Eea-eu-ander. hollandsche Revue. LXQI. (Geschreven voor „De Sumatra Post".) Uit het verslag over de afdeeliugsgewijze behaudeling der Staatsbegrooting in de Eerste Kamer blijkt dat de heeren het er druk over halden of het ministerie nu wel blijk gegeven had werkelijk clericaal te ziju. Ik lees daarbij de opmerking dat, ook al zou hetgeen het Kabinet totnogtoe had verricht, niet getuigen vau een bepaald christelijke richtiug, toch reeds het feit alleen dat bij de Troonredenen wetsontwerpen in christelijteu zin waren in 't vooruitziciat gesteld, voldoende was om het optreden van dit Kabinet te eerbiedigen ! Ondaaks de diplomatieke vaagheid die de afdeehn overslagen kenmerkt, laat deze opmerking to h aan duidelijkheid niets te wenschen. Jammer dat die duidelijkheid ze niet tevens interessanter maakt. Want, het zij metgepasten eerbied gezegd, de bewering dat men op politiek gebied zoete beloften maar voor lief m iet nemen, is vrij absurd. Kon men toch maar weten wie het was die zulke wijsheid verkocht (wijsheid, die nota bene op 's-Lands kosten nog gedrukt moet worden), maar, helaas! de geheimzinnige anonymiteit van dit soort verslagen outhouat ons de kennisneming van den naam des auteurs. Zou het misschien het bewustzijn wezen dat tbch de bui enwereld niet weet wie dit of dat zeide, hetwelk de heeren in de afdeelingen wel eens wat Lslippig doet zijn? Misschien,.... maar we zagen nog kort geleden dat wat in de pub lic k e zittingen van Kamer en Senaat wordt beweerd, óók niet altijd evangelische wijsheid is ! Dat ons ministerie zich niet overwerkt, of, wanneer 't zulks al doet, dan toch tot bitter weinig resultaten komt, daarover zijn de organen van de meeste richtiugeu het vrijwel eens. Of 't gebrek aan diplomatieke routine is bij den Premier, die de kunst nog niet verstaat om, 'n en déplaüe de lastige nietigheden waarmee een minister dagelijks wordt bestormd, degelijke gtukkeu werk te leveren ? Wie zal 't zeggen. Eigenlijk heeft 't publiek daar ook weinig mee te maken. Op echt banale wijze vraagt het: waar! en krijgt 't die niet, dan.... moppert 't. Intusschen is men van verschillende kanten toch bezig de oorzaken te analyseeren van de geringheid der uitkomsten. Het Utrechtsche Dagblad houdt zich daar onder anderen mee bezig en heeft de vriendelijkheid de onschuld van het ministerie te pleiten. Het gaat zoo niet op den duur, zegt het blad. De wetgevende arbeid van. ieder ministerie wordt belemmerd door deu dagelijkschen bestuursarbeid. De begrooting is wel achter den rug, maar vrij hebben de ministers hun handen niet. Dag op dag wordt geheel vervuld met afmattenden, soms geestdoodenden, administratieven arbeid. Het is niet ontwikkelend, noch voor dengeen die het doet, noch voor het land, om reeksen beslissingen te nemen in allerlei, soms betrekkelijk onbelangrijke bestuurskwesties, en toch moeten die beslissiugen worden genomen. Het gevolg is, dat ieder, die van vier jaren zwaar werk, haast zou men zeggen „travail forcé", als minister verricht, terugkomt, veelal naar lichaam en geest aan het eind is van zijn veerkracht. Eu ondertusschen moeten toch ook nog nieuwe wetsontwerpen worden voorbereid, overwogen, bestudeerd ! Nu moge men verlangen Daar den tijd, dat die „wetten-uiakerij" eens een einde zal nemen, zoover zijn wij echter nog niet. De weigevende taak blijft zeer belangrijk en daarop moet naast deu administratieven arbeid meer gerekend worden. Dit probleem was door Napoleon opgelost. Bij hem was de staatsraad wetgevend, h*t ministerie besturend lichaam; de Conseil d'Etat zijne, „idéé eu consiiiération", het ministerie „idéé en > xécutiou". Terugkeren dus tot het door Napeleon uitgedachte stelsel, wiens organiseerend talent men hier weer kan bewonderen ? De rol van Napoleons Conseil d' Etat aan den Raad- van State geven, «ou wellicht niet zoo gemakkelijk zijn, omdat helaas in onzen oonstitutioneelen staatsvorm het zwaartepunt niet zoo zeer iv de monarchie ligt, als volgens het Utrechtsche blad wenschelijk ware. ' He.t blad acht het evenwel uog niet de tijd tot uitwerking van een vast omschreven plan, maar meent dat principieel als eerste eisch de wensch mag worden geformuleerd naar een zoodanige regeerings-organisatie, dat administratieve en legislatieve arbeid worden gescheiden. De gegevens der administratie behooreH voor legislatieve macht beschikbaar te zijn en te blijven, maar de legislatie raag niet meer vertraagd worden door administratief werk. Bovendien wil het blad de omslachtige wijze van schriftelijke voorbereiding van nieuwe wetten door de Tweede Kamer verbeteren en het vraagt wat men zou denken van een vaste commissie, in verhouding tot de partijen samengesteld. Ten slotte acht het blad dat overweging verdient om aan de Eerste Kamer het recht van amendement toe te kennen. Inderdaad, 't zoa zeer mooi zijn, als de wetgevende machine ook eens wat minder ouderwetsch langzaam voortsukkelde, maar in overeenstemming met de algemeene snelheidsve.rmeerdering een ietsje harder liep... Maar toch schrikt men al weer bij de gedachte aan den vreeselijk langen tijd dien een deugdelijke herstelling van 't oude mechaniek — naar moderme eischen — zou met zich brengen, 't Gaat als met een fabriek, waar vervanging van de oude werktuigen door nieuwe een stilstand in 't bedrijf zou met zich brengen, die 't vooralsnog niet lijden kan. * * * Het jongste wetsontwerp van het nieuwe Kabinet, beoogende de verhooging van den accijns op het gedistilleerd, vindt ook al een heftige bestrijding bij de pers der oppositie. Voor de uitvoering van het werkprogram der regeering zal ruw weg, naar de heer Goeman Borgesius berekeude, 30 millioen gulden noodig zijn. Het ware dus noodig, zoo wordt aan het Algem. Randelsblad. geschreven, dat de minister vau financiën met een program van beteekenis voor den dag kwam, instede van voorstellen tot verhooging van 's lands inkomsten te doen, die •de onbeduidendheid zelve zijn. liet voornaamste is, dat de minister de belasting op het drankgebruik in die mate wil verhoogen, dat de totale rijksbelasting-opbrengst voor één vierde daarvan afhankelijk wordt. Over tariefherziening repte de minister niet, doch men moet aannemen, dat de regeering werkelijk het plan heeft, het geld te vinden uit verhooging der indirecte belasting, dat wil dus zeggen, dat men het geld uit de minder gevulde beurzen wil te voorschijn halen. Aan de verhooging van de directe belastingen valt, volgens de regeeriug zelf, niet te denken, maar waarom niet, daarover wordt gezwegen. De wethouder voor financiën te Amsterdam, mr. Heemskerk, heeft daartegenover in de Kamer als zijn oordeel gesteld, dat men aan verhooging der directe belastingen onmogelijk kan ontkomen. De Amhemsche Courant noemt het lichtzinnig om een tekort van 5 millioen te willen dekken met eene verhooging van den drankaccijns met 3 millioeu. Waarom kunnen de bestaande directe heffingen niet worden verhoogd? Dit begrijpt het blad niet. Er zijn toch wel andere middelen: verhoogiug der opcenten op de zegelbelasting en op de rechten van successie en overgang bij overlijden, zij het ook voorloopig totdat een verhooging der successiebelasting tot stand te brengen is, met gelijktijdige beperking van het erfrecht bij versterf, b. v. tot den zes ten graad van bloedverwantschap. Waar er dus andere bronnen zijn om het tekort te dekken, kan het niet waar zijn, dat de minister zijn voorstel noode doet, terwijl hij, onverantwoordelijk genoeg, een voorstel steunt om door opheffing van de staatsloterij, waardoor nimmer iemand geruïneerd is, de schatkist ruim 6 ton te ontnemen. Daartegenover staat, dat men van de verhooging van deu drankaccijns voor de volksgezondheid nadeelige gevolgen kan verwachten, want het blad vreest voor het gebruik van een slechteren en meer bedwelmenden foezel. Volgens Het Vaderland zal gevolg van het voorstel van mr. Harte vau Tecklenburg zija : een paar millioen meer in de schatkist en wat meer geknoei in den kleiuhandel in sterken drank, met al de nadeelige gevolgen daarvan op het gebied van gezondheid en zeden. Als men, gelijk de minister, overtuigd is, dat eene vermiudering van alcoholgebruik de algemeene welvaart zóó zou doen toenemen dat de andere inkomsten het verlies op den drankaccijns zouden dekken, waarom dan niet, vraagt Het Vaderland, die accijns zóó hoog opgedreven, dat nagenoeg alle „vergunning" den kop in gedrukt zou wordeu ? Maar de stelling is ook niet waar Wdut er is niets dat bewijst, dat de geregelde drinkers een minder groote som voor hunne versnapering zulleu besteden, wanneer die duurder wordt.... 't Is geen benijdenswaardig baantje Minister van Financiën te wezen, als er dubbeltjes moeten gezocht werd mi. Zijn mteteit ze er, maar nauwelijks heeft Zyue Excellentie gezegd : „daar moeten ze vandaan komen", of. ... Leiden is in last 1 Hoe er anders wel eens wat heel veel dubbeltjes aan den bureuacratischen strijkstok blijven hangen, heeft het bericht bewezen, dat doar de Nederlaudsche pers de rondt? deed (ook De Sumatra Post nam het over), volgens hetwelk de arbitrage in het geschil tusschen Amerika en Mxico door het Haagsche Hof niet minder dan éé*n millioen heeft gekost. Maar wie durft beweren dat er door hooge ambtena ren gestolen wordt? er wordt eenvoudig met pen wat ruim geweten gedeclareerd 1 Eu dat declareeren geschiedt niet alleen door zulke hooge heeren als van het Arbitragehof Helaas ! V Aan het einde van mijn kroniek moet ik een bericht releveeren dat ik in dood-nuchteren vorm in de Rotterdammer aantrof (overgenomen uit de lijd), maar dat bij eenig nadenken, een diep treurige zaak beteekent. Het luidt naar den letter aldus : Een doofstomme vreemdeling, die zich sedert 1892 in het stedelijk armenhuis te Amsterdam bevond, is overleden. De politie heeft, zegt de Tijd, sedert zijn verblijf daar zich alle mogelijke moeite getroost, om te on-tdekken wie de man wss. Bijiia drie weken vóór zijn dood werd ontdekt welke vreemde taal door hem begrepen werd. Dit geluk viel ten deel aan den heer A. Harm, te Amsterdam belast met de zielenzorg voor de roomsch-katholieke doofstommen. Deze hoopte nu heel de lijdensgeschiedenis van den man te vernemen. Maar Woensdag heeft de dood plotseling een einde aan die nasporingen gemaakt. Da betrokken gezant zal nu volledig over deze zaak worden ingelicht. Elf jaren heeft deze ongelukkige dus in een Armenhuis in een vreemd land gelegen, zonder dat iemand er in slagen kon te ontdekken welke taal zrjn moedertaal was... Maar kort voor zijn dood blijkt die taal er toch een van een land te zijn, dat in de Residentie officieel is vertegenwoordigd, dat er een gezant bij het Nederlandsche Hof opnahoudt lü Komt niet vanzelf de vraag op de lippen, of men zich wel zoo bijster veel moeite gaf om 's maus nationaliteit te ontdekken ? Eu waarom wordt die ook nu nog niet genoemd ? Vreest men voor internationale verwikkeling ? O, die geheimzinnigheid soms ! Uit „bezorgdheid" wordt ze toegepast, maar ze brouwt kwaad, dat kan niet anders. Antonel, --- Mederlandsch-Indië. De werving voor ons leger. In de Semarang-Courant kwam eenige dagen geleden een entrefilet voor, waarin knoeierijen, welke te Djokdja bij de aanneming van recruten zouden worden in practijk gebracht, aan de kaak werden gesteld. Zoo werd daarin het feit gereleveerd, dat de inlandsche recruten van een houten kist volgens aangegeven model worden voorzien, waarvoor zij elk f 5.— moeten betalen, te veel naar verhouding van den werkelijken kostprijs ad ƒ 2 a ƒ 2ys. Het is algeineeu bekend, dat de in dienst tredende inlandsche recruten op een ergerlijke wijze worden geplukt en vooral is dit het geval op plaatsen, waar werfsergeanten gevestigd zijn. Doch dit zijn de gewone practijken, welke niet alleen bij de werving van soldaten, maar ook bij die van koelies voor nijverheid en landbouw worden toegepast. De militaire autoriteiten doen al hun best om die misstanden den kop in te drukken, doch aangezien zij niet altijd de medewerking mogeu ondervinden van hunne gegradueerde ondergeschikten, slaagt men daar niet altijd in. VVat deden de militaire commandauten te Harderwijk, de luitenant-kolonels Hofstede Krul en Roersch, niet een moeite om de recruten, in die plaats aangenomen, te beschermen en men zal moeten erkennen dat die heeren nog slechts voor een gering deel succes van hunne zorgen hebben gehad. Dit kwam nog onlangs in de Tweede Kamer ter sprake. De redacteur van het Centrum is intusschen op verkenning uit geweest en beweert in zijn blad dat de schrijver vau bovenbedoeld entrefilet slecht op de hoogte is. Hij noemt het eene grove leugen, dat de model houten kisten, welke voor ƒ5 aan de recruten worden geleverd, slechts ƒ ï a ƒ 2.50 waard zouden zijn. De werkelijke waarde is bepaald niet minder dan ƒ 5. De Java-Bode merkt naar aanleiding hiervan op: Wij vinden het wel een weinig verdacht, dat er een plaats zou te vinden zijn, waar recruten zoo belangeloos worden behandeld, doch daar onze Djokdjasche collega het zoo .stellig verzekert, moeten wij het wel aannemen en constateeren dus dat Djokdja in deze schitterend uitsteekt boven de meeste plaatsen, waar veel recruten worden aangenomen. In den regel nemen hunne leveranciers op de verstrekte artikelen wel degelijk een zoet winstje. Aangezien er verder tusschen het tijdstip, waarop de recruut zich bij zijn aanbrenger aanmeldt en dat, waarop het contract met den lande wordt geteekend, meestal eenige dagen verloopen, gedurende welke hij meestal logeert bij personeu, die daarvau een beroep maken, is het duidelijk dat er een ruime gelegenheid bestaat oog hein bij zijn gastheer flink in het krijt te brengen. Gamelang, spel en dansmeisjes doen de rest en het is een treurig feit, dat de recruut in den regel bij zijn korps aankomt zouder een ceut op zak (behalve dan de te Djokdja aangeworvenen, volgens het Centrum). Zooals de werving thans is ingericht, staau de militaire autoriteiten tegeu dergelijke praciijken vrijwel machteloos. --- Moord. Door een Mileier uit de Bovenlanden werd het gerifcht verspreid dat twee gebroeders, haudelaren te Fort de Koek, in hun toko met afgesneden hals zouden zijn gevonden, terwijl veel goederen uit die toko werden vermist. Volgens dien zegsman zou Vrijdag j!., den 30 Januari, bedoelde winkel niet zijn geopend, wat niet erg de aandacht had getrokken, maar toen ook Zaterdag daarna alies nog toe bleef, begon men ongerust te worden en werden aanstalten gemaakt om, des noodig, de deuren open te steken. Dit behoefde echter niet, want de hoofddeur stond slechts aan, zoodat men die maar had open te duwen. Binnengekomen vond men de twee broeders naast elkander uitgestrekt op den vloer liggen, te midden van een plas bloed en met afgesneden halzen.. Uit den winkel schijnt nog al gestol en te ziju. Men veronderstelt dat er een dief is binnengeslopen en in het holle van den nacht zijn slag heeft geslagen. Dat er diefstal gepleegd is, blijkt hieruit, dat bij een grondig ouderzoek als vermist zijn genoteerd f 1200 aan contanten, verder een met goud gemonteerde koepish, vertegenwoordigende aan goud een gewicht van twintig mas. Daar bij het slachten (anders kan men het moeilijk noemen) natuurlijk veel bloed stroomde, was het te verwachten dat de dief of dieveu daarin zouden trappen en een voet-afdruk achterlaten. Dit is dan ook geschied en schijnt men daaruit te moeten afleiden dat er slechts één dief geweest is. De politie heeft nu alle bij haar met een zwarte kool aangeteekende iieden van Fort de Koek opgeborgen en natuurlijk wordt geen moeite gespaard, om het geheim op te lossen. Padanger. --- Een nieuw dok voor het Marineetablissement. Een bijzonder belang is op het oogenblik aan het herboven genoemd onderwerp verbonden, nu, na aankomst van het pantserschip Koningin Regentes noch het marine-etablissement, nooh de particuliere industrie in Indië in staat is om dit schip van 5000 ton dokgelegenheid aan te bieden en men dus op het oogenblik niet onafhaukelijk is van het buitenland voor het dokken van dit meest moderne der op den huidigeu dag in Indië aanwezige oorlogsschepen, van welk type de Nederlandsche marine weldra vier schepen rijk zal zijn,—aldus de Soer. Cl. Te Soerabaja treft meu geen enkel particulier dok aan ; men is hier ook in dat opzicht niet gelukkig geweest, in vroeger jaren zonk één dok bij kampong Kendjeran aan den ingang van het oostervaarwater, terwijl ter reede bewesten de Kali Mas nog twee dokken zonken, de ligging waarvan, voor zoover betreft het meest oostelijke wrak, nog aangageven wordt door een groene wrakboei eu het andere meer westelijk gelegen nagenoeg gebed in de modder is weggezonken. Het marine-etablissement is twee dokken rijk; vau het grootste dat nieuw zijnde schepen van hoogstens 4800 ton lichten kon, werden 14 Juni 1879 de eerste platen gelegd en werd het dok 6 Juni 1880 te water gelaten; dit honderd meter lange dok kan tegenwoordig schepen lichten van ongeveer 4500 ton, doch is onvoldoende voor het type Koningin Regentes; behalve dit, heeft het Marine-etablissement nog een 1400 tons dok, in Maart 1888 te water gelaten, dat dient voor het opnemen van kleinere vaartuigen. Intusschen bestaan er plannen voor de aanschaffing van een derde, waarschijnlijk 7000 tons dok, waardoor het Marine-stablisseraent in staat «on zijn onze grootste oorlogsschepen gemakkelijk te dokken, maar tusschen plannen tot aanschaffing en in staat zijn het dok te benutten, bestaat een groot verschil en is het inderdaad te bejammeren dat niet reeds eerder tot den koop van een nieuw dok werd overgegaan ; zoodat de nieuwe schepen bij hun aankomst in Indië reeds dadelijk ook gelegenheid zouden vinden reparaties te ondergaan. Soer. Ct. --- Hoc generaal van Heutsz Groot-officier van de Kroon word. Onlangs sperekend van een huldcbetoon aan generaal J. B. van Heutsz, w zen wij er re< hoe hem reed. de hoogst bereikbare eerbewijzen waren toegekend, o. a. door H. M. de Koningin persoonlijk met de benoeming tot grootofficier der kroon. Naar aanleiding daarvan schrijft men ons uit Atjeh: Tot dusverre is er nog geen ruchtbaarheid aan gegeven, maar nu wil ik i eens melding maken van het eigenhandige telegram dat. Hare Majetit de Koningin den 31cn Augustus aan den generaal van Heutsz heeft gezonden en dat die zoo bescheiden opperofficier, zonder er veel ophef van te maken, in de lade van zijn schrijftafel heeft weggeborgen. Dit telegram lnidde ongeveer als vol«t: wlk heb het genoegen u mede te deelen dat ik u heb benoemd tot mijn adjudant-generaal in buitengewonen dienst met den rang van grootofficier .der kroon en dit om u mijn groote erkentelijkheid te betuigen voor uw aan het land bewezen voortreffelijke diensten. l WII.HEL.MINA." Misschien dat ik den inhoud niet geheel woordelijk heb teruggegeven, de geest van het telegram blijkt echter wel degelijk uit het vorenstaande. Bat. Nbld, ---