De zondebok. De aanvallen, tot heden in de pers gedaan op den bekwamen hoofdingenieur J. van der Waerden, gedelegeerd lid en voorzitter van de commissie tot ontwikkeling van de fabrieksnijverheid, zijn legio. En werkelijk, de heer Van der Waerden zal eenmaal, wanneer zijn werkzame geest door ouderdom tot rust gekomen zal zijn, terugziende op zijn onverpoosden arbeid ten bate van land en volk van Nederlandsch-Indië, met recht kunnen zeggen : Mijn pad leidde over vele doornen. Thans constateeren wij opnieuw zulk een aanval, welke wèl den tegenstander teekent, maar niet in staat is ook maar eenige afbreuk te doen aan de reputatie van iemand gelijk dezen hoofdingenieur, die door eigen kracht en bekwaamheid zich heeft opgewerkt tot een figuur, welke in breeden kring respect afdwingt. Eenige dagen geleden bevatte het -4. J. D. een bericht, dat het vertrek uit Nederland naar Indië van den heer lr- J. v. d. Waerden — van wien eerst gemeld werd, dat hij spoedig naar hier zou terugkeeren — was uitgesteld. „en wel op order van den minister, die, naar men hier aanneemt, de kwestie van oprichting van het hoogoven-bedrijf op Borneo met den heer v.d. Waerden persoonlijk bespreken wil, mede om te vernemen, welke zekerheid bestaat ten aanzien van de toezegging, dat de heer v.d. W. zou kunnen beschikken over drie millioen particulier kapitaal voor de uitwerking der plannen." Zoowel het bericht als de conclusie komen ons zeer aannemelijk voor. En op denzelfden avond, in hetzelfde blad, op dezelfde pagina, troffen wij het bericht, dat inzake den eveutueelen aanleg van een tramweg op Borneo in de richting van Amoentai de plannen nog slechts in een zeer voorloopig stadium verkeeren. En verder heet het: „De zuster-maatschappijen hebben de bedoeling voor dit werk een obligatieleening uit te schrijven, terwijl defetaatsspoor de helpende hand zou bieden door de levering van materiaal, zoo noodig ook van personeel. Verder zal het gouvernement geen deel hebben in het te stichten gemengd bedrijf, dus wordt hierin geen kapitaal van den lande gestoken. De G.8.-directeur zal nu over den aanleg adviseeren, zooals men weet." Dit laatste, aan duidelijkheid niets te wenschen latend, bericht werd nu echter, naar men zich herinnert, denzelfden avond —en den volgenden dag in de Batavia - bladen — gepubliceerd, gevolgd door een Aneta-telegra.ro. uit Bandoeng van den volgenden inhoud : „De terugkeer van ir. Van der Waerden is uitgesteld in verband met besprekingen met den minister van Koloniën betreffende den aanleg van een tram op Borneo. Men denkt momenteel aan een gemengd bedrijf, waarbij de zustermaatschappijen kapitaal zouden fourneeren en het gouvernement materiaal zou leveren." Waaruit dus volgde, dat er ook nog eenig verband bestond tusschen de beide door het A. I. D. gepubliceerde berichten, hetgeen echter aan de zuiverheid van ieder bericht a^onderlijk niets afdeed. De loc.-redactie, wars van ieder venijn, voegde aan dit laatste telegram dan ook als haar meening toe: „Wij kunnen uit dit bericht, voorzoover betreft den vorm, dien men het bedrijf denkt te geven, blijkens gegevens uit goede bron bevestigen. Inderdaad is het waarschijnlijk dat het gouvernement materiaal zal beschikbaar stellen, door naar Borneo over te brengen wat op Java bij de S. S. overbodig is. Voorts zullen de zustermaatschappijen zeer zeker kapitaal moeten fourneeren ; of alles van deze zijde van het gemengd bedrijf zal moeten komen, staat echter nog niet vast". Ook deze veronderstelling van de Loc., gezien het thans met spoed voortzetten der electrificatie door de S.S.—immeis eveneens aan het optreden van den nieuwen minister van koloniën Excellentie Welter te danken — lijkt ons zeer aannemelijk. En o.i. zou het slechts zijn toe te juichen, indien op deze wijze een in alle opzichten rendabele oplossing zou gevonden kunnen worden voor een verder benutten van het op Java voor de S.S. overbodig geworden materiaal ten bate van een deel der buitengewesten, dat hieraan ten zeerste behoefte heeft. Aldus echter denkt niet een ieder. En met verbazing constateeren we, hoe op het laatste 4neta-bericht het Bat. Nbld in zijn penhouder klimt en, op minder kiesche wijze het persoonlijke met het zakelijke verwarrend, schrijft over een „Nieuwe 1 dm", en laatdunkend zich uit: „Wel, wat zou. een l._._.«■ Indischen dienst èn Mi Se «d?«Smeur> allerlei plannen om I^dil met einThok naar boven en in het moeras te brengend En insinueerend volgt er dan op : „Heeft niet de heer Cramer .«._. ; mevr en óók tot berstens toe met L"6" geladen, nadrukkelijk verkCd dat vf1* Tcap.Ua, zich de vingers likt voor de goedl kansen in dit gezegende land ?" 8 Maar ook dit is nog niet voldoende, want iets meer duidelijk, maar toch nog allesbehalve rondborstig, besluit het blad met: „En dat een film-ster goed betaald wordt — neen : zich goed betalen laat!., is dat een wonder ?" Het blijkt niet moeilijk, den naam zelfs van den meest onkreukbaren mensch te bezoedelen. En het Bat. Nbld. blijkt er slag van te hebben. Immers, hierboven wezen wij er reeds op, hoe een allergelukkigste samenloop van omstandigheden in deze op welwillende wijze tegemoet komt aan de uitvoering van de meest urgente plannen met betrekking tot de openlegging en ontwikkeling van Borneo, een deel van Ned.-Indië dat met verlangen op die openlegging wacht — neen: er naar smacht. En nu de omstandigheden gunstig zijn en een uiterst bekwaam man, die reeds bewezen heeft te beschikken over een bovenal benijdenswaardige mate van energie en doorzettingsvermogen — dus iemand dien men nóódig heeft — zich bereid verklaart, zijn bekwaamheid en praktische ervaring voor de totstandbrenging beschikbaar te stellen, nu wordt door tegenstanders van deze zelfde gelegenheid gebruik gemaakt om den persoon in kwestie aan te tasten, diens naam te bezoedelen en hem op die wijze zij!, voortwerken in het belang van deze landen te beletten ! Ten nadeele van Nederlandsch- Indie! In het door ons hier gewraakte artikel zegt het blad ook 0.m.: „Wie het hoogst weet te komen, het hardst weet te schudden, is een „kraan" en wekt bewondering. Ook wel afgunst. *)" Juist! En deze woorden leggen wij het Bat. Nbld. ter herlezing voor. ) De spalieering is van ons. Red. --- Weder Ontvangen : DE BROUGH-SUP£R!OR| in nieuwste uitvoering o.a. automa-1 tische smering en schokbrekers. I Imp. FR. SLUYMERS & Co. I 524 e | --- EEN LEKKER GOEDSCHUIMEND GLASEUER KOENTJIBIER MET 1 SLEUTEL IMPORTEURS GEO WEHRYsCg «ter i ■! i . *** 650-40. --- STAM & WE YUS Koude & Warme Schotels Gebakken Visch Vrieskamerartikelen 1030 --- ALDERDEH'S BLOEMENMAGftZUN Kdiasin 11, (tegenover hotel Brunet) Eenige bloemenhandel onder gedip'. vakkundige leiding. TEL. Z. 3950 en 1683. 1055 e --- buick" STANDARD SIK De economische dienstwagen. De comfortabele tourwagen. 608 e --- Scheef. Van de zijde der vakvereenigingen werd er eenigen tijd geleden op aangedrongen om in de wettelijke regeling op het arbeidscontract tegen te gaan het euvel dat een employé, die volgens zijn contract b.v. na 6 jaar recht heeft op verlof, na vijf jaar zonder eenige vergoeding kan worden ontslagen. De regeering verklaarde zich in haar tweede memorie van antwoord bereid aan dit euvel tegemoet te komen en stelde vast, dat „ingeval de werkgever bij ontslag tot schadeloosstelling verplicht is, hij ook dient uit te keeren een met de dienstjaren evenredig deel van het verloffonds." Tot dusverre is alles prachtig. Doch lacy is de werkgever alleen tot schadeloosstelling verplicht als hij de overeenkomst onrechtmatig (dus zonder inachtneming van den opzegtermijn van een maand na de maand, waarin het ontslag wordt verleend, en zonder dwingende redenen) verbreekt. In de praktijk hebben we aan deze verlofsbepaling dus alleen iets voor contracten van bepaalden tijd, die verbroken worden. Als iemand met een contract van 5 jaar na 4 jaar onrechtmatig wordt ontslagen, heeft hij nu behalve op een jaar salaris ook recht op 4/5 verloffond3. Bij contracten voor onbepaalden tijd, die in overgroote meerderheid voorkomen, kan een employé, ook al is hem na 6 jaar dienst verlof beloofd, nog steeds na 5 jaar zonder eenige vergoeding voor verlof ontslagen worden, mits de opzeggingstermijn maar in acht wordt genomen. Dit is inderdaad een scheeve toestand, waartegen de vakvereenigingen stelling hebben genomen, en nog zooveel mogelijk moeten ageeren. Vergoeding voor gemis van buitenlandsch verlof komt den employé toe als hij buiten eigen toedoen tusschentijds wordt ontslagen. --- EEN ONTSLAGKWESTIE. Qet animal est tres méchant, Quand on l'attaque, il se défend Dit oude rijmpje, vroeger in diergaarden toegepast, komt onwillekeurig in gedachte, als men de kwestie van het aan den secretaris der gemeente Cheribon, Van BeuSfckom, verleend ontslag grondig beschouwt. Al is dan bij Raadsbesluit van 29 October j.l. (eindelijk na achtmaanden wachtens), met algemeene stemmen bepaald, dat het aan bedoelden ambtenaar gegeven ontslag moet worden beschouwd als te zijn : „eervol," aan het rechtsgevoel is in geenen deele voldaan, au contraire! Deze ontslagkwestie geeft zooveel ignobles te zien, houdt zooveel onrecht in, dat wij de aandacht der regeering op deze rechtsverkrachting met nadruk vestigen. Wie den buitengemeen- heftigen aanval van den regeeringsgemachtigde in de voorjaarszitting van den Volksraad op het „beleid" van burgemeester Johan heeft gelezen of aangehoord, kan niet langer twijfelen aan de totale ongeschiktheid van genoemden burgemeester voor diens zwaar-betaald ambt. Doch wien een intiemer kijkje achter de schermen is vergund geweest, vraagt zich af, hoe het mogelijk was, dat zóó'n ambtenaar, zeer tot nadeel zijner gemeente, vijf jaren. lang op de burgerij van Cheribon bleef losgelaten? In eenige Jun inumm^rs van. ons blad hebben wij op de misstanden bij genoemde gemeente het volle licht laten vallen, al waren wij ons bewust, niet volledig te zijn. Den secretaris Van Beusekom komt de eer toe, bij het met verlof gaan van burgemeester Johan den knuppel in het hoenderhok te hebben geworpen, daarbij zijn betrekking riskeerende.' Natuurlijk heeft burgemeester Johan ook nu nog zekeren aanhang: bij belastingaanslagvermindering, bij het plaatsen in gemeentebetrekkingen van vrienden, kennissen of familieleden is zoon relatie van onschatbare waarde, maar wie oogen heeft om te zien en een onbevooroordeeld standpunt inneemt, kan het wanbeleid van burgemeester Johan niet verbloemen, n'en dêplaise het feit, dat de gemeenteraad reeds bij voorbaat een kampongweg: „Burgemeester Johan-boulevard" heeft gedoopt. Is er aardiger symboliek denkbaar ? Het lust ons niet, opnieuw in dit oude zeer te wroeten; burgemeester Johan is en blijft weg; wij zullen ons derhalve bepalen tot het uitoefenen van critiek, ja van scherpe critiek, op het verleende ontslag-zélf. * * * Brengen wij in het kort de feiten in herinnering: De gemeentesecretaris, zich tot tolk makende van zeer vele burgers, vestigt in een geheim, particulier schrijven de aandacht van den heer G. R. Erdbrink (Algemeen Secretaris) op de onhoudbare toestanden bij de gemeente Cheribon, waarbij de burgemeester en eenige raadsleden geen veeren, doch heele bossen veeren laten! Den landvoogd wordt van den inhoud van dien brief door den heer Erdbrink mededeeling gedaan: het gevolg is : de overkomst van eencommissie met geheime opdracht van den G. G. Burgemeester Johan meent zich geroepen, nog denzelfden avond aan raadsleden het verhandelde te moeten mededeelen. Spoedigst daarop, 27 Februari 1925, wordt de secretaris op staanden voet ontslagen, zonder eenige uitkeering, zullende, aldus het betrokken Raadsbesluit, nader worden bepaald, of dat ontslag al of niet als eervol moet worden beschouwd. Einde Maart d. a. v. wordt eindelijk door den gemeenteraad besloten tot instelling eener commissie van onderzoek, ais bedoeld bij de Cheribonsche „Ambtenaarsverordening". Van een gunst is dus geen sprake! Door den gemeenteraad wordt tot lid dier commissie aangewezen zijn lid Lewis, n.b. het lid, dat het ontslag van den secretaris met zoo gunstig gevolg had voorgesteld!, terwijl deze laatste den heer G. J. van Lonkhuyzen, voorzitter van den Cultuurbond, — (hem geheel onbekend) bereid vindt in bedoelde commissie zitting te nemen. Een poging van den wd. burgemeester Schotman om door beide leden benoemd te worden tot lid-voorzitter der betrokken commissie stuit af op de tegenkanting van den ontslagen secretaris. Door de aanwijzing van het Raadslid Lewis was, naar zijn oordeel, de gemeenteraad reeds „op zijn best" vertegenwoordigd. Waar beide leden niet tot overeenstemming konden komen, werd ingevolge de bepalingen der „Ambtenaarsverordening" den residentierechter te Cheribon verzocht, het derde lid te willen aanwijzen. De heer De Raad, lid van den Raad der gemeente Semarang, verklaart zich op diens verzoek bereid, deel uit te maken van de bedoelde commissie. Maar ziet, de wd. burgemeester Schotman adviseert den gemeenteraad genoemden heer niet zijn te maken reis-en verblijfkosten te vergoeden, zoodat de heer De Raad vanzelf sprekend voor de eer bedankte. Hieruit trekke men zijn conclusies! De residentierechter werd dus gedwongen een keuze uit zijn stadgenooten te doen en vindt den heer Ir. W. Elenbaas bereid het lastige baantje op zich te nemen. Hem was ook de ontslagen secretaris nagenoeg onbekend. Nu heeft de heer Elenbaas het voorrecht, geheel-onafhankelijk van plaatselijke cóterietjes te zijn, dus werd 's residentierechters keuze niet met algeheele instemming begroet! 17 Juni 1925 deelt de residentierechter schriftelijk, zoowel aan denwd. burgemeester Schotman, als aan den gemeenteraad mede, dat door hem de heer Ir. Elenbaas was uitverkoren en deze zich de onderscheiding liet welgevallen. Wie nu denkt, dat de wd. burgemeester zich haastte, den gemeenteraad (volgens art. 15 lid 2 der Locale Radenordonnantie toch was het zijn plicht, dezen voor den gemeenteraad bestemden brief aan bedoeld college bekend te stellen), den heer Ir. Elenbaas, den ontslagen secretaris en de pers, van deze beslissing in kennis te stellen, vergist zich deerlijk. Door een groot toeval vernam einde Juni j.l. de ontslagene van de bereidwilligheid des heeren Elenbaas om in de commissie van onderzoek zitting te nemen, doch eenig officieel bericht bereikte hem nimmer van den wd. burgemf ester. In 'sßaads zitting van 30 Juli (dus l/2 maand na dato, nadat n. b. twee Raadsvergaderingen sinds 17 Juni j. 1. waren gehouden) doet eindelijk de wd. burgemeester mededeling aan den gemeenteraad van den brief van den residentierechter.... Waar alle ingekomen stukken zijn gedateerd, heeft juist bedoeld schrijven in de gedrukte notulen van 30 Juli 1925 géén datum! Op de vraag van het Raadslid Van Lissa (in diezelfde zitting) wanneer de aanwijzing van den heer Ir. Elenbaas inging, antwoordt de wd. burgemeester, dat hij zulks niet weet, doch dat hij den heer Ir. Elenbaas reeds van de beslissing van den residentierechter verwittigde ... Doch op 4 Augustus d. a. v. schrijft de wd. burgemeester aan den ontslagen secretaris, dat hi] (wd. burgemeester) den heer Elenbaas zal (let wel!) in kennis stellen van de keuze door den residentierechter! Plagerij en tegenwerking? Eindelijk, op 13 Augustus 1925, kwam de commissie van onderzoek voor het eerst bijeen. Den ontslagen secretaris was het financieel niet mogelijk langer te Cheribon op het zittingnemen der commissie van onderzoek te wachten: van 27 Februari tot 19 Juli 1925 had hij geduld' geoefend! Het verzoek van den ontslagene aan den wd. burgemeester Schotman, hem een verklaring te geven, dat van „fraude" allerminst sprake was bij zijn ontslag, werd niet ingewilligd. Toegezegd werd, dat in de eerstvolgende zitting door den wd. burgemeester bij hoofdelijke stemming zou worden bepaald, dat inderdaad van fraude nimmer sprake was. Overbodig te zeggen, dat de ontslagene hieromtrent nooit iets naders vernam! --- BINNENLAND. Kinder-vacantie-kolonie. Onze Malangsche correspondent schrijft Heden brachten wij een bezoek aan het kolonie-huis van het Centraal Genootschap voor Herstel- en Vacantiekolonies te Malang, directrice Mevrouw de wed. v. d. Berg. We werden rondgeleid door de directrice, een aardige voorkomende dame, die ons vertelde, dat ze momenteel 21 patientjes verpleegt, terwijl ze nog een 2tal dien middag van Soerabaja verwachtte. De inrichting ziet er allerzindelijkst en aardig uit, echt kinderlijk. Alles is degelijk en hygiënisch, de kinderen slapen met hun vieren of vijven op veldbedden in één kamer. Aan alles is gedacht, speelgoed is er in overvloed, zelfs een gramophoon troffen we aan. Het menu vermeldt veel melk en eieren, bovendien een uitstekende rijsttafel. Gedurende hun verblijf worden de kinderen geregeld op alle mogelijke versnaperingen onthaald door meevoelende Malangers, en menig pretje wordt hen bereid. Over ziekte had Mevrouw v.d. Berg niet te klagen. De kinderen zagen er dan ook patent uit na dit verblijf van diie weken, en het was hun aan te zien, dat het doorbrengen van de vacantie in de kou hen goed had gedaan. Vooral de beer Wins, het hoofdbestuurslid ter plaatse, interesseert zich zeer voor den voorspoed dezer instelling, en het is dan ook te hopen, dat dit schoone werk niet gelijk zal zijn eens roepende in de woestijn. Een Btal kinderen werden reeds een paar maanden hier verpleegd en waren vanmorgen naar school, want 'hiertoe wordt de gelegenheid ook verschaft. De kinderen worden dan tijdelijk gedetacheerd. Mevrouw v. d. Berg vertelde mij verder, met zeer veel genoegen hare betrekking te vervullen, aangezien haar veel oprechte dankbaarheid van de verschillende ouders gewerd, die hoogst ingenomen waren met de verpleging. Dit heerlijke oord is dan ook een bezoek overwaard en Oosthoekers, die tot dusver nog onbekend waren met dezen verheffenden arbeid, kunnen op een vriendelijke ontvangst Tekenen, wanneer ze eens de moeite willen nemen, zich aldaar te overtuigen. --- Het kadaster. Bij besluit van 29 Oct. is bepaald, dat met ingang van 1 Jan. 1926 in het gewest Palembang het eigendomskadaster wordt ingevoerd en de functies van gouvernementslandmeter aldaar overgaan op het kadaster. --- Studiereisje. Serang, 5 November (_4r.eto>.De professoren Van Breem en De Vos zullen op 20 dezer met een veertigtal studenten uit Bandoeng een excursie maken naar de irrigatiewerken van Bantam. --- De P.E.B. De luitenant-kolonel van de Artillerie A. T. H. Winter is benoemd tot lid van het hoofdbestuur van den Politiek Economischen Bond. Genoemde heer was gedurende zijn verblijf in Nederland. eveneens lid van de vertegenwoordiging van den P.E.B, daar te lande, aldus lezen we in de Javabode. --- JAPANSCHE VISSCHERIJ. Het oordeel van de Java Nippo. Volgens een correspondentie uit Soerabaja van den 19den October waren Japanners doende om te onderzoeken of het mogelijk zou zijn met Soerabaja als basis een visscherij bedrijf te beginnen. Wij vernemen thans, dat dit onderzoek gunstig resultaat heeft opgeleverd en dat een visscherij-maatschappij wordt opgericht met een kapitaal van 45000 Straits-dollars; vermoedelijk zal gebruik gemaakt worden van motorische kracht. Reeds het vorige jaar was er sprake van dergelijke plannen door personen, betrokken bij het visscherij bedrij fte Singapore. De Hollandsche autoriteiten wijden aan deze plannen bijzondere aandacht en zijn vol belangstelling ervoor, aldus een artikel in de Java Nippo van 22 October. De reden voor die belangstelling is eener„zijds, dat een dergelijke onderneming indertijd op groote schaal door Hollandeis is begonnen en op een jammerlijke mislukking uitgeloopen, zoodat men weinig vertrouwen heeft in demogelijkheid van welslagen; men is nu zeer benieuwd, hoe de Japanners het eraf zullen brengen. Mocht het den Japanners gelukken, d^n zou het de moeite loonen hunne methoden te bestudeeren. Anderzijds vraagt het bestuur zich af, welken invloed Japansche visscherij op groote schaal zal hebben op het bedrijf der Inlandsche visschers; de autoriteiten achten het van veel belang de Inlandsche visscherij te beschermen. Dit is dus een factor, waarmede de Japanners terdege rekening zullen hebben te houden. De zee benoorden Java en Madoera is buitengewoon rijk aan visch en dus een schitterend visch water. Dat de Hollandsche onderneming indertijd op een fiasco is uitgeloopen, is aan verschillende oorzaken te wijten; wij herinneren ons gehoord te hebben, dat de betrokken ondernemers beschikten over voldoende ervaring van visscherij op groote schaal met machinale hulpmiddelen, maar dat zij geen rekening hebben gehouden met het starre conservatisme en de bijgeloovigheid der Madoereesche visschers. Het is van belang te weten, dat de mislukking te wijten is aan zulk een onredelijke reden; wij vertrouwen, dat de Japanners door energie en volharding de moeilijkheid zullen weten te overwinnen, zulks te meer waar de Japansche visch methoden, welke thans bij de Duizend Eilanden worden toegepast, een volkomen succes blijken. Op één punt zouden wij de aandacht van onze visschers willen vestigen Met dusverre is de vischvangst gedreven door Inlanders, wien het ontbreekt aan econo misi h inzicht; de opkoop en distributie is overal in handen van slimme Chinee zen. De Inlandsche visschers zitten gewoonlijk bij genen in de schuld voor reparaties aan hun schepen, aankoop van netten en ander materiaal enz en zij zijn daardoor genoodzaakt hun buit tegen uiterst lage prijzen aan de op koopers te laten. En de verbruiker kan de visch niet krijgen dan voor hoogeren prijs. Zoo gaan dan de opkoopers met de groote winsten strijken, de visschers krijgen slechts een karig deel en de consument betaalt veel te veel. Als Japanners op groote schaal visscherij gaan drijven krijgen zij vanzelf een leidende positie en zij behooren thans te zorgen, dat den Inlandschen visschers een behoorlijke winst verzekerd wordt en de schraapzucht der opkoopers aan banden wordt gelegd. Natuurlijk zou een Japansche maatschappij in staat zijn de economisch zwakke Inlandsche visschers door concurrentie dood te drukken, maar het zou hoogst onverstandig zijn, indien de Japanners zich door zulk een politiek de vijandschap op de hals haalden. Door zelf distributie ter hand te nemen moeten zij voorts werkzaam zijn in het belang van den verbruiker. De vischventers zijn ten slotte bijna allen Inlanders, geen Chineezen, en wij behoeven ons dus niet ongerust maken, dat de Japansche plannen van Chineesche zijde zullen kunnen worden gedwarsboomd. In samenwerking met inlanders moet het mogelijk zijn de vischdistributïe geheel in handen te krijgen. Als men niet bedacht is op exorbitante winsten maar naast eigen voordeel de belangen van verbruikers en van Inlandsche visschers in het oog houdt, dan achten wij het plan van zeer groote beteekenis. Wij vernemen, dat de enorme vangsten van de Japansche visschers te Batavia de verbazing der autoriteiten hebben gewekt; deels misschien uit argwaan of ook in verboden wateren werd gevischt, deels misschien uit nieuwsgierigheid om de vischmethoden te leeren kennen, is een nauwkeurige inspectie ter plaatse gehouden. Maar al zijn op de officieele kaarten ook alle banken en blinde klippen nauwkeurig aangegeven, de vischrijke plaatsen'kan men daarop niet vinden. En er zijn, buiten de verboden kringen, plekken ontdekt zoo rijk aan visch, dat met een haal de geheele motorboot volgeladen was. Al bedraagt de vangst van de Japansche visschers het tienvoudige van die der Inlanders, dat behoeft volstrekt geen argwaan te. wekken. Men mag er slechts uit besluiten, dat de Japansche visschers superieur zijn. Als Japanners, Inlanders en Hollanders onder gelijke voorwaarden het visscherijbedrijf uitoefenen, dan heeft degeen, die in dezen wedstrijd de overwinning behaalt, dit aan zijne superioriteit te danken. --- Djember. Onze correspondent meldt ons: I. E. V.-b e 1 a n g e n. Dinsdag, 3 November jl, vergaderde de afdeéling Djember van het I. E. V. Groote opkomst was er helaas niet. Slechts een elftal leden van dit verbond, inclusief het bestuur, maakte deel uit van deze bijeenkomst, ofschoon deze afdeéling toch 97 leden telt. De meesten schitterden door afwezigheid. Wij hebben al eens meer gewag gemaakt van het feit, dat deze afdeéling geen reden van bestaan heeft. > Het ligt danook in de bedoeling, deze afdeéling op te doeken ; de aanwezigen waren het er allen over eens, dat dit de beste oplossing is. Bij de behandeling van het eerste punt der agenda „verkiezing van een nieuw bestuur" kon men geen candidaten krijgen. Reeds eerder werd deze vergadering uitgesteld, zoodat deze bijeenkomst moest doorgaan. Het oude bestuur blijft thans aan tot ultimo December a.s., waarna de afdeéling zonder bestuur zal zitten, aange.ien zich wel niemand candidaat zaï willen stellen, dank zij de treurig geringe belangstelling in het vereenigingsleven. Vervolgens ging men over tot behandeling van h"t tweede punt „verslag pas_*ar-male_a". ;Van de opbrengst hiervan heeft het I E. V. ontvangen een bedrag van ruim tweeduizend truiden, dut ten goede komt aan del E V-fröbtlschool alhier, welke eenigen tijd geleden hier werd opgericht. _, Op deze vergadering nam men het verstandige besluit het hoofdbestuur in kenkis te stellen van den stand der zaken; voorgesteld zal worden de afdeéling op te doeken. De fröbelschool, welke eigenlijk niets te maken heeft met de afdeéling, blijft bestaan, onder beheer van een afzonderlijk comité. Het zou te betreuren zijn, indien ook deze school gesloten moest worden, wiar ze blijk heeft geeeven, dat ze eenigszins voorziet in eene hier reeds lang gevoelde behoefte. De school telt een dertigtal leerlingen. Uitgifte van gronden. Op dezelfde vergadering van 3 November jl. van het I. EV. te Djember bracht een der leden een zeer belangrijke zaak naar voren, namelijk de kwestie van de uitgifte van gronden ten behoeve van den kleinlandbouw en tuinbouw. Bij de verdeeling der gronden moeten, in de oogen der gegadigden, eenige onbillijkheden zijn voorgekomen volgens genoemd lid. Wij komen op deze kwestie over eenige dagen nader terug als wij over meer gegevens beschikken. De kwestie is, dat enkele gegadigden voor een stuk gouvernementsgrond ccnN afwijzend antwoord hebben ontvangen van het bestuur, terwijl zij, die in dezelfde omstandigheden verkeeren als anderen, zich een' grooter stuk grond toegewezen zagen, dan door hen werd aangevraagd. Wij vernemen van een der verzoekers dat heden, den 4en November, de personen, die van de regeering een stuk grond hebben gekregen, zich te begeven hebben naar de streek waar genoemde gronden geleg^p zijn, namelijk in de streek Garahan, alwaar hun Se grenzen der stukken zullen worden aangewezen. Waar men bij wijze van spreken hemel en aarde bewogen heeft om van de regeering gedaan te krijgen dat ten behoeve van den klein-landbousv gronden uitgegeven worden, is het niet ondienstig deze zaak in een juist licht te stellen. Toen het bestuur bekend maakte, dat de regeering er toe overgegaan is om gronden uit te geven, wendde het zich o >k o.nr tot de afdeéling Djember van het 1-fci.V., opdat aeie vereeniging aan haar leden het besluit der regeering zou kenbaar maken. Er hebben zich een vierendertigtal gegadigden gemeld, van wie 16 personen zich een stuk grond toegewezen zagen ; dit geschiedde door loting. Over eenige dagen komen wij op deze kwestie nader terug. --- Douane-ontvangsten. Djambi, 4 November (Aneta). De uitvoerrechten op rubber bedroegen gedurende de maand October jl. f 230 000. De totale douane-ontvangsten bedragen ruim f 346.000. B --- De oud-onderofficieren. Naar wij vernemen, werd door de oudonderofficieren van de regeering een goedgunstig antwoord ontvangen op het door hen in September j.l. ingediend rekest om bij het vervullen van vacatures o. m. bij het gevangeniswezen in de eerste plaats te letten op de belangen van de oud onderofficieren. Van de regeering werd n.l. het verzoek ontvangen haar een volledige lijst van sollicitanten te doen toekomen, terwijl bij het gevangeniswezen als betrekkingen, welke bij voorkeur uit de rangen der oud-onderofficieren worden aangevuld, worden genoemd die van opziener, hoofdopziener, cipier 2de kir, cipier lste kl., i surveillant en surveillant lste klasse. ---