De Hollandsche Mail. (Earopeesch overzicht van 23 Mei.) Uit Parijs wordt gemeld, dat noch op de kantoren der Suez ka naai maatschappij, noch bij regeering de mededeeling van belang wordt geacht, dat de heer Ferdinand de Lesseps en de gewezen directeuren van bovengenoemde Maatschappij wegens verduistering van ge'den gerechtelijk zouden vervolgd worden. De zak is lang hangende geweest en men gelooft, dat de vroeger gemelde Egyptische notabelen, er niet in slagende hun doel door andere middelen te bereiken, thans trachten voldoening te erlangen door bedreiging met gerechtelijke vervolging. Het is echter niet waarschijnlijk dat dit proces eenigen invloed zou uitoefenen op de houding van het tegenwoordig comité. Een anarchist, zekere Célestin Mat, had zich' op het Stadhuis te Marseille vruchteloos om gedeeltelijken onderstand aangemeld. Het gebouw verlatende viel hij den eersten den besten dien hij tegen kwam aan en stak hem met een driekante veil onder het oor. De wonde vin het onschuldig slachtoffer, Louis Blance genaamd, bleek ernstig, maar men hoopte niet doodelijk. Mat werd door voorbijgangers gegrepen. Men vond o. a. een zakboekje bij hem, waarin hy te op Vaillant's graf den dag na zijne onthoofding neergelegde verzen had afgeschreven en daaronder: »ö Martelaar, gij zult gewroken worden !" Reeds vroeger is Mat als landlooper aangehouden geweest. Blanc heefteen talrijk gezin, dat vaa zijn arbeid leven moet. De werkstaking te Trignac is, ondanks de opruiingen van Toussaint ca andere socialistische kamerleden, geëindigd. De Pauselijke nuntius bracht dezer dagen een circulaire ter kennis van de Fransche bisschoppen, waarin hun een gedragslijn ten opzichte der regeering werd aangegeven. Dit-stuk, vertrouwelijk bedoeld, werd openbaar. Natuurlijk moest hierover geïnterpelleerd worden in de Kamer. De heer Raiberti, gesteund door vele anderen, meende dat de nuntius zijne bevoegdheid had overschreden, en Guesde maakte van de gelegenheid gebruik om de .Teanne d'Arc feesten er bij te halen. De minister CasimirPérier verklaarde, dat de regeering heeft geweigerd deel te nemen aan de feesten ter eere van Jeanne d'Arc, maar dat aan de officieren machtiging werd verleend, er bij te zijn. Wat betreft de circulaire van den nuntius, verklaarde de minister, dat de ""esaac'i?; daaile^an. heeft sroDrotesteerd, leiding daartoe geedkeurde. Aan den Franschen gezant bij hel Vaticaan is per telegraaf last gezonden, dit protest ter kennis van den Paus te brengen. Vervolgens las Périer een schrijven voor van den nuntius, waarin deze zijn leedwezen betuigde over de openbaarmaking der circulaire en verzekerde, dat dergelijke maatregelen niet weer zouden voorkomen. De minister verklaarde dat de regeering volkomen te/reden is met deze opheldering. De Kamer vereenigde zich met deze zienswijze en nam met 334 tegen 142 stemmen een motie aan, waarbij ver~ klaard werd, dat men eenvoudig zou overgaan tot de orde van den dag. De minister van Oorlog, in België luitenant generaal Brassine, heeft een aanklacht van een leverancier van het Belgische leger tegen een hoofdofficier in handen gesteld van het Hoog Militaire Gerechtshof. Deze zaak staat in verband met leverantie voor uitrustingen en de aanklacht moet door veischeidene uittreksels uit bewijsstukken gesteund worden. Een curieus geval heeft zich voorgedaan voor het Hof te Brugge, waar eene vrouw wegens moord terecht zou staan. Op het laatste oogenblik verklaarde haar ambtshalve aangewezen verdediger, dat hij niet in de door haar gekozen taal, het Vlaamsch, vermocht te pleiten. Dientengevolge heeft men de zaak tot de volgende zitting in Juli moeten verdagen. Het publiek duidde het den advocaat zeer euvel dat hij niet eerder gesproken had, zoodat de beschuldigde nu twee maanden langer in voor» loopige hechtenis moet blijven. Naar de Vossische Zeüug verneemt, z u de Beiersche eerste kamer, na twee geheime zittingen, in beginsel een voorstel, waarbij de krankzinnige koning Otto onder curateele gesteld en de koninklijke waardigheid aan den Prins- Regent zou opgedragen worden, aapgenomen hebben. De laatste zitting van de rechtbank te Rome, ter behandeling van het bankproces tegen Tanlongo en zijne mede aangeklaagden, was zoo rumoerig, dat de voorzitter genoodzaakt was de zit ting op te beffen. De oud-minister Miceli werd bij het getuigenverhoor geconfronteerd met den oud-inspecteur van financiën Biagini. Beide heeren verweten elkaar, dat zij onwaarheid spraken en zouden, zoo de gendarmes niet tusschenbeiden waren gekomen, handgemeen geworden zijn. Koning Alfonso XIII van Spanje herdacht op 17 Mei zijn achtsten verjaardag, die in het geheele land als een nationale feestdag werd gevierd. DeKoningin-RegentesCbristina maakte van dezen feestdag gebruik tot het verleenen van een algemeene amnestie. Ongeveer 1200 personen, die zich wegens min of meer ernstige politieke vergrijpen in hechtenis bevonden, werden op vrije voeten gesteld, terwijl bovendien de straffen van vele anderen aanmerkelijk werden verminderd. De Portugeesche regeering beeft aan hare vertegenwoordigers in het buitenland en de vreemde gezanten te Lissabon afschiiften gezonden van de gewisselde dépêches, in verband met de Braziliaansche • pstandelingen. De voornaamste Europeesehe mogendheden zijn in de zaak van het afbreken der betrekkingen met Brazilië geraadpleegd en in het bijzonder heeft men om Engeland's meening in dezen verzocht. Deze laatste stap stond in verband met de oude vriendschap tusschen Portugal en Engeland, welke, naar een Portugeesche minister van buitenlandsche zaken onlangs zeide, te diep geworteld was dan dat zij verbroken kon worden. Bijna de geheele Portugeesche Pers, ook de Republikeinsche bladen, keuren het gedrag der regeering in het geschil met Brazilië goed. De meeste dier artikelen zijn geschreven op waardigen toon, eenvoudig de feiten zonder commentaar meldende en aldus de regeering vrij latende op te treden om tot een eervolle verzoening tusschen beide landen te komen. Een vergadering van IJslandsche studenten, welke dezer dagen te Kopenhagen gehouden werd, heeft met kracht geprotesteerd tegen de beslissing, welke door het IJ-landsche Althing genomen is om te Beikiavik een hoogeschool op te richten. De studenten beweren, dat zij slechts in de Deensche hoofdstad in alle vakken onderwijs kunnen krijgen. Zij achten het bovendien onmogelijk een genoegzaam aantal wetenschappelijke mannen over te halen zich naat Reikiavik te begeven. men medegedeeld, dat te Belgrado een samenzwering ontdekt zou zijn tegen het vorstelijk buis, met het doel om Prins Karareorgevic op den troon te plaatsen. Hoewel nog geene nadere bevestiging van dit bericht is ontvangen, blijkt toch wel uit mededeelingen van verschillende berichtgevers in buitenlandsche i laden, dat de toestand in BervZè alles behalve rooskleurig is. Bij verschillende welbekende leden der radicale parlij, o. a. ook bij den gewezen minister Tauschanovic, voorzitter van het centrale comité van radicalen, en bij den heer Stanojevic, uitgever van het radicale blad ódjek, zijn huis zoekingen gehouden. Volgens den We.ener berichtgever der Times zou het land zelfs in een toestand van anarchie verkeeren. Herhaaldelijk, zegt hij, zijn politieke misdaden gepleegd, ofschoon de radicale pers geen woord hierover gerept heeft, daar zij meest begaan werden door hare medestanders. Ter andere zijde hebben de bladen van de regeeringspartij geenerlei melding gemaakt van den onvoldoenden toestand van zaken, ten einde er het buitenland onkundig van le laten blijven. Maar de zaken schijnen thans zulk ongunstigen keer genomen te hebben, dat men den treurigen toestand niet langer verhelen kan. Nu het hoog gerechtshof de onlangs uitgevaardigde koninklijke ukase ongeldig en onwettig verklaard heeft, en openlijk met de kroon in botsing is gekomen, verwacht men, dat de Koning buiten de constitulie om zijne tegeeringsbesluiten zal doorzetten. De toestand schijnt dus op bet oogenblik zeer ernstig. Van de vele geruchten uit Belgrado is er ook een, hetwelk meldt, dat de jonge Koning Alexander binnenkort eene buitenlandsche reis gaat ondernemen en de teugels van het bewind zoolang zijnen vader in handen zou geven ; voorts wil men, dat Koningin Nathalie voornemens is aan Servië een bezoek te brengen. Uit Belgrado wordt gemeld dat vier hooggeplaatste ambtenaren en twee opzichters der Staatsdrukkerij wegens verduistering van post-en quitantie zegels tengevolge waarvan aan de schatkist eenig millioenen schade werden toegebracht, respectievelijk tot zeven en vijf jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld. Op den Toledo en Ohio Centralen spoorweg, in Noord-Amerika, heeft men op eenigen afstand van Goning een poging aangewend om een passagierstrein in de lucht te doen vliegen. Eea geladen bom werd namelijk door een open raampje in een der coupé's geworpen. Het slaghoedje ging echter niet af en zoodoende werd een vreeselijk ongeluk voorkomen. De Herald", deelt uitvoerige bijzonderheden mede over den storm, die dezer dagen den westelijken oever van het Michigan-meer teisterde Twee schoeners leden schipbreuk ende bemanning verdronk, zonder dat er iets kon worden gedaan om ze te redden. De hevige winden de sneeuwjacht maakten alle pogingen, welke tot redding beproefd werden, vruchteloos. Meer dan twintig menschen verloren bij deze ramp het leven, terwijl te Chicago en te Milwaukee groote schade aan huizen en gebouwen werd aangericht. Volgens de Amsterdamsche bladen heeft men daar in jaren een zoo hevigen storm niet beleefd. De aardbevingen in Venezuela, al kwamen er dan geen 10.000 menschen door om, zooals het eerste telegram meldde, zijn, naar 't schijnt, toch veel erger geweest dan het tweede telegram wilde doen gelooven. Ook de predikant Norwood, uit Venezuela te New-York aangenomen, verklaart, dat het geheele land ten westen van Caracas erg heeft geleden en dat vele honderden menschen zijn gedood.. Do stad Lagunillas is geheel verdwenen en op de plaats, waar de stad was, is thans een meer, vier andere steden, o. a. Merida, werden grootendeels verwoest. Op 18 Mei heeft het Internationale Mijnwerkerscongres te Berlijn verscheidene uren lang gekeven en getwist. De Duitschers en Franschen kwamen met de Engelschen zoo hevig in botsing, dat alles in het honderd liep en ten slotte de laatsten den aftocht bliezen. Het wantrouwen der overige afdeelingen tegen de Engelschen verhinderde ordelijke samenwerking en eenheid in de behandeling. Het geheele verloop van de zitting was eene belachelijk making van de openings redevoering van den heer Burt, waarin deze vol vertrouwen op allen een beroep deed opdat zij zouden bewijzen, hoe de vrijheid van het woord door de georganiseerde interna tionale ai beiders opgevat werd als de vrijheid om eene andere meening te hebben en deze andere meening ook uit te spreken. De groep der niet Engelsche afgevaardigden was echter geenszins van plan aan dit beroep gevolg te geven. Wat behandeld werd, kan eigenlijk buiten bespreking blijven, daar elk voorstel uitgaande van de Engelschen, dadelijk door de andere groepen verworpen, iedere meening van dezen bestreden werd: En dit zocht men volstrekt gen tierden en raasden, de Duitschers gaven van hun wantrouwen blijk door ettelijke malen de Engelschen in de tede te vallen, enz. In den namiddag gaven de Engelschen te kennen, dat zij 's avonds vertrekken moesten en dus dn beraadslagingen van het Congres gesloten moesten worden. De stemming tegen de Engelschen werd hoe langer boe vijandiger en toen de heer Wilson in zijne si uitingsr ede zeide, dat de «eensgezindheid der mijnwerkers van alle natiën zich, ondanks weinig beteekenende verschillen in meening, weer «chitterend geopenbaard bad" volgde een helsch lawaai. Bierglazen vielen ïinkelend op den grond, er werd ge se ireeuwd, gescholden, enz Nadat dit oorverdoovend geraas een weinig bedaard was, hield de afgevaardigde Lamendio eene lange rede, waarin hij protest aanteekende tegen de houding der Engelschen en dezen verzocht ten minste twee dezer afgevaardigden te laten blijven. De Engelschen verlieten echter de zaal zonder te antwoorden; de overige afgevaardigden besloten echter de discussiën zonder dezenfvoort t) zetten. --- Runnen de militaire Cantines in Indië ingericht worden als die ia Nederland ? {Vervolg). IV. Voor te stellen wijzigingen. Wanneer men nu de cantine in Nederland en die in Indië tegenover elkander stelt, valt terstond in bet oog dat: Het beheer hier veel te omslachtig is; het zou als hier volgt kunnen wor(l ft ingericht: Ue werkkring van den PI of Mil. blijtt dezelfde, alleen in ê^Uzaken niet, Het geld zou plaatse'ijk bij de garnizoens-administratie toeten bewaard en beheerd worden °» geheel en al, uitgenomen een fonds, ten bate van de cantine moeten worden aangewend. De off. commissarissen zijn nu twee in getal, één is genoeg, belast met den zelfden weikkring en de geldelijke verantwoording. Ook de onderoff. administrateurs kan men tot één terugbrengen. Deze off. commissaris zou dan vrij van alle diensten, uitgezonderd garnizoens-dienst, moeten zijn. De onderoff. adm. is met de cantine belast ter vervanging van den sergt. planton en cantinehouder. De magazijnen zouden voldoende ruimte inoetcn hebben om alle goederen te bergen. De meeste der bestaande bezitten du< ruimte reeds, de overige kunnen worden uitgebreid. Het zou ook aanbeveling verdienen, dat er magazijnen als depots werden ingericht van de kleine cantines hunne waren ,°hden krijgen, b. v. Batavia voor Welbeden, Mr. Cornelis en Buitenzorg; voor Salatiga, Willem I, r^joe-biroe en Magelang; Soerabaja rQr Malang enz; Kota radja voor Atjeh; padang voor Fort de Koek, Padang a£djang enz. . y door mij reeds opgenoemde arti- ?len zouden hier nog kunnen worden {uugebfeid door zak en handdoeken, yPels en vorken, onz. eraan toe te voegen. an uit (jje magazijnen zouden opsta *en> zooals ik er een beschreef, de rden, diar zij nu meestal van de cantine afgescheiden is en ge.-loten kan worden, zij zou alleen geopend moeten worden op de uren van den drankverkoop. Ook zal door d&n nieuwen maatregel het cantine bezoek toenemen, daar men dan ook voor de Inlanders een rustig zitje maakt, waar zij onder het genot van een kop koffie hun damspel of ander spel kunnen spelen. Nu wordt hij er door de luidruchtigheid uit verdreven. Toch is het doel van de cantine volgens de Alg. Ord., een inrichting daar te steller» waar ieder soldaat, onverschillig van welken landaard ook, een aangename verblijfplaats zal vinden. Dit vermeerderde bezoek geeft meerderen omzet dal gelijk staat met meerdere winst. V. Voordcelen daarmede te behalen Door hot plaatselijk beheer der gelden en het aanwenden van die gelden tot nuttige doeleinden in het belang van de cantine en hire bezoekers, ontga 1 men het verwijt, dat iets of iemand van de winst door soldaten bijeengebracht, profiteert, en wordt het geld besteed zooals, volgens mij, het doel van de cantine dat aangeeft. De winst, door de bezoekers bijeengebracht, moet ook, onder welken vorm dan ook, weer tot hen terugkeeren. ficier, die dan ectiter zijn tijd niet door andere diensten moet in beslag genomen zien, swrt er een officier dit bij, dat hij van de soesah welke die betrekking medebrengt, Ontslagen is. Ook zal de lust om liet magazijn goed te beheeren, de belangen der cantine te behartigen grooter zijn, wanneer dit uitsluitend zijn werkkring wordt, zonder dat hij er elk oogenblik voor andere diensten wordt weggeroepen. Te Kota-Radja kan het, waarom zouden andere garnizoenen daarin bezwaar zien. Een onderofficier zou de beide onderoff. administrateurs, de cantinehouder en de sergt. planton vervangen. Ook die zou van allen diensten vrijgesteld moeten worden eveneens bet overige hediende personeel. Het voordeel daarmede behaald is financieel daar, al krijgt die onderoff: ook een toelage, die nimmer f 60.— per maand zal bedragen. Het voordeel der hoofd magazijnen of depots bestaat hierin dat zij nu voor verschillende cantines gelijk bestellen, en dus groote bestellingen, die altijd voordeeliger zijn, rechtstreeks bij de fabrikant en tegen fabrieksprijs doen. Zij voorzien de andere cantines, zonder evenwel daarbij winst te rekenen. Port en transportkosten komen voor rekening van den besteller. De controle, die men zal moeten instellen berust op de staten (bons). Zij is aui«wen gemakkelijk, iets dat men niet ïuu neggen van het tegenwoordig stelsel. Het nagaan der jenever contro leur moge nog zoo goed zijn, de uitge tapte hoeveelheid nog zoo goed overeenkomen met den inhoud van het vat, toch weet de tapper (een baantje dat geen een mandoor zich uit de hand laat nemen) er een middel op om zich verdiensten —■ zoo als hij ze noemt — te verschaffen. Gewoonlijk maakt hij van 9—lo borrels en wel op de navolgende wijze: Hij zit met een gewoon plat bord waarop 10 glazen staan voor het vat, dat bord houdt hij met de rechterhand vast, met de linkerhand draait hij de kraan open, die naar mate er uitvloeit langzamer begint te loopen en maar een dunne straal doorlaat om geheel op te houden, wanneer de hoeveelheid, benoodigd voor een borrel, er uit is. Zoodra nu de tapper ziet dat het laatste zoowat op komst is schuift hij er een ledig glas onder en herhaalt dit zoo dikwijls tot dat hij 10 glazea vol heeft doch werkelijk er maar 9 uit zijn. Deze handeling vereischt eenige bedrevenheid die de tapper door langdurige oefening zich heelt eigen gemaakt. Neemt men nu een cantine, die dagelijks 2000 borrels varlapt, geeft den tapper een winst van 222 borrels die tegen f 0.08 verkocht, hem f 13.32 opbrengen- Daar de controleur des avonds een verkoop van 2000 aanwijst en de mandoer al het geld ontvangt, draagt hij nok maar volgens den controleur af en steekt de rest in zijn zak. Men zal aanvoeren dat wanneer er te weinig in een glis is, de drinker het niet behoeft aan te nemen. Doch het is moeilijk na te gaan in een glas waaraan zelfs bij volle miat toch noch een zoogenaamde zelfkant blijft, of er b.v voor 1 rijksdaalder dikte jenever te min is. Nu, 2000 rijksdaalders op elkander gestapeld geven een aardigen cylinder. En neemt men aau dat 10 rijksdaalders eon inhoud hebben van een borrel, dat echter te veel genomen is, dan komt men weer tot het zelfde aantal borrels als winst, i oorgaans schat de mandoor zijn verdiensten — zooals hij bet noemt op f 15 — per dag. Dit bedrog zou nu niet meer plaats vinden, in de eerste plaats omdat er eenige handigheid toe noodig is om het te doen, anderdeels omdat nu de tapper, daar die nu niet het geld ontvangt er geen belang bij heeft. De vervanging van het tegenwoordige bedienden personeel door soldaten biedt tweeërlei voordeel, zoowel geldelijk als in het belang van ons prestige, zoover dit nog op te houden is. In het geldelijk belang omdat het soldaten bezigen voor de bediening niet die uitgaven zal vorderen als het tegenwoordige stelsel. Dit zal ik door een voorbeeld ophelderen. Stel een cantine die een cantinehou der, een mandoor en 15 bedienden heeft. De eerste heeft een maandelij ksch inkomen van f6o.— de tweede van f 30.— en de overige van f 15.— dit is totaal per maand f 315.— of per jaar f 3780.— Volgens mijn wijziging zou de onderofficier b. v. f 15.— de korpl. f 10. — de Europ. fuseliers f 750 en de Inlandsche f 5.— per maand toelage genieten, dat dan per maand f 100.— of per jaar f 1320.— geeft. Ve gelijkt men deze twee totalen dan ziet men dat dit een bezuiniging van f 2460. 's jaars bedraagt, wat gelijk staat met den verkoop van 61500 borrels per jaar of 170, per dag, daarbij is de inkoops— -"/■ ,-i~" .«"«"i" nr, f A A 4. nar cdas Nog een tweede voordeel is aan de wijziging verbonden en wel dat men dan de dagverblijven als onderdeelen van de cantine zou kunnen stellen en op gelijke wijze behandelen waardoor een hoog noodige controle op die inrichtingen kon worden uitgeoefend en, zou de verkoop die daar plaats heeft geen benadeeling der cantine zijn, daar zij allen artikelen, uitgenomen b. v. vruchten enz., van uit het cantine magazijn ontvingen. Ook zal het aanb weling verdienen de vergunningen die nu Chineesche en au dere handelaren hebben om in de kampementen te venten, als mede hei opstellen van hun goederen aan de wegen die 'oegang tot de kampementen geven, in te trekken. Door dit te doen, verwijdert men een element uit de kazernes, dat dikwijls als hoofd of tusschen persoon optreedt bij goed-verkoop en andere zaken die ik hier niet nadero-nschrijven wil, maar die ook niet in het voordeel van die luitjes pleiten. Ook zal het voor den Comdt. der wacht veel soesah minder zijn als hij van het lastig visiteeren van passen en goederen, controleeren van hun gangen door het kampement enz, ontheven wordt. De bestaande cantines, worden zon der vergoeding aan het Gouvernement afgestaan, dat daarvoor de verplichting op zich neemt van het onderhoud dier gebouwen. Het bouwen van nieuwe cantines komt dan ook natuurlijk voor zijn rekening. Bij dat bouwen komen, door het vervallen van den cantinehouder, diens woning met toebehooren te vervallen. De nu bestaande, die ook door het Gouvernement genomen worden, kunnen als woningen van de 6e of 7e klasse, ter bewoning aan de daarop rechthebbende onderofficieren worden afgestaan. J. G. W. (Slot volgt.) ---