Brieven uit België. Brussel, 15 Februari. Toen de comedianten van zijne majesteit Lodewijk XVI in tegenwoordigheid van het hof en van de stad la noce de Figaro opvoerden, het meest vermetele stuk dat tot op dien tijd op het tooneel was gebracht, schaterden het hof en de adel van het lachen, en het publiek, het volk. lachte ook, maar zijn lachen had iets gedwongens, iets zenuwachtigs, waarvan men eerst later de beteekenis kon begrijpen. Slechts weinige jaren waren voldoende om dit' lachen te smoren, — weldra dftrfde in geheel Frankrijk niemand meer lachen! Ik weet niet hoe ik, toen ik heden den afgevaardigde van Turnhout, den heer Coomans, hoorde spreken, herhaalde malen dacht aan dat zoo spoedig in tranen veranderde lachen, dat door don horlogemakerszoon Beaumarchais werd opgewekt, die aan de Fransche republiek, toen nog in de opkomst, geduchter wapens verschafte dan hij aan de Vereenigde Staten voor hunnen onafhankelijkheidsoorlog geleverd had. — Maar ik bedrieg mij; ik kan toch wel eenige verklaring voor die opkomende gedachten vinden. Met lachen worden ook de heftige en edelmoedige protestaties begroet die de heer Coomans slingert tegen de conscriptie, die hatelijke bloedwet, en tegen het militarisme, do moderne minotaurus, welke alleen mannen verslindt, terwijl die van de oudheid, voor de helft van zijn rantsoen ten minste, zich nog met meisjes vergenoegde. Met lachen wordt ook door de ministers geantwoord op het verschrikkkelijks requisitoir van den afgevaardigde van Turnhout, waarin hij die noodlottige conscriptie voorstelt als geheel drukkende op de armen, terwijl de rijken zich, hetzij door geld, hetgeen voor hen niets is, hetzij door begunstiging, van deze verschrikkelijke bloedbelasting bevrijden kunnen; met lachen hooren ook de afgevaardigden der rechter- en linkerzijde de beweringen van den heer Coomans aan, die hun met a -f- b bewijst dat het verlof dat zij voor miliciens vragen en verkrijgen inderdaad slechts verkregen wordt ten koste van andere ongelukkigen die men in plaats van de begunstigden onder de wapens roept; met lachen antwoordt men op de ontboezemingen van rechtmatigen afkeer van den afgevaardigde der rechterzijde van den oorlog en de veroveraars, maar het is er verre af dat het lachen op de publieke tribune weerklank vindt. Men moet zien hoe het publiek hijgende, en als het ware aan de lippen van den redenaar hangende, de uiteenzetting zijner denk beelden volgt, hetgeen echter niet altijd gemakkelijk is. Die lieden lachen er volstrekt niet om, maar zij krijgen hunne eigene indrukken en maken opmerkingen, die haar weg door geheel België zullen vinden. Laat het ministerie door zijn orgaan I'Echo du parlement, die dappere voorvechter, die zich niet ontziet om den heer Coomans als den coq de la bnyere te behandelen, vrij beleedigen, het publiek herhaalt toch die origineele waarheden die van de tribune gezegd worden, en het zegt den heer Coomans na, dat de conscriptieeene schandelijke wet is en dat de fortificatiën van Antwerpen thans reeds een last voor België zijn, evenals de olifant het was voor dêngeen die hem in de loterij getrokken had. Maar in de kamer is het nu eenmaal uitgemaakt dat de heer Coomans geen ernstig man is. De heeren Prudhomme & cic vinden dat hij te geestig is. Zij willen diepzinnige uitdrukkingen, plechtige verklaringen, — diepzinnige, zooals de heer Frêre-Orban er eergisteren nog gemaakt heeft, terwijl hij de hand reikte aan het geweld, mits het hulp en steun aan het ministerie verleene. En — bewondert ge niet deze treffende overeenstemming? — dc heer Barthelemy Dumortier, de onstuimige catholiek, heeft heden de theoriën van den heer Coomans verzaakt, bijna de uitgestoken hand van Frère-Orban aangenomen, en met al de kracht zijner longen uitgeroepen dat het slechts door het staal en het bloed is datmen het vaderland behouden heeft. Een treffend axioma, dat voor deze gelegenheid aan den beer von Bismarck ontleend was! Zio, zoo ver is het reeds met ons gekomen. Het schijnt namelijk dat die plotselinge genegenheid van den heer Dumortier voor het ministerie eerst sedert eenige dagen ontstaan is. De koning, zegt men, liet den afgevaardigde van Roulers in zijn paleis komen en zeide tegen hem: „Gij kunt er zeker van zijn dat men onder dit ministerie het wetsvoorstel opde kerkelijke goederen niet in behandeling zal brengen, dat men evenmin het besluit van Messidor zal intrekken, en,dat men nog minder de wet van 1842 op hot lager onderwijs zal herzien." Dit kunt gij gerust aan uwe politieke vrienden vertellen, voegde de' koning er bij. De heer Dumortier liet zich dit niet tweemaal zeggen; da heer Frère-Orban kan er zich op beroemen dat hij de oude rechterzijde overwonnen heeft. In tegenstelling hiermede heeft de neo-catholieke partij, door middel van het orgaan van den heer Alphonsc Nothomb, heden zoowel aan hare vrienden van de rechterzijde als'aan het ministerie bekend gemaakt dat zij haar reformistisch programma flink en ferm wilde handhaven en de verandering der kieswet eischen zou. Met het oog op dit alles had het liberale blad le Journal de Charleroi immers aanleiding om het volgende te schrijven: Er bestaat plan om het programma van het liberale congres te Brussel op den grooten vastendag van het carnaval van 1868 to begraven. Dé jesuiten zullen de lijkstatie van dezen verstoorder gedurende 26 jaar van de publieke rust voorafgaan. De eerwaarde heer Hijmans, lid van de tweede kamer en redacteur van de Echo du parlement, bestemd om dc leider dezer plechtigheid te wezen, heeft deze vrome betrekking wel willen aannemen." Aan de zaak tusschen de heeren Couvreur en Hijmans wordt geon verder gevolg gegeven. Het is hier weder, even als in vele andere zaken: much ado about nolhing. Dezen avond is het groot feest, soiree musicale, bal en souper, bij den heer Berhardy, den directeur van de Indépendance Beige. Er zijn voor dit feest, dat allerprachtigst wezen zal, 800 a 1000 uitnoodigingen gedaan. Het schijnt dat de heer Berhardy onder anderen ook eene invitatie gezonden had aan den prins de Ligne, die ze hem echter teruggezonden heeft. De prinses de Ligne is eene Poolsche. Hoe zou nu de prins hebben kunnen aannemen? De prinses is eene Pöolsehe, zooals ik zeide; kon zij nu deelnemen aan een feest waarvan Rusland de kosten draagt? --- Hanbelsberichten. Meekrapprijzen. Rotterdam 17 Februari. Bij te hoogen vraagprijs was de handel beperkt. --- Graanmarkten enz. Amsterdam 17 Februari. Raapolie op 6 weken ƒ 37. Lijnolie op 6 weken ƒ361- Rotterdam 17 Februari. Haver was heden 10, koolzaad 20 cent hooger. Axel 15 Februari. Tarwe ƒ13.05 a ƒl4.—; rogge ƒ 10.75 a ƒ11.10; wintergerst ƒ7.45 a ƒ7.70; zomergerst ƒ6.90 a ƒ7.35; haver ƒ4.55 a ƒ4.85; paardenboonen ƒ8.40 a, ƒ8.75 duivenboonen ƒ8.85 a, ƒ9.35; bruineboonen ƒ 11.65 a ƒ 12.35; groene erwten ƒ 8.65 a ƒ 9.35; gele dito ƒ 8.40 a ƒ 8.85; grauwe dito ƒ 7.95 a / 8.85. --- Prijzen van effecten. Amsterdam 17 Februari 1868. Nederland. Certific. Werkelijke schuld . . 2!r pet. 53J dito dito dito .. 3 „ 63fV dito dito dito .. 4 „ 84£ Aand. Handelmaatschappij . . 4.^ „ — België. Certificaten bij Rothschild . .2' „ 54J Rusland. Obligatiën 1798 1816 5 „ 91 \ Certific. Hope &Co 4 "„ 61J Oblig. dito 1855, 6e serie 5 „ 71 ft dito dito Leening 1860 41 „ lli dito ƒlOOO 1864 5 „ 84H Certificaten 6 „ 40| Aand. spoorweg 185} Oblig. / 1000 1866 5 „ 84J- Loten 1866 5 „197 Polen. Schatkistobligatiën 4 „ 60f Oostenrijk. Obligatiën metalliek 5 4614 dito 1847,1852 2J „ 23s dito rente Amsterdam 5 661 dito fr. 500 1865 „ 64J dito nationale 5 „ 53 Bankactiën 3 „ 718 Italië. Leening 1861 5 „ — Spanje. Obligatiën 3 thans 2J „ 36 ft AmortisaWe schuld — Portugal. Oblig. 1856—1862 3 „ 39i Griekenl. dito (blauwe) 5 12 Turkije. dito (binnenl.) 5 " 31 f^ Amerika. dito Vereenigde Staten (1882) 6 " 75 ft dito Illinois 7 „ 82 Jdito St.Paul&Pac.Spw.2esec. 7 „ 504 dito AtLGr.W.Spw.Ohio sec.(p) 7 „ 481 dito dito geconsolideerde . 7 „ 241} dito dito debentures .... 8 „ 27 i Brazilië. dito 1852/63 41 „ — dito 1865 5 „ 71* Mexico. dito 3 „ 15ft Grenada. dito afgestempeld 4J „ — Venezuela, dito 2 „ — --- Weldadigheid. Middelburg, 17 Februari 1868. DIAKENEN der Nederduitseh hervormde gemeente alhier vermelden met dankzegging de ontvangst deivolgende giften op Zondag 16 dezer, ter Nieuwe kerk voormiddag ƒ1 in een pakje met het opschrift: „Diaconie-Armen;" Koorkerk, van S. M. ƒ8.50, alsm.de een pakje met het opschrift: „Voor den tachtigjarigen Feesteling achter de Stoomhoutzaagmolen," 't welk aan dien Persoon is ter hand gesteld, Diakenen voornoemd, A, J. VAN DEINSE Jr., Voorz. . A. E. VERWIJS, Secretaris. --- Söucrtmttrn. --- ALGEMEEM JAARLIJKSCHE YERGADERIM DER §chippersverceniging SCHUTTEVAEII, giehouden den 30 Januari jl., in het Logement de VEENHOOP te SMILDE. Eene talrijke opkomst van Commissarissen en Leden getuigde ook nu weder dat het nut dezer Vereeniging door allen zoo goed begrepen wordt en moeite noch kosten worden ontzien om op de Jaarlijksche Vergadering tegenwoordig te zijn, om alzoo ook een steen aan het groote gebouw mede aan te brengen. Met genoegen merkte men onder de opgekomene hooggeplaatste mannen in de maatschappij, waaronder éen wiens naam slechts te noemen genoegzaam zal aanwijzen het nuttige dier vereeniging, wij bedoelen den Heer OLDENHUIS GRATAMA, Lid van de Tweede Kamer der Staten- Generaal, die telken jare zijne hooge belangstelling toont door de vergadering niet alleen bij te wonen, maai ook het bestuur met raad en daad bijstaat en de Vereeniging daardoor veel aan dien edelen man heeft te danken en brengen wij hem ook bij deze daarvoor openlijk onaen hartelijken dank toe. Nadat do Vergadering door den president geopend en de notulen der vorige vergadering voorgelezen waren, maakte de heerW. J. SCHUTTEVAER, President der ve*gadering, bekend, dat hij hoofdzakelijk om zijn vergevorderden leeftijd het in het belang der Vereeniging noodig had geoordeeld voor zijn post te bedanken. Dat zoo onverwacht besluit bracht een panischen schrik in de vergadering, hetwelk duidelijk op ieders gelaat te lezen stond, daar toch de man, naar wiens naam de Vereeniging zich noemt, als de oprichter dier vereeniging algemeen bekend is. 's Mans waarde en bekwaamheden te schetsen daarvoor zoude onze pen te zwak zijn en aan 's mams waarde tekort doen, en wilden wij feiten opnoemen, w$ zouden slechts eene flauwe schets van dien edelen grijsaard kunnen wedergeven, daar wij hem beschouwen als een man wiens wederga in den koophandel en binnenscheepvaart ons moeilijk zoude vallen een tweede voorbeeld aan te wijzen. Missen wij hem als uitmuntend voorzitter van onze vereeniging, wij wenschen van harte dat hij noch menig jaar als nuttige mede-bestuurder der Vereeniging met raad en daad mag bijstaan. Daar het noodig is bij algemeene vergaderingen eenen voorzitter te hebben, zoo ging de vergadering op voorstel van den heer SCHUTTEVAER onmiddellijk over, een nieuwen voorzitter te benoemen, en werd met algemeene stemmen benoemd, de heer W. U. DE JONG VAN BOLSWARD, die op aandrang en na door den heer SCHUTTEVAER diens hulp en medewerking te zijn beloofd, die moeielijke betrekking voorloopig aanvaardde. Vervolgens werden de werkzaamheden voortgezet en menig voorstel tot verbetering gedaan, als betonningen, doorgraving van den dam bij Bameveld tusschen Friesland en Drenthe, voorstel tot verbetering der schutsluis te Zwartsluis, verzoek om een Havenmeester en het plaatsen van Dukdalven buiten de sluis te Gouda, aandrang tot verbeteringen der kribben op het Zwolsche diep en nogmaals het oog te houden op de afdamming bij Schellingwoude en zooveel doenlijk toe te zien op de onmenschelijke behandeling bij redding van schepen en mensehen te Enkhuizen, waar toch doorgaans met geld moet opgewogen worden voor dat men er toe overgaat om te redden en biedt men den redders of liever de op buit loerende schippers geen geld genoeg, dan laat men schip e» bemanning in den steek niettegenstaande de redding mogelijk was, en kunnen zij (menschen) aanzien dat niet alleen schip en lading maar ook hunne broeders of zusters daar in de golven worden begraven, en nog menig belangrijk voorstel, te veel om hier op te noemen, werd in het midden gebracht, zoodat het bestuur zich weder een ruim veld tot nuttige werkzaamheden geopendzag. De vergadering werd aangenaam verrast door een schrijven dat de voorzitter mededeelde ontvangen te hebben van de nieuw opgerichte afdeeling te Middelburg, en van de feesten in het vorige, jaar aldaar gehouden» en waarbij de Vereeniging Schiittcvaer op zulk e^ne waardige wijze werd vertegenwoordigd, en van b«re werkzaamheden ten algemeene nutte, zooals het verbeteren van betonningen en, lichten, dat zoo zeer in'het belang der scheepvaart en ook des koophandels is, en toonde deze afdeeling het doel der Vereeniging ten voMe te. begrijpen, en gaf alzoo een navolgenswaardig voorbeeld aan alle aljdeelingen, waarop na afloop dor werkzaamheden de voorzitter de vergadering sloot. Nu plaatste men zich aan een vriendschappelijk***!, maaltijd, waar men weder aanzat onder aangenaajenkout en menigen feestdronk uitte, waarvan de eerste op ónzen geëerbiedigden Koning-, en verder allen den bloei en welvaart onzer Vereeniging ten doel hadden, waarna van elkander afscheid nemende allen overtuigd waren nuttig bij elkander te zijn geweest. Ten slotte nog een enkel woordje. Wenschelijk wajfi. het dat zulk eene maatschappij moor ondersteuning voftó in ledental ook bij den hatfdelstand, daar ook zijne beJangen gelijken tred met die der scheepvaart houden, opdat zij daardoor sterker in stoffelijke middelen geworden zijnde, nog uitgebreider werkkring kan aannemen. De contributie toch is zoo laag gesteld dat zulks geen bezwaar kan opleveren, als zijnde slechts ƒ1 per jaar. Een ieder weldenkende die lid van onze nuttige vereeniging wenscht te worden, vervoege zich bij H. J. DOMENIE. H.. J. DRONKERS en: J. J.. BALLET te Middelburg, Zoo ook bij iederen commissaris in andere provinciën. UITNOODIGING. STEMGERECHTIGDE LEDEN der Nederd. Herv. Gemeente alhier, die zich wenschen te houden aan de leer dier Kerk, worden uitgenoodigd tot eene bijeenkomst in het Schuttershof, op Dinsdag den 18 Februari, des avonds te 8 uren, tot bespreking van een teer gewichtig onderwerp. EENIGE LEDEN DER GEMEENTE. - . , MUZIEKGEZELSCHAP: „UIT KIft'STLIEFDE." De GEWONE BIJEENKOMST op Donderdag 20 dezer zal niet plaats hebben, maar gehouden worden Donderdag den 27 dezer maand. J. FAX BROUWER, Secretaris. SPAARBANK. Het VERSLAG omtrent den toestand en de Werkzaamheden der Bank over 1867 is ingezonden aan het Bestuur van het Departement Middelburg der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Uit dat Verslag blijkt dat de Spaarbank voortdurend een gewenscht vertrouwen geniet. Den 1 Januari 1867 was aan de Inleggers verschuldigd / 111,911.221 in 1867 ingebracht 922 posten ƒ27,264.971 „ bijgeboekte Rente . „ 4,133.95 „ 31,398.92.1 ƒ143,310.15 „ uitgehaald 427 posten „ 21,495.741 Verschuldigd op 31 December 1867 . . ƒ121,814.401 Tegenover deze schuld was de Bank op 31 December 1867 in het bezit van verschuldigde Baten tot eene gezamenlijke waarde van ƒ 160,327.491. Het getal Inleggers bedroeg op 1 Januari 1867, 1121 Vervallen door geheele uithaling 102 Nieuw geopende Rekeningen 173 Getal Inleggers op 31 December 1867 . . . . 1192 Het Bestuur, P. DUMON TAK, Voorzitter. J. A. TAK, Secretaris. --- Voor de vele bewijzen van deelneming, door ons ontvangen bij het verlies van ons jongste Zoontje, betuigen wij. onzen hartelijken dank. J- P- NONHEBEL. L. A. A. NONHEBEL, vak Haersolte van den Duorn. De ondergeteekenden betuigen hun dank voorde vele bewijzen van deelneming, die zij hebben ontvangen bij het overlijden van hun Behuwdvader en Vader, de Heer D. VEEN,, te Haarlem. Middelburg, H. POLMAN KRÜSEMAN. 17 Februari 1868. S. POLMAN KRÜSEMAN, Veen. Do ondergeteekende betuigt bij deze haren dank voor de vele bewijzen van deelneming gedurende de ziekte en bij het overladen van haren Echtgenoot ondervonden. J. M. BUSQUET, Wed. Minderaa. --- De Hooge Raad heeft, op 30 Januari 1868, aan JOHANNA FRANCINA STEIJAARD, Dochtervan den Heer ABRAHAM STEIJAARD, Landmeter, en vah wijlen Vrouwe JOHANNA MICHIELSEN, wonende té Middelburg, verleend Brieven van Meerderjarigverkhv ring, goedgekeurd bij 's Konings besluit van 8 Februari 1868, no. 46, geregistreerd 13 Februari 1868, welke haar geven al de rechten bij de Wet aan Meerderjarigen toegekend, behoudens de bepaling van Art. 478 Burgerlijk Wetboek. KRAIJENHOFF, Procureur. ---