ ,? g°uverneu>- van Louisiana, de neer JMcholls en de burgemeester van Newurieans, de heer Shakospeare, houden echter vol, dat de regeering van Louisiana niets meer Kon doen dan zij heeft gedaan. Do burgemeester verklaarde, dat do Amerikaansche regeering da inwoners van Louisiana in het ergste geval wel zou beschermen en daarbij geloolt hij dat de Italiaansche oorlogsschepen d« kust toch niet zoo ver kunnen Daderen, dat zij eenige schade te New-Orleans kunnen aanrichten. Op welke wijze de moeilijkheid moet opgelost worden, is nog geheel onzeker. De regeering van Louisiana zal zeker wel bereid zijn een schadeloosstelling te verleenen aan de betrekkingen der vermoorde Italianen, maar de eisch dar Italiaansche regeering tot bc* _atraffipg der lynchers zal zij zeker niet kunnen inwiiiifj.o2: en de regeering te Washington is niet bij machte Har daartoe te dwingen. Vandaar dat de Da'ily News het geval vergelekt bij de »oeilykheid tusaohpa J^ngeland en Frankrijk over NewfouEdlan-1. Evenals de regeering dezer kolonie weigert o.'k de regeering van den Staat Louisiana zic'u to hoitdou aan de verplichtingen, welke do Centrale regeering jegens andere Staten op zich heeft genomen — maar — voegt het blad er bij — er is een groot punt van verschil: in de vereenigda Staten ontbreekt de souvereine macht, welke in een derge'ijk geval tusschen [beiden kan komen. Volger.s da Amerikaanscha bladen wordt het zeker geacht, dat president Hairisoa zoo spoedig mogelijk den Senaat en het Huis van Afgevaardigden zal bijeenroepen, ten t-inde de verantwoordelijkheid voor hetgeen gedaan moet woideo, over te laten aau het congres. Dat de lialiaansclio regeering oorlogsschepen naar Louisiana zal zonden, wordt tiet waarschijülijk geacht, want — zegt o. a. de Neiv Yurher Staats-Zeitung — „met ecu penne- BTeek kan do re^esriug drr Vtreenigde Staten den Italiaanschen uitroer handel meer nadeel toebrengen, dan de levens van alle Italianen in da Veroonigde S;aieu waard ziju". Da Italiaansche regeering stelt zich echter op een ander standpunt en verlangt de handhaving vau het tsactaat, dat bei-Je regoeringen hebbon gesloten en waarbij den Italianen in Amerika veiligheid van leven tn eigendom wordt gewaarborgd. „Wanneer de regeering der Vereenjgde Staten do verplichting niet nakomt, welke het volkenrecht haar oplegt," aldus eindigt de Italiaansche nota — „dan moet z|j haar gezant terugroepen van een post, waar een op rechtsgronden door hem ingediend protest vruchteloos blijft." In elk geval is de beslissing nu eenige dagen uitgesteld, maar van ofiicieuze zijde wordt uit R->me gemold, dat baron De Fa va zonder twijfel uit Washington zal vertrekken, indien de Italiaansche regeering binnen den gestelden termijn geen antwoord ontvangt van den hesr Blaine, hetwelk haar ten volste bevredigt. Het bekende voorval betreffende dtn Pruisischen minister Von Bötticher en het Welfenfonds heeft ton minste dit goode gevolg gehad dat da regeering besloten heoft eerlang bij don Landdag een ontwerp in te dienen, waarbij het beheer van dit fonds van -18,000,000 Mark wettelijk wordt geregeld. Djize mededeeiing van den Duitsc'uen Reichsanxviger strekt tevens tot tegenspraak van de geruchten, welke weer ia omloop sijn, dat een verzoening tusschen keizer Wilhelm en den hertog van Cumberland op handen zou wezen. Het is bekend, dat koningin Victoria tijdens het bezoek dos keizers in Engeland deze aangelegenheid ter sprake heeft gebracht, maar keizer Wilhelm stelde als 6erste voorwaarde, dat de zoon van koning George den tegen woordigen toestand in Duitschland ala wettig zou erkennen. L.dien de hertog van Cumberland zijn aanspraken op Hanover opgeeft, zou hem het Welfonfonds, en misschien ook nog het hertogdom Brunswijk, teruggegeven kunnen worden. Het voomeman der regeering om een wettelijke regeling betreffende het beheer van het vermogen van koning George vast te stellen, is dus wel het bewijs, dat van een dergelijke schikkirg vooreerst nog geen sprake kan wezen. Volgens de Kölnische Zeitung is de regeering bereid met den Landdag in overleg te treden over het doel, waartoe de rente vau het kapitaal bestemd moet worden, met uitzondering van een jaarlijksche som van 350,000 Mark, welke nog noodig h tot bestrijding van de Welfen en waarvan de regeering alleen geen verantwoording wil afleggen. Betreffende den moord van den Bulgaarschen minister Beltscheff wordt door de Weener bladen gemeld, dat zeer bezwarende bewijzen zijn gevonden tegen den gewozen minister Karaveloff, den bekenden leider dar Eussisch-gezinde party in Bulgarije. Ook ts Belgrado werden dergelijke geruchten verspreid, maar met zekerheid is nog niets over den uitslag der nasporingen van de Bulgaarsche politie bekend. Do Deenecho Rijksdag is weer onverrichter zake uiteengegaan. Da zitting ia gesloten, zonder dat tle regeering en de oppositie, welke de meerderheid in de Tweede Kamer bezit, het eens konden worden over de begrooting, die dus weer niet behandeld is. Koning Chriatiaan zal dus ook nu weer bij een buitengewone financieele wet het ministerie Estrup moeten machtigen voert te gaan met het innen van de belastingen en het doen der gewone uitgaven. Piina Bismarcks 76ste verjaardag is in verschillende Duitsche steden gevierd. Evenwel valt hot zeer in het oog, dat de feestelijke herdenking van dezen dag nu veel minder was dan in het vorige jaar, toen Bismarck zijn eersten verjaardag na zijn aftreden vierde. Van de groote Berlijnscho bladen wijdt alleen de hörsen-Zeitung een uitvoerig artikel aan den gewezen kanselier. Da Naüonal Zeilung en de Nordd. Allgemeine Zeitung sprekon met een enkel woord over Bismarck'B verdiensten, maar de overige bladen bewaren nu het stilzwijgen over den lsten April. --- BINNENLAND. Het manifest van de Liberale Unie. In een niet zeer talrijke vergadering van De Grondwet is gisteravond eenstemmig verklaard, dat de kiesvereeniging zich in het algemeen vereenigt mat de strekking van het ontwerp-manifest van de Liberale Unie, Op do vraag van ean der laden of deze instemming dus bet6ekende dat men in de eerste plaats belastinghervorming wilde en in de tweede plaats uitbreiding van het kiesrecht, zoover als onze grondwet dit gedoogt, werd door den Voorzitter geantwoord, dat adhaesiebetuigiug met de algemeene strekking van het ontwerp deze verklaring in zich sluit. De verschillende sprekers zoowel als het bestuur veroordeelden de redactie van het manifest. Ze vonden dat het veel te wijdioopig was, te zeer aan onderdeelen aandacht schonk. De hear Westeroven van Meeteren gispte de zonderlinge methode, gevolgd bij de artikelen gewijd aan het arbeiders vraagstuk. Wat het eene artikel geeft, wijzigt of ontzenuw* oen volgend. Het ontwerp ia niet sober, niet kernachtig genoeg. Da voorzitter wees op de waarschijnlijkheid dat de Liberale Unie een gewijzigd manifest zou vaststellen en verlangde ook daarom, dat den afgevaardigden die De Grondwet vertegenwoordigen zouden, geheele vrijheid van oordeal zou gegeven worden waar speciale punten wo^ den in behandeling gebracht. Diezelfde vrijheid resereoerde hij ook voor de candidaten voor het lidmaatschap der Staten-Generaal. Hij zou het toch hoogst bedenkelijk achten de caudidaten aan alle details van een manifest te b'ndan. ■ De vergadering keurde hierop eenstemmig de algemeene «trekking van het manifest good. Hieromtrent is de verklariug zoo ondubbelzinnig mogelijk. Hot deet ons genoegen dat De Grondwet di. verklaard heeft. Da Vereeniging heeft nog steeds ernstigen invloed op vele kiezers. De leden der Vereeniging stemmen gewoonlijk volgens den I der vergadering, al is het aantal leden, 'i.h ze in daza beslissen laten, steeds gering. Het is te betreuren dat dit zoo is. Deze onverschilligheid is ean slecht voo-beeid aan do nieuwe kiezers, wier aantal de kiesvereeniging gelukkig holpen wil aanmerkelijk uit te breiden. Do weinige deelneming in het staatkundig leven van het land, welks de invloedrijke mannen, die leden van De Grondwet zijn, toonen, is zeker een krachtige reden tot uitbreiding van het aantal kiezers. Zoodra dit geschiedt zullen zij die het voorbeeld moeten geven, die moeten leiden en raad bieden, hun plicht in deze toch zeker niet verzuimen! Bleven za dan noch warm, noch koud, door mst lauwe belangstelling aan enkelen hunner den plicht van allen op da schouders te leggen, dan ramen ze een verantwoordelijkheid op zich, welke zy en zij alleen zullen moeten dragen. Da grondwetsherziening moet, gelijk de hoer Tak van P o o r t v 1 i e t zeide, „het middel zijn tot verkrijging van een nieuwe ontwikkeling in bjstuur eu volksleven". Do nieuwe Kamer, welke we van dezen zomer kiezen gaan, moet daarom de blijvende verbetering en hervorming van ons slaatsgehouw, welke die grondwet mogelijk maakt, aandurven. De liberale partij moet als hervornaingsparlij optreden. Zij moet een billijke verdeeling van den belastingdruk dadelijk invoeren; daardoor toonen dat ze vertrouwen verdient en niet alleen liberaal in woorden, maar ook in daden is. En dan moet ze door uitbreiding van het aantal kiezers, zoover als de Grondwet gedoogt, de grondvesten, waarop onze Staat rust, uitbreiden en versterken. Hiermede blijkt de kiesvereeniging De Grondwet het eens te zijn. Doch zoo een weinig meer geestdrift en srarmte van overtuiging gebleken ware bij de verklaring, zou dit ons een gelukkig voorteeken geschenen hebban voor de toekomst. --- Een „ten doode opgeschreven" Minister. De Sietndaard heeft een merkwaardig artikel gegeven over de aftreding van den minister van marine! Men oordeele: //Ook de Ui_i-Lat.d is het Kabinet weer gelukkig ontzeild. //Liet wa« bij z_n formatie in de keuze voor marine zeer beperkt geweest. Dit kon niet anders. Diefst toch heeft men een marine-officier; eu heel het korpt van marine-officieren mordt opgeleid aan de Cadettenschool tl Willemsoord; waar van den vromen Christelijken zin, die de kracht van De Ruyter uitmaakte, niets meer te bespeuren valt. //Zoo is hit natuurlijk, dat een zee-officier, die den Christus naar de Schriften belijdt, en op dien grond de antirevolutionaire beginselen is toegedaan, bijna niet voorkomt. //De keuze van den heer Dyserinck, hoewel in politieken zin liberaal, was du 3 dostjjds volkomen gewettigd. Hij stond als kundig officier bekend en •prak tiet slecht. j/Toch viel hij tegen. Zijn bewindvoering was onvast en zwak. Kracht ging er niet van hem uit. En over de benoemingen viel herhaaldelijk klachte. Tot het eindelijk in de quaestie-Land te var ging, en de uit het zadel gelichte Minister zich bargde achter de attributen van het uitvoerend gezag, dio h_ geheel in strijd met de Antirevolutionaire beginselen opvatte. «Van die ure af wai hij ten doode opgeschrevon. En zoo viel hij". Als men een bekwaam minister van marine hebben wil, schijnt het ons voor een staatkundige partij een vreemd beginsel om enkel een zeeofficier te begeeren, „die don Christus naar de schriften belijdt". Ds vraag moet zijn: wie is het geschiktst en het kundigst, wie ia hoog van karakter en vast van wil? Opent de uitval tegen het Koninklijk Inatituut van de Marine te Willemsoord — door de welingelichte Standaard „de Cadettonsohoel" genoemd — ons wellicht het verblijdend uitzicht op een doleerende opleidingsschool voor zeeofficieren, waar De Ruyters gekweekt zullen worden door den catechiseermeester? Hoe komt de partij van geallieerde Calvinisten en Katholieken er achter, of ministers „den Christus naar do schriften belijden?" Wie neemt de belijdenis af? Wie waarmerkt het gehalte der orthodoxie? on wie heeft beslissende stem als de Katholisken en Calvinisten het over de orthodoxie van den candidaat oneens zijn? Worden de volgende vragen en antwoorden gehoord als~ men een zeeofficier polst of hij Minister wil worden? —■ la, nu dat ge dea mannolijken leef tij d bereikt hebt, geon enkel dogma van Calvijn door u verworpen, ten gevolge van het wetenschappelijk onderzoek onzer dagen? Neen? Bravo! Dan zjjt ge geschikt om onmiddellijk ajs minister van marine op te treden. Veel beter dan 99 '/„ der zeeofficieren hebt gij dan het juiste inzicht om liever een pantserschip te bestellen, in plaats van een paar snelle stoomers te bouwen, die bij de blokkade van -^■'jeh goeden dienst kunnen bewijzen. — Ia uw wetenachappelijk geweten nooit met uw geërfde geloofsovertuiging in strijd? Zingt ge alleen psalmen en nooit gezangen? Gelooft ge in de predestinatie? Gosd! Dan zjjt ge de ware Minister om benoemingen te doen en de beste torpedo uit te kiezen. Worden die vragen niet gedaan, hoe oordeelt men dan over de theologische geschiktheid van een zeeofficier voor het ambt van minister? Mag dr. Kuyper namens de geheele party beslissen? Zqu kjj de benoeming tot Minister goedkeuren van een Katholiek, die niet «tipt orthodox is ? Zoo ja, waarom dan nietorthodoxe gereformeerden geweerd? En dan hebben we nog de duizenden Nederlanders die tot geen kerk behooren, de Israëlieten, enz. Zijn al die burgers uitgesloten? Moat m*n bij de benoeming van een Minister waarlijk het eerst naar zijn theologische overtuiging vragen ? vóór de aanstaande verkiezingen ia het noodzakelijk dat hierop ronduit worde geantwoord, --- De Gouverneur en de Procureur-Generaal van Suriname. De West-Indiër verklaart, dat de openlijke twist tusschen gouverneur Lohman en den procureur-generaal mr. Kali'f de tucht onder het politiepersoneel doat verdwijnen. Reeds de wetenschap van hot conflict kan niet gunstig werken op het prestige van do hoogste magistraten. „Maar da wijze waarop door dea Gouverneur openbaarheid aau dat conflict wordt gegeven, verergert, zegt De West-Ind., in üooge mate den ernst vaa dien toestand. „In het begin dezar maand kon men dagen achtereen verscheidene politiebeambten het Gouvernementsliuis uit en in zien gaan, die daar door den Gouverneur in verhoor werden j genomen tegen hun chef. Dit was genoeg om het prestige vaa dc:i Procureur-Generaal geheel to niet te doen, en het heeft zijne uitwerking niet gemist. „Onder het volk hoort men allerlei glossen van bespotting over dit rampzalig krakeel. Zelfs word dezer dagen, naar 's lacds wijze, een nieuw iv den handel gebrachteu hoofddoek, met zinspeling op dtn naam van don Procureur-Generaal, naar dio ruzie gedoopt, met de ruwe scherts: Pikien kauw boehoe Granman. — „het Kalf heeft den Gouverneur gestooten". Het volk vermaakten verlustigt zich met dezen twist ten koste der waardigheid van het gezag, maar schijnt zijn sympathie te schenken aan den Procureur- Generaal, wellicht omdat deze door den Gouverneur met grenzsnloos misbruik van zyn hooger gezag, zoo grovelijk openlijk wordt gekwetsten bekedigd." Naar aanleiding van een resolutie van den Gouverneur is op de wachtkamers der politiestatioüs een order aangeplakt, waarbij den politiebeambten wordt medogedeeld, dat zij voortaan zich mondeling of schriftelijk, zonder voorkennis of machtiging hunner onmiddellijke chefs, tot dsn Gouverneur mogen wenden. De West.-Ind. is daarover zeer verbolgen en zegt o. a.: „Waar dergelijke haudelingen geschieden ten aanzien van een hooggeplaatst ambtenaar, die krachtens het Regeeringsreglement is aangewezen om den Gouverneur zoo noodig te vervangen, bij gebreke van dergelijke aanwijzing van 's Konings wege, kan mon wel nagaan wat er zoos.l plaats heeft met ambtenaren te wier aanzien de Gouverneur niut door zulko sterke banden bedwongen wordt." „Intuïseben", zegt De West-Ind. verder, na ziju verwondering uitgosproken te hebben, dat de Rjgeeriag den Gouverneur blijft verdedigen, „ieiden deze rampzalige gebeurtenissen tot verdere moeilijkheden en schandalen. Da behandeling van den Gouverneur dwingtden Procureur-Generaal als man van eer en karakter ter rechtmatige zelfverdediging onverbloemd de waarheid, de volle waarheid bekend ta makan omtrent alles wat het ongelukkig en dolzinnig bestuur van den heer L ohman betreft. Wanneor hierover het volle licht- zal schijnen, zal tevens duidelijk blijken welKO groote verantwoordelijkheid de Nederlandsche Regeering op zich heeft geladen, niet alleen door de benoeming maar cok bovenal door de handhaving in het bestuur dezer kolonie van 6en man als de heer Lohman, die onafgebroken heeft getoond het gezag niet anders te willen en te kunnen handhaven dan door misbruik van ruwe kracht. „Da spanning in deze kolonie, aldus besluit het blad, neemt meer en meer toe. Waar de blik zich wendt, ontmoet men, niet orde en rust, maar wanorde en strijd. De handelingen van den heer Lohman leiden meer en moer tot volslagen anarchie. Anarchie, niet door oproer van het gepeupel in de straten, doch door tallooze wetsverkrachtingen van den vertegenwoordiger der Kroon". --- KUNST EN LETTEREN. Morgenavond zal in het Grand Thèatrk wordeu opgevoerd: De Schoone Galathea, de vroolijka operette van Fr. von Suppé. De voorstelling wordt weder besloten door het ballet Die Puppenfee. In het laatste nummer van La Fèdêralion Artistique, een te Brussel verschijnend tijdschrift aan kunst en letteren gewijd, wordt met grooten lof gewag gemaakt van de uitvoeringen door het orkest in het Concertgebouw. Iv het bijzonder wordt daarin besproken de eerste uitvoering van de Symphonische Dichtung Don Juan van Richard Strauss. Van dit werk wordt gezegd, dat het buitengewone moeilijkheden oplevert, doch dat deze, dank zij den zorgvuldigen voorbereidenden oefeningen, schitterend werden overwonnen en dat Nederland zich trotsch en gelukkig mag rekenen in den^ aanvoerder van het orkest, den he. W. Kes, eon man te bezitten van zulke ongemeane gaven. Zondag 5 April vergadert het centraal comité voor het gedenkteeken van Jan van B e e r s te Antwerpen. Alsdan zal beslist worden over de vraag of e6n prijskamp voor het oprichten van het gedonkteeken zal worden uitgeschreven, terwijl, indien die vraag bevestigend beantwoord wordt, een jury voor de beoordeeling der inzendingen benoemd zal worden. --- Door DEN Minister of door ONZEN Minister? In de vergadering dtr Tweede Kamer van 12 Maart 11. Ï3 een merkwaardige beraadslagn)? gevoerd naar aanleiding van oen wijziging die ue Regeering daags vóór de openbare behandeling in een wetsontwerp had aangebracht en die hierin bestond, dat in plaats vau „door onzen Minister" zt>u worden gelezen: „door »ÏN Minister". Wal heeft de Regeering tot die wijziging bewogen? werd gevraagd. Sinds wij leven onder een Regentschap, luidde het antwoord, staat niet meer aan het hoofd onzer weiten eu koninklijke besluiten: *"'j\ Willem 111, Koning enz. maar In naam T«-tt fllre Majesteit Koningin Wilhebnina enz. Wtf Emma, Koningin-Weduwe, Regentes van nel Koninkrijk. Het is dus niet meer de Koning of de Koningin, die in de wet spreekt, maar do Regentes in naam der Koningin; "aarom kan ook in de wet niet meer staan »,door onzen Minister", maar behoort men *e schrijven: „door den Minister". Na veel gehaspel kwam het antwoord althans daarop neer. Ofschoon het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door de Regentes, ziju evenwel da Ministers niet hare Ministers, maar Ministers van de Koningin of van do kroon, «venala de Commissaris in de provincie tegenwoordig niet is de Commissaris der Regenie*, maar de Commissaris der Koningin. VVaarom scheiding gemaakt tusschen kroon of kuningin on degeen dia het koninklijk gezag uitoefent? lui Ide toen de verwijtende vraaj. Waarom al lm versvarring gebracht in bagrippea en verhouiingan, dia va-^t dienen te ■taan? Waarom de Koningin-Regentes geplaatst tusschjn de kroon on hare Ministers? Of zyn de ili asters misschien niet verantwoordelijk aan de Regentes. Ongetwijfeld, antwoordde de minister van justitie, zy ziju ministers der kreon, ministers de-i konings of der koningin, maar, zoolang ha.t koninklijk gezag wordt waargenomen de o«eu regent of een regentes, aan dien rr-geut of die regentes verantwoordelijk. Wij wenschen ons niet verder in deze taai- Kundige quaestié'n te verdiepen, nu voldosnda is gebleken, dat niemani het recht zal hebban aan de verandering van de woorden „onzen Minister" in „den. Ministor" een verder strekken lo betackenis te gevou of er iets in le zoeken, dat eenige wijii^ing zou kunnen orengen in de conatitutienaola verhouding van *ïe raadslieden der Kroon tot de eenige perfoon die thans rechtenß en feitelijk hot Koninklijk Gejsag uitoefent, de Koningin- Weduwe, Regentes van het Koninkrijk. Maar de verzuchting moot ons van het hart: Waarom in de Wetten en Koninklijk Besluiten gesproken van Ons en Onzen Minister inplaats van eenvoudig weg te zeggen: de Koning, de Minister. Da Grondwet, toch ook een wet en wel de hoogste Staatswet, kout de woorden: Wij, 0.v.-i, Onze, enz. niet; daar lozen wij sle.jds waarna de secretarieen (t -keld e^ bestrede, ten B-iv,2n I.T, a ,\en de, penningtowsßu- overzich«^.H b? f 6 lotBeTall«i der vereenisingenden stand harer kas, aan wc_a wededeelingt'i wij hier. voor reeds eenige bijzonderheden ontleenden. Ook da voowltter van den Amste. iaiüchen. "Werkit-aasbond, de heer Nolting, vogrde hot woord,'erwül n;dat onder leiding van rUa heer Job, Ii ebenen te' Ilondslied gezonjen was, de heer P, H. Hneenhnlt. het woord erlangde, om na een gelukwe^sch i„ hu ldebetu.ing er op te wflzeo, dat'een *Stanrn? vereen'giug ais dese, Tooral waai ïb tüik «S beeft bereikt, meer aaadaoht wSl^Sto iHü vragen van den da» wyiu-u tan da, .. «|«u 15 i^jja»; "Soest men, ook met het oog op een mogelijke uitbreiding van het kiesrecht, trachten kennis te vergaderen, door bekwame menschea uit te noodigen voor de leden op te treden, ten einde hen op de hoogte te brengen van het Scaatst best uur en de Staatshuishouding. Deze woorden maakten blijkbaar een diepen indruk, want toen later op den avond de genoodigden in de benedenzaal bijeen kwamen wa 3 er bijna geen spreker die daarop niet terugkwam en onder luid applaus en gelach betoogde; de heer Weenink, dat niemand beter geschikt was ds rij der spreker-a te openen dan de heer Hugenholtz zelf, die, toen de voorzitter deze uitnoodigicg overnam, wel niet anders doen kon dan haar aannemen. Ter vermijding van misverstand wees de heer Willem Koning er op dat het verbannen van godsdienst en politiek met deze vereeniging niet insluit dat men in dit opzicht afkeerig of onverschillig is Uitvoerig de andere dronken en wenschen na te gaan is onmogelijk. Alleen vermelden wij een warm woord op den heer De Haan, den eenigen oprichter die nog in leven, en hier aanwezig was. Het Doorgangshuis. Wederom wordt een beroep gedaan op den liefdadigheidszin onzer i tadgenoo'.en, en wel ten behoeve van het Djorgangshuis, van de vereeniging tot opbeuring van boetvaardige gevallen vrouwen. Na de bespreking vroeger in onze kolommen aan deze instelling gewijd, zal het wel overbodig zijn, uitvoerig haar nutt gen werkkring te schetsen. PjSedert jaren is zij gevestigd in een perceel op de Bloemgracht, dat gebrekkig is ingericht en een te beperkte ruimte heeft, waarom men een geschikter en ruimer gebouw wenscht, in tweeën verdeeld. //Het eene deel zou — volgens de plannen van het bestuur — di nen als doorgangshuis voor gevallenen, en 't andere, daarvan geheel gescheiden, als doorgangshuis, — maar, naar gelang van omstandigheden, ook als verpleeg- en opvoedingsplaats voor eenigszins langeren duur, — voor meisjes, die doen vreezen, dat ze haar jeugdig leven in den dienst des kwaads gaan verwoesten . Voor een dergelijke stichting is het noodige terrein ten geschenke aangeboden, een beschaafde en onwikkelde vrouw uit den deftigen stand is gezind de schoone maar zware taak van directrice op zich te nemen, maar.... de bouwkosten bedragen ƒ50,0(0. Het bestuur en het damescomité wenden zich daarom per circulaire tot onze stadgenooten, in de hoop den noodigen geldelijken steun Is vin :en. Een woord van aanbeveling kan zeker als overtollig worden beschouwd, waarom wij volstaan met de mededeeiing, dat het bestuur tot voorzitter heeft den heer J. G. Si 1 lem, HeerengTacht 478, tot secretaris den heer L. C. 8 c huiler tot Peursum , i. C. Itooftstraat 163, en tot penningmeester W. I. C. Dr v ij vest c in', Vondelstraat 46. In het hoekbuis van de Utrechtschestraat en Heerengracht heeft de firma Meijer & C\ sedert eenige dagen een winkel geopend, die zoo netjes en smaakvol is ingericht, dat verwacht mag word-fn, dat de ten verkoop voorhanden artikelen dezelfde deugden zullen bezitten. De eerste verdieping van het huis is voor paskamers ingericht, die voldoen aan alle eischen die men aan zulke vertrekken stellen kan. Als vertegenwoordigers van de kiezersvereeniging De Grondwet bij de Liberale Unie is herkozen de heer A. J. C. J. S. Bergsmaen gekozen mr. L. H. Kuhn Jr De commissaris der koningin in Neord-Holland heeft bekend gemaakt dat te Amsterdam en aangrenzende gemeenten gedurende vier maanden alle honden moeten voorzien zijn van een muilkorf, volgens het door de regeering vastgesteld model. De Amsterdamsche Tram Omnibus-Maatschappij vervoerde in Januari 83,569, in Februari 105,760, en in Maart 136,549 passagiers, ongerekend abonnements ca vrijkaarten. Sinds de laatste opgave bluschte de brandweer een kleinen binaenbrand in perceel N°. 12 aan den Zandhoek. Als verdacht van diefstal van fzer zijn in bewaring gebracht 4 jongens, resp. oud 17, 15, 14 ca 12 jaar, veider een 16-jarige jongen, die bij een winkelier in de 2e Leliedwarsstraat eenig snoepgoed had ontvreemd en een 19-jarige jongen die zich gewelddadig tegen de overbrenging van dezen verzette. Later «ij n bij deazelfien winkelier twee glasruiten ingeworpen. Drie diefstallen met insluiping zijn heden aangegeven; ean in de gang van een perceel aan de Vondelkade, de andere van eenige kleedingstukken uit de gang van een perceel aan de Reguliersgrachten de laatste van een jas uit de gang van een perceel aan de Heerengracht. Aan ein agent is gisteravond omstreeks 11 uur ,l,;'.r een bejaard heer medegedeeld, dat deze in de Wnde Kerksteeg door drie vrouwen in een slecht bekend huis w»s gesleurd, waar men geld van hem eischte; om weg *6 komen heeft hij ƒ 2.50 gegeven. Daarmede niet tevreden heeft men hem aangepakt, en nog 5 rijksdaalder? ontroofd. Daarna werd de onvrijwillige bezoeker de deur uitgezet. Door twee agenten, geholpen door twee militairen en eenige burgers, is een persoon wonende Hekelveld in bewaring gebracht, daar hij in beschonken toestand z-Jjnc vrouw ernstig mishandelde. Dj te hulp geroepen agenten werden eerst de deur uitgegooid en geslagen "door den man die zich hevig tegen zijne overbrenging verzette. ARBEIDSBEURS. Maatsch. v/d. Werk. Stand. Gevraagd: 1 Banketb. 3e bed., 1 M leerling, 1 P>ehaßgersknecht, 1 idem jongmaatje, 2 Bierbotte:2ngens, 1 Blikslager a. k. knecht, 2 Beeldhouweisjongmaatjo3, 1 Kleermaker, 1 idem jongmaatje, 1 Kruidenie'-sbediende, 2 id. jongens, 1 Lakker voor ulikwerken, 2 Meubelmakersknechts, 2 id. a k. knechts, 2 idem jongens, 1 Broekenmakersknecht, 1 Schilder, 1 Schoenmaker machinaal werk, 1 id. leerling, 1 Loopen. Aangeboden: l Beeldhouwersjongmaatje, 1 Bloemist, 1 Brilla .slijper, 1 Gasfitter, i Huisknecht, 1 Kelner, 1 Kleermakeisjongmaatje, 1 Koper- en blikslager, 1 ■hui*jongen, 1 Loodgieter-zinkwerkersjorgm , 4 Loopers, 2 Loopjongens, 1 Metselaar, 1 Meubelma •ngm., 1 Oppasser, 3 Pakhuisknechts, 1 Schiller, 1 Schuitenvoerder, 1 Schoenmakersjongm., 1 id joDgen, 1 Stripjongen, 1 Stukadoor, 1 Timmermansjcngm,, 1 id jongen, 1 Boosjesversteller, 1 Voerman. ---