De feesten te Kiel. DUITSCHLAND. In den nacht vau Donderdag op Vrijdag heeft het onafgebroken geregend, zoodat het feest op „Bellevue'' vrij wel mislukte. Van al de voorgenomen vermakelijkheden slaagde dus alleen het inarinebal, dat schitterend was. Alle vreemdelingen, zoowel als de Duitscherszelf, roemden de artistieke versiering der zalen.Het vuur; werk,datopdeandert^d.f,d,erFö,rdeafBesto^° Werd misluktegedeeltèlijK'doo^/I"^^ Tot slot werd de Germania vertoond WfarblJ h<* "volkslied gespeeld werd. De meeste sCi»epen wa,-. ren door electrische lampen heerlijk verlicht, terwijl vele vuurpijlenatschoten. De stemming bleet, ondanks het weer, uitstekend en de aanwezigen trokken zich, eerst laat in den nacht terug. Gisteren was het de dag, dat de laatste steen zou gelegd worden. Om tien uur waren de reusachtige tribunes, die overal verrezen waren, nog leeg, doch tegen elf uur was geen plaatsje onbezet. Van het hof kwam eerst prinses Hendrik, geleid door prins Albrecht. Later de kroonprins en prins Eitel Fritz in de uniform der garde, prins Adalbert in marine-uniform. Stipt om 11 uur arriveerde het keizerlijk paar met prins August. De president van den Rijksdag, Freiherr Von Buol hield een koi te toespraak, Waarop het kanon verkondigde, dat de plechtigheid begonnen was. Oogenbiikkeljjk werd door de schepen daarop geantwoord, zoodat de gansche Förde, schepen en land in een dikken kruitdamp gehuld was. De muziekkorpsen speelden den „Prasentirniarsch", de toeschouwers op de tribunes drongen zich naar het midden van het feestterrein, zoodat dit en de Förde, een oogenblik vroeger nog zoo stil, een beeld van vroolijke beweeglijkheid vertoonden. De gevolmachtigde van Beieren in den Bondsraad bood met een toespraak den keizer den zilveren troffel aan. Deze legde op den steen een laagje kalk, en sprak daarbij de woorden: „Ter nagedachtenis Van keizer Wilhelm den Grooten doop ik het kanaal „Kaiser Wilhelm-Canal." Intusschen juichten 100000 personen hem toe en speelde de muziek. De metselaars en steenhouwers legden daarop den steen op zijn plaats. De voorzitter van den Rijksdag overhandigde nu den keizer den hamer. Der traditie getrouw, sloeg Wilhelm driemaal op den steen met de Woorden : „In naam van den drie-eenigen God! Ter eere van keizer Wilhelm 1 Tot heil van Duitschland en tot geluk der volkeren!" Na hem oeden de keizerin, de kroonprins, de prinsregent van Beieren, de koningin van Saksen en Wurtemberg, enz. eveneens <*rie slagen. Verschillende munten, onder keizer Wilhelm en keizer Frederik geslagen, werden beneyens de oorkonde der doorgrayjng, onder den sluitsteen gelegd. Na inspectie der uit Berlijn overgekomen garde, die de eerewacht betrok, begaf de keizer zich weer aan boord van de „Hohenzollern", en begon de parade. Wilhelm voer voorbij alle schepen, wier manschappen op het dek opgesteld waren en den keizer, die op de hoogste commandobrug stond, met gejubel begroetten. --- Buitenland. De feestelijkheden ter inwijding van het kanaal dat Noord- en Oostzee verbindt, behooren ——^——H—i—¦^l^—^——¦» tot de geschiedenis en het gebruik getrouw, zoa er nu allereden zijn tot een nabetrachling.tot een terugblik op 't geen in enkele weinige etmalen is geschied en op wat is achterwege gebleven, doch de stof daartoe ontbreekt — herhalingen alleen zijn mogelijk en opsommingen ; nieuwe gezichtspunten, zijn er niet te releveeren, ten minste niet van een politiek standpunt. Het slot (een banket, aangeboden door den keizer) heeft Wilhelm II gelegenheid gegeven te beves* tigen en zoo mogelijk te versterken wat hij Woensdagavond gezegd heeft te Hamburg aangaande doel en strekking van het pas geopende kanaal en aangaande Duitschlands streven in 't belang van don vrede. De keizer begon met te herinneren aan den wensch, reeds vóór ecu* wen geuit, om de Noordzee met de Oostzee in verbinding te stellen. De tenuitvoerbrenging van dit verlangen was de taak van het, op nieuwen grondslag gevestigde, Duitsche Rijk. Keizer Wilhelm I zag reeds de groote beteekenis in van dit kanaal, zoowei tot bevordering van Duitschland's welvaar!, ais tot versterking der weerkracht van het Duitsche volk. De vele bezwaren, welke de uitvoering dreigden te beletten, werden uit den weg geruimd, dank zij het initiatief van den keizer, dien de Bondsregeeringen en de Rijksdag volgden. Alies, wat de bouwkunst vermocht, is bij dit werk in toepassing gebracht, terwijl toch tevens op humane wijze gezorgd werd voor de werklieden, die den arbeid met lust verrichtten. Alzoo kan nu het kanaal worden opengesteld ten behoeve van het iuternatoniale handelsverkeer, overeenkomstig het beschavingswerk, dat het Duitsche volk te verrichten heeft. De deelneming der andere mogendheden — aldus ging de keizer voort — bij de feestelijke opening van het kanaal, is een bewijs, dat Duitschlands streven tot handhaving van den vrede ook elders volkomen woidt gewaardeerd. Duitschland stelt het voltooide kanaal teil dienste van den vrede. Mogen daardoor de vriendschappelijke betrekkingen tusschen het Duitsche Rijk en andere Staten bevord en bevestigd worden. Ik ledig mijn glas op het welzijn van alle bevriende Souvereinen en Staten. Hoera! Dat is . weder een betoog, waarop de meerderheid der Fransehe bladen geen commentaar zullen leveren om de eenvoudige reden, dat dit niet andeis zou kunnen zijn dan gunstig voor den keizerlijken speecher. De.Teraps alleen heeft een gunstige uitzondeiing gemaakt op die negatie-tak* tiek, waar het geldt het goede en loffelijke te releveeren, verkondigd door den vorst van Germanië en met sympathie begroet door de overgroote meerderheid der Europeesche pers: terwijl bladen als D é b a t s, M a t i n, E c 1 a i r en Gaulois 's keizers betoog, te Hamburg uitgesproken, eenvoudig weg verzwijgen, heeft het grootste en degelijkste Fransehe orgaan er alle eer aan bewezen. Rest nu nog de vermelding van eenige feilen. Op het groote marine-bal in net adimraliteitsgebouw teiiiel eer^isteravond,was de Franscue admiraal met zijn officieren wél verschenen, doch aan het dansen namen zij niet deel — wegens den natioualen rouw om Sudi Caiiiot, niet op nadrukkelijk bevel, naar men /.egt. IJie rouw heeft den bevelhebber —die nog wel nadrukkelijk vertelde, dat politiek niet de zaak van den soldaat is en zich heel gunstig uitliet over de ontvangst zoowel van particuliere als van officieele zijde — echter niet verhinderd, nogal demonstratief een onder-onsje te vormen met deu Russischen admiraal Skrydlow. In elk geval hebben deze heeren do voldoening gehad, dat hun houding niet onopgemerkt is gebleven: langen tijd was keizer Wilhelm in gesprek'me! de Engelsche eu de Amerikaansche bavelhebbers, richtte oo,k het woord tot tic vlootvoogden van Italië en Oostenrijk, doch ging Ménard en Skrydlow, die met den gezant Herbetté een clubje vormden, voorbij zonder eenige notitie van hen te nemen— in verband met de onderscheiding der andere, met hen in rang geiijkslaanden, eer opzet dan toeval te heeten e» als zoodanig een buitenkansje voor de Parijsche chauvinisten. Men zuu nu wel weer de vraag kunnen stellen of een houding als die vaa Ménard en Skrydlow is overeen te brengen met tic regelen der beleefdheid vis-a-vis den gastheer, terwijl deze zich juist heeft beijverd 0111 zijn velen gasten op voet van gelijkheid te behandelen en te doen behandelen, tegen welke taktiek, naar het getuigenis der Franschen zelven, door niemand is gezondigd. Waartoe dan dit hinderlijk en opvallend doen der heeren in eens anders huis; waartoe het stilzwijgen der bemanning van de „Surcouf" toen bij den tocht door het kanaal door een der muziekkorpsen de „Marseillaise"werd gespeeid—waartoe ecu symbolische manifestatie daar, een teekenende negatie of eigenlijk verachtelijke afwijzing van het gebodene, hier? Gelegenheid tot nieuwe demonstraties hebben de Franschen en de Russen wel niet meer gehad : gisteravond laat is het Fransehe eskader vertrokken en hedenmorgen het Russische, terwijl onder de door droppelljes van den decoratie-regen getroffenen, geen Franschen zijn; mocht de keizer ook hen nog willen doen deelen in deze voortreffelijkheidskeuring, dan zal dat gaan langs diplomatieken weg. Alles saamgenomen lijkt de raad om in de schatting van den politieken kant der feestelijkhedenden gulden iniddelweg te bewandelen, niet geheel overbodig: een gelegenheidsloost van een Fransch admiraal op deu keizer van Duitschland beteekent al niet meer dan een heildronk van een Duitsch marine-autoriteit op den president der Republiek — in de internationale verhoudingenverandert daardoor niets en er uit te distilleereu een effectieve verbe tering in de relatiën tusschen de beide rijken," welke vóór nu bijna 25 jaren tegenover elkander stonden, is waarlijk al te gewaagd; 't is al heel mooi, dat alles zoo zonder ernstige incidenten is afgeloopen! * * * Eergisteren werd gemeld, dat Balfour en Chamberlain overeengekomen waren al 't mogelijke te zullen doen om het kabinet-Rosebery in den kortst mogelijken tijd van 't leven te berooven, wat nu juist zulk een heldendaad niet zou zijn, het geringe weerstandsvermogen van het bewind in aanmerking genomen. De Ti mes vertelde gistermorgen dat men der minderheid ten onrechte zulk een boos opzet had toegedicht eu gisteravond heeft Rosebery's formatie werkelijk een nederlaag geleden, geheel onverwacht. In de zitting van't Lagerhuis stelde de afgevaardigde Brodrick voor een motie, waar in den regeering' wordt ten laste gelegd verwaarloozing der nationale verdediging, zóódat er geen voldoende reserve en geen ammunitie is en het Huis nam die vriendelijke berisping aan met 132 tegen 125 stemmen, na een levendige discussie. 't Kan heel wel zijn, dat het bewind Rosebery dezen schok, de tweede in enkele weinige dagen, niet overleeft en dan zou 't onverwijld komen tot ontbinding der Kamer. --- Binnenland. 22 Juni. Kapitein Van Waning, de commandant der -Atjeh", is door keizer Wilhelm van Duitschland benoemd tot commandeer in de ridderorde van den Rooden Adelaar. Kapitein Jansen van Afferden, de commandant der „Alkmaar", is benoemd tot commandeur der Kroonorde. — Uitslag van het overgangsexamen van het 8e naar het 4e studiejaar aan deKon. Mil. Academie te Breda. Geslaagd zijn: Infanterie hier te lande; C. J. Amweg, A. De Bruijn, H. C. Gerritsen, B. E. Stöver, J. A. W. Nepveu, C. W. J. baron van Boetzelaar, J. H. T. Kervel, A.H. baron van hardenbroek van Amerstol, W. F. L. Van de Wetering bijgenaamd De Booij, R. E. Heijting, H. G. Winkelman, A.J. E. tucardie, A. J. R. Brandt, R. G. A. Z. baron van Baersolte, J. M. J.H. Lambooij, R.B. Van Wulfften Palthe, J. K. F. Weber,T.Goeijen.T.J.C, baron van Hardenbroek van Amerstol, jhr J. C. A. Van Haeften, P. E. Hajenius, H. C. Rouffaer, J. Biestraten. (De 3 laatsten voorwaardelijk.) Cavalerie h. 1.1.: J. D. Besier, B. W. baron van Dedem, M. K. Drijfhout van Hooff en H. Van Welij (voorw.) Artillerie h. t. 1.: Jhr. O. G. Bloijs van Tres!ong, A. G. J. C. Wilkens,J.F.Altmann,D.H. 'eereboom boller, M. Ridder vanßappard, A. M. Geesink, K. L. Moens, C. G. J. Kraft. Genie b.t.1.: J.Koopes, P. A. Van der Hoeven, J. F. Bockholt, G. L.N.Britt, (voorw.) W.R.A. Slicher., E. J. Deutz. Infanterie O. I.: J. B. Van Aken, J. M. Vorster, C. ft. Van lngen, P. G. Gruijs, H. A. Gerth van Wijk, M. T.Velsing, W. Hoogers, L. B. VanSta•deo ten Brink, A. K. S. Bartelds, F. J. F. Van West, H. C. Van Lamoen, L. F. Van Gent, P. D, Visser, H. Helb, E.Weijerman, H.M. Luchsinger, C. P. Lenshoek. W. C. Schafer, J.T.L. Opperman, G. A. Tideman, L. P. Makkink, H. R. Cambier, L. Scheltus van IJsseldijk, B. Lambertsjhr. H. C. Goldman, T. J. C. A. Boele.(üe laatste 10 voorw.) Artillerie O. I.: J. Barrau, J.Brukker, M. Van Welie, H. Philippi, T. W. Sanders (voorw.) H. Cramwinkel, O. L. Brewer, C. P. Martherus, (voorw.) Genie O. L: H. W. O. De Bruijn, (voorw.) R. R. Carstens, P. L. De Gaaij Fortman (voorw.) — De luitenant-generaal J. H. Kromhout, inspecteur der genie, is op zijne aanvrage op pensioen gesteld (f 3000) en zulks met dankbetuiging voor de zeer goede diensten, door hem gedurende zijne veeljarige militaire loopbaan aan den lande en aan het leger bewezen. — Benoemd bij het wapen der genie, bij den staf van het wapen: a. totgeneraal-majoor, ter beschikking van den Minister van Oorlog, de kolonel J. E. N. baron Schimmelpenninck van der Uye, adjudant in buitengewonen dienst van ¦wijlen Z. M. den Koning, laatstelijk vaa den grooten staf en thans op non-activiteit als lid der Eerste Kamer; b. tot generaal-majoor, inspecteur van het wapen, de kolonel LJ. H.Gijsberti Hodenpijl, van dien staf. — De adelborst lste klasse G. J.Leverland is bevorderd tot luitenant ter zee 2de klasse. — De kapitein A, W. S. Schut, van het sde regiment infanterie, is op zijne aanvrage op pensioen gesteld (f 2000). — De officieren van gezondheid lste klasse F. H. Bohré en J. Vorstman, respectievelijk dienende aan boord van Hr. Ms. fregat „Atjeh" en monitor „Reinier Claeszen" zullen 2 Juli a.s. onderling van plaatsing verwisselen. Met gelijken datum worden de officieren van gezondheid 2de klasse S. Ruitinga en J. De Brijan, geplaatst respectievelijk aan boord van genoemd tregat, en aan boord van Hr. Ms. schoener ?Argus", (rol wachtschip te Willemsoord). — In de gistermiddag voortgezette Tweede- Kamerzitting werd het amendement-Kerdijk (tot belegging van postspaarbankgelden in aandeelen van bouwvereenigingen) verworpen met 47 tegen 21 stemmen en het aniendement-Piate (belegging in Buitenlandsche Staatsschulden) eveneens verworpen met 35 tegen 33 stemmen. Het ontwerp (rentegevend maximum van fBOO op fl2OO te brengen) werd daarop aangenomen met 68 tegen 1 stem. Bij het wetsontwerp tot wijziging der Indische Comptabiliteitswet, verklaarde de Minister van Koloniën, dat voor financieele scheiding tusschen Indië en Nederland gunstige omstandigheden moeten worden afgewacht. Een ainend.-8001, voorschrijvende verplichting van wettelijke regeling van voordeelige en nadeelige sloten, werd overgenomen en het ontwerp zonder stemming aangenomen. De Kamer is gescheiden tot Dinsdag il/a uur. — De heer J. C. Van den Berg, volontair ter secretarie te Oude-Tonge, is benoemd tot ambtenaar ter secretarie te Zutfen, met ingang van 1 Juli a.s. — Tot brievengaarder te Strijen is tegen 1 Juli a.s. benoemd de heer C. De Groot, geagreeerd klerk te Oud-Beierland. — Benoemd zijn: tot dijkgraaf van den Krimpenerwaard D. Oskam; tot dijkgraaf van den polder de Kiesheid A. M. Struyk; in het bestuur van den polder Oud-Herkingen tot dijkgraaf D. Van der Sluys en tot heemraad C. Van der Velde; tot voorzitter der polders loozende door den Suyspolder onder Oude-Tonge D. Van Es; tot heemraad van den polder Oud-Smalland J. Biert; tot heemraad van den polder Langebakkersoord J. Pons; tot heemraden van het waterschap het Gemeeneland van Poortugaal W. Van den Hoek Verduyn, G Pons en C. Eenhoorn, alle gelegen in Zuid-Holland. — Bij Koninklijk Besluit van 19 Juni is met ingang van 1 Juli a.s. aan den heer J.A. Van Haaften, op zijn verzoek, eervol ontslag verleend als burgemeester van Sliedrecht. — Op 1 Juli a.s. wordt te Zuidland een Rijkstelefoonkantoor voor het algemeen verkeer geopend. De diensturen zijn geregeld als volgt: op werkdagen, van 6% tot 111/4 uur voor- en van 12 tot 12y2, 3s/4 tot 4i/4 en 6V4 tot 7y4 uur namiddags; op Zon- en feestdagen, van 73/4 tot BV* uur voor- en van 12'/j tot lty* uur namiddags (Spoortijd). — Op de aanbeveling voor een 2en onderhavenmeester te Vlaardingen (jaarwedde f 400) zjjn geplaatst: de heeren J. Van derVlis Az., K. Van Alewijn Pz. en A. Vethaak, allen aldaar. — Benoemd tot onderwijzer te Nieuwpoort a/d Lek de heer H. Kramer, te Tiel. — Binnenkort zal te Noordeloos een school met den bijbel worden geopend. — Aan den heer H. L. Wassen, hoofd der R- C. parochiale school te Delft is, op zijn verzoek eervol ontslag verleend als leeraar aan de Rijksnormaallesscn en tot zijn opvolger benoemd de heer J. Hemmes, hoofd der Chr. school aan den Nieuwen Langendijk aldaar. — De vicaris kapitulaar van hel aartsbisdom Utrecht heeft benoemd tot pastoor te Didara den heer C. J. A. Otten en te Zuidhom den heer J. E. Arendsen. — Beroepen b|j de Ned. Herv. Kerk. Te Ferwerd ds. J. Groeneweg te Westterschelling. — Te Hollandsche Veld ds. H. A. Van Oostrom Soede te Kolham. — Te Schildwolde ds. W. Bange te VYoUersum. Beroepen bij de Ger. Kerken. Te Oosterbeek ds. S.- Teerink te Werkendam.—TeSiddeburen ds. Fsckinga te Houwerzijl. Aangenomen het beroep bij de Ned. Herv. Kerk. Naar Lntkewierum door ds. S. J. Piso te OluC.h°U""yolde, Aangenomen utl beroep bij de Ger. Kerken. Naar Nieuwerkerk a/d IJsel door ds. G. Dalhuijzen te Heinkenszand. Bedankt voor het beroep bij de Ned. HerV. Kerk. Voor Nieuw-Stadskanaal (toez.) door ds. C. Van Wijngaarden te Nieuw-Air.sterdam. — Voor Babiloniënbroek door den heer F. Stigter, cand. te Moordrecht. — Voor Heukelum door ds. J. B. Benders te Zii