GEMEENTEBEGROOTING 1937. (4de Vergadering.) Gisterenavond omj 0 uur vergaderde de gemeenteraad voor den vierden keer ter behandeling van de begrooting. Voorzitter: Mr. D,, Vonk de Both. Secretaris W. J. van Dusseldorp. Afwezig waren de raadsleden Mannaerts en V. Rijzewijk. De voorzitter geeft den heer LEPELAARS (R.K.Z.F.) gelegenheid zijn Woensdagavond afgebroken beschouwingen voort te zetten. Deze zegt den vorigen avond geëindigd te zijn met den aankoop door de gemeente van het pand in de Lange Nieuwstraat en .waartoe de heer v. d. Mortel een tweetal bietiers zou {hebben uitgezonden om er voor te zorgen, dat het bedrag van diens hypotheek a 8000 gld. plus de f-400 rente in totaal dus f-8400 zou worden bereikt. Hierop doorgaande zegt spr., dat door hem een schrijven was gericht tot B. en W., waarin verzocht werd pm bekend te maken het rapport, hetwelk door den directeur der lichtbedrijven inzake dezen aankoop was uitgebracht Het antwoord luidde, dat het niet gebruikelijk was om rapporten, uitgebracht door hoofden van takken van dienst ter inzage le verstrekken en dat bedoeld rapport, betrekking hebbend op dit café in de Lange Niauwstraat tegenover de gasfabriek, niet beschikbaar kon worden gesteld. Dientengevolge heeft spr. geen gelegenheid gehad het te bestudeeren. Voor zoo ver spr. begrepen heeft uit de voorlezing van het rapport in de geheime vergadering, welke in het vorige raadhuis plaats had, hield de aankoop van bewust pand verband met de aansluiting van de PNEM en was dit voor de toekomst onmisbaar. Van die noodzakelijkheid is spr. nog niet zoo overtuigd ien z.i. kan het nog wel 10 of 20 jaar duren, voor die aansluiting tot stand komt. Het Is voorts alleen sprekers bedoeling aan te duiden, dat het niet opgaat, dat door toedoen van een wethouder, die zooveel belangen heeft in de gemeente, het kan voorvallen, dat de gemeente voordcelen moet derven. Wat betreft de aanleg van het park bij de Ley wil spr. nog aanhalen, hetgeen geschreven is in de gemeente-wet, waarin tot uitdrukking komt dat het voor de gemeente van belang is om eigendommen te verkrijgen in cultuurrijp gemaakte stadsgedeelten. Logisch is het daarom te noemen, dat bij zoon uitbreidings- j plan het eerst zou moeten worden gedacht j door B. en W. aan de mogelijkheid van aan-' J,e zijn geweest het woord te voeren, Als hij dit toch doet is dat om te verzoeken dat ér 's zomers meer politietoezicht in de buitenwijken komt, zooals b.v. de Nw. Goirlescheweg, Beek schedijk, enz. Verder bepleit hij verbetering van de Jtroenewoudstr aa t, Broekhovenscheweg en doortrekking van de Groenstraat naar de Goirlescheweg. Speciaal ook vraagt hij aandacht voor de Vijfhuizen wijst op de noodzakelijkheid dat er een sintelpad wordt aangelegd, omdat bij regenachtig weer het voor de kinderen ondoenlijk is om zonder natte voeten de school te bereiken. Wat het park bij de Oïsterwijkschebaan betreft, moet z.i. de uitvoering zoolang wachten tot de doortrekking is geschied. Ook vraagt hij nog eens de aandacht voor 'tgeen werd aangevoerd t a.v. den grond Ibjij de Ant .van Diemenstraat. Hij wil eindigen piet te verklaren, dat het hem verheugt dat de bevordering van den veestapel de aandacht fvan B. en W. heeft, zooals zulks in de M. v,, A. tot uitdrukking komt. Waar niemand der leden nog het jvcord verlangt, is dan de beurt aan WETHOUDER v. d. MORTEL, welke begint met te zeggen, dat 't wel niemand zal verwonderen, als hij eerst, ingaat op eenige persoonlijke kwesties, die door den voorkaatsten spr. werden aangeroerd, hoe wel het geen prettig werk Is zich zelf te verdedigen. Hoewel hij er eerst nog over gedacht had er maar over te zwijgen, heeft hij toch maar besloten, de woorden van den heer Lepelaars te ontzenuwen. Hij wil er den heer Lepelaars geen grief van maken, want hij kan best begrijpen, dat de heer Lepelaars er een bijzonder genoegen in heeft, met zulke dingen voor den dag te komen. Kwalijk zal hij hem zulks dus niet nemen. Wat hij hem wel kwalijk neemt, is het debiteeren van opzettelijke onwaarheden. Zoo b.v. de kwestie van den huis-aankoop in de Lange Nieuwstraat en de bewering dat de hypotheek op dat huis van spr. was. Het hieromtrent beweerde was onwaar en de heer Lepelaars wist, dat hoogstens spr.'s familie 'T voor een klein gedeelte bij betrokken was. Ook weet de heer Lepelaars, dat spr. geen kopers gezonden hoeft om den koopprijs op te jagen. Er is duidelijk genoeg gezegd, dat de familie de hypotheek er uit wilde hebben en dat zij in het andere geval zelf zou hebben ingekocht. Het Collego von B. en W. en ook de raad wist zulks toen het besluit tot aankoop genomen werd. Zoover hij zich herinneren kan, gelooft hij zelfs dat de raad er met algemeene stemmen toe besloot. Het is met^ dit geval al precies als met de waterleidingkwestie van Zuiderfront. Niettegenstaande vaststaande feiten, poogt zij toch door te drijven, daar waar niets te bereiken valt. Bovendien, als de gemeente zich niet interesseerde voor dat pand, had zij het niet moeien koopen, spr. zou haar daarvan niet teruggehouden hebben. De heer Lepelaars (R.K.Z.F.): U hebt toch verklaard dat de hypotheekhouder het pand zou ophouden als de hypotheek er liet uitkwam! De heer v. d. MORTEL: Moet die familie dan zeggen dat men die hypotheek maar moet laten zitten? _ De heer LEPELAARS (R.K.Z.F.): Dan is U toch wel geïnteresseerd Wethouder v. d. MORTEL: Ik hoop dat. U eindelijk eens zult ophouden met interrumpeeren! Wij kennen dat wel van U uit de vergaderingen der kleine commissies. En hoe de heer Lepelaars er op gekomen is om spr. dictator te noemen, weet spr. wel. Als deze het eens in die vergaderingen te bont maakt, wordt het spr. wel eens te machtig en ziet hij zich gedwongen hem het zwijgen op te leggen! Ziedaar de reden welke hem er toe bracht spr. dictator te noemen. Met de kwestie van het plan aan de Ley wordt het voorgesteld, zegt spr., alsof dit een plan is van mij. Daarom wïl 'spr. er op wijzen, dat 20 jaar geleden en voor dat spr. wethouder was, dit plan reeds werd behandeld in verband met den Zuidelijken verkeersweg. Er zijn daar gronden bij, die kwalijk voor 'bebouwing benut kunnen worden, noch in de verre, noch in de naaste toekomst. Wanneer men tot uitvoering van dit plan zou overgaan, wis! men niet en eerst kortelings besloot de raad uit een oogpunt van werkverruiming er toe over te gaan. Aan de overzijde van de Ley liggen inderdaad veel gronden van de familie, waar de heer Lepelaars het over had en deze zegt dat de gemeente die gronden moet aankoopen. Hiervan wil spr. zeggen, dat, wanneer de gemeente zulks doet, zij daar een kapitaal nutteloos en onrendabel neerlegt. Want het zijn niet anders dan moerasgronden en daarom zou spr. willen zeggen, dat men ze niet moet aankoopen. Maar er is bovendien nog een anders partij en wanneer die zegt: blijf er af, dan houdt alles op. De heer v. d. VEN (R.K.Z.F.): En hoe ging het dan met de gronden aan dezen kant van de Ley? Wethouder v. d. MORTEL: Wanneer er een uitbreidingsplan geëffectueerd ¦ moet worden, is het iets heel anders. Dan kan men natuurlijk wel beschikking krijgen over de benoodigdo gronden. Aankoop van de gronden aan de overzijde der Ley moet spr. echter ontraden. Ook omtrent de opmerking van den heer Lepelaars dat het daar _ cultuurgronden zouden zijn, wil hij nog iets ia het midden brengen. Deze bewering is dan gebaseerd op het feit dat ter plaatse door de gemeente vuil gestort wordt. Hoe is dit nu tot stand gekomen. Vromer hadden we in de stad 'n 5-tal plaatsen, waar straat- en huisvuil gestort werd. dat dan tot compost werd verwerkt. Eenigen tija na den oorlog werd de kunstmest evenwel goedkooper en zoodoende kwamen er voor deze compost geen liefhebbers meer. Nooh tegen betaling, noch gratis kon de «emeente ze kwijt. Bovendien leverden deze stortingen in de bebouwde kom een ernsiig inconvenient op, b.v. aan de Oisterwijksohebaan, waar thans een parkje is gemaakt. Toen kwam de gemeente voor het vraagstuk te staan, waar "het vuil te storten. Men had wel voorbeelden van andere plaaisrn. Den Haag b.v. vervoerde het naar Drente en Den Bosch stortte het ergens in de omgeving. Weer andere gemeenten -richtten er verbrandingsovens voor in. Een en ander kwam voor Tilburg te duur uit. Er moesten dus stortingsgronden gevonden worden. Aanvankelijk dachten B. en W. er aan om het vuil per schuit naar Diessen te vervoeren, waar uitgestrekte terreinen liggen, doch het vervoer kwam te duur. Nog zijn er proeven genomen, b.v. aan den Hasseltscheweg en tevens werden er prijzen gevraagd voor terreinen voor het doel geschikt. Men vroeg zelfs prijzen van fl2OO tot f2OOO per HA., zoodat men daaruit wel kan zien. hoe belust men er op was. Eindelijk verklaarde de Fa. Verschuuren-Piron zich bereid voor een aantal jaren vergunning te verleenen om de vuilstorting op haar gronden te doen plaats vinden. Bij al de proefnemingen bleek het 't beste op den laatst ingeslagen weg voort te gaan, weshalve de paar den wagens geschikt werden gemaakt voor traetorvervoer. Inmiddels moest men weer naar ander terrein gaan omzien en de gemeente heeft zich toen op spr.'s advies gewend tot de de bedoelde familie, die jle terreinen aan de Lev bezat. • Een half Jaar heeft men daarover gedokterd en eindelijk gedaan gekregen, dat beschikking werd verkregen over die terreinen. Bovendien kreeg men het igedaan, die terreinen te-huren tegen den prijs van f 1.50 per jaar en per H.A. Die huurprijs werd alleen vastgesteld om een huurcontract te kunnen maken, zoodat de terreinen dus gratis zijn afgestaan. Bestaat er dan aanleiding zegt spr., om die eigenaren er een verwijt van te maken dat zij hun gronden beschikbaar stelden? Bovendien moeten die gronden aan grond- en watersehaps lasten f 3.— per H.A. opbrengen. En nu heeft men dan, zegt spr. smalend, een cultuur-terrein verkregen. Men moet maar eens kijken naar de terreinen daarnaast van de firma Verschuuren Firon, daar is toch waarlijk geen sprake van cultuurgrond! Er ia geen enkele deskundige die kan vertellen wat er mee gedaan kan worden. Alleen kan men misschien hier of daar een boom planten en dan maar hopen dat er geen wind komt, zoodat ze in dien lossen grond onderste boven zouden gaan. Misschien zou er bouwgrond van te maken zijn, wanneer men er een halve meter akkergrond op bracht, maar dat is veel te duur. Men zal dus niet anders kunnen zeggen, dan dat die familie er goeif werk mee gedaan heeft, om die gronden voor de gemeente beschikbaar te stellen. De gemeente heeft gevraagd om nog meer grond voor de vuilstorting, maar men wil deze daarvoor niet afstaan, wel een bewijs dat ze er niet tuk oplijm, 't Is daarom, te hopen, dat t.z.t. de techniek een oplossing voor dit vraagstuk brengt. Men vertelie daarom geen fabeltjes, als zou het voor de betrokkenen een goudmijntje zijn. Verder wil hij over deze aangelegenheid niet spreken, wat ook niet noodig is voor ieder die de zaak onpartijdig bekijkt. Schijnbaar komt het in de kraam van R. K. Z. F. te pas om onware ding ente suggereeren. Spreker heeft voorts geen behoefte cm andere menschen een pluim op den hoed te steken, maar wel om een verkeerde blaam weg te nemen. De heer LEPELAARS (R.K.Z.F.): Dank U wel! De heer v. d. MORTEL: Dat behoeft TJ niet te doen en als ik behoefte heb TJ iets te vertellen, dan zal ik dat doen. Overigens zult TJ daarvan niet veel last meer hebben, ook niet in de commissie-vergaderingen. Ik luister gewcon n;.et naar U en vertik het al die onzin aan te hooren! Schijnbaar wilt TJ het, voor wat hie.t slachthuis betreft, nog beter weten dan de inspecteur. De heer LEPELAARS: Noemt TJ dat idiote gedoe dan eens met name! De heer PRIEMS (R.K.S.P.): Luistert naar die „sauwel" maar niet meer! De heer v.d. MORTEL (wethouder) gaat dan over tot de beschouwingen, welke aan sprekers adres zijn gericht en dankt de leden die hun erkentelijkheid uitspreken voor het door B. en W. verrichte werk, voor zoover dit betrekking had op zijn afdeeling. Inzake het gevraagde omtrent de gezinstarieven, zegt spr., dat daarover spoedig een beslissing zal worden genomen, welke dan aan den raad zal worden overgelegd. Wat de toonzalen aangaat kan hij mededeelen, dat door de Commissie voor Handel en Nijverbeid advies is uitgebracht, waaromtrent de wethouder der bedrijven zich met de middenstandsorganisaties en de erkende installateurs in verbinding heeft gesteld. De besprekingen zijn door hem reeds ingeleid, doch het wachten is thans nog op het antwoord der organisaties, Zelf heeft spr. al eens aangedrongen op bespoediging, opdat de plannen in het college van B. en W. kunnen worden klaargemaakt. Vorige week nog, beeft spr. op spoed aangedrongen. De tarieven voor de industrie, die ook zijn„besproken, hebben de bevrediging van de industrieelen en in verband met de gemaakte opmerking inzake concurrentie van de PNEM, zullen B. en W. zeker diligent blijven. Een ander lid besprak de tarieven voor de bioscopen en bracht naar voren, dat deze te duur waren. Spr. kan even wel meedcelen, dat in de laatste 3 jaren een verlaging tot stand kwam tot 36 pet., zoödat er niet veel reden tot klagen is. Ook kunnen de bioscopen zich niet vergelijken met grootere winkelzaken, want het verbruik der bioscopen is gering, waarbij nog komt, dat de afname plaats vindt in een voor de lichtbedrijven engunstigen tijd, behalve dan op Zaterdag en Zondagmiddag. Ook plaatste men de opmerking dat de waterrekening der gemeentebedrijven te hoog was. waarbij men adviseerde om zelf maar pompen te slaan. Dit is evenwel niet zoo eenvoudig in welk verband spr. wijst op de ontijzering. Men betrekt dit water niet voor zijn plezier, evenmin als bepaalde industrieën. Het gaat hier evenwel om de bruikbaarheid van het water, En dure installaties om dat water geschikt te maken kan men niet gaan aanschaffen. Komende tot de omzetbelasting van het gasbedrijf, zegt spr. dat die een belangrijk bedrag uitmaakt. Het particulier gasverbruik is hiervan n.l. niet vrijgesteld, zooals dat het igeval is voor de industrie. De kosten die hiermede zijn gemoeid bedragen voor het gas f 13.260 en cokes f 2670. Dit zijn zware bedragen. Bezwaar moet hij maken tegen het tornen aan de reserves van het grondbedrijf en die van de Hypotheekbank. Eerder zou men nog kunnen benutten de reserves van het gas en electriciteitsbedrijf, welke veel meer safe zijn. Voor de eerstgenoemde instellingen ware het evenwel te riskant. Hbt toezien op de keuring van vleeschwaren is bier nogal eenvoudig, waar bij invoer alles naar het abattoir gaat en er bestaat dan ook een strenge controle. Frauduleuze invoer komt niet gauw voor, maar iets anders is het met vleeschwaren in blik, als ham e.d., welke men ongekeurd kan invoeren. De laatste maanden is het voorgekomen, dat de verkoop van vleeschwaren op de markten toenam, vleeschwaren, waarvan men de herkomst niet wist en het is moeilijk ook om dat te onderaoeken. B. en W. hebben daarom besloten cm een verordening te maken op de keuring van vleesch en vleeschwaren en dan met het oog op de volksgezondheid de verkoop van vleesch en vleeschwaren op de markt te verbieden. Zij stellen zich voor, deze verordening in het voorjaar in werking te doen treden. Hierdoor zal bovendien voorkomen worden dat vleeschhandelaren, aan wie eischen worden gesteld, deloyale concurrentie zullen ondervinden. Verder kan spr. mededeelen, dat eerstdaags een voorstel van B. en W. kan worden tegemoet gezien, waarschijnlijk reeds in de eerstvolgende raadsvergadering, tot het instellen van een Markt-cornmissie, zoodat hierover niet verder behoeft gesproken te worden. Wat de indeeling betreft van de Besterdsche markt, kan spr. wel mededeelen, dat dit reeds lang een onderwerp van behandeling uitmaakte bij B. en W., met name de ver.plaatsing naar de Gasstraat. De marktkooplieden hebben daartegen evenwel ernstige bezwaren, ook al omdat de straat te eng is, zoodat B. en W. de verplaatsing geen doorgang deden vinden, of het moet zijn een heel enkele keer b,v, bij een bloemenmarkt. Wat de opmerking betreft dat een heele straat wordt ingenomen door de markt, kan spr, zeggen dat B. en W. maatregelen genomen hebben dat deze voor verkeer wordt afgesloten. De distributie van groente besprekend, zegt spr. dat de prijzen der groenten steeds gecontroleerd worden, doch dat er, gezien de prijzen welke in andere plaatsen niet lager zijn, geen aanleiding bestaat daartoe over te gaan. B. en W. zijn ter zake evenwel attent en wanneer er prijsstijgingen zich zullen voordoen die een distributie rechtvaardigen, dan zullen zij daartoe zeker over gaan. Ook is er gezegd, dat voorkomen moet worden om de personeele belasting te verhoogen. Al is het jammer, dit behoort tot de illusies, wijl het niet anders kan om de begrooting sluitend te maken. Een ander lid betreurde dat ambtelijke abuizen bij den belastingaanslag, na verloop van den reclame-tijd, niet hersteld kunnen worden. B. en W. hebben reeds herhaaldelijk getracht hierin tegemoet te komen en meermalen kwamen dan ook voorstellen tot restitutie in den raad, welke wel werden aangenomen, doch niet werden goedgekeurd door Ged. Staten. Wat in dit opzicht geprobeerd is, bleek steeds te falen. Verder is de idee naar voren gebracht om een baatbelasting in te voeren voor personen die groenten in Tilburg invoeren. Doch het invoeren van groenten van de eene gemeente in de andere kan men niet verbieden. In de wet worden de baatbelastingen met name genoemd en deze hebben uitsluitend betrekking op gebouwde of onbebouwde eigendommen. Verder behoort daarfcae aanlegbelasting enz. Hij brengt dit naar voren, omdat bedoeld lid schijnbaar niet weet, hoe het zit met die wet. Een der sprekers heeft ook gewezen op het grooter aantal krankzinnigen en dit in verband gebracht mei de slechte tijdsomstandigheden Procenlsgewijze is dit aantal echter niet zooveel grooter zegt spr. Mogelijk is die toename wel toe te schrijven aan de slechte tijdsomstandigheden, maar dan in anderen zin en wel in zooverre dal familieleden, die tot dusverre de verpleging bekostigden, dit thans niet meer kunnen doen. Mogelijk is hierdoor de toename verklaarbaar. Overigens is deze niet zoo groot. Thans bedraagt het aantal 2 per mille en vroeger was dit iets daar heneden. Verder werd gewezen op het feit. dat zooveel personen bij Armenzorg moeten aankloppen, die daar eigenlijk niet thuis hooren. Mogelijk dat deze kwestie wel spoedig wordt opgelost, wanneer hel nieuwe gebouw voor Armenzorg -in gebruik zal worden genomen. Wanneer dit zoover is. zal het spr. plezier doen. als hierin verandering kan worden gebracht. Aangeroerd in deze werd ook de stijging der kosten van het Armbestuur, waarbij men bij interruptie opmerkte, dat zulks misschien lag'aan de verminderde publieke liefdadigheid. Spr. kan hieromtrent verklaren, dat de particuliere instellingen van liefdadigheid in 1935 tegenover 1025 meer dan het dubbele uitkeerden. Tn 1925 bedroegen de uitgaven f-45.000, thans f-OR.OOO. Het B. A. keerde over 1025 uit f-337000 en thans f-603.000. Het mag dus een gelukkig verschijnsel genoemd worden dat men van de zijde der particuliere instellingen niet stil zit. Terugkomend op de nieuwe huisvesting van het Armbestuur, zegt spr.. dat het hem genoegen doet dat hierin verandering komt. want het is nondig en verdiend tevens. De wijze waarop het B.A. te werk gaat en de belangen behartigd worden, verdient een woord van lnf. De besluurders verrichten belangrijk werk en men heeft de garantie, dat menschelijkerwijs gesnroken, bet geld daar koml waar het noodig is. Met deze erkenlelijkhcidsbetuiging wil spr. zijn rede eindigen. Hierna is het woord aan den heer v. d. . VEN (weth.) die he- li °int met te verkla- I '•en, dat de beanti woording hem dit I 'aar al heel gemak- I 'relijk is gemaakt. De woorden van j erkentelijkheid tot i 3. en W. gericht, engt hij grootendeels over aan de akken van dienst, | met wie hij dageij ks voeling moet I houden. ü Wat de toestand van de Herstalschestraat betreft, en de daarover geuite klacht, kan hij mededeelen, , dat hij deze direct doorgegeven heeft aan den directeur van P. W. In hoofdzaak betrof het hier het schoonmaken van zinkputten, hetgeen inmiddels is geschied, zoodat de waterafvoer weer geregeld is. De Herstalschestraat, vooral zoolang daar over de zandaanvoer voor de spocroverbrugging plaats heeft, zal steeds spr's aandacht hebben. Ook de Lijnschestraat. waarvoor verbetering werd bepleit, zal in 1937 een beurt krijgen. Volgens de meening van den heer Zopfi, was aan P. W. geen architect noodig. Er moest een technisch ambtenaar bijkomen bij P.W., die daar inmiddels ook is benoemd en toen hebben B en W besloten, daarvoor een eerste kracht te zoeken, die tevens van architectuur goed op de hoogte is Hierdoor werd voorzien in een vacature vanaf 1932 ontstaan door het overlijden van den heer Ruygvoorn, zoodat hier geen sprake is van uitbreiding. De heer Janssens kan spr. nog mededeelen, waar deze het had over de niet-katholieiteit van ambtenaren bij P.W., dat bij de diverse bedrijven alhier slechts enkele andersdenkenden voorkomen. Bij het beoordeelen der sollicitatiestukken zal men echter toch ook rekening moeten houden met bekwaamheid en geschiktheid. Wat betreft het z.g. „afschuifsysteem" van bezoekers bij P. W. waarover de heer Janssens het had, wil spr. opmerken dat dit bij P. W. niet wordt toegepast. Voor inlichtingen moet men evenwel den juisten weg bewandelen, welkt spr. dan ook aangeeft. Den heer de Jong kan spr. zeggen, dat de Vernisstraat verbeterd zal worden. Ook werd aangedrongen op een versneld tempo van den wegenaanleg, dit heeft zeer zeker de aandacht van B. en W. doch spr. zet uiteen, waarom men in dez» dikwijls aan banden gebonden is, waarbij da begrooting een groote rol speelt. Spr. deelt vervolgens eenige cijfers me* over de oppervlakte van wegverhardingen, lengte trottoirbanden enz. In 1935 b.v. werd uitgevoerd een bestrating van 107.297 viert meter. Aan landwegen moet de gemeentt jaarlijks ruim 100 K.M. onderhouden. Wijl slechts op den minder gunstigen toestand van slechts enkele straten en landwegen it gewezen, mag men daaruit concludeeren, dat de toestand der verharde en onverharde we» gen in onze gemeente in orde is. De heer Arts vroeg of bij P.W. specialt uren kunnen worden vastgesteld voor inlichtingen van het publiek. Deze zijn reeds daar iederen Vrijdag van 11 1/2 tot 12 1/2 uur, waar spr. dan spreekuur heeft. ledereen kan inlichtingen krijgen, wanneer daartoe van te voren een verzoek is gericht. Inzake het onderhoud der rijwielen voor de politie, zegt spr. dat het hem niet gewenscht voorkomt, dat herstellingen van rijwielen der politie en ook anderen, anders dan door de brandweer geschieden. Van de bewoners van het woonwagenkamp, inzake het onderhoud hebben B en W nooit klachten bereikt, inzonderheid niet over het ontbreken der staldeuren. Steeds zijn B en W bereid eventueele maat regelen tot herstel, hoe kort van duur dit ook vaak blijkt te zijn, te treffen. Aangaande de noodzakelijkheid van kleine wijzigingen in de bouwverordening, komt het spr. voor, dat, wanneer door de Ver. van Architecten kan worden aangetoond dat dezt noodzakelijk zijn, B en W daartoe zeker bereid zullen zijn. Wat de bestrating met klinkers aangaat, dit is nog afhankelijk van de proefneming, elke nog gaande is. Met de beplantingen, aanleg plantsoenen en wat daarmede verband houdt rondom het Paleis Raadhuis zal binnenkort een aanvang worden gemaakt. Vta herstrating van de Lljnsheikestraat zal de eerste tijd wel niets kunnen komen, omdat deze straat sinds herstrating in '29 nog de tijd van het z.g. „bljzakken" moet doormaken, op welk bijzakken een tydsverloop Van acht of negen jaar gesteld is. Waar men voorts minder aangename opmerkingen richtte aan het adres van hoofdambtenaren van P.W., wil spr. opmerken dat het hier een bedrijf geldt, waarin het meestentijds moeilijk is partijen tevreden te stellen. Dit geldt evenzeer voor Bouw en Woning toezicht. Hij wil evenwel verklaren dat hoofd ambtenaren en ondergeschikten van die bedrijven alles in het werk stellen om aan verzoeken tegemoet te komen, mits de verzoeken niet in strijd zijn met wetten en vérordeningen waaraan zij zich moeten houden, den. Als men vaststaande feiten kent, dan doet men beter zich tot B en W te richten, zoodat deze een onderzoek kunnen instellen. Hiermede besluit de wethouder zijn rede. Het woord is dan aan Wethouder CYKEMANS, die :ijn erkentelijkheid uitspreekt /oor de welwillenie critiek, welke sleverd werd op et beleid van B n W. Allereerst ehandelt hij de /erkloosheid, waar ;ver begrijpelijker .vijze nogal veel gezegd is. In dit verband wil hij opmerken, dat op de iielft van dit jaar het grootst aan- tal werkloozen geboekt stondt, n.l. 5191 geheel en gedeeltelijk werkloozen. Sinds het intreden der devaluatie kwam er een vermindering want nu zijn er 3333; Of dit nu uit sluitend aan de devaluatie valt toe te schrijven, kan spr. zoo direct niet beoordeelen en ook niet onderschrijven. Want als men dè menschen wil gelooven, die het weten kunnen, dan moet de verbetering eerst over eenige maanden merkbaar worden. En juist de laatste weken hebben we weer eenige vermeerdering van de werkloosheid. Desniettemin blijft het te hopen, dat er over eenige maanden inderdaad vermindering zal komen van de werkloosheid. Als dat zal blijken het geval te zijn, zal het hem spijten dat men dan maar niet 3 jaar geleden reeds met de devaluatie is begonnen. Wanneer we over een jaar weer voor de begrooting zitten, moet, volgens de theorie der devaluisten, de werkloosheid geheel zijn opgeheven. Da heer Prins (RKSP): Dat zal afhangen van den internationalen toestand. De heel EYKEMANS (Wethouder): Ja, daar zal men zich dan wel op beroepen. Voortgaande zegt spr. dat de huidige daling der werkloosheid, hoof zakelijk te zoeken ia in de textielindustrie. Toch blijft het aantal werkloozen nog aanmerkelijk. Waar de heer van Pelt scheen te gelooven dat de aangekondigde steunverslechtering door den minister zou zijn teruggetrokken door de gevoerde agitatie, dan wil spr. daar als zijn meening tegenover zetten, dat de houding z.i. eet gelegen is in de devaluatie. Ook kan hij mededeelen, dat B. en W. zich onmiddellijk tot den minister gewend hebben met de vraag, waarom de verslechteringen t.o.v. de nieuwe werkloozen niet kunnen worden ingetrokken. Over het stempelen ia een motie ingediend door den heer van Pelt en verschillende raadsleden hebben zich daarvoor uitgesproken zegt spr,, maar zij zullen toch goed doen eerst de bezwaren aan te hooren, die E en W hiertegen hebben. B en W hebben n.l. bezwaren uit een oogpunt van behoorlijke controle. Deze controle is noodzakelijk en blijkt alle dagen opnieuw, door overtredingen enz, Zelfs als er 2 maal geteekend wordt en bovendien nog intens gecontroleerd, om verkeerde toestanden te voor komen, dan moet het toch duidelijk zijn dat de toestand bij 1 maal stempelen nog ernstiger kan worden, deze regeling bestaat reeds sedert 1920 en de organisaties hebben destijds er zelf om verzocht. Bovendien hebben we de stempellokalen zoodanig verplaatst, dat men niet zoo ver behoeft te gaan om zijn naam te zetten en uren duurt het zeker niet. Het teekenen gebeurt regelmatig en spoedig. De heer VAN PELT (SDAP) Maar er zrjn er die van Broekhoven naar het Volksgebouw moeten. De heer EYKEMANS: Dat ligt dan aan de organisatie. Ook begrijpt spr. niet waarom men dat 1 maal stempelen dan ook maar niet uitbreidt tot de ongeorganiseerden. In elk geval raadt hij af de motie van den heer van Pelt aan te nemen. Over de werkverschaffing wil hij zeggen, dat dit een moeilijk thema is, waarover de meeningen nogal uiteen loopen. Zoo zegt men b.v. dat het plan van het park aan de Ley te veel geld kost. De heer VAN PELT (SDAP) dat heeft niemand gezegd 1 , De heer EYKEMANS (Wethouder) beweert van wel. Een groote moeilijkheid blijft het vinden van goede objecten en daarom zou hij gaarne gezien hebben dat uit den raad goede objecten naar voren waren gebracht. Thans staan er 99 arbeiders in de werkverschaffing, waarvan er 62 werkzaam zijn aan de Ley Het ligt in de bedoeling dit laatste aantal op te voeren tot 140. Op het oogenbliK zijn nog eenige objecten in onderzoek onder Biest Houtakker. Het valt evenwel niet mee bij zoo een groote werkloosheid steeds nieuwe werken, die geschikt zijn voor werkverschaffing, te vinden. Dat bij het Leijpark, niet zooals aan de «poorwegverhooging, met machines zal worden gewerkt spreekt vanzelf daar het park geen Werkfondswerk is en de gemeente dus niet aan de daarvoor geldende bepalingen gebonden is maar de vrije hand heeft. Spr ontkent niet, dat verschillende gemeentewoningen er heel wat beter zouden uitzien als ze wat werden opgeknapt en dat dit ook wel eenige werkverruiming mede zou brengen. Er komt echter bij, dat de kosten daarvan moeten drukken op Woningbeheer en nu is het de vraag maar: Kan men het daar dragen? Het gaat niet op zoo maar wat aan de woningen te laten werken om werk te hebben want dan worden de huizen veel te duur Of B. en W. de bevoegdheid hebben aan pariculieren voorschotten te geven voor het uitvoeren van werken betwijfelt spr. De Meer-Werk-Actie heeft Inderdaad de belangstelling van B en W gehad maar men wist, dat zich hier te Tilburg een plaatselijk comité daarvoor interesseerde en nu wilde men het particulier initiatief niet opzij zetten. B en W stimuleerden het comité wel en verleenden er hun medewerking aan. Welk succes een en ander zal opleveren valt moeilijk te zeggen omdat elk resultaat van zoon actie niet direct aan de oppervlakte komt; een statistiek bestaat daarover dan ook niet. Het twee-voor-één-stelsel is ook niet zoo eenvoudig als het lijkt voor Tilburg. Werd het hier doorgevoerd dan is het gevaar niet denkbeeldig, dat de particuliere bedrijven kostwinners aan de deur zetten om daar twee Jonge krachten voor In de plaats te nemen. Dit bezwaar heeft de commissie er dan ook toe geleid om deze actie niet zoo sterk te entameeren Al die dingen zijn theoretisch heel goed bedoeld maar het blijkt steeds, dat de practische uitvoering ervan nog niet zoo eenvoudig is. Spr. houdt het nog maar het meest bij het practische werk in de Jeugd-werkplaats, die in het jaar van haar bestaan bewezen beeft, een zeer goede instelling te zijn. In het afgeloopen jaar hebben hier 401 jon gensgewerkt van welke er 169 vast werk hebben gekregen terwijl er 145 tijdelijk in het vrije bedrijf te werk werden gesteld. Bij die 401 is het slechts zeven maal voorgekomen, dat een jongen' door de leiding moest worden weggestuurd. Veertien zijn er uit eigen beweging weggegaan en thans zijn er nog 66 over. Hoeveel practisch de Tilburgsche arbeiders geprofiteerd hebben van werken, die de gemeente uitvoerde zooals b.v. het paleis valt moeilijk te zeggen. Aan 't paleis werkten, behalve het toesichthoudend personeel, Tilburgers doch of aan de in Tilburg gebleven leveranties een groot kapitaal ten bate van Tilburgsche arbeiders vertoond is valt te betwijfelen. Een hoop van aan Tilburgsche firma's gegunde meubelen werden buiten de stad gemaakt. De kwestie der vacantie-bonnen is geregeld door ministerieele circulaires, die de betrokken dienst steeds nauwkeurig uitvoert. Van de zijde der organisaties werd daarover dan ook nog nooit een klacht ontvangen, Wat het terugbetalen van f 10.— betreft door menschen, die aan de spoorverhooging f 20 zouden ontvangen, dit heeft de aandacht van B en W gehad. Die zaak zat zoo: de betrokken aannemer heeft de verplichting Tilburgsche arbeiders in dienst te hebben. Toen hij op een moment een tekort had aan een bepaald soort vrachtauto's welke in de gemeente niet te verkrijgen waren, heeft hij er eenige van Rotterdam laten komen, waarbij Ben W aanvankelijk niet beter wisten of hierop zouden Tilburgsche chauffeurs rijden. Men werd er echter attent op gemaakt dat dit niee het geval was. Toen heeft zich het feit voorgedaan, dat naast den vreemde chauffeur, voor den vorm, een Tilburgsche arbeider, die geen chauffeur was, gezet werd en deze kreeg z.g. f 20.— van welke hij er bij het einde der week echter f 10.— moest teruggeven. Zoodra dit bekend is geworden heeft men den aannemer verplicht wel degelijk Tilburgsche chauffeurs te nemen en als er nu nog twee naast elkaar mochten zitten dan zijn dat Tilburgers, die elk een vol loon hebben. Mocht het toch anders : ijn dan is het de schuld van de arbeiders zelf omdat zij daarvan geen kennis hebben gegeven. Aangaande het inhouden van steun na staking deelt spr. mede, dat ook de hierop betrekking hebbende ministerieele circulaire stipt wordt uitgevoerd. Overigens is het spr. niet duidelijk wat de heer Van Pelt eigenlijk precies bedoelde. Hij had graag gezien, dat deze zich wat klaarder had uitgedrukt. De heer TIMMERMANS (SDAP): We zijn toch over een circulaire bij TJ geweest. Wethouder EIJKEMANS (RKSP) Bedoelt U de Katoenspinnerij? Dat was daar een heel andere zaak. Het betrof hier twee vrouwen van werkloozen die bij de wilde staking betrokken werden. Hoewel haar werd gezegd dat zij onherroepelijk zouden ontslagen worden als ze mede-staakten — wat voor haar werkloosheid beteekende omdat men in Tilburg maar één zoon bedrijf heeft — hebben zij toch het werk neergelegd. Toen zijn ze ontslagen. Nu betrof het hier echter geen werkloosheid door staking maar werkloosheid door eigen schuld omdat men van te voren absoluut wist, dat men zonder werk zou komen. . Door deze omstandigheid hebben B. en VV. zich genoodzaakt geien de ministerieele circulaire toe te passen, welke zich bezighoudt met werkloosheid door eigen schuld. Het inhouden van loon van een arbeider welk geld later weer werd teruggegeven, is inderdaad voorgekomen. Het gold hier een zeer bijzondere kwestie. Men had nl. een arbeider 2e klas, bij wiens zoontje door dr. Postma besmettelijke ziekte was geconstateerd. Die arbeider verdiende zelf f 29 per week, terwijl hij ook nog een anderen zoon had welke wekeli,'k< fil inbracht, zoodat er een inkomen van f4O was. Van, 6 October tot en met 12 November is bet zoontje verpleegd in het ziekenhuis, waarvan de to: aalkoe en ad f 166.65_— welk bedrag ineens men voor dien arbeider nog al hoog vond — voldaan zü'n door het Burgerlijk Armbestuur, echter met de bjdoeüng dat de betrokken arbeider dit geld geleidelijk aan met f 1 per week zou terugbetalen. Die arbeider weigerde dit door o.p desbetreffende verzoeken niet eens te antwoorden. Toen heeft het Burg. Armbes.uur een vordering bij den Kantonrechter ingesteld, welke echter niet ontvankel^k'ï werd verklaard vanwege een fout, die een ambtenaar van het B. A. in de procedure gemaakt had. Het samenstellen van zoon vordering is trouwens ook niet het werk van zoon ambtenaar. Toen voor de tweede maal een vordering werd ingesteld werd die eveneens niet ontvankelijk ve kaard, wat begrijpelijk is als dit den eersten keer al reeds geschied was. B. en W. meenden dat het toch niet opging, dat iemand met een inkomen van f4O per week de kosten het B. A. zou laten dragen en daarom bebben zij op het loon van dien arbeider f 5 per week h.ten inhouden. Door de tussobenkomst van dé organisatie v an den heer v. Pelt heeft de Minister later echter bij B. en W. aangedrongen, dat voorschot niet terug te vorderen en B. en W. hebben toen het reeds ing-choudene teruggegeven. Aangaande een aparte steunregeling vo~r Middenstanders zegt spr., dat er inderdaad middenstanders bestaan, die hef? zéér hard te verantwoorden hebben. Sommigen vragen om in de werkverschaffing of den steun te worden opgenomen wat wel bewijst hoe hoog de nood gestegen is. Geen van beide gaat echter, maar die menschen naar het Burgerlijk Armbestuur zenden doet spr. toch ook nooit graag. Daarom dan ook zou hij het op hoogen prijs stellen indien Den Haag een aparte steunregeling voor mTddenstanders in het leven riep. Momenteel helpt wel de Commissie voor Bijzondere Nood en, maTar deze is geen Crisis- Comité en beschikt over veel minder midoeren. Daarom wil hij de Tilburgsche ingezetenen opwekken om deze Oommissie zooveel mogelijk te steunen. Intusschen wordt er door de Kamer van Koophandel ook gewerkt aan 'n Borgstel- 'j lingsfond's voor den Middenstand. Spr. heeft ernstige pogingen gedaan om ook zoon borgstellingsfonds te krijgen voor arbeiders, die , niet voor steun in aanmerking komen omdat j JBrJ nog wnt werken. Hij hoopt hierin te Buf - len slagen en dat straks de raad daaraan dan ook zijn medewerking zal willen geven. De rang van klerk aan het abattoir achten B. en W. than® niet noodig terwijl er momenteel evenmin aanleiding bestaat om de salarieerinig van den boekhouder van Publieke Werken en denzelfden functionaris van de lichtbedrljven op één lijn te stellen. Overigens zou Den Haag daartoe ook geen toestemming geven. De opmerking van den heer Smits, dat deze bet een schande vindt, dat B. en W. de salariskorting zoolang hebben tegengehouden, heeft spr. gefrappeerd. Als het aan B. en W. had gelegen was er die korting heelemaal niet gekomen. Het ergste is echter, dat men B. en W. daarvan een verwijt maakt. Indien B. en W. niet binnen den in de circulaire van den Minister vastgestelden termijn -net de korting zijn gekomen, dan had de heer Smits daarover destijds een interperatie moeten houden, maar toen de eigenlijke voor aan de orde kwamen weigerde de heer Smits mede, die voorstellen in bespreking te nemen. De heer SMITS, RKZF: Omdat ik de overtuiging bezat, dat — als het aan den Minister werd overgelaten — die 5 pet. er toch wel zouden komen! Waar de heer Smits zoo gehandeld heeft ontzegt de heer EIJKEMANS Wethouder) R.K.S.P., hem thans in elk geval het recht om B. en W. te verwijten, dat zij niet eerder met die verlaging kwamen. Met den wensch van het tewerkstellen van werklooze ambtenaren bij verkiezragsweikzaamheden zal rekening worden gehouden. Hierna is het woord aan WETH. MR. SCHEIDELAAR (RKSP, die begint dank te brengen voor de wel willende woorden aan het adres van 3. en W. gericht. Wat de schoolvoeding betreft zegt spr., dat B en W. aan de hoofden van openbare scholen verzocht hebben de ouders der kinderen ap die schoolvoeding te wijzen wat tot gevolg heeft gehad, dat nu door 19 leerlingen van openbare scholen van die gelegenheid gebruik wordt gemaakt. Spr. merkt echter op, dat het verkeerd is te meenen — zooals de heer Van Pelt doet — dat scboolvoeding en kleeding bij de school behoort. Dit is taak van de liefdadigheid. De liefdadigheidsinstellingen organiseeren dan ook inderdaad dit werk en niet de bijzondere scholen. Deze laatste verleenen alleen in zoo verre tusschenkomst, dat zij er de ouders op attent maken welke kinderen voor die voeding in aanmerking komen. De schoolvoeding is momenteel in 6 Parochies georganiseerd en er wordt door bijna 1000 kinderen gebruik van gemaakt. De gemeente stelt hiervoor aanmerkelijke sommen beschikbaar. In 1932 werd er aan uitgegeven f 6819.— voor 45464 maaltijden aan 422 kinderen, in 1933 f 8686.— voor 57913 maaltijden aan 505 kinderen in 1934 f 8430.— voor 55783 maaltijden aan 459 kinderen, in 1935 f 13945.— voor 92973 maaltijden aan 998 kinderen en in het voorjaar van 1936 loopende van Januari tot Paschen f 11.490 voor 76.603 maaltijden aan 991 kinderen. Er kan worden aangenomen, dat over dit jaar voor f 20.000 zal worden beschikbaar gesteld. B en W doen alle moeite om ondervoeding te voorkomen doch spr. wil daarbij opmerken, dat ook vroeger ondervoeding voorkwam, welke dan geen gevolg was van gebrek aan voedsel maar gebrek aan oordeelkundige voedingen. In verband hiermede valt het toe te juichen, dat van de laatste jaren gegeven cursussen voor eenvoudig en goed koken door 1500 vrouwen gebruik is gemaakt. Van tandheelkundige verzorging bij school kinderen zijn B en W principieel voorstanders doch de kosten daarvan zijn zóó hoog, dat er momenteel niet aan te denken valt. De G.G. en. G.D. kan zich daarmede niet inlaten wijl de huidige outillage daarvoor niet voldoende is. Waarom B en W cursussen voor den Middenstand b.v. in warenkennis niet zouden steunen ziet spr. niet in maar alvorens daartoe wordt overgegaan zal men toch eerst een subsidie-aanvrage moeten ont vangen. Hierbij zal dan ieder geval afzonderlijk bekeken worden. Een gemeentelijke verplaatsbare kiosk verdient volgens spr. geen aanbeveling. Kosten van aanschaffing, opbouwen en afbreken komen nogal hoog terwijl er betrekkelijk weinig gebruik van zal gemaakt worden. Overigens bezit de gemeente voldoende vaste kiosken. Bij woningbeheer wordt, wanneer het Middenstandswoningen betreft, wel gebruik van makelaars gemaakt doch toen een makelaar aanvroeg om zijn plaatje aan een woning te mogen spijkeren heeft men dit verzoek moeten weigeren omdat dit recht dan aan alle makelaars zou moeten geven en dan zouden er wel eens te veel plaatjes komen. Met particulieren is dat anders, die behoeven niet méér, makelaars te nemen dan zij zelf wenschen. Tot verlaging van de huren van gemeentewoningen over de geheele lijn bestaat volgens B. en W. geen aanleiding, zeker niet meer na- de wijziging van de monetaire politiek, die aan de huurda'ing een einde maakte. Men wil de thans bestaande huren toetsen aan die van de particuliere huizen, hetgeen de minister ook wenscht. Tilburg moet er volgens spr. daarbij echter rekening medehouden, dat hier de basis van de particuliere huren niet volkomen betrouwbaar is, wijl sommige particuliere woningen door. het groote woning-overschot te Tilburg zeer sterk verlaagd zijn. Geheel naar de particulieren zal men zich dan ook niet kunnen richten. Thans is voor de huurverlaging een voorstel in verren staat van voorbereiding, 't Totaal bedrag der verlaging zal f 8000 bedragen. Hiervan gaat af f 2000.— op de Woningwetwoningen, zoodat er f 6000 ten laste van de gemeente komt. Een betere verhuurbaarheid hoopt men echter niet zoo zeer van de verlaging dan wel van het minder worden van het woningoverschot in Tilburg, dat te constateeren is. Als thans elk gezin in een afzonderlijk huis woonde zou men al haast van een woningevenwicht voor Tilburg kunnen spreken. Naar aanleiding van de vraag hoe B. en W. ¦staan tegenover woningen en het daarin geinvesteerde kapitaal geeft spr. Tee, dat het inderdaad wenschelijk zou zijn indien de gemeente zich voorfeen deel van haar enorm groot woningbezit ontdeed. Wijl dat echter niet gaat zonder enorme verliezen te lijden toestaat daartoe nogi geen aanleiding, zooals spr. nader ulteemet, waarbij hij de meening uitspreekt, dat men b.v. over een twintig-tal jaren practisch hetzelfde zal hebben bereikt, als wanneer men nu het kapitaal-bezit, dat in de woningen zit, zou realiseeren. Moderniseering der woningen is niet zoo eenvoudig als het w^l lijkt. Dit zou minstens f 500 per woning kosten en zoon bedrag kan men niet op de huur inhalen. Dit wil echter niet zeggen, dat men de Bouwvereenigingen niet ter wille zou kunnen zijn met kleine verbeteringen. Met de moderniseering van de buizen in de Nazarethstraat heeft men echter weinig succes geboekt. De gemeente zit trouwens ook niet met ouderwetsche woningen te kijken maar juist met de moderne, die men van particuliere bouwmaatschappijen heeft moeten overnemen. De Onderhoudebelasting kon, naar B. en W. tot heden meenden niet in de rekening van Woningbeheer worden opgenomen, dech naar spr. later gebleken is ware er misschien toch nog wel een weg te vinden om er dit bij het rijk door te krijgen. Spr. stelt zich daarom voor deze zaak nog eens in het college te bespreken. Wat de jeugdige badmeesters bij het Zwembad betreft zegt spr. dat het prestige niet afhangt van tien leeftijd maar van de wijze van optreden. Daarover heeft men geen klachten gehoord doch B. en W. willen hiernaar nog wel eens informeeren. De heer MOELANDS (S.D.A.P.): Moet een jongen van 18 jaar bij de damesafdeeling staan? De heer SCHEIDELAAR (R.K.S.P.): Ik dacht, dat daar een badvrouw stond. Spr. zal in elk geval zijn aandacht aan deze zaak vrijden. Dat de exploitatie-rekening van het badhuis aan het Paduaplein er beter uitziet dan die van het badhuis aan de Julianastraat kan spr. niet toegeven, het verschil van beide is te miniem om in aanmerking genomen te worden. Moest de rekening van het Paduaplein op dezelfde manier worden opgezet dan die van de Julianastraat dan zou men bij het eerstgenoemde badhuis voor een groot tekort komen. Het afboeken van de reserve van de Hypotheekbank komt spr. niet gewenscht voor. Wat de stadsgehoorzaal aangaat, zegt spr., dat er in de stad een commissie is opgericht, welke zich ten doel stelt tot zoon gehoorzaal te komen. Men heeft zich gewend tot de drie sociëteiten Philharmonie, Nieuwe Koninklijke en de „Souvenir" terwijl een bespreking heeft plaats gevonden met B. en W. welken in het streven der commissie hun medewerking hebben toegezegd. Over de spelling heeft spr. inderdaad gelezen, dat de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen er nog niet aan denkt tot de nieuwe spelling over te gaan. De heer PRINS (R.K.S.P.): Dat is een verstandig man! De heer SCHEIDELAAR (Wethouder R. K. S. P.): Die doet als wij, houden wat hij heeft. De heer Prins vraagt echter om verandering! Een nieuwe wijziging in Tilburg zegt spr. zou niet anders kunnen dan dat men v/eer terug ging naar De Vries en Te Winkel hetgeen moeilijker is dan te houden wat men nu eenmaal heeft. Overigens staat het toch wel vast, dat al moge de spelling Marchant er niet in haar geheel komen de kern ervan op den duur toch vspl zal worden doorgevoerd. Hierna Is het w a den VOORZITTER mi ven \Kjyjtx&ii ijajK. MR. DR. F. VONK DE BOTH. Deze begint met er 'rijn leedwezen over uit te drukken, dat Ie heer Lepelaars in le vorige vergadering in zijn betoog niet den goeden oon heeft weten te bewaren, die tot heden altijd in de raadszaal heeft geheerscht. Spr. heeft zich in het verleden in verschillende toespraken daarop altijd kunnen beroe- pen, en daarom spijt het hem zóó, dat die goede toon gisteren volkomen is teloor gegaan. Spr. hoopt, dat de heer Lepelaars — gelukkig behoeft hij dat tot geen ander lid te zeggen — zich voortaan zal kunnen bedwingen en de diverse zaken op een behoorlijke wijze behandelen zal. Spr. heeft hem laten doorspreken omdat het geen ernst maar eenvoudig een vermakelijkheid was en de raad er zich mede amuseerde. Hij hoopt echter ernstig, dat de goede stemming niet meer zal verstoord worden door personen, die nog zoo betrekkelijk kort in den raad zitting hebben. (Bewijzen van instemming door verschillende raadsleden). Dankt brengt spr. vervolgens voor de door andere leden tegenover de gestes van B. en W. ingenomen houding, die er een van welwillendheid was. Bij het beschouwen van de begrooting stelden de meeste leden zich op het standpunt, dat de financieele toestand treurig was en dat het verschrikkelijk is, dat men moet komen tot een aanmerkelijke verhooging van de Personeele- en Gemeentefondsbelasting. De meeste leden hebben het hierbij gelaten. Slechts enkele hebben zoodanig gejeremiaad, dat men in hun betoog een zacht verwijt aan het College kon voelen al werd het dan ook niet uitgesproken. Omdat er buiten den raad nogal menschen zijn, die denken, dat het college van B. en W. roekeloos is geweest met het doen van voorstellen tot het uitvoeren van werken en dat dit de oorzaak zou zijn van den „Faillieten boedel", stelt spr. er thans prijs op te verklaren, dat die menschen verkeerd zien en dat de toestand op een andere wijze zóó geworden is. Om dit duidelijk te maken wil spr. een vergelijking trekken. Veronderstel er is een particulier zakenman, die zijn zaak altijd op een uitstekende wijze heeft behartigd en drijvende heeft weten houden. Nu komt er plotseling een dief in den nacht en die steelt een paar ton uit de brandkast. Zal men nu dien zakenman verwijten, dat zijn financieelen toestand niet goed meer is? Welnu, zoo ook staat het met de gemeente. De crisis was voor Tilburg als een dief in den. nacht, eenerzijds ontnam zij de gemeente een deel van de vroeger in dè kas vloeiende belastinggelden en met de andere hana beroofde zij de gemeente door hooge kosten voor werkloosheid en armenzorg. Nu zitten we voor groote rn/ieilijkheden, wat echter nog niet wil zeggen voor een debacle. Spr. ziet den toestand van heden als een van tijdelijken aard en gelooft in betere tijden. Zijn destijds gedane voorspelling is er niet zoo ver naast geweest want we zijn nu inderdaad weer aan het teruggaan naar normale tijden. Volgens hem bevinden we ons thans op de helft van den weg, die naar den vasten bodem afdaalt. Ook een verblijdende mededeeling kan spr. doen n.1., dat de Minister blijkens de Memorie van Antwoord aan de Ilde Kamer is teruggekeerd op de circulaire van 11 Augustus, wat beteekent, dat aan gemeenten zal worden uitgekeerd een subsidie voor werkloosheidskosten, dat gebaseerd is op de werkelijke kosten der werkloosheidsvoorziening in 1937. Dat beteekent voor Tilburg een lastvermindering van f 184.000 zoodat de extra-bijdrage, die men uit het Werkloosheids:subsidiefonds aanvankelijk moest vragen, met deze f 184.000— verminderd en tot f 251.000 kan worden teruggebracht. Op zijn voornemen om bijdragen uit het Fonds te verschaffen tegen een rente is de Minister echter niet teruggekomen doch de mogelijkheid bestaat wel, dat de rente lager dan 3 pCt. wordt gesteld omdat dit percentage nog vóór de depreciatie is vastgesteld. Naar aanleiding van de gestelde vraag, wat voor de gemeente de gevolgen zijn van het aanvragen van een extra-bijdrage uit het Werkloosheidssubsidiefonds deelt de voorzitter mede, dat dit o.a. beteekent, dat de begrooting nu door Den Haag scherp bestudeerd wordt en dat de mogelijkheid bestaat, dat verschillende posten moeten verminderd worden. Spr. zou niet weten welke dit konden zijn maar de mogelijkheid is toch in elk geval aanwezig. Mèn heeft dus weer wat meer zeggmgsehap verloren. Het opvoeren van de opcenten op de Personeele Belasting tot 200 en die van de Gemeente Fondsbelasting tot 75 is een „conditio sine qua.non" om voor de extrabijdrage in aanmerking te komen. Derhalve kan er geen sprake van zijn die 200 opcenten niet te heffen. Degenen, die meenen, dat zulks wel het geval is moet spr. dus een illusie ontnemen. Uit bovenstaande — aldus spr. — blijkt ook al reeds, dat men er waarlijk niet op behoeft te staan, dat de gemeente eerder een extra bijdrage had moeten zien te krijgen. Immers dan had zij ook van dien tijd af reeds de 200 en 75 opcenten moeten heffen. Ti'burg heeft daar zoolang buiten gekund, op de eerste plaats omdat hier een'zuinig beheer gevoerd wordt, verder wijl men over een Fonds der Gewone Middelen beschikte. Zoo kon tot heden een aanmerkelijke belastingverhooging worden tegengehouden. Spr. zet de beteekenis van dit Fonds der Gewone middelen, dat ontstaan is zooals fie heer Prins in zijn betoog geschetst heeft, in den breede uiteen en komt daarbij tot de conclusie, dat — dank zij dit Fonds — is voorkomen, dat de schuldenlast der gemeente al niet veel eerder twee millioen hooger geweest is. Dat Fonds was als men het beziet in een heel complex van begrootingen een buitengewoon groot voordeel en het heeft geleerd hoe nuttig het is in tijden van hoogconjunctuur wat te verzamelen voor slechtere tijden. Daar het inmiddels reeds tien over half elf geworden is breekt spr. zijn rede af om die heden avond ies uur weer te vervolgen. KOLEN WETH. v. d. MORTEL WETH. v. d. VEN. EYKEMANS WETH. SCHEIDELAAR DE BURGEMEESTER. ---