UIT DE PERS. DE GROOTE STEDEN. Vooral de keuze in de groote steden zal ditmaal den uitslag van de stembus beheerachen. In de overige districten is er kans op kleine winst, maar ook gay _ar voor verlies. Doch in de groote steden hebben we ditmaal met» te verliezen en is er kans dat „acht" districten omgaan. Natuurljjk is het al te dwaas, dat voor onze vier groote steden, met een. en e»en kwart millioen inwoners, geen enkel IU van Rechts in de Kamer zit Zelfs in het ongunstige jaar 1905 brachten we van Rechts fee Amsterdam ui* 15.894 te Rotterdam 6365 te 's-Gravenhage 8556 ca te Ltrecht 5151 stemmen. Saam 35.982 En toch zagen we niet één lid gekozen. Var. Rechte heeft men daarom o.L. goed gedaan, met de groote steden buiten he* actoord te laten en het aan de Centrale bonden in deze steden over te laten, om zich met elkander te verstaan. Vaak komt men in zulk een stad eerst ter elfder ure tot overeenstemming. Zoo is het ook nu gegaan en de uitkomst van het langdurig overleg heeft niet teleur gesteld. Men is met een plaatselijk aceoord gereed gekomen, en op niet ongelukkige wijze Te veel profeteeren we .ara Mf»ar toch mng hope gSlfi-eiterd, dat Rechts althans een p._ar zetal. in de groote Centra van ons land zal kunnen veroveren. We noemen geen districten en we noemen geen candidaten. Het stembusspel is daartoe te wisselvallig. Maar op eenige winst hopen we weL (Sk.) --- Buitenland. BELGIE. Eergisteren hebben te Brussel de verschillen le partijen uit Kamer ©n Senaat beraadslaagd over hun houding in zake de militaire kwestie. In de vergadering van de rechterzijde verzocht minister Schollaert zijn partijgenooten het ontwerp af te wachten, dat de regeer ing over veertien dagen zal indienen, en dus niet het voorstel van Bertrand iot afschaffing van de plaatsver- Vanging a»,n te nemen. De heer Levie brak een lans voor persoonlijken dienstplicht en zou om dien te verkrijgen, in de gegeven omstandigheden, ook de hulp van de lïakerzpe willen aanvaarden, als die eeerlfk werd aangeboden. Het voorbeeld van Holland is beteekenisvoi in dat opzicht (Aldus het verslag in het Handelsblad van Antwerpen.) De heer Woeste is sterk tegen verhooging van het contingent Hjj wil net tekort aan manschappen aanvullen door de wet van 1902 eenigszins te wijte-gen, De rechterzij zal Vrjjdag wees. bijeenkomen. --- FEUILLETON van de „Tilburgsche Courant". Het Japansche Kistje. Naar het Duitsch. 3) Wanneer ik goed op de hoogte van de !X,be?L Z?llen -wö *«» te indelen. Ik kan ]e toch onmogelijk alteen ta Londen achterlaten, terwöl ik in Rocklands die geschiedenis met mijtoe zuster suwssa.tó]e hiji' z»n ~ — Laat mji naar Parijs gaan, Eduard. Vroeg Ella vleiend. Ik heb*al meer dan een jaar mijne ouders en familie niet terug gezien en ik verlang zeer naar hen •Hen, vooral naar Mama. O, wanneer ie me eerst kendet, en Nelly ons bescheiden en pracüsch huishoudstertje, dan Papa eu eindelijk &nzen grappigen bengel van een u a fc f,11 weet ie» mondeling kan ik nen ook alles beter uitleggen. Niet waar, *g\ nT W' ** ** hem d3^ *» smeekend met hare gn^ Wauwe aan, dat ba} dadelijk ontwapend was en toestemde — Het zal misschien het beste riïn, dat CT thuis blijft terwijl ik alles in orde breng. Maar het valt mjj zoo zwaar van ©J te scheiden, nu wö elkander juist weder gevonden hebben, en dan is er nog ietó, dat m^ verontrust Ik hoop, dat die kerel je te Parijs niet lasting zal vallen, zeide ho peinzend, na een oogenblik ernstig nar gedacht te hebben. -— Wien bedoelt gel — Wien anders dan dien Russische» graaf ut Bretagne — hoe heet hö ook weer? — Graaf Pohitonoff? Hoe komt ge er aan? Ik zal heel weinig uitgaan, en als je het geruststelt-in 't geheel niet — Je moet frissche lucht inademen; mnn aanstaande moet er gezond en opgewekt i nitzien, als ik haar in Parijls kom afhalen... weet ge wat ik' zal je tot Calais begeleiden. Daar kan geen sprake van zijn, denk I eens aan, hoe boos je zuster dan zou zjjh-, temeer daar zjj je nog thuis verwacht** Als ge, mij echter te Dover op ie boot wilt brengen, is 't wat anders, dat sta. ik toe. Eduard maakte hiervan gretig gebruik, en blééf tot het laatste oogenblik bjj haar. net afscheid was teeder. — Het ga je goed. — Tot weerzien, niet waar, Eduard, ze_de zei, terwijl tranen hare stem verstikten. Een spoedig wederzien dat klinkt zoo troostvol. --- DUITSCHLAND DE ZEPPELIN II. Taai als een wilgenstam, heeft de oude graaf Zeppelin 37 uren gestaan in dem gondel van zjjn luchtschip, dat twee nachten en één dag gestevend heeft boven de Noord-Duitache landouwen. Een noodlottig toeval heeft gewild, dal ook deae lange reis niet normaal is afgeloopen: bjj Goppingen is het luchtecbip Voortgdig gestrand. Wist Zeppelin, dat in Berljjn honderdduizenden met reikhalzend verlangen naar hem uitzagen? Dat de gansche keizerlijke familie zich naar het Temr pelhoferveld had begeven, om hem da..r op ljjik, dat Zeppelin van die omstandigheid niet te wachten? Men noemt het zéér waarschijmop de hoogte was. Anders had hjji er mogelijk alles opgezet, om, ondanks den hevigen tegenwind, toch Berlijn te bereiken, waar zijn aankomst van uit de lucht, toen langzaam de avond neerstreek over de wijde vlakte, stellig een overweldigden indruk zou hebben gemaakt. Van Leipzig voer de „Zeppelin II" reeds in opvallend langzaam tempo, moeizaam optornend tecjen den stijven bries, naar Bittarfeld, en daar besloat da graaf, terug ba keeren foven de stad gekoman, wierp hij een telegram overboord, die deze mededeeling behelsde: „Heb zooeven tot den terugkeer besloten. Alles is in de beste orde." Tot groote verrassing van de bevolking v.an HaMe, bjj Leipzig, verscheen het lucht schip opnieuw boven de stad en wendde tzich, klaarblijkelijk kampend tegen den wind, naar het westen. Zoo bereikte het Stuttgart. Nadat het deze stad verlaten had, voer het over het Neckardal en landde bij Goppingen, om nieuwe banzim© in te nemen. Daarbij had de reeds kortelings gemelde ramp plaats. De motoren waren reeds uitgeschakeld, toen hel luchtschip door een ploteelingsn windstoot in de takken van eem peereboom werd gedreven. Hét omhulsel van den voorsten punt werd vaneengereten en viel in flarden omlaag. Tot bijna aan den voorsten gondel was 't gansche voorste deel vah het luchtschip, een stuk van bijlna 30 meter, verbogen en gebroken. Talrijke personen, die den stuurballon in rijtuigen en auoto's gevolgd waren, boden de behulpzame hand. De* voorste gondel rustte op den grond, terwijl het gansche achterschip in de lucht zweefde. Eerst werd de spits uit de boomtakken bevrijid. waarop men den „Zeppelin II" zoodanig draaide, dat hi? met den kop tegen den wind lag. Intusschen kwamen 45 man uit Friedrichshafen aan, die met de voorloopige reparatie van het beschadigde voori rte deel begonnett. Volgens een Reutertelegram wad deae reparatie eenige uren later zoover gevorderd, dat het luchtscship om 8 unr weer kon opstijgen. Waarschijnlijk ia het toen naar Friedrichshafen teruggekeerd, ca wel, Volgens een verklaring van den jongan graaf Zeppelin, achterste voren, zoodat de achtersteven als boeg fungieerde. Intusschen, ook me. dit ongelukkig© incident, bljjft de geweldigdé prestatie van | den staeren graaf: e»en „Dauerfahrt" van I 37 uren, te bewonderen. --- HOOFDSTUK II. OP DEN „OLYMPUS. kabel-a's familie bestond uit vadef, broeder, eene stiefmoeder en eene stiefzuster. Maar vader, baron Gundaccar von Feldau was voor de tweede maal in het huwelgk getreden, toen Isabella tien en Walter ach! jaren telden. Hare stiefmoeder was de weduwe van een generaal, die bjjina haar vader had kunnen zjjn. De familie von Feldau woonde op de Vijlde verdieping op den boulevard Saint Germain. Zjj hadden een appartement van zes kamera gehuurd, bestaande uit een klein salon, een niet veel grootere eetkamer, twee slaapkamers, een spreekkamertje en een keukentje, dat met roode tegeltjes bevloerd was, 'en dat zóó klein wa», dat men er zich nauwelijks in kon bewegen. Het salonnetje moest Voor ontvang- en eetkamer dienst doen, terwijl de eetkamer tot slaapvertrek van Walter werd ingericht In betere dagen hadden de ven Feldaus op de tweede verdieping van datzeldfe huis gewoond, doch door „onverwachte" tegenspoed, die doorgaans niet zoo heel onverwacht kwam, hadden zij zich moeten verminderen, en waren daarom drie trappen hooger gestegen. Vandaar dat de geestige Walter het „den Olympus gedoopt had. Op 't oogenblik bevonden de von Feldaus zich al in een heel netelige positie, daar hun kapitaal niet meer dan vijf en tachtig centimes bedroeg, wel te verstaan dus nog geen franc. Hoe zouden vier menschen daarvan kunnen leven T Voor t tweede ontbijt had de jonge baron en de beide dames gebakken aard*appelen zonder boter gegeten. Baron Gundacear ontbeet buitenshuis wanneer zijne zaken hem daartoe noodzaakten. Toen 's middags Walter weder naar het college was gegaan, hielden moeder en dochter raad, wat men voor 't middag*maai zou schaffen. Deze maaltijd moes* voortreffelijk zijn, want.von Feldau nam er in hoogst eigen persoon aan deeL en met zgn smaak viel niet te spotten. Hg hield nu eenmaal van veel _sjjne gerechten, en een slecht menu was tn staat hem uit zijn humeur te maken. „Geloof mij, moeder, al telt u nog zbo nwe duitjes, het zal ze toch niet in frankstukken doen veranderen," zeide Nelly, ¦terwijl mevrouw von Feldau de koperstakjes voor de tiende maal door de i vingers liet glijden. „Er blijft ons niets i anders over, dan weer onze toevlucht tot I „ma tante" (zoo wordt het pandjeshuis door Parjjizenaare genoemd) te nemen. Welnu, madame, zet niet «Wn bedrukt g-eziobt; «wlang we nog iets hebben), dut St ni knmm Gevertrouwen, loopt het nog zoon vaart niet - Ik zon werkelijk niet weten wat... hA^ton^ U doet iuÜst of niets meer bezaten - nu, wat dunkt u van ouze prachtige kandelaren? Zi? zullen wel wat zwaar zgn om te dragen, maar ik heb gelukkig twee krachtige armen gekregen Anders weet ik heusch niet, hoe ik diners en dé»euners zal verschaffen. — Moeten die prachtige lusters er werkelijk aan gelooven? Papa zal het dadelijk merken, en het zal hem leed doen Gij weet boezeer hg aan oude erfstukken — Het zal hem echter nog meer leed doen, als hn. heden middag niets te eten krrygt zei Nelly droog. Tegen deze laatsta opmerking was niets in te brengen en weidra stonden de oude erfstukken van de von Feldau's in de bank van leening. Twee uur later keerde Nelly met een zware mand van haar „uitstapje", zooals --ij het spottend noemde, terug. —Moedertje, daar ben ik. Men moet ook zoo eeuwig lang wachten b*j „ma tante", wanneer men zaken wil doen Ik wilde wel, dat ik niets meer met haar uitstaande had — Arm kind, ik kan mjj voorstellen, hoe hard het je moet vallen, telkens zulk een stap te doen. Ik was reeds bang, dat Se een ongeluk was overkomen, zoolang uurde het voor je terug1 waart zeide mevrouw von Feldau teeder. „Heb maar een weinig geduld, Nelly* Paps hoopt steeds W uitkomst* •— Die goede papa, ön moedertje, wfl tallen: de hoop op betere dagen niet verliezen, zeide Nelly opspringend om de mand nit te pakken. „Dat is nog erger dan een nur tn de bank van leening to Hackten. Achteraf beschouwd, is die inrichting nog zoo kwaad niet. De banké» in de wachtzaal zijn gemakkelijk, en de soldaten, die je den weg wijzen, zijn beleefd. Hier is het geld dat ik ontvangen heb. — Ach, hebt ge maar 25 franken voor die prachtige kandelaren gekregen, en ze hebben er minstens 150 gekost, riep het kleine vrouwtje ontzet — Ja, dat geloof ik. vóór 150 jaar misschien. En weet u dat er nog zoovael formaliteiten aan verbonden zijn. voor men de zakeD in ontvangst neemt? He* is nog erger dan bij een huwelijk of een begrafenis. Hoe heet u, Madame? Uwe familie en doopnamen? Uw adres en beroep... Is uwe getrouwd? Neen? weduwe? — Dank u, hier is het geld. Het jong